2024-02-29 Beantwoording technische vragen Stem van Krimpen raadsvoorstel Duurzame uitstroom Participatiewet
Tekst van het document
Stem van Krimpen | raadsvoorstel Duurzame uitstroom Participatiewet | 29 februari 2024 Vragen De fractie van Stem van Krimpen heeft alvast de volgende vragen over dit voorstel: • • •
Waarom valt deze opdracht niet primair onder de taakstelling van IJsselgemeenten en Promen maar moet daar apart een projectleider voor aangesteld worden? Wat zijn de SMART doelstellingen die we deze projectleider meegeven? Wanneer is de opdracht geslaagd? Kunnen we met voorrang kijken naar het opleiden/begeleiden van inwoners naar een baan in de dienstverlenende sectoren waar een tekort bestaat zoals bv het OV?
Antwoord 1. Waarom valt deze opdracht niet primair onder de taakstelling van IJsselgemeenten en Promen maar moet daar apart een projectleider voor aangesteld worden? Het realiseren van (duurzame) uitstroom valt ook onder de taak van IJsselgemeenten die in die hoedanigheid ook weer intensief samenwerkt met Promen. We constateren dat we binnen de Participatiewet steeds meer te maken krijgen met een complexer wordende doelgroep. Bovendien, vanwege de groeiende doelgroep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, neemt de arbeidsintensiteit voor het begeleiden van inwoners naar werk en het matchen aan werk binnen IJsselgemeenten toe. Het college heeft de ambitie om extra uitstroom te realiseren. Niet alleen vanwege de kansen op de huidige arbeidsmarkt maar ook omdat uitstroom uit de bijstand voor onze inwoners perspectief biedt richting toekomst. Dit uitgangspunt is tijdens een werkconferentie op 21 juni 2023 - waar ook IJsselgemeenten en Promen hebben deelgenomen - besproken. De conclusie was dat er extra inspanningen nodig zijn om op lokaal niveau - in samenwerking met de beleidsadviseur economie en het college van B&W - betere verbindingen te leggen met de lokale arbeidsmarkt, sociaal ondernemerschap te stimuleren en een duurzame samenwerking met Krimpense ondernemers te organiseren. Verder is geconstateerd dat inzet en handhaving van SROI verplichtingen kansen biedt.
Ontwikkelingen Participatiewet De invoering van de Participatiewet in 2015 betekende het samenvloeien van drie regelingen gericht op mensen die niet zelfstandig aan de slag kunnen: de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de Wajong. Hiermee werd gepoogd één regeling te creëren voor de onderkant van de arbeidsmarkt. De instroom in de Wsw is gestopt en voor de Wajong geldt dat nieuwe instroom alleen nog mogelijk is voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsbeperkt zijn. Jonge werkzoekenden met een arbeidsbeperking, maar nog wel met arbeidsvermogen, behoren tot de doelgroep van de Participatiewet. Doordat de toegang tot de Wsw is afgesloten en doordat de Wajong alleen nog beschikbaar is voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsbeperkt zijn, zijn de gemeenten verantwoordelijk voor een elk jaar grotere groep mensen met een arbeidsbeperking die niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. Zoals hierboven geschetst hebben gemeenten onder de Participatiewet voor een bredere doelgroep de verantwoordelijkheid om ondersteuning bij arbeidsinschakeling te organiseren
1 van 3
waardoor gemeenten voor een steeds grotere uitdaging staan. We zien dit in de cijfers m.b.t. instroom in de Participatiewet waar een bredere doelgroep onder valt. Daarnaast hebben we te maken met een instroom van statushouders in verband met de taakstelling op de huisvesting. Waarbij naast participatie ook een intensief inburgeringstraject aan de orde is en er sprake is van wachtlijsten voor kinderopvang. Doordat we als gemeente voor een bredere doelgroep en daardoor een grotere uitdaging staan is extra inzet nodig. De projectleider zal zich o.a. focussen op de volgende aspecten: - Controle op naleving SROI - Duurzame samenwerking met (lokale) bedrijven voor begeleiden van inwoners naar werk - Specifieke inzet op doelgroepen (o.a. statushouders, jongeren) - Inzet regionaal aanbod optimaliseren
2. Wat zijn de SMART doelstellingen die we deze projectleider meegeven? Wanneer is de opdracht geslaagd? Zoals blijkt uit het raadsvoorstel is de taakstelling voor 2024 € 160.000. Om de taakstelling te behalen hebben we ongeveer een (duurzame) uitstroom nodig van 10 uitkeringsdossiers, € 160.000 : € 17.216 (gem. prijs per uitkering) = 9,29. Specifiek: Inzet van de projectleider zal specifiek gericht zijn op het vergroten van de duurzame uitstroom van inwoners uit de Participatiewet door middel van: Controle op naleving SROI Het creëren van een duurzame samenwerking met (lokale) bedrijven voor begeleiden van inwoners naar werk Specifieke inzet op doelgroepen (o.a. statushouders, jongeren) Het optimaliseren van de inzet van het regionale aanbod Meetbaar: Per kwartaal kijken we naar de rapportages van IJsselgemeenten die de actuele cijfers van het bestand in de Participatiewet laten zien. De gemeenteraad wordt hierin meegenomen door middel van de bestuursrapportages sociaal domein per kwartaal. Daarnaast zal de projectleider bijhouden in hoeverre uitstroom is gerealiseerd binnen de accenten waar de projectleider zich op zal focussen. Acceptabel: De doelstellingen zijn haalbaar binnen de beschikbare middelen en de ambitie van de gemeente. We hebben beperkte invloed op economische ontwikkelingen en veranderingen op de arbeidsmarkt.
