2023-05-30 RIB Financiering startersleningen
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF De leden van de raad Postbus 200 2920 AE KRIMPEN AAN DEN IJSSEL
Beste leden van de raad, Naar aanleiding van de oordeelsvormende commissie op 25 mei 2023 zijn vragen gesteld over de lening van € 15 miljoen die de gemeente heeft afgesloten en de relatie van die lening met het raadsvoorstel Uitbreiding Fonds Startersleningen. Inleiding Als inleiding op de beantwoording van de vragen geven wij u als context een korte uiteenzetting over hoe financiering en dekking van gemeentelijke uitgaven werken. De begroting van de gemeente bestaat uit lasten en baten. Voor een groot deel betreft dit daadwerkelijke uitgaven en inkomsten in de vorm van geldtransacties (cash flow). Een ander deel bestaat uit verrekeningen zoals afschrijvingen, kostenverdelingen en mutaties in reserves en voorzieningen. Naast de begrote baten en lasten heeft de gemeente ook nog uitgaven en inkomsten voor investeringen en grondexploitaties. Alle daadwerkelijk financiële stromen (de totale cash flow) bepalen welke liquide middelen de gemeente nodig heeft. Dat geeft een andere uitkomst dan het saldo van de begroting of jaarrekening (in boekhoudtermen is dat de verlies- en winstrekening). Een kort voorbeeld: als een nieuwe school wordt gebouwd, wordt de aannemer direct betaald (cash flow). De investering wordt vervolgens over een groot aantal jaren afgeschreven (lasten in de begroting).
Zo kan de begroting sluitend zijn (er is dekking), terwijl voor de betalingen aan de aannemer geen geld op de bank staat en dus een lening nodig is (financiering). Bij financiering gaat het om de beschikbaarheid van liquide middelen om te kunnen betalen. Belangrijk is daarbij dat de gemeente leningen aantrekt op basis van totaalfinanciering. Dit betekent dat niet voor iedere investering apart een lening wordt aangegaan, maar dat het saldo van de liquide middelen leidend is bij de vraag of een nieuwe lening nodig is. Door middel van een liquiditeitenprognose wordt ingeschat wanneer nieuwe leningen moeten worden aangetrokken. Ook de verwachte renteontwikkeling wordt daarbij in overweging genomen. 1. Klopt het dat dit de eerste keer is dat de lening van 15 miljoen in stukken is
vermeld (en zo niet; waar hadden we dit kunnen lezen? ) In de begroting 2023 zijn de lasten voor aflossing en rente van lopende leningen verwerkt. Tevens is in de begroting rekening gehouden met het aantrekken van nieuwe leningen in 2023 en 2025 op basis van een liquiditeitenprognose. Dit is toegelicht in het onderdeel Financiering onder de Financiële Begroting. In de tekst is daar echter abusievelijk een percentage van 1,5 vermeld, waar 3% had moeten staan. Ook in de paragraaf Financiering is de verwachting dat nieuwe leningen nodig zijn opgenomen. Ten slotte is in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing een risico opgenomen, vanwege mogelijke verdere rentestijging.
