2024-09-16 Quickscan milieuaspecten locatieonderzoek Octaaf
Tekst van het document
- MEMO DATUM KENMERK VAN
9 augustus 2024 20220868/163489/
PROJECT OPDRACHTGEVER BIJLAGE(N)
20220868 Locatie onderzoek Octaaf-Mozaïek Gemeente Krimpen aan den IJssel
QUICKSCAN MILIEUASPECTEN LOCATIEONDERZOEK OCTAAF
1. INLEIDING De scholen, kinderopvang en sportzaal van het Octaaf en het Mozaïek in Krimpen aan den IJssel zijn aan vervanging toe en zullen moeten worden herontwikkeld. De basisschool het Mozaïek zal verhuizen naar een andere locatie binnen Krimpen aan den IJssel. Op de vrijgekomen locatie wordt een nieuwe basisschool met sportzaal gerealiseerd. De sportzaal komt buiten het bestaande bouwvlak. In deze quickscan worden de omgevingsaspecten onderzocht voor de ontwikkeling. In de volgende hoofdstuk wordt eerst het projectgebied omschreven, gevolgd door de vigerende regeling. In hoofdstuk 4 is de quickscan weergegeven en in hoofdstuk 5 volgt ten slotte de conclusie.
2. PROJECTGEBIED De locatie bevindt zich aan de Una-Corda en beslaat de percelen 7608, 7469 en 7610 sectie C in de gemeente Krimpen aan den IJssel. In de directe omgeving zijn woningen gelegen. In de huidige situatie bevinden zich twee basisscholen, een sportzaal en schoolpleinen op de locatie, zie figuur 1.
Figuur 1 Locatie met het projectgebied rood omkaderd(bron: Google Maps)
3. VIGERENDE REGELING Ter plaatse van het projectgebied geldt het omgevingsplan Krimpen aan den IJssel met daarin het bestemmingsplan ‘Langeland’. Het projectgebied heeft in dit bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Maatschappelijk’, zie figuur 2. Ter plaatse van de scholen en sportzaal is daarnaast een bouwvlak aangegeven. De maximale bouwhoogte binnen het bouwvlak is 8 meter.
Figuur 2 Uitsnede plankaart ‘Langeland'
2/11
4. OMGEVINGSASPECTEN Voor alle relevante omgevingsaspecten is inzicht gegeven in de geldende beoordelingskaders en de daarmee samenhangende onderzoeksopgave. Daarbij is ook een verwachting uitgesproken in hoeverre sprake kan zijn van mogelijk knelpunten, aandachtspunten of randvoorwaarden voor de beoogde ontwikkelingen. De onderstaande tabel bevat een samenvattend overzicht van de resultaten van de quickscan, met daaraan gekoppeld een classificatie op basis van de volgende indeling: Dit is een aspect waar voor de beoogde ontwikkeling geen knelpunten worden verwacht en sprake is van een lage onderzoekslast (in veel gevallen volstaat een kwalitatieve onderbouwing). Dit is een aspect waar voor de beoogde ontwikkeling een hogere prioritering geldt omdat er mogelijk onderzoeklast geldt of de invulling van het project kan beïnvloeden of in een vroeg stadium actie vereist is. Dit is een aspect waar voor de beoogde ontwikkeling geldt dat hier in een vroeg stadium rekening mee moet worden gehouden (bepalend kan zijn voor planning en doorlooptijd), een hoge onderzoeklast geldt en/of inhoudelijke consequenties kan hebben voor de uitwerking van het ontwerp.
4.1 Resultaten milieu- en omgevingsaspecten Aspect
Resultaten quickscan
Verkeer en parkeren
Er is een quickscan naar verkeer en parkeren uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er sprake is van een betere verspreiding van de verkeersbewegingen ten opzichte van de huidige situatie. Er zijn aanbevelingen die gezien kunnen worden als aandachtspunten in het verdere planvormingsproces.
