2023-02-14 Regiomonitor Beschermd wonen medio 2022 def
Tekst van het document
Regiomonitor Beschermd wonen: Halfjaarrapportage 2022 7 oktober 2022/OBI 5030 1. Inleiding Jaarlijks wordt een rapportage opgesteld over beschermd wonen. Naast een overzicht van de ontwikkelingen in aantallen bevat dit informatie over de spreiding naar de gemeente van herkomst, de gemeente van plaatsing en de gemeente van uitstroom. Halfjaarlijks wordt daarnaast een beknopte tussenrapportage opgesteld met een actualisatie van de cijfers en een overzicht van de spreiding van de gemeente van plaatsing. 2. Nieuwe instroom en herinstroom In 2021 zijn zo’n 500 mensen ingestroomd in beschermd wonen. Onder nieuwe instroom verstaan we mensen die nog niet eerder een indicatie voor beschermd wonen hebben gehad. Vooruitlopend op de mogelijke invoering van het ‘woonplaatsbeginsel’ tellen we vanaf 2020 daarnaast ook mensen mee die na een jaar of langer herinstromen. In 2020 en 2021 gaat het om zo’n 60 herinstromers. In figuur 1 is de instroom van de afgelopen jaren weergegeven. In tabel 1 zijn de onderliggende aantallen voor volwassenen en jongeren terug te vinden. In 2020 was de instroom hoger dan in 2019, ook als we corrigeren voor het meetellen van herinstromers. In 2021 daalt de instroom en ook de cijfers over de eerste helft van 2022 wijzen vooralsnog op een verdere afname. Dit kan samenhangen met de openstelling van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen in de GGZ.
Bij jongeren zien we in 2020 juist een toename van de instroom. Figuur 1
Nieuwe instroom: aantal eerste indicaties beschermd wonen, vanaf 2020 inclusief herinstroom
600
541
531 471
500 406
499 438
400 300 200
165
161
100 0 2015
2016
2017
2018
Volwassenen
1
2019
2020
Jongeren
Totaal
2021
1e halfjaar 2022
Tabel 1
Nieuwe instroom: aantal eerste indicaties beschermd wonen, vanaf 2020 inclusief herinstroom 1e halfjaar
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
Volwassenen
115
248
360
327
290
376
319
104
Jongeren
46
158
171
144
148
165
180
61
Totaal
161
406
531
471
438
541
499
165
2022*
* voorlopig aantal, er kunnen nog indicaties met terugwerkende kracht worden gestart
3. Verzilvering en wachtlijst Niet alle nieuwe indicaties leiden ook (direct) tot een plaatsing, Van de nieuwe instromers in 2020 is 14% niet verzilverd en van de instromers in 2021 geldt dat voor 19% (nog) niet. Er kan hierbij sprake zijn van een onderschatting van de verzilvering door een (administratieve) achterstand in de registratie van declaraties en een onnauwkeurigheid doordat gebruik wordt gemaakt van verschillende registraties. Per medio 2022 staan, op basis van de zogenoemde plaatsingslijst van juni, zo’n 315 mensen op de wachtlijst (245 volwassenen en 70 jongeren). Hierin ontbreekt nog een marginaal aantal cliënten met een indicatie bij een kleine zorgaanbieder. Overigens is er niet bij al deze cliënten sprake van ‘wachten op’ een plek. Zo zijn er ook cliënten die een aanbod afwijzen. Waar nodig wordt aan mensen op de wachtlijst een overbruggingsarrangement afgegeven voor ambulante ondersteuning. Dit is niet altijd nodig, bijvoorbeeld wanneer mensen in een kliniek verblijven. 4. Uitstroom We spreken in deze rapportage van uitstroom wanneer een indicatie afloopt en er geen nieuwe WMO-indicatie voor beschermd wonen op volgt1. Het kan hierbij gaan om mensen die na afloop van de indicatie een ander soort WMOindicatie krijgen (bijvoorbeeld voor extramurale zorg), of mensen die overgaan naar een anders gefinancierde zorg (bijvoorbeeld Wlz).
Uitstroom zonder enige vorm van vervolgzorg ligt niet voor de hand, maar kan (zeker in het geval van uitval) wel voorkomen. Voor een beperkt deel gaat het om voortijdige uitstroom, bijvoorbeeld bij overlijden of verhuizing naar een andere gemeente. In figuur 2 is duidelijk te zien dat de uitstroom in 2020 en met name 2021 hoger is dan voorheen. Dit zal samenhangen met de openstelling van de Wlz. Binnen de gemeente is er geen registratie beschikbaar van de personen die een indicatie hebben gekregen voor de Wlz. We kunnen dus niet precies aangeven welk deel van de uitstroom ‘reguliere uitstroom’ betreft en welk deel is overgegaan naar de Wlz en daarbij dus in de praktijk nog steeds gebruikt maakt dezelfde voorziening.
1 Er is in deze meting een correctie gedaan voor indicaties waarbij de zorg is beëindigd, en de zorgaanbieder dit heeft gemeld
middels een zogenoemd 307 bericht, maar waarbij de indicatie nog niet is beëindigd in de registratiesystemen waar deze monitor op is gebaseerd.
2
Figuur 2
Uitstroom: aantal aflopende indicaties vanaf 2015*
1200 964
1000 800
654
632
573
600
505
435
462 386
400 200 0 2015
2016
2017
2018
Volwassenen
2019
2020
Jongeren
Totaal
2021
1e halfjaar 2022
* cijfers van vorige jaren kunnen anders zijn dan eerder gerapporteerd vanwege herinstroom en registraties met terugwerkende kracht
Tabel Fout! Geen tekst met de opgegeven stijl in het document. indicaties vanaf 2015 naar leeftijdsgroep*
Uitstroom: aantal aflopende 1e
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
halfjaar 2022
Volwassenen
567
471
345
393
359
532
828
307
Jongeren
87
102
90
112
103
100
136
79
Totaal
654
573
435
505
462
632
964
386
* cijfers van vorige jaren kunnen anders zijn dan eerder gerapporteerd vanwege herinstroom en registraties met terugwerkende kracht
Een deel van de in beëindigde indicaties was overigens niet verzilverd. Er is dan dus eigenlijk niet echt sprake van uitstroom maar wel van het beëindigen of aflopen van de indicatie en daarmee het recht op zorg. 5. Duur van de indicatie bij uitstroom Van de mensen die in 2020 en 2021 zijn uitgestroomd was de gemiddelde indicatieduur 3,5 jaar. In 2022 was dit wat lager namelijk 3 jaar2. Hierbij is (nog) geen rekening gehouden met de datum waarop de zorg daadwerkelijk is gestart. De daadwerkelijke plaatsing kan dus wat korter zijn geweest. In onderstaande tabel is de duur van de indicatie weergegeven van uitstromers in 2020, 2021 en 2022. We kunnen hierbij geen onderscheid maken tussen overgang naar de Wlz en daadwerkelijke uitstroom.
2
De duur is berekend door te kijken naar de startdatum van de eerste indicatie en de einddatum van de laatste indicatie. De duur van eventuele periodes waarin de persoon geen indicatie had is hierop in mindering gebracht.
3
Tabel 3
Duur van de indicatie bij uitstroom 1e halfjaar 2020
2021
2022
0 t/m 6 maanden
56
9%
69
7%
26
7%
7 t/m 12 maanden
75
12%
113
12%
67
17%
Tussen 1 en 2 jaar
108
17%
165
17%
97
25%
Tussen 2 en 3 jaar
62
10%
114
12%
46
12%
Tussen 3 en 4 jaar
41
6%
87
9%
35
9%
5 jaar of langer
290
46%
416
43%
115
30%
Totaal
632
100%
964
100%
386
100%
6. Aantal lopende indicaties 1 januari Op 1 januari 2022 waren er in totaal zo’n 1.300 mensen met een indicatie voor beschermd wonen. Dat zijn er aanzienlijk minder dan een jaar eerder, vanwege de hoge uitstroom in 2021. Het aantal indicaties op 1 juli 2022 is ook weer lager dan op 1 januari van dit jaar, maar dit aantal zal naar verwachting nog toenemen omdat indicaties ook met terugwerkende kracht worden afgegeven c.q. geregistreerd. Tabel 4
Aantal indicaties op 1 januari /1 juli, naar type 1 jan2021
1 jan2022
1 jul 2022*
1.444
1.221
1.079
AWBZ beschermd wonen
124
0
0
WMO extramuraal BW (GGZ-PGB)
112
83
64
1.680
1.304
1.143
1.576 (94%)
1.137 (87%)
PM
WMO intramuraal (GGZ-ZIN)
Totaal Waarvan verzilverd (voorlopig)
* Zal nog toenemen vanwege registraties met terugwerkende kracht
7. Plaatsingen per gemeente In onderstaande tabellen is weergegeven in welke gemeenten mensen zijn geplaatst. Dit is dus het adres waar mensen met een verzilverde indicatie voor beschermd wonen verblijven (op 1 januari). Met name bij de regiogemeenten kan opvallen dat het aantal plaatsingen daar op 1 januari 2021 lager is (145) dan eerder gerapporteerd (171). Dat komt door een correctie op basis van het ‘berichtenverkeer’, waardoor een substantieel aantal indicaties met terugwerkende kracht is beëindigd in 2020. Het aantal personen dat op een BW-locatie in een gemeente verblijft kan hoger liggen dan hier gerapporteerd, omdat een zorgaanbieder ook mensen met een indicatie van een andere (centrum-)gemeente kan plaatsen. In de tabellen zijn alleen de indicaties weergegeven die zijn afgegeven (en betaald) door de centrumgemeente Rotterdam.
4
Tabel 5
Gemeente waar de indicatie is verzilverd (locatie van plaatsing) in percentages 1 jan 2017
1 jan 2018
1 jan 2019
1 jan 2020
1 jan 2021
1 jan 2022
Rotterdam
88%
87%
87%
88%
90%
89%
BARCKL
11%
12%
12%
11%
9%
10%
Stadsregio
0%
0%
0%
0%
0%
0%
Overig
1%
1%
1%
1%
1%
1%
Totaal
100%
100%
100%
100%
100%
100%
Tabel 6
Gemeente waar de indicatie is verzilverd (locatie van plaatsing) in aantallen 1 jan 2017
1 jan 2018
1 jan 2019
1 jan 2020
1 jan 2021
1 jan 2022*
Rotterdam
1.659
1.651
1.635
1.638
1.408
1.031
BARCKL
200
227
229
197
145
95
Stadsregio
4
7
2
4
5
1
Overig
15
20
18
13
14
6
Totaal
1.878
1.905
1.884
1.852
1.572
1.133
* voorlopige aantallen, verzilvering neemt mogelijk nog toe
Tabel 7
Gemeente waar de indicatie is verzilverd (locatie van plaatsing) per regiogemeente 1 jan 2017
1 jan 2018
1 jan 2019
1 jan 2020
1 jan 2021
1 jan 2022*
Albrandswaard
17
31
38
36
27
15
Barendrecht
19
28
53
48
30
27
Capelle aan den IJssel
77
92
52
43
35
28
Krimpen aan den IJssel
13
6
14
8
9
2
Lansingerland
18
15
15
14
10
8
Ridderkerk
56
55
57
48
34
15
Totaal
200
227
229
197
145
95
* voorlopige aantallen, verzilvering neemt mogelijk nog toe
5