CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-06-10 Bijlage 1. Haalbaarheidsonderzoek Comenius College

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente Krimpen aan den IJsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Jaarrekening 20246.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Scenariostudie Comenius College Krimpen 14 mei 2024 Projectnr.: 230322

Inhoud • Aanleiding, opdracht en aanpak • Uitgangspunten • Scenario’s • Afwegingskader • Conclusie

2

Aanleiding, opdracht en aanpak Fase 1: Scenariostudie

3

Aanleiding Het Comenius College Krimpen (CCK) aan de Boezemdreef 1 in Krimpen aan den IJssel is één van de zeven locaties van het Comenius College. De school staat onder bestuur van de Vereniging voor Christelijk Voorgezet Onderwijs in Rotterdam en Omgeving (CVO) Het CCK biedt (pre-)mavo en (pre-)havo-onderwijs, waarbij havoleerlingen vanaf het derde leerjaar doorstromen naar de locatie in Capelle aan den IJssel. De afgelopen jaren is Comenius College Krimpen flink gegroeid. Aan de hand van het onderwijsconcept ‘Young & Strong’ is CCK van een kleine dorpsschool uitgegroeid tot een moderne, veilige, zelfstandige school met goede resultaten die niet meer uit Krimpen is weg te denken. Momenteel heeft het Comenius College Krimpen 375 leerlingen, die in een schoolgebouw van 2.600 m² en een gymzaal van 436 m² les krijgen. Op 26 oktober 2023 heeft de gemeenteraad van Krimpen aan den IJssel het vernieuwde Integraal Huisvestingsplan 2023 - 2027 (IHP) goedgekeurd. Hierin is voor het CCK het aantal leerlingen vastgesteld op 415 in 2038 en een normatieve ruimtebehoefte van 2.600 m² bvo + 451 m² bvo uitbreiding + 450 m² gymzaal. Gelet op de huidige ondermaat en forse groei is de (ver)nieuwbouw voor CCK urgent. Hiervoor is ca. € 10,7 miljoen incl. btw aan normbudget nodig is en een deel eerste inrichting.

CVO heeft daarom op korte termijn behoefte aan een uitwerking van de businesscase en het Programma van Eisen (PvE) voor de (ver)nieuwbouw van het CCK. In dat kader dient eerst de haalbaarheid van een drietal ruimtelijke scenario’s uitgewerkt te worden (vernieuwbouw, nieuwbouw huidige locatie en fictieve nieuwbouw elders i.c.m. voorkomen tijdelijke huisvesting).

4

Opdracht Resultaatsverwachting Vanuit de onderwijsvisie ‘Young and Strong’ en in nauwe samenwerking met vertegenwoordigers van Shared Service Organisatie (SSO) en CCK te komen tot een gedragen en goedgekeurde business case* inclusief: → Organisatiebeschrijving & Programma van Leren en Bewegen. → Een ruimtelijk en functioneel Programma van Eisen, gebaseerd op de onderwijskundige visie. → Een technisch Programma van Eisen, gebaseerd op de gewenste kwaliteit (o.b.v. standaard). → Locatieonderzoek incl. volumestudies i.s.m. de gemeente en keuze voorkeurslocatie. → Een investeringskostenraming op basis van het Programma van Eisen. → Een Plan van Aanpak om te komen tot de realisatie van de huisvestingsplannen inclusief een planning tot en met oplevering. Het eind september 2024 op te leveren eindproduct dient als basis voor verdere planvorming en als onderlegger ten behoeve van de formele besluitvorming voor het benodigde budget.

5

Aanpak Proces voor het opstellen de scenariostudie, Businesscase en PvE

Verzamelen van gebruikerswensen en technische staat voor toekomstbestendige huisvesting met functionele indeling.

Besluitvorming

Gemeentelijk Principebesluit scenario

Verzamelen van nieuwe en bevestiging van eerder bij de gebruikers van het gebouw opgehaalde informatie.

Scenariostudie

Februari 2024

Verwerk alle informatie in het Programma van Eisen.

PvE + Businesscase

Besluitvorming

Businesscase (BuCa)

Mei 2024

n.t.b.

6

Uitgangspunten • Visie en ambitie • Resultaten schouw (functioneel en technisch) • Ruimtebehoefte

7

Visie & ambities

8

Ambities Comenius College Krimpen Missie en visie Het team van het Comenius College werkt in een stimulerende omgeving hard om een optimale leerervaring te creëren. Persoonlijke aandacht in de begeleiding van de leerlingen staat centraal. Het doel is om het individuele potentieel van iedere leerling te erkennen en te benutten, waarbij zowel talentontwikkeling als het overwinnen van eventuele obstakels worden nagestreefd. Naast het overbrengen van kennis en vaardigheden staat op de school de persoonlijke groei van de individuele leerling centraal. Het belichten van normen en waarden geworteld in de christelijke cultuur staan daarbij centraal. Als onderwijsinstelling streeft het Comenius College Krimpen ernaar een voorbeeld te zijn in het dagelijks handelen, waarbij leerlingen worden begeleid in hun bredere kennismaking met kunst en cultuur.

Missie:

Visie

Het Comenius College Krimpen heeft als missie de toekomst van zijn leerlingen te vormen door kansen te creëren voor maximale zelfontplooiing. Het streven is gericht op het aanbieden van eigentijds onderwijs dat aansluit bij de maatschappij waarin de leerlingen participeren. Door de combinatie van beproefde onderwijsmethoden en kernvakken aangevuld met innovatieve leermethoden gericht op verdiepen, verbreden en versterken wordt een stabiele basis gelegd en leerlingen ‘klaargestoomd’ tot wereldburgers.

De leerling staat centraal, samen met de medewerkers. Comenius College Krimpen gelooft dat vanuit een stabiele sociale basis leerlingen het beste tot ontplooiing en groei gebracht kunnen worden. De kinderen worden uitgedaagd in de wetenschap dat ze een veilig vangnet om zich heen hebben. De lat is ‘kwalitatief goed en modern onderwijs met maatwerk in een veilige omgeving waar ‘menswording’ centraal staat’. Met elkaar leren in een kleinschalige, veilige school waar iedereen gelijk is, maar ook ‘bewust ongelijk’ is de norm. Leerlingen krijgen ruimte en vertrouwen om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen groei en ontwikkeling. Dit geldt ook voor medewerkers.

