2025-12-01 RIB Bijlage 2. Operationeel Bereikbaarheidsplan
Tekst van het document
Zoekvenster Slechts 1 alternatieve route richting Amsterdam beschikbaar 1x per maand geplande stremming
2.2.2. Planning raakvlakprojecten De planning hieronder geeft de periode weer waarin de werkzaamheden van de cruciale raakvlakprojecten voor zowel het wegverkeer als scheepvaart samenvallen met de werkzaamheden aan de Algerabrug. Figuur 7: Planning raakvlakprojecten – De werkzaamheden aan de A27 en BSD ProRail worden alleen in de weekenden uitgevoerd.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 9
2.2.3. Afstemming raakvlakprojecten Voor de volgende raakvlakprojecten is nadere afstemming gewenst: •
Op de A27 staan weekendafsluitingen gepland op het traject Gorinchem - Everdingen. Voor het wegverkeer is het belangrijk om voor goede afstemming te zorgen over de uitvoeringswijze en de uitvoeringsperiode, zodat de weggebruikers niet met extra verkeershinder te maken krijgen.
•
Tijdens de werkzaamheden van ProRail in week 38 worden extra bussen ingezet op de A20. De verwachting is dat er tijdens de afgesloten Algerabrug meer verkeer gebruik maakt van de A20. Afstemming over deze combinatie is gewenst.
•
De werkzaamheden aan de A20 Kethelplein – Kleinpolderplein zorgt voor veel verkeershinder in regio Rotterdam. Daarom zijn de werkzaamheden aan de Algerabrug in de planning pas opgenomen na afronding van de werkzaamheden aan de A20.
•
Er zit overlap tussen de verkeershinder die de werkzaamheden aan de Algerabrug veroorzaken en de verkeershinder die de werkzaamheden aan de Bennebroekerbrug (nabij Zwaanshoek) veroorzaken. De mogelijkheden om van Noord- Holland naar Zuid-Holland te varen zeer zijn dan beperkt. Aan de beheerders van de Bennebroekerbrug (Provincie Noord-Holland) wordt afstemming gezocht om de werkzaamheden aan de Bennebroekerbrug later te starten.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 10
3. Verkeersonderzoek Algerabrug Naar verwachting gaat de afsluiting van de Algerabrug leiden tot grote verkeershinder. Om meer inzicht te krijgen waar in het netwerk de kwetsbare wegen liggen en om inzicht te krijgen in het effect van de in te zetten maatregelen is het verkeerspatroon van de regio geanalyseerd. Om het huidige gebruik van de brug te onderzoeken is gebruik gemaakt van Floating-Car-Data (FCD). Op basis van geanonimiseerde data wordt een beeld verkregen van de herkomst en bestemmingen van de weggebruikers van de brug. Om vervolgens ook te voorspellen waar de knelpunten in het wegennet straks gaan ontstaan wanneer de brug is afgesloten en om te analyseren wat het effect is van in te zetten maatregelen, wordt gebruik gemaakt van het verkeersmodel. De complete knelpuntenanalyse is gedeeld met de stakeholders (gemeenten, provincie, waterschap). In dit Tactisch Bereikbaarheidsplan wordt een selectie uit de knelpuntenanalyse besproken.
3.1
Huidige situatie: Herkomst- en bestemmingsanalyse
Met behulp van Floating-Car-Data is een analyse gemaakt van de herkomst en de bestemmingen van het wegverkeer dat gebruik maakt van de Algerabrug. Dit staat weergegeven in figuur 15.
Figuur 8: Herkomst en bestemmingen van het wegverkeer op de Algerabrug
Uit de analyse blijkt dat het verkeer op de Algerabrug veelal lokaal is. Veel herkomsten (meer dan 80%) en bestemmingen (ronde de 90%) liggen op minder dan 15 kilometer afstand van de brug. De brug faciliteert verplaatsingen tussen met name Rotterdam en de Krimpenerwaard. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de potentie om op een alternatieve manier te verplaatsen, bijvoorbeeld per fiets of met de bus/metro, groot is. Er is in de situatie waarbij de brug functioneel is, geen relatie met de omgeving Gouda.
3.2
Analyse met verkeersmodel
Voor de analyses is gebruik gemaakt van het bestaande verkeersmodel ‘Van Brienenoordbrug (VBB)’. Dit verkeersmodel is gebaseerd op het model van het V-MRDH 2030 en het NRM 2030 en wordt regelmatig toegepast in de regio voor verkeerskundige vraagstukken, zoals bij de projecten: de Van Brienenoordbrug en Project Tunnelrenovaties Zuid-Holland (PTZ).
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 11
Het verkeersmodel bevat een statisch en een dynamisch onderdeel. In het statische (macroscopisch) model wordt het verkeer statisch toegedeeld aan het netwerk. Hierbij worden de intensiteiten van wegen voorspelt en vergeleken met de capaciteit van de weg, maar er wordt geen rekening gehouden met bijvoorbeeld de terugslag van files op de wegen. De output van het model zegt iets over de drukte in een gemiddeld spitsuur. Het dynamische deel (mesoscopisch) deelt het verkeer toe aan het netwerk per kwartier. Er worden geen individuele voertuigen gesimuleerd, maar er wordt wel rekening gehouden met capaciteitsrestricties in het netwerk waardoor ook wachtrijopbouw gesimuleerd kan worden. De output van het model geeft meer realistische reistijden op specifieke routes. Voor een betere toepasbaarheid van het model zijn in overleg met de omgevingspartners enkele verfijningen doorgevoerd. Zo zijn routes die mogelijk gebruikt gaan worden als sluiproute zijn aan het netwerk van het verkeersmodel toegevoegd. De inrichting van kruispunten en rotondes is verfijnd en de veerpont tussen Gouderak-Moordrecht is toegevoegd. Voor de overige veerponten wordt binnen het dynamische model gemodelleerd dat de voertuigen in pelotons vanaf de veerponten komen aanrijden.
