2025-06-23 Beantwoording vragen raadsrapporteurs GRJR Jaarrekening 2024 BW 2025 B 2026
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Raadsrapporteurs GRJR | Jaarrekening 2024, begrotingswijziging 2025 en ontwerpbegroting 2026 GRJR Vragen Jaarrekening 2024 Vraag 1 Lagere zorgkosten 2024 GRJR (1,4 mln.): Dit komt voornamelijk omdat de GRJR de subsidies heeft verleend voor een lager bedrag dan begroot en heeft gestuurd op realisatie binnen de subsidies. Betekent dit mogelijk structurele bezuinigingsopties? Kan deze werkwijze ook gevolgd worden op andere (bijvoorbeeld meer lokale) domeinen binnen de jeugdhulp? Antwoord vraag 1 Lokaal sturen wij al op het zoveel mogelijk reduceren van kosten door bijvoorbeeld zo scherp mogelijk te indiceren. De recent aangescherpte verordening biedt ons nog meer kaders om dit uit te kunnen voeren. Regionaal hebben alle subsidie ontvangende partijen een opdracht gekregen om 5% tot 10% te bezuinigen. Daarnaast komt het voor dat er minder productie is geleverd dan vooraf begroot, veelal veroorzaakt door capaciteitsproblemen bij de zorgaanbieders. Vraag 2 Zorgverschuiving B → C: Hoe kunnen kosten opdracht B stijgen door intensievere en complexere zorg, als die zorg naar C verschuift en daar ook de kosten doet stijgen? Antwoord vraag 2 Het gaat hier om een toelichting van de ontwikkelingen regionaal. In onze gemeente is er juist sprake van een daling van de kosten voor regionale jeugdhulp met verblijf (B + C bij elkaar).
Vraag 3 Toename forensische jeugdzorg in Rijnmond en jongere leeftijd: Dit gaat in tegen landelijke trend. Gaat die trend alleen over de leeftijd, of ook over de reclasseringsmaatregelen en de forensische zorg? Antwoord vraag 3 Als regio wijken we af van de landelijke trend op zowel leeftijd (jonger dan landelijk gemiddelde), het aantal maatregelen en het gebruik van forensische zorg. We zien dat de delicten ernstiger zijn en er hierdoor meer of zwaardere forensische zorg ingezet moet worden. Het is dus een combinatie van factoren. Vraag 4 Autisme/eetstoornissen naar LTA: Leidt dit dan ook tot evenredig minder kosten in opdracht E voor de systeemaanbieder die dit eerder bood? Antwoord vraag 4 Doordat we niet separaat op de verschillende problematieken indiceren is dat niet één op één uit de data te herleiden.
1 van 8
Vraag 5 Verbeterde datakwaliteit ambulante hulp: Als die data eerder niet goed waren, wat valt er dan te zeggen over toe- of afnemende wachttijden. Is er nu sprake van een toe- of afname? Antwoord vraag 5 Parnassia leverde niet alleen de wachtenden op het regionale contract aan, maar ook lokale en LTA contract (landelijke inkoop). De gegevens zijn niet met terugwerkende kracht gecorrigeerd, omdat dit informatie van een peildatum is en er handmatig door Parnassia opgeschoond is. Er is sprake van afname in het aantal wachtenden, maar een toename in wachttijd. Vraag 6 Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming: Wordt dit nu verder uitgerold of blijft het voorlopig liggen? Antwoord vraag 6 In de regio zijn 3 proeftuinen. Hier wordt het werken volgens de werkwijze van het toekomstscenario beproeft. De ervaringen uit deze proeftuin, werkzame elementen, worden in kaart gebracht en in een voorbereidingsplan aan gemeenten aangeboden. Gemeenten zijn lokaal verantwoordelijk om dit op te pakken en te implementeren. Wij nemen de uitkomsten uit dit voorbereidingsplan mee binnen de doorontwikkeling van KrimpenWijzer. Naar verwachting is het wetgevingstraject gereed in 2027 en wordt per 2030 volledige implementatie van het Toekomstscenario verondersteld.
