CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen + beantwoording fractie SP inz. 7.3 geheimhouding

Commissie Algemene Zaken en Middelen 6 oktober 2025, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit geheimhoudingsprotocol674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen + beantwoording SP •

We willen een uitleg waarom en hoe, art 1:3 lid 4 AWB van toepassing is bij het protocol geheimhouding.

Artikel 9:1 van het geheimhoudingsprotocol stelt dat het protocol de status heeft van een beleidsregel. De reden daartoe is dat de geheimhoudingsregeling uit de Gemeentewet vrij beknopt is geformuleerd en er dus ruimte is voor lokale invulling. Kenmerkend aan beleidsregels is dat daar afspraken in staan die invulling geven aan die beleidsruimte bij het gebruik van bevoegdheden. Art 1:3, lid 4 AWB zegt: Onder beleidsregel wordt verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan. Met andere woorden: Een beleidsregel is geen “wet”, maar een zelfbindend kader waarin een bestuursorgaan vastlegt hoe het zijn bevoegdheid uitoefent. Het geheimhoudingsprotocol bevat een uitleg van de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen en wat deze betekenen voor de praktijk, samen met afspraken om discussie in de toekomst te voorkomen binnen de kaders die de wetgever heeft gesteld. Doordat het een besluit is in de zin van art. 1:3 Awb, maar uitsluitend interne werking heeft valt het binnen de reikwijdte van art. 1:3 lid 4 Awb en dient het protocol te worden geduid als een beleidsregel. •

Dat geldt eveneens voor de art. 2:5 en 4:8, aangezien deze alleen van belang zijn voor UITVOERENDE bestuursorganen (en derhalve lijkt het ons niet, dat deze ook op raadsleden van toepassing zijn).

Artikel 2:5 van de AWB stelt dat Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

In dit artikel staat dus niet dat deze alleen van belang is voor de uitvoerende bestuursorganen, maar van belang is voor eenieder die betrokken is bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan. Ook bijvoorbeeld advocaten en accountants betrokken bij overheidswerk vallen binnen die reikwijdte, en dus ook raadsleden. Ten aanzien van artikel 4:8 AWB. Dit artikel stelt: 1. Voordat een bestuursorgaan een beschikking geeft waartegen een belanghebbende die de beschikking niet heeft aangevraagd naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt het die belanghebbende in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien: a.de beschikking zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de belanghebbende betreffen, en b.die gegevens niet door de belanghebbende zelf ter zake zijn verstrekt. 2. Het eerste lid geldt niet indien de belanghebbende niet heeft voldaan aan een wettelijke verplichting gegevens te verstrekken.

Dit artikel geldt alleen voor besluiten in de vorm van beschikkingen, daarom is art. 4:8 Awb per definitie niet van toepassing. Bij beschikkingen moet er worden gedacht aan

het besluit tot het verlenen van een vergunning, een uitkering of het opleggen van een boete. In het ontwerpbesluit staat echter een verwijzing naar art 4:81 Awb. Indien u dat bedoelt, volgt onder de beantwoording. Dat artikel zegt: “Een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid.”

De bevoegdheid van de raad om de beleidsregel vast te stellen wordt ontleend uit art. 88 lid 6 Gemw, tweede volzin: “De raad kan regels stellen over het verstrekken van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding is opgelegd door het college, de burgemeester of een commissie en die tevens aan de raad is verstrekt.” •

En zoals al vaker gevraagd: indien er verwezen wordt naar wetsartikelen, dan aub de tekst van die wetsartikelen erbij voegen.

In de bijlage van het geheimhoudingsprotocol vindt u al een artikelsgewijze toelichting. Bij ieder toelichting is het relevante wetartikel opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=2a6a31b1-2d58-4f0e-ba79-3569da4f7cf0