CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-11-27 Beantwoording technische vragen SGP Ontwerpbestemmingsplan geluidzone TenneT-locatie

Gemeenteraad 17 december 2025, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Ontwerpbestemmingsplan geluidzone TenneT-locatie1.250 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen SGP | Raadsvoorstel Ontwerpbestemmingsplan geluidzone TenneT-locatie | 27 november 2025 Vraag 1 Op de voorgestelde zonegrens mag de geluidbelasting niet hoger mag zijn dan 50 dB(A). Wat kan dan gezegd worden over de te verwachten geluidbelasting in dB(A) op de gevels van de dichtstbijzijnde woningen? Antwoord vraag 1 In de nieuwe zone liggen alle woningen buiten de geluidzone. Dat betekent dat de geluidbelasting niet hoger mag zijn dan 50 dB(A) (in de vigerende zone zijn er woningen met MTG-waarden van 55 dB(A)). Specifiek zijn voor geluidgevoelige gebouwen, buiten een geluidzone, de volgende waarden van toepassing onder Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.65; of Bruidsschat omgevingsplan artikel 22.63 en tabel 22.3.1):

De nieuwe geluidzone gaat over de kaders: de zone is een afgebakend gebied rondom het industriegebied. De te verwachte geluidbelasting is een gevolg van milieubelastende activiteiten binnen die zone. Het overgangsrecht is van toepassing bij het vaststellen van een aangepaste zone. De verwachte geluidbelasting buiten de zone is daarom afhankelijk van de verdere uitwerking van de nieuwe plannen van TenneT. Voor de verwachting op basis van de ingetrokken vergunningaanvraag verwijzen wij naar figuur 4 op pagina 39 en figuur B op pagina 56 van bijlage 1. Wij verwachten een verder verbeterde situatie vanwege de toegezegde toepassing van bovenwettelijke geluidmaatregelen en doordat de beoogde transformator verder van de woningen af wordt geplaatst. Wij willen daarbij ook benadrukken dat de bepaling van een geluidzone voor een industrieterrein altijd gebeurt zonder toeslag van 5 dB(A) voor tonaal geluid. Dat is in overeenstemming met de Wet geluidhinder (vorige wetgeving) en Besluit kwaliteit leefomgeving onder de Omgevingswet (nieuwe wetgeving). De toeslag van 5 dB(A) wordt wel toegepast bij vergunningverlening voor een bedrijf of voor de toetsing van het geluid door een bedrijf. Voor TenneT, als ‘grote lawaaimaker’, is duidelijk sprake van tonaal geluid.

Dat betekent dus dat bij vergunningverlening of toetsing wel een toeslag geldt van +5dB(A) op de gemeten waarden (andersom gezegd, kunnen we dus stellen dat de zone voor TenneT 5 dB(A) lager ligt). De toeslag geldt alleen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (geldend voor zowel oude wetgeving als de nieuwe omgevingswet inclusief de meet- en rekenmethodes). Vraag 2 Wat is de te verwachten geluidbelasting in dB(A) op de gevels van de dichtstbijzijnde woningen wanneer de groeiruimte van 3 dB gebruikt wordt? Antwoord vraag 2

1 van 3

Zie antwoord vraag 1. Dat blijft betekenen dat geluidbelasting niet hoger mag zijn dan 50 dB(A). De zonegrens van 50 dB(A) is inclusief de 3 dB(A) ontwikkelruimte. Voor de verwachting op basis van de ingetrokken vergunningaanvraag verwijzen wij naar figuur 5 op pagina 40 en figuur C op pagina 57 van bijlage 1. Wij verwachten een verder verbeterede situatie vanwege de toegezegde toepassing van bovenwettelijke geluidmaatregelen en doordat de beoogde transformator verder van de woningen af wordt geplaatst. Vraag 3 Betreft de 50 dB(A) de maximale piekbelasting of een gemiddelde belasting? Antwoord vraag 3 Dat is een gemiddelde belasting (zie ook de tabel in het antwoord op vraag 1). De zone mag niet kleiner zijn dan de 50 dB(A)-contour. Het Besluit kwaliteit leefomgeving voorziet wel een mogelijkheid om de standaardwaarden te verhogen (artikel 5.65.1), maar niet om deze te verlagen. Vraag 4 Indien het een gemiddelde belasting betreft: welke mogelijkheden zijn er om hiervan een piekbelasting te maken? Antwoord vraag 4 Geluidzones voor industrieterreinen zijn veelal standaard met een gemiddeld geluidsniveau. Dat komt onder meer doordat bij de bepaling van de zone verschillende belangen gewogen moeten worden zoals milieu, gezondheid, planologie en economie.