Vraag 7 Stijging meldingen kindermishandeling/huiselijk geweld: Alleen te verklaren door betere voorlichting? Er wordt in de beantwoording van vragen over onze gemeentelijke jaarrekening gesproken over een regionale analyse; komt die er en wanneer? Antwoord vraag 7 In de beantwoording van de gemeentelijke jaarrekening is aangegeven dat er overwogen wordt om een analyse op de stijging van de cijfers uit te laten voeren. Dit bevindt zich nog in de fase van ambtelijke gesprekken n.a.v. de jaarcijfers van VTRR. Er heeft hier nog geen besluitvormig over plaatsgevonden. We delen uw mening dat een dergelijke analyse van belang is en zullen hier ook aandacht voor vragen. Vraag 8 B4-toewijzingsduur: Is Krimpen één van de twee gemeenten met langere toewijzingsduur? Antwoord vraag 8 Nee, wij zien juist een afname in de toewijzingsduur in de loop van 2024 van 7 naar 5 weken. Vraag 9 Stijgende kosten in opdracht C, vooral bij beschermd wonen: Waarom is het weektarief hier zo sterk gestegen?
2 van 8
Antwoord vraag 9 Het weektarief is met name gestegen omdat de overhead is toegenomen. Op dit perceel maken ook jeugdigen met zeer complexe problematiek gebruik van jeugdhulp, die o.a. in kleine groepen worden geplaatst en extra inzet van zorg nodig hebben (zoals 1-op-1 begeleiding). Vraag 10 Kostenstijging bij dalend aantal jeugdigen: Hoe kan het dat de kosten voor jeugdzorg blijven stijgen terwijl het aantal jongeren daalt? Zijn de zorgvragen écht complexer geworden, of kan het ook zo zijn dat instellingen de zorgzwaarte hoger inschatten om hun financiële positie veilig te stellen? Antwoord vraag 10 De afbouw van gesloten jeugdhulp (JH+) heeft invloed op de kosten per jeugdige, omdat de alternatieven duurder zijn. Daarnaast heeft ook de indexatie van de tarieven een invloed op de totale kosten. Wij hebben geen signalen dat aanbieders binnen de regio een opwaartse stapeling van zorg doorrekenen. Vraag 11 Inzicht in kosteneffectiviteit: Waarom is pas vanaf 2023 gestart met een ontwikkelopdracht voor inzicht in kosteneffectiviteit? Antwoord vraag 11 Deze opdracht is samen met de nieuwe aanbesteding opgezet. In 2023 is deze nieuwe aanbesteding gestart. Vraag 12 Fout in de eindafrekening: Hoe kan een fout in de eindafrekening 2019 pas in 2023 worden ontdekt en gecorrigeerd? Dit staat haaks op het idee van grip houden op financiën.
Antwoord vraag 12 Wij houden juist grip op onze cijfers. Het gaat hier immers om een fout die de gemeente Krimpen heeft geconstateerd in de definitieve jaarrekening 2019 van de GRJR, waardoor wij onterecht te maken hadden met een extra nadeel. De GRJR was echter van mening dat de jaarrekening “definitief” was en dus niet meer werd aangepast. Wij hebben echter al in 2021 (bij de ontvangst van de eindafrekening 2019 van de GRJR) onderbouwd aangetoond dat onze gemeente onterecht is benadeeld en het bedrag van € 168.000 teruggevorderd. Hierover is veelvuldig contact geweest met de GRJR en de GRJR heeft uiteindelijk erkend dat Krimpen inderdaad ten onrechte te veel heeft betaald. Op basis van een separaat besluit in het DB van de GRJR van 2606-2024 “Correctie afrekening 2019 Krimpen aan den IJssel” is daarom in 2024 een nabetaling gedaan aan onze gemeente van € 168.000. Omdat wij dit op tijd wisten om nog in onze jaarrekening 2023 te verwerken, hebben wij hiervoor op voorspraak van onze accountant, een “nog te ontvangen bedrag” opgenomen, waardoor het bedrag bij ons al in de jaarrekening 2023 is verwerkt. De GRJR moet dit in haar jaarrekening 2024 verwerken, omdat het besluit pas in 2024 is genomen. Hierbij heeft zij echter in de voorlopige jaarrekening 2024 helaas weer een fout gemaakt.
