CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-09-16 Quickscan milieuaspecten locatieonderzoek Octaaf-Mozaïek

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Locatie nieuwbouw het Octaaf en het Mozaïek3.787 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

- MEMO DATUM KENMERK VAN

17 juli 2024 20220868/161197/ S. Lie

PROJECT OPDRACHTGEVER

20220868 Locatie onderzoek Octaaf-Mozaïek Gemeente Krimpen aan den IJssel

QUICKSCAN MILIEUASPECTEN LOCATIEONDERZOEK OCTAAF-MOZAÏEK

1. INLEIDING De scholen, kinderopvang en gymzaal van het Octaaf en het Mozaïek, in Krimpen aan den IJssel, zijn aan vervanging toe en zullen moeten worden herontwikkeld. Een scenario is dat op de locatie Groenendaal de basisschool Mozaïek van 1.208 m2, een kinderopvang van 282 m2, een gymzaal van 1.450 m2, een fietsenstalling en pleinruimte wordt gerealiseerd. Momenteel bevindt zich op de locatie een handbalvereniging met sportveld, deze blijven behouden. Mogelijk zal de handbalvereniging verplaatsen. In deze quickscan worden de omgevingsaspecten onderzocht voor de ontwikkeling. Het scenario waar de handbalvereniging zal verplaatsen wordt bij de aspecten besproken waar dit effect zal hebben. Dit zullen met name de aspecten geluid en lichthinder betreffen. In de volgende hoofdstuk wordt eerst het projectgebied omschreven, gevolgd door de vigerende regeling. In hoofdstuk 4 is de quickscan weergegeven en in hoofdstuk 5 volgt ten slotte de conclusie.

2. PROJECTGEBIED De locatie bevindt zich aan de weg Groenendaal en beslaat een deel van het perceel 8.536 sectie H in de gemeente Krimpen aan den IJssel. Ten westen van het projectgebied bevindt zich het Krimpenerwaard College en KindeRdam Kinderdagverblijf. In het zuiden en noorden zijn woningen gelegen. In de huidige situatie bestaat de projectlocatie uit een gymzaal, handbalveld, handbalvereniging en een parkeerterrein, zie figuur 1.

Figuur 1 Locatie projectgebied

3. VIGERENDE REGELING Ter plaatse van het projectgebied geldt het omgevingsplan Krimpen aan den IJssel, met daarin de bestemmingsplannen ‘Kortland’ en ‘Krimpenerwaard College’. Het projectgebied heeft in deze bestemmingsplannen de enkelbestemmingen ‘Sport’ en ‘Maatschappelijk en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’, zie figuren 2 en 3. Ter plaatse van de gymzaal is daarnaast een bouwvlak aangegeven.

2/12

Figuur 2 Uitsnede plankaart ‘Kortland'

Figuur 3 Uitsnede plankaart ‘Krimpenerwaard College’

3/12

4. OMGEVINGSASPECTEN Voor alle relevante omgevingsaspecten is inzicht gegeven in de geldende beoordelingskaders en de daarmee samenhangende onderzoeksopgave. Daarbij is ook een verwachting uitgesproken in hoeverre sprake kan zijn van mogelijk knelpunten, aandachtspunten of randvoorwaarden voor de beoogde ontwikkelingen. De onderstaande tabel bevat een samenvattend overzicht van de resultaten van de quickscan, met daaraan gekoppeld een classificatie op basis van de volgende indeling: Dit is een aspect waar voor de beoogde ontwikkeling geen knelpunten worden verwacht en sprake is van een lage onderzoekslast (in veel gevallen volstaat een kwalitatieve onderbouwing). Dit is een aspect waar voor de beoogde ontwikkeling een hogere prioritering geldt omdat er mogelijk onderzoeklast geldt of de invulling van het project kan beïnvloeden of in een vroeg stadium actie vereist is. Dit is een aspect waar voor de beoogde ontwikkeling geldt dat hier in een vroeg stadium rekening mee moet worden gehouden (bepalend kan zijn voor planning en doorlooptijd), een hoge onderzoeklast geldt en/of inhoudelijke consequenties kan hebben voor de uitwerking van het ontwerp.

4.1 Resultaten milieu- en omgevingsaspecten Aspect

Resultaten quickscan

Verkeer en parkeren

Onderzoek naar de verkeersgeneratie en -afwikkeling is noodzakelijk wanneer er sprake is van een toename aan verkeersbewegingen.

Geluid

Akoestisch onderzoek is nodig voor de Nieuwe Tiendweg.

