CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2021.pdf

Gemeenteraad 24 februari 2021, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit inzake verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 202121.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Financiële maatwerkvoorziening Een financiële tegemoetkoming is een geldbedrag dat een cliënt krijgt als tegemoetkoming in de kosten die gemaakt worden om een geïndiceerde voorziening aan te schaffen of hulp te organiseren. In een tweetal uitspraken heeft de CRvB aangegeven dat de definitie van maatwerkvoorziening in artikel 1.1.1 van de wet ruim genoeg is om ook een financiële tegemoetkoming te kunnen omvatten (CRvB 12-2-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:395 en CRvB 12-2-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:396). In dit artikel wordt de tegemoetkoming (tijdelijk) ingezet ter vergoeding van de kosten van kortdurend verblijf voor maximaal 1 persoon uit het sociaal netwerk, nu er niet aan de wet Minimumloon kan worden voldaan. Namelijk bij de toekenning van een dergelijke maatwerkvoorziening via een PGB voor informele ondersteuning zouden de PGB-kosten het natura 44

tarief altijd overstijgen. Dit is een uitsluitingsgrond voor de toekenning van een PGB. in deze situaties wordt een budgethouder de mogelijkheid geboden om de informele hulp in te zetten zonder dat daarbij sprake is van een arbeidsrelatie (en dus van een minimumloon). Er wordt dan niet gewerkt met een zorgovereenkomst van opdracht, maar met een verklaring. De Sociale Verzekeringsbank levert hiervoor een modelverklaring. HOOFDSTUK 4: Bijdrage in de kosten Artikel 17. Bijdrage in de kosten De gemeente Kerkrade kiest om een eigen bijdrage te heffen voor maatwerkvoorzieningen en PGB's. Hierbij geldt het abonnementstarief van maximaal C19,00. Het CAK stelt de eigen bijdrage vast en int deze. Welke algemene voorzieningen bij verordening wordt aangewezen is opgenomen in de verordening. Hiervoor geldt geen eigen bijdrage daar deze voorziening altijd gekoppeld is aan de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. De wet maakt een uitzondering voor het collectief vervoer. Het collectief vervoer valt niet onder het abonnementstarief. Per rit geldt een opstaptarief, waarbij er vervolgens een zone tarief per zone in rekening wordt gebracht. De maximale bijdrage van C19,00 per maand geldt niet voor meerpersoonshuishoudens waarvan een of beiden niet AOW gerechtigd is.

Voor die groep is de eigen bijdrage op nihil vastgesteld (zie het vierde lid van artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015). Voor de toepassing van de wet en de daarop berustende bepalingen wordt de term echtgenoot gelijkgesteld met geregistreerde partner en waar gehuwd als aanduiding wordt genoemd komt dit overeen met als partner geregistreerd. Aanvullend geldt dat als gehuwd of als echtgenoot ook aangemerkt wordt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, behalve als er sprake is van een bloedverwant in de eerste graad (ouder-kind). Iemand die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is, wordt als ongehuwde aangemerkt. Uitgezonderd van het abonnementstarief zijn ook de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Hiervoor blijven de inkomensafhankelijke eigen bijdragen gelden die door het CAK worden vastgesteld. Sinds 1 januari 2019 is de vermogensinkomensbijtelling naar beneden bijgesteld van 896 naar 40Zo. Het is van belang dat de eigen bijdrage van C19,00 per maand de kostprijs van de voorziening niet te boven mag gaan. Dit zal zeker bij de voorzieningen waar een dienst wordt geleverd nooit het geval zijn. Het zou wel kunnen voorkomen bij een hulpmiddel of woningaanpassing.

Wanneer deze in eigendom wordt verstrekt, kan er een moment komen dat de kostprijs is betaald. Het CAK ziet toe op het niet overschrijden van de kostprijs. De gemeente mag voor die voorziening dan geen eigen bijdrage meer heffen. Wanneer de voorziening in bruikleen of huur is verstrekt, kan de eigen bijdrage worden geheven zolang de cliënt van de voorziening gebruik maakt. Artikel 18. Grensbedrag primaat van verhuizen Het primaat van verhuizen dient altijd te worden overwogen bij woningaanpassingen, die duurder zijn dan C 6.000,- tenzij één of meerdere van de hieronder genoemde afwegingen zwaarder wegen. Bij de bepaling van de kosten wordt rekening gehouden met de voorzieningen welke nu en in de nabije toekomst noodzakelijk zijn.