Draaijer

9

Ambities Comenius College Krimpen De vier pijlers voor een optimale leeromgeving Uit een interview met de directeur blijkt dat de huisvestingsambitie van Comenius College Krimpen zich richt op de volgende pijlers: 1. Kleinschaligheid en persoonlijke aanpak Het Comenius College koestert een intieme, veilige omgeving waarin iedere leerling persoonlijke aandacht kan krijgen. Door gedeelde Homebases, focusplekken en mogelijkheden om te kunnen ontspannen wordt ontmoeten en interactie tussen leerlingen en docenten mogelijk gemaakt. 2. Functionele en flexibele ruimtes De school omarmt multifunctionele ruimtes, zoals een veelzijdige aula die fungeert als hart van het leren en ontmoeten. Er wordt gestreefd naar ruimtes die zich (laten) aanpassen aan diverse activiteiten, vakoverschrijdende en leerjaardoorbrekende samenwerking bevorderen en verschillende leerstijlen ondersteunen.

3. Differentiatie en maatwerkonderwijs Het Comenius College onderscheidt zich door maatwerkonderwijs dat aansluit op individuele leerbehoeften. Flexibele (les)ruimtes en het kunnen loslaten van traditionele lesmethoden maken differentiatie mogelijk, waarbij leerlingen de ruimte krijgen om op hun eigen manier te leren en te groeien. 4. Profilering en identiteit Met het Young & Strong-programma profileert de school zich op een unieke wijze. Verdere versterking van de identiteit wordt gestimuleerd door het aanbieden van specifieke programma's op het gebied van science, business, art, sport en health, ondersteund door passende faciliteiten die de schoolcultuur weerspiegelen.

10

Ambities Comenius College Krimpen De droom ‘De visie is helder en inspirerend, geworteld in de essentie van wat een school moet zijn: een plek van mogelijkheden, veiligheid en innovatie. Het Comenius wil een schoolgebouw dat niet alleen modern en fris is, maar ook bruist van energie en creativiteit, waar de balans tussen innovatie en bewezen methoden wordt gekoesterd. Een schoolgebouw dat licht is, waar buiten ook binnen wordt ervaren en waar groen een rol krijgt. In het nieuwe schoolgebouw is ruimte voor ontwikkeling op diverse vlakken en (muzikale) creatieve expressie wordt aangemoedigd. De school wordt gezien als een kleine maatschappij, waar verbinding en diversiteit een plek hebben, en waar de weg naar succes niet één pad volgt, maar vele wegen kent. Organische vormen van het gebouw weerspiegelen de veelzijdigheid van de leerlingen en de speelsheid voedt hun creativiteit. Binnen deze muren mogen leerlingen dromen en geloven in zichzelf. Kijkend naar het nieuwe schoolgebouw wordt meer dan alleen materialen gezien. Het is een symbool van diversiteit, een samensmelting van unieke individuen die samen één geheel vormen. Dat waar de leerlingen trots op zijn, mag gezien worden. De school zal niet alleen een fysieke plek zijn, maar een samenspel van krachten die een duurzame bijdrage leveren.

11

Ambities Comenius College Krimpen Het gebouw verdeeld in zones De ruimtes en faciliteiten waarover Comenius College Krimpen in de (ver)nieuwbouw zal beschikken, zijn verdeeld over de volgende negen zones: 1. Centrale zone: hart van de school

5. Zone Young art

2. Werkplekken algemeen +

6. Zone Young science

faciliterende ruimtes

7. Zone Young health

3. Ondersteuning (directie, etc.)

8. Zone Young sport

4. Zone Young business

9. Bewegingsonderwijs

Het Comenius College Krimpen heeft in de basis een vakgerichte organisatiestructuur met een centrale ontvangst- en ontmoetingszone die verbonden is met de buitenruimte, aula en kluisjes. Daardoor zijn de mogelijkheden van de school vanuit het hart zichtbaar. De leerlingen kunnen kiezen uit vijf ‘Young’ profielen uit het Young & Strong programma; in de eerste twee leerjaren houden zij zich één dag per week specifiek bezig met het door hun gekozen profiel. In het derde leerjaar (en vanaf ’24-’25 ook in het vierde leerjaar) is dat een blokuur (2 uur) per week. Op deze dag worden lokalen optimaal benut voor profielgerelateerde opgaven. De rest van de dagen worden in deze lokalen ook reguliere theorielessen gegeven. Naast de Youngprofielen kent de school Stronguren. Dit zijn keuze-uren (midden op de dag) om te verdiepen, verbreden en/of te versterken). Deze uren vragen ten aanzien van de huisvesting geen specifieke aandacht. De lessen voor de Youngprofielen daarentegen zijn voorzien in een cluster van vakgerelateerde practicum- en theorielokalen, waarbij een

‘slimme en logische’ ordening wordt gehanteerd. De Youngprofielen worden ‘s middags als praktijkvak aangeboden. De vakken die in de ochtend worden gegeven bieden contextrijk onderwijs aan. Zo biedt de school bijvoorbeeld Young Nederlands, Young beeldende vorming, Young Mens en Maatschappij en Young ICT aan. Deze vakken bedienen meerdere profielen. Er is tussen de Youngprofielen onderling geen directe verbinding. Ze moeten echter allemaal gericht zijn op het hart van de school. De werkplekken en de faciliterende ruimte hebben een directe relatie met ondersteuning. De zone voor ondersteuning heeft een directe relatie met de centrale ruimte. Dit stelt de school in staat om gasten en externe partijen direct te ontvangen en effectief een representatief beeld van de school te geven.

Aankomst Bewegen en ontmoeten De entree is meer dan alleen een doorgang; het is een plek voor activering en samenkomst, waar beweging integraal onderdeel uitmaakt van het schoolconcept. Hier worden leerlingen al gemotiveerd om actief deel te nemen aan het schoolleven. Samenwerking en participatie worden aangemoedigd. Hier komen de kinderen niet alleen binnen, maar worden ze verwelkomd in een dynamische en actieve gemeenschap, klaar om samen te groeien en te bloeien. De aankomst op het terrein fungeert als een bruisende hub van energie en verbinding. Leerlingen worden gestimuleerd om naar buiten te gaan, dankzij de aanwezigheid van voldoende zitplekken en overdekte mogelijkheden, waardoor de entree niet alleen functioneel is, maar ook uitnodigt tot samenwerking en interactie. Belangrijk is dat de entree een duidelijke verbinding heeft met de omgeving, terwijl het toch goed herkenbaar is als onderdeel van de school. Grenzen worden gesteld en begrenzingen aangegeven, waardoor de entree niet alleen een plek van activiteit is, maar ook een veilige en vertrouwde omgeving biedt voor de leerlingen van de school. Het stallen van fietsen heeft een duidelijk eigen plek; leerlingen hoeven niet eerst het schoolplein over.