Luchtkwaliteit

De gemeente Krimpen aan den IJssel is geen aandachtsgebied voor stikstofdioxide en fijnstof waardoor niet onderzocht hoeft te worden of de beoogde ontwikkeling ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Wel moet gekeken worden of er voldaan wordt aan het advies met betrekking tot bescherming van hooggevoelige groepen.

Omgevingsveiligheid

Het projectgebied ligt binnen het explosieaandachtsgebied. Een voorschriftengebied en afweging van het groepsrisico zijn noodzakelijk. Onderzocht moet worden of het tankstation nog een vergunning heeft voor LPG. Er hoeft minder afstand aangehouden worden tot een tankstation zonder verkoop van LPG.

Activiteiten vanuit bedrijven

Wanneer het sportveld wordt verlicht, is lichthinderonderzoek nodig. Daarnaast is akoestisch onderzoek nodig.

Natuur: gebiedsbescherming Voor de beoogde ontwikkeling dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden voor de realisatie- en gebruiksfase. Aanbevolen wordt om in een vroeg stadium een eerste verkennende berekening uit te voeren voor de realisatie- en gebruiksfase op basis van de beoogde planning voor de werkzaamheden en een realistische inschatting van het in te zetten materieel.

4/12

Prioritering

Aspect

Resultaten quickscan

Flora en Fauna Soortenbescherming

Voor de beoogde ontwikkeling is een quickscan ecologie nodig. Eventuele nadere onderzoeken en vervolgstappen kunnen van invloed zijn op de planning en doorlooptijd van het project.

Water

Er dient te worden onderbouwd dat het project uitvoerbaar is binnen de eisen die daaraan door de waterbeheerder worden gesteld. Bij een toename aan verharding van meer dan 500 m2 gecompenseerd te worden.

Bodem

Voor de ontwikkeling is bodemonderzoek nodig om aan te tonen dat er volstaan kan worden aan de achtergrondwaarden voor de beoogde school.

Cultuurhistorie en Archeologie

Binnen het gebied is geen sprake van cultuurhistorische waarden die aanleiding geven tot nader onderzoek. Archeologisch onderzoek is nodig bij werkzaamheden dieper dan 1 meter en van meer dan 10.000 m2.

Mer-beoordeling

Er is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject waarvoor een mer-beoordeling noodzakelijk is.

Prioritering

4.2 Analyse milieu- en omgevingsaspecten

4.2.1 Verkeer en parkeren Beoordelingskader De Omgevingswet en het Bkl stellen geen specifieke regels op dit gebied. Wel dienen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties inzicht de mobiliteitskeuzes en -strategie te worden onderbouwd afgestemd op de doelgroepen, de kenmerken van de locatie en de te verwachten effecten. Ook dient te worden aangetoond dat het extra verkeer op goede manier kan worden afgewikkeld en dat wordt voorzien wordt in voldoende parkeerplaatsen. De CROWrichtlijnen blijven net als in de huidige praktijk belangrijk bij de beoordeling van verkeer en parkeren. Analyse Er dient inzicht te worden gegeven in de te verwachten verkeersgeneratie waarin de verkeersgeneratie van de referentiesituatie wordt uitgezet tegen de verkeersgeneratie van de ontwikkeling, de daarmee samenhangende gevolgen voor de parkeerbehoefte en of er op locatie voldoende ruimte is voor deze parkeerbehoefte. Onderzocht moet worden of de ontsluitende wegen voldoende capaciteit hebben om het eventuele extra verkeer op een goede en veilige manier af te wikkelen. 4.2.2 Geluid Algemeen Het Bkl kent met betrekking tot geluid instructieregels in hoofdstuk 3 en 5.

De instructieregels in hoofdstuk 5 zijn specifiek bedoeld voor de evenwichtige toedeling van functies aan locaties bij de aanleg of wijziging van het gebruik van gemeentewegen, waterschapswegen of lokale spoorwegen (zonder geluidproductieplafonds) en het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen binnen een geluidaandachtsgebied, waarbij rekening wordt gehouden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Scholen worden in dit kader gezien als geluidgevoelige gebouwen. De regels van hoofdstuk 5 zijn ook van toepassing op een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het normenstelsel voor geluid op basis van het Bkl is samengevat weergegeven in onderstaande tabel 4.1. Daarnaast regelt hoofdstuk 5 het geluid van activiteiten.

5/12

Tabel 4.1 Standaardwaarden en grenswaarden geluid per geluidbronsoort Geluidbronsoort

Standaardwaarde Lden [dB]2,3

Grenswaarde Lden[dB] Nieuw geluidgevoelig gebouw

Provinciale wegen

50

60

53

70

55

65

50 Lden/40 Lnight

55 Lden/45 Lnight

Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen Industrieterreinen

Toetsing Scholen zijn geluidgevoelige gebouwen. Het projectgebied ligt in het geluidaandachtsgebied van de gemeenteweg de Nieuwe Tiendweg. Akoestisch onderzoek is nodig om aan te tonen of voldaan kan worden aan de standaard- en grenswaarden uit tabel 4.1. Daarnaast moet onderzocht worden of er sprake is van indirecte effecten door een veranderend verkeersbeeld. 4.2.3 Luchtkwaliteit Beoordelingskader Als een plan betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van luchtverontreinigende stoffen, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen in acht worden genomen (artikel 8.17 Bkl). Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied plaatsvindt. In deze gebieden (aangewezen in artikel 5.51, lid 2, van het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. De gemeente Meppel is geen aandachtsgebied. Onderzoek is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In artikel 5.54 Bkl zijn standaardactiviteiten genoemd die niet in betekenende mate bijdragen. Het gaat onder andere om het toelaten van gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met: 1°.

één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of 2°. twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen.

Analyse Met de ontwikkeling wordt geen activiteit mogelijk gemaakt zoals genoemd in artikel 5.50 van het Bkl. De gemeente Krimpen aan den IJssel is niet aangewezen als een aandachtsgebied voor stikstofdioxide en fijnstof (artikel 5.51 van het Bkl). Er hoeft daarom niet getoetst worden of het toelaten van de activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 µg/m³. Wel dient onderzocht te worden of er wordt voldaan aan het ‘Advies bescherming hooggevoelige groepen’. Hierin wordt geadviseerd om geen gevoelige bestemmingen zoals scholen binnen 150 meter van snelwegen, binnen 25 meter van drukke binnenstedelijke wegen (meer dan 10.000 mvt/etmaal) en binnen 50 meter van provinciale wegen te realiseren. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient daarnaast een afweging van de luchtkwaliteit ter plaatse van de beoogde ontwikkeling plaats te vinden. Hiervoor is geen specifiek onderzoek noodzakelijk, maar kan gebruik worden gemaakt van beschikbare basisinformatie. De concentraties ter hoogte van het projectgebied liggen onder de geldende omgevingswaarden.

6/12

4.2.4 Omgevingsveiligheid Beoordelingskader Externe veiligheid omvat de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor Externe veiligheidsrisico’s zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De beoogde ontwikkeling betreft woningbouw en daarmee een ‘kwetsbaar gebouw’. In het plan dient de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te worden genomen en rekening gehouden te worden met de aandachtsgebieden van risicobronnen in de omgeving. Verder dient op grond van artikel 5.2 van het Bkl voor de risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening te worden gehouden met het belang van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; b. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en c. de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van die wet.

Analyse Op basis van de gegevens uit de Atlas leefomgeving zijn de risicobronnen en aandachtsgebieden in de omgeving bepaald. In de directe omgeving vindt er geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, het spoor, het water of door buisleidingen waarvan het aandachtsgebied over het projectgebied komt. Op korte afstand bevindt zich een LPG-tankstation aan de Nieuwe Tiendweg 21. Het projectgebied valt niet binnen de PR 10-6-risicocontouren. Wel ligt het projectgebied binnen het explosieaandachtsgebied en grenst het aan het brandaandachtsgebied. Basisscholen worden gezien als zeer kwetsbare gebouwen. Bij de realisatie van zeer kwetsbare gebouwen binnen een aandachtsgebied dient een afweging van het groepsrisico plaats te vinden. Het Bkl stelt geen eisen ten aanzien van het kwantificeren van de gevolgen voor het groepsrisico. Daarnaast moet het explosieaandachtsgebied aangewezen worden als voorschriftengebied. Voor de school zijn aanvullende bouweisen van toepassing. In overleg met de gemeente en de veiligheidsregio zal moeten worden bekeken welke precieze voorwaarden en maatregelen worden verbonden in verband met de ligging binnen het explosieaandachtsgebied. Op basis hiervan kan een onderbouwing van de aanvaardbaarheid van het groepsrisico worden opgesteld. Wanneer er geen LPG meer wordt verkocht, zullen de aandachtsgebieden kleiner worden.

Bij een minimale afstand van 20 meter tussen de afleverzuil en een pand van een derden is er sprake van een voldoende veilige situatie voor een tankstation zonder LPG. In dat geval is de warmtestraling op de gevel van het gebouw bij een incident kleiner dan 10 KW/m2 en acceptabel. Onderzocht moet worden of het tankstation nog een vergunning heeft voor LPG of dat deze ingetrokken is.

7/12

Figuur 3.1 Uitsnede externe veiligheidskaart Atlasleefomgeving met het projectgebied rood omkaderd

4.2.5 Activiteiten vanuit bedrijven Beoordelingskader In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ● ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; Aan de hand van de verschillende omgevingsaspecten (o.a. geluid, geur, trillingen) dient getoetst te worden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tabel 4.2 Standaardwaarden toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00-19.00 uur

19.00-23.00 uur

23.00-07.00 uur

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax door aandrijfgeluid van transportmiddelen

--

70 dB(A)

70 dB(A)

LAmax door andere piekgeluiden

--

65 dB(A)

65 dB(A)

07.00-19.00 uur

19.00-23.00 uur

23.00-07.00 uur

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax door aandrijfgeluid van transportmiddelen

--

55 dB(A)

55 dB(A)

LAmax door andere piekgeluiden

--

45 dB(A)

45 dB(A)

LAr,LT als gevolg van activiteiten

Tabel 4.3 Standaardwaarden toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten

LAr,LT als gevolg van activiteiten

8/12

Analyse In de directe omgeving van het projectgebied zijn een school en kinderopvang gelegen. Vanuit deze functies is mogelijk geluidhinder te verwachten op de beoogde school. De kortste afstand van het Krimpenerwaard College tot het projectgebied is circa 15 meter. Het kinderdagverblijf bevindt zich op circa 17 meter. Verwacht wordt dat er kan worden volstaan met een kwalitatieve onderbouwing op basis van de Bruidsschat. Stemgeluid blijft tevens buiten beschouwing. Daarnaast zorgen een school en sportveld door de geluidemissies mogelijk voor geluidhinder. De afstand van het beoogde schoolplein tot de dichtstbijzijnde woningen aan de zuidkant is circa 15 meter. Maatgevend voor een school is het schoolplein. Het schoolplein wordt ook als sportveld voor de handbalvereniging gebruikt. Wanneer het sportveld tussen de school en gymzaal komt te liggen, zorgt dit voor een grotere afstand tot aan de woningen aan de Groenendaal. Daarnaast fungeert de school zelf als een barrière waardoor minder geluidhinder wordt verwacht. Wanneer de handvereniging zal verplaatsen en het sportveld alleen als schoolplein wordt gebruikt, wordt er minder geluidhinder verwacht. Sportactiviteiten vinden namelijk ook in de avond en in het weekend plaats. Voor de woningen ten noorden van het projectgebied, aan de Vijfkamp, is er geen sprake van een verslechtering met betrekking tot het aspect geluid.

Deze woningen zijn het dicht gelegen bij het bestaande handbalveld. Op deze locatie is in de toekomst een overdekt gymzaal beoogd. Omdat dit inpandig is, wordt er minder geluidhinder verwacht. In paragraaf 4.2.4 is er met betrekking tot het aspect gevaar ingegaan op het LPG-tankstation. Er wordt vanuit de aspecten stof en geur geen hinder verwacht. Wel moet lichthinderonderzoek plaatsvinden voor de woningen aan de Groenendaal. Wanneer er geen sprake is van een verlicht sportveld, kan lichthinderonderzoek achterwege blijven. 4.2.6 Flora & fauna Beoordelingskader Doelen van de Ow zijn onder meer de natuurbescherming en het beheer van ecosystemen (artikel 2.1, lid 3, onder h en o) en het beheer van natuurgebieden (artikel 2.1, lid 3, onder h en q). De bescherming van habitats en soorten is geregeld in afdeling 3.7 Bkl en afdeling 4.4 (programma's natuur) Bkl. Analyse Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op een afstand van circa 570 meter van het projectgebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied de Biesbosch bevindt zich op circa 15 kilometer van het projectgebied. Negatieve effecten op deze gebieden met uitzondering van stikstof kunnen uitgesloten worden. Op basis van de gebiedsbescherming van Natura 2000-gebieden geldt dat eventuele effecten op natura 2000 waaronder stikstof getoetst moeten worden.

De realisatie van de ontwikkeling, toename van verkeer en eventuele andere emissiebronnen zouden kunnen leiden tot een toename van meer dan 0,00 mol/ha/jr stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden. Middels berekeningen in het programma Aerius Calculator dient de stikstofdepositie afkomstig van de beoogde ontwikkeling berekend te worden voor de realisatie- en gebruiksfase. Geadviseerd wordt om vroeg in het proces de berekeningen uit te voeren. Soortenbescherming De ontwikkeling kan effect hebben op beschermde soorten in het gebied. Daarom moet een quickscan ecologie worden uitgevoerd om inzicht te geven in de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Op basis van deze resultaten kan vervolgonderzoek noodzakelijk zijn en op basis daarvan eventueel een vergunning flora fauna-activiteit/activiteitenplan en een ecologisch werkprotocol. Deze vervolgstappen kunnen van invloed zijn op de planning en doorlooptijd, zowel waar het gaat om de vergunningverlening als de daadwerkelijke uitvoering van het project.

9/12

4.2.7 Water Beoordelingskader Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het projectgebied ligt binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard. De weging van het waterbelang geldt bij het vaststellen van de BOPA. Dit volgt uit artikel 5.37 van het Bkl. Daarnaast kan de weging van het waterbelang ook nodig zijn bij andere instrumenten. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Voorbeelden zijn: ● watercompensatie in verband met toenemende verharding ● waterkwaliteit, bebouwing niet wenselijk in verband met waterwinning ● bebouwing in werkingsgebieden van keringen en andere waterstaatswerken ● waterketen, relatie met de afvoer van afvalwater, (Industriële) lozingen en of lozing oppervlaktewater Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Ook kan een gemeente zelf aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie. Analyse Het projectgebied ligt in het beheergebied van hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard.

In de directe omgeving zijn er verschillende watergangen gelegen die in beheer zijn van het waterschap, zie figuur 3.2. Ten noorden bevindt zich een primaire watergang, ten oosten is een watergang in de categorie ‘overig’ gelegen. Wanneer werkzaamheden in de beschermingszones plaatsvinden, is een watervergunning noodzakelijk. Het merendeel van het projectgebied is verhard. Bij extra verharding van meer dan 500 m2 dient er compensatie plaats te vinden.

Figuur 3.2 Uitsnede legger wateren hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard met het projectgebied rood omlijnd

10/12

4.2.8 Bodemkwaliteit Beoordelingskader Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Analyse Scholen zijn bodemgevoelige gebouwen. Momenteel heeft de locatie deels de functie sport waardoor bodemonderzoek nodig is. 4.2.9 Cultureel erfgoed Beoordelingskader Onder cultureel erfgoed valt: archeologie, cultuurhistorie, monumenten, karakteristieke panden, beschermde gezichten, monumentale bomen, landschap etc. De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. In het Bkl is ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art.

5.130 Bkl). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Analyse Ter plaatse van de ontwikkeling geldt de archeologische verwachtingswaarde ‘Waarde – Archeologie 4’. Wanneer de werkzaamheden voor de beoogde ontwikkeling dieper reiken dan 1 meter beneden maaiveld en die tevens groter zullen zijn dan 10.000 m2, is archeologisch onderzoek nodig. Verwacht wordt dat de werkzaamheden deze grenswaarden niet overschrijden. 4.2.10 Milieueffectenrapportage Beoordelingskader In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten project-mer-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten.

De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W (artikel 16.45, lid 1, Ow). In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen (artikel 11.10 Ob). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in het Besluit (artikel 11.11 Ob).

11/12

Analyse De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een school. Een dergelijke ontwikkeling valt onder categorie J11 ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen’. Hiervoor is een mer-beoordeling noodzakelijk. Voor de mer-beoordeling kunnen de resultaten van de onderzoeken en analyses worden gebruikt die hiervoor beschreven zijn. Wanneer uit de mer-beoordeling blijkt dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, is een volledige mer-procedure noodzakelijk. Het college van Burgemeester en wethouders zal dit mer-beoordelingsbesluit nemen op basis van de informatie uit de mer-beoordelingsnotitie (de zogenaamde ‘aanmeldingsnotitie’) die door de initiatiefnemer wordt ingediend bij het bevoegd gezag. Gezien de plaats, aard en omvang van de ontwikkeling wordt niet verwacht dat een mer doorlopen hoeft te worden en volstaat kan worden met een mer-beoordeling.

5. CONCLUSIE De aspecten soortenbescherming, stikstof, verkeer en parkeren, geluid, lichthinder, omgevingsveiligheid, water en bodem behoeven nader onderzoek. Het onderzoek naar soortenbescherming heeft prioriteit omdat dit onderzoek de meeste invloed kan hebben op de planning en doorlooptijd van de ontwikkeling en ook het uitvoeren van een stikstofberekening zou in een vroeg stadium moeten gebeuren aangezien hier mogelijk knelpunten zijn. De aspecten luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid en mer-beoordeling hebben een lagere prioriteit. Hiervoor kan naar verwachting een kwalitatieve onderbouwing volstaan.

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14530587/1