Vragen PvdA en beantwoording inz 7.3 Ontwerpbesluit Omgevingsvisie Kerkrade 2050
Tekst van het document
Vragen PvdA inz. agendapunt 7.3 Ontwerpbesluit Omgevingsvisie Kerkrade 2050: Verrassend Kerkrade, 't sjunste óp de welt
In de visie worden percentages opgenomen voor het aandeel groen in nieuwbouwrealisaties. Dit zegt verder niets over dat aandeel van de publieke en private ruimte dat de komende tig jaren ongemoeid blijft.
1. Volgens de PvdA is ook dit deel van ons grondgebied relevant voor het ontwikkelen van de visie - zoals de groene stad. Is ook dit element geborgd in de visie? De Omgevingsvisie gaat over het totale grondgebied van de gemeente Kerkrade, dus voor publieke en private gronden. De “groenambitie” geldt dus ook voor private gronden, met name de bestaande woon- en werkgebieden. 2. Zijn er sturingsmogelijkheden voorhanden voor het creëren van een even groot aandeel groen bij bestaande bouw/eigendom als bij nieuwe projecten? Zo ja, welke? En krijgen deze plek in het Omgevingsplan of elders? Is het zinvol dit wel al in de visie als streven op te nemen? De ambitie voor 20% minder verharding in 2050, bij herinrichting een reductie van 10% verharding ten opzichte van nu en om tenminste 20% groenoppervlak toe te passen bij nieuwe (bouw)plannen zullen verder worden uitgewerkt nadat de visie door de gemeenteraad is vastgesteld. Hier wil de gemeente de komende 25 jaar naar toe gaan werken en dit bijhouden met als peildatum 2025. Zie hiervoor ook paragraaf ‘5.6 monitoring’. Daarbij kan de gemeente als sturingsmogelijkheid regels opnemen in het Omgevingsplan, bij grotere gebiedsontwikkelingen en bij de herinrichting van straten en pleinen ook zelf hiermee aan de slag gaan.
Daarnaast staat in paragraaf ‘5.4 Uitvoeringsagenda’ een nieuw omgevingsprogramma benoemd: ‘Thematisch programma Groen (opstellen van een groenontwikkelingsplan (inclusief beleid))’, hierin worden de gestelde doelen uit de omgevingsvisie verder uitgewerkt. De visie is immers zelfbindend. Ook kunnen we deze ambitie opnemen in de prestatieafspraken met de woningcorporaties en bij het sluiten van overeenkomsten met private partijen/ontwikkelaars. Daarnaast kan de gemeente via subsidieregelingen (bijvoorbeeld groene daken en gevels) en samenwerking met bewoners zoals “NK Tegelwippen” en “Steenbreek” meedoen om de straten/buurten te vergroenen door overbodige verharding weg te halen. 3. Is 20% te vergelijken met vergelijkbare gemeenten? Hoe is dit bepaald? Diverse Nederlandse gemeenten hanteren verschillende groennormen en
principes in hun strategisch omgevingsbeleid. Als voorbeelden noemen we Amsterdam, Arnhem, Den Bosch en Nijmegen die verschillende groennormen gebruiken om te werken aan een leefbare en een klimaatbestendige stad. Voor Kerkrade is van belang dat we vooral locaties willen vergroenen waar de noodzaak het grootst is (waar veel verharding is en hittestress optreedt), door bijvoorbeeld ook de 3-30-300 regel toe te passen en te zorgen voor voldoende schaduw van belangrijke wandel- en fietsroutes en kwetsbare functies, als scholen, zorginstellingen, speeltuinen en OV-haltes. Onze inschatting is dat als we werken aan 20% minder verharding en vergroening van de stad, dat we duidelijke stappen zetten naar een leefbare en klimaatbestendige stad, die ook als verhaallijnen in de visie zijn opgenomen. 4. Hoe behouden we het aandeel groen na oplevering, zodat eigenaren van grond niet een jaar na oplevering (bijvoorbeeld) alsnog voor- en achtertuinen gaan betegelen? Deze vraag heeft betrekking op de uitwerking. Hiervoor zijn ook mogelijkheden. Als voorbeeld noemen wij de verordening “Stimuleringsregeling groendaken en groengevels gemeente Kerkrade 2025-2027” van 11 december 2024, waarin is aangegeven dat de uitgevoerde groenmaatregel minimaal 5 jaar in goede staat moet blijven.