Relevant: Het behalen van deze doelstellingen draagt direct bij aan het verminderen van langdurige afhankelijkheid van de Participatiewet, het vergroten van de arbeidsparticipatie van de toenemende doelgroep met een afstand tot de arbeidsmarkt en het bieden van perspectief aan inwoners. Tijdsgebonden: De aanstelling van de projectleider strekt zich uit over een periode van twee jaar. Deze langere termijn biedt ons de gelegenheid om niet alleen te focussen op korte-termijn resultaten, maar ook om te investeren in het opbouwen van duurzame samenwerkingsverbanden en het implementeren van langdurige (leer)trajecten met werkgevers voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. Per kwartaal zal de projectleider ontwikkelingen laten zien in het naleven van de SROI-verplichting en het
2 van 3
stimuleren van duurzame uitstroom uit de Participatiewet, met regelmatige evaluaties en bijstellingen van het plan of de strategie om de voortgang te waarborgen. 3. Kunnen we met voorrang kijken naar het opleiden/begeleiden van inwoners naar een baan in de dienstverlenende sectoren waar een tekort bestaat zoals bv het OV? Daar wordt momenteel al op ingezet door IJsselgemeenten. Er zijn trajecten voor de thuiszorg, gastouders, taxichauffeur, werken in de bouw etc. Bovendien wordt er, dankzij de aanwezigheid van het leerwerkloket Rijnmond op het werkplein, gekeken naar geschikte opleidingstrajecten voor inwoners. Onlangs is er ook contact geweest met de manager Openbaar Vervoer van MRDH om de mogelijkheid van samenwerking te verkennen voor opleidingsmogelijkheden binnen het openbaar vervoer. We zullen de projectleider ook aansturen om zich hierop te richten, met name door het faciliteren van opleidingstrajecten bij werkgevers in de technieksector in de stormpolder of binnen de zorg.
En een meer algemene vraag: •
Wat zijn de totale kosten die de gemeente Krimpen aan den IJssel op jaarbasis maakt voor het a) inhuren van externe krachten zoals deze projectleider en b) het maken van rapporten en c) hoe verhoudt zich dat tot de voorgaande jaren?
Antwoord: (d.d. 14 maart 2024) Jaarlijks wordt door de gemeente, naast de medewerkers in vaste dienst, gebruik gemaakt van tijdelijke inzet van externen om diverse redenen. Bij het vastleggen van de kosten in de financiële administratie wordt vooral rekening gehouden met de verslagleggingsregels. Het gevraagde inzicht in de kosten van projectleiders en het maken van rapporten is daarom niet beschikbaar. Uit de gegevens over kosten voor inhuur van personeel en advieskosten hebben wij de kosten met een projectmatig karakter gefilterd. Daarbij is de inzet van externen voor investeringen en grondexploitaties buiten beschouwing gelaten. Ook de kosten die rechtstreeks door het Rijk worden gecompenseerd (vooral KOTA en crisisnoodopvang) zijn niet meegenomen. Het totaal aan projectmatige inzet bedroeg in 2023 circa € 600.000. Daaronder zijn bijvoorbeeld: • projectkosten voor de verkeer- en vervoersvisie, • implementatie van de verplichtingenadministratie, • optimaliseren functiehuis, • advisering over herhuisvesting De Tuyter, • energietransitie, • onderzoek Veerkrachtig Krimpen • uitwerking Toekomstfonds • stedenbouwkundige adviezen • omgevingswet. Over verhouding tot de voorgaande jaren: ‘omdat de gegevens niet op die manier zijn vastgelegd is het heel veel werk om dat van voorgaande jaren nog uit te zoeken’.
3 van 3