Vervolgvragen met beantwoording SP agendapunt 7.1
Tekst van het document
Vragen SP B&S 2 december 2025. De SP heeft de volgende vragen m.b.t. agendapunt 7.1 ontwerpbesluit zienswijze gemeenschappelijke regeling informele zorg. Het effect op de regionale infrastructuur rond mantelzorg & vrijwilligerswerk. 1) Wat betekent het uittreden van twee gemeenten concreet voor de continuïteit, schaal en kwaliteit van de regionale organisaties (Steunpunt Mantelzorg, Levanto, Buddyzorg)? Antwoord. Het uittreden van de twee gemeenten heeft geen consequenties voor Kerkrade. De gesubsidieerde organisaties zullen door het uittreden van Brunssum en Voerendaal hun personele capaciteit herverdelen. 2) a) Verwacht het college dat door de kleinere schaal de kosten per cliënt of per activiteit stijgen voor de achterblijvende gemeenten, ook al wordt dat nu “geen financiële consequenties” genoemd? Antwoord. Nee, er zijn geen financiële consequenties voor cliënten en gemeenten. 3) Wat betekent “geen financiële consequenties” precies? Betekent dit dat de bijdrage van Kerkrade in euro’s gelijk blijft, maar dat de verdeling van overhead en organisatiekosten over minder gemeenten gaat lopen? Antwoord. De subsidie blijft gelijk, waarbij jaarlijks een indexering wordt toegepast.
4) Is er risico dat aanbieders door minder volume later hogere subsidies moeten vragen, die dan via toekomstige subsidiebesluiten alsnog bij Kerkrade terechtkomen? Antwoord: Momenteel zien we niet dat aanbieders hogere subsidies vragen. De mogelijke gevolgen van het uitreden van Voerendaal en Brunssum zullen medio 2026 geëvalueerd worden met aanbieders. 5) Waarom blijft Kerkrade wél regionaal samenwerken? Voerendaal en Brunssum vinden lokale organisatie effectiever. Antwoord: Samenwerking in een regionale subsidiering zorgt voor één gezamenlijk subsidietraject voor de informele steunorganisaties, inclusief één overlegstructuur met de gemeenten, wat voor zowel de organisaties als de gemeenten zorgt voor minder administratieve lasten. Medio 2026 zal de samenwerking nader geëvalueerd worden. 6) Waarom acht Kerkrade regionale samenwerking hier juist wél de beste vorm? Wat is de concrete meerwaarde (bereik, expertise, respijtzorg, ondersteuning mantelzorgers) die Kerkrade niet lokaal kan organiseren? Antwoord: zie het antwoord op vraag 5. Monitoring na uittreding.
7) Is er sprake van monitoring na uittreding? Spreekt de stuurgroep Wmo af om over 1–2 jaar te evalueren wat het uittreden van Voerendaal en Brunssum heeft gedaan met bereik mantelzorgers, wachttijden respijtzorg, inzet vrijwilligers en de administratieve lasten? Antwoord: Middels de kwartaalrapportages van het Steunpunt voor Mantelzorgers Parkstad worden diverse indicatoren doorlopend gemonitord. Tevens is informele zorg een vast agendapunt van de regiegroep Wmo. De mogelijke gevolgen van het uittreden van Voerendaal en Brunssum zullen meegenomen worden in de evaluatie medio 2026. De uitkomst van de evaluatie zal gedeeld worden met de regiegroep en stuurgroep Wmo. Risico op verdere uittredingen. 8) Zijn er signalen dat andere gemeenten (Landgraaf, Simpelveld, of zelfs Heerlen) ook twijfelen over deelname? Zo ja, wat is het scenario voor Kerkrade als de hele lichte GR langzaam leegloopt? Antwoord. Dat zal in de loop van 2026 met de zittende gemeenten besproken worden. In de stukken staat beschreven dat na de zienswijzeperiode nog een toestemmingsbesluit komt. 9) Kan het college toezeggen dat de raad bij die tweede stap een actuele impactanalyse krijgt (financieel + inhoudelijk), zodat we het toestemmingsbesluit niet als een formaliteit hoeven af te tikken? Antwoord. Medio 2026 zal de uitvoering van de lichte gemeenschappelijke regeling nader geëvalueerd worden.
Het verwijderen van de gemeente Brunssum en Voerendaal uit de bestuursovereenkomst als tweede stap, wordt gezien als een formaliteit.
1