CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-03-08 Bijlage bij RIB Werf aan den IJssel - Rapportages (bodem)onderzoeken (geanonimiseerd)

Beeldvormende commissie 11 april 2024, gemeente Krimpen aan den IJsselBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Werf aan den IJssel30.557 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Aan de hand van de resultaten van het uitloogonderzoek kunnen de hergebruiksmogelijkheden definitief worden vastgesteld (categorie 1, categorie 2 of ‘niet toepasbaar’).

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

21

Indien de grenswaarden niet worden overschreden en de immissienormen voor de anorganische parameters evenmin worden overschreden is hergebruik in principe toegestaan, mits enkele toepassingsvoorschriften in acht worden genomen. Onderscheid wordt gemaakt in categorie 1 materiaal, dat ongeïsoleerd kan worden toegepast en categorie 2 materiaal, dat alleen geïsoleerd kan worden toegepast. Bij overschrijding van grenswaarden is geen hergebruik mogelijk zonder bewerking/reiniging van de onderzochte secundaire bouwstof. In onderhavig onderzoek zal indicatief worden getoetst aan het Bouwstoffenbesluit. Indien men wenst de hergebruiksmogelijkheden van een bouwstof conform het Bouwstoffenbesluit te bepalen, dient monsterneming en analyses conform de AP04-richtlijnen plaats te vinden. 6.1.4 WATERBODEM (REFERENTIEKADER 4e NOTA WATERHUISHOUDING Voor zowel natte als droge waterbodems gelden de normen zoals opgenomen in de Regeringsbeslissing over de Vierde Nota Waterhuishouding (NW4). Hierbij wordt onderscheid gemaakt in achtereenvolgens streefwaarde, grenswaarde, toetsingswaarde en interventiewaarde. De interventiewaarden vervangen hierbij de signaleringswaarden uit de Derde Nota Waterhuishouding. De signaleringswaarden voor zware metalen blijven echter bestaan en hebben een functie bij een eventuele urgentiebepaling.

Bij het toetsen van (analyse)resultaten aan de genoemde normen is in een uitzonderingsgeval overschrijding van de norm toegestaan. Overschrijding van streef-, grens- en toetsingswaarde wordt toegestaan voor zover: - Een overschrijding niet meer bedraagt dan 50% van de betreffende normwaarde. - Er niet meer dan twee parameters de bijbehorende normwaarde uit een normenreeks overschrijden. - Het niet de somparameter PAK (10 VROM) betreft; voor deze somparameter wordt geen enkele normoverschrijding toegestaan. Normoverschrijdingen door de parameters minerale olie en EOX zijn op zich geen reden voor declassificatie. Bij een dergelijke normoverschrijding dient echter nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de stoffen die een bijdrage (kunnen) leveren aan deze groepsparameters. Voor de interventie- en signaleringswaarden wordt geen enkele overschrijding toegestaan. Dit geldt ook voor een overschrijding door de parameter minerale olie. Voorafgaand aan de toetsing van meetwaarden dient eerst, aan de hand van het lutumgehalte en organisch stofgehalte, gestandaardiseerd te worden. Op basis van deze voor een "standaard-bodem" (met 10% organische stof en 25% lutum) geldende concentraties kan vervolgens toetsing plaatsvinden. Voor de normwaarden wordt verwezen naar de bijlage 11.1 en 11.2.

De uitkomsten van de uitgevoerde toetsing worden gepresenteerd in de vorm van een klasse-indeling, zie tabel 6.1.1.

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

22

Tabel 6.1.1: Klasse-indeling waterbodemmonsters. Klasse

Ondergrens (exclusief)

Bovengrens (inclusief)

0

--

Streefwaarde

1

Streefwaarde

Grenswaarde

2

Grenswaarde

Toetsingswaarde

3

Toetsingswaarde

Interventiewaarde

4

Interventiewaarde

--

Bij overschrijding van de interventiewaarden kan er, afhankelijk van de omvang van de verontreiniging, sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In het kader van de Wet bodembescherming is sprake van een ernstige verontreiniging indien de gemiddelde concentratie in 25 m3 grond/specie de interventiewaarde overschrijdt. In bijzondere situaties kan ook bij lagere concentraties sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging, bijvoorbeeld indien bij lagere concentraties reeds verhoogde verspreidings- of blootstellings-risico’s aanwezig zijn. 6.2 CONSERVERING MONSTERS Op 1 januari 2004 is het door het SIKB opgestelde protocol “Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters, SIKB protocol 3001” van kracht geworden. Het protocol is van toepassing op de in voorliggende rapportage, in een NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerd laboratorium, onderzochte monsters van zowel de grond als het grondwater. In tabel 6.2.1 is voor de parameters van de NEN-pakketten voor grond en grondwater de maximale conserveringstermijn aangegeven, onder de voorwaarde dat voldaan wordt aan de vereiste conserveringscondities (o.a. opslag, transport). Tabel 6.2.1: Conserveringstermijnen grond en grondwater. Grond conserveringstermijn [dagen]

Grondwater conserveringstermijn [dagen]

Metalen excl. Hg vluchtig

onbeperkt

Metalen incl. Hg

56

Hg, vluchtig

7

BTEXN

7

PAK

14

chloorkoolwaterstoffen

7

EOX

7

chloorbenzenen

7

minerale olie

7

minerale olie

28

droge stof

7

organische stof

7

lutum

onbeperkt

Uit het van kracht zijnde protocol volgt dat monsters binnen 7 dagen na monstername door het laboratorium in behandeling dienen te zijn genomen voor analyse op een NEN-pakket. Als niet aan deze termijn wordt voldaan dan wordt dit door het laboratorium zichtbaar gemaakt op het analysecertificaat door een standaard opmerking met toelichting. Het protocol heeft tot gevolg dat de selectie van te analyseren monsters voor het onderzoek zeer spoedig na uitvoering van het veldwerk dient te worden verricht om een opmerking te vermijden. MH Nederland BV verstrekt standaard binnen 5 werkdagen de analyseopdracht aan het laboratorium waarmee wordt gewaarborgd dat de resultaten van de eerste analyseronde altijd voldoen aan het protocol. MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

23

Blijkt vervolgens na interpretatie van de analyseresultaten dat sprake is van een verontreiniging dan kan het zinvol zijn om aanvullende analyses uit te voeren op bestaand monstermateriaal. Echter op het moment dat de resultaten van de eerste analyseronde beschikbaar komen is over het algemeen de maximale conserveringstermijn van de monsters reeds verlopen, dit met uitzondering van de metalen (excl. kwik vluchtig) in grond. Bij aanvullend analytisch onderzoek op bestaand monstermateriaal zal dus nagenoeg altijd op het analysecertificaat een opmerking worden opgenomen ten aanzien van de overschrijding van de conserveringstermijn. De analyseresultaten van onderzochte monsters waarvoor de maximale conserveringstermijn is overschreden dienen in principe beschouwd te worden als indicatief. Hierbij wordt opgemerkt dat de kwaliteit en representativiteit van de resultaten van het aanvullend analytisch onderzoek afhankelijk zijn van de mate waarin de conserveringstermijn wordt overschreden. Indien namelijk sprake is van een beperkte overschrijding van de conserveringstermijn zal dit wel leiden tot een opmerking van het laboratorium maar niet tot een ander inzicht in de verontreinigingssituatie alsmede het advies.

De resultaten van op deze wijze verricht aanvullend analytisch onderzoek worden in deze situatie door MH Nederland BV namelijk betrouwbaar genoeg geacht om te kunnen dienen als een goede indicatie van de aanwezigheid en mate van verontreinigende stoffen. Deze interpretatie wordt onderschreven door de Vereniging Kwaliteitsborging van Bodemonderzoek. 6.3 (GECORRIGEERDE) TOETSINGSWAARDEN Grond en grondwater Ten behoeve van het berekenen van de toetsingswaarden voor grond is gebruik gemaakt van in het laboratorium bepaalde percentages aan lutum en organische stof. De bijlagen 10.1 t/m 10.26 geven een overzicht van de gehanteerde percentages lutum en/of organische stof, alsmede de daaruit per bodemtype berekende toetsingswaarden. Tevens is per bodemtype een codering middels een letter toegekend, welke per geanalyseerd (meng)monster in de overschrijdingstabel voor grond in paragraaf 6.4.1 is vermeld.

