CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-11-22 Beantwoording technische vragen raadsvoorstellen TenneT locatie

Gemeenteraad 30 november 2023, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Informatie hierbij te betrekken:2.286 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen Fractie SGP | Onderwerp: vervanging transformator TenneT | 22 november 2023 Vraag 1 BOTIK: duidelijk is dat zij bezwaren hebben tegen de voorgenomen locatie van de nieuwe transformator. Uit onderzoek dat TenneT door Peutz heeft laten uitvoeren, blijkt dat mede door geluidbeperkende maatregelen de huidige vergunningaanvraag voldoet aan de geluidsnormen én aanzienlijk minder geluid zal maken dan de huidige transformator. Waarom heeft BOTIK nu nog bezwaren en zijn deze objectief te onderbouwen? Antwoord vraag 1 A) De bezwaren van BOTIK tegen plaatsing van de transformator op locatie 1 richten zich op een tweetal onderwerpen. 1) Alhoewel het niet meer dan logisch lijkt dat de te vervangen transformator op minimaal de afstand ( 330m) van de huidige transformator TR 403 zou komen te staan, heeft TenneT besloten de transformator op geringe afstand ( 140 m) van de woningen te plaatsen. Als bewoners zijn we het hier niet mee eens. Zeker met het oog op de aankondiging van de plaatsing van een 4e transformator op het terrein in 2030 komt de huidige locatiekeuze van TenneT in een vreemd daglicht te staan. Deze 4e transformator zal vrijwel zeker op locatie 2 worden geplaatst, wat extra wrang is gelet op de sterke oppositie die er momenteel heerst binnen TenneT tegen deze locatie.

Wij hebben er altijd voor gepleit om de plannen die nu worden gemaakt in samenhang te zien met toekomstige ontwikkelingen. TenneT kiest blijkbaar niet voor deze werkwijze. Zo kunnen wij tot in lengte van jaren onaangenaam verrast worden door nieuwe ontwikkelingen. Er zijn thans een tweetal bezwaren die onvoldoende serieus worden genomen in het rapport Ruimtelijke onderbouwing Transformator vervanging KIJ380. 1) Waar wij tegen aanlopen is het feit dat in de huidige wet geluidshinder geen aandacht wordt gegeven voor laagfrequent (LF) geluid. Het 100 Hz geluid betreft LF geluid dat tevens uit slechts uit één frequentie bestaat en derhalve speciale eigenschappen heeft. Het geluid kan reflecteren tegen objecten en interfereren met aankomende golven waardoor versterking optreedt. Ook kan het geluid via glazen puien de woonruimte binnendringen en voor een verstoord leefklimaat zorgen. De huidige laagfrequente geluidoverlast door trafo 403 wordt onvoldoende gerepresenteerd in de wet geluidshinder, waardoor de bewoners te kort wordt gedaan. Dit schept weinig vertrouwen in de geluidssterkte berekeningen bij de woningen na plaatsing van de trafo 414 op locatie 1, doordat het belangrijkste aspect van het transformator geluid (LF) buiten beschouwing wordt gelaten.

In het rapport "Ruimtelijke onderbouwing Transformator vervanging KIJ380 blz 25 en 26 (*1)" wordt bij de bepaling van de geluidsbelasting in de woningen gerefereerd aan de Vercammencurve, die een grenswaarde aangeeft voor de hinderlijkheid van het geluid. Op grond van de berekeningen wordt de geluidbelasting in de woningen acceptabel geacht. Wij bestrijden dat, omdat volgens de NSG richtlijn laagfrequent geluid de grenswaarde wordt overschreden. In het geluidsrapport wordt de hinder als gevolg van LF geluid echter aanvaardbaar geacht. Het verschil tussen de Vercammen en de NSG curve voor laagfrequent geluid in de binnenruimte is echter significant ( 17 dBA = 2^5=64 x). Dit vraagt om extra aandacht, omdat overlast van het transformatorgeluid binnen de woningen het woongenot sterk negatief beïnvloed. 2)Verder wordt er in het rapport ruimtelijke onderbouwing transformatorvervanging makkelijk voorbij gegaan aan de hinder die optreedt tijdens het gebruik van de vermogensschakelaar, die op minder dan de helft van de huidige afstand komen te staan. Een vermogensschakelaar is nodig op de transformator/ spoel combinatie te koppelen aan het

