CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen - wetteksten.pdf

Gemeenteraad 2 juni 2021, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit Taskforce fase 2 jeugdhulp4.529 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wet van …. houdende wijziging van de Jeugdwet en enige andere wetten teneinde te bevorderen dat jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering steeds voldoende beschikbaar zijn (Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen)

versie 7 juli 2020

VOORSTEL VAN WET Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz., enz., enz. Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo, Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Jeugdwet en enige andere wetten te wijzigen teneinde te bevorderen dat jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering steeds voldoende beschikbaar zijn; Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze: ARTIKEL I De Jeugdwet wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1.1 wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd: - financiële derivaten: 1°. financiële contracten waarvan de waarde is afgeleid van een onderliggende waarde of een referentieprijs; 2°. onderdelen van financiële contracten die, op zichzelf beschouwd, financiële contracten als bedoeld onder 1° zijn; - Jeugdregio: openbaar lichaam, bedrijfsvoeringsorganisatie of gemeente als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid; - regio: regio als bedoeld in artikel 2.17; - regiovisie: in artikel 2.2, onderdeel b, beschreven onderdeel van het in dat artikel bedoelde plan. - zorgautoriteit: de Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de Wet marktordening gezondheidszorg. B Na "Hoofdstuk 2.

Gemeente" wordt ingevoegd: § 2.1. Algemeen C Artikel 2.2 wordt als volgt gewijzigd: 1. Onder verlettering van de onderdelen b tot en met f tot c tot en met g, wordt in het tweede lid een onderdeel ingevoegd, luidende: b. hoe zij met andere gemeenten binnen en buiten haar regio samenwerkt teneinde te bewerkstellingen dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen vormen van jeugdhulp, alsmede kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, steeds voldoende beschikbaar zijn;. 2. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid, wordt een lid ingevoegd, luidende: 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur: 1

a. kunnen onderwerpen worden aangewezen waarop de gemeente in haar regiovisie ingaat; b. kan de gemeenteraad verplicht worden gesteld om in het plan, zo nodig met inachtneming van bij of krachtens die maatregel gestelde regels, aan te geven wie welke rol in de toegang tot de jeugdhulp vervult. 3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 5. De voordracht voor een krachtens het tweede lid, onderdeel b of het derde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt gedaan door Onze Ministers in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. D In artikel 2.6, tweede lid, wordt ‘artikel 4.1.6, eerste, tweede, derde en vijfde lid’ vervangen door ‘artikel 4.1.6, eerste, tweede, vierde en vijfde lid’. E Artikel 2.8 vervalt. F Na artikel 2.15 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende: § 2.2. Samenwerking Artikel 2.16 De colleges werken met elkaar samen indien dat voor een doeltreffende en doelmatige uitvoering van deze wet aangewezen is. Artikel 2.17 Bij regeling van Onze Ministers, handelende in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, worden de gemeenten in regio's ingedeeld. Artikel 2.18 1. De colleges van de gemeenten in een regio treffen een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2.

Bij de gemeenschappelijke regeling, bedoeld in het eerste lid, wordt een openbaar lichaam of een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen ingesteld dan wel wordt één gemeente in de regio aangewezen wier college of medewerkers mede namens de overige colleges in de regio de in het derde en vierde lid bedoelde werkzaamheden alsmede andere in de gemeenschappelijke regeling aangewezen werkzaamheden zal of zullen verrichten. 3. Een Jeugdregio als bedoeld in het tweede lid wordt ten minste met de volgende werkzaamheden belast: a. het met inachtneming van de regiovisies van de gemeenten in de regio ten behoeve van alle jeugdigen in die regio contracteren of subsidiëren van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen vormen van jeugdhulp, alsmede van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, en b. het met inachtneming van de regiovisies van de gemeenten in de regio voeren van op overeenstemming gericht overleg met andere Jeugdregio’s, teneinde te waarborgen dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen vormen van jeugdhulp als bedoeld in onderdeel a, alsmede kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, steeds voldoende beschikbaar zijn. 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen overige werkzaamheden worden aangewezen waarmee de gemeenten hun Jeugdregio belasten, mits a.