13

Entree Iedereen door één deur De entree heeft een heldere, herkenbare ingang die de identiteit van de school uitdraagt. Het is een blijk van trots, een duidelijk statement van "Dit zijn wij". Een uitnodiging om binnen te komen. Transparantie speelt een sleutelrol in het welkom heten van iedereen die de school betreedt. Hoewel de entree organisch van vorm mag zijn, blijft het duidelijk zichtbaar dat het een school is. Duidelijkheid staat voorop, met letters die de schoolnaam duidelijk markeren en kleuren die aantonen dat dit dé school is. Iedereen maakt gebruik van dezelfde ingang, een symbool van gelijkheid en inclusie. Hier worden geen verschillende wegen bewandeld, maar komen alle gebruikers samen door één en dezelfde deur.

14

Ontvangst Het kloppende hart De ontvangst van de school is een heldere, functionele ruimte die openheid en verbondenheid uitstraalt. De entreehal is het kloppende hart van de school, een centraal punt waar openheid en warmte samenkomen. Hier word je verwelkomd met natuurlijk licht, en groen dat rust brengt en gezelligheid uitstraalt. De ruimte is hoog en ruimtelijk, waar een trap niet alleen functioneel is, maar ook een gevoel van welkom en veiligheid biedt. Kluisjes zijn zo discreet mogelijk geïntegreerd in zittingen en muren, waardoor een harmonieus geheel ontstaat. Werkplekken en ontmoetingsruimtes zijn direct bij binnenkomst te vinden, zodat leerlingen en medewerkers niet verdwijnen in anonimiteit, maar elkaar kunnen ontmoeten voor onderlinge verbinding. De ruimte is overzichtelijk en het is duidelijk waar informatie te vinden is. De ontvangstbalie is organisch en uitnodigend, zonder statigheid, maar wel functioneel en met geïntegreerde technologie ten behoeve van moderne communicatie en informatievoorziening. Om aan de verschillende behoeften te voldoen is de ontvangst opgedeeld in twee plekken. Een plek waar leerlingen verwelkomd worden, maar waar ook docenten welkom zijn; een ontmoetingsruimte voor iedereen. Daarnaast is er een functionele conciërgeplek, efficiënt ingericht met voldoende berging en technologische mogelijkheden.

De ontvangst is een eerste indruk; een weerspiegeling van wat de school is: een plek van openheid, verbinding en toekomstgerichtheid, waar iedereen zich welkom voelt en zichzelf kan zijn.

15

Routing Subtiel van A naar B In het nieuwe schoolgebouw is de bewegwijzering subtiel. Passend bij de ambitie om een kleinschalige school te blijven, wordt gestreefd naar duidelijkheid door middel van de vormgeving van de verschillende zones. Digitale middelen zijn een waardevolle toevoeging aan het navigatieproces. Denk hierbij aan dynamische elementen zoals projecties die verschillende informatie tonen naargelang de behoefte, of zoals bij Young Business waar digitale displays bijvoorbeeld de aandelenkoersen tonen. In de visie van de school is ‘navigatie’ meer is dan alleen een praktische route van A naar B. Het is een kans voor de studenten om te verkennen en te ontdekken binnen een levendige en inspirerende omgeving.

16

Gangzones Focus & spreiding Lokalen direct grenzend aan het kloppende hart zijn niet ideaal. Daarom is er voldoende afstand en privacy tussen deze ruimtes. Hoewel transparantie belangrijk is, wordt dit niet teveel toegepast om een gebalanceerde sfeer te behouden. Om de focus in de klas te behouden, kunnen leerlingen vanuit hun eigen lesruimte niet via gangzones heen direct naar andere lokalen kijken. In lijn met de visie is ruimte gecreëerd om leerlingen te spreiden en de gangen zijn meer dan alleen doorgangswegen; leerlingen kunnen in kleine groepen samenwerken.

17

Ontmoeten Leerlingen & docenten Binnen de school zijn verschillende plekken waar leerlingen en docenten elkaar ontmoeten. Deze moeten zowel inspirerend als functioneel zijn. Eén goed ingerichte chillplek is daarbij voldoende; het gaat niet om de kwantiteit, maar om de kwaliteit van de ontmoetingen die er plaatsvinden. Daarnaast is er behoefte aan prikkelarme ‘kletsruimte’, waar leerlingen en docenten op een ontspannen manier met elkaar in een huiselijke sfeer, vrij van afleidingen kunnen praten. Door te spelen met hoogte- en laagteverschillen worden ruimtes gecreëerd die zowel ontspanning als activiteit bieden. Hier hebben leerlingen en docenten samen plezier met bijvoorbeeld een tafeltennistafel, waarbij de interactie en verbondenheid centraal staan.

Werken en informeel samenzijn zijn aparte zones binnen de personeelsruimte, zodat docenten de juiste balans kunnen vinden tussen concentratie en ontspanning. Er zijn genoeg stopcontactpunten aanwezig en een variatie aan zitplekken om aan de verschillende behoeften van docenten te voldoen. Hoewel het fijn is dat leerlingen de docenten kunnen zien, is het ook belangrijk dat zij zich kunnen afsluiten. De ruimte is open, maar door middel van slimme ruimte-indeling kunnen de docenten bepalen hoe zichtbaar ze zijn en zich afsluiten wanneer dat gewenst is.