1 van 5

landelijk hoogspanningsnet. Het verbreken van de verbinding gaat gepaard met een explosieve geluidsontwikkeling, vergelijkbaar met een blikseminslag. In het rapport worden piekgeluiden met een geluidsterkte van 62 dBA berekend,door de geringe afstand tot de woningen ( *2) . In het rapport wordt dat aanvaardbaar geacht. Wij bestrijden dat, omdat deze explosieve geluiden zich zonder waarschuwing op ieder moment kunnen voordoen. Hiervoor moet echt een oplossing worden gevonden, die recht doet aan de bewoners. Systemen die beter afgeschermd zijn, zijn momenteel technisch mogelijk. Hier moet extra aandacht aan worden besteed.

*1 In de Bijlage 4 Rapport Ruimtelijke onderbouwing Transformator vervanging KIJ380blz 25 en 26 staat " De laagfrequente geluidniveaus in de toekomstige situatie bij 100 Hz zijn lager dan de toetswaarde van 39 dB volgens de Vercammencurve. Hiermee wordt eventuele hinder als gevolg van laagfrequent geluid aanvaardbaar geacht. De volledige resultaten kunnen worden gelezen in Bijlage 7. Door Peutz is voorde woonomgeving een inschatting gegeven van de verwachte laagfrequente geluidniveaus voorde nieuwe situatie (zoals hiervoor toegelicht). De NSG-richtlijn 'laagfrequent geluid' wordt in gevallen overschreden bij 100 Hz. Het is daarmee niet uit te sluiten dat sprake zal zijn van hoorbaarheid/waarneembaarheid van de laagfrequente geluidniveaus. Een en ander is evenwel afhankelijk van de opbouw van de gevels van de woningen, de afmetingen van de ruimte, de inrichting en de aan- of afwezigheid van ander geluid. Ook de persoonlijke gehoordrempel/gehoorgevoeligheid speelt hierbij een rol. De laagfrequente geluidniveaus in de toekomstige situatie bij 100 Hz zijn lager dan de toetswaarde van 39 dB volgens de Vercammencurve.

Hiermee wordt eventuele hinder als gevolg van laagfrequent geluid aanvaardbaar geacht *2 Maximale geluidniveau: Uit de rekenresultaten blijkt dat in de toekomstige situatie bij de woningen enigszins hogere maximale geluidniveaus (piekgeluiden) kunnen optreden (tot ten hoogste 62 dB(A)). Eén en ander is het gevolg van de geringere afstand van de nieuwe vermogensschakelaars ten opzichte van de woningen. Normaliter treden deze piekgeluiden uitsluitend in de dagperiode op en dan hooguit enkele malen per jaar. De maximale geluidniveaus voldoen ruimschoots aan de normaliter gehanteerde grenswaarden 70 dB(A) in de dagperiode. Gelet op het incidentele karakter worden de berekende maximale geluidniveaus toelaatbaar geacht ondanks het feit dat mogelijk sprake is van een (overigens geringe) overschrijding van de vigerende geluidgrenswaarden. Vraag 2 In Wijk aan Zee zijn door TenneT nieuwe transformatoren geplaatst waarvan het laagfrequent geluid voor overlast zorgt bij omwonenden.

Is de transformator die in Krimpen geplaatst wordt van hetzelfde type? In hoeverre is de situatie in Krimpen en in Wijk aan Zee vergelijkbaar en bestaat het risico dat omwonenden hier met dezelfde overlast te maken krijgen? (zie https://www.nhnieuws.nl/nieuws/326693/geheimzinnige-zoem-in-wijk-aan-zeemogelijk-toch-veroorzaakt-door-transformatorstation-van-tennet) Antwoord vraag 2 Tijdens de beeldvormende commissie heeft TenneT aangegeven dat uit onderzoek bleek dat het geluid niet afkomstig was van de TenneT-locatie Vraag 3 Is de wethouder tevreden met het voorstel en is de nieuwe locatie en zijn de getroffen maatregelen goed voor onze bewoners?

2 van 5

Antwoord vraag 3 Het voorstel dat er ligt is op basis van juridische en ruimtelijke oogpunt tot stand gekomen. Zoals eerder aangegeven had het college liever gezien dat TenneT in hun aanvraag een locatie verder van de woningen had gekozen. TenneT heeft tijdens de beeldvormende commissie aangegeven dat zij intern een voorstel hebben gedaan om op basis van maatschappelijk verantwoord ondernemen de spoel willen inpakken. Met deze tegemoetkoming zou de situatie voor de bewoners verder verbeteren ten opzichte van niet inpakken. Dit zou een goede extra maatregel zijn. Vraag 4 Mogen we als raad ook een reflectie van DCMR op het proces en voorstel? Klopt het dat DCMR in een eerder stadium heeft aangedrongen op het isoleren van de spoel? Antwoord vraag 4 Reflectie DCMR: De DCMR heeft indicatief onderzocht of het ‘inpakken’ van de spoel effect heeft. Alleen indien met dit ‘inpakken’ het geluid door de spoel met 10 dB of meer wordt gereduceerd, heeft dit een merkbaar effect op de totale geluidsbelasting ten gevolge van de gehele inrichting. Het effect is dan een reductie van ten hoogste 2 dB op de gevels van de woningen. Dit heeft DCMR ook aan TenneT gecommuniceerd. Vraag 5 De nieuwe spoel SP414 produceert 95 dB(A) (bijlage 5, p. 10) , en de huidige spoel SP403 96 dB(A) (bijlage 5, p.8, tabel 2.1). De nieuwe transformator (TR414) heeft een geluidbronsterkte van 95 dB(A) (bijlage 5, p.

10) en na akoestische maatregelen 83 dB(A) (bijlage 5, p. 10). Het verschil met de oude situatie is dat de nieuwe locatie zo'n 150 meter dichter bij de woningen ligt. De nieuwe spoel en nieuwe transformator hebben dus dezelfde geluidsbronsterkte, maar gekozen wordt om alleen de transformator in een geluidhuis te plaatsen en niet de spoel. Waarom? Antwoord vraag 5 Zoals bij vraag 3 is benoemd heeft TenneT intern voorgesteld om op basis van maatschappelijke verantwoord ondernemen de spoel alsnog in te pakken. In de oorspronkelijke aanvraag is niet gekozen om ook de spoel in een geluidhuis te plaatsen, omdat de geluidsbelasting in de nieuwe situatie, met alleen de nieuwe trafo in een geluidhuis, voldoende laag is. Ter vergelijking: Het gehele gezoneerde industrieterrein veroorzaakt in de nieuwe situatie een geluidsbelasting dat niet hoger is dan de geluidsbelasting van zo’n 90% van alle bedrijven. Vraag 6 Houdt het rekenmodel van Peutz alleen rekening met het geluid dat de nieuwe transformator produceert of ook het geluid van de nieuwe spoel? Antwoord vraag 6 Het rekenmodel van Peutz houdt rekening met het geluid van alle installaties en werkzaamheden op het terrein van TenneT in de dagelijkse bedrijfssituatie, zoals is aangevraagd.

3 van 5

Vraag 7 De scherfmuren van TR403 en SP403 zullen worden verwijderd (bijlage 5, pagina 10). In hoeverre neemt de geluiddruk van TR402 en TR401 richting de omwonenden hierdoor toe? Antwoord vraag 7 Omdat de trafo’s TR401 en TR402 veel verder van de woningen zijn gelegen dan de overige trafo’s en spoelen hebben deze twee trafo’s weinig invloed op het totale geluid, ter plaatse van de woningen, ten gevolge van TenneT. Ter plaatse van de woningen zal het effect van wel of geen scherfmuren daarom niet merkbaar zijn. Vraag 8 Worden na installatie en inbedrijfneming metingen verricht om vast te stellen of de eindsituatie overeenkomt met de vergunningvoorwaarden en de door Peutz berekende situatie? Wanneer vinden deze metingen plaats en wie voert deze meting uit? Antwoord vraag 8 Een van de vergunningsvoorschriften is dat na vergunningverlening door TenneT geluidsmetingen moet worden uitgevoerd ter controle van de nieuwe, voorgeschreven geluidgrenswaarden. Bij overschrijding kan door DCMR, namens de gemeente, handhavend worden opgestreden.

Vraag 9 Welke aanvullende maatregelen ten gunste van bewoners kunnen getroffen worden indien na installatie blijkt dat de geluiddruk significant hoger is dan berekend? Antwoord vraag 9 Door TenneT is nadrukkelijk aangegeven dat de onderzochte bedrijfssituatie een ‘worst case’ situatie is en dat de geluidsbelasting in werkelijkheid gelijk of lager is dan wat is berekend en als geluidgrenswaarde in de nieuwe vergunningsvoorschriften is opgenomen. TenneT heeft daarom zelf niet aangegeven welke maatregelen er nog genomen kunnen worden, indien blijkt dat de geluidsbelasting toch hoger is dan wordt vergund. Dit hangt ook sterk af van welke geluidsbron maatgevend is. Een mogelijkheid is om scherfmuren langer te maken voor meer geluidafschermende werking.

Beantwoording technische vragen Fractie SGP | Onderwerp: paraplubestemmingsplan geluidzone TenneT | 22 november 2023 Vraag 1 Wat vindt BOTIK van het paraplubestemmingsplan? Antwoord vraag 1 BOTIK geeft aan geen bezwaren te hebben. Dat de geluidsruimte door Tennet wordt ingekrompen kunnen we alleen maar toejuichen. Voor de extra 3dBA ,die TenneT voor uitbreidingsplannen in de toekomst wordt gegund, zijn wij minder enthousiast. Wij hopen dat het inkrimpen van de geluidszone rond het transformatorstation zal leiden tot de noodzaak om nieuwe en te vervangen transformatoren, in een geluidhuis te plaatsen.

4 van 5

Openstaande vragen naar aanleiding van de beeldvormende vergadering op 16 november.

Vercammen-curve versus NSG. - Hoe werken de verschillende curves? Antwoord DCMR: Zie, in bijlage 6 bij het raadsvoorstel, bijlage 7 van de Ruimtelijke Onderbouwing. In hoofdstuk 3 van deze notitie van 11 november 2021 (ref. GL/GL/AvdS/FE 19392-8-NO-005, door Peutz B.V.) is een beschrijving gegeven van de NSG-curve en de Vercammen-curve. - Hoe heeft de Vercammen-curve een plek gekregen in de ontwerpbeschikking? Antwoord DCMR: Zie, in bijlage 6 van het raadsvoorstel, bijlage 7 van de Ruimtelijke Onderbouwing. De geluidsniveaus ten gevolge van TenneT zijn getoetst aan de Vercammen-curve. - Hebben wij mogelijkheden om indien de hinder door de Vercammen-curve te groot is handhavend op te treden? Antwoord DCMR: Nee, handhavend optreden geschiedt op basis van langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT en maximale geluidniveaus LAmax op de gevel van woningen en op bepaalde vergunningspunten. Genoemde curves geven een oordeel over het geluid in de woning. Indien het geluid op de gevel voldoende laag is, is ook het geluid in de woning voldoende laag. Daarom zijn metingen in de woning niet nodig. In de nieuwe, aangevraagde situatie zal blijken dat ook het geluid in de woning significant afneemt ten opzicht van de huidige situatie.

Laagfrequent geluid - Op welke wijze heeft Peutz laagfrequent geluid verwerkt in de aanvraag? Antwoord DCMR: In de ontwerpbeschikking wordt op pagina 29 t/m 31 ingegaan op laagfrequent geluid; hierin wordt ook het onderzoek vermeld dat Peutz heeft gedaan naar laag frequent geluid (zie, in bijlage 6 bij het raadsvoorstel, bijlage 7 van de Ruimtelijke Onderbouwing). - Hoe hebben wij dit geduid en een plek gegeven in de ontwerpbeschikking? Antwoord DCMR: In de ontwerpbeschikking wordt op pagina 29 t/m 31 ingegaan op laagfrequent geluid en zie ook, in bijlage 6 bij het raadsvoorstel, bijlage 7 van de Ruimtelijke Onderbouwing. - Hoe kan specifiek laagfrequent geluid meegenomen worden in de toezicht en handhavingsfase? Dit nav opmerking dat laagfrequent geluid zich het meest manifesteert op een hoogte van 1,5mtr en de meetinstructie op 5 en 10 meter gedaan zou worden. Antwoord DCMR: In de bijgevoegde ontwerpbeschikking wordt op pagina 29 t/m 31 ingegaan op laagfrequent geluid en zie ook, in bijlage 6 bij het raadsvoorstel, bijlage 7 van de Ruimtelijke Onderbouwing. Specifiek wordt hierin vermeld dat Laagfrequentie geluid wettelijk niet is gereguleerd. Het aanvullend onderzoek naar laagfrequent geluid (de notitie van 11 november 2021 van Peutz) geeft geen aanleiding tot het maken van voorschriften gericht op laagfrequent geluid.

5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13518995/1