die werkzaamheden samenhangen met werkzaamheden als bedoeld in het derde lid, of 2

b. aannemelijk is dat uitvoering van de aan te wijzen werkzaamheden door de Jeugdregio meer bijdraagt aan de beschikbaarheid van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering dan uitvoering van deze werkzaamheden door de afzonderlijke gemeenten. 5. Bij regeling van Onze Ministers, handelende in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, kan worden bepaald welke Jeugdregio's ter uitvoering van het derde lid, onderdeel b, met elkaar samenwerken. 6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen onderwerpen worden bepaald die in het overleg, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, ten minste aan de orde dienen te komen. 7. De voordracht voor een krachtens het derde en vierde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt gedaan door Onze Ministers in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. G Artikel 4.1.6 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het derde lid vervalt. 2. Het vierde lid wordt vernummerd tot derde lid. 3. In het derde lid (nieuw) wordt ‘De jeugdhulpaanbieder’ vervangen door ‘Een jeugdhulpaanbieder’. 3. Na het derde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende: 4.

Indien een ingevolge artikel 9.2 met het toezicht belaste ambtenaar redelijkerwijs mag vermoeden dat een persoon niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag of een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling dit ten aanzien van een voor hem werkzame persoon redelijkerwijs mag vermoeden, verlangt deze ambtenaar of rechtspersoon dat de persoon zo spoedig mogelijk opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt, die niet ouder is dan drie maanden. H In hoofdstuk 4 worden na het slot van § 4.3 twee paragrafen ingevoegd, luidende: § 4.4. Bestuursstructuur Artikel 4.4.1. 1. De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling die jeugdhulp doen verlenen onderscheidenlijk hun taken laten uitvoeren door in de regel meer dan tien personen, voldoen aan de volgende eisen omtrent de bestuursstructuur: a. er is een interne toezichthouder die toezicht houdt op het beleid van de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling en de algemene gang van zaken binnen de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling en die de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling met raad ter zijde staat; b.

een persoon maakt niet tegelijk deel uit van de interne toezichthouder en de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling; c. de interne toezichthouder is zodanig samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar, de dagelijkse of algemene leiding van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling en welk deelbelang dan ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren; d. de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling leggen op inzichtelijke wijze de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de interne toezichthouder en de dagelijkse of algemene leiding vast, alsmede de wijze waarop interne conflicten tussen de interne toezichthouder en de dagelijkse of algemene leiding worden geregeld. 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld betreffende de bestuursstructuur waaraan de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling moeten voldoen. Deze nadere eisen kunnen per categorie van jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen verschillen en hebben in ieder geval betrekking op: a. de waarborging van de onafhankelijke taakvervulling door de interne toezichthouder; 3

b. de samenstelling van de interne toezichthouder; c. de verstrekking van inlichtingen en gegevens aan de interne toezichthouder; d. de taken of bevoegdheden van de interne toezichthouder. 3. De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling leggen schriftelijk vast op welke wijze zij voldoen aan het bepaalde bij of krachtens het eerste en tweede lid. Hierover kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld die per categorie van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen kunnen verschillen. 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen worden aangewezen waarop het eerste lid niet van toepassing is. § 4.5. Goed bestuur Artikel 4.5.1 1. De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling dragen zorg voor een eenduidige verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot de financiële bedrijfsvoering en leggen die verdeling schriftelijke vast. 2. De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling onderscheiden in ieder geval in financiële zin hun activiteiten op het gebied van verlening van jeugdhulp, respectievelijk de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering en hun andere beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten. 3.

Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke financiële derivaten een jeugdhulpaanbieder en een gecertificeerde instelling voor welke doeleinden en onder welke voorwaarden kunnen aantrekken. 4. In de financiële administratie van de jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling zijn ontvangsten, betalingen en de aangetrokken financiële derivaten traceerbaar naar bron en bestemming en is duidelijk wie op welk moment welke verplichtingen voor of namens de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling is aangegaan. 5. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen worden aangewezen waarop dit artikel, of onderdelen daarvan, niet van toepassing is. Artikel 4.5.2 1. De jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling verantwoorden zich jaarlijks vóór 1 juni door het openbaar maken van een jaarverantwoording. 2. De jaarverantwoording bestaat uit: a. een financiële verantwoording; b. de op grond van een ministeriële regeling bij de financiële verantwoording te voegen informatie, en c. de op grond van een ministeriële regeling te vermelden andere informatie betreffende de bedrijfsvoering van de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling. 3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over: a.