Onderstaand is per deellocatie van elke bodemtype de grondsoort beschreven: Gehele terrein - Bodemtype A: zand, siltig, kleiig en puinhoudend - Bodemtype B: zand, siltig, kleiig en puinhoudend - Bodemtype C: zand, siltig, kleiig en puinhoudend - Bodemtype D: zand, siltig, kleiig en puinhoudend - Bodemtype E: zand, siltig, kleiig en puinhoudend - Bodemtype F: klei, zandig, slib- en puinhoudend Deellocatie I: Monumentale loods 1 - Bodemtype G: klei, zandig, humeus en puinhoudend Deellocatie II: Locatie olieopslag - Bodemtype H: klei, siltig en grindhoudend - Bodemtype I: zand, matig siltig en slibhoudend - Bodemtype J: klei, matig siltig - Bodemtype K: zand, kleiig en puinhoudend - Bodemtype L: zand, siltig en puinhoudend

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

24

Deellocatie III: Terreinuitbreiding/ophoging 1990 - Bodemtype M: zand, zwak siltig en puinhoudend Deellocatie IV: Dwarse scheepshelling - Bodemtype N: zand, siltig, slakken- en puinhoudend (deellocatie IV) - Bodemtype O: klei, siltig, kolen- en puinhoudend (deellocatie IV) Deellocatie V: Monumentale loods 2 - Bodemtype P: zand, siltig en slakkenhoudend Deellocatie VI: Voormalige afgewerkte olietank - Bodemtype Q: zand, matig siltig Deellocatie VII: Voormalige HBO-olietank - Bodemtype R: zand, siltig, puin- en grindhoudend Deellocatie VIII: Loods 3 - Bodemtype S: zand, siltig en kleiig Deellocatie IX: Magazijn - Bodemtype T: zand, siltig, kolen- en puinhoudend Deellocatie X: Trafohuis - Bodemtype U: zand, kleiig en siltig Deellocatie XI: Vatenopslag - Bodemtype V: zand, siltig en kleiig Deellocatie XII: Gronddepot - Bodemtype W: zand, slakkenhoudend Deellocatie XIII: Terreinuitbreidingen/ophogingen 1932 t/m 1940 en 1960 - Bodemtype X: zand, siltig, kleiig en slibhoudend - Bodemtype Y: klei, zandig en slibhoudend Deellocatie XIV: Terreinuitbreiding/ophoging 1975 - Bodemtype Z: zand, matig siltig en koolhoudend In bijlage 11.1 is het overzicht opgenomen van de getalswaarden geldend voor grondwater. Asfalt, slakkenverharding en funderingsmateriaal In bijlage 12.1 is het overzicht opgenomen van de getalswaarden geldend voor niet-grond.

Waterbodem De analyseresultaten worden getoetst met het programmapakket Towabo, versie 2.2.101. Towabo corrigeert in principe het 'gemeten gehalte' (= het analyseresultaat) aan de hand van het lutumgehalte en organische stofgehalte naar een standaardbodem ('gestand. gehalte'). Op basis van het gestandaardiseerde gehalte vindt toetsing plaats aan de normen uit de NW4 (bijlage 13.1 en 13.2) en wordt het mengmonster in een bepaalde klasse ingedeeld.

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

25

6.4 OVERSCHRIJDINGSTABELLEN 6.4.1 OVERSCHRIJDINGSTABELLEN GROND In de navolgende tabellen zijn de resultaten van de toetsing van de analyseresultaten van het grondonderzoek aan het toetsingskader weergegeven. De analysecertificaten en de relevante oliechromatogrammen (gehalte > detectielimiet) zijn opgenomen in de bijlagen 5.1 t/m 5.82. Tabel 6.4.1: Overschrijdingstabel grond (mg/kg.ds). 1.2+2.2+3.3+… (0,1 - 1,2) [type A] -00 00 00 **

: monstercode. : monstertraject in m -mv. : bodemtype waaraan de resultaten zijn getoetst. : niet op deze parameter geanalyseerd. : ≤ streefwaarde (S-waarde). : > streefwaarde (S-waarde). : > Wbb-tussenwaarde ((S+I)/2). : > interventiewaarde (I-waarde). : de detectiegrens is niet overschreden en de detectiegrens ligt boven de streefwaarde.

Monsternummers en monstertraject

As

Cd

Cr

Cu

Hg

Pb

Ni

Zn

PAK

EOX

min. olie

1.2+2.2+3.3+4.2+5.1+29.1 zand, puinhoudend (0,1 - 1,2); [type A]

--

0,53

62

21

0,30

--

12

120

12

--

67

8.2+11.4+12.2+15.1+402.1* zand, puin- en kolenhoudend (0,0 - 1,0); [type B]

--

0,44

--

--

0,23

--

--

90

8,1

0,40

58

17.1+18.1+19.1*+20.1+22.3 zand, puinhoudend (0,0 - 0,6); [type C]

--

1,1

--

37

0,24

55

16

160

10

--

86

8.2+11.4+12.2+15.1+17.1+ 18.1+19.2+20.1+22.3+402.2 zand, puin- en kolenhoudend (0,0 - 1,2); [type C]

--

1,0

--

43

0,71

85

16

220

47

0,90

300

25.2+26.2+27.3+28.2+30.2+1304.2 zand, puin- en kolenhoudend (0,1 - 1,0); [type D]

--

1,1

--

58

1,9

110

16

300

3,9

--

96

3.3+3.4+214.4 zand, puin- en teerhoudend (laagje) (0,7 - 1,7); [type E]

20

0,78

--

74

0,47

1300

18

280

340

--

4000

3.5+12.3+102A.5+102A.6 klei, puin- en kolenhoudend (1,0 - 2,2); [type F]

--

--

--

--

0,39

130

24

--

12

--

170

--

--

--

36

--

97

18

140

36

--

270

Ni

Zn

PAK

EOX

min. olie

Gehele terrein

Deellocatie I: Monumentale loods 1 101.1+102.2+104.2 zand, puinhoudend (0,1 - 0,7); [type G]

Monsternummers As Cd Cr Cu Hg Pb en monstertraject Opmerking: * : Deze deelmonsters (402.1 en 19.1) betreffen monsters van een slakkenverharding.

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

26

Tabel 6.4.2: Overschrijdingstabel grond (mg/kg.ds). 202.8 (1,7 - 2,2) [type G] -00 00 00 **

: monstercode. : monstertraject in m -mv. : bodemtype waaraan de resultaten zijn getoetst. : niet op deze parameter geanalyseerd. : ≤ streefwaarde (S-waarde). : > streefwaarde (S-waarde). : > Wbb-tussenwaarde ((S+I)/2). : > interventiewaarde (I-waarde). : de detectiegrens is niet overschreden en de detectiegrens ligt boven de streefwaarde.

Monsternummers en monstertraject

As

Cd

Cr

Cu

Hg

Pb

Ni

Zn

PAK

EOX

min. olie

Deellocatie II: Locatie olieopslag 202.8 zand, matig siltig (1,7 - 2,2); [type G]

**

206.4 klei, matig siltig (1,5 - 2,0); [type J]

140

207.3 zand, matig puinhoudend (1,0 - 1,5); [type K]

710

207.4 klei, matige dieselgeur, zwak puinhoudend (1,5 - 2,0); [type H]

3400

Steekbus 207.5* Klei, sterk zandig (2,0 - 2,2); [type J]

820

207.7 klei, sterk zandig (2,5 - 3,0); [type J]

77

208.5 klei, zwak slibhoudend (1,8 - 2,0); [type I]

52

209.5 klei, sterk zandig (1,7 - 2,0); [type J]

100

210.2 zand, matig siltig (0,4 - 1,0); [type G]

99

210.3* zand, lichte dieselgeur, sporen puin (1,0 - 1,3); [type K]

10000

Steekbus 210.4* Zand, matige oliegeur (1,3 - 1,5); [type E]

3700

210.5 zand, matige dieselgeur (1,3 - 1,5); [type G]

4700

Monsternummers As Cd Cr Cu Hg Pb Ni en monstertraject Opmerking: * : Voor de overschrijdingstabel voor vluchtige aromaten wordt verwezen naar tabel 6.4.4.

Zn

PAK

EOX

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

min. olie

27

Tabel 6.4.3: Overschrijdingstabel grond (mg/kg.ds). 210.7 (2,0 - 2,5) [type K] -00 00 00 **

: monstercode. : monstertraject in m -mv. : bodemtype waaraan de resultaten zijn getoetst. : niet op deze parameter geanalyseerd. : ≤ streefwaarde (S-waarde). : > streefwaarde (S-waarde). : > Wbb-tussenwaarde ((S+I)/2). : > interventiewaarde (I-waarde). : de detectiegrens is niet overschreden en de detectiegrens ligt boven de streefwaarde.