Waar het bedrag van € 168.000 wat Krimpen heeft terug ontvangen moest worden verrekend in de bijdrage van alle andere deelnemende gemeenten, heeft de GRJR het bedrag toch juist weer in rekening gebracht bij de gemeente Krimpen. In de definitieve jaarrekening
3 van 8
2024 heeft de GRJR dat op voorspraak van Krimpen wederom gecorrigeerd, zie ook de toelichting in het Raadsvoorstel “Ontwerpbegrotingswijziging 2025 en ontwerpbegroting 2026 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond.” Vraag 13 Aanpak arbeidsmarktkrapte: Welke aanvullende maatregelen worden genomen naast mboinzet om de arbeidsmarktkrapte aan te pakken? En hoe wordt het hoge ziekteverzuim verminderd? Antwoord vraag 13 De verantwoordelijkheid ligt hiervoor bij zorgaanbieders. In de contractgesprekken wordt hier uiteraard voldoende aandacht aan besteed. Vraag 14 Meer uniformiteit: Waarom is er gekozen voor veel vrijheid per systeemaanbieder, in plaats van meer uniformiteit in uitvoering en verantwoording? Antwoord vraag 14 Wij begrijpen uw vraag niet en kunnen ook niet herleiden waar deze vraag in de jaarrekening van de GRJR op stoelt? Vraag 15 Grip op wachttijden: Hoe kan er meer grip komen op de lange wachttijden (3–6 maanden) voor jonge kinderen (0–6 jaar) met emotieregulatieproblemen? Antwoord vraag 15 Het is belangrijk vroegtijdig deze signalen te herkennen en hier passende zorg voor in te zetten. Deze inzet is vooral ook een lokale verantwoordelijkheid, omdat het jonge kind in beeld is bij het CJG, kinderopvang en de (voor)school. Binnen KrimpenWijzer hebben wij verschillende professionals die specifiek kennis en expertise hebben op deze doelgroep.
Daarnaast is Coaching on the job er om deze signalen bij het jonge kind tijdig (in samenwerking met onderwijs en andere ketenpartners) op te pakken. Met de zorgaanbieders en de regiogemeenten is besproken dat het belangrijk is de lokale structuur goed te organiseren om alleen de jeugdigen naar een regionale aanbieder te verwijzen indien de hulpvraag gericht is aan de specialistische (regionale) aanbieders. Vraag 16 Knelpunten niet opgelost: Waarom worden wel verschillende knelpunten benoemd (zoals in ambulante en crisishulp), maar geen concrete oplossingen aangedragen? Antwoord vraag 16 De jaarrekening gaat over de verantwoording van de kosten van het afgelopen jaar. Concrete oplossingen voor knelpunten zijn onderdeel van beleid en worden behandeld op de desbetreffende zorglandschapstafels. Vraag 17 Onderaannemers: Heeft de GRJR voldoende zicht en sturing op de inzet van onderaannemers door de zeven grote jeugdzorginstellingen?
4 van 8
Antwoord vraag 17 De sturing op de onderaannemers is een verantwoordelijkheid van de systeemaanbieder (hoofdaanbieder) en niet van de GRJR. Wel is dit onderwerp van gesprek in contractgesprekken en bij signalen over een onderaannemer. Vraag 18 Geen kwaliteitsdata: Waarom ontbreekt informatie over klanttevredenheid en input van jeugdigen en opvoeders in de kwaliteitsbeoordeling van de hulpverlening? Antwoord vraag 18 De zorgaanbieders voeren zelf klanttevredenheidsonderzoeken uit. Deze informatie is terug te vinden in de eigen jaarverslagen van zorgaanbieders.
Vragen begroting 2026 Vraag 1 Ruimte afwijkingen begrotingsadvies: Volgens de toelichting op begrotingsadvies van GRJR (bijlage 1, Ontwerpbegroting 2026) zijn gemeenten vrij om onderbouwd van het GRJR-advies af te wijken. Wordt verwacht dat veel gemeenten met afwijkende ramingen zullen komen? En hoeveel ruimte is er voor lokale invulling; zijn er nog grenzen gesteld aan de omvang van de afwijkingen, gezien ook de recente notitie Scherper aan de Wind en de nieuwe verordening voor jeugdhulp die we hebben vastgesteld? Antwoord vraag 1 De verwachting is inderdaad dat meerdere gemeenten op basis van de eigen prognose en de cijfers bij de jaarrekening 2024 zullen afwijken van het begrotingsadvies van de GRJR. De begroting van de GRJR loopt immers achter op deze ontwikkelingen. Daarnaast houdt de GRJR rekening met een trend (extra stijging op basis van de kosten) in haar begroting op basis van het totaal van de regio. De ontwikkeling van de kosten voor onze gemeente wijkt hiervan af. Wij maken minder kosten als gevolg van de implementatie van maatregelen. In de begrotingswijziging van april bent u geïnformeerd over het feit dat de taakstelling die wij in onze begroting hadden opgenomen van € 425.000 hierdoor is afgeboekt.
Daarnaast wordt u in de Kadernota 2026 verder geïnformeerd over de ontwikkelingen met betrekking tot de regionale Jeugdhulp en de gevolgen van het inboeken van de besparing als gevolg van de ombuigingsoptie Scherper aan de Wind. Vraag 2 Afvlakking stijgende trend GRJR-breed vanaf 2024: Waardoor is de stijgende trend nu voor het eerst afgeremd? Antwoord vraag 2 Omdat er nu ook GRJR breed wordt gewerkt aan maatregelen om kosten te besparen.
5 van 8
Vraag 3 Begroting Krimpen aan den IJssel 2025: a. Grote stijging in B2 (gesloten jeugdhulp) en C3 (beschermd wonen), terwijl B3 daalt. Is dit gerelateerd aan afbouw van Jeugdhulp+ of spelen andere factoren? b. Zijn er al zichtbare (RBOK-)besparingen binnen Krimpen op de 5 RBOK-domeinen, met name op passend zorggebruik gezien stijging in B2 en C3? c. Is Krimpen, net als Rotterdam, al bezig met het afbouwen van R3 (opvoedondersteuning)? d. Hoe draagt het regionaal programmateam bij aan inhoudelijke verbeteringen in onze gemeente? e. Wat betekent de stijging van 5,6 mln. in de GRJR-begroting voor onze bijdrage als gemeente Krimpen aan den IJssel? Antwoord vraag 3 a. De ombouw en afbouw van JH+ is hierop van invloed. Het betreft echter een relatief laag aantal jeugdigen, waardoor er snel sprake is van een afwijking in de cijfers. b. Besparingen zijn niet per maatregel inzichtelijk. c. KrimpenWijzer kijkt bij het indiceren kritisch naar de inzet van opvoedondersteuning, en levert waar nodig zelf deze ondersteuning. Vragen van ouders die geen betrekking hebben op de opvoeding worden binnen de Wmo of Zvw opgepakt d. In het regionaal programmateam werken de 13 gemeenten samen aan beleidsopgaven uit het jeugddomein. Kennis en expertise wordt hierbij met elkaar gedeeld en er wordt een gezamenlijke lobby gevoerd bij landelijke instanties.