de inhoud en inrichting van de financiële verantwoording waaronder de op te nemen toelichting omtrent de door de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling aangetrokken financiële derivaten; b. het door een registeraccountant of een Accountant- Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep, uit te voeren onderzoek van de financiële verantwoording; c. de wijze waarop de jaarverantwoording openbaar wordt gemaakt. 4. In de ministeriële regelingen, bedoeld in het tweede en derde lid, kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende categorieën van jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen. 5. In de ministeriële regeling, bedoeld in het tweede en derde lid, worden jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen die op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op

4

twee opeenvolgende balansdata, hebben voldaan aan ten minste twee van de in artikel 395a, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek genoemde vereisten, niet aangemerkt als een afzonderlijke categorie waarvoor afwijkende regels worden gesteld. De artikelen 395a, tweede lid, en 398 eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing. 6. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen worden aangewezen waarop dit artikel, of onderdelen daarvan, niet van toepassing is. I In artikel 7.1.2.2, derde lid, wordt na ‘het college van de gemeente’ ingevoegd ‘of de Jeugdregio’. J In artikel 7.1.5.2, eerste en tweede lid, wordt na ‘het college’ telkens ingevoegd ‘of, indien deze de verwerkingsverantwoordelijke is als bedoeld in artikel 7.1.2.2, derde lid, de Jeugdregio’. K In de artikelen 7.2.1, eerste lid, 7.2.2, 7.2.4, onderdeel a, en 7.2.6, eerste lid, wordt ‘en het college’ telkens vervangen door ‘, het college en de Jeugdregio’. L In artikel 7.3.11, vijfde lid, wordt na ‘het college,’ ingevoegd ‘de Jeugdregio,’. M Artikel 7.4.0 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt na ‘Het college of de door het college aangewezen persoon’ ingevoegd ‘dan wel de Jeugdregio of de door de Jeugdregio aangewezen persoon’. 2.

In het tweede lid wordt na ‘het college of een door het college aangewezen persoon’ ingevoegd ‘dan wel de Jeugdregio of de door de Jeugdregio aangewezen persoon’ en wordt na ‘die voor het college of die personen’ ingevoegd door ‘dan wel voor de Jeugdregio en die personen’. N In de artikelen 7.4.1, tweede lid, en 7.4.2 wordt na ‘Het college’ telkens ingevoegd ‘of de Jeugdregio’. O In artikel 7.4.3 wordt na ‘het college’ ingevoegd ‘of de Jeugdregio’. P In artikel 7.4.5, tweede lid, wordt ‘en het college’ vervangen door ‘, het college en de Jeugdregio’. Q § 8.3. Financiële verantwoording vervalt. R Het opschrift ‘Hoofdstuk 9. Toezicht en handhaving’ wordt vervangen door ‘Hoofdstuk 9. Onderzoek, toezicht en handhaving door de Inspectie gezondheidszorg en jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid’. 5

S Artikel 9.5 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid vervalt ‘,de artikelen 8.3.1 en 8.3.2’. 2. In het tweede lid wordt ‘het bepaalde bij of krachtens artikel 4.2.1, eerste, tweede, derde en vijfde lid’ vervangend door ‘het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4.2.1, eerste, tweede, derde en vijfde lid, en 4.4.1. T Voor hoofdstuk 10 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende: Hoofdstuk 9A. Specifieke taken en bevoegdheden van de Nederlandse Zorgautoriteit § 9A.1. Algemeen Artikel 9A.1.1 Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wet marktordening gezondheidszorg is de zorgautoriteit belast met: a. het bevorderen van voldoende beschikbaarheid van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering als bedoeld in paragraaf 9A.2; en b. het toezien op de naleving door jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen van het bepaalde bij of krachtens paragraaf 4.5. Artikel 9A.1.2 Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Wet marktordening gezondheidszorg heeft de zorgautoriteit ter uitvoering van de taak, genoemd in artikel 9A.1.1, onderdeel a, de bevoegdheden genoemd in paragraaf 9A.2. § 9A.2. Bevorderen van voldoende beschikbaarheid van zorg Artikel 9A.2.1 1. In het kader van de taak, genoemd in artikel 9A.1.1, onderdeel a, doet de zorgautoriteit algemeen onderzoek dat zich onder meer kan richten op: a.