45

Afwegingen: de snelheid waarmee het probleem kan worden gecompenseerd. De termijn waarbinnen een andere geschikte woning beschikbaar is of een woning die met aanmerkelijk minder kosten dan het aanpassen van de huidige woning, beschikbaar komt. De medisch verantwoorde termijn kan worden bepaald dooreen medisch adviseur; aanwezige mantelzorg; overige factoren zoals: o binding met de buurt; o afstand tot diverse primaire voorzieningen (infrastructuur); o afstand tot het werk; o woonlastenconsequenties; o eigendom van de woning en de consequenties daarvan; o vergelijking aanpassingskosten huidige versus nieuwe woonruimte; o de te verwachten gebruiksduur van de aanpassing. Hoofdstuk 5: Toezicht en handhaving Artikel 19. Nieuwe feiten en omstandigheden In de wet is deze inlichtingenplicht geregeld. De inlichtingen van cliënt zijn voor het college van belang om te kunnen beoordelen of ondersteuning nog steeds nodig is. Voor de cliënt moet redelijkerwijs duidelijk zijn dat de inlichtingen van invloed kunnen zijn op het recht op de voorziening, dan wel de aard, hoogte of duur daarvan.

De inlichtingenplicht houdt in dat de cliënt of zijn vertegenwoordiger op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling moet doen van alle feiten en omstandigheden waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van de verstrekking van een voorziening. Concreet betekent dit dat een cliënt het college bijvoorbeeld actief moet informeren over: * een wÜzîging in zijn beperking(en) die van invloed is op het gebruik van de maatwerkvoorziening of individuele voorziening; » het toe- of afnemen van verleende mantelzorg; * een gewijzigde gezinssituatie in de gevallen waar er sprake is/kan zijn van gebruikelijke hulp; « een wijziging in de hulpvraag. Het niet of niet volledig nakomen van de inlichtingenplicht kan leiden tot intrekking of herziening van de maatwerk- of individuele voorziening. Het is dan ook belangrijk dat de cliënt op de hoogte is van de ìnlichtingenplicht en dat hij, als hij twijfelt of bepaalde informatie relevant is, hierover actief contact legt met de gemeente. Artikel 20. Beëindiging Er wordt gesproken van beëindiging van een voorziening, als deze voorziening stopt vanaf de datum van het beëindigingsbesluit. Beëindiging heeft dus geen terugwerkende kracht, in tegenstelling tot herziening of intrekking van een besluit.

Het artikel benoemt situaties waarin het college kan overgaan tot beëindiging van de maatwerkvoorziening. Het gaat in alle gevallen om een bevoegdheid van het college (kan-bepaling). Bij de toepassing van de bepalingen van dit artikel hoort een afweging tussen alle bij het te nemen besluit betrokken belangen. Eerste lid onder c Het zich niet houden aan de verplichtingen verbonden aan een bruikleenvoorziening, kan leiden tot beëindiging of intrekking van het recht op die voorziening. Het college zal bij die beëindiging wel 46

moeten overwegen of het daarvoor een andere maatwerkvoorziening in de plaats stelt. Hierbij mag het college volstaan met hetgeen strikt noodzakelijk is ten behoeve van de zelfredzaamheid en participatie van cliënt. Bij de afweging wordt de verwijtbaarheid van cliënt in aanmerking genomen. Dit kan betekenen dat de cliënt enige ongemakken voor lief moet nemen als hij een andere maatwerkvoorziening krijgt. Denk bijvoorbeeld aan collectief vervoer voor de korte afstand in plaats de door het college beëindigde toekenning van de scootmobiel. Artikel 21. Herziening of intrekking Herziening of intrekking van een besluit is het met terugwerkende kracht opnieuw beslissen over de aanspraak over een periode in het verleden. Het deels ongedaan maken van een aanspraak over een periode in het verleden wordt herziening genoemd. Het volledig ongedaan maken wordt intrekking genoemd. De in dit artikel genoemde situaties om een besluit te kunnen herzien of intrekken staan naast de mogelijkheden op grond van art. 2.3.10 van de wet. Het gaat in alle gevallen om een bevoegdheid van het college (kan-bepaling). Bij de toepassing van de bepalingen van dit artikel hoort een afweging tussen alle bij het te nemen besluit betrokken belangen. Artikel 22.