3.3
Scenario’s
In de fase van het Tactisch Bereikbaarheidsplan zijn drie scenario’s doorgerekend. Het doel van deze analyses is om een realistisch beeld te krijgen van de verkeersoverlast die verwacht wordt tijdens de werkzaamheden aan de Algerabrug, wanneer de hoofdrijbaan is gesloten. Hierdoor wordt de daadwerkelijke hinder die weggebruikers mogen verwachten inzichtelijker. In het referentiescenario (scenario 0), is de situatie gesimuleerd waarin de brug beschikbaar is voor al het verkeer. Verder zijn ook de volgende scenario’s onderzocht: 0. Brug is beschikbaar voor het wegverkeer (referentiescenario) 1. Afsluiting van de Algerabrug: In dit scenario zijn de directe effecten zichtbaar wanneer de brug gesloten is. 2. Afsluiting van de Algerabrug en 15% van het reguliere verkeer verdampt: De 15% verdamping betreft een ervaringscijfer – bij eerdere projecten is aangetoond dat een deel van het verkeer zelfstandig op zoek gaat naar alternatieven. Dit scenario geeft een beeld van de feitelijke situatie, wanneer er verder geen extra maatregelen worden ingezet. 3. Afsluiting van de Algerabrug, 15% verdamping en nog eens 15% minder verkeer: Vanwege de inzet van maatregelen vanuit Slim Reizen (verkeersmanagement, mobiliteitsmanagement en communicatie) wordt er nog eens een extra 15% verdamping verwacht.
In dit scenario wordt de feitelijke situatie buiten geschetst bij het maximaal inzetten van maatregelen. 3.3.1 Scenario 1: Afsluiting van de Algerabrug Figuur 9 toont aan wat het effect is wanneer de Algerabrug wordt afgesloten: • Het grootste effect is zichtbaar op de route A20–Gouda–N207–Bergambacht–N210. • Op grotere afstand van de brug is hetzelfde effect zichtbaar: A12–Woerden–N204–Lopik–N210. • Ook op de A27 Merwedebrug en op de A12 nabij Zoetermeer is een beperkte toename te zien. Afname van het verkeer wordt gezien bij: • De hoofdroutes in Capelle aan den IJssel richting de Algerabrug • Op de A16 Van Brienenoordbrug • In Rotterdam Centrum en Rotterdam Zuid.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 12
Figuur 9: Scenario 1 ten opzichte van het referentiescenario
3.3.2 Scenario 2: Afsluiting van de Algerabrug + 15% verdamping van het verkeer In dit scenario is de verkeershinder die realistisch verwacht mag worden wanneer de Algerabrug wordt afgesloten. In dit scenario kiest 15% van het verkeer dat normaal een verplaatsing maakt over de Algerabrug nu ervoor om die verplaatsing niet te maken. De gedachte hierachter is, dat sommige reizigers in staat zijn om andere keuzes te maken, doordat de extra reistijd deze reizigers afschrikt. Voorbeelden hiervan zijn thuiswerken, het kiezen voor een ander vervoerwijze zoals de fiets, of om bijvoorbeeld niet op familiebezoek te gaan gedurende de zes weken dat de brug is afgesloten. De analyses zijn uitgevoerd met het statische en dynamische model. Met het statische model is inzicht verkregen in de I/C-verhoudingen. Het dynamische model geeft aan waar in het netwerk de knelpunten ontstaan en hoeveel extra reistijd de weggebruikers mogen verwachten op vooraf bepaalde routes. In figuur 10 staat getoond waar nieuwe knelpunten verwacht mogen worden.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 13
Figuur 10: Knelpunten scenario 2
In het wegennetwerk zijn drie type knelpunten te onderscheiden; Type 1 zijn locaties waar ook zonder werkzaamheden al sprake is van een knelpunt, maar dit knelpunt wordt vergroot door de werkzaamheden aan de Algerabrug. De I/C- waarde is > 0.9. Voorbeelden van dit type knelpunten zijn: • De A27 Merwedebrug; • De A12 tussen Woerden en Gouda; • De A12 ten westen van Zoetermeer. Type 2 zijn knelpunten waar het veel drukker wordt door de geplande werkzaamheden. De I/C kent een toename van meer dan 0.1. Voorbeelden van dit type knelpunt zijn: • De route tussen Gouda, Moordrecht en Nieuwekerk aan den IJssel; • De kleinere wegen in de Krimpenerwaard; • De route naar Krimpen aan de Lek; • De routes richting provincie Utrecht via de N210 tot IJsselstein, de Lekdijk Oost en de N204. Type 3 zijn de locaties waar de grootste knelpunten verwacht kunnen worden door de geplande werkzaamheden. Hier is zowel sprake van een forse toename van het verkeer, als sprake van een I/C verhouding groter dan 0.9. Voorbeelden van dit type knelpunt zijn: • De N210 tussen Krimpen aan den IJssel en Bergambacht; • De N207 tussen Bergambacht en Gouda; • De route van Gouda via de N207/N457 tot de A20; • De A20 nabij Rotterdam Alexander.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 14
Voor de avondspits is er in figuur 11 een overzicht gemaakt van de te verwachten knelpunten. Vanwege de problemen op deze knelpunten heeft de reiziger hinder van extra reistijd. Door deze knelpunten aan te pakken wordt de reistijd op de trajecten verbeterd.
Figuur 11: Knelpunten avondspits
Extra reistijden De omvang van de vertragingen is fors. In figuur 11 staat ter illustratie de extra reistijd weergegeven die voorspeld wordt in de avondspits voor het verkeer dat vanuit Rotterdam/Capelle terug wil richting Krimpen aan den IJssel. De geprojecteerde extra reistijd is opgebouwd uit twee componenten: de extra reistijd vanwege het omrijden en de extra reistijd vanwege vertraging door drukte op de weg (congestie). Per route kunnen de volgende conclusies getrokken worden: 1. Route 1: de extra reistijd ten noorden van Rotterdam is in de ochtend- en avondspits nihil 2. Route 2: op de omleidingsroute via A20 – Gouda – N207 – Bergambacht – N210 – Krimpen is de extra reistijd fors en varieert tussen de 42 en de 100 minuten extra reistijd. In veel gevallen zal de extra reistijd langer dan 1 uur bedragen. 3. Route 3: omrijden via Rotterdam Zuid en gebruik maken van de veerpont tussen Kinderdijk en Krimpen aan de Lek is in geen enkele situatie een reëel alternatief. 4. Route 4: tussen Gouda, Moordrecht en Nieuwekerk aan den IJssel wordt veel verkeersdrukte verwacht met een extra reistijd variërend van 30-60 minuten. 5. Route 5: Het wordt iets drukker op de A20 tussen Gouda en Rotterdam, maar alleen in de avondspits wordt er circa 20 minuten extra reistijd verwacht.
Figuur 12: Extra reistijd in avondspits In alle drie de scenario’s ontstaat er congestie bij de wegen leidend naar de veerponten rondom Kinderdijk.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 15
3.3.3 Scenario 3: Afsluiting Algerabrug, 15% verdamping en 15% Slim Reizen In dit scenario is gesimuleerd wat het effect is wanneer naast de 15% verdamping, ook nog eens 15% extra verkeer verdampt en wordt verleid om andere keuzes te maken door de inzet van Slim Reizen maatregelen. In Figuur 13 staat dit resultaat gepresenteerd. • Op de omleidingsroute A20 – Gouda – N207 – Bergambacht – N210 – Krimpen blijft het even druk als in de eerdere scenario’s. • Verder valt het op dat het in de regio Capelle/Rotterdam wat rustiger wordt. Hier worden geen nieuwe knelpunten verwacht. • Er is vrijwel geen toename op de grotere omleidingsroute A12 – Woerden – N204 – Lopik – N210 of op de A27 Merwedebrug te zien. Met de maximale inzet van Slim Reizen maatregelen worden de knelpunten verder weg van de Algerabrug opgelost.
Figuur 13: Toe- en afname verkeersintensiteit
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 16
Extra Reistijden bij scenario 3 In de resultaten van het dynamisch verkeersmodel (figuur 14) is te zien dat tijdens de spitsuren het effect op de reistijden beperkt is. Ook met 30% reductie van het verkeer blijft het druk op de alternatieve routes van de Algerabrug. Op omleidingsroute 2 (van Krimpen via Bergambacht en Gouda na Capelle) is het grootste effect te zien: de reistijd loopt terug van 100 minuten extra reistijd tot 86 minuten extra reistijd. Dit verschil geeft aan dat de maatregelen voor een substantieel effect zorgen, maar het geeft ook aan dat met het maximaal inzetten van de maatregelen niet alle verkeersknelpunten worden opgelost. Ook in dit scenario is de verwachte extra reistijd meer dan 60 minuten.
Figuur 14: Reistijden in de avondspits bij 15% en 30% verdamping
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 17
4. Hinderopgave Om de verkeershinder die de werkzaamheden aan de Algerabrug veroorzaken aan te pakken is het van belang dat de totale hinderopgave wordt vastgesteld. De totale hinderopgave geeft een beeld welke adequate maatregelen en budget er noodzakelijk zijn. De hinderopgave is vastgesteld op basis van de Werkwijzer Hinderaanpak van Rijkswaterstaat.
4.1
Hindercategorie
Allereerst wordt de hindercategorie (zonder aanvullende maatregelen) vastgesteld. De hindercategorie is een beoordelingskader om de hinderopgave vast te stellen en te kwantificeren. De hindercategorie wordt vastgesteld door te kijken naar de hoeveelheid weggebruikers die beïnvloed worden door de werkzaamheden. Voor de werkzaamheden aan de Algerabrug kunnen de volgende conclusies worden getrokken: • Het aantal gehinderde voor het wegverkeer door de werkzaamheden aan de Algerabrug wordt geschat op ongeveer 43.000 per etmaal op een gemiddelde dag. Op werkdagen in september groeit dit aantal tot 47.000. • De duur voor de hinder van het wegverkeer wordt ingeschat op zes weken. • Het aantal gehinderde weggebruikers is > 2.000.000. De te verwachten hinder per persoon is zeer groot. Wanneer automobilisten ervoor kiezen om een alternatieve route te nemen, dan is de omrijdtijd minimaal 30 minuten. De Mobiliteitsscan toont aan dat het wegennetwerk overbelast raakt en dat men rekening moet houden met aanvullende reistijd van circa 30 minuten. Gehinderde hebben rekening te houden met een toename aan reistijd van een uur.
• Naast de direct gehinderde (mensen die over de Algerabrug willen rijden, maar nu omrijden, of vertraging ondervinden) mag verwacht worden dat ook de automobilisten in de omgeving van de Algerabrug vertraging ondervinden, ook wanneer men de brug niet hoeft te passeren (straal van circa 15 kilometer). Dit zijn de indirect gehinderde. • In het brede wegennetwerk (A16 Van Brienenoordbrug, A27 Merwedebrug, A20 RotterdamUtrecht) is het effect van de afsluiting van de brug merkbaar en mag enige hinder verwacht worden. • De hinder voor de hoge scheepvaart (> 8,5m NAP) is fors gedurende 12 weken, aangezien het niet mogelijk is voor de hoge scheepvaart om onder de Algerabrug te passeren. Hiermee valt de te verwachten hinder in hinderklasse 4 (stremming vaarverkeer), categorie D (> 2 dagen hinder). Conclusies: 1. De hindercategorie voor het wegverkeer komt uit op niveau ‘A’. Het aantal gehinderde tijdens de werkzaamheden is aanzienlijk met meer dan 1.000.000 reizigers en er is sprake van zeer grote hinder (tot 60 minuten extra reistijd). 2. De hindercategorie voor de hoge scheepvaart komt uit op hinderklasse 4, categorie D (> 2 dagen hinder).
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 18
4.2
Hinderopgave
Zonder aanvullende maatregelen is de hinder voor de omgeving groot. Verschillende gebruikersgroepen ervaren een hinder die onacceptabel is voor de omgeving. De opgave per gebruikersgroep luidt als volgt: • Als eerste komen de nood- en hulpdiensten in beeld. Zij kunnen met de geprognosticeerde hinder niet voldoen aan de wettelijke taken. Met deze partijen moet naar maatwerkoplossingen worden gezocht zodat de wettelijke taken uitgevoerd kunnen blijven worden tijdens de werkzaamheden. • Ook voor de Witte Kolom geldt dat er maatwerk nodig is. Per doelgroep uit de Witte Kolom moet afgewogen worden welke alternatieven beschikbaar zijn. • Voetgangers en fietsers kunnen gebruik maken van de tijdelijke voetgangers- en fietsersbrug. • Het openbaar vervoer kan tijdens het onderhoud geen gebruik maken van de Algerabrug. Met de partijen moet gezocht worden naar een acceptabel alternatief, bijvoorbeeld door openbaar vervoer aan te bieden tot de brug, waarbij de brug te voet of te fiets kan worden overgestoken. • Het wegverkeer kan tijdens het onderhoud gedurende zes weken geen gebruik maken van de Algerabrug. De restcapaciteit in het netwerk is zeer beperkt en het extra verkeer dat op zoek gaat naar alternatieven hindert ook het overige verkeer in het gebied. Met name in de spitsperiodes zijn er geen goede alternatieven beschikbaar.