Geluid
Een sportzaal is geen geluidgevoelig gebouw. Een basisschool is wel een geluidgevoelig gebouw, maar er staan momenteel al twee basisscholen en zijn ook mogelijk op basis van het omgevingsplan. Onderzocht moet worden of het veranderende verkeersbeeld leidt tot indirecte effecten. De gemeente Krimpen aan den IJssel is geen aandachtsgebied voor stikstofdioxide en fijnstof waardoor niet onderzocht hoeft te worden of de beoogde ontwikkeling ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen.
Luchtkwaliteit
Omgevingsveiligheid Activiteiten vanuit bedrijven
Het projectgebied ligt niet binnen een PR 10-6-risicocontour of aandachtsgebied.
Er wordt niet meer geluidemissie of hinder verwacht. Het aspect geluid is maatgevend. Omdat er momenteel al een sportzaal, basisscholen en schoolpleinen op de locatie aanwezig zijn, wordt er verwacht dat er kan worden volstaan aan de standaard- en grenswaarden. er wordt verwacht dat er voldaan wordt aan de standaard- en grenswaarden. Natuur: gebiedsbescherming Voor de beoogde ontwikkeling dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden voor de realisatiefase. Aanbevolen wordt om in een vroeg stadium een eerste verkennende berekening uit te voeren op basis van de beoogde planning voor de werkzaamheden en een realistische inschatting van het in te zetten materieel. Een berekening van de gebruiksfase is
3/11
Prioritering
Aspect
Resultaten quickscan
Prioritering
nodig wanneer er gebruik wordt gemaakt van gas of andere emissiebronnen. Flora en Fauna Soortenbescherming
Voor de beoogde ontwikkeling is een quickscan ecologie nodig. Eventuele nadere onderzoeken en vervolgstappen kunnen van invloed zijn op de planning en doorlooptijd van het project.
Water
Er dient te worden onderbouwd dat het project uitvoerbaar is binnen de eisen die daaraan door de waterbeheerder worden gesteld. Bij een toename aan verharding van meer dan 500 m2 gecompenseerd te worden.
Bodem
Voor de ontwikkeling is bij de bouwvergunning een bodemonderzoek nodig om aan te tonen dat er volstaan kan worden aan de achtergrondwaarden voor de beoogde school en sportzaal. Binnen het gebied is geen sprake van cultuurhistorische waarden die aanleiding geven tot nader onderzoek. Archeologisch onderzoek is tevens niet nodig.
Cultuurhistorie en Archeologie Mer-beoordeling
Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject waardoor een mer-beoordeling niet noodzakelijk is.
4.2 Analyse milieu- en omgevingsaspecten 4.2.1 Verkeer en parkeren Beoordelingskader De Omgevingswet en het Bkl stellen geen specifieke regels op dit gebied. Wel dient met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties inzicht te worden gegeven in de mobiliteitskeuzes en -strategie, afgestemd op de doelgroepen, de kenmerken van de locatie en de te verwachten effecten. Ook dient te worden aangetoond dat het extra verkeer op goede manier kan worden afgewikkeld en dat wordt voorzien wordt in voldoende parkeerplaatsen. De CROW-richtlijnen blijven net als in de huidige praktijk belangrijk bij de beoordeling van verkeer en parkeren. Analyse Door Goudappel is er onderzoek gedaan naar de verkeerskundige effecten van de beoogde ontwikkeling. Hieruit blijkt dat per saldo het aantal verkeersbewegingen gelijk blijft en deze meer verspreid zijn over de dag ten opzichte van de huidige situatie. In de voorlopige plannen zijn 22 extra parkeerplaatsen en 7 parkeerplaatsen in een kiss+ride strook opgenomen. Hierdoor wordt rondom de school voldoende parkeerruimte geboden voor ouders om hun kinderen met de auto te halen en brengen. Er zijn wel enkele aanbevelingen met betrekking tot de wegen, creëren van wachtruimte en een veilige oversteek en de eenrichtingsverkeer aan te passen. 4.2.2 Geluid Algemeen Het Bkl kent met betrekking tot geluid instructieregels in hoofdstuk 3 en 5.
De instructieregels in hoofdstuk 5 zijn specifiek bedoeld voor de evenwichtige toedeling van functies aan locaties bij de aanleg of wijziging van het gebruik van gemeentewegen, waterschapswegen of lokale spoorwegen (zonder geluidproductieplafonds) en het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen binnen een geluidaandachtsgebied, waarbij rekening wordt gehouden met het geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Scholen worden in dit kader gezien als geluidgevoelige gebouwen. De regels van hoofdstuk 5 zijn ook van toepassing op een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het normenstelsel
4/11
voor geluid op basis van het Bkl is samengevat weergegeven in onderstaande tabel 4.1. Daarnaast regelt hoofdstuk 5 het geluid van activiteiten. Tabel 4.1 Standaardwaarden en grenswaarden geluid per geluidbronsoort Geluidbronsoort
Standaardwaarde Lden [dB]2,3
Grenswaarde Lden[dB] Nieuw geluidgevoelig gebouw
Provinciale wegen
50
60
53
70
55
65
50 Lden/40 Lnight
55 Lden/45 Lnight
Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen Industrieterreinen
Toetsing Een sportzaal is geen geluidgevoelig gebouw, maar zorgt wel voor geluidhinder. Voor de geluidhinder vanuit de sportzaal wordt nader ingegaan in paragraaf 4.2.5. Een basisschool is wel een geluidgevoelig gebouw. Op dit moment zijn er echter al twee basisscholen op de locatie en ook mogelijk vanuit het omgevingsplan. Aan de hand van de eventuele toe- of afname van de verkeersgeneratie zullen de indirecte effecten onderzocht moeten worden. 4.2.3 Luchtkwaliteit Beoordelingskader Als een plan betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van luchtverontreinigende stoffen, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen in acht worden genomen (artikel 8.17 Bkl). Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied plaatsvindt. In deze gebieden (aangewezen in artikel 5.51, lid 2, van het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. De gemeente Krimpen aan den IJssel is geen aandachtsgebied. Onderzoek is niet nodig als de activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In artikel 5.54 Bkl zijn standaardactiviteiten genoemd die niet in betekenende mate bijdragen.
Het gaat onder andere om het toelaten van gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met: 1°. één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of 2°. twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen.
Analyse Met de ontwikkeling wordt geen activiteit mogelijk gemaakt zoals genoemd in artikel 5.50 van het Bkl. De gemeente Krimpen aan den IJssel is niet aangewezen als een aandachtsgebied voor stikstofdioxide en fijnstof (artikel 5.51 van het Bkl). Er hoeft daarom niet getoetst worden of het toelaten van de activiteiten leiden tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 µg/m³. Wel dient onderzocht te worden of er wordt voldaan aan het ‘Advies bescherming hooggevoelige groepen’. Hierin wordt geadviseerd om geen gevoelige bestemmingen zoals scholen binnen 150 meter van snelwegen, binnen 25 meter van drukke binnenstedelijke wegen (meer dan 10.000 mvt/etmaal) en binnen 50 meter van provinciale wegen te realiseren. Hier is geen sprake van. In het kader van
5/11
een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient daarnaast een afweging van de luchtkwaliteit ter plaatse van de beoogde ontwikkeling plaats te vinden. Hiervoor is geen specifiek onderzoek noodzakelijk, maar kan gebruik worden gemaakt van beschikbare basisinformatie. De concentraties ter hoogte van het projectgebied liggen onder de geldende omgevingswaarden. 4.2.4 Omgevingsveiligheid Beoordelingskader Externe veiligheid omvat de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Voor Externe veiligheidsrisico’s zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De beoogde ontwikkeling betreft woningbouw en daarmee een ‘kwetsbaar gebouw’. In het plan dient de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te worden genomen en rekening gehouden te worden met de aandachtsgebieden van risicobronnen in de omgeving.
Verder dient op grond van artikel 5.2 van het Bkl voor de risico’s van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio’s, rekening te worden gehouden met het belang van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; b. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en c. de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van die wet. Analyse Op basis van de gegevens uit de Atlas leefomgeving zijn de risicobronnen en aandachtsgebieden in de omgeving bepaald. In de directe omgeving vindt er geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, het spoor, het water of door buisleidingen waarvan het aandachtsgebied over het projectgebied komt. Ook zijn er geen risicovolle bronnen in de omgeving waarvan de PR 10-6-risicocontouren of aandachtsgebieden over het projectgebied liggen. De sportzaal en basisschool zelf zijn geen bronnen voor externe risico’s.
6/11
Figuur 3.1 Uitsnede externe veiligheidskaart Atlasleefomgeving met het projectgebied rood omkaderd
4.2.5 Activiteiten vanuit bedrijven Beoordelingskader In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ● ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; Aan de hand van de verschillende omgevingsaspecten (o.a. geluid, geur, trillingen) dient getoetst te worden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Tabel 4.2 Standaardwaarden toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAmax door aandrijfgeluid van transportmiddelen
--
70 dB(A)
70 dB(A)
LAmax door andere piekgeluiden
--
65 dB(A)
65 dB(A)
07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax door aandrijfgeluid van transportmiddelen
--
55 dB(A)
55 dB(A)
LAmax door andere piekgeluiden
--
45 dB(A)
45 dB(A)
LAr,LT als gevolg van activiteiten
Tabel 4.3 Standaardwaarden toelaatbaar geluid in geluidgevoelige ruimten
LAr,LT als gevolg van activiteiten
7/11
Analyse Maatgevend voor een sportzaal en basisschool is het aspect geluid. Omdat het om een sportzaal en basisschool gaat, worden er vanuit de aspecten stof, gevaar en geur geen hinder verwacht. De omliggende woningen zijn geluidgevoelige gebouwen. Momenteel bevinden zich op de locatie echter al scholen, gymzalen en schoolpleinen. Vanuit de nieuwe sportzaal en basisschool wordt niet meer geluidshinder verwacht dan de huidige functies. Er kan daarom naar verwachting voldaan worden aan de standaard- en grenswaarden uit tabel 4.2. Dit dient nader onderzocht te worden aan de hand van de openingstijden van de sportzaal en of deze ook nog voor evenementen buiten de school om wordt gebruikt. Met de nieuwe sportzaal en basisschool is er ter plaatse van de bestaande woningen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Momenteel staan er op de locatie al een sportzaal, scholen en schoolpleinen. Hierdoor wordt voor de omliggende woningen verwacht dat er wordt voldaan aan de standaard- en grenswaarden. 4.2.6 Flora & fauna Beoordelingskader Doelen van de Ow zijn onder meer de natuurbescherming en het beheer van ecosystemen (artikel 2.1, lid 3, onder h en o) en het beheer van natuurgebieden (artikel 2.1, lid 3, onder h en q). De bescherming van habitats en soorten is geregeld in afdeling 3.7 Bkl en afdeling 4.4 (programma's natuur) Bkl.
Analyse Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op een afstand van circa 465 meter van het projectgebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied de Biesbosch bevindt zich op circa 15 kilometer van het projectgebied. Negatieve effecten op deze gebieden met uitzondering van stikstof kunnen uitgesloten worden. Op basis van de gebiedsbescherming van Natura 2000-gebieden geldt dat eventuele effecten op natura 2000 waaronder stikstof getoetst moeten worden. De realisatie van de ontwikkeling zou kunnen leiden tot een toename van meer dan 0,00 mol/ha/jr stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden. Middels een berekening in het programma Aerius Calculator dient de stikstofdepositie afkomstig van de beoogde ontwikkeling berekend te worden voor de realisatiefase. Geadviseerd wordt om vroeg in het proces de berekeningen uit te voeren. Een berekening van de gebruiksfase is nodig wanneer er sprake is van gasverbruik of andere emissiebronnen. Soortenbescherming De ontwikkeling kan effect hebben op beschermde soorten in het gebied. Daarom moet een quickscan ecologie worden uitgevoerd om inzicht te geven in de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Op basis van deze resultaten kan vervolgonderzoek noodzakelijk zijn en op basis daarvan eventueel een vergunning flora fauna-activiteit/activiteitenplan en een ecologisch werkprotocol.
