2024-03-26 Beantwoording vervolgvraag SvK (Financiële) afronding project 'de Grote Kruising'
Tekst van het document
Beantwoording vervolgvraag Stem van Krimpen | raadsvoorstel (Financiële) afronding project 'de Grote Kruising' | 26 maart 2024 Vervolgvraag Het betreft dus reservemiddelen die via jaarlijkse stortingen ten laste van het programma Ruimtelijk Domein beschikbaar zijn gekomen. Het ligt daarom voor de hand om deze middelen ook binnen het Ruimtelijk Domein beschikbaar te houden voor toekomstige planmatige (vervangings)investeringen en zo de impact op de begroting te beperken. Het is echter aan de raad om te besluiten welke bestemming het overschot krijgt. ➔ Wij willen graag advies van de wethouder waarom het al dan niet beter zou zijn om naar de algemene reserve te laten vloeien ipv het zo ‘geoormerkt’ te houden? Antwoord vervolgvraag Het betreft middelen die op basis van consistent beleid beschikbaar zijn gesteld voor groot onderhoud in de openbare ruimte. Wij schetsen een (vereenvoudigd) beeld van de financiële dekkingssystematiek achter de vervangingsopgaven in de buitenruimte: Jaarlijks wordt in het najaar een geactualiseerd meerjarig onderhoudsplan voor de buitenruimte vastgesteld en met uw raad gedeeld. De daarin opgenomen vervangingsinvesteringen worden in de begroting verwerkt. We zien al sinds meer dan 10 jaar dat de geplande investeringen groter zijn dan de jaarlijkse budgetten waarmee afschrijvingslasten moeten worden gedekt.
In de wetenschap dat er nooit een einde komt aan deze vervangingsopgave, zal er dus een moment komen dat de totale afschrijvingslasten hoger worden dan de begroting kan dragen (het breakeven-point). Tot dat moment is er ruimte in de begroting, die wordt toegevoegd aan de reserve. Na dat break-even-point wordt de reserve ingezet om het verschil te dekken. Door het overschot dat nu op de Grote Kruising is ontstaan aan de reserve toe te voegen kan deze werkwijze langer standhouden, zonder dat de jaarbudgetten moeten worden verhoogd. Ter illustratie: de jaarlijkse lasten voor groot onderhoud van de buitenruimte bedragen in de begroting 2024 circa € 2,1 miljoen. De meerjarenplanning bevat jaarlijkse investeringen met een volume van ruim € 5 miljoen. Om de vervangingsopgave in de buitenruimte ook op de langere termijn financieel haalbaar te houden is het dus nodig dat de nu vrijvallende middelen beschikbaar blijven voor deze investeringen. Bovendien is in de algemene reserve al een ruim surplus beschikbaar en zien wij geen goede reden om hier nog meer middelen aan toe te voegen. De inzetbaarheid (bijvoorbeeld voor het ravijn) is beperkt en leidt in ieder geval niet tot structurele oplossingen. Later dit jaar wordt de huidige systematiek met betrekking tot het groot onderhoud van de openbare ruimte rekenkundig geëvalueerd.
Mogelijk leidt dit tot inzichten waardoor de omvang en voeding van de kapitaallastenreserve nogmaals ter sprake komt.
1 van 1