2021-02-16 Beantwoording vragen Krimpens Belang financiële afweging Krimpens Sociaal Team
Tekst van het document
MEMO Van
: H. van der Wal
Aan
: leden van de commissie
Betreft : positionering casusregisseur Krimpens Sociaal Team Datum : 16 februari 2021 Toezegging besluitvoorbereidende raadscommissie d.d. 11 februari 2021 Tijdens de commissie vergadering d.d. 11 februari 2021 is toegezegd een nadere toelichting te geven over de positionering van de casusregisseur binnen het Krimpens Sociaal Team in relatie tot het maken van een financiële afweging. Dit naar aanleiding van een vraag over dit thema door Krimpens Belang. Inrichting van het Krimpens Sociaal Team Het Krimpens Sociaal Team is een netwerkorganisatie onder gemeentelijke regie. De gemeentelijke procesregisseurs sturen het Krimpens Sociaal Team aan. Zij verdelen het werk, zien toe op de kwaliteit en nemen besluiten over de inzet van aanvullende maatwerkvoorzieningen. Denk hierbij aan specialistische jeugd GGZ, specialistische begeleiding en/of regionaal ingekochte arrangementen. Casusregisseurs, GGZ specialisten, gedragsdeskundige, etc zijn via subsidie of inkoopconstructies aan het Krimpens Sociaal Team verbonden. Zij behandelen dossiers met complexe problematiek. Na het beoordelen welke inzet noodzakelijk is, wordt ook een deel van de gewenste inzet door hen geleverd. Inhoudelijke beoordeling De casusregisseur maakt per dossier een beoordeling van de situatie en kijkt wat nodig is. Hierbij worden de uitgangspunten gehanteerd zoals verwoord in het beleidsplan ‘Krachtig verder’.
Er wordt dus breed gekeken naar de problematiek in het gezin. Op basis van de geïnventariseerde problematiek wordt beoordeeld hoe gekomen kan worden tot een verbetering van de situatie. Hierbij wordt in eerste instantie zoveel mogelijk gekeken naar de eigen kracht in het gezin en de omgeving van het gezin. Ook wordt gekeken naar het voorliggende veld van algemene voorzieningen zoals opvoedcursussen en trainingen. Mocht er meer nodig zijn dan kan de casusregisseur inzet van zichzelf als gezinsbegeleider of een collega van het KST inzetten (bijv. een GGZ psycholoog). Bij de beoordeling van deze inzet kan het betreffende dossier in een collegiaal casuïstiek overleg worden besproken of er kan worden afgestemd met een procesregisseur. Mocht er aanvullende maatwerkvoorzieningen noodzakelijk zijn die niet vanuit het KST kunnen worden geboden dan zal de casusregisseur een voorstel opstellen en dit ter besluitvorming aan de procesregisseur voorleggen. Financiële afweging? De beoordeling van de zorg die ingezet moet worden vindt altijd eerst plaats en onafhankelijk van de kosten. Dit houdt niet in dat alles wat wordt voorgesteld ook meteen wordt ingezet. Eerst vindt er door de procesregisseur een inhoudelijke beoordeling plaats. Zijn alle lichtere vormen van hulp beoordeeld. Is er een goed onderzoek gedaan naar de eigen kracht? Als dit voldoende is beoordeeld
wordt er gekeken welke maatwerkvoorzieningen passend zijn. Zijn er meerdere voorzieningen passend dan wordt ook gekeken naar de kosten. Dit principe wordt ook toegepast bij de Wmo, bekend onder de naam ‘goedkoopst adequate voorziening’. In eerste instantie moet een voorziening adequaat zijn voor de gesignaleerde problematiek. Maar als er meerdere adequate oplossingen zijn dan wordt er gekeken naar de prijs. Het mag duidelijk zijn dat passende jeugdhulp een uitgangspunt is van alle casusregisseurs en ook de procesregisseurs. Maar kijken wat voorzieningen kosten hoort ook bij deze afweging. We willen de financiële middelen zo effectief en efficiënt mogelijk inzetten. Dat kan alleen als degene die beoordeeld welke voorziening wordt ingezet ook weet wat die kost. Kwaliteitsborging Binnen de jeugdhulpverlening zijn nog een tweetal elementen opgenomen om de kwaliteit en zorgvuldigheid binnen de jeugdhulpverlening te borgen. Dit zijn een beroepsregister (SKJ) en het bestuursrecht. Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) en tuchtrecht Elke jeugdhulpverlener (dus ook de casusregisseurs) dient aangesloten te zijn bij het SKJ. Deze verplichting is verankerd in de jeugdwet en het SKJ ziet toe op een kwaliteitsstandaard binnen de Jeugdhulpverlening. Alle ingeschreven medewerkers dienen te voldoen aan de opleidingseisen en de beroepscode.
Het SKJ kent ook een tuchtrecht waarbij ouders een klacht in kunnen dienen tegen een individuele jeugdhulpverlener mocht er een vermoeden zijn dat de beroepscode is overtreden. Bezwaar en beroep Alle besluiten in het kader van de Jeugdwet vallen onder de werking van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen een besluit staat dus bezwaar en beroep open. Bij bezwaar heeft het college de ruimte om een besluit te heroverwegen en bij beroep zal een rechter toetsen of de ingezette of afgewezen jeugdhulp past binnen de wettelijke taken die de jeugdwet bij de gemeente heeft neergelegd.