CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2021.pdf

Gemeenteraad 24 februari 2021, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit inzake verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 202121.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

VERORDENING

c Keŕkrade

maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade

2021

Behoort bij raadsbesluit 21Rb006 Vastgesteld in raadsvergadering 24 februari 2021

HOOFDSTUK 1: Begrippen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1-

Algemeen gebruikelijke voorziening: Een voorziening waarvan, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat de cliënt daarover, ook als hij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen) beschikken.

2.

Aanbieder: Natuurlijke persoon of rechtspersoon die jegens het college gehouden is een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening te leveren.

3.

Bijdrage in de kosten: Bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4 en 2.1.4 a van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

4.

Budgetolan: Beschrijving van de motivatie voor de keuze van een persoonsgebonden budget (PGB) en weergave van doelen aangevuld met de wijze waarop de besteding en beheer van het gewenste PGB gaat plaatsvinden.

5.

Centrumgemeente: gemeente Heerlen.

6.

Collectieve maatwerkvoorziening: Wmo-voorziening die individueel wordt verstrekt, maar die toch door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt.

7.

Dagactiviteit: Een structurele tijdsbesteding met een welomschreven doel waarbij de cliënt actief wordt betrokken en die hij zinvol en nuttig vindt.

8.

Formele ondersteuning: De ondersteuning verleend door een daartoe opgeleide professional of een instelling, niet zijnde een familielid.

9.

Gemeenschappelijke ruimten: Gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de persoon met beperkingen vanaf de toegang van het woongebouw te bereiken.

10. Gebruikelijke hulp: Hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten.

2

11. Hoofdverblijf: De woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feítelijk woonadres indien de persoon met beperkingen met een postadres is ingeschreven. 12. Hulpvraag: Behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 13. Informele ondersteuning De ondersteuning verleend door een persoon die behoort tot het sociale netwerk of een niet daartoe opgeleid persoon. 14. Ingezetene: Cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Kerkrade. 15. Leefeenheid: Geheel aan personen, daaronder begrepen de partner/echtgenoot en andere inwonenden (bijvoorbeeld kinderen), waarmee de cliënt op hetzelfde adres woonachtig is, anders dan in een commerciële huurders- of kostgangerrelatie. 16. Mantelzorg: Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uiteen tussen personen bestaande sociale relatie en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. 17.

Melding: Kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015. 18. Nadere regels Wmo: Uitwerkingsbesluit maatschappelijke ondersteuning. 19. Normaal gebruik van de woning: Activiteiten in en om de woning die tot de elementaire woonfuncties behoren. 20. Participatie: Deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. 21. PGB: Persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken. 22. Persoonlijk plan: Plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onder a tot en met g van de Wet Maatschappelijke ondersteuning 2015, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen. 3

23. Sociaal netwerk: Personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt. 24. Team opvang en beschermd wonen (TOBW): Het loket waar een cliënt zich kan melden voor maatschappelijke opvang en begeleid wonen en dat deze melding verder in behandeling neemt. 25. Uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 26. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 27. Wettelijke voorliggende voorziening: Wettelijke regeling, anders dan de Wet maatschappelijke ondersteuning, waarmee ondersteuning kan worden bekostigd waarop de cliënt is aangewezen. 28. Woonvoorziening: Aanpassing die gericht is op het opheffen of aanzienlijk verminderen van de belemmeringen die een persoon met beperkingen ondervindt bij het normale gebruik van de woonruimte. 29. Zelfredzaamheid: In staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.

4

HOOFDSTUK 2: Procedureregels (melding en onderzoek) Artikel 2. Melding 1. 2. 3.

Een hulpvraag kan door of namens een cliënt vormvrij bij het college worden gemeld. Het college bevestigt schríftelijk de ontvangst van de melding. In spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet treft het college na de melding onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek.

