CConstaterende datKrimpen aan den IJssel
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Beleidsregel financiële zelfredzaamheid bij maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden.

Gemeenteraad 3 juni 2021, gemeente Krimpen aan den IJsselBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Krimpen aan den IJssel 2021599 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BELEIDSREGEL BEOORDELING FINANCIELE ZELFREDZAAMHEID BIJ WMO MAATWERKVOORZIENING HULP BIJ HET HUISHOUDEN

Deze beleidsregel geeft nadere invulling aan de begrippen eigen kracht, zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden als bedoeld in de Wmo en de gemeentelijke verordening maatschappelijke ondersteuning. In de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Krimpen aan den IJssel 2021 die met ingang van 1 juli 2021 in werking is getreden, is onder andere een zin aan artikel 3, tweede lid, sub a. toegevoegd die als volgt luidt: “Bij de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden wordt bij de beoordeling van de eigen kracht en eigen mogelijkheden tevens de eigen financiële mogelijkheden (zelfredzaamheid) meegewogen.” Ook is de artikelsgewijze toelichting voor artikel 3, tweede lid aangepast. Financiële zelfredzaamheid bij de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. Bij de beoordeling van de mogelijke financiële zelfredzaamheid worden bepaalde inkomensgrenzen gehanteerd die afgeleid zijn van het bruto wettelijk minimumloon. Het bruto wettelijk minimumloon bedraagt voor een persoon van 21 jaar of ouder € 1.684,80 per maand (2021). Wanneer er sprake is van een gezinsinkomen hoger dan: a. 200% van het bruto wettelijk minimumloon in het geval er sprake is van een niet AOW-gerechtigde; of b.

150% van het bruto wettelijk minimumloon in het geval er sprake is van een AOWgerechtigde wordt in principe geen maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden toegekend omdat er sprake is van financiële zelfredzaamheid waarbij men zelf in een oplossing kan voorzien. Hiermee komt de grens van het jaarinkomen waarop in principe geen aanspraak meer bestaat op de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden op € 40.435,20 (2021) voor niet AOW-gerechtigden en op € 30.326,40 (2021) voor AOW-gerechtigden. De reden dat er twee inkomensgrenzen worden gehanteerd is omdat een niet AOWgerechtigde aanzienlijk meer loonheffing van het bruto-inkomen dient af te dragen dan een AOW-gerechtigde en dus netto minder overhoudt. Volledig onderzoek Indien er sprake is van een gezinsinkomen dat hoger is dan 150% dan wel 200% van het bruto wettelijk minimumloon dient nog steeds verder onderzocht te worden wat de omstandigheden van de cliënt zijn. Het sec afwijzen van een aanvraag op een te hoog inkomen is niet toegestaan. In alle gevallen dient er een volledig onderzoek plaats te vinden wat de omstandigheden zijn van de cliënt, welke mogelijke beperkingen er zijn en dit alles dient goed vastgelegd te worden. Wordt dit niet gedaan dan zal het besluit tot afwijzing van de maatwerkvoorziening vanwege een gebrekkige motivering in een juridische procedure (bezwaar of beroep) niet in stand blijven.

Want de Centrale Raad van Beroep heeft in haar uitspraken keer op keer het belang benadrukt van het doen van een zorgvuldig onderzoek, eventueel ondersteund door een deskundig advies en een goed onderbouwde motivering in de verslaglegging.

Omstandigheden die kunnen leiden tot een toekenning hulp bij het huishouden bij een komen hoger dan 150% dan wel 200% van het bruto wettelijk minimumloon Er zijn omstandigheden waarbij iemand een inkomen heeft dat hoger is dan 150% respectievelijk 200%van het bruto wettelijk minimumloon en dat er toch aanspraak kan zijn op de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. Bijvoorbeeld: - Er is beslag gelegd op het gezinsinkomen - Er is sprake van grote schulden met een hoge aflossingsverplichting - Men zit in de schuldhulpverlening - Er zijn hoge zorgkosten - Etc. Een mogelijk aanwezige hypotheekschuld van de woning waar ook feitelijk verbleven wordt telt hierin niet mee, aangezien de betaling van de rente en aflossing in dat geval tot de reguliere woonlasten behoort.

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpen aan den IJssel in zijn vergadering d.d. 15 juni 2021. De secretaris,

De burgemeester,

Mr. A. Boele

M.W. Vroom

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10051026/1