De opgave voor het wegverkeer is groot, maar verschilt over de tijd van de dag. o Tijdens de ochtend- en avondspits (6 – 10 uur en van 15-19 uur) moet voor 80% van het verkeer een alternatief gevonden worden (niet reizen, alternatief vervoer via fiets, te voet of het openbaar vervoer). o Tijdens de dalperiode (10 -15 uur) moet voor 40% van het verkeer een alternatief geboden worden. o Tijdens de avond (19 – 23 uur) moet voor 20% van het verkeer een alternatief geboden worden. o Tijdens de nacht (23 – 6 uur) is er voldoende restruimte in het netwerk en kan het aanwezige verkeer gebruik maken van de beschikbare omleidingsroutes. •
De hinderopgave voor de hoge scheepvaart is groot. Gedurende maximaal 12 weken is geen scheepvaartverkeer > 8,5m NAP mogelijk. In gesprek met de sector moet gezocht worden naar alternatieven.
De opgave is groot, derhalve is breed pakket aan maatregelen, gericht op verkeersmanagement, mobiliteitsmanagement en communicatie nodig om de opgave te verminderen. In hoofdstuk 5 staat het concept maatregelplan uitgewerkt. In het hoofdstuk staat beschreven hoe gezamenlijke met alle betrokkenen partijen er wordt gekomen tot een definitieve set aan maatregelen.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 19
5. Maatregelen en voorzieningen Tijdens de werkzaamheden is de hoofdrijbaan van de Algerabrug gedurende maximaal 6 weken afgesloten. De hinderopgave is groot en daarom is het noodzakelijk om voorzieningen te treffen en maatregelen in te zetten. De voorzieningen betreffen activiteiten die worden ingezet, zodat reizigers andere keuzes kunnen maken. Voorbeelden van type voorzieningen zijn het realiseren van een extra fietsenstalling, het inrichten van een tijdelijke bushalte, de inzet van extra waterverbindingen of het verbeteren van het fietsnetwerk. Een voorziening die ingezet gaat worden tijdens de werkzaamheden betreft een tijdelijke voetgangers- en fietsbrug (zie paragraaf 5.1). Het voorliggende Tactische Bereikbaarheidsplan zet in op het Slim Reizen: de maatregelen en voorzieningen die nodig zijn om de verkeershinder te minimaliseren (zie figuur 15). Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen verkeersmanagement, mobiliteitsmanagement en communicatie. Verder zijn de uitgangspunten: de gekozen planning en uitvoeringswijze, die staan namelijk vast.
Figuur 15: Slim Plannen, Slim Bouwen en Slim Reizen
Aanvullend wordt een breed maatregelpakket ingezet waarmee de verkeershinder voor de gebruikers van de Algerabrug en de omgeving wordt geminimaliseerd. Deze aanpak is uitgewerkt in samenwerking met de regionale partners (gemeenten, provincie, wegbeheerder RWS en waterschap) met input van Zuid-Holland Bereikbaar.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 20
5.1
Tijdelijke voetgangers- en fietsbrug
Tijdens de werkzaamheden aan de Algerabrug wordt een tijdelijke voetgangers- en fietsbrug geplaatst om de huidige capaciteit van de brug voor fietsers en voetgangers te behouden. De brug gaat over de sluiskolk en de Ketensedijk (zie figuur 16). De tijdelijke brug moet verder aansluiten op de bestaande fietsinfrastructuur. Het beloopbare gedeelte op de brug loopt parallel aan het fietsgedeelte. Via een nieuw aan te leggen trap wordt de verbinding naar de Ketensedijk gerealiseerd. De tijdelijke voetgangers- en fietsbrug is dus bedoeld voor de huidige gebruikers van de Algerabrug (voetgangers en fietsers). Bovendien fungeert de tijdelijke brug als een alternatief voor een deel van de automobilisten die tijdens de werkzaamheden geen gebruik kunnen maken van de Algerabrug en daardoor overstappen op de fiets of over de brug lopen. De tijdelijk voetgangers- en fietsbrug moet aan de vigerende wet- en regelgeving voldoen om de veiligheid te borgen. Specifieke aandacht moet daarbij gegeven worden aan: • Constructieve veiligheid (o.a. dragende constructie en ondersteuning) • Verkeersveiligheid (o.a. overgangsconstructies en zichtlijnen) • Sociale veiligheid (o.a. verlichting)
Figuur 16: Schematische weergave fietsverbinding
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 21
5.2
Inzet op Integrale Bereikbaarheid
Om te komen tot een integraal bereikbaarheidsplan met een set aan maatregelen, vindt er overleg plaats in verschillende werkgroepen. De maatregelen worden echter wel in samenhang beschouwd in het integrale omgevingsoverleg.