Artikel 3. Cliëntondersteuning 1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van kosteloze cliëntondersteuning. 2. Het college wijst de cliënt en zijn eventuele mantelzorger voor het onderzoek op de mogelijkheid gebruik te maken van gratis cliëntondersteuning. Artikel 4. Persoonlijk plan 1. Het college informeert de cliënt over de mogelijkheid tot het indienen van een persoonlijk plan en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen. 2. Het college betrekt het persoonlijk plan bij het onderzoek als bedoeld in artikel 6 van deze verordening. Artikel 5. Informatie en identificatie 1. De cliënt dan wel diens vertegenwoordiger verschaft het college de gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. 2. Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 6, stelt het college de identiteit van de cliënt (en indien van toepassing van de vertegenwoordiger van de cliënt) vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Artikel 6. Onderzoek 1. Een (telefonisch) gesprek maakt deel uit van het onderzoek. Het gesprek wordt in eerste instantie gevoerd met de cliënt, dan wel zijn vertegenwoordiger, voor zover mogelijk zijn mantelzorger en voor zover nodig zijn directe (sociale) omgeving. 2. Het college onderzoekt: a.

de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt; b. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren ofte voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; c. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie ofte voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; d. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt; e. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang; f. de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met

5

3.

4. 5.

6. 7.

het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang; g. welke bijdragen in de kosten de cliënt met toepassing van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.1.4 van de wet, verschuldigd zal zijn. Tijdens het gesprek wordt aan de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen medegedeeld welke mogelijkheden bestaan om te kiezen voor een PGB en wat de gevolgen van die keuze zijn. Het college wijst de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger op de mogelijkheid om een aanvraag als bedoeld in artikel 8 van deze verordening in te dienen. Het college verstrekt de cliënt dan wel diens vertegenwoordiger een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek, waaronder een verslag van het gesprek als bedoeld in het eerste lid. Als de hulpvraag genoegzaam bekend is, kan het college onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg met de cliënt afzien van een gesprek. Als de cliënt in aanmerking wenst te komen voor een maatwerkvoorziening, kan hij dit aangeven op het door hem ondertekende verslag. Dit ondertekende verslag wordt bij de gemeente gezien als aanvraag.

Artikel 7. Advisering 1. Het college is bevoegd, voor zover zij dit van belang acht voor het onderzoek, degene door of namens wie een melding of aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke hulp diens relevante huisgenoten: a.

2-

3.

Op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen. b. Op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken. He?t: college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen indien: a. Het een melding of aanvraag betreft van een persoon die niet eerder een voorziening heeft gehad c.q. met wie niet eerder een gesprek als bedoeld in artikel 6 van deze verordening is gevoerd. b. Het een melding of aanvraag betreft van een persoon die wel eerder een voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel 6 van deze verordening heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van een voorziening of de soort van voorziening kunnen beïnvloeden. c. Het college dat overigens gewenst vindt. Een persoon zoals hierboven bedoeld is verplicht aan het college of de door hem aangegeven adviesinstantie die gegevens te verschaffen ofte doen verschaffen, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de melding of aanvraag.

6

Artikel 8. Aanvraag 1. Het college kan een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken als aanvraag als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven. cliënt die een aanvraag doet voor een maatwerkvoorziening, verstrekt het college desgevraagd terstond een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. 3. Indien de cliënt niet binnen 8 weken na verzending van het verslag door het college, een aanvraag voor een maatwerkvoorziening indient, start opnieuw een meldingsprocedure, indien de cliënt alsnog in aanmerking wenst te komen voor een maatwerkvoorziening. HOOFDSTUK 3: Maatwerkvoorziening Artikel 9. Criteria voor maatwerkvoorziening 1. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: a. Ter compensatie van de beperkingen, chronische psychische of psychosociale problemen, als gevolg waarvan cliënt niet voldoende in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen: op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen; of met gebruikmaking van algemene voorzieningen.

De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Hiermee wordt in ieder geval bedoeld dat hij kan leven in een schoon en leefbaar huis, kan wonen in een geschikt huis, een huishouden kan voeren, kan beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften, kan beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding, bed- en linnengoed, zich kan verplaatsen in en om de woning, zich lokaal kan verplaatsen, contacten kan hebben met medemensen, kan deelnemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten, en zo mogelijk een bijdrage kan leveren aan buurt/maatschappij, b.Ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het college niet kan verminderen of wegnemen,: op eigen kracht; met gebruikelijke hulp; met mantelzorg; met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; of met gebruikmaking van algemene voorzieningen.