De inzichten uit dit programmateam worden meegenomen in ons lokale beleid, bijvoorbeeld bij de totstandkoming van de recent vastgestelde verordening. e. Voor onze gemeente heeft dat geen effect. Onze bijdrage aan de GRJR voor 2026 daalt juist ten opzichte van de ramingen van vorig jaar. Daarnaast zorgt de verwerking van onze prognose voor de zorgkosten en de besparing als gevolg van Scherper aan de Wind ervoor dat er sprake is van een voordeel in onze begroting in 2026. Wij gaan daarom niet mee met het begrotingsadvies van de GRJR omdat dit advies fors afwijkt van de cijfers van de jaarrekening 2024 en onze eigen prognose. Vraag 4 Verdeling verantwoordelijkheden: Hoe worden verantwoordelijkheden verdeeld tussen de deelnemende gemeenten en de gemeenschappelijke regeling? a. In hoeverre hebben wij als gemeente invloed op de kwaliteit en kosten van de ingekochte jeugdhulp via de gemeenschappelijke regeling? b. Hoe houden wij grip en controle, zowel vooraf als achteraf, op ruim drie kwart van de kosten die vanwege BBV niet meer in GRJR-begroting/jaarrekening staan, terwijl de inkoop en contractering wel bij de GRJR ligt? c. Hoe voorkomen we dat risico’s van de gemeenschappelijke regeling naar de gemeente worden doorgeschoven als gevolg van het BBV? d.
Welke mogelijkheden hebben wij als raad om invloed uit te oefenen op regionale keuzes, zoals aanbestedingen of subsidies? Antwoord vraag 4 a. Deze invloed is er door het contractmanagement. Als gemeente signaleren wij en maken dit kenbaar bij de contractmanagers.
6 van 8
b. Wij zijn zelf verantwoordelijk voor het opstellen van een juiste prognose en de verantwoording van de kosten. Wij geven immers ook zelf toewijzingen af, dus wij hebben direct zicht op de verwachte uitputting van deze toewijzing. Hierdoor hebben wij juist meer grip. c. De uitvoeringsorganisatie is een verlengde arm van onze eigen gemeente. Wij waren al aansprakelijk voor risico’s vóór de gevolgen van de BBV. d. U kunt uw invloed uitoefenen via de Regiovisie en tussentijds via de portefeuillehouder. Vraag 5 Ambitie Transformatiefonds/Innovatie: Wat is de ambitie van de GRJR met het Transformatiefond/Innovatie (1,6 mln.)? Welke doelen zijn er, en wanneer zouden die behaald moeten worden? Antwoord vraag 5 Naast levering van benodigde hulp moet er gewerkt worden aan ontwikkeling van het aanbod en de samenwerking in het zorglandschap De GRJR heeft met de systeemaanbieders contractuele afspraken gemaakt over ontwikkeling van het aanbod in lijn met de Regiovisie. De GRJR geeft de systeemaanbieders jaarlijks een vast bedrag om hier capaciteit voor in te zetten en de gewenste ontwikkelresultaten te leveren. De aanbieders zijn intensief gaan samenwerken aan de opdrachten en hebben een gezamenlijke ontwikkelagenda opgesteld.
Deze gezamenlijke agenda is gericht op verbetering van toeleiding naar specialistische hulp, ontwikkelen van passend zorgaanbod en leren van complexe casuïstiek, binnen de opdracht tot kostenbesparing. Op de ontwikkelopdrachten is tot nu toe onderstaand kwalitatief resultaat geboekt. De aanbieders blijven in ontwikkeling gedurende de contractperiode. Hulp aan de jeugdige moet nabij en passend zijn Aanbieders werken op diverse manieren aan deze opdracht. De ene aanbieder focust op gebiedsgericht werken, een andere opent een nieuwe locatie in het noorden van de regio waar nog geen fysieke aanwezigheid was. Ook kijken aanbieders binnen het bestaande hulpverleningsaanbod naar meer nabije zorg, zoals gericht zoeken naar netwerkpleeggezinnen voor jeugdigen die (tijdelijk) niet meer thuis kunnen wonen. Het afgelopen jaar is voor deze KPI het begrip ‘nabij’ gedefinieerd in afstand in kilometers tussen de postcode van verblijf van de jeugdige en de postcode van de zorglocatie. Tot slot richten aanbieders zich op het verhogen van de respons op exit-vragenlijsten, zodat zij beter in beeld krijgen of hulp passend is geweest voor de jeugdige en het gezin. Dit draagt bij aan bewustwording van en inzicht in wat jongeren en hun ouders passend vinden.