Monsternummers en monstertraject

As

Cd

Cr

Cu

Hg

Pb

Ni

Zn

PAK

EOX

min. olie

Deellocatie II: Locatie olieopslag 210.7 klei, lichte dieselgeur (2,0 - 2,5); [type J]

180

211.4 zand, matig puinhoudend, sporen kolen (1,0 - 1,5); [type K]

140

213.4 zand, sporen puin (1,0 - 1,5); [type G]

--

--

--

--

--

--

--

--

1,5

--

215.3 zand, matig siltig (1,0 - 1,2); [type L]

**

**

215.4 klei, zwak puinhoudend (1,2 - 1,5); [type O]

--

--

--

63

0,83

510

32

190

10

--

180

Monsternummers en monstertraject

As

Cd

Cr

Cu

Hg

Pb

Ni

Zn

PAK

EOX

min. olie

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

28

Tabel 6.4.4: Overschrijdingstabel grond (mg/kg.ds). Steekbus 207.5 (2,0 - 2,2) [type J] -00 (00) 00 00 **

: monstercode. : monstertraject in m -mv. : bodemtype waaraan de resultaten zijn getoetst. : niet op deze parameter geanalyseerd. : ≤ streefwaarde (S-waarde). : > streefwaarde (S-waarde). : geen toetsingswaarde bekend. : > Wbb-tussenwaarde ((S+I)/2). : > interventiewaarde (I-waarde). : de detectiegrens is niet overschreden en de detectiegrens ligt boven de streefwaarde.

Monsternummers en monstertraject

benzeen

tolueen

ethylbenzeen

xylenen

naftaleen

Steekbus 207.5 Klei, sterk zandig (2,0 - 2,2); [type J]

**

**

**

**

(< 0,05)

210.3 zand, lichte dieselgeur, sporen puin (1,0 - 1,3); [type K]

**

0,07

0,07

0,51

(0,1)

Steekbus 210.4 Zand, matige oliegeur (1,3 - 1,5); [type E]

**

**

0,20

0,97

(2,6)

benzeen

tolueen

ethylbenzeen

xylenen

naftaleen

Deellocatie II: Locatie olieopslag

Monsternummers en monstertraject

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

29

Tabel 6.4.5: Overschrijdingstabel grond (mg/kg.ds). 301.3+302.3+303.3 (0,5 - 1,2) [type M] -00 00 00 **

: monstercode. : monstertraject in m -mv. : bodemtype waaraan de resultaten zijn getoetst. : niet op deze parameter geanalyseerd. : ≤ streefwaarde (S-waarde). : > streefwaarde (S-waarde). : > Wbb-tussenwaarde ((S+I)/2). : > interventiewaarde (I-waarde). : de detectiegrens is niet overschreden en de detectiegrens ligt boven de streefwaarde.

Monsternummers en monstertraject

As

Cd

Cr

Cu

Hg

Pb

Ni

Zn

PAK

EOX

min. olie

Deellocatie III: Terreinuitbreiding/ophoging 1990 301.3+302.3+303.3 zand, zwak siltig (0,5 - 1,2); [type M]

--

--

--

--

--

--

--

--

--

--

**

302.5+303.5 zand, matig puinhoudend (2,0 - 3,0); [type M]

--

--

--

--

--

75

12

78

8,0

--

100

Deellocatie IV: Dwarse scheepshelling 6.1 zand, matig slakken- en zwak puinhoudend (0,4 - 0,9); [type N]

20

1,2

--

68

0,37

320

39

290

130

0,60

1200

10.3+407.2 klei, sterk puin- en zwak kolenhoudend (0,3 - 0,8); [type O]

--

1,3

--

54

0,44

780

31

220

570

--

2000

13.2+401.2+403.2+404.2+405.2+ 406.2+407.3 klei, siltig (0,2 - 1,3); [type O]

--

0,89

--

--

0,30

220

--

150

37

--

330

23

1,1

53

76

0,75

170

28

360

26

0,70

350

Deellocatie V: Monumentale loods 2 504.1 zand, matig slakkenhoudend (0,1 - 0,5); [type P]

Deellocatie VI: Voormalige afgewerkte olietank 601.5 zand, matig siltig (1,5 - 2,0); [type Q]

**

Deellocatie VII: Voormalige HBO-olietank 701.1+701.2 zand, zwak puinhoudend (0,0 - 0,8); [type R]

780

Deellocatie VIII: Loods 3 802.2+803.2 zand, matige oliegeur (0,3 - 0,8); [type S]

24

1,2

--

38

2,3

130

32

200

9,5

--

170

Monsternummers en monstertraject

As

Cd

Cr

Cu

Hg

Pb

Ni

Zn

PAK

EOX

min. olie

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

30

Tabel 6.4.6: Overschrijdingstabel grond (mg/kg.ds). 902.1 (0,1 - 0,5) [type T] -00 00 00 **

: monstercode. : monstertraject in m -mv. : bodemtype waaraan de resultaten zijn getoetst. : niet op deze parameter geanalyseerd. : ≤ streefwaarde (S-waarde). : > streefwaarde (S-waarde). : > tussenwaarde ((S+I)/2). : > interventiewaarde (I-waarde). : de detectiegrens is niet overschreden en de detectiegrens ligt boven de streefwaarde.

Monsternummers en monstertraject

As

Cd

Cr

Cu

Hg

Pb

Ni

Zn

PAK

EOX

min. olie

--

0,47

--

--

0,25

--

--

140

2,2

--

**

Deellocatie IX: Magazijn 902.1 zand, puin- en kolenhoudend (0,1 - 0,5); [type T] Deellocatie X: Trafohuis 1001.2+1002.2+1003.3 * zand, matig puinhoudend (0,2 - 1,0); [type U]

**

Deellocatie XI: Vatenopslag 1101.3+1102.3+1103.3 zand, siltig en kleiig (0,5 - 1,0); [type V]

28

2,3

--

68

1,2

170

20

620

3,9

--

120

Deellocatie XIII: Terreinuitbreidingen/ophogingen 1932 t/m 1940 en 1960 24.8+1302.6+1303.7+1304.4+ 1304.6 (ophooglaag 1940) klei, zandig en venig (1,5 - 3,0); [type Y]

36

2,9

--

76

2,8

160

17

740

6,8

0,40

390

24.4+24.6+1302.4 (ophooglaag 1960) zand, zwak slibhoudend (0,7 - 2,3); [type X]

--

1,5

--

36

1,3

69

--

300

4,0

--

240

1401.5+1401.7+1402.5 (ophooglaag 1960) klei, zwak slibhoudend (1,5 - 3,0); [type Y]

--

0,96

--

27

0,77

100

--

240

14

0,40

350

30.3+30.4 (ophooglaag 1960) zand, zwakke oliegeur (0,5 - 1,5); [type X]

--

1,6

--

48

1,4

90

--

330

2,3

--

200

Deellocatie XIV: Terreinuitbreiding/ophoging 1975 1401.3+1402.3+1403.2 zand, matig siltig (0,8 - 1,3); [type Z]

--

0,55

--

36

0,35

59

13

160

6,3

0,40

120

1403.3 zand, zwak koolhoudend (1,0 - 1,5); [type Z]

--

0,89

--

19

0,59

63

--

160

3,6

1,4 #

64

PAK

EOX

min. olie

Monsternummers As Cd Cr Cu Hg Pb Ni Zn en monstertraject Opmerking: * : Voor de overschrijdingstabel voor PCB wordt verwezen naar tabel 6.4.7. # : Het EOX-gehalte overschrijdt de triggerwaarde van het toekomstige bodembeleid (0,8 mg/kg.ds).

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

31

Tabel 6.4.7: Overschrijdingstabel grond (mg/kg.ds). 902.1+903.1+904.1 (0,1 - 0,5) [type T] -00 (00) [00] 00 00 **

: monstercode. : monstertraject in m -mv. : bodemtype waaraan de resultaten zijn getoetst. : niet op deze parameter geanalyseerd. : ≤ streefwaarde (S-waarde). : > streefwaarde (S-waarde). : geen toetsingswaarden bekend : geen streef- en tussenwaarde bekend; gemeten gehalte onder interventiewaarde. : > Wbb-tussenwaarde ((S+I)/2). : > interventiewaarde (I-waarde). : de detectiegrens is niet overschreden en de detectiegrens ligt boven de streefwaarde.