7

De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving en zo mogelijk een bijdrage kan leveren aan buurt/maatschappij. Voor alle maatwerkvoorzieningen geldt bovendien dat; Aanspraak maken op een maatwerkvoorziening slechts mogelijk is voor zover deze als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt. Een collectieve maatwerkvoorziening gaat voor op een individuele maatwerkvoorziening.

2. 3.

Artikel 10. Voorwaarden en weigeringsgronden 1.

Een maatwerkvoorziening kan worden geweigerd: a.

b. c.

d.

ef. g.

h

i.

indien uit het onderzoek, als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, blijkt dat er geen sprake is van (langdurige) beperkingen en/of belemmeringen in de zelfredzaamheid en/of participatie van de cliënt; indien de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Kerkrade. indien het college door de cliënt niet in staat wordt gesteld om door middel van onderzoek, als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, vast te stellen of er een resultaatsverplichting is voor het college voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling of een regeling bestaat en dit leidt tot voldoende compensatie om het gewenste resultaat te bereiken; voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen; voor zover de cliënt met behulp van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen; indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is en er aan de zijde van de cliënt geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen; voor zover de melding niet tijdig is gedaan en/of voor zover de melding betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de

indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk, tenzij het college hiervoor schríftelijk toestemming heeft verleend; voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan cliënt al eerder verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, waarbij in principe de volgende afschrijvingstermijnen gelden: woonvoorzieningen: sanitair 25jaar natte cel 20 jaar (afschrijvingsregeling tussen 20 en 30 jaar) keuken 15jaar toilet en kranen 15 jaar aanbouw 25jaar overige hulpmiddelen: rolstoelen en vervoersvoorzieningen 7 jaar kinderhulpmiddelen, douche- en toilethulpmiddelen 5 jaar De genoemde afschrijvingstermijnen zijn richtlijnen. Dit betekent dat in individuele situaties voor een specifieke voorziening een afwijkende afschrijvingstermijn kan worden bepaald. Indien na de geldende afschrijvingstermijn uit een technische

8

controle door de aanbieder blijkt dat de maatwerkvoorziening nog adequaat is, bestaat geen aanspraak op een vervangende voorziening. Uitzonderingen op bovengenoemde regel zijn: de eerder vergoede of verstrekte voorziening is verloren gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; de cliënt komt geheel of gedeeltelijk tegemoet in de veroorzaakte kosten; j voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht; k. de cliënt niet adequaat, binnen de eigen mogelijkheden, heeft ingespeeld op de aanwezige beperkingen en het verloop hiervan; l. indien de gevraagde voorziening een anti revaliderend effect heeft op het functioneren van de cliënt of dat behandeling kan bijdragen aan de probleemoplossing. Een maatwerkvoorziening in de vorm van een woonvoorziening kan worden geweigerd indien: a.

b.

c. d.

e. f.

g.

h.

i.

j.

k.

er geen rechtstreeks oorzakelijk verband bestaat tussen de ondervonden beperkingen en één of meer bouwkundige of woon-technische kenmerken van de door de cliënt bewoonde woning; de beperkingen niet in de woning zelf, in de noodzakelijke gebruiksruimte(n) in verband met het normale gebruik van de woning (waartoe ook de toegankelijkheid van de woning moet worden begrepen) worden ondervonden of de gevraagde maatwerkvoorziening in de verplaatsing in de woning niet gericht is op het bereiken van de noodzakelijke gebruiksruimte(n); voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; het aanpassingen betreft van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen, ADL-clusterwoningen en gehuurde kamers; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten in (woon)gebouwen die zijn aangemerkt als woongebouw voor gehandicapten, minder- validen en ouderen voor zover het voorzieningen betreft in gemeenschappelijke ruimten, anders dan: het verbreden van toegangsdeuren; het aanbrengen van elektrische deuropeners; aanleg van een hellingbaan van de openbare weg naar de toegang van het gebouw (mits de woningen in het woongebouw te bereiken zijn met een rolstoel); het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders; indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond

van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is; indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college; de noodzaak tot het treffen van een maatwerkvoorziening het gevolg is van achterstallig onderhoud of alleen bedoeld is ter renovatie van de woning of om deze in overeenstemming te brengen met de eisen die redelijkerwijs aan een woning mogen worden gesteld; bij de (nieuw)bouw rekening gehouden had kunnen worden met het aanbrengen van een of meer voorzieningen die de toegankelijkheid garanderen en op weinig ingrijpende wijze en zonder of met beperkte (meer)kosten tot stand zouden kunnen worden gebracht; de woning naar verwachting binnen 2 jaar wordt gesloopt.

9

I.

3.

de woonvoorziening betrekking heeft op een woonwagen waarbij: de technische levensduur van de woonwagen minder dan 5 jaar is en/of; de standplaats binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt en/of; de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag niet op een binnen de gemeente Kerkrade formeel als zodanig aangemerkte standplaats staat. Een maatwerkvoorziening in de vorm van huishoudelijke ondersteuning kan worden geweigerd voor zover deze geen betrekking heeft op de ruimten die gericht zijn op het normale gebruik van de woning.

Artikel 11. Beschikking 1.

2.

In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening, wordt rekening houdend met de keuzevrijheid van de cliënt, aangegeven of deze als voorziening in natura of als PGB wordt verstrekt. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval: a. welke maatwerkvoorziening verstrekt wordt (en in welke leveringsvorm) en wat

het beoogde resultaat daarvan is; de ingangsdatum en de duur van de verstrekking; wie de maatwerkvoorziening levert; of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening; e. op welke wijze bezwaar gemaakt kan worden tegen het besluit. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van PGB vermeldt de beschikking in ieder geval: b. c. d.

a. b. c. d. e. f. gh.

welke maatwerkvoorziening verstrekt wordt (en in welke leveringsvorm) en welk resultaat met het PGB behaald moet worden; of de cliënt bekwaam wordt geacht een PGB te ontvangen; welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het PGB; wat de hoogte van het PGB is en hoe dit tot stand is gekomen; wat de duur is van de verstrekking waarop het PGB ziet; de wijze van verantwoording van de besteding van het PGB; of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening; op welke wijze bezwaar gemaakt kan worden tegen het besluit.

Artikel 12. Persoonsgebonden budget - nadere voorwaarden 1. De aanvraag voor een PGB dient onderbouwd te worden met een budgetplan. Dit dient gelijktijdig met de aanvraag ingediend te worden. In het budgetplan dient opgenomen te zijn: a. waarom de cliënt een PGB wenst, en; b. op welke wijze de ondersteuning zal bijdragen tot de doelen, waarvoor de maatwerkvoorziening bedoeld is, en; c. waar middels het PGB de ondersteuning zal worden ingekocht en tegen welk tarief en in geval er sprake is van een (professionele) aanbieder, de aanbieder akkoord gaat met het aangaan van een derdenbeding, en; d. hoe de kwaliteit van de ondersteuning wordt gewaarborgd.

10

2. Aanvullend geldt bij een PGB voor hulp bij het huishouden, begeleiding, dagactiviteit, kortdurend verblijf en vervoer als voorwaarden: a. de cliënt wordt bekwaam geacht een PGB te beheren als aan de volgende criteria wordt voldaan: de cliënt is, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat de eigen situatie te overzien, zelfde zorg te kiezen, zelf zorg te regelen en aan te sturen, en de kwaliteit en voortgang van de zorg te bewaken; de cliënt is, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een PGB en hij is in staat de aan het PGB verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren. Deze taken omvatten onder andere het opstellen van een budgetplan, het afsluiten van een zorgovereenkomst, het nakomen van werkgeversverplichtingen en het afleggen van verantwoording over de besteding van het PGB; b.