de risico’s voor de beschikbaarheid van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering; b. de mate waarin vraag naar en aanbod van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering op elkaar aansluiten, als ook de mate waarin het aanbod passend is; c. de totstandkoming van overeenkomsten met betrekking tot jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en de daarbij geldende tarieven, naar de voorwaarden in die overeenkomsten en de resultaten daarvan; d. informatieverstrekking door de in het derde lid genoemde entiteiten aan jeugdigen en ouders en de doeltreffendheid, juistheid, inzichtelijkheid en vergelijkbaarheid van die informatie; e. de onderbouwing en ontwikkeling van kosten en prijzen, mede in relatie tot de kwaliteit, van het aanbod; en f. de wijze waarop de toeleiding tot jeugdhulp is georganiseerd. 2. Het algemeen onderzoek kan betrekking hebben op het stelsel van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, op onderdelen daarvan, op regionale of lokale ontwikkelingen op dit terrein en op ontwikkelingen bij jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. 3. De zorgautoriteit kan daartoe onderzoek doen bij: a. gemeenteraden; 6

b. colleges; c. Jeugdregio’s; d. jeugdhulpaanbieders; en e. gecertificeerde instellingen. Artikel 9A.2.2 1. De zorgautoriteit brengt van haar bevindingen verslag uit aan de entiteit of entiteiten waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 9A.2.1, betrekking heeft. 2. De zorgautoriteit kan bij haar verslaglegging aan de entiteit of entiteiten waarop het onderzoek betrekking heeft voorstellen doen in het belang van verbetering van de beschikbaarheid van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. 3. De zorgautoriteit kan haar bevindingen op grond van het onderzoek openbaar maken, voor zover die bevindingen betrekking hebben op het niveau van het stelsel of onderdelen daarvan en met uitzondering van gegevens en inlichtingen die naar hun aard vertrouwelijk zijn. Artikel 9A.2.3 1. In het kader van de taak, genoemd in artikel 9A.1.1, onderdeel a, onderzoekt de zorgautoriteit: a. de naleving door het college of de gemeenteraad van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.2, eerste tot en met vierde lid, 2.3, 2.4, tweede lid, 2.6, eerste lid, 2. 11, tweede en derde lid, 2.12, 2.14, tweede lid, 2.16 en 2.18, eerste tot en met vierde lid; en b. de naleving of uitvoering door Jeugdregio’s van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.18, derde, vierde en zesde lid. 2. Artikel 9A.2.2, eerste en tweede lid, zijn van overeenkomstige toepassing op het eerste lid. 3.

De zorgautoriteit maakt de bevindingen van het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, openbaar op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen wijze. ARTIKEL II De Wet marktordening gezondheidszorg wordt als volgt gewijzigd: A Aan artikel 1 wordt een lid toegevoegd, luidende: 4. Onder zorg als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt mede begrepen jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet en uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. B Artikel 2, derde lid, wordt vervangen door: 3. Op aanbieders die zorg als bedoeld in artikel 1, vierde lid, combineren met andere vormen van zorg in de zin van deze wet, is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 40a en 40b van deze wet van toepassing ten aanzien van alle aangeboden zorg en zijn de artikelen 4.5.1 en 4.5.2 van de Jeugdwet niet van toepassing ten aanzien van de zorg, bedoeld in artikel 1, vierde lid. C Na artikel 16a wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 16b De zorgautoriteit is tevens belast met de taken en daarbij behorende bevoegdheden, genoemd in Hoofdstuk 9A van de Jeugdwet.

7

D Artikel 17, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd: 1. In onderdeel j wordt ‘en’ vervangen door een puntkomma. 2. In het eerste onderdeel k wordt ‘de Inspectie voor Sanctietoepassing.’ vervangen door ‘de Inspectie Justitie en Veiligheid;’. 3. Onder verlettering van onderdeel l tot onderdeel m en het tweede onderdeel k tot onderdeel l, wordt in onderdeel l (nieuw) voor de puntkomma ingevoegd ‘en het toezicht op de naleving van de verplichtingen, genoemd in artikel 9A.2.3, eerste lid, van de Jeugdwet’. E Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt na ‘de Inspectie gezondheidszorg en jeugd’ ingevoegd ‘ en de Inspectie Justitie en Veiligheid’. 2. In het tweede lid wordt ‘de Inspectie voor de Sanctietoepassing’ vervangen door ‘de Inspectie Justitie en Veiligheid’. F In artikel 21, eerste lid, wordt ‘genoemd in artikel 16’ vervangen door ‘genoemd in de artikelen 16 en 16b’. G In artikel 62, eerste lid, wordt ‘ziektekostenverzekeraars en degenen, bedoeld in artikel 44’ vervangen door ‘ziektekostenverzekeraars, degenen, bedoeld in artikel 44, en de entiteiten, bedoeld in artikel 9A.2.1, derde lid, van de Jeugdwet’.