Monsternummers en monstertraject

PCB (som 6)

PCB (som 7)

vluchtige aromaten

naftaleen

fenol

cresolen

**

(<1)

ind. vluchtige chlooralifaten

Deellocatie IX: Magazijn 902.1+903.1+904.1 zand, matig puin- en kolenhoudend (0,1 - 0,5); [type T] Steekbus 903.2 zand, matig siltig (0,5 - 0,7); [type T]

**

(<0,05)

--/**

vluchtige aromaten

naftaleen

Deellocatie X: Trafohuis 1001.2+1002.2+1003.3 zand, siltig en kleiig (0,2 - 1,0); [type U]

0,007*

[0,008]

Monsternummers en monstertraject

PCB (som 6)

PCB (som 7)

fenol

cresolen

ind. vluchtige chlooralifaten

Opmerkingen: * : Geen tussen- en interventiewaarde bekend. Tabel 6.4.8: Overschrijdingstabel grond (mg/kg.ds). 902.1+903.1+904.1 (0,1 - 0,5) [type T] -00 (00) ++

: monstercode. : monstertraject in m -mv. : bodemtype waaraan de resultaten zijn getoetst. : ≤ streefwaarde (S-waarde). : > streefwaarde (S-waarde). : geen toetsingswaarden bekend : de detectiegrens is niet overschreden, geen streefwaarde bekend en de detectiegrens ligt beneden de interventiewaarde.

Monsternummers en monstertraject

monoethyleenglycol

diethyleenglycol

triethyleenglycol

1,2-propyleenglycol

1,3-propyleenglycol

tripropyleenglycol

Deellocatie IX: Magazijn 902.1+903.1+904.1 zand, matig puin- en kolenhoudend (0,1 - 0,5); [type T]

(<5)

++

(<5)

(<5)

(<50)

(<5)

Monsternummers en monstertraject

monoethyleenglycol

diethyleenglycol

triethyleenglycol

1,2-propyleenglycol

1,3-propyleenglycol

tripropyleenglycol

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

32

Tabel 6.4.9: Overschrijdingstabel deellocatie XII (gronddepot) indicatieve toetsing Bouwstoffenbesluit (mg/kg.ds). MM1 [type W] -00 00 00 j n ZF **

: monstercode. : bodemtype waaraan de resultaten indicatief zijn getoetst (toetsingstabel in bijlage 10.23). : ≤ samenstellingswaarde. : > samenstellingswaarde. : > Bsb-tussenwaarde. : > grenswaarde. : de partij is voor deze parameter homogeen. : de partij is voor deze parameter niet homogeen. : zekerheidsfactor. : de detectiegrens is niet overschreden en de detectiegrens ligt boven de samenstellingswaarde.

Monstercodes

As

Cd

Cr

Cu

Hg

Pb

Ni

Zn

PAK

EOX

min. olie

MM1 MM2

37 48

1,6 1,8

-63

150 160

1,5 1,1

340 540

43 51

630 650

290 240

0,90 --

1800 1900

Homogeniteitstoets

j

j

j

j

j

j

j

j

j

j

j

43

1,7

57

155

1,3

440

47

640

265

--

1850

Ni

Zn

PAK

EOX

min. olie

Ongecorrigeerde toetsing

Gecorrigeerde toetsing Gemiddelde meetwaarde x ZF ZF = 1,0

Conclusie: Grond uit depot is homogeen en indicatief NIET herbruikbaar Monstercodes

As

Cd

Cr

Cu

Hg

Pb

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

33

6.4.2 OVERSCHRIJDINGSTABELLEN GRONDWATER In de navolgende tabellen zijn de resultaten van de toetsing van de analyseresultaten van het grondwateronderzoek aan het toetsingskader weergegeven. De analysecertificaten en de relevante oliechromatogrammen (gehalte > detectielimiet) zijn opgenomen in de bijlagen 6.1 t/m 6.18. Tabel 6.4.10: Overschrijdingstabel grondwater (μg/l). -00 00 00 **

: ≤ streefwaarde (S-waarde). : > streefwaarde (S-waarde). : > tussenwaarde ((S+I)/2). : > interventiewaarde (I-waarde). : niet op deze parameter geanalyseerd : de detectiegrens is niet overschreden en de detectiegrens ligt boven de streefwaarde.

Parameter

Peilbuis 11 Gehele terrein

Peilbuis 24 Gehele terrein

Peilbuis 102A Deellocatie I: Monumentale loods 1

Peilbuis 404 Deellocatie IV: Dwarse scheepshelling

(Zware) metalen Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink

17 --------

--2,2 ------

---------

---------

Aromatische verbindingen benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen

----**

----**

----**

----**

Gechloreerde koolwaterstoffen dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,2-dichlooretheen (cis + trans) 1,2-dichloorpropaan tetrachlooretheen (per) tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (tri) trichloormethaan (chloroform)

** --** -** ** ** ** ---

** --** -** ** ** ** ---

** --** --** ** ** -**

** --** --** ** ** -**

Chloorbenzenen monochloorbenzeen dichloorbenzenen (som)

---

---

---

---

Overige minerale olie

--

--

2200

--

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

34

Tabel 6.4.11: Overschrijdingstabel grondwater (μg/l). -00 00 00 **

: ≤ streefwaarde (S-waarde). : > streefwaarde (S-waarde). : > tussenwaarde ((S+I)/2). : > interventiewaarde (I-waarde). : niet op deze parameter geanalyseerd : de detectiegrens is niet overschreden en de detectiegrens ligt boven de streefwaarde.

Parameter

Peilbuis 503 Deellocatie V: Monumentale loods 2

Peilbuis 601 Deellocatie VI: Voormalige afgewerkte olietank

Peilbuis 701 Deellocatie VII: Voormalige HBO-tank

Peilbuis 802 Deellocatie VIII: Loods 3

(Zware) metalen Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink

170 --------

78 -1,2 ------

Aromatische verbindingen benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen

----**

----**

Gechloreerde koolwaterstoffen dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,2-dichlooretheen (cis + trans) 1,2-dichloorpropaan tetrachlooretheen (per) tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (tri) trichloormethaan (chloroform)

** --** -** ** ** ** ---

** --** -** ** ** ** ---

Chloorbenzenen monochloorbenzeen dichloorbenzenen (som)

---

---

Overige minerale olie

--

--

--

--

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

35

Tabel 6.4.12: Overschrijdingstabel grondwater (μg/l). -00 (00) 00 00 ** ++ ##

: ≤ streefwaarde (S-waarde). : > streefwaarde (S-waarde). : geen toetsingswaarde bekend. : > tussenwaarde ((S+I)/2). : > interventiewaarde (I-waarde). : niet op deze parameter geanalyseerd : de detectiegrens is niet overschreden en de detectiegrens ligt boven de streefwaarde. : de detectiegrens is niet overschreden, geen streefwaarde bekend en de detectiegrens ligt beneden de tussenwaarde. : de detectiegrens is niet overschreden, geen streefwaarde bekend en de detectiegrens ligt beneden de interventiewaarde.

Parameter

Peilbuis 903 Deellocatie IX: Magazijn

Peilbuis 1002 Deellocatie X: Trafohuis

Peilbuis 1101 Deellocatie XI: Vatenopslag

(Zware) metalen Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink

18 --------

38 -1,5 ------

Aromatische verbindingen benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen fenol-index

----** **

----**

Gechloreerde koolwaterstoffen dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,2-dichlooretheen (cis + trans) 1,2-dichloorpropaan tetrachlooretheen (per) tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (tri) trichloormethaan (chloroform)

** --** --** ** ** -**

** --** --** ** ** -**

PCB (som 6, excl. PCB 118) PCB (som 7)

-++

Chloorbenzenen monochloorbenzeen dichloorbenzenen (som)

---

Overige minerale olie

56

1,2-propyleenglycol 1,3-propyleenglycol diethyleenglycol monoethyleenglycol triethyleenglycol tripropyleenglycol

(<5,0) (<50) ## (<5,0) (<5,0) (<5,0)

---

220

--

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

36

Tabel 6.4.13: Overschrijdingstabel grondwater deellocatie II: locatie olieopslag (μg/l). -00 00 00 **

: ≤ streefwaarde (S-waarde). : > streefwaarde (S-waarde). : > tussenwaarde ((S+I)/2). : > interventiewaarde (I-waarde). : de detectiegrens is niet overschreden en de detectiegrens ligt boven de streefwaarde.

Parameter

Peilbuis 201

Peilbuis 202

Peilbuis 203

Peilbuis 206

Peilbuis 207

Aromatische verbindingen benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen

0,3 --9,2 62

----**

----**

----**

0,3 --1,8 **

Overige minerale olie

31000

--

--

--

230

Tabel 6.4.14: Overschrijdingstabel grondwater (μg/l). -00 00 00 **

: ≤ streefwaarde (S-waarde). : > streefwaarde (S-waarde). : > tussenwaarde ((S+I)/2). : > interventiewaarde (I-waarde). : niet op deze parameter geanalyseerd : de detectiegrens is niet overschreden en de detectiegrens ligt boven de streefwaarde.