Figuur 17: Integrale Bereikbaarheid
Verkeersmanagement In het verkeersmanagementoverleg hebben de verschillende wegbeheerders zitting. Naast de gemeenten Capelle aan den IJssel, Krimpenerwaard, Krimpen aan den IJssel, Zuidplas, Rotterdam en Gouda, de Provincie Zuid-Holland, Rijkswaterstaat en het Waterschap HHSK neemt ook Zuid-Holland Bereikbaar (ZHB) deel aan deze overleggen. Het doel van dit overleg is een nadere uitwerking van de beoogde voorzieningen en maatregelen. In dit overleg wordt naast de verkeersmanagementmaatregelen (omleidingsroutes, anders instellen VRI’s, incident management, infrastructurele aanpassingen) ook verkend welke aanpassingen er nodig zijn voor het openbaar vervoer, de fiets en het vervoer over water (waterbus en pontveren). Prio- 1 In het Prio-1 overleg is samen met de nood- en hulpdiensten geïnventariseerd waar de problemen en de knelpunten verwacht mogen worden en welke maatregelen nodig zijn zodat de nood- en hulpdiensten haar wettelijke taken kunnen verrichten.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 22
Witte Kolom Met de Witte-Kolom zijn gesprekken gevoerd met stakeholders zoals de penitentiaire inrichting (PI), apothekers, kraamzorg en andere soortgelijke partijen. De focus ligt op de knelpunten die ontstaan voor de diensten die de desbetreffende partijen leveren en de oplossingen daarvoor. Woon-werk verkeer van deze doelgroep valt hier niet onder. Raakvlakken Vanuit Raakvlakken wordt gemonitord in hoeverre er conflicten ontstaan met andere werkzaamheden op de weg of vaarweg. In paragraaf 2.2 staan de reeds bekende raakvlakprojecten benoemd. Eventuele wijzigingen in de planning worden hierin besproken en opgepakt. Nautische sector Met de Nautische sector wordt in een aparte werkgroep verkend welke maatregelen noodzakelijk zijn voor de hoge scheepvaart (>8,5m NAP). Openbaar Vervoer In de werkgroep Openbaar Vervoer wordt gesproken met de partijen die momenteel diensten leveren. Dit zijn de RET en Qbuzz. Met deze partijen is verkend wat nodig is om de bestaande lijnen operationeel te houden tijdens de brugsluiting en is verkend welke kansen er liggen om extra diensten aan te bieden om een alternatief te bieden voor huidige weggebruikers. In figuur 18 zijn de buslijnen te zien die in een reguliere situatie rijden.
Figuur 18: Overzicht huidige buslijnen
Mobiliteitsmanagement Voor de inzet van het Mobiliteitsmanagement wordt onder andere gebruik gemaakt van de kennis en het netwerk van Zuid-Holland Bereikbaar. Op voorhand worden drie gebruikersgroepen erkend en gebruikt in het uitwerken van de aanpakken: a. Reizigers (woonwijken en publiekstrekkers) b. Werkgevers (forensen en werkgebieden) c. Logistiek
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 23
Met deze aanpakken wordt beoogd om interventies te plegen en de reizigers aan te zetten tot gewenst gedrag, waarbij voor weggebruikers de volgende kansen worden gezien voor: • Het niet maken van een (auto)rit, omdat er wordt thuisgewerkt/ gewerkt op een andere locatie • Alternatief vervoer (fiets, OV en wellicht ook deelmobiliteit) Het spitsmijden, oftewel op andere tijden reizen met de auto wordt als minder kansrijk gezien, aangezien ook in de daluren is er immers een grote verkeershinder is voor de regio. Verder is het uitgangspunt dat omrijden niet wordt gestimuleerd, omdat er een beperkte restcapaciteit zit in het wegennetwerk. Communicatie De communicatie wordt als overkoepelend instrument gezien, waarbij er onderscheid gemaakt wordt in verschillende vormen van communicatie: • De aannemer verzorgt de bouw- en verkeerscommunicatie (gele bordjes, omleidingen) • Het project verzorgt de hindercommunicatie naar het publiek • ZHB communiceert over het gebruik van voorzieningen en alternatieven naar reizigers. Vervoer over water In de omgeving van de Algerabrug is vervoer over water ook mogelijk. De huidige veerdiensten kunnen een rol spelen in verminderen van de hinderopgave. Door in te zetten op vervoer over water kan een deel van de reizigers de Hollandse IJssel oversteken door gebruik te maken van de huidige veerdiensten.
Er kan hierbij tevens gekeken worden naar het verhogen van de frequentie en het toevoegen van extra stations of routes op de huidige waterroutes. De volgende huidige veerdiensten, waterbussen en routes kunnen een interessant bijdrage leveren in het verder uitwerken van deze maatregel: • Veerdienst Gouderak – Moordrecht. • Waterbus lijnen 20 en 21 : Rotterdam – Dordrecht Merwekade.
5.3
Kansrijke Maatregelen
Uitgangspunten • Dit is een eerste inventarisatie van maatregelen die kansrijk worden geacht. Er is nog niet gekeken naar de haalbaarheid van de maatregelen en het is dus ook niet zeker of alle maatregelen ook daadwerkelijk uitgevoerd gaan worden. Dit gebeurt in de volgende fase waar de kansrijke maatregelen verkend en onderzocht worden om in november samen met de regionale partners tot een definitieve set in te zetten maatregelen te komen. • Samen met de regionale partners zijn kansrijke maatregelen verkend om in te zetten vanuit Slim Reizen (zie figuur22). Overkoepelend wordt ingezet op actuele reis- en routeinformatie, waarbij ingezet wordt op fysieke en digitale maatregelen. Er wordt per blok voor verkeersmanagement, mobiliteitsmanagement en communicatie invulling gegeven aan de voorgestelde oplossingsrichtingen. Zowel verkeersmanagement, mobiliteitsmanagement als communicatie richten zich op Reis en routeinformatie. Reis en routeinformatie omvat: • Informatie Slim reizen & ZHB App • Actuele reistijdinfo weg en vaarweg
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 24
• •
Persoonlijk reisadvies MaaS-platform
Figuur 22: Indeling Slim Reizen
5.3.1 Verkeersmanagement Het verkeersmanagement richt zich op drie thema’s: het Incident Management, inzet van Regelscenario’s en Netwerkoptimalisaties. Incident Management Onder Incident Management worden alle acties verstaan die bijdragen aan het sneller oplossen van incidenten tijdens de werkzaamheden. Ook maatregelen om bij te sturen als blijkt dat er extra knelpunten ontstaan vallen onder Incident Management. De volgende maatregelen worden verkend: • Stand-by zetten van bergers op strategische locaties, zowel voor berging van personenauto’s als voor vrachtauto’s/bussen. • Realiseren van slimme doorsteken om aanrijdtijden te verkorten. • Monitoring en bijsturing: o Dagelijkse en wekelijkse overleggen met betrokken partijen om verkeerseffecten te evalueren en zo nodig bij te sturen. o Vooraf opstellen van back-up scenario’s om extra bij te sturen als andere maatregelen niet of onvoldoende werken o App-groep met de betrokken wegbeheerders om elkaar te informeren over de effecten en snel te kunnen schakelen indien nodig. Regelscenario’s Met een regelscenario kunnen DRIP’s (Dynamische Route Informatie Panelen), VRI’s (verkeersregelinstallaties) en tekstkarren worden aangestuurd op basis van het actuele verkeersaanbod, zodat bij grote drukte het verkeer kan worden omgeleid over het netwerk om de knelpunten te verlichten.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 25
Ook via informatie via navigatiesystemen kunnen weggebruikers persoonlijke reisinformatie krijgen. De volgende maatregelen worden verkend: • Regelscenario’s waarin zowel voor primair en secundair1 verkeer, maatregelen worden opgenomen. • Inzet van tekstkarren op locaties waar geen DRIP’s aanwezig zijn. • Aanpassingen in de software van VRI’s om verkeer te doseren of extra groen te geven. • Aanpassing in routekeuze navigatiesystemen om verkeer niet te snel via ongewenste routes om te leiden. Netwerkoptimalisaties Netwerkoptimalisaties zijn (tijdelijke) infrastructurele maatregelen om de doorstroming en/of verkeersveiligheid tijdens de werkzaamheden te verbeteren. Bij de netwerkoptimalisaties is er een onderscheid tussen de maatregelen voor gemotoriseerd verkeer, (brom)fietsers en openbaar vervoer. Voor gemotoriseerd verkeer worden de volgende maatregelen verkend: • Toeritdosering plaatsen op extra toeritten richting de snelweg. • De toeritdoseerinstallatie (TDI) bij toerit Moordrecht (opnieuw) activeren en inrichten.
• Bussluis N210 openzetten voor hulpdiensten en/of overig verkeer • Wijzigen rijstrookindeling op kruispunten • Aanpassen kruispunt en/ of rotonde (tijdelijk/permanent) • Het fysiek afsluiten van wegen om sluipverkeer te ontmoedigen, in combinatie met een ontheffing voor bestemmingsverkeer, waaronder op de volgende locaties: o IJsseldijk in Krimpen aan den IJssel o Benedenheulseweg in Bergambacht o Parallelwegen langs N207, N210 en N219 Om het gebruik van de fiets te stimuleren, worden onderstaande maatregelen verkend: • Verbeteren verkeersveiligheid huidige fietsroutes op de volgende trajecten: o Tussen de Algerabrug en metrostation Capelsebrug o Tussen Krimpen aan den IJssel en Gouda o Door Krimpenerwaard • De inzet van verkeersregelaars op rotondes waar fietsers geen voorrang hebben, zodat fietsers veilig en snel kunnen oversteken. • Het toepassen van fietsprioriteit bij verkeerslichten, zodat fietsers een kortere wachttijd hebben. • Aanbieden deelfietsen bij metro Capelsebrug, HUB Capelle, Waterbushalte Stormpolder. De maatregel ondersteunt de inzet van het mobiliteitsmanagement. Doordat het wegennet overbelast raakt gedurende de werkzaamheden aan de Algerabrug kan het OV hier ook verkeershinder van ondervinden. Hiermee moet rekening gehouden worden bij het toepassen van de maatregelen voor het OV.
Voor het Openbaar Vervoer (weg) worden de volgende maatregelen verkend: • Opknippen bestaande OV-lijnen in combinatie met: o Inrichten HUB Capelle aan den IJssel met nieuwe eindhalte: overstappunt voor de bus/fiets richting metrohalte Capelsebrug. Inclusief voorzieningen (lift, wachtvoorziening, rustruimte chauffeurs). o Inrichten HUB Krimpen aan den IJssel inclusief nieuwe eindhalte: overstappunt bus/fiets richting Krimpenerwaard. 1 Secundair verkeer is verkeer dat niet over de Algerabrug rijdt, maar wel last heeft van de verkeersdrukte, zoals
verkeer op de A20 tussen Rotterdam en Gouda.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 26
• •
Shuttle tussen metrohalte Capelsebrug en nieuw in te richten HUB aan noordzijde Algerabrug. Extra bussen richting Stormpolder, inclusief nieuwe bushalte bij Stormpolder.
Voor het Openbaar Vervoer over water worden de volgende maatregelen verkend: • Verhogen frequentie Waterbuslijn 20 Rotterdam- Dordrecht. • Nieuwe waterbuslijn tussen Krimpen Stormpolder en Rotterdam Pieklaan (op loopafstand van station Rotterdam Zuid) • Inzet extra ponten op de verbindingen: o Lekkerkerk – Nieuw Lekkerkerk o Krimpen aan de Lek – Kinderdijk o Bergambacht – Streefkerk o Fietspont Ouderkerk aan den IJssel – Nieuwerkerk aan den IJssel • Verkennen mogelijkheden extra verbinding over het water tussen Krimpen aan den IJssel en Gouda • (Extra) autoveren uitsluitend inzetten voor (brom)fietsers en voetgangers. • De huidige veerpont bij Kinderdijk alleen beschikbaar stellen voor actieve mobiliteit om congestie van wegverkeer te voorkomen en verkeersveilige situatie voor fietsers te waarborgen. • Verkennen of er nog veerstoepen beschikbaar zijn die tijdelijk ingezet kunnen worden tijdens de werkzaamheden. 5.3.2 Prio 1 en Witte Kolom De afstemming met de nood- en huldiensten vindt plaats in het Prio-1 overleg en kent haar eigen besluitvorming. Met de vertegenwoordigers van de ‘witte kolom’ worden aanvullende afspraken gemaakt over de inzet van maatregelen. De maatregelen worden in dit document benoemd om de raakvlakken te bewaken naar het verkeers- en mobiliteitsmanagement.
Het betreft bijvoorbeeld maatregelen zoals: • Doorgang nood- en hulpdiensten • Voorzieningen nood- en hulpdiensten • Burenhulp vanuit Hollands Midden • Berger standby, ook voor zware voertuigen • Inrichten extra posten • Afspraken met specifieke doelgroepen zoals de PI, de kraamzorg of de apothekers • Afspraken over het verzorgingsgebied • Tijdelijke aftakking wisselstrook Krimpense kant voor nood- en hulpdiensten 5.3.3 Mobiliteitsmanagement Het doel van de inzet van mobiliteitsmanagement is een gedragsverandering bewerkstelligen. Om het gedrag daadwerkelijk aan te passen zijn voorzieningen nodig. Deze voorzieningen staan uitgewerkt in paragraaf 5.3.1 - Netwerkoptimalisaties. Aanvullend worden gedragsmaatregelen ingezet. Het uitwerken van de gewenste maatregelen vindt plaats vanuit Zuid-Holland Bereikbaar. De aanpak is gericht op het minder reizen, het helemaal niet maken van een reis (denk aan thuiswerken), op andere tijden reizen (spitsmijden) of is gericht op andere manieren van reizen (denk aan fiets, OV, deelmobiliteit). Gedragsmaatregelen worden ook wel interventies genoemd. Het betreft een afgewogen set van aanbod en communicatie om een reiziger aan te zetten tot ander reisgedrag. De gedragsmaatregelen worden overigens veelal gecombineerd met nieuwe voorzieningen om deze ook optimaal te laten gebruiken.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 27
Deze aanpak bevat de volgende deelaanpakken: • Reizigers (woonwijken en publiekstrekkers) • Werkgevers (forensen en werkgebieden) • Logistiek • Communicatie Reizigersaanpak (bewoners en bezoekers) Deze reizigersaanpak valt uiteen in een bewonersaanpak en bezoekersaanpak. De aanpak is erop gericht om reizigers enerzijds te informeren over de op handen zijnde werkzaamheden en anderzijds te bewegen reisgedrag daarop aan te passen. We richten ons met de bewonersaanpak primair op inwoners van woonwijken (herkomst) die met regelmaat verplaatsingen hebben over de Algerabrug met een bepaald doel (motief). Met de bezoekersaanpak richten we ons op zowel de bezoekers van locaties, instellingen en evenementen alsook op deze organisaties zelf. Mobiliteitsadviseur reizigersaanpak Een adviseur reizigersaanpak gaat in gesprek met publiekstrekkers, sportverenigingen, wijkraden en bewoners om samen met hen te zorgen dat de hinder beperkt wordt. In de beginfase worden behoefte gepeild en bedachte oplossingen getoetst. Acties Enkele voorbeelden van acties passend bij de reizigersaanpak. Deze worden in samenspraak met de opdrachtgever en omliggende gemeenten opgepakt. Informatieverstrekking op weekmarkten Op de weekmarkten in Krimpen aan den IJssel zal met een informatiestand uitleg woorden gegeven over de werkzaamheden en de impact daarvan voor de omwonenden.
Fietsstimulering Deze bestaat uit twee delen: • Inzet van kortingsregeling voor aanschaf fiets, of een huurregeling; • Ludieke acties; Bij omleidingsroutes, drukke kruispunten of publiekstrekkers zoals winkelcentra kunnen kleine acties worden gedaan om de fietser te belonen. Stimulering Openbaar Vervoer Gebruik van het ov stimuleren met korting of vrijkaartjes voor de RET, Waterbus en NS. Inzet Slim Reizen Challenge Zuid Holland Bereikbaar heeft vanuit andere projecten een goede basis van zo’n 20.000 gebruikers gecreëerd van de Slim Reizen App. Naast de nieuw te werven gebruikers in het gebied worden deze gebruikers gestimuleerd om niet of anders te reizen ten tijde van de werkzaamheden. Communicatie Toolkit Een algehele en brede toolkit wordt ontwikkeld als ondersteuning bij de uitrol van de aanpak op de diverse doelgroepen.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 28
Werkgeversaanpak Deze aanpak zoomt in op de impact van de werkzaamheden op woon-werkverkeer. ZHB plant bij voorkeur vroeg in het proces ronde tafelgesprekken met het bedrijfsleven om te informeren en op te halen. Welke behoefte hebben bedrijven, waar zijn ze mee geholpen. De te onderscheiden doelgroepen binnen de bedrijvenaanpak zijn: • Bedrijven in nabije omgeving Algerabrug aan de zijde van Capelle • Bedrijven in nabije omgeving Algerabrug Krimpense zijde Bedrijven in de nabije omgeving Vanuit de werkgeversbenadering Rotterdam en omgeving is al een flink deel van de bedrijven in beeld bij Zuid-Holland Bereikbaar. Veel bedrijven in Capelle, Krimpen, Stormpolder, Rotterdam en omliggende gebieden zijn sterk autoafhankelijk, mede door het type werkzaamheden, werktijden en locatie. Hoewel er alternatieve verbindingen bestaan, zoals de Waterbus, regionale fietsroutes en OV-verbindingen, is het mobiliteitsaanbod versnipperd en onvoldoende aantrekkelijk als samenhangend alternatief. Binnen een straal van 15 kilometer bevinden zich bovendien veel grote zorginstellingen, onderwijsinstellingen en overheden, waaronder de gemeenten Krimpen aan den IJssel en Capelle aan den IJssel zelf als werkgevers. Deze concentratie van publieke en maatschappelijke organisaties versterkt de noodzaak én de kans om gezamenlijk te werken aan duurzame mobiliteitsoplossingen.
Mobiliteitsadviseur Werkgevers Er wordt ingezet op een mobiliteitsadviseur die bedrijven in de buurt en regio benadert over maatregelen die het woon-werkverkeer verduurzamen. Per bedrijf wordt gekeken wat de potentie is voor meer thuiswerken of reizen buiten de spits, of om meer met de fiets te reizen of bijvoorbeeld het openbaar vervoer. Om de potentie per bedrijf in kaart te brengen worden mobiliteitsscans en een enquête aangeboden. Overzicht mobiliteitsmaatregelen Nr. Maatregel Korte omschrijving 1 Niet reizen / Stimuleren van thuiswerken en vakantie tijdens hinderperiode; toolboxen Thuiswerken voor werkgevers. 2 Fietsstimulering & EE-bike als alternatief; inzet van e-bikepool; beloning via Slim Reizen-app. bikes 3 OV-stimulering Kortingsabonnementen RET en NS; P+R-acties met gratis parkeren en OVbewijs. 4 P+R westzijde Capelle Forensen parkeren in Capelle en steken brug over per e-bike naar Krimpen. 5 Waterbus + Waterbus met overstap op (deel)fiets; aansluiting op P+R en tweewieler fietsknooppunten. 6 Deeltweewielers Onderzoek naar tijdelijke/structurele inzet van deelfietsen/-scooters. 7 Collectief vervoer Vanpooling/minibusdiensten vanaf P+R; geschikt voor ploegendiensten. 8 Slim Reizen-app & Persoonlijk advies, gamification en beloning voor duurzaam reisgedrag.
communicatie 9 Verlof & Beloning voor vakantie buiten Krimpenerwaard via ‘Algera vakantieregeling vakantiechallenge’. 10 Persoonlijk reisadvies AI-chatbot met alternatief advies en mogelijkheid tot contact met reiscoach. 11 Kentekencheck Gericht benaderen van doelgroepen met maatregelaanbod via online actiewebsite.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 29
Logistieke aanpak Naast personenauto’s richten we ons met een logistieke aanpak ook op 30% vracht- en bestelverkeer. We gaan gemakshalve uit van 45.000 voertuigen op een gemiddelde dag: • 5% is vrachtverkeer: 2.250 vrachtauto’s • 25% is bestelverkeer: 11.250 bestelauto’s De logistieke sector zal veel van de beschikbare omrijdcapaciteit op het wegennet vragen. Met de kans dat de sector door omrijdkilometers en bijkomende vertraging door extra drukte aanzienlijke overlast, reistijdvertraging en daarmee economische schade zal hebben. Het gewenste gedrag van de logistieke sector in het kader van dit bereikbaarheidsplan is: 1. Minder logistieke bewegingen over het knelpunt plannen (bundelen of uitstellen.) 2. Inrichten van Hub locaties voor o.a. 3. Inzetten van LEV’s om de last mile anders in te richten in combinatie met geschikt watertransport om de oversteek te kunnen maken 4. Inrichten van pakketkluizen 5. Spitsmijden; om de capaciteit op de omleidingsroutes zoveel mogelijk te benutten in de tijdvensters van 24 uur is het mijden van de spitsen belangrijk. De logistieke aanpak De adviseur bepaalt zijn inzet op basis van de uitgevoerde analyse (Lusdata en truckspotting op de Algerabrug). Hierdoor weten we exact welke vrachtwagens of bestelbusjes van welke bedrijven er wanneer over de Algerabrug rijden.
Met deze partijen voert de adviseur gerichte gesprekken om wensen en maatregelen te inventariseren voor ander reisgedrag. Denk hierbij aan andere routes rijden, op andere tijden rijden, combineren van vervoer met anderen, indien mogelijk een tijdelijke modal shift en buiten de hinderperiodes gaan rijden. We onderscheiden de volgende logistieke doelgroepen: • Regionaal verkeer De logistieke bedrijven in de directe omgeving • Doorgaand verkeer Naast het regionale verkeer zijn er goederenstromen die de route gebruiken als corridor om te komen van A naar B en dus geen bestemming hebben in de regio. • Vervoer gevaarlijke stoffen Tijdens de afsluiting moeten deze voertuigen omrijden. We moeten nader bekijken welke eventuele alternatieven hiervoor zijn. Logistiek adviseur Een logistiek adviseur gaat met logistieke bedrijven in gesprek en geeft advies om de impact van de werkzaamheden op het logistieke vervoer inzichtelijk en zo klein mogelijk te maken. Bij bezoek aan een bedrijf zal te allen tijde ook gelijk gekeken worden naar de impact voor werknemers. Deze informatie wordt gedeeld met de mobiliteitsadviseur van de werkgeversaanpak die hiermee aan de slag gaat.
Ronde Tafel Bijeenkomsten Om logistieke partijen goed te informeren over de werkzaamheden, omleidingen en alternatieven organiseert Zuid-Holland Bereikbaar in samenwerking met Rijkswaterstaat en betreffende gemeente een aantal informatiebijeenkomsten. Dan is er ook volop gelegenheid om vragen te stellen. Meer weten over de onderlinge afhankelijkheid tussen de logistieke partijen;
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 30
Gebruik maken van concentratie bedrijven op bedrijventerreinen Er liggen veel kansen bij bedrijventerreinen rondom de Algerabrug. Bedrijven die op dit terrein gelegen zijn, kunnen relatief eenvoudig lading bundelen en eventueel samen investeren in benodigde infrastructuur om gebruik te maken van alternatieven. Communicatie Zuid-Holland Bereikbaar De communicatiestrategie bestaat uit twee onderdelen: het informeren over de hinder en informeren en/of stimuleren van de alternatieven. De focus voor Zuid Holland Bereikbaar zal liggen op het informeren en stimuleren van de alternatieven. Hierin ondersteunt de communicatieaanpak de adviseurs. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor het informeren en communiceren over het project en over de hinder. De communicatie van ZHB zal deze communicatie ondersteunen en versterken (groter bereik). Inschatting van het effect We gaan uit van 45.000 voertuigen op een gemiddelde dag: • 5% is vrachtverkeer: 2.250 vrachtauto’s • 25% is bestelverkeer: 11.250 bestelauto’s • 70% is personenautoverkeer: 31.500 personenauto’s Met Mobiliteitsmanagement richten we ons primair op de 70% personenauto’s. Grove inschatting (op basis van historie) effect mobiliteitsmanagement: 10-15% reductie van verkeersaanbod maximaal = 3.150 – 4.725 ritmijdingen per dag. Naast personenauto’s richten we ons met een logistieke aanpak ook op 30% vracht- en bestelverkeer.
Omdat het hier meer noodzakelijk vervoer betreft verwachten we dat grootste deel zal omrijden. Door de sector optimaal te informeren streven we ernaar de last voor de sector zoveel mogelijk te beperken. We zien vanuit de logistieke aanpak ook mogelijkheden om verkeersbewegingen te beperken en ook hier tot ritmijdingen te komen. 5.3.4 Nautische sector Gedurende 12 weken is de doorgang van de hoge scheepvaart (> 8,5 meter NAP) gestremd. De belangrijkste instrumenten om in te zetten betreft de communicatie over stremming en de beschikbare alternatieve omvaarroutes. De afstemming over de in te zetten maatregelen wordt met de nautische sector besproken. De raakvlakken worden getoetst aan de inzet van de maatregelen uit het bereikbaarheidsplan. 5.3.5 Communicatie De inzet van de communicatiemaatregelen wordt afgestemd met de communicatiemedewerkers van de wegbeheerders en Zuid-Holland Bereikbaar. De raakvlakken worden getoetst aan de inzet van de maatregelen uit het bereikbaarheidsplan. Belangrijk aandachtspunt in de communicatie betreft de inzet op verkeersveiligheid. De inzet richt zich op: • Publiekscampagne RWS en ZHB • Info over oplossingsrichtingen Verkeersmanagement, Prio-1, Witte Kolom, OV, Nautisch en Mobiliteitsmanagement.
Bereikbaarheidsplan Algerabrug
blad 31