Vragen en antw. BB mbt GR rd4
Tekst van het document
Beste griffie, Bij deze onze vraag omtrent agendastuk RD4 Waarom is in de nota van toelichting gekozen om hetzelfde bedrag voor 2025 te gebruiken voor de jaren 2026 t/m 2028, terwijl in bijlage 6.7.1 een stijgende lijn in de kosten over deze periode wordt weergegeven? Met vriendelijke groet, Dominic Wetenkamp Namens fractie Burgerbelangen
Ambtelijke beantwoording: Op pagina 59 van de Begroting wordt bij de Meerjarenraming voor de jaren 2026, 2027 en 2028 rekening gehouden met kostentoenamen van rond 3,3% per jaar. De ramingen gelden voor Rd4 als geheel (alle deelnemende gemeenten samen). Het in een dergelijke raming per gemeente aangeven welke kostentoename er speelt, is redelijkerwijs uit de aard van de raming niet zinvol mogelijk. Zoals op de pagina’s 47 t/m 56 van de Begroting als voorbeeld te zien, verschillen de kostentoenamen bij “Totaal generaal” tussen de gemeenten in 2025 nogal afhankelijk van aard en omvang van de diensten die zij afnemen. Gemiddeld houdt Rd4 bij de Meerjarenraming rekening met een kostentoename van 3,3%. Omdat de specifieke toename voor Kerkrade voor 2026-2028 niet aan te geven is, is er voor gekozen om in de nota van toelichting de kosten van 2025 aan te houden voor 2026-2028 als zijnde een ondergrens. Het is niet aannemelijk dat de kosten in die jaren onder hieronder kunnen komen te liggen. Het zou ook mogelijk geweest zijn om de kosten 2026-2028 met telkens 3,3% te verhogen, hiervoor is om genoemde reden niet gekozen.