Terugvordering Eerste lid In de wet is slechts één terugvorderingsgrond opgenomen ten aanzien van cliënten en/of degene die zijn medewerking heeft verleend aan het 'misbruik' van de wet. Namelijk indien opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid. Er is daarom gekozen de terugvorderingsmogelijkheden uit te breiden in dit artikel. Uit de jurisprudentie die onder de Wmo 2007 tot stand is gekomen blijkt dat een terugvorderingsbepaling in de verordening voldoende grondslag biedt om tot terugvordering over te gaan. Voor zover sprake is van de wettelijke grondslag voor terugvordering kan het college het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen. Dat geeft een executoriale titel. Bij andere terugvorderingsgronden moet de invordering langs civielrechtelijke weg plaatsvinden. De grondslag is dan onverschuldigde betaling (artikel 6:203 e.v. Burgerlijk Wetboek). Hiervoor is in ieder geval nodig dat het college een herzienings- of intrekkingsbesluit en een terugvorderingsbesluit neemt. Hoewel de wetgever in principe beoogt om de geldwaarde van maatwerkvoorzieningen terug te vorderen, is in dit artikel onder b ook de bevoegdheid gecreëerd om maatwerkvoorzieningen die in bruikleen zijn toegekend terug te halen (terug te vorderen).

Het gaat in alle gevallen om een bevoegdheid van het college (kan-bepaling). Bij de toepassing van de bepalingen van dit artikel hoort een afweging tussen alle bij het te nemen besluit betrokken belangen. Tweede lid De verordening biedt ook de bevoegdheid om over te gaan tot verrekening. Deze voorziening is getroffen in artikel 3.3 derde lid Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. Dat artikel geeft de gemeenteraad de bevoegdheid tot het verrekenen van een vordering krachtens de wet met vorderingen van of op de persoon op grond van de wet of de Participatiewet. Op die wijze kunnen gemeenten de bijdrage in de kosten voor opvang verrekenen met de bijstandsuitkering die betrokkene van de gemeente ontvangt. Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot verrekening dient het college een belangenafweging te maken. Hierbij is het de vraag of het college in redelijkheid zijn verrekeningsbevoegdheid mag uitoefenen. Daartoe dient het college de betrokken belangen in kaart te brengen en tegen elkaar af te wegen.

47

Derde lid Het spreekt voor zich dat de kosten van het terughalen van een maatwerkvoorziening voor rekening komen van de cliënt. Artikel 23. Wangedrag en onzorgvuldig gebruik Het komt voor dat cliënten zich ernstig misdragen tegen medewerkers van zorgaanbieders of oneigenlijk gebruik maken van verstrekte voorzieningen zoals scootmobielen. Voor die gevallen is voorzien in de mogelijkheid van het nemen van al dan niet tijdelijke maatregelen. Uiteraard dient daarbij de ondersteuningsbehoefte van cliënt betrokken te worden. Artikel 24. Fraudepreventie Het college zet in op fraudepreventie. Onder a: In het keukentafelgesprek worden de rechten en plichten duidelijk besproken en worden ook gecheckt of deze worden begrepen. Onder b: In 2016 is de sociale recherche aangewezen als rechtmatigheidstoezichthouder en de GGD Zuid Limburg aangewezen als toezichthouder kwaliteit. Van belang is dat er een grondige toets plaatsvindt aan de voorkant. Deze toets betreft ingeval van een PGB: ' de regiemogelijkheden van cliënt of degene die de cliënt daarvoor wenst in te schakelen; ~ de kwaliteit van het door de cliënt te overleggen budgetplan. Artikel 25. Controle gebruik maatwerkvoorzieningen en persoonsgebonden budgetten Bij de controle op de besteding wordt de kwaliteit van de geboden diensten beoordeeld en of hiermee de beoogde resultaten worden behaald.

Deze beoordeling vindt plaats tijdens evaluatiemomenten, maar er kan ook een onderzoek worden ingesteld. Met ingang van 15 september 2016 is de directeur Publieke Gezondheid aangewezen als toezichthouder conform art. 8.7 lid 5 van de Wmo 201 5, waarbij deze de bevoegdheid heeft om dit te mandateren aan zijn medewerkers; HOOFDSTUK 6: Kwaliteit en veiligheid Artikel 26. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning Deze bepaling betreft een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.1.3, tweede lid, onder c, van de wet, waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. In bijlage 1 worden nadere kwaliteitseisen overzichtelijk weergegeven De regering legt de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van voorzieningen bij de gemeente en de aanbieder. Artikel 27. Meldingsregeling calamiteiten en geweld In artikel 3.4, eerste lid, van de wet is bepaald dat de aanbieder bij de toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1 van de wet onverwijld melding doet van iedere calamiteit die bij de verstrekking van een voorziening heeft plaatsgevonden en van geweld bij de verstrekking van een voorziening.

In artikel 6.1 van de wet is bepaald dat het college personen aanwijst die zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet. Met ingang van 15 september 2016 is de directeur Publieke Gezondheid aangewezen als toezichthouder conform art. 8.7 lid 5 van de Wmo 201 5, waarbij deze de bevoegdheid heeft om dit te mandateren aan zijn medewerkers; 48

In aanvulling op het bovenstaande regelt dit artikel dat er door het college een regeling wordt opgesteld over het doen van meldingen en dat de toezichthoudend ambtenaar deze meldingen onderzoekt en het college adviseert over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. HOOFDSTUK 7: Klachten, medezeggenschap en inspraak Artikel 28. Klachtregeling In het eerste lid is een bepaling over klachten ten aanzien van aanbieders opgenomen. In de Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 57-58) staat dat cliënten in beginsel moeten kunnen klagen over alles wat hen niet aanstaat in de manier waarop zij zich bejegend voelen. De cliënt kan ontevreden zijn over het gedrag van een gemeenteambtenaar, bijvoorbeeld over de wijze waarop een gesprek is gevoerd of over diens (vermeende) gebrek aan deskundigheid. Is de cliënt niet tevreden over een gedraging van de aanbieder, dan kan het ook gaan om bijvoorbeeld de kwaliteit van de geleverde maatschappelijke ondersteuning (in verband met de deskundigheid van de medewerker of een bepaalde houding of uitlating, gebrekkige communicatie of (on)bereikbaarheid van de aanbieder). Het ligt voor de hand dat cliënten die zich benadeeld voelen zo veel mogelijk deze klacht eerst bij de betreffende aanbieder deponeren.

Zij moeten erop kunnen vertrouwen dat de aanbieder de klacht snel in behandeling neemt en de klacht ook snel afhandelt. Daar waar de afhandeling niet naar wens is, staat de weg naar de gemeente voor het indienen van de klacht open. In het tweede lid is een aantal instrumenten voor het college aangegeven om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap door aanbieders goed wordt uitgevoerd. Artikel 29. Medezeggenschap Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, tweede lid, onder f, van de wet, waarin is bepaald dat in ieder geval moet worden bepaald ten aanzien van welke voorzieningen een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn, vereist is. In dit artikel gaat het dus om medezeggenschap van cliënten tegenover de aanbieder. Voorheen moest de aanbieder voldoen aan de in de Wet klachtrecht cliënten en de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) gestelde regels. Onder de Wmcz werd inspraak tegenover de aanbieder reeds verwezenlijkt via de cliëntenraad. Onder de wet is het stellen van regels geheel aan gemeenten overgelaten. In het eerste lid is dit uitgewerkt door te bepalen dat aanbieders een regeling voor medezeggenschap dienen vast te stellen.

De aanbieder is ten aanzien van de in de verordening genoemde voorzieningen verplicht een medezeggenschapsregeling op te stellen (artikel 3.2, eerste lid, onder b, van de wet). In het tweede lid is een aantal instrumenten voor het college aangegeven om te zorgen dat de verplichting tot medezeggenschap door aanbieders goed wordt uitgevoerd. Artikel 30. Betrekken van ingezetenen bij beleid Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, derde lid, van de wet. In de gemeente Kerkrade wordt aan dit artikel reeds uitvoering gegeven door de co- creatie met het Platform maatschappelijke ondersteuning. De taak van het Platform maatschappelijke ondersteuning is om als informant, raadgever, adviseur en partner: * Een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling en vormgeving van het beleid en de uitvoering daarvan op het gebied van de Wmo en het sociale domein; * Gevraagd en ongevraagd advies geven aan het college van B&W inzake de Wmo en het sociale domein; 49

» » *

De resultaten van het beleid samen met de gemeente en andere partners te evalueren; Contacten te onderhouden met de doelgroepen en/of organisaties daarvan; Op de hoogte blijven van de maatschappelijke ontwikkelingen, in het bijzonder op het gebied van de Wmo en het sociale domein.