de volgende omstandigheden niet op de cliënt of vertegenwoordiger van toepassing zijn: aantoonbare schuldenproblematiek, aantoonbare gok- of drugsverslaving, aantoonbare fraude in het verleden, aantoonbaar analfabetisme of onvoldoende taal- of rekenvaardigheid, medisch aantoonbare sterke vergeetachtigheid/ verstandelijke beperking/ psychische stoornis, het leiden van een zwervend bestaan (welke een belemmering oplevert voor het beheer van een PGB); c. naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren en die de cliënt van het budget wil betrekken, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. 3. Indien de cliënt niet zelf in staat wordt geacht zijn PGB te beheren, kan hij gebruik maken van een (wettelijke) vertegenwoordiger; aan deze vertegenwoordiger worden de volgende eisen gesteld; a. indien een wettelijk vertegenwoordiger of iemand anders de belangen van de cliënt behartigt als budgethouder, dient deze te voldoen aan de in het tweede lid onder a en b gestelde voorwaarden; b.

daarnaast gelden de volgende regels ten aanzien van de vertegenwoordiger: zit niet in detentie; woont maximaal 200 kilometer bij belanghebbende vandaan (mag ook buiten Nederland wonen); is geen zorgverlener van de cliënt; krijgt geen vergoeding uit het PGB voor zijn taken als vertegenwoordiger; is niet eerder vertegenwoordiger geweest waarbij niet aan de verplichtingen is voldaan; is aanwezig bij een Bewust Keuzegesprek en/of het huisbezoek; is altijd Ie contactpersoon; mag voor maximaal 3 budgethouders het budget beheren; er zijn ten aanzien van de vertegenwoordiger of (rechts)persoon die de cliënt bijstaat geen gegronde bezwaren ten aanzien van diens integriteit, diens onafhankelijkheid, het dienen van het cliëntbelang in ruime zin. 4. Bij ondersteuning geleverd door een PGB aanbieder dient te worden voldaan aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in bijlage 1. 5. Besteding van een PGB: a.

Het PGB moet worden besteed aan het doel waarvoor het PGB is verstrekt en mag ņįeį worden besteed aan; een voorziening die voor de cliënt algemeen gebruikelijk wordt geacht; administratieve bemiddelingsbureaus, andere tussenpersonen of belangenbehartigers; 11

de bijdrage in de kosten, zoals bedoeld in artikel 17 van deze verordening; reiskosten feestdagen- of andere eenmalige uitkeringen. b. Het PGB moet binnen zes maanden na toekenning zijn aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. In geval van een woonvoorziening kan van deze termijn worden afgeweken in overleg met het college. c. Het is met mogelijk een PGB in het buitenland, of elders in Nederland, te besteden, tenzij hiervoor expliciet vooraf toestemming is gegeven door het college. De cliënt heeft een inlichtingenplicht en moet de gemeente vooraf toestemming vragen. Om te toetsen of een cliënt toestemming krijgt voor gebruik van het PGB in het buitenland, gelden de volgende criteria: cliënt heeft zijn hoofdverblijf in Kerkrade; cliënt verblijft maximaal 13 weken aaneengesloten dan wel per jaar in het buitenland; ' de geïndiceerde ondersteuning is noodzakelijk om tijdens het buitenlands verblijf te functioneren; het verblijf in het buitenland mag de zelfredzaamheid van de cliënt niet belemmeren. Dit moet aannemelijk gemaakt worden; - ondersteuning die in het buitenland geleverd wordt moet bijdragen aan de doelstellingen van het ondersteuningsplan.

Dit moet aannemelijk en controleerbaar zijn; een PGB dat naar zijn aard bedoeld is om in te zetten in en rond de woning van de cliënt kan niet tijdens een buitenlands verblijf worden ingezet (bijv. het PGB voor hulp bij het huishouden richt zich specifiek op het voeren van een huishouden in de gemeente Kerkrade); de hulpverlener moet in Nederland wonen (i.v.m. betaling door de Sociale Verzekeringsbank); het PGB mag niet worden ingezet voor het (deels) financieren van de vakantie (bijv. reis- en verblijfkosten). Een cliënt aan wie een PGB is toegekend sluit met de aanbieder een zorgovereenkomst, waarin onder andere afspraken zijn opgenomen over de wijze van declareren waarbij betaling aan de hand van maandloon niet is toegestaan. Een declaratie van een aanbieder bevat in ieder geval: a. een overzicht van de dagen waarop is gewerkt; b. het uurtarief; c. het Burgerservicenummer en de naam en het adres van de cliënt; d. het nummer waarmee die aanbieder staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel met de branche- standaard bedrijfsindeling van de beroepsgroep gezondheidszorg en welzijn; e. verder dient de declaratie zowel door de aanbieder en de budgethouder te worden ondertekend.

In de zorgovereenkomst, als bedoeld in het zesde lid, sluit de aanbieder zich aan bij de afspraken die zijn vastgelegd in beschikking over de kwaliteit en het resultaat van de maatschappelijke ondersteuning middels het ondertekenen van het derdenbeding. Indien een cliënt wenst over te stappen naar een andere PGB aanbieder dient hij dit aan het college te melden en moet er een nieuw budgetplan worden ingediend. Op dat moment wordt het college opnieuw in staat gesteld te onderzoeken of de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht kan worden verstrekt. De PGB ondersteuning kan voor de duur van maximaal 3 maanden worden gecontinueerd. Een cliënt kan maximaal 1 keer per jaar wisselen tussen PGB aanbieders of wisselen van ondersteuningsvorm van zorg in natura PGB of van PGB-» zorg in natura, tenzij de wisseling veroorzaakt wordt dooreen situatie die

12

met aan de client valt te verwijten, zoals een faillissement van de aanbieder of aantoonbaar geleverde slechte kwaliteit van zorg door de aanbieder. Artikel 13. Persoonsgebonden budget- weigeringsgronden 1. Een maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB kan worden geweigerd indien: a. blijkt dat de cliënt of zijn vertegenwoordiger/budgethouder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, of; b. de client of zijn vertegenwoordiger niet voldoet aan de aan het PGB budget verbonden voorwaarden genoemd in artikel 12, of de beoogde zorgaanbieder niet aan de vereiste (wetteIijke)kwaIiteitseisen voldoet of er gegronde bezwaren bestaan ten aanzien van diens integriteit; c. de cliënt het PGB niet of voor een ander doel heeft gebruikt; 2. Geen recht op een PGB bestaat indien het PGB zal worden aangewend voor begeleiding in groepsverband met of zonder vervoer als deze ondersteuning wordt verleend door iemand uit het sociale netwerk of een persoon die niet voldoet aan de opleidingseisen. Artikel 14. Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden 1.

Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a.

2.

een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en - de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a.

3.

overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onder c van de wet, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis en opleidingskosten; e. indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders

waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op etgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. 5. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren overige voorzieningen in ieder geval rekening met: a. de marktprijs van de voorziening, en 4.

13

b.

de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals: - aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening; - instructie over het gebruik van de voorziening; - onderhoud van de voorziening, en verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden. 6. Het college bepaalt met welke derde als bedoeld in het eerste lid hij een overeenkomst aangaat. Artikel 15. Hoogte PGB 1. De hoogte van het PGB voor een zaak wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan, rekening houdende met een reële termijn van de technische afschrijving en van de onderhouds- en verzekeringskosten. 2. Met betrekking tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang geldt: a. Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5 van de wet bij nadere regeling op welke wijze in samenspraak met de cliënt wordt vastgesteld of de cliënt voor een voorziening in het kader van beschermd wonen en opvang in aanmerking komt. b. Voor wat betreft de PGB-tarieven van beschermd wonen en opvang wordt verwezen naar de vigerende verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heerlen.

De hoogte van de kostprijs van beschermd wonen wordt vastgesteld door de raad van de centrumgemeente Heerlen en is vastgelegd in de verordening maatschappelijke ondersteuning Heerlen. 3. De hