2024-03-25 Beantwoording technische vraag SGP raadsvoorstel Wijziging gemeenschappelijke regeling DCMR
Tekst van het document
Beantwoording vragen raadsvoorstel SGP | raadsvoorstel Wijziging gemeenschappelijke regeling DCMR | 25 maart 2024 Vraag Bedankt voor de beantwoording (link naar beantwoording 21 maart). Ik heb me een klein beetje verdiept in het juridische standpunt dat volgens artikel 1 lid 1 en 5 Wgr een wijziging alleen op basis van unanimiteit mogelijk is en denk dat dit punt niet helemaal juist is. Dat is met name gebaseerd op onderstaand citaat uit Tekst & Commentaar op art. 9 Wgr. Vanzelf laat ik me graag overtuigen van het tegendeel. Dat neemt echter niet weg dat het dan dus wel een (politieke) keuze is om in te zetten op wijziging bij (gekwalificeerde) meerderheid danwel op basis van unanimiteit. Mijn vervolgvraag is dan ook wat het standpunt van de portefeuillehouder is met betrekking tot het opnemen van een unanimiteitsvereiste of meerderheidsvereiste voor het wijzigen van de regeling en welke argumenten de portefeuillehouder bij dit standpunt heeft. Uiteraard kan e.e.a. ook gevolgen hebben voor de concept zienswijze op de concept GR Promen. T&C GPW, commentaar op art. 9 WGR: “Een regeling moet bepalingen bevatten omtrent wijziging, opheffing, toetreding en uittreding (voorheen gold dit alleen bij voor onbepaalde tijd getroffen regelingen, maar nu geldt dit bij alle regelingen; zie Kamerstukken II 2019/20, 35513, nr. 3, p. 16).
Dit voorschrift impliceert dat niet kan worden bepaald dat wijziging of opheffing van de regeling is uitgesloten. Het voorschrift geldt voor zowel gemeenschappelijke regelingen waarbij een gemeenschappelijk openbaar lichaam, een bedrijfsvoeringsorganisatie of een gemeenschappelijk orgaan wordt ingesteld, als voor centrumregelingen en regelingen zonder meer. De wet laat het verder aan de deelnemers over om de vorm en inhoud van de bepalingen omtrent wijziging, opheffing, toetreding en uittreding te regelen, met inachtneming van art. 1 lid 5. Dat betekent dat slechts de deelnemende bestuursorganen bevoegd zijn tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling (art. 1 lid 5 jo. lid 1), waarbij het college en de burgemeester toestemming van de raad nodig hebben (art. 1 lid 5 jo. lid 4), nadat de raad eerder al om zienswijzen is gevraagd (art. 1 lid 5 jo. lid 2 en 3). Unanimiteit staat bij de wijziging van de gemeenschappelijke regeling voorop (ARRvS 17 maart 1988, AB 1988/595). De wetgever heeft het de deelnemende bestuursorganen echter toegestaan om bij de gemeenschappelijke regeling af te wijken van dit unanimiteitsvereiste (Handelingen I 1984/85, p. 403). Zo kan wijziging geschieden bij gewone meerderheid of versterkte meerderheid. Wanneer de gemeenschappelijke regeling niets bepaalt, dan geldt het unanimiteitsvereiste (AGRvS 12 januari 1987, Gst. 1988-6847/5).
Met deze mogelijkheid kunnen de deelnemers dus bevoegdheden en zeggenschap uit handen geven. Het is echter niet mogelijk dat de gemeenschappelijke regeling gewijzigd wordt zonder dat alle deelnemende bestuursorganen hierover hebben kunnen beslissen. Het is bij een gemengde regeling bijvoorbeeld niet afdoende dat uitsluitend de raden beslissen over wijziging; alle deelnemende bestuursorganen moeten hieromtrent beslissen (vgl. Rb. Maastricht 28 februari 2008, ECLI:NL:RBMAA:2008:BC5497 (Kompas III)). Met de verwijzing naar art. 1 is dit nog eens extra benadrukt (Kamerstukken II 2012/13, 33597, nr. 3, p. 29-30).”
Antwoord De uitleg gegeven door de uitgave Tekst & Commentaar Gemeentewet Provinciewet, blijkt na navraag bij de redacteur van de uitgave, nog steeds zo uitgelegd te worden. Men baseert zich hiervoor op het standpunt van de wetgever in de Handelingen I 1984/85, p. 403, waarin de deelnemende bestuursorganen wordt toegestaan om bij de gemeenschappelijke regeling af te 1 van 2
wijken van het unanimiteitsvereiste voor het wijzigen van de regeling. De hoofdregel is unanimiteit, maar in de gemeenschappelijke regeling kan worden bepaald dat een bepaalde meerderheid afdoende is. Terugkomend op uw eerdere vraag is het antwoord dus dat een zienswijze kan worden gegeven. Hierin kan unanimiteit bepleit worden, maar niet meer met een verwijzing naar de Grondwet en de autonomie van de gemeente, maar omdat u bijvoorbeeld vindt dat een gemeente alleen gebonden zou kunnen moeten worden door een eigen besluit en niet overruled zou moeten kunnen worden door een meerderheidsbesluit met betrekking tot de grondslag van de samenwerking. Anderszins kunt u in een zienswijze ook bepleiten om met meerderheid of met een gekwalificeerde meerderheid een besluit over wijziging van de regeling te mogen besluiten. In dit geval is er op basis van eerdere regelingen sprake van de vereiste van een gekwalificeerde meerderheid. Die nu licht wordt gewijzigd door de aanpassing van de stemverhoudingen. Daarbij kunt u akkoord gaan met de wijziging van noemer en teller zoals voorgesteld, of u kunt aandringen op het handhaven van het eerdere benodigde percentage of aandringen om het benodigde percentage op te hogen tot 2/3 meerderheid. Vanwege praktische redenen is het aangeraden om de uitleg van de uitgave Tekst & Commentaar Gemeentewet Provinciewet nu aan te houden.
Indien u het gegeven antwoord zou willen betwisten, zou dit een juridisch wetenschappelijke discussie vereisen. Het ontbreekt aan tijd om een dergelijke discussie voor 1 juli 2024 te kunnen afronden. Op basis van een meerderheidsbesluit, is het voor een enkele gemeente niet mogelijk om een wijziging tegen te houden. Dit kan bestuurlijk als een voordeel worden gezien, vanuit het oogpunt van bestuurbaarheid van de GR.
2 van 2