H In artikel 69, eerste lid, wordt na ‘ziektekostenverzekeraars,’ ingevoegd ‘entiteiten als bedoeld in artikel 9A.2.1, derde lid, Jeugdwet,’ I In artikel 70, eerste lid, wordt ‘de Inspectie voor de Sanctietoepassing’ vervangen door ‘de Inspectie Justitie en Veiligheid’. J Artikel 72, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef worden ‘de artikelen 16 en 16a’ vervangen door ‘de artikelen 16, 16a en 16b’. 2. Onderdeel e komt te luiden: e. ambtenaren van de Inspectie Justitie en Veiligheid. K Na artikel 78f wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 78g 1. De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16b juncto artikel 9A.1.1, onderdeel b, van de Jeugdwet, een aanwijzing geven aan een jeugdhulpaanbieder of

8

gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, indien die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens paragraaf 4.5 van de Jeugdwet. 2. In afwijking van artikel 76, eerste lid, wordt aan een college of Jeugdregio als bedoeld in artikel 1 van de Jeugdwet en een gemeenteraad als bedoeld in artikel 2.2 van de Jeugdwet, geen aanwijzing gegeven wegens niet naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 61, 62 en 68. L Artikel 79 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt ‘in de artikelen 76 tot en met 78f’ vervangen door ‘in de artikelen 76 tot en met 78g’. 2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende: 3. Indien de zorgautoriteit op grond van deze wet een aanwijzing heeft gegeven, en de belanghebbende tot wie de aanwijzing is gericht niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, aan die aanwijzing heeft voldaan, is de zorgautoriteit bevoegd een last onder bestuursdwang op te leggen. 4. Indien een zorgaanbieder niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn aan een krachtens artikel 76, tweede lid, gegeven aanwijzing voldoet, is de zorgautoriteit bevoegd het bedrag, bedoeld in dat lid, in te vorderen. Titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. M Artikel 80 komt te luiden: Artikel 80 1.

Indien de zorgautoriteit krachtens de artikelen 76, 77, 78, 78a of 78c een aanwijzing heeft gegeven, en de belanghebbende tot wie de aanwijzing is gericht niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 79, tweede lid, aan die aanwijzing heeft voldaan, is de zorgautoriteit bevoegd ter openbare kennis te brengen, zo nodig onder vermelding van de overwegingen die tot die kennisgeving hebben geleid: a. de met die aanwijzing te realiseren naleving; en dat b. aan belanghebbende een aanwijzing en in voorkomend geval een bestuurlijke sanctie als bedoeld in artikel 5:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is opgelegd. 2. De zorgautoriteit stelt, indien zij voornemens is een feit ter openbare kennis te brengen, de belanghebbende aan wie de aanwijzing is opgelegd, daarvan in kennis onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. 3. In afwijking van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is de zorgautoriteit niet gehouden de belanghebbende aan wie de aanwijzing is opgelegd in de gelegenheid te stellen om zijn zienswijze naar voren te brengen, indien van hem geen adres bekend is en het adres ook niet met een redelijke inspanning kan worden verkregen. 4. De beschikking om een feit ter openbare kennis te brengen, vermeldt in ieder geval het feit dat ter openbare kennis wordt gebracht alsmede de wijze en de termijn waarop dit zal geschieden. 5.

Het ter openbare kennis brengen geschiedt niet eerder dan nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid. 6. Indien de belanghebbende aan wie de aanwijzing is opgelegd, verzoekt een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht te treffen, wordt de werking van die beschikking opgeschort totdat er een uitspraak is van de voorzieningenrechter. 7. Indien het adequaat functioneren van de verzekeringsmarkt of de positie van de verzekeraars op die markt, het adequaat functioneren van de zorgverlenings- of zorginkoopmarkt of de positie van zorgaanbieders op die markt, geen uitstel toelaat, kan de zorgautoriteit in afwijking van het tweede tot en met het zesde lid, het feit onverwijld ter openbare kennis brengen.