Regionaal sluit aan op lokaal Aanbieders werken aan meer verbinding met gemeenten, met als doel dat jeugdhulp daar waar dat kan lokaal wordt geleverd. Dit gebeurt via verdeeltafels, knooppunten en inzicht in lokale partijen. Ook aan gemeentelijke zijde is veel aandacht voor dit onderwerp. Aan de zorgbemiddelingstafel sluiten ook steeds vaker de lokaal ingekochte partijen aan om deze beweging te stimuleren. Het afgelopen jaar is in meerdere subregio’s samenwerking gezocht tussen regionale aanbieders, lokale aanbieders en het wijkteam met als doel dat regionale en lokale zorg op elkaar aansluiten.
7 van 8
Jeugdigen groeien zoveel mogelijk op binnen een (pleeg)gezin Aanbieders trekken samen op om de pleeg- en gezinshuiszorg te verbeteren. Dit gebeurt door werving en behoud van pleegouders, scholing van pleeggezinnen en beschikbaarstelling van expertise (zoals op het gebied van traumaverwerking). Twee aanbieders richten zich op het opzetten van Mockingbird-constellaties. Ook werd door verschillende aanbieders pilots ingezet op het voorkomen van breakdowns binnen pleeggezinnen. Op basis van de positieve resultaten van de pilots is besloten deze door te laten lopen. Minimale inzet van bedden Aanbieders richten zich op ontwikkelen van zorgvormen als alternatief voor verblijfshulp. Er is een definitie van flexibele bedden vastgesteld en er wordt met een KPI zicht gehouden op deze opgave. Afhankelijk van de zorg die de aanbieder biedt wordt de uitwerking anders vormgegeven. Er wordt gekeken naar op- en afschalen, maar bijvoorbeeld ook de mogelijkheid tot inzet van ambulante zorg. We zien bij dit doel veel samenwerking tussen de aanbieders. Aanbieders meten de duur van opname en verblijf, en monitoren kort cyclisch monitoren de zorgdoor middel van trajectregie en cliëntstroomanalyse. Daarnaast zijn ‘lacunes’ in het zorgaanbod in kaart gebracht (alternatieven voor JeugdhulpPlus (JH+) en residentieel) en voor welke doelgroepen.
Elke systeemaanbieder pakt, in samenwerking, één van de lacunes op. Eind 2024 is gestart met het opstellen van businesscases per lacune. In 2025 wordt dit verder uitgewerkt. Kosteneffectiviteit Voor deze opdracht is de bedoeling dat aanbieders regelmatig met dossieranalyses onderzoeken wat er beter en efficiënter kan. Hiervoor stemmen aanbieders hun werkwijze op elkaar af. Het afgelopen jaar hebben aanbieders dossieranalyses uitgevoerd bij de meest intensieve trajecten. De resultaten en gewenste veranderingen worden vormgegeven in 2025. Vraag 6 Rapportages en dashboards: Welk rapportages en dashboards worden bijgehouden voor de GRJR en kunnen wij die als raad ook inzien/ontvangen? Antwoord vraag 6 Er is een dashboard ontwikkeld waarin financiën en zorggebruik inzichtelijk zijn. Gemeenten en zorgaanbieders leveren hier de data voor aan. Deze data vormen de basis voor de bestuursrapportages die tweemaal per jaar opgesteld worden. Deze bestuursrapportages worden met u gedeeld. Daarnaast ontvangt u rechtstreeks via de GRJR de P&C stukken zoals de jaarrekening, kadernota, ontwerpbegroting en begrotingswijziging.
8 van 8