18

Overleg & instructie Strategisch geplaatst De school heeft ruimtes waar kleine groepen leerlingen kunnen samenkomen en werken, terwijl er ook gezamenlijke werkplekken zijn voor zowel collega's als leerlingen. Onderling verschillende zitplekken bieden flexibiliteit voor de diverse werkstijlen, terwijl hoeken tussen lokalen dienen als extra plekken voor instructie en overleg. Deze ruimtes zijn dan vanuit meerdere lokalen te gebruiken, waardoor de interactie tussen docenten en leerlingen wordt gestimuleerd. Staande werkplekken zijn geïntegreerd om een informele sfeer te creëren en de mogelijkheid te bieden om even iets neer te leggen of tijdens het werken te staan. Staande plekken zijn strategisch geplaatst, bijvoorbeeld bij de kluisjes of rondom een pilaar. In de lokalen zijn ook staande plekken beschikbaar voor instructie. De school kent geen centrale mediatheek. Boeken zijn ondergebracht bij de vaklokalen.

19

Leren in lokalen Flexibel & modulair De traditionele methode van indelen blijkt vaak het meest praktisch, maar de waarde van diversiteit wordt wel gezien. Met een gemiddelde van 34 leerlingen per lokaal wordt er getracht continuïteit in het hebben van theorielokalen te creëren, terwijl praktijklokalen vakspecifiek zijn ingericht om de beste leerervaring mogelijk te maken. Het aanbieden van diverse lokalen nodigt uit tot differentiatie, waardoor ingespeeld kan worden op de verschillende behoeften van de leerlingen. Comfort staat daarbij voorop; leerlingen hebben de vrijheid in hoe ze willen zitten, of ze nu alleen werken of in groepjes. Dit zorgt ervoor dat niemand zich buitengesloten voelt. Er bestaat een balans tussen het normale en het diverse. De lokalen zijn modulair en flexibel, waardoor ze aangepast kunnen worden naar behoefte van elke les en elke leerervaring uniek gemaakt kan worden. Hoewel afwisseling belangrijk is, zijn de lokalen ook geschikt zijn voor toetsopstellingen, waardoor er uniformiteit kan worden behouden wanneer dat nodig is.

20

Leren & bewegen De school zet zich in om een gezonde en actieve leeromgeving te creëren, waarin verschillende aspecten van gezondheid en beweging worden gestimuleerd. In de kantine wordt gezonde voeding gepromoot en voor buitenschoolse activiteiten wordt er samengewerkt met sportverenigingen. Ook worden er beweegevenementen georganiseerd om leerlingen te motiveren actief te blijven. Tijdens de lessen lichamelijke opvoeding wordt gestreefd naar afwisselend en stimulerend onderwijs, waarbij een duidelijke demarcatie tussen beweegzones en stille ruimtes wordt gehanteerd. De gymzaal wordt ontworpen met flexibiliteit in gedachten, waardoor verschillende beweegvormen gefaciliteerd kunnen worden. Uitgangspunt is dat er geen (gemeentelijke) eisen gesteld worden aan de binnensportvoorziening om bepaalde binnensporten te kunnen faciliteren. Dit betekent dat de gymzaal niet gebonden is aan vaste afmetingen. Hierdoor is het mogelijk om de gymzaal volledig vorm te geven en af te stemmen op de beweegvormen en activiteiten die de school wil aanbieden. Deze faciliteit is verbonden met het buitenterrein, zodat zowel binnen als buiten LO-onderwijs aangeboden kan worden. Daarnaast wordt in beperkte mate in kleedruimtes en individuele doucheruimtes voorzien, zodat zowel leerlingen als personeel comfortabel kunnen sporten en douchen.

In de centrale ruimte is er ruimte voor zowel ontspanning als beweging, met multifunctioneel ruimtegebruik en de mogelijkheid tot het inzetten van ‘active design’ principes. Deze ruimte kan dienen voor verschillende activiteiten, zoals bewegingsspellen, maar ook voor yoga en mindfulness. 21

Resultaten schouw

22

Bouwdelen •

2 kadastrale percelen

•

Origineel gebouwd 1965

•

Diverse uitbreidingen door de jaren heen

•

Nieuw 2-laags bouwdeel 2010

23

Bouwdelen overzicht

Begane grond

Eerste verdieping 24

Bouwhoogte bestemmingsplan

Bouwvlak

Maximale bouwhoogte 7 meter

Maximale bouwhoogte 7 meter

25

Functioneel •

Algemeen genomen zijn gebruikers tevreden met de opzet van het gebouw: → Onderwijs centraal georganiseerd rondom een aula, met aangrenzend de vier verschillende Youngprogramma’s → Op de verdieping drie clusters met twee of drie theorielokalen die ontsloten worden met een eigen trap. → Kleinschalig gebouw sluit aan op hoe CCK zich wil profileren. → Diverse koppelbare verwerkingsruimten wordt gezien als kans.

→ Compact gebouwd, weinig gangen.

•

Gebouw zit aan de grens van zijn kunnen → School gaat inventief om met de beschikbare ruimten maar biedt onvoldoende mogelijkheden om mee te bewegen met de onderwijsvisie. → De school oogt fris, maar is kwalitatief ondermaats. 26

Ruimtelijke aandachtspunten → Aula te klein, zeker na uitbreiding. → Verdeling toiletten niet goed, zowel verhouding jongens meisjes als locatie in de school . → Alle lokalen zijn uniek qua vorm, enkele lokalen zijn door de specifieke vorm en afmeting onhandig in gebruik. → Fietsenstalling buiten is te klein. → Druk op het rooster door tekort aan theorielokalen.

→ Niet elk ‘Young concept’ geeft eigen herkenbare omgeving. → Vluchtroutes zijn complex (door lokalen, over platte daken).

27

Bouwkundig → Huidige spouw is waarschijnlijk niet geschikt voor isolatie op nieuwbouwniveau, dit zal sterk afhangen van de bouwperiode, gelet op de vele uitbreidingen in verschillende jaren. → Daken zijn niet geïsoleerd. Door verschillende aanbouwen detaillering voor waterdichtheid slecht, met lekkage tot gevolg. → Geen eenheid in kozijnen, verschillende typen en leeftijden. Kwaliteit raambediening vaak slecht.

→ Vloerisolatie door beperkte ruimte onder de vloer niet mogelijk. → Asbestrisico hoog, zit zeer waarschijnlijk op moeilijk bereikbare plekken.

28

W-installatie (1/2) •

Hemelwaterafvoer niet toereikend.

•

HWA en VWA niet gescheiden aangesloten op het riool, dit heeft in verleden tot overlast geleid. Mogelijk ook problemen met afvoer richting openbaar terrein.

•

Comfort is slecht, te warm in de zomer te koud in de winter.

•

Ventilatie in het gebouw is op verschillende manieren geregeld maar voldoet nergens aan PvE frisse scholen.

→ Lokalen met mechanische toe- en afvoer (werkt niet naar behoren vanwege geluidsoverlast en staat dag en nacht aan). → Lokalen met mechanische afvoer en natuurlijk toevoer (al dan niet werkend). → Lokalen met natuurlijk toe- en afvoer door te openen ramen.

29

W-installatie (2/2) •

Verwarmingsinstallatie bestaat uit cv en hoog temperatuur radiatoren → Radiatoren zijn veelal gedateerd, leidingwerk naar radiatoren is vervangen. → Transportleidingen zijn niet geïsoleerd. → Verwarming staat het gehele jaar aan, afhankelijk van de stand van de radiatoren.

→ Lokalen snel te warm door de radiatoren en lastig op temperatuur te regelen. → Geen koeling in het gebouw aanwezig.

30

E-installatie •

Electra hoofdaansluiting en hoofdverdeelkasten goede kwaliteit.

•

Overige E-installatie gebouw is gedateerd. → Brandmeldinstallatie en inbraakbeveiliging is aan vervanging toe.

•

Accesspoints onlangs vervangen, data-installatie gedateerd.

•

CCTV bestaan uit verschillende type. en leeftijden camera’s.

•

Lestijdsignalering is gedateerd.

31

Onderhoud & Energie •

Energieprestatie en verduurzamingsopgave → Energiegebruik in 2023 was 100,5 kWh per m² voor gas en elektra. → Paris Proof in 2040 is de eis 60 kWh per m² (WEII werkelijke energie indicator) → Verduurzaming van minimaal 40% lager energiegebruik

•

Aandachtspunt: Uitstellen gepland onderhoud komende 10 jaar i.v.m. vervangingsopgave → Vervangen circulatie pompen distributie en expansievat verwarming 2028-2029 → Vervangen diverse close-in boilers 2027-2029 → Vervangen circulatiepomp tapwater 2029 → Regelinstallatie 2029

•

Aandachtspunt: mogelijk hergebruik op locatie elders → 1 Gasketel 2034, 1 Gasketel 2042 → Diverse Circulatie pompen vervangen in 2022

32

Ruimtebehoefte op hoofdlijnen •

Op 26 oktober 2023 heeft de gemeenteraad van Krimpen aan den IJssel het IHP 2023 - 2027 goedgekeurd. Hierin is het aantal leerlingen voor CCK vastgesteld op 415 in 2038 en een normatieve ruimtebehoefte van: → 2.600 m² bvo (huidig). → 451 m² bvo uitbreiding. → 450 m² gymzaal.

•

Daarnaast wordt de haalbaarheid van de uitbreiding van het onderwijsaanbod onderzocht. Mocht deze uitbreiding haalbaar blijken, dan is het de nadrukkelijke wens van het CCK de benodigde m2 op te nemen in de (ver)nieuwbouw. Deze wens is niet opgenomen in de uitwerking van de scenario’s maar is wel onderdeel van het afwegingskader onder Ruimtelijke Ordening. → 300 m2 uitbreiding onderwijsaanbod.

33

Ruimtebehoefte Buitenruimte Fietsparkeren en plein Het ‘Kwaliteitskader huisvesting’ van Ruimte Ok gaat uit van 0,8m2 per fiets en 1,5m2 per scooter. Dit zou een genormeerde ruimtebehoefte voor fietsparkeren van 339 m2 betekenen Echter wordt in de huidige situatie krapte ervaren ten aanzien van de buitenruimte. De fietsenstalling is in het dagelijks gebruik overvol en fietsen worden tot aan het toegangshek lang de perceelsgrens neergezet. Het huidige fietsparkeren (incl. de overloop) wordt geschat op 500 m2 o.b.v. 373 leerlingen. Per leerling is dit 1,34 m2 per fiets. Uitgaande van 415 leerlingen is de ruimtebehoefte voor fietsparkeren 556 m2. Voor de bepaling van de buitenruimte hanteert de verordening de formule: 300+0,75 * (aantal leerlingen – 300). O.b.v. het aantal leerlingen zou dat neerkomen op 386 m2 aan pleinruimte. Ook op het plein wordt in de huidige situatie krapte ervaren. Dit is mede te wijten aan de routing voor fietsparkeren en de inefficiënte indeling van het huidige plein dat rondom de school ligt. Het huidige totaaloppervlak van het plein bedraagt ca. 2000m2 incl. fietsparkeren. Door een efficiëntere indeling van de buitenruimte en voldoende ruimte voor dit parkeren komt het huidige oppervlak overeen met de ruimtebehoefte. Dit komt neer op 1.444 m2 pleinruimte. Dit wijkt af van het genormeerde aantal m2 buitenruimte volgens de verordening.

Fietsparkeren

Draaijer

35

Scenario’s Vernieuwbouw, nieuwbouw op huidige locatie en nieuwbouw op fictieve locatie

37

Scenario’s uitgewerkt in massastudie Buro de Haan (architect) heeft voor de scenario’s twee massastudies gemaakt waarin de mogelijkheden van de bestaande kavel zijn onderzocht. Hierbij is rekening gehouden met zowel wensen van het CCK als de schouw en de ruimtelijke kaders. Deze massastudie is de input geweest voor de investeringskostenraming en exploitatiekosten die door KampmanSchaufeli is opgesteld. Scenario A betreft het vernieuwbouwscenario. Daarbij is er gekeken naar zoveel mogelijk behoud van het bestaand pand. Doordat uitbreiding noodzakelijk is, is ervoor gekozen het bouwdeel uit 1980 te slopen en te vervangen door een tweelaags bouwdeel. In scenario B is uit gegaan van volledige nieuwbouw. Door de beperkte oppervlakte op het kavel is gekozen voor een compact 3-laags gebouw, waarbij de begane grond een wat ruimere footprint heeft dan de eerste en tweede verdieping. Scenario C gaat uit van dezelfde massa als scenario B, echter betreft dit scenario een fictieve locatie. De investeringskostenraming en exploitatiekosten zijn voor scenario B en C dus gelijk. De massastudie en de ramingen zijn als bijlagen van deze scenariostudie opgenomen.

38

Scenario's

Vernieuwbouw

Nieuwbouw huidige locatie

Nieuwbouw fictieve locatie

• Vernieuwbouw huidige locatie

• Nieuwbouw huidige locatie

• Nieuwbouw op fictieve locatie elders in Krimpen aan den IJssel

→ Uitbreiding 405 m2 → Sloop 655 m2 → Nieuwbouw 1.060 m2 • Tijdelijke huisvesting

• 2.600 m2 normatief, 450 m2 gym en 451m2 uitbreiding • 3-laags compact gebouw • Tijdelijk huisvesting

• 2.600 m2 normatief, 450m2 gym en 451 m2 uitbreiding • 3-laags compact gebouw • Geen tijdelijke huisvesting 39

Afwegingskader Afwegingen om het gewenste scenario in beeld te krijgen.

40

Afwegingskader ingevuld 1 voldoet niet 3 neutraal 5 voldoet

ONDERWERP Financieel Investeringskosten bouw (binnen budget scoort hoog) Kosten tijdelijke huisvesting (benodigd scoort laag) Verhuiskosten (meer verhuizingen scoort laag) Exploitatiekosten (hoge kosten scoren laag) Onderwijskundige functionaliteit Sluit aan bij onderwijskundige visie Flexibiliteit in indeling Flexibiliteit in capaciteit Positionering entree Duurzaamheid Energieprestatie (hoge kosten scoort laag) Klimaatadaptief Materiaal gebruik Ruimtelijke Ordening Uitbreidingsmogelijkheden op terrein (300 m2) Fietsparkeren Buitenruimte Ruimtelijke inpassing (huidige functie op het plot) Realisatie (overlast) Fasering Tijdelijke huisvesting

Scenario Score: 30% 30% 10% 30% 25% Score: 30% 20% 30% 20% 15% Score: 60% 20% 20% 15% Score: 25% 25% 25% 25% 15% Score: 50% 50%

A

30%

Totaal berekend:

100%

B 2,2 3 1 1 3 4 5 3 3 5 2,8 3 3 5 0,25 1 1 3 1 1 1 1

C 2,2 1 1 1 5 5 5 5 5 5 3,6 5 3 3 0,75 3 3 5 1 3 3 3

3,6 1 5 3 5 5 5 5 5 5 3,6 5 3 3 0,75 3 3 3 1 4 3 5

A

B

C

10,3

14,6

17,0

41

Onderbouwing afwegingskader (1/7) Financieel Investeringskosten in Euro

Kosten Tijdelijke huisvesting in Euro

Verhuiskosten in Euro

Totaal Investering in Euro

Exploitatiekosten per jaar

Scenario A

12.091.608

2.581.000

130.000

14.802.608

167.000

Scenario B

13.720.357

2.581.000

130.000

16.431.357

97.000

Scenario C

13.720.357

0

65.000

13.785.357

97.000

Investeringskosten De score voor de investeringskosten zijn bepaald op basis van het principe ‘hoogste kosten scoort het laagst’. In bovenstaande tabel zijn de exacte kosten incl. btw weergegeven. Scenario A is als neutraal beoordeelt omdat de investeringskosten het laagst zijn, echter is het bedrag hoger dan in het IHP is vastgesteld. De andere twee scenario’s zijn als voldoet niet beoordeelt Uitgangspunten investeringskosten Voor alle scenario’s is in de investeringskosten uitgegaan van prijspeil heden (mei 2024) en is rekening gehouden met loon- en prijsstijgingen (3% per jaar) voor de periode tijdens de ontwerp- en bouwfase (uitgaande van oplevering september 2026). In de investeringskostenraming is uitgegaan van werkelijke projectkosten o.b.v. het scenario, hierbij is in dit stadium nog niet gekeken naar eventuele aanvullende locatiegebonden kosten. Voor scenario A is uitgegaan van het volledig vervangen van de gevel en de vloeren m.u.v. het bouwdeel uit 2010. De sloop van een gedeelte van het bouwdeel uit 1980 is ook opgenomen in de investeringskostenraming. Voor scenario B en C is het uitgangspunt dat de nieuwbouw plaatsvind op een bouwrijp terrein, sloopkosten zijn in deze scenario’s dus geen onderdeel van de investeringskostenraming.

Draaijer

42

Onderbouwing afwegingskader (2/7) Financieel Exploitatiekosten De score voor de investeringskosten zijn bepaald op basis van het principe ‘hoogste kosten scoort het laagst’. In bovenstaande tabel zijn de exacte kosten incl. btw weergegeven. Scenario A is als Neutraal beoordeelt, deze kosten zijn het hoogst. De andere twee scenario’s zijn als voldoet beoordeelt, Kosten tijdelijk huisvesting Voor tijdelijk huisvesting wordt uitgegaan van huur van portacabins voor een periode van 2 jaar. De kosten zijn een prijsindicatie op basis van de ruimtebehoefte incl. btw. Verhuiskosten De verhuiskosten zijn in het beoordelingskader meegenomen omdat de gemeente Krimpen deze volgens de verordening separaat bekostigt (geen onderdeel van het budget, vastgesteld in het IHP). Voor de scenario’s A en B moet minimaal twee keer verhuisd worden en scoort daarom niet voldoende. Voor scenario C is er één verhuizing noodzakelijk en die scoort daarom als ‘neutraal’.

Draaijer

43

Onderbouwing afwegingskader (3/7) Onderwijskundig Sluit aan bij onderwijskundige visie De onderwijskundige visie van de school wordt sterk gedreven door het Young & Strong concept, waarbij verschillende keuzeprofielen worden gehanteerd (Young) en verbreden, verdiepen en versterken (Strong) wordt gestimuleerd. Alle drie de scenario’s kunnen aansluiten bij deze onderwijskundige visie.

nieuwbouwscenario’s (B en C) kunnen hierin voorzien, daar er in het ontwerp met capaciteitsflexibiliteit rekening gehouden kan worden. In geval van scenario A (vernieuwbouw) zijn er weliswaar verbeteringskansen ten opzicht van de huidige situatie, maar dicteert en beperkt de bestaande structuur en de in de loop der tijd gerealiseerde bouwdelen dit ook.

Flexibiliteit in indeling In de loop van de tijd zal de onderwijskundige visie mogelijk aangescherpt of aangepast kunnen worden. Ook kunnen (technologische) ontwikkelingen zorgen voor veranderende behoeften met een effect op de indelingsbehoefte. Beide nieuwbouwscenario’s (B en C) kunnen hierin voorzien, daar er in het ontwerp met indelingsflexibiliteit rekening gehouden kan worden. In geval van scenario A (vernieuwbouw) zijn er weliswaar verbeteringskansen ten opzichte van de huidige situatie, maar dicteert en beperkt de bestaande structuur en de in de loop der tijd gerealiseerde bouwdelen dit ook.

Positionering entree Vanuit de visie en ambitie is er behoefte aan één heldere, herkenbare ingang die de identiteit als school uitdraagt. Het is een blijk van trots, een duidelijk statement van "Dit zijn wij". Alle drie de scenario’s kunnen hierin voorzien.

Flexibiliteit in capaciteit Met ‘flexibiliteit in capaciteit’ wordt bedoeld de mate waarin binnen een scenario flexibiliteit in en tussen de verschillende ruimten gecreëerd kan worden. Bijvoorbeeld om op termijn capaciteit aan andere partijen uit te kunnen lenen. Daarvoor geldt hetzelfde als bij flexibiliteit in indeling. Beide

Draaijer

44

Onderbouwing afwegingskader (4/7) Duurzaamheid Energieprestatie In het IHP zijn geen aanvullende energieprestatie-eisen opgenomen. Dat betekent dat een ‘Bijna Energie Neutraal Gebouw’ (BENG) als wettelijke verplichting voor alle scenario’s van toepassing is. Deze wettelijke verplichting is voor alle drie de scenario’s haalbaar, echter presteert een compact 3-laags gebouw zoals in de nieuwbouwscenario’s (B en C) beter in energieverbruik dan een uitgestrekt 2-laags gebouw (A). Dit komt doordat er bij een compact gebouw minder warmteverlies optreedt bij gevels en daken. Daarom is scenario A neutraal beoordeeld en scenario’s B en C voldoet beoordeeld

Materiaalgebruik De duurzaamheidsagenda van de gemeente krimpen kent geen specifieke eisen op het gebied van circulariteit voor dit project. Wel zijn er algemene uitgangspunten waar dit project aan kan bijdragen, bijvoorbeeld door het sluiten van materiaalketens. Voor het scenario A wordt voor een groot deel uitgegaan van hergebruik van de bestaande constructie en biedt dit scenario de ruimte om materialen te oogsten en opnieuw in te zetten. Daarom krijgt dit scenario de beoordeling voldoet. Voor de twee nieuwbouwscenario’s (B en C) is de constructie nieuw, maar kan wel gekozen worden voor materialen met een lagere milieu-impact.

Klimaatadaptatie In de duurzaamheidsagenda van de gemeente Krimpen is beleid op klimaatadaptief bouwen opgenomen. De scenario’s zijn in dit stadium niet onderzocht op alle daarbij voorgenomen eisen. Over het algemeen kan gesteld worden dat zowel vernieuwbouw als nieuwbouw op de bestaande locatie (scenario A en B) niet zullen leiden tot grotere gevolgen door klimaatverandering. Deze scenario’s zijn daarom als ‘neutraal’ beoordeeld.

Scenario B biedt ook de ruimte om geoogste materialen toe te passen in het nieuwe gebouw. In scenario C is dat niet zo, de school blijft immers in gebruik tijdens de bouw van de nieuwe school. Daar tegenover staat dat in deze variant de school vrijkomt en het daardoor alsnog mogelijk is materialen te oogsten of het gebouw (of delen daarvan) opnieuw te gebruiken. Deze scenario’s zijn daarom ook als ‘neutraal’ beoordeeld.

Of het nieuwbouwscenario op een fictieve locatie grotere gevolgen heeft m.b.t. klimaatverandering is niet te bepalen. Daarom is dit scenario ook als ‘neutraal’ beoordeeld.

Draaijer

45

Onderbouwing afwegingskader (5/7) Ruimtelijke ordening Uitbreiding Het CCK onderzoekt ten tijde van deze scenariostudie of het onderwijsaanbod uitgebreid kan worden. Als dit het geval is, neemt de ruimtebehoefte met ca. 300 m2 toe. De scenario’s zijn daarom beoordeeld op deze mogelijke uitbreiding. In scenario A is deze uitbreiding niet te realiseren. Door de lange, smalle kavel en de huidige onlogische indeling van de buitenruimte biedt dit scenario onvoldoende ruimte om extra bebouwing op de kavel toe te staan. Dit zou teveel buitenruimte in beslag nemen. Ook de uitbreiding verder doorvoeren naar drie laags is geen optie omdat het hoogteaccent daar niet passend is in relatie tot het huidige gebouw en de omgeving. Dit scenario is daarom beoordeeld met ‘voldoet niet’.

In scenario B kan het de uitbreiding toegevoegd worden door het hoogteaccent uit te vergroten en daarmee meer m2 te realiseren. Hiermee wordt wel de grens bereikt van wat wenselijk ten opzichte van de omgeving. Daarom is dit scenario met ‘neutraal’ beoordeeld.

Fietsparkeren In scenario A is het fietsparkeren door de vorm van de kavel lastig te organiseren. Achter op het terrein levert een logistieke doorkruising van fietsers op het schoolplein op. Omdat de situatie vergelijkbaar blijft met de huidige, waarin het fietsparkeren als obstakel wordt ervaren is dit scenario met ‘voldoet niet’ beoordeeld. Bij scenario B is er dankzij de compacte vorm van het gebouw meer m2 buitenterrein om het fietsparkeren op te lossen, echter bevindt het buitenterrein zich nog steeds om het gebouw heen waardoor een goede logistiek een uitdaging blijft. Dit scenario is daarom met ‘neutraal’ beoordeeld. Voor scenario C is het fietsparkeren afhankelijk van de gekozen locatie. Omdat deze niet bekend is, is dit scenario met ‘neutraal’ beoordeeld.

Voor scenario C is de mogelijkheid voor uitbreiding geheel afhankelijk van de gekozen locatie. Omdat deze niet bekend is, is dit scenario als ‘neutraal’ beoordeeld.