De zone moet zorgen voor een balans tussen deze belangen en daar is een gemiddelde meer voor geschikt om een evenredige afweging van de belangen toe te passen. Daarnaast is een gemiddelde representatiever voor een structurele situatie. Piekbelasting komt meer voor bij activiteiten die kortdurende, luide geluiden veroorzaken (die dus incidenteel van aard zijn). Waarden voor piekbelasting worden echter ook toegepast bij geluid door industrie, maar die waarden zijn hoger dan de waarden voor het gemiddelde geluidsniveau vanwege het incidentele karakter. Tonaal geluid is bovendien kenmerkend voor de casus van dit voorstel. De toeslag voor tonaal geluid geldt alleen voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op basis van de Wet geluidhinder (vorige wetgeving) en Besluit kwaliteit leefomgeving onder de Omgevingswet (nieuwe wetgeving). De toeslag kunnen we dus niet toepassen op het maximale geluidsniveau. De standaardwaarden voor het maximale geluidniveau liggen hoger dan de gemiddelde standaardwaarden. Maximale geluidwaarden voor een geluidzone die lager zijn dan de gemiddelde waarden inclusief de toeslag op tonaal geluid achten wij niet opportuun voor een industrieterrein.

In de verdere uitwerking zien wij wel mogelijkheid met de overgang naar de nieuwe systematiek van geluidsproductieplafonds (in de omzetting naar een omgevingsplan) om de waarden verder te verfijnen met geluidreferentiepunten of het mogelijk toepassen van een maatwerkvoorschrift. Al moet bij dit laatste gezegd worden dat wij tot nu toe alleen situaties voor industrieterreinen kennen als het gaat om het toestaan van hogere waarden in plaats van lagere waarden.

2 van 3

Wij willen benadrukken dat we de nieuwe geluidzone graag gebruiken als basis voor de verdere uitwerking (omzetting in het nieuwe omgevingsplan), omdat er geen woningen zijn gelegen in de nieuwe zone. Dat geeft een ander uitgangspunt voor de omzetting dan in de vigerende situatie waar woningen wel onderdeel zijn van de geluidzone (met dus andere regels). Daarnaast willen wij benoemen dat TenneT in 2026 een ruimtelijk traject zal starten om te onderzoeken waar en hoe station Langeland uitgebreid kan worden richting 2035. Dat is nodig voor de lange termijn energievraag in het kader van de energietransitie en het garanderen van een betrouwbaar elektriciteitsnet. Deze lange termijn ontwikkeling van station Langeland biedt nieuwe kansen om verder aan te slag te gaan om de leefbaarheid van de omgeving te waarborgen boven op de toegezegde bovenwettelijke geluidsmaatregelen. We willen daarbij graag de nieuwe geluidzone gebruiken als kader en niet de vigerende. Vraag 5 Welke mogelijkheden zijn er om aanvullend op de zonegrens een norm in te stellen voor maximale piekbelasting op de gevels van nabijgelegen woningen? Bijvoorbeeld door aan te sluiten bij normen voor (eveneens laagfrequent) geluid van warmtepompen (40 dB op de erfgrens, zie art. 4.107 lid 2 Besluit bouwwerken leefomgeving).

Antwoord vraag 5 Zie het antwoord op vraag 4 en het deel over tonaal geluid bij het antwoord op vraag 1. De regelgeving waar u naar verwijst, heeft betrekking op geluidsbronnen in een woonwijk (bestemming ‘wonen’) en gaat over aangrenzend bouwwerkperceel. De geluidbron in de casus van dit voorstel ligt op een industrieterrein en daarom is regelgeving m.b.t. de bestemming ‘industrie’ van toepassing inclusief de toeslag voor tonaal geluid. Ook ligt het niet op een aangrenzend bouwwerkperceel. Vraag 6 In hoeverre is het mogelijk om in het paraplubestemmingsplan de referentiecurve uit de Richtlijn Laagfrequent Geluid van de Nederlandse Stichting Geluidshinder een plaats te geven in de beoordeling van vergunningaanvragen en de handhaving van afgegeven vergunningen? Antwoord vraag 6 In de richtlijn staat: ‘De referentiecurve is bedoeld om de klacht te objectiveren. Het is niet zo dat wanneer in een bepaalde situatie de referentiecurve wordt overschreden er ook klachten zullen optreden.’ Dat laatste maakt het niet goed toepasbaar voor de onderbouwing om mogelijke lagere waarden toe te passen, omdat de richtlijn daar niet is voor bedoeld. Voor laagfrequent geluid geldt bovendien de toepassing van de toeslag voor tonaal geluid zoals uitgelegd bij het antwoord op vraag 1. Dat is waar we als gemeente aan gebonden zijn.

3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16297531/1