Bij het opstellen van de begroting werd nog rekening gehouden met een lening van € 20 miljoen (tegen 3%) halverwege 2023. Het verloop van de liquiditeitspositie in samenhang met de stijgende rente heeft ons college doen besluiten al in maart een lening af te sluiten, maar voor een lager bedrag (€ 15 miljoen). De budgettaire effecten (meer rentekosten in 2023 en lagere rentekosten vanaf 2024) zijn verwerkt in de begrotingswijziging die u wordt aangeboden voor de raadsvergadering van 22 juni 2023. 2. Is de volledige lening van 15 miljoen een college bevoegdheid? (En is dat ook
het geval wanneer de lening wordt aangegaan voor nieuw beleid?) Het aantrekken van leningen is inderdaad een collegebevoegdheid. In het treasurystatuut 2021 heeft de raad de regels daaromtrent vastgesteld (raadsbesluit 28 januari 2021). Omdat de gemeente leningen aantrekt op basis van totaalfinanciering wordt geen relatie gelegd met de besteding van de gelden. 3. Waarom is de lening niet eerder aangegaan toen de rente nog een stuk lager
stond, of had het college niet verwacht dat een lening op korte termijn nodig zou zijn? De leningenportefeuille wordt beheerd met behulp van een liquiditeitenprognose. Daarin werd voorzien dat halverwege 2023 het tekort aan liquiditeiten met een nieuwe lening zou moeten worden opgevangen. Omdat de rente begin 2023 bleef stijgen en de verwachting was dat dit verder zou doorzetten, is besloten de benodigde lening (€ 15 miljoen) iets eerder af te sluiten. Daardoor kon de rentelast worden beperkt tot iets meer dan 3% en het benoemde risico worden geëlimineerd. 4. Wat kost de lening van 15 miljoen per jaar aan rente en aflossing en waar
vinden we dit terug in de begroting? Het betreft een lineaire lening met een looptijd van 25 jaar tegen een rentepercentage van 3,05%. Dit betekent een jaarlijkse aflossing van € 600.000 en in het eerste volle jaar (2024) een rente van € 442.250. De rentekosten nemen jaarlijks af omdat de restschuld daalt. In de begroting worden de rentelasten verantwoord onder de algemene dekkingsmiddelen, in het onderdeel Saldo van de financieringsfunctie. De aflossingen lopen niet via de programmabegroting, maar vinden rechtstreeks op de balans plaats. 5. Had de 1 miljoen voor de starterslening ook uit de 8,6 miljoen
begrotingsoverschot kunnen komen en waarom wel/niet? (hoeveel liquide middelen heeft de gemeente nu en hoe was dat voor en na het afsluiten van de lening van 15 miljoen?) Het rekeningoverschot is een boekhoudkundig resultaat (saldo van de verlies- en winstrekening). Dit is niet een saldo dat op de bank staat, maar onderdeel van het eigen vermogen. Er is dus geen directe relatie tussen het resultaat en het saldo of de ontwikkeling van de liquide middelen. Omdat de lening eerder is afgesloten dan noodzakelijk (zie antwoord op vraag 3) heeft de gemeente momenteel een ruim liquide saldo. 6. Is de lening van 15 miljoen aflossingsvrij? ( zo niet, waarom staat het
aflossingscomponent niet ook als kostenverhogend bij de starterslening vermeld?) Zoals bij vraag 4 is vermeld wordt in 25 jaar afgelost. De storting bij SVn wordt op de balans opgenomen onder de financiële vaste activa. Deze blijft gelijk in omvang als uitgeleend geld.
Het gaat immers om een revolverend fonds dat zijn waarde behoudt. Het verloop van de individuele leningen die SVn verstrekt wordt niet in de gemeentelijke cijfers vertaald. 7. Klopt het dat het voorstel voor de starterslening zich enkel beperkt tot het
storten van 1 miljoen naar SVn, of vraagt het college ook een akkoord op de jaarlijkse lasten? ( rente en/of aflossing van de lening) en indien het enkel over het storten van 1 miljoen gaat; Waarom kiest het college ervoor om de lening bij het voorstel te benoemen? Omdat de genoemde lening al in de begroting is opgenomen levert dit niet direct in 2023 extra (rente)lasten op. Via de rente-omslag wordt een deel van de gemeentelijke rentelasten (budgettair neutraal) toegerekend aan de SVn leningen en als last in de begroting verantwoord. Er is geen directe relatie tussen de (rente)lasten van de afgesloten lening en de storting van geld uit de liquide middelen naar SVn. De lening is in het voorstel benoemd om de raad te informeren dat het storten van € 1 miljoen ook budgettaire gevolgen heeft. Geld is immers niet gratis. De actuele kosten van geleend geld bedragen 3,05%. Zoals in het voorstel is toegelicht betekent het storten van € 1 miljoen bij SVn dat dit geld niet voor de financiering van andere uitgaven kan worden gebruikt, waardoor eerder een nieuwe lening nodig zal zijn.
Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel, De secretaris, De burgemeester,
mr. A. Boele
J.J. Luteijn