Draaijer

46

Onderbouwing afwegingskader (6/7) Ruimtelijke ordening Buitenruimte Scenario A heeft door de iets grotere footprint van het gebouw minder buitenruimte dan in de huidige situatie, die op dit moment (mede door de problemen met het fietsparkeren) als te klein wordt ervaren. Een andere oplossing voor het fietsparkeren zal leiden tot een meer functioneel in te delen buitenruimte. Hierdoor is dit scen’ario als ‘neutraal’ beoordeeld. In scenario B is de footprint van het gebouw juist kleiner geworden, waardoor er meer vrij in te delen buitenruimte ontstaat. Hierdoor is dit scenario met ‘voldoet’ beoordeeld. Voor scenario C is de buitenruimte afhankelijk van de gekozen locatie. Omdat deze niet bekend is, is dit scenario met ‘neutraal’ beoordeeld.

Draaijer

Ruimtelijk inpassing De scenario’s zijn beoordeeld op de ruimtelijke inpassing op het kavel in relatie tot het vigerende omgevingsplan. Dit omgevingsplan geeft aan dat de huidige gebouwvorm leidend is voor de bouwvlek en bouwhoogte. Hierdoor is voor zowel scenario A als B sprake van een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) volgens de omgevingswet. Voorheen beter bekend als een bestemmingsplanwijziging. Omdat er dus geen sprake is van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA) zijn deze scenario’s beoordeeld met ‘voldoet niet’. Voor scenario C is bovenstaande nog niet bekend en afhankelijk van de gekozen locatie. Het is echter zeer aannemelijk dat er sprake zal zijn van een BOPA, daarom is dit scenario ook als ‘voldoet niet’ beoordeeld.

47

Onderbouwing afwegingskader (7/7) Realisatie (overlast) Fasering Afhankelijk van de manier waarop de realisatie vorm gaat krijgen en gelet op de behoefte aan het beperken van tijdelijke huisvesting, kan fasering van grote invloed zijn op de mate van ervaren overlast. In geval van scenario A bestaat de kans op een traject in meerdere fases. Elke fase gaat gepaard met overlast. Daarom is scenario A beoordeeld als ‘voldoet niet’. In geval van scenario B is het noodzakelijk de gehele school tijdelijk elders te huisvesten; 1 fase. Echter moet er nog altijd twee maal verhuisd worden, wat ook overlast met zich meebrengt. Dit is echter een logisch gevolg en in één keer te plannen. Daarnaast vraagt dit slechts twee keer een verandering, waarbij de laatste die naar de definitieve situatie is. Daarom is dit scenario als ‘neutraal’ beoordeeld. Hoewel in scenario C maar één keer verhuisd hoeft te worden, wordt verwacht dat de overlast als vergelijkbaar wordt ervaren ten opzichte van scenario B; daarom is C als ‘gelijkwaardig’ beoordeeld.

als groter worden ervaren dan in geval van tijdelijke huisvesting bij Scenario B, wat ertoe heeft geleid scenario A lager te scoren dan scenario B.

Tijdelijke huisvesting In geval van zowel scenario A als B is tijdelijke huisvesting noodzakelijk. Bij scenario C is dat niet het geval. Vandaar dat dit scenario als ‘voldoet’ beoordeeld is. In geval van scenario A wordt de omvang van de benodigde tijdelijke huisvesting gedicteerd door de fasering en keuzes die hierbij gemaakt worden. De overlast door deze tijdelijke huisvesting kan daardoor

Draaijer

48

Conclusie Vaststelling voorkeursscenario Comenius College Krimpen

49

Conclusie Voorkeursscenario Comenius College Scenario A Vernieuwbouw op de bestaande locatie is mogelijk en kan in bepaalde mate voldoen aan de onderwijskundige visie. Wel is er minder flexibiliteit voor de toekomst mogelijk. Door de slechte staat van de school is vernieuwbouw technisch gezien zeer ingrijpend maar voordeliger dan de andere scenario’s. Daarbij komt dat tijdelijk huisvesting noodzakelijk is met alle kosten (incl. extra verhuizingen) en extra overlast van dien. Grootste nadeel betreft de beperkte buitenruimte waardoor uitbreiding van het onderwijsaanbod in dit scenario niet mogelijk is en de logistiek m.b.t. plein en fietsparkeren moeilijk goed te organiseren zijn. Ook op duurzaamheid scoort dit scenario lager. Het CCK vind daarom dit het minst aannemelijke scenario.

Scenario B Het nieuwbouwscenario is voor wat betreft de onderwijsvisie passender vanwege de vrije indeelbaarheid. Het compacte gebouw is duurzamer dan scenario A en biedt door de kleinere foorprint meer buitenruimte om de logistiek op het plein i.c.m. fietsparkeren op te lossen. Daarbij is in dit scenario de uitbreiding van het onderwijsaanbod mogelijk. Wat in deze variant nadelig is, zijn de noodzakelijke kosten voor de tijdelijke huisvesting en de extra verhuisbewegingen.

Draaijer

Hoewel de extra buitenruimte mogelijkheden biedt wordt (ingegeven door de huidige ervaringen) het kavel toch ook als beperking ervaren. Scenario B scoort daarom beter als scenario A maar is niet het voorkeursscenario. Scenario C (voorkeursscenario) Het nieuwbouw scenario op een fictieve andere locatie is als voorkeursscenario vastgesteld. Het scoort wat betreft onderwijsvisie en duurzaamheid gelijk met scenario B en heeft als grote voordeel dat tijdelijke huisvesting niet noodzakelijk is en daarmee veel kosten en overlast beperkt. Kanttekening die gemaakt moet worden is dat de ruimtelijke kader van een fictieve locatie niet mee te wegen is en daarom nu als neutraal beoordeelt is. CCK gaat er van uit dat een geschikte locatie voldoet aan de eisen en wensen die hiervoor zijn vastgesteld, maar beseft zich dat het niet vanzelfsprekend is dat er in Krimpen een dergelijk locatie beschikbaar is. Het locatieonderzoek van RHO zal aantonen of er locaties in krimpen geschikt zijn voor het CCK. Het verdient de aanbeveling het afwegingskader daarop opnieuw in te vullen zodat een realistischer beeld ontstaat of een andere locatie nog steeds leid tot het voorkeursscenario t.o.v. Scenario B.

50

draaijerpartners.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15651924/1