Het platform bestaat uit vertegenwoordigers van de volgende doelgroepen: * Allochtonen/vluchtelingen/nieuwkomers; » Bewoners van Kerkraadse wijken; * Cliënten van de Wmo gecontracteerde zorgaanbieders; » Jeugd en jongeren; * Mantelzorg en vrijwilligers; * Mensen met lichamelijke en/of geestelijke beperkingen; * Mensen met een minimum inkomen; « Ouderen; * » *

Sportende en bewegende mensen; Verslaafden; Vrouwenopvang.

HOOFDSTUK 8: Waardering mantelzorgers Artikel 31. Jaarlijkse waardering mantelzorgers Deze bepaling betreft een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.1.6 van de wet. Hierin is opgenomen dat bij verordening wordt bepaald op welke wijze het college zorg draagt voor een jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente. Het college krijgt van de raad de bevoegdheid deze verplichting uit de wet bij uitvoeringsregeling nader in te vullen. Met deze waardering erkennen wij de inzet die mantelzorgers leveren en dat zij daarvoor onze steun en waardering verdienen. Deze individuele waardering kan ertoe bijdragen aan het in beeld brengen en bereiken van mantelzorgers die zichzelf nog niet als zodanig beschouwen. Artikel 2.1.6 stelt dat het moet gaan om mantelzorgers van cliënten in de gemeente. Artikel 1.1.1 van de wet definieert een cliënt als een persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening, maatwerkvoorziening of pgb, of door of namens wie een melding is gedaan. Het gaat dus ook om mantelzorgers van cliënten die een hulpvraag hebben aangemeld, ook al is daar geen voorziening op basis van deze wet uitgekomen. Voorts is de woonplaats van de cliënt bepalend, zodat het dus ook mantelzorgers kan betreffen die in andere gemeenten wonen.

De jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente Kerkrade bestaat uit het jaarlijks, in nauwe samenwerking en in overleg met het Platform Maatschappelijke Ondersteuning, bepalen van een passende compensatie van de doelgroep mantelzorgers. De gemeenteraad stelt jaarlijks hiervoor een uitvoeringsbudget beschikbaar. HOOFDSTUK 9: Overgangsrecht en slotbepalingen Artikel 32. Nadere regels en hardheidsclausule Juist omdat het in de wet om maatwerk gaat, zal het college er niet aan ontkomen om, ook al is er een zorgvuldige afweging gemaakt, uiteindelijk toch te beoordelen of deze afweging niet leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Deze afweging zal minder vaak voorkomen dan in normale omstandigheden te verwachten is, Immers, bij de afwegingen gaat het al om een zeer persoonlijke beoordeling. Als desondanks die zeer persoonlijke afweging toch nog sprake is van een niet billijke situatie is de hardheidsclausule een vangnet. Daarbij kan de aanvrager ook een beroep doen op deze clausule. Wordt de hardheidsclausule vaker voor één onderwerp gebruikt dan kan men zich afvragen of het beleid niet aangepast zou moeten worden met betrekking tot het betreffende onderwerp. 50

Artikel 33. Intrekking oude verordening en overgangsrecht In het tweede lid is duidelijk gemaakt dat bestaande rechten doorlopen, totdat een nieuwe beoordeling heeft plaatsgevonden. In het derde lid is als hoofdregel neergelegd dat aanvragen die nog bij het college in behandeling zijn, op grond van deze verordening beoordeeld zullen worden. Omdat dit voor de cliënt nadelige gevolgen kan hebben, is in het vierde lid bepaald dat de nieuwe verordening gebruikt mag worden, als dit evident voordeliger is voor de cliënt. Dit moet voorkomen dat de cliënt gedupeerd is als zijn aanvraag enige tijd bij het college in behandeling is geweest en zijn rechtspositie door het tijdverloop wordt aangetast. Dezelfde regeling is voor de bezwaarfase opgenomen in het zesde lid. Artikel 34. Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel bepaalt de inwerkingtreding van deze verordening en legt vast hoe de verordening dient te worden aangehaald. In het tweede lid is overgangsrecht opgenomen voor lopende voorzieningen op basis van de oude verordening. In het derde lid is bepaald dat aanvragen die voor de inwerkingtreding van deze nieuwe verordening zijn ingediend maar waarop bij de inwerkingtreding nog niet is beslist, worden afgedaan op grond van de nieuwe verordening. In het vierde lid is voor lopende bezwaarschriften bepaald dat deze volgens de oude verordening worden afgedaan.

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=a93f34c2-7e70-4a59-b08e-a81cfb44a9d2