Deze vervolgstappen kunnen van invloed zijn op de planning en doorlooptijd, zowel waar het gaat om de vergunningverlening als de daadwerkelijke uitvoering van het project. 4.2.7 Water Beoordelingskader Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het projectgebied ligt binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard. De weging van het waterbelang geldt bij het vaststellen van de BOPA. Dit volgt uit artikel 5.37 van het Bkl. Daarnaast kan de weging van het waterbelang ook nodig zijn bij andere instrumenten. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Voorbeelden zijn:
8/11
● ● ● ●
watercompensatie in verband met toenemende verharding waterkwaliteit, bebouwing niet wenselijk in verband met waterwinning bebouwing in werkingsgebieden van keringen en andere waterstaatswerken waterketen, relatie met de afvoer van afvalwater, (Industriële) lozingen en of lozing oppervlaktewater
Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Ook kan een gemeente zelf aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie. Analyse Het projectgebied ligt in het beheergebied van hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard. In de directe omgeving zijn er verschillende watergangen gelegen die in beheer zijn van het waterschap, zie figuur 3.2. Het projectgebied grenst niet aan de watergangen en bevindt zich ook niet in de beschermingszones. Bij extra verharding van meer dan 500 m2 dient er compensatie plaats te vinden. Omdat het projectgebied momenteel bijna geheel verhard is, wordt verwacht dat watercompensatie niet nodig zal zijn.
Figuur 3.2 Uitsnede legger wateren hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard met het projectgebied rood omlijnd
4.2.8 Bodemkwaliteit Beoordelingskader Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen.
9/11
Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Analyse Gymzalen en scholen zijn bodemgevoelige gebouwen. Momenteel heeft de locatie deels de functie maatschappelijk waardoor er volstaan kan worden met een beschrijving van de te verwachten bodemkwaliteit. In het kader van de vergunning voor het bouwen zal een actueel onderzoek moeten worden ingediend, afgestemd op de meest recente inzichten en beoordelingskaders. 4.2.9 Cultureel erfgoed Beoordelingskader Onder cultureel erfgoed valt: archeologie, cultuurhistorie, monumenten, karakteristieke panden, beschermde gezichten, monumentale bomen, landschap etc. De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. In het Bkl is ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl).
Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Analyse Ter plaatse van de ontwikkeling geldt geen archeologische verwachtingswaarde. Archeologisch onderzoek is niet nodig. Binnen het projectgebied of in de omgeving daarvan zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. 4.2.10 Milieueffectenrapportage Beoordelingskader In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten project-mer-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten.
De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W (artikel 16.45, lid 1, Ow). In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen (artikel 11.10 Ob). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in het Besluit (artikel 11.11 Ob). Analyse De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een sportzaal en basisschool. Een dergelijke ontwikkeling wordt niet genoemd in bijlage V van het Ob. Gezien de aard en omvang van het project is er teven geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Hierdoor is geen mer-beoordeling noodzakelijk. Daarnaast zijn er op de locatie momenteel al een sportzaal, basisscholen en schoolpleinen aanwezig. De afwijking betreft alleen bouwen buiten het bouwvlak. Hierdoor worden op voorhand geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.
10/11
5. CONCLUSIE De aspecten soortenbescherming, stikstof, geluid en water behoeven nader onderzoek. Het onderzoek naar soortenbescherming heeft prioriteit omdat dit onderzoek de meeste invloed kan hebben op de planning en doorlooptijd van de ontwikkeling en ook het uitvoeren van een stikstofberekening zou in een vroeg stadium moeten gebeuren aangezien hier mogelijk knelpunten zijn. De overige aspecten hebben een lagere prioriteit. Hiervoor kan naar verwachting een kwalitatieve onderbouwing volstaan.
11/11