9

8. Indien de belanghebbende na een publicatie als bedoeld in het eerste lid alsnog aan de aanwijzing voldoet, doet de zorgautoriteit hiervan op dezelfde wijze mededeling als bij de voorafgaande publicatie. N De artikelen 81 en 81a vervallen. O In artikel 82 wordt ‘, 78f of 79, tweede lid’ vervangen door ‘ of artikel 78f’. P Na artikel 84a wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 84b 1. De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16b juncto artikel 9A.1.1, onderdeel b, van de Jeugdwet, een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom opleggen aan een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, indien die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens paragraaf 4.5 van de Jeugdwet. 2. In afwijking van artikel 82 wordt aan een college of Jeugdregio als bedoeld in artikel 1 van de Jeugdwet en een gemeenteraad als bedoeld in artikel 2.2 van de Jeugdwet geen last onder bestuursdwang of last onder dwangsom opgelegd wegens niet naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 61, 62 en 68. Q Na artikel 92 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 93 1.

De zorgautoriteit kan uit hoofde van haar taak, bedoeld in artikel 16b juncto artikel 9A.1.1, onderdeel b, van de Jeugdwet, een bestuurlijke boete opleggen aan een jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, indien die niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens paragraaf 4.5 van de Jeugdwet. 2. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500.000. 3. In afwijking van artikel 85, eerste lid, wordt aan een college of Jeugdregio als bedoeld in artikel 1 van de Jeugdwet en een gemeenteraad als bedoeld in artikel 2.2 van de Jeugdwet geen bestuurlijke boete opgelegd wegens niet naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 61, 62 en 68. R Artikel 104 wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt ‘artikel 81, eerste lid, onderdeel c’ vervangen door ‘artikel 79, vierde lid’. 2. In het tweede lid wordt ‘de artikelen 82 en 85’ vervangen door ‘de artikelen 79, derde lid, 82, 84b, 85 en 93’. 3. Het vijfde lid komt te luiden: 5. De zorgautoriteit draagt de op grond van de artikelen 84a en 90 ingevoegde dwangsommen of bestuurlijke boetes af aan het Zorgverzekeringsfonds of het Fonds langdurige zorg. S

10

In artikel 105 wordt ‘consumenten of patiënten’ vervangen door ‘consumenten, patiënten of cliënten’ en wordt ‘consumenten- en patiëntenorganisaties’ vervangen door ‘consumenten- , patiënten- en cliëntenorganisaties’.

ARTIKEL III De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 4.2.6, zesde lid, wordt "artikel 9.2" vervangen door ‘artikel 4.3.1’ en wordt ‘een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid’ vervangen door ‘een rechtspersoon als bedoeld in het vierde lid’.

ARTIKEL IV De onderdelen D en E van artikel III van de Verzamelwet VWS 2020 vervallen.

ARTIKEL V. Wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen In artikel 90, aanhef, eerste lid, onderdeel f, van de Wet financiering sociale verzekeringen, wordt ‘artikel 81, eerste lid, onder c, van die wet’ vervangen door ‘artikel 79, vierde lid, van die wet’.

Artikel VI. Wijziging van de Zorgverzekeringswet In artikel 39, tweede lid, aanhef en onderdeel k, van de Zorgverzekeringswet, wordt ‘artikel 81, eerste lid, onder c, van die wet’ vervangen door ‘artikel 79, vierde lid, van die wet’.

Artikel VII Wijziging Wet op de economische delicten In artikel 1, onder 2◦, van de Wet op de economische delicten wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd ’de Jeugdwet, de artikelen 4.5.1 en 4.5.2;’.

ARTIKEL VIII Overgangsrecht P.M.

ARTIKEL IX Onze Ministers zenden binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de StatenGeneraal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

ARTIKEL X Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

11

ARTIKEL XI Deze wet wordt aangehaald als: Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, De Minister voor Rechtsbescherming, De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties,

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=0e603267-48f6-4c90-84d3-d36f909b1e6f