CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen met beantwoording Ons Kerkrade inzake agendapunt 7.2

Commissie Grondgebied en Economische Zaken 12 maart 2025, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit actualisatie bindend adviesrecht i.r.t. de Omgevingswet430 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen Ons Kerkrade inzake agendapunt 7.2 Ontwerpbesluit actualisatie bindend adviesrecht i.r.t. de Omgevingswet. Bijlage 1, de lijst met categorieën van gevallen met bindend adviesrecht en een participatieplicht. Vraag: op pagina 3 van 4, onder nr. 5. Middenspanningsstations met een bouwoppervlakte groter dan 50m2 en een hoogte van 3,5 meter of hoger. Hier gaat het alleen om Participatieplicht. Waarom wordt hier geen maximum voor aangegeven voor zowel de oppervlakte als ook de totaal hoogte? Antwoord: De aangegeven gebouwoppervlakte van groter dan 50 m2 en een hoogte van 3,5 meter zijn minimummaten. Alle middenspanningsstations zijn groter dan bovenstaande afmetingen en zullen dus altijd een participatieplicht bevatten. Er is een minimum opgenomen zodat de kleinere trafostations (naar verwachting 80 tot 100 stuks in de komende jaren in onze gemeente) hier buiten vallen. Deze hebben namelijk relatief weinig impact op de omgeving. Het opnemen van een maximummaat heeft geen toegevoegde waarde, omdat alles wat groter is dan 50 m2 en een hoogte van 3,5 meter altijd een participatieplicht zal bevatten. Op onderstaande afbeelding is de minimale grootte van een middenspanningstation (type verdeelstation) weergegeven (zie ook https://www.enexisgroep.nl/media/uiqliq1f/brochure-midden-enlaagspanningsstations.pdf).

Op de afbeelding is te zien dat de middenspanningstations van Enexis een minimale grootte hebben van 3,7 meter en een gebouwoppervlakte van 54 m2. Er is dus altijd sprake van een participatieplicht bij de bouw van middenspanningsstations.

Onder Participatie pag. 2 staat. Het feit dat een initiatiefnemer geen gebruik heeft gemaakt van participatie is geen grond om een vergunning af te wijzen. Hoe moet ik die relatie zien? Gaarne uitleg? Antwoord: Met het inwerking treden van de Omgevingswet op 1 januari 2024, worden initiatiefnemers gestimuleerd om participatie toe te passen bij vergunningaanvragen. Voor de gevallen waar de gemeenteraad een ‘participatieplicht’ heeft toegewezen, is de initiatiefnemer verplicht om participatie toe te passen. Doet de initiatiefnemer dat niet, dan kan de gemeente de vergunning afwijzen. Kortom bij de gevallen van ‘participatieplicht’ is dit een weigeringsgrond voor de gemeente. Voor alle andere vergunningaanvragen waar geen sprake is van een ‘participatieplicht’, is er sprake van een ‘aanvraagvereiste’ bij de vergunning. Dit betekent dat de initiatiefnemer moet aangeven of er wél of niét gebruik is gemaakt van participatie. ‘Nee’ kan dus ook een antwoord zijn wanneer de initiatiefnemer dit kan beargumenteren. Kortom de Omgevingswet stimuleert participatie, maar het is alleen een harde weigeringsgrond als het initiatief valt onder de lijst van participatieplicht. Voor meer informatie over het toepassen van participatie in de praktijk verwijzen wij u naar de website: https://www.kerkrade.nl/participatie-en-de-omgevingswet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=62c8d448-87f0-4ff5-a84c-02a2ced348f6