Parameter

Peilbuis 208

Peilbuis 211

(Zware) metalen Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink Aromatische verbindingen benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen naftaleen

Peilbuis 213 --1,1 ------

----**

----**

----**

Gechloreerde koolwaterstoffen dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,2-dichlooretheen (cis + trans) 1,2-dichloorpropaan tetrachlooretheen (per) tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan trichlooretheen (tri) trichloormethaan (chloroform)

** --** --** ** ** -**

Chloorbenzenen monochloorbenzeen dichloorbenzenen (som)

---

Overige minerale olie

Peilbuis 214

--

--

--

---0,4 7,0

80

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

37

6.4.3 OVERSCHRIJDINGSTABEL ASFALT In de navolgende tabel zijn de resultaten van de toetsing van de analyseresultaten van het asfaltonderzoek aan het toetsingskader weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in de bijlagen 7.1 en 7.2. Tabel 6.4.15: Overschrijdingstabel asfalt (mg/kg.ds). 7.1a+11.1+14.1+202.1 0 - 19 00 00

: monstercode. : asfaltlaag in cm. : warm herbruikbaar (PAK < 75 mg/kg). : niet herbruikbaar/reinigen (PAK > 75 mg/kg).

Monsternummers en monstertraject

PAK

7.1a+11.1+14.1+202.1 (westzijde) asfalt; (0 - 15)

<18

22.1+23.1+1002+1003.1 (oostzijde) asfalt; (0 - 10)

<18

Monsternummers en monstertraject

PAK

6.4.4 OVERSCHRIJDINGSTABEL SLAKKEN EN FUNDERINGSMATERIAAL In de navolgende tabel zijn de resultaten van de toetsing van de analyseresultaten van het funderingsmateriaal en de slakkenverharding aan het toetsingskader weergegeven. De analysecertificaten en de relevante oliechromatogrammen (gehalte > detectielimiet) zijn opgenomen in de bijlagen 8.1 t/m 8.4. Tabel 6.4.16: Overschrijdingstabel slakkenverharding en funderingsmateriaal indicatieve toetsing Bouwstoffenbesluit (mg/kg.ds). 1.1+3.1+…+28.1 (0,0 - 0,5) -00 00 [00]

: monstercode. : monsternametraject in m -mv. : < detectiegrens. : ≤ grenswaarde. : > grenswaarde. : niet getoetst, geen toetsingswaarden beschikbaar.

Monsternummers en monstertraject

As

Cd

Cr

Cu

Hg

Pb

Ni

Zn

PAK

EOX

min. olie

1.1+3.1+4.1+8.1+19.1+24.1+27.1+28.1 Slakkenverharding (0,0 - 0,5)

[8]

[0,48]

[35]

[160]

[0,84]

[130]

[41]

[430]

31

4,2

280

7.2+11.2+11.3+14.2+14.3 Funderingslaag van repak/puin westzijde locatie (0,1 - 0,3)

[12]

[0,40]

[120]

[2900]

[1,7]

[120]

[32]

[380]

18

1,1

210

22.2+23.2+1002.1+1003.2 Funderingslaag van slakken oostzijde locatie (0,03 - 0,6)

[<4]

[1,4]

[19]

[37]

[0,07]

[16]

[25]

[52]

1,1

0,30

--

EOX

min. olie

Monsternummers As Cd Cr Cu Hg Pb Ni Zn PAK en monstertraject Opmerking: De analyseresultaten van het funderingsmateriaal zijn indicatief getoetst aan het Bouwstoffenbesluit (bijlage 12.1).

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

38

6.4.5 OVERSCHRIJDINGSTABEL WATERBODEM De analysecertificaten en de oliechromatogrammen van het waterbodemonderzoek zijn opgenomen in de bijlagen 9.1 t/m 9.6. De toetsingsresultaten aan het toetsingsprogramma Towabo zijn opgenomen in de bijlage 14.1 t/m 14.6. In tabel 6.4.17 is een overzicht weergegeven van de grondsoort van de mengmonsters, eindoordeel/kwaliteitsklasse en de klassenoverschrijdende parameters. Tabel 6.4.17: Toetsingsresultaten kwaliteit waterbodem insteekhaven. Mengmonster Traject Grondsoort Eind(m -wb) oordeel

Klassenoverschrijdende parameters

1502.1+1503.1+1504.1+1506.1+ 1507.1

0,0 - 0,6

slib, zandig

klasse 4

som PAK (10)

1507.2+1509.2+1510.2+1512.2+ 1514.2+1516.2 1509.1+1510.1+1511.1+1512.1+ 1514.1+1516.1

0,5 - 1,0

slib, zandig

klasse 4

zink, som PAK (10)

0,0 - 0,5

slib, zandig

klasse 4

zink, som PAK (10)

Teneinde het zandgehalte van de mengmonsters te kunnen berekenen (ten behoeve van de Minimum Verwerking Standaard) zijn de fysische parameters (fracties ten opzichte van het percentage droge stof) onderzocht. De zandfractie wordt berekend door de fractie <2 mm te verminderen met de fractie <63 µm (de fracties worden bepaald ten opzichte van het % droge stof). Indien de zandfractie in het materiaal meer dan 60% bedraagt dan wordt het materiaal beschouwd als zandig. Is de zandfractie minder dan 60% dan wordt het materiaal als niet-zandig beschouwd. In onderstaande tabel zijn de zandfracties van de onderzochte mengmonsters weergegeven. Tabel 6.4.20: Fracties < 2 mm en < 63 µm t.o.v. het percentage droge stof en de daaruit berekende zandfractie. Zandfractie (%) <63 µm <2 mm Reinigbaarheid Monsteromschrijving (%) (%) (zandfractie > 60 %) (<2 mm - <63 µm) 1502.1+1503.1+1504.1+1506.1+ 1507.1

36,6

100

63,5

reinigbaar

1507.2+1509.2+1510.2+1512.2+ 1514.2+1516.2

56,5

100

43,5

niet reinigbaar

1509.1+1510.1+1511.1+1512.1+ 1514.1+1516.1

58,0

100

42,0

niet reinigbaar

Het waterbodemmateriaal is deels reinigbaar en deels niet reinigbaar. De definitieve beoordeling of een af te voeren grondstroom zandig of niet-zandig is, dient te geschieden door de stortinrichting/reiniger.

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

39

7. INTERPRETATIE 7.1 ZINTUIGLIJK Grond Vanaf maaiveld of onderzijde (half)varharding wordt in het algemeen tot maximaal ca. 2,8 m -mv kleiig en/of siltig zand aangetroffen. Betreffende bodemlaag wordt plaatselijk onderbroken door kleilagen. Vanaf de onderzijde van voornoemde zandlaag tot de maximale onderzoeksdiepte (ca. 4,3 m -mv) is (zandige) klei aanwezig. De ophooglaag die is aangebracht in 1940 en de hierboven gelegen bodemlaag uit 1960 (deellocatie XII) bestaat veelal uit respectievelijk licht tot matig zandige klei en slibhoudend kleiig zand. Op basis van de boorprofielen kan worden gesteld dat de ophooglaag die is aangebracht in 1975 (en boven de slibhoudende bodemlaag uit 1960 is gelegen) is samengesteld uit siltig zand (deellocatie XIV). Siltig zand is tevens aangebracht ten behoeve van de terreinuitbreiding in 1990 (deellocatie III). Verspreid over de locatie worden in de boven- en ondergrond puin- en/of kolenbijmengingen aangetroffen. Aan de westzijde van de locatie is in de ondergrond incidenteel een teerhoudend laagje aanwezig en zijn in de ondergrond plaatselijk slibbijmengingen aanwezig. Oliegeuren zijn aangetroffen in de ondergrond ter plaatse van de olieopslag (deellocatie II), nabij het depot (boring 30) en in de bovengrond ter plaatse van loods 3 (deellocatie XIII).

Over de gehele locatie konden boringen niet tot de gewenste diepte worden doorgezet, aangezien betreffende boringen zijn gestuit op ondoordringbare lagen. Mogelijk betreft dit puin in de ondergrond. Het gronddepot bestaat uit matig slakkenhoudend zand. Grondwater Tijdens de bemonstering van de peilbuizen zijn, met uitzondering van peilbuis 201 ter plaatse van de olieopslag, geen verontreinigingskenmerken aangetroffen. Tijdens de bemonstering van peilbuis 201 is een drijflaag van olie aangetroffen met een dikte van ca. 20 cm. Asfalt, funderingsmateriaal en slakkenverharding Aan de westzijde is een asfaltverharding met een gemiddelde dikte van ca. 13,3 cm aangetroffen en aan de oostzijde van ca. 4,8 cm. De fundering van de asfaltverharding aan de westzijde bestaat uit repakpuin en aan de oostzijde van de onderzoekslocatie uit een slakkenverharding. De slakkenverharding die verspreid over de lcoatie als halfverharding aanwezig is, heeft een gemiddelde dikte van ca. 23 cm. De doorboorde stelcon- en betonverharding heeft een dikte van ca. 12 tot 46 cm.

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

40

Waterbodem Ter plaatse van de insteekhaven is een zandige sliblaag aangetroffen, die aan de zijde van de Hollandsche IJssel tot de maximale onderzoeksdiepte (ca. 1,0 m -wb) is aangetroffen. Aan de zijde van de scheepshelling is plaatselijk geen waterbodemmateriaal aangetroffen. Aan de zijde van de Hollandsche IJssel is de kleiige waterbodem van de insteekhaven zwak puinhoduend. 7.2 CHEMISCH-ANALYTISCH 7.2.1 CHEMISCH-ANALYTISCH GROND EN GRONDWATER Gehele terrein Navolgend zal voor grond het gehele terrein worden gesplitst in een tweetal afzonderlijke terreindelen, te weten het westelijke terrein met het zuidelijke deel van het oostelijke terrein en het oostelijke terreindeel ter plaatse van de ophogingen uit 1932 t/m 1940, 1960 en 1975. Dit gezien de ligging van deze terreindelen en hun historie, alsmede de onderzoeksresultaten. Het oostelijke terrein worden beschreven onder deellocatie XIII en XIV. Navolgend wordt het westelijke deel met het zuidelijke deel van het oostelijke terreindeel beschreven. De beschrijving van het grondwater heeft betrekking op het gehele terrein (zowel westelijk als oostelijk deel).

Grond De toplaag, die plaatselijk puinhoudend is, ter plaatse van het westelijke terrein met het zuidelijke deel van het oostelijke terrein blijkt met uitzondering van deellocatie III (terreinuitbreiding/ophoging 1990) heterogeen licht tot sterk verontreinigd met lood, PAK en minerale olie en licht tot matig verontreinigd met koper en zink. De overige onderzochte parameters zijn in gehalten aangetroffen die niet tot licht verhoogd zijn ten opzichte van de streefwaarde. Ter plaatse van deellocatie III worden geen matig tot sterk verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters aangetroffen. Plaatselijk worden matig tot sterke verontreinigingen tot ca. 1,7 m -mv aangetroffen. De exacte onderzijde van de verontreiniging is op basis van huidig onderzoek nog niet volledig in beeld gebracht. Opgemerkt wordt dat gezien de betreffende oliechromatogram en het aangetroffen PAK-gehalte, het aanwezige sterk verhoogde gehalte aan minerale olie in het mengmonster van de puinige zandgrond met een teerhoudend laagje (3.3+3.4+214.4) wordt veroorzaakt door de sterk verhoogde PAK-gehalten. Op basis hiervan kan deze verontreiniging met minerale olie als een immobiele verontreiniging worden beschouwd. In de twee zandige mengmonsters van de bodemlaag van maaiveld tot ca.

1,0 m -mv waarin abusievelijk een slakkenmonster is opgenomen (8.2+11.4+12.2+15.1+402.1 en 17.1+18.1+19.1+20.1+22.3) zijn lichte verontreinigingen aangetroffen. Echter in het mengmonster van voornoemde bodemmonsters zonder de slakkenmonsters is een sterke verontreiniging met PAK en een matige verontreiniging met zink aangetroffen. Eén en ander is ons inziens een bevestiging van de heterogeniteit van de verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Tevens wordt opgemerkt dat plaatselijk een EOX-gehalte is aangetroffen die de triggerwaarde van het toekomstige bodembeleid (0,8 mg/kg.ds) overschrijdt. Als gevolg hiervan dient aanvullend chemisch-analytisch onderzoek te worden verricht naar individuele OCB, PCB, chloorfenolen en chloorbenzenen in grond. MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

41

Echter aangezien de betreffende bodemlaag reeds als matig tot sterk verontreinigd is beoordeeld, is ons inziens dit aanvullend onderzoek niet zinvol. Grondwater Het grondwater ter plaatse van het gehele terrein is licht verontreinigd met arseen of chroom. De overige onderzochte parameters van het NEN-grondwaterpakket zijn niet in gehalten boven de streefwaarde aangetroffen. Deellocatie I: Monumentale loods 1 Grond De puinhoudende zandige bovengrond ter plaatse van de loods is matig verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met koper, lood, nikkel, zink en minerale olie. Opgemerkt wordt dat binnen de bebouwing van loods 1 alle boringen op ca. 0,4 à 0,7 m -mv zijn gestuit op een ondoordringbare laag. Grondwater In het grondwater van de peilbuis, geplaatst aan de noordwestzijde van loods 1, is een sterke grondwaterverontreiniging met minerale olie aangetroffen. Op basis van het oliechromatogram betreft de oliesoort waarschijnlijk snijolie die afkomstig is van metaalbewerking. Derhalve kan deze verontreiniging waarschijnlijk worden gerelateerd aan de activiteiten die zijn uitgevoerd in loods 1 en betreft geen uitloper van een eventuele verontreiniging ter plaatse van het naburige perceel aan de westzijde van de locatie. De overige onderzochte parameters zijn niet in gehalten boven de streefwaarde aangetroffen.

Opgemerkt wordt dat in grond en grondwater tijdens de uitvoering van het veldwerk geen zintuigelijke verontreinigingskenmerken zijn waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging met oliegerelateerde producten. Deellocatie II: Locatie olieopslag Grond Ter plaatse van de olieopslag zijn in de ondergrond twee spots met matige en/of sterke verontreinigingen met minerale olie aangetroffen. Eén verontreinigingsspot is centraal ter plaatse van de olieopslag (boring 207) gesitueerd en één spot aan de noordzijde van de opslag (boring 210). De overige separaat onderzochte deelmonsters zijn niet tot licht verontreinigd met minerale olie. Binnen genoemde spot aan de noordzijde van de olieopslag worden tevens lichte verontreinigingen met tolueen, ethylbenzeen en/of xylenen aangetroffen. Spot centraal olieopslag (boring 207) De oppervlakte van de matig tot sterke verontreiniging met minerale olie centraal ter plaatse van de olieopslag bedraagt ca. 54 m2. De verontreiniging is aangetroffen in het bodemtraject van ca. 1,5 tot 2,5 m -mv . De gemiddelde dikte van de matig tot sterke verontreiniging bedraagt ca. 1,0 m. Het volume van de matig tot sterk verontreinigde grond kan derhalve worden bepaald op ca. 54 m3 (54 m2 x 1,0 m).

Ten behoeve van de omvangbepaling is er vanuit gegaan dat de contouren exact zijn gelegen tussen de matig tot sterk verontreinigde boring en de eerste niet en/of licht verontreinigde boring. In bijlage 15.1 is de contour van de matig tot sterk met minerale olie verontreinigde grond weergegeven.

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

42

Binnen voornoemde contour van de matig tot sterke verontreiniging met minerale olie is 1 bodemmonster sterk en 1 bodemmonster matig verontreinigd. Op basis van deze verhouding is ca. 27 m3 (54 m3 x 1/2) sterk verontreinigd en ca. 27 m3 (54 m3 x 1/2) matig verontreinigd. Opgemerkt wordt dat de verontreiniging door de aanwezigheid van ondoordringbare lagen in Monumentale loods 1 in zuidelijke richting niet horizontaal is afgeperkt. Op basis van de oliechromatogrammen is sprake van een verontreiniging met (super)benzine. Opgemerkt wordt dat één en ander niet overeen komt met de dieselgeuren die zijn waargenomen tijdens de uitvoering van het veldwerk. Spot aan de noordzijde van de olieopslag (boring 210) De oppervlakte van de sterke verontreiniging met minerale olie ten noorden van de olieopslag bedraagt ca. 45 m2. De verontreiniging is aangetroffen in het bodemtraject van ca. 1,0 tot 1,5 m -mv . De gemiddelde dikte van de sterke verontreiniging bedraagt ca. 0,5 m. Het volume van de sterk verontreinigde grond kan derhalve worden bepaald op ca. 23 m3 (45 m2 x 0,5 m). Opgemerkt wordt dat de verontreiniging in westelijke richting door ondoordringbare lagen en de onverwachte ligging (buiten deellocatiecontour olieopslag) niet volledig verticaal is afgeperkt.

Ten behoeve van de omvangbepaling is er vanuit gegaan dat de contouren exact zijn gelegen tussen de matig tot sterk verontreinigde boring en de eerste niet en/of licht verontreinigde boring. In bijlage 15.1 is de contour van de sterk met minerale olie verontreinigde grond weergegeven. Op basis van de oliechromatogrammen en de in de monsters waargenomen dieselgeur is sprake van een verontreiniging met diesel/gasolie. Vatenopslag chemisch afval De zwak puinhoudende ondergrond in het bodemtraject van ca. 1,2 tot 1,5 m -mv is matig verontreinigd met lood en licht verontreinigd met koper, kwik, nikkel, zink, PAK en minerale olie. De ondergrond met sporen puin in de bodemlaag van ca. 1,0 tot 1,5 m -mv is licht verontreinigd met PAK. De overige onderzochte parameters zijn niet in gehalten boven de streefwaarde aangetroffen. Betreffende verontreinigingen maken wellicht onderdeel uit van de verontreinigingen in de toplaag ter plaatse van het gehele terrein. Grondwater Tijdens de uitvoering van het veldwerk is op het grondwater ter plaatse van de uitgangspeilbuis 201 een drijflaag van olie met een dikte van 20 cm waargenomen. Het grondwater ter plaatse van deze peilbuis is sterk verontreinigd met minerale olie, matig verontreinigd met naftaleen en licht verontreinigd met benzeen en xylenen.

De overige onderzochte grondwatermonsters zijn niet tot licht verontreinigd met minerale olie en/of individuele vluchtige aromaten. De mate en omvang van de sterke verontreiniging met minerale olie en de matige verontreiniging met naftaleen in het grondwater is nader onderzocht. De verontreiniging is horizontaal in zuidelijke richting niet met behulp van chemisch-analytisch onderzoek afgeperkt. Op basis van de eerder verrichte boring 37 wordt in het eerder onderzoek de grondwaterverontreiniging horizontaal in zuidelijke richting als afgeperkt beschouwd. Dit aangezien in betreffende boring geen zintuiglijke verontreinigingen met oliegerelateerde producten zijn aangetroffen.

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

43

Op basis van het nader bodemonderzoek heeft de verontreiniging met minerale olie en naftaleen een oppervlakte van ca. 52 m2 en een dikte van ca. 1,5 m. Derhalve is in het grondwater ca. 78 m3 bodemvolume sterk verontreinigd met minerale olie en matig verontreinigd met naftaleen. Ten behoeve van de omvangbepaling is er vanuit gegaan dat de interventie- en tussenwaardecontour (zowel in horizontale als in verticale richting) exact tussen de peilbuis met een matige en/of sterke verontreiniging en de peilbuis met geen of een lichte verontreiniging is gesitueerd. In zuidelijke richting wordt de contour gelijk gesteld aan de ligging van boring 37 uit het onderzoek van Arnicon, 2000. In bijlage 15.2 is de contour van de verontreinigingen weergegeven. De verontreinigingscontour komt min of meer overeen met hetgeen door Arnicon in 2000 is aangetroffen. Het grondwater ter plaatse van peilbuis 213 is licht verontreinigd met chroom en niet verontreinigd met de overige onderzochte parameters. Deellocatie III: Terreinuitbreiding/ophoging 1990 Grond De zandige grond in het bodemtraject van ca. 0,5 tot 1,2 m -mv is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Er zijn lichte verontreinigingen met lood, nikkel zink, PAK en minerale olie aangetroffen in de zwak tot matig puinhoudende zandige grond in de bodemlaag van ca. 2,0 tot 3,0 m -mv.

De overige onderzochte parameters van het NEN-grondpakket zijn niet in gehalten boven de streefwaarde aangetroffen. Grondwater Het grondwater is ter plaatse van onderhavige deellocatie niet onderzocht. Deellocatie IV: Dwarse scheepshelling Grond De grond in het bodemtraject vanaf de onderzijde van de verharding tot minimaal ca. 1,3 m -mv is matig tot sterk verontreinigd met PAK, licht tot sterk verontreinigd met lood, licht tot matig verontreinigd met koper, zink en minerale olie en niet tot licht verontreingd met arseen, cadmium, kwik, nikkel en EOX. Chroom is niet in gehalten boven de streefwaarde aangetroffen. De betreffende matige en sterke verontreinigingen zijn niet verticaal afgeperkt. In horizontale richting kunnen de matig tot sterke verontreinigingen als voldoende afgeperkt worden beschouwd, aangezien de verontreinigingen over de gehele scheepshelling aanwezig zijn. Niet uit te sluiten valt dat betreffende verontreinigingen onderdeel uitmaken van de verontreinigingen in de toplaag ter plaatse van het gehele terrein. Opgemerkt wordt dat gezien de betreffende oliechromatogram en het aangetroffen PAK-gehalte, het matig verhoogde gehalte aan minerale olie in het mengmonster (10.3+407.2) wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van sterk verhoogde PAK-gehalten. Derhalve betreft deze verontreiniging met minerale olie eveneens een immobiele verontreiniging.

Grondwater Het grondwater is niet verontreinigd met de onderzochte parameters. MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

44

Deellocatie V: Monumentale loods 2 Grond De matig slakkenhoudende bovengrond ter plaatse van het magazijn van de monumentale loods 2 is sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd met koper en PAK en licht verontreinigd met de overige onderzochte parameters. Niet uit te sluiten valt dat betreffende verontreinigingen onderdeel uitmaken van de verontreinigingen in de toplaag ter plaatse van het gehele terrein. Grondwater Het grondwater is sterk verontreinigd met arseen. De overige parameters van het NEN-grondwaterpakket worden niet in gehalten boven de streefwaarde aangetroffen. Deellocatie VI: Voormalige afgewerkte olietank De boring ten behoeve van het onderzoek naar onderhavige deellocatie kon niet ter plaatse van de voormalige locatie van de tank worden verricht door de aanwezigheid van ondoordringbare lagen in de grond. De boring is ca. 4 m ten noorden van de voormalige locatie verricht. Verwacht wordt dat de betreffende boring voldoende inzicht geeft in de eventuele negatieve beïnvloeding van de milieuhygiënische bodemkwaliteit door de aanwezigheid en het gebruik van de tank. Grond De matig siltige ondergrond rondom de grondwaterstand is niet verontreinigd met minerale olie. Grondwater Het grondwater is niet verontreinigd met minerale olie. Deellocatie VII: Voormalige HBO-olietank Grond De zwak puinhoudende grond vanaf het maaiveld tot ca.

0,8 m -mv is matig verontreinigd met minerale olie. Opgemerkt wordt dat gezien het betreffende oliechromatogram, de verontreiniging wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van PAK in betreffende bodemlaag en niet door het gebruik van de tank. Niet uit te sluiten valt dat betreffende verontreinigingen onderdeel uitmaken van de verontreinigingen in de toplaag ter plaatse van het gehele terrein. Grondwater Het grondwater is niet verontreinigd met minerale olie. Deellocatie VIII: Loods 3 Grond De zandige grond met een matige oliegeur in het bodemtraject van ca. 0,3 tot 0,8 m -mv is matig verontreinigd met zink en licht verontreinigd met arseen, cadmium, koper, kwik, lood, nikkel, PAK en minerale olie. Niet uit te sluiten valt dat betreffende verontreinigingen onderdeel uitmaken van de verontreinigingen in de toplaag ter plaatse van het gehele terrein.

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

45

Grondwater Het grondwater is matig verontreinigd met arseen en licht verontreinigd met chroom. De overige parameters van het NEN-grondwaterpakket worden niet in gehalten boven de streefwaarde aangetroffen. Deellocatie IX: Magazijn Grond De zandige bovengrond is licht verontreinigd met cadmium, kwik, zink en PAK. De overige onderzochte parameters van het NEN-grondpakket, fenol, cresolen en glycolen worden niet in gehalten boven de streefwaarde aangetroffen. Tevens worden geen verontreinigingen met vluchtige aromaten en chlooralifaten in het steekbusmonster van de zandige bodemlaag van ca. 0,5 tot 0,7 m -mv aangetroffen. Grondwater Het grondwater is licht verontreinigd met arseen en minerale olie. De overige onderzochte parameters worden niet in gehalten boven de streefwaarde aangetroffen. Deellocatie X: Trafohuis Grond De matig puinhoudende zandige grond in het bodemtraject van ca. 0,2 tot 1,0 m -mv is licht verontreinigd met PCB (som 6) en niet verontreinigd met minerale olie. Grondwater Het grondwater is licht verontreinigd met minerale olie en niet verontreinigd met PCB. Deellocatie XI: Vatenopslag Grond De zandige ondergrond (van ca. 0,5 tot 1,0 m -mv) is sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd met arseen en koper en licht verontreinigd met cadmium, kwik, lood, nikkel, PAK en minerale olie. Chroom en EOX zijn niet in gehalten boven de streefwaarde aangetroffen.

Niet uit te sluiten valt dat betreffende matig tot sterke verontreinigingen onderdeel uitmaken van de verontreinigingen in de toplaag ter plaatse van het gehele terrein. Grondwater Het grondwater is matig verontreinigd met arseen en licht verontreinigd met chroom. De overige onderzochte parameters van het NEN-grondwaterpakket worden niet in gehalten boven de streefwaarde aangetroffen. Deellocatie XII: Gronddepot De aangetroffen gehalten aan arseen, koper, lood, zink, PAK en minerale olie overschrijden de betreffende grenswaarden. Op basis hiervan kan de grond in het depot indicatief worden getoetst als niet herbruikbaar. De partij blijkt voor de onderzochte parameters homogeen te zijn. Aangezien de grond nabij het depot tot minimaal ca. 3,0 m - mv matig tot sterk is verontreinigd, is geen bodemonderzoek uitgevoerd naar de grond onder het depot.

MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

46

Verwacht wordt dat de aanwezigheid van het depot geen negatieve invloed heeft op de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de grond dieper dan ca. 3,0 m -mv. Deellocatie XIII: Terreinuitbreidingen/ophogingen 1932 t/m 1940 en 1960 Grond De kleiige ondergrond in het bodemtraject van minimaal ca. 1,5 tot de maximale onderzoeksdiepte (ca. 3,0 m -mv) is sterk verontreinigd met arseen en zink, matig verontreinigd met koper en licht verontreinigd met cadmium, kwik, lood, nikkel, PAK, EOX en minerale olie. Betreffende bodemlaag kan worden beschouwd als de ophooglaag die in 1932 t/m 1940 is aangebracht. De matig tot sterke verontreiniging is in verticale richting niet afgeperkt. De slibhoudende kleiige en zandige ondergrond (met een zwakke oliegeur) in het bodemtraject van ca. 0,5 tot de maximale onderzoeksdiepte (ca. 3,0 m -mv) is matig verontreinigd met zink en licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood, PAK, EOX en/of minerale olie. Arseen, chroom en nikkel zijn niet in gehalten boven de streefwaarde aangetroffen. Betreffende bodemlaag is boven de voornoemde ophooglaag uit 1932 t/m 1940 gesitueerd en betreft waarschijnlijk de in 1960 aangebrachte grond. Opgemerkt wordt dat ten westen van het depot in onderhavig onderzoek (boring 30) en in het door Arnicon uitgevoerde bodemonderzoek (2000) in de ondergrond oliegeuren zijn waargenomen.

Op basis van de analyseresultaten van beide onderzoeken zijn in de betreffende bodemlaag geen verhoogde gehalten aan minerale olie ten opzichte van de tussen- en/of interventiewaarde aangetroffen. Deellocatie XIV: Terreinuitbreiding/ophoging 1975 Grond De zandige (zwak koolhoudende) bodemlaag van ca. 0,8 tot 1,5 m -mv die is aangebracht in 1975, is licht verontreinigd met cadmium, koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK, EOX en/of minerale olie. De overige onderzochte parameters van het NEN-grondpakket worden niet in gehalten boven de streefwaarde aangetroffen. Opgemerkt wordt dat in de diepere ondergrond van de boringen ter plaatse van huidige deellocatie de matig met zink verontreinigde ophooglaag uit 1960 (deellocatie XIII) is aangetroffen. Tevens wordt opgemerkt dat in monster 1403.3 een EOX-gehalte is aangetroffen die de triggerwaarde van het toekomstige bodembeleid (0,8 mg/kg.ds) overschrijdt. Mogelijk is de bodemlaag matig en/of sterk verontreinigd met individuele OCB, PCB, chloorfenolen en/of chloorbenzenen. Als gevolg hiervan dient derhalve aanvullend chemisch-analytisch onderzoek te worden verricht naar deze parameters. Algemeen Naast de matig tot sterke verontreinigingen in de grond en het grondwater worden ter plaatse van de overige terreindelen niet tot lichte verontreinigingen met diverse parameters in grond en/of grondwater aangetroffen.

In bijlage 16.1 is een schematisch overzicht weergegeven van de verontreinigingssituatie ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie. MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

47

Navolgend zijn de aangetroffen matig tot sterke verontreinigingen en/of grondwater nader beschreven. Verontreinigde toplaag onderzoekslocatie Met uitzondering van de deellocaties met betrekking tot de ophogingen in 1932 t/m 1940, 1975 en 1990 (deellocaties III, XIII en XIV) is de grond ter plaatse van de onderzoekslocatie vanaf maaiveld of onderzijde (half)verharding tot plaatselijk ca. 1,7 m -mv heterogeen licht tot sterk verontreinigd met zware metalen, PAK, EOX en/of minerale olie. De bodemlaag onder deze verontreinigde toplaag is niet tot licht verontreinigd met de onderzochte parameters. Echter de dikte van de verontreinigde toplaag is op basis van huidig onderzoek niet in beeld gebracht. Indien uit wordt gegaan van een minimale dikte van de verontreinigde bodemlaag van ca. 1,0 m, een maximale dikte van ca. 1,7 m en een oppervlakte van ca. 9.180 m2, heeft deze heterogene verontreiniging een omvang van minimaal 9.180 m3 en maximaal 15.606 m3. Op basis van deze onderzoeksresultaten is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de grond. Dit aangezien het volume sterk verontreinigde grond ter plaatse van de onderzoekslocatie (aanzienlijk) groter is dan 25 m3. In deze situatie is sprake van een saneringsplichtig geval en dient een sanering te worden uitgevoerd indien ter plaatse werkzaamheden zijn voorzien.

Aangezien het verontreinigingsgeval een immobiele verontreiniging betreft, kan/mag een eventuele sanering middels isolatie worden gerealiseerd. Matig tot sterke verontreinigingen met minerale olie in grond Nabij de olieopslag zijn twee verontreinigingsspot met een matige en/of sterke verontreiniging met minerale olie in de ondergrond aangetroffen. De verontreinigingen hebben een meer of mindere mate organisatorische, technische en ruimtelijke samenhang. Derhalve kan ten behoeve van de omvangsbepaling het volume van beide spots worden gesommeerd. Het totale volume van de matig tot sterke verontreiniging bedraagt ca. 77 m3 (54 m3 + 23 m3), waarvan ca. 27 m3 matig verontreinigd. Derhalve is sprake van één geval van ernstige bodemverontreiniging in de grond. Dit aangezien het volume sterk verontreinigde grond groter is dan 25 m3. In deze situatie is sprake van een saneringsplichtig geval en dient bij werkzaamheden een sanering te worden uitgevoerd, waarbij deze mobiele verontreiniging dient te worden verwijderd. Matig tot sterke verontreinigingen met minerale olie en/of naftaleen in grondwater Ter plaatse van de olieopslag is ca. 78 m3 bodemvolume sterk verontreinigd met minerale olie en matig verontreinigd met naftaleen in het grondwater.

Tevens is in het grondwater aan de noordwestzijde van de loods 1 een sterke verontreiniging in het grondwater met minerale olie aangetroffen die binnen huidig onderzoek niet horizontaal en verticaal afgeperkt. Aangezien de verontreinigingen een meer of mindere mate organisatorische, technische en ruimtelijke samenhang hebben, op het grondwater een drijflaag is aangetroffen en aangezien verwacht wordt dat de gezamenlijke omvang van de verontreinigingen groter is dan het in de Wet bodembescherming genoemde hoeveelheidscriterium van 100 m3, is er sprake van een “geval van ernstige grondwaterverontreiniging”. Aangezien de verontreinigingen mobiele verontreinigingen betreffen, dient de verontreiniging bij (graaf)werkzaamheden te worden verwijderd. MH Nederland BV, B06.125.V1: Milieukundig bodemonderzoek voormalige scheepswerf Joh. van Duijvendijk te Krimpen aan den IJssel.

48

Matig tot sterk arseenverontreiniging in het grondwater Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn plaatselijk ter plaatse van het westelijk deel van de onderzoekslocatie matig tot sterke arseenverontreinigingen in het grondwater aangetroffen. Dergelijk verhoogde gehalten aan arseen worden vaker in (met name in het westelijk deel van) de Nederlandse bodem aangetroffen. Deze kunnen vaak worden toegeschreven aan natuurlijke achtergrondwaarden. Door de Provincie Zuid-Holland wordt ondermeer Bodemsaneringsbeleid, 2003” het volgende gesteld (citaat):

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13974506/1