CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-12-16 Bijlage 1. Geconsolideerde tekst CPT statuten Stichting BLICK

Gemeenteraad 17 december 2025, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Statutenwijziging Stichting BLICK7.325 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

DEFINITIEF CONCEPT Bedoeld voor instemmingsprocedure bij gemeenteraden Opmerkingen vooraf Deze conceptstatuten zijn gebaseerd op het door de vereniging van toezichthouders van onderwijsinstellingen (VTOI-NVTK) beschikbaar gestelde model voor een stichting voor openbaar onderwijs. De governance gaat uit van een raad van toezicht en college van bestuur, met specifieke goedkeurende bevoegdheden voor de gemeenteraden van de betreffende gemeenten. Medezeggenschapsrechten zijn alleen opgenomen voor zover die rechtstreeks raken aan een bevoegdheid of proces dat om andere redenen in de statuten is opgenomen. Telkens is rekening gehouden met de voorschriften die voortvloeien uit de Wet op het primair onderwijs en Wet voortgezet onderwijs 2020, de Wet medezeggenschap op scholen, de Governancecode Funderend Onderwijs, alsmede met Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek (en de aanpassingen die daarin middels de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen zijn aangebracht). STATUTEN Begripsbepalingen Artikel 1 In deze statuten wordt verstaan onder: a. bevoegd gezag: de stichting als bedoeld in deze statuten; b. college van bestuur: het orgaan dat belast is met het statutaire bestuur en de vertegenwoordiging van de stichting; c. gemeenten: de gemeente Capelle aan den IJssel en de gemeente Krimpen aan den IJssel tezamen; d.

gemeenteraden: de gemeenteraad van Capelle aan den IJssel en de gemeenteraad van Krimpen aan den IJssel tezamen, tenzij expliciet anders bepaald; e. (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad: de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad verbonden aan de school/scholen, die de bevoegdheden heeft als toegekend in de Wet medezeggenschap op scholen; f. raad van toezicht: het orgaan dat belast is met de functie intern toezicht als bedoeld in artikel 17b Wpo en artikel 3.1 Wvo 2020; g. school/scholen: de door de stichting in stand gehouden school/scholen voor openbaar onderwijs; h. schriftelijk: per post, per e-mail of via enig andere digitale informatiedrager, waarmee het mogelijk is informatie te verzenden of vast te leggen op een manier die leesbaar en reproduceerbaar is, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld; i. stichting: deze stichting, zijnde de Stichting BLICK op onderwijs, statutair gevestigd te gemeente Capelle aan den IJssel, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer: 24384672; j. Wpo: Wet op het primair onderwijs; k. Wvo 2020: de Wet voortgezet onderwijs 2020. Naam en zetel Artikel 2 1. De stichting draagt de naam: Stichting BLICK op onderwijs. 2. De stichting heeft haar zetel in de gemeente Capelle aan den IJssel. 3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

Doel Artikel 3 1. De stichting heeft tot doel het geven van openbaar onderwijs overeenkomstig de onderwijswetgeving. 2. De stichting tracht dit doel te verwezenlijken door: a. de instandhouding van één of meer scholen voor openbaar onderwijs; b. het doen geven en bevorderen van onderwijs in de zin van de Wpo, Wvo 2020 en/of andere onderwijswetgeving die op de stichting van toepassing kan zijn; c. samenwerking – al dan niet in groepsverband – met organisaties voor ontwikkeling, jeugdhulp en kinderopvang, in de breedste zin van het woord, ten behoeve van een rijke en doorgaande ontwikkeling van kinderen in de gemeenten; en al hetgeen met voorstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord. 3. De stichting heeft geen winstoogmerk. Karakter openbaar onderwijs Artikel 4 1. Het openbaar onderwijs draagt overeenkomstig artikel 46 Wpo en artikel 2.3 Wvo 2020 bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Het openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. 2.

De stichting en de door haar in stand gehouden scholen geven onderwijs vanuit de overtuiging dat alle kinderen goed onderwijs verdienen en dat door de samenkomst van kinderen met verschillende achtergronden een waardevolle ontwikkelomgeving ontstaat. De stichting en de door haar in stand gehouden scholen geven rekenschap van de kernwaarden zoals die van tijd tot tijd voor het openbaar onderwijs worden geformuleerd, onder meer door de vereniging VOS/ABB. 3. De stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het bevoegd gezag als bedoeld in de onderwijswetgeving uit. Middelen en beheer Artikel 5 1. De stichting hanteert alle wettige middelen die kunnen bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstelling, de verwerving van de daartoe benodigde middelen bij overheden, bedrijven, fondsen, financiële instellingen, en particulieren inbegrepen. 2. Erfstellingen worden slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard. Organen Artikel 6 1. De stichting kent als civielrechtelijke organen: a. het college van bestuur; b. de raad van toezicht. 2. Zowel het college van bestuur als de raad van toezicht kunnen commissies instellen, indien het college van bestuur of de raad van toezicht dat in het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie wenselijk of noodzakelijk acht.

Conceptstatuten Stichting BLICK op onderwijs

2

College van bestuur; samenstelling en benoeming Artikel 7 1. Het college van bestuur bestaat uit ten hoogste twee natuurlijke personen. Het aantal leden van het college van bestuur wordt door de raad van toezicht vastgesteld. De raad van toezicht kan gemotiveerd besluiten om de omvang van het bestuur tijdelijk uit te breiden met een extra natuurlijke persoon. 2. De leden van het college van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht, na verkregen advies van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en voorts met inachtneming van het bepaalde in lid 4 en lid 5. 3. Voor een besluit tot benoeming is een twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin ongeacht het ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten over een zodanig voorstel kunnen worden genomen. 4.

Benoeming vindt plaats aan de hand van een door de raad van toezicht, vast te stellen werving- en selectieprocedure en op basis van een vooraf openbaar gemaakte algemene profielschets, alsmede in geval van een meerhoofdig college van bestuur, een profielschets per zetel. De profielschets(en) bevat(ten) de deskundigheden waarover de leden van het college van bestuur dienen te beschikken. Bij het ontstaan van een vacature gaat de raad van toezicht na of de algemene profielschets dan wel de individuele profielschets voor de betreffende zetel nadere uitwerking en/of aanpassing behoeft. De (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen terzake de profielschets(en). 5. De verdere procedure voor de benoeming van de leden van het college van bestuur kan, met inachtneming van de relevante wettelijke bepalingen en daaruit voortvloeiende rechten voor de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad, worden geregeld in het bestuursreglement. 6. Ieder lid van het college van bestuur is onafhankelijk ten opzichte van de overige leden van het college van bestuur, de raad van toezicht en van de (deel)belangen van de stichting. Tot lid van het college van bestuur kan in ieder geval niet worden benoemd een (voormalig) lid van de raad van toezicht, noch een burgemeester, wethouder of raadslid van een van de gemeenten. 7.

De raad van toezicht kan in geval van een meerhoofdig college van bestuur een van de leden van het college van bestuur benoemen tot voorzitter. Het college van bestuur kan onderling vaststellen welk lid van het college van bestuur met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. De onderlinge taakverdeling wordt door de raad van toezicht goedgekeurd. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van het college van bestuur onverlet. 8. De leden van het college van bestuur worden benoemd voor de duur van hun arbeidsovereenkomst of voor een andere door de raad van toezicht te bepalen periode. De vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden van de leden van het college van bestuur geschiedt door de raad van toezicht. Bij de vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden wordt aangesloten bij de voor bestuurders in de sector geldende normen. Jaarlijks wordt in de jaarrekening verantwoord welke bedragen zijn toegekend aan de leden van het college van bestuur. 9. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt het college van bestuur zijn bevoegdheden.

Conceptstatuten Stichting BLICK op onderwijs

3

10.

11.

Leden van het college van bestuur overleggen aan de raad van toezicht uiterlijk bij aanvang van hun benoeming een overzicht van hun actuele nevenfuncties. Leden van het college van bestuur accepteren nieuwe nevenfuncties slechts na informeren van de raad van toezicht daaromtrent. Leden van het college van bestuur vervullen en accepteren geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de stichting. Aan leden van het college van bestuur worden geen persoonlijke leningen of financiële garanties namens de stichting verstrekt.

College van bestuur; schorsing en ontslag, defungeren, belet en ontstentenis Artikel 8 1. De raad van toezicht schorst en ontslaat de leden van het college van bestuur. Een besluit tot ontslag wordt slechts genomen na verkregen advies van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. Voor een besluit tot schorsing of ontslag is een twee derde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen, waarin ongeacht het ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten over een zodanig voorstel kunnen worden genomen. 2. Indien een lid van het college van bestuur is geschorst, dient de raad van toezicht binnen drie maanden na ingang van de schorsing te besluiten tot ontslag dan wel tot opheffing of verlenging van de schorsing. Bij gebreke van een besluit als bedoeld in de vorige zin, vervalt de schorsing.

Een besluit tot verlenging van de schorsing kan slechts eenmaal worden genomen en de schorsing kan daarbij ten hoogste worden verlengd voor drie maanden, ingaande op de dag waarop de raad van toezicht het besluit tot verlenging heeft genomen. 3. Het lid van het college van bestuur dat is geschorst, wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering van de raad van toezicht te verantwoorden en zich daarbij door een raadsman te laten bijstaan. Een besluit tot ontslag wordt niet genomen dan nadat het lid van het college van bestuur over wiens ontslag wordt besloten vooraf de gelegenheid is geboden om te worden gehoord. 4. Een lid van het college van bestuur defungeert voorts: a. door zijn vrijwillig aftreden; b. doordat hij failliet wordt verklaard of aan hem surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op hem van toepassing wordt verklaard; c. indien titel 16, titel 19 en/of titel 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van toepassing wordt; d. door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming; e. door de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst met de stichting, tenzij expliciet tussen de stichting en het betreffende lid anders overeengekomen; f. door zijn ontslag door de rechtbank; g. door zijn overlijden.

Conceptstatuten Stichting BLICK op onderwijs

4

5.

Ingeval van ontstentenis of belet van één of meer leden van het college van bestuur, berust het bestuur tijdelijk bij de overblijvende leden of het overblijvende lid van het college van bestuur. 6. Ingeval van ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur berust het bestuur tijdelijk bij één of meer door de raad van toezicht aan te wijzen personen, onverminderd de verplichting voor de raad van toezicht zo spoedig mogelijk in het bestuur te voorzien. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van het college van bestuur. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat een lid van het college van bestuur tijdelijk onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken, of een lid van het college van bestuur is geschorst. College van bestuur; taken en bevoegdheden Artikel 9 1. Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting, onder toezicht van de raad van toezicht. Aan het college van bestuur komen in de stichting alle taken en bevoegdheden toe die tot het bevoegd gezag behoren en voorts al die taken en bevoegdheden die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen. 2.

Bij de vervulling van hun taak richten de leden van het college van bestuur zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. 3. Het college van bestuur legt verantwoording af aan de raad van toezicht en verschaft de raad van toezicht tijdig de gegevens die noodzakelijk zijn voor de goede uitoefening van de taak van de raad van toezicht. Het college van bestuur brengt aan de raad van toezicht periodiek verslag uit. In het bestuursreglement wordt de wijze waarop dit dient te geschieden vastgelegd. 4. Het college van bestuur is slechts met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt (de rechtshandelingen als bedoeld in artikel 291 lid 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek). Het ontbreken van de in dit lid bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het college van bestuur niet aan. 5. Het college van bestuur behoeft voorts de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht voor: a. het vaststellen, of wijzigen van het (meerjaren)beleidsplan en de (meerjaren)begroting; b.

de vaststelling van de jaarrekening en het bestuursverslag (jaarverslag), met dien verstande dat deze goedkeuring niet wordt verleend voordat de raad van toezicht kennis heeft genomen van de bevindingen van de accountant; c. het aangaan van (financiële) verplichtingen en het doen van bestedingen en investeringen die niet zijn voorzien in de goedgekeurde begroting en een bij bestuursreglement te bepalen bedrag te boven gaan; d. het aangaan, wijzigen en verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon of organisatie indien die samenwerking van ingrijpende betekenis is voor de stichting en/of de met haar in een groep verbonden rechtspersonen;

Conceptstatuten Stichting BLICK op onderwijs

5

e.

f.

g.

h. i. j. k. l. m. n.

het verkrijgen, wijzigen of beëindigen van een deelneming of zeggenschap in een andere rechtspersoon en het oprichten van een andere rechtspersoon, alsmede de vaststelling en wijziging van diens statuten voor zover het college van bestuur daartoe bevoegd is; het beëindigen van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek, dan wel een ingrijpende wijziging in de arbeidsomstandigheden of voorwaarden; het aanpassen van de arbeidsvoorwaarden van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd tenzij de verplichting daartoe voortvloeit uit een collectieve arbeidsovereenkomst; het teweegbrengen van een belangrijke wijziging in de organisatie; het aanvragen van faillissement en surseance van betaling; het vaststellen en wijzigen van het bestuursreglement; het stichten, opheffen, overdragen of aanvaarden van een overdracht, samenvoeging of splitsing van een school; het doen van een melding aan de gemeenteraad tot opheffing van een school voor openbaar primair onderwijs, niet zijnde enkel een locatie; het wijzigen van de statuten en het ontbinden van de stichting, waaronder begrepen de bestemming van het batig saldo; juridische fusie of juridische splitsing;

College van bestuur; vergadering en besluitvorming Artikel 10 1. Het college van bestuur legt zijn besluiten schriftelijk vast en stelt deze op verzoek van eenieder beschikbaar, tenzij het bepaalde in lid 6 onder a., b. of c. van toepassing is. 2. Indien en voor zover sprake is van een meerhoofdig college van bestuur, gelden voorts de hierna volgende bepalingen. 3. De oproeping tot de bestuursvergadering geschiedt schriftelijk aan ieder lid van het college van bestuur en wordt verzonden door het college van bestuur in opdracht van degene die het houden van de vergadering heeft verlangd. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen. 4. De termijn van oproeping bedraagt ten minste vijf dagen, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend. In spoedeisende gevallen kan de termijn van oproeping worden verkort, indien alle leden van het college van bestuur daarmee instemmen. 5. Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen indien de meerderheid van de leden van het college van bestuur ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een lid van het college van bestuur kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van het college van bestuur doen vertegenwoordigen.

Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden van het college van bestuur aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 6. Vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar. Het college van bestuur kan besluiten tot een besloten vergadering indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a. het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; b. de economische of financiële belangen van de stichting, of het onderwijskundige belang van de door de stichting in stand gehouden scholen;

Conceptstatuten Stichting BLICK op onderwijs

6

c.

het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het college van bestuur anders beslist. 7. In de vergadering van het college van bestuur heeft ieder lid van het college van bestuur recht op het uitbrengen van één stem. Het college van bestuur besluit bij volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. 8. Indien de stemmen staken ten aanzien van een voorstel, wordt het voorstel op de agenda geplaatst van een volgende vergadering. Indien de stemmen dan opnieuw staken, komt geen besluit tot stand. 9. Een lid van het college van bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. Het besluit wordt genomen door de overige leden van het college van bestuur. Indien het enig lid dan wel alle leden van het college van bestuur een direct of indirect persoonlijk belang heeft/hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie, wordt het besluit gemotiveerd genomen door de raad van toezicht. 10.

Het college van bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van het college van bestuur die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van het college van bestuur kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van het college van bestuur deelnemen, mits dat lid van het college van bestuur steeds alle andere leden van het college van bestuur kan verstaan en door die andere leden van het college van bestuur wordt verstaan. 11. Het college van bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits dit schriftelijk en unaniem geschiedt en alle leden van het college van bestuur in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van de leden van het college van bestuur zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 12.

Het college van bestuur zal met inachtneming van deze statuten, een bestuursreglement opstellen waarin aangelegenheden hen intern betreffende, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld. College van bestuur; vertegenwoordiging Artikel 11 1. De stichting wordt vertegenwoordigd door het college van bestuur. Daarnaast wordt de stichting vertegenwoordigd door elk lid van het college van bestuur afzonderlijk. 2. Krachtens besluit van het college van bestuur kan aan één of meer leden van het college van bestuur of andere personen een volmacht worden verleend om de stichting te vertegenwoordigen. De gevolmachtigde vertegenwoordigt de stichting met inachtneming van de grenzen van zijn volmacht. Raad van toezicht; samenstelling en benoeming Artikel 12 1. De raad van toezicht bestaat uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal leden van ten minste drie en ten hoogste vijf natuurlijke personen. De benoeming van de leden van de raad van toezicht vindt plaats op persoonlijke titel.

Conceptstatuten Stichting BLICK op onderwijs

7

2.

3.

4.

5.

6.

Is het aantal leden minder dan drie, dan behoudt de raad van toezicht zijn bevoegdheden onverminderd de verplichting om onverwijlde maatregelen tot aanvulling van zijn ledental te nemen. Met inachtneming van het hierna bepaalde benoemen de gemeenteraden: a. een derde, doch geen meerderheid van het aantal leden van de raad van toezicht op bindende voordracht van de oudergeleding van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad; b. een lid van de raad van toezicht op bindende voordracht van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad; c. de overige leden van de raad van toezicht op voordracht van de raad van toezicht. Voor de zetels in de raad van toezicht ten aanzien waarvan de oudergeleding van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad een hen toekomend voordrachtrecht niet hebben uitgeoefend binnen drie maanden na daartoe door de raad van toezicht te zijn uitgenodigd, heeft de raad van toezicht een voordrachtrecht, doch slechts voor één zittingsperiode. De voordrachten als hiervoor in dit artikel bepaald en de benoemingen geschieden met inachtneming van een door de raad van toezicht vast te stellen openbare werving- en selectieprocedure.

De raad van toezicht stelt een algemeen profiel op voor zijn samenstelling naar ten minste deskundigheden, vaardigheden en diversiteit en beoordeelt jaarlijks of actualisatie van dit profiel nodig is. Voor iedere vacature stelt de raad van toezicht op basis van het algemeen profiel een specifiek profiel op. De profielschets geeft rekenschap van het openbare karakter van het onderwijs van de stichting. De (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen terzake de profielschets(en). Voor de vaststelling van het algemeen profiel worden de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de gelegenheid gesteld hun mening ten aanzien van het beoogde profiel aan de raad van toezicht mee te geven. De profielschets(en) wordt/worden vooraf openbaar gemaakt. Ten behoeve van de werving en selectie van nieuwe leden van de raad van toezicht stelt de raad van toezicht bij een vacature een werving- en selectiecommissie in, bestaande uit leden van de raad van toezicht, leden van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad en een adviserend lid vanuit het college van bestuur. De samenstelling en werkwijze van de werving- en selectiecommissie wordt door de raad van toezicht vastgesteld. De verdere procedure voor de benoeming van de leden van de raad van toezicht kan worden geregeld in het reglement van de raad van toezicht.

De samenstelling van de raad van toezicht is dusdanig dat de leden ten opzichte van elkaar, de leden van het college van bestuur en welk deelbelang van de stichting ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. De leden van de raad van toezicht vervullen hun taak zonder mandaat en onafhankelijk van bij de stichting en de scholen betrokken deelbelangen. Bij de benoeming van de leden van de raad van toezicht wordt rekenschap gegeven van de toepasselijke code(s) van goed bestuur. Tot lid van de raad van toezicht kan in ieder geval niet worden benoemd een (voormalig) lid van het college van bestuur, noch een burgemeester, wethouder of raadslid van een van de gemeenten. De raad van toezicht benoemt de voorzitter van de raad van toezicht. De raad van toezicht wijst voorts desgewenst een vicevoorzitter aan. De raad van toezicht kan onderling vaststellen welk lid van de raad van toezicht met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van de raad van toezicht onverlet.

Conceptstatuten Stichting BLICK op onderwijs

8

7.

8. 9.

10.

11.

12.

De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar voor een periode van maximaal vier jaar, rekening houdende met de omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar lid van de raad van toezicht kan zijn. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures behoudt de raad van toezicht zijn bevoegdheden. De leden van de raad van toezicht hebben recht op vergoeding van de door hen in uitoefening van hun functie gemaakte kosten en ontvangen ter zake hun werkzaamheden voor de stichting een vergoeding in lijn met de in het onderwijs vigerende wet- en regelgeving voor goed bestuur. De hoogte van deze vergoedingen worden vastgesteld door de raad van toezicht, waarbij de in de sector gangbare bezoldigingsnormen in acht worden genomen. De hiervoor omschreven vergoedingen worden in het bestuursverslag van de stichting zichtbaar gemaakt en toegelicht. Jaarlijks evalueert de raad van toezicht zijn functioneren als zodanig. De wijze waarop de evaluatie plaatsvindt kan nader worden uitgewerkt in het reglement raad van toezicht. Leden van de raad van toezicht vervullen geen nevenfuncties die conflicterend zijn met het doel van de stichting.

Een lid van de raad van toezicht meldt de aanvaarding van een betaalde of onbetaalde relevante nevenfunctie met inachtneming van de toepasselijke code(s) voor goed bestuur vooraf aan de raad van toezicht, in het geval de nevenfunctie een potentieel tegenstrijdig belang kan opleveren. In het bestuursverslag worden alle relevante hoofd- en nevenfuncties van de leden van de raad van toezicht vermeld, waarbij de toepasselijke code(s) voor goed bestuur in acht wordt genomen. Aan leden van de raad van toezicht worden geen persoonlijke leningen of financiële garanties namens de stichting verstrekt.

Raad van toezicht; schorsing, ontslag, defungeren, belet en ontstentenis Artikel 13 1. Een lid van de raad van toezicht kan worden geschorst en ontslagen door de gemeenteraden dan wel de raad van toezicht. Een lid van de raad van toezicht kan onder meer worden geschorst en ontslagen wegens: a. verwaarlozing van zijn taak; b. onverenigbaarheid van functies of belangen; c. wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn handhaving als lid van de raad van toezicht redelijkerwijs niet in het belang is van de stichting. 2. Een lid van de raad van toezicht kan worden geschorst voor een periode van ten hoogste drie maanden. Indien een lid van de raad van toezicht wordt geschorst door de raad van toezicht, deelt de voorzitter van de raad van toezicht dit per omgaande schriftelijk aan de gemeenteraden mee. 3. Voor het einde van de schorsingsperiode als genoemd in het vorige lid, neemt het schorsende orgaan een besluit tot verlenging dan wel opheffing van de schorsing. Een schorsing kan éénmaal worden verlengd, voor ten hoogste een periode van drie maanden, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing wordt genomen. 4. Het betrokken lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden en kan zich daarbij doen bijstaan door een raadsman.

Het besluit tot (voorstel tot) ontslag wordt niet eerder genomen dan nadat het betrokken lid van de raad van toezicht in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord. 5. Een lid van de raad van toezicht defungeert voorts:

Conceptstatuten Stichting BLICK op onderwijs

9

a. b.

6.

7.

door zijn vrijwillig aftreden; doordat hij failliet wordt verklaard of aan hem surseance van betaling wordt verleend dan wel de schuldsaneringregeling natuurlijke personen - al dan niet voorlopig - op hem van toepassing wordt verklaard; c. indien titel 16, titel 19 en/of titel 20 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek op hem van toepassing wordt; d. door het verstrijken van de periode waarvoor hij is benoemd, behoudens zijn eventuele herbenoeming; e. door zijn ontslag door de rechtbank; f. door zijn overlijden. In geval van ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, de voltallige taken van de raad van toezicht waar. Een niet voltallige raad van toezicht blijft volledig bevoegd. In geval van ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht wordt door de wethouders met de portefeuille onderwijs van de gemeenten een persoon aangewezen die tijdelijk met het toezicht op de stichting is belast, alsook gehouden is zorg te dragen voor het voordragen van personen tot benoeming als lid van de raad van toezicht aan de gemeenteraden, een en ander tot de gemeenteraden conform het bepaalde in artikel 12 lid 2 in benoeming van nieuwe leden van de raad van toezicht heeft voorzien.

Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van de raad van toezicht. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat een lid van de raad van toezicht tijdelijk onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken, of een lid van de raad van toezicht is geschorst.

Raad van toezicht; taken en bevoegdheden Artikel 14 1. De raad van toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de stichting. De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad terzijde en fungeert als klankbord. De raad van toezicht kan het college van bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren. 2. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. De toezichtwerkzaamheden worden door de leden van de raad van toezicht op naam van en onder verantwoordelijkheid van het toezichthoudende orgaan als collectief verricht. De leden van de raad van toezicht zijn niet bevoegd individueel namens de raad van toezicht besluiten te nemen en/of de raad van toezicht te binden. 3. De taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zijn zodanig dat de raad van toezicht een deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht kan uitoefenen. Onverminderd het overigens bij of krachtens deze statuten bepaalde, is de raad van toezicht belast met: a. het goedkeuren van de besluiten van het college van bestuur als genoemd in deze statuten; b. het toezien op de verwezenlijking van de grondslag en de doelstelling van de stichting, het bereiken van de doelen en gewenste resultaten en het belang van de samenleving; c.

het houden van toezicht op het functioneren van het college van bestuur en het toezien op de naleving door het college van bestuur van de in artikel 165 Wpo en in artikel 5.46 Wvo 2020 genoemde wettelijke verplichtingen en de toepasselijke code(s) voor goed bestuur als bedoeld in artikel 165 lid 1, onderdeel a Wpo en artikel 3.2 Wvo 2020 eventuele afwijkingen van die code.

Conceptstatuten Stichting BLICK op onderwijs

10

d. 4.

5.

6.

7.

8.

het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige, efficiënte en rechtmatige bestemming en aanwending van financiële middelen. De raad van toezicht legt verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden als hiervoor genoemd, in het bestuursverslag van de stichting. Het college van bestuur verstrekt de raad van toezicht gevraagd en ongevraagd alle informatie omtrent alle onderwerpen de stichting betreffende die voor een goed functioneren van de raad van toezicht naar het oordeel van de raad van toezicht nodig of dienstig zijn. De raad van toezicht kan ter zake nadere regels stellen. Het college van bestuur stelt ten minste een keer per jaar de raad van toezicht schriftelijk op de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting; de raad van toezicht heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. De raad van toezicht kan voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak zich doen bijstaan door één of meer deskundigen.

Raad van toezicht; vergadering en besluitvorming Artikel 15 1. De raad van toezicht vergadert ten minste vijfmaal per jaar en voorts zo dikwijls de voorzitter of twee of meer leden van de raad van toezicht dit wenselijk acht(en). 2. De oproeping tot de vergadering van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk aan ieder lid van de raad van toezicht en wordt verzonden door de raad van toezicht in opdracht van degene die het houden van de vergadering heeft verlangd. De bijeenroeping vermeldt de plaats en het tijdstip van de vergadering en de in de vergadering te behandelen onderwerpen. 3. De termijn van oproeping bedraagt ten minste vijf dagen, de dag van oproeping en die van vergadering niet meegerekend. In spoedeisende gevallen kan de termijn van oproeping worden verkort, indien alle leden van de raad van toezicht hiermee instemmen. 4. Een lid van de raad van toezicht kan zich ter vergadering door een schriftelijk gevolmachtigd ander lid van de raad van toezicht doen vertegenwoordigen. 5. De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in de leiding. De voorzitter wijst een notulist aan. 6.

Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen, indien alle leden van de raad van toezicht met inachtneming van het hiervoor bepaalde zijn opgeroepen en meer dan de helft van alle leden van de raad van toezicht ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien de voorschriften omtrent de oproeping niet in acht zijn genomen, kunnen niettemin geldige besluiten worden genomen met algemene stemmen in een vergadering, waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 7. Vergaderingen van de raad van toezicht waarin onderwerpen aan bod komen zoals bedoeld in artikel 10 lid 6 onder a., b. of c., zijn besloten. 8. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Tenzij anders blijkt in deze statuten, worden besluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Een blanco uitgebrachte stem geldt als een niet uitgebrachte stem. Indien de stemmen staken, wordt het voorstel geplaatst op de agenda van een volgende vergadering van de raad van toezicht. Indien in die tweede vergadering de stemmen opnieuw staken ten aanzien van het voorstel, komt geen besluit tot stand.

Conceptstatuten Stichting BLICK op onderwijs

11

9.

10.

11.

12.

13.

Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. Het besluit wordt alsdan genomen door de overige leden van de raad van toezicht. De aanwezigheid van het betreffende lid telt niet mee voor het bepalen van het quorum. Indien alle leden van de raad van toezicht een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie, wordt het besluit door de raad van toezicht genomen onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. De raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van de raad van toezicht die aan zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van de raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van de raad van toezicht deelnemen, mits dat lid van de raad van toezicht steeds alle andere leden van de raad van toezicht kan verstaan en door die andere leden van de raad van toezicht wordt verstaan.

De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits dit schriftelijk en unaniem geschiedt en alle leden van de raad van toezicht in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van de leden van de raad van toezicht zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. De leden van het college van bestuur wonen de vergaderingen van de raad van toezicht bij, tenzij de raad van toezicht aangeeft zonder het college van bestuur te willen vergaderen. De raad van toezicht zal met inachtneming van deze statuten, een reglement raad van toezicht opstellen waarin aangelegenheden hen intern betreffende, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld.

Boekjaar en jaarstukken Artikel 16 1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanige aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend 3. De stichting houdt niet meer vermogen aan dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van de doelstelling van de stichting. 4. Het college van bestuur stelt jaarlijks een beleidsplan en bijbehorende begroting op voor het komende boekjaar en legt deze voor het einde van het boekjaar ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. Na goedkeuring van de raad van toezicht stelt het college van bestuur het beleidsplan en de begroting vast, doch uiterlijk voor één januari. Het college van bestuur stelt voorts een meerjarenbeleidsplan op, alsmede een bijbehorende meerjarenbegroting. Het beleidsplan geeft inzicht in de door de stichting te verrichten werkzaamheden ter verwezenlijking van haar doelstelling, de wijze van werving van inkomsten, het beheer van het vermogen van de stichting en de besteding daarvan. 5. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit wordt door het college van bestuur een balans en een staat van baten en lasten over

Conceptstatuten Stichting BLICK op onderwijs

12

6. 7.

8.

9. 10.

het afgelopen boekjaar opgemaakt (jaarrekening), welke jaarstukken vergezeld worden van een rapport van een accountant. De accountant wordt door de raad van toezicht benoemd en brengt gelijkelijk aan het college van bestuur en de raad van toezicht verslag uit over zijn bevindingen. Het college van bestuur stelt voorts een bestuursverslag op. Bij het opmaken van het bestuursverslag schenkt het college van bestuur tevens aandacht aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. De jaarstukken als hiervoor bedoeld worden binnen zes maanden na afloop van het boekjaar door het college van bestuur vastgesteld na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. De jaarrekening wordt ten blijke van vaststelling en goedkeuring door alle leden van het college van bestuur en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan. Het college van bestuur is verplicht de in de vorige leden van dit artikel bedoelde bescheiden ten minste zeven jaar te bewaren. De jaarstukken zijn openbaar en worden direct na vaststelling aangeboden aan de gemeenteraden.

Statutenwijziging Artikel 17 1. Het college van bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen met voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. De statuten van de stichting kunnen slechts worden gewijzigd na instemming van de gemeenteraden. 2. Voor het besluit van de raad van toezicht tot het verlenen van voorafgaande goedkeuring is een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen waarin alsdan, mits meer dan de helft van het aantal leden van de raad van toezicht aanwezig is, met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten omtrent een zodanig voorstel kunnen worden genomen. 3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.

Elk lid van het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden. 5. De leden van het college van bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 6. Het hiervoor in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het besluit tot juridische fusie en het besluit tot juridische splitsing. Ontbinding en vereffening Artikel 18 1. Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het besluit van het college van bestuur tot ontbinding is het bepaalde in artikel 17 leden 1,2 en 3 van overeenkomstige toepassing.

Conceptstatuten Stichting BLICK op onderwijs

13

2.

3.

4. 5.

6.

Op basis van de Wpo en Wvo 2020 zijn de gemeenteraden bevoegd de stichting zo nodig te ontbinden, indien sprake is van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de wet. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan, voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". De vereffening geschiedt door het college van bestuur, dan wel door een door het college van bestuur aan te wijzen (rechts)persoon. Een eventueel batig saldo wordt uitgekeerd aan een door het college van bestuur, met goedkeuring van de raad van toezicht aan te wijzen doel. Het liquidatiesaldo dient te worden besteed met inachtneming van het doel van de stichting en de op de stichting toepasselijke onderwijswet- en regelgeving. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar berusten onder een door de vereffenaars aan te wijzen natuurlijk persoon of rechtspersoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven aan het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.

Vrijwaring Artikel 19 1. De stichting stelt iedere persoon die vanwege het feit dat hij lid van het college van bestuur of lid van de raad van toezicht van de stichting is of was, als partij betrokken was of is of als een op diens betrokkenheid als partij uitlopende ontwikkeling aannemelijk is bij een op handen zijnde aanhangige en beëindigde actie of procedure van welke aard dan ook, door of namens de stichting dan wel door derden ingesteld, schadeloos voor alle nadelige financiële gevolgen, daaronder begrepen kosten en boetes, die hij in werkelijkheid en redelijkerwijze heeft moeten dragen in verband met een dergelijke actie of procedure, mits hij heeft gehandeld op een wijze die hij redelijkerwijze kon beschouwen in het belang van of ten minste niet tegen de belangen van de stichting te zijn, tenzij (en voor zover) het doen van ene beroep op deze regeling in strijd zou zijn met de goede trouw. 2. Een schadeloosstelling door de stichting bedoeld in het vorige lid geschiedt na een vaststelling dat een lid van het college van bestuur of het lid van de raad van toezicht voldaan heeft aan de van toepassing zijnde gedragsnorm genoemd in het vorige lid. Slotbepalingen Artikel 20 1. In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met toepasselijke wetgeving, prevaleert die wetgeving. 2.

In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten niet voorzien, beslist het college van bestuur, gehoord de raad van toezicht. ***

Conceptstatuten Stichting BLICK op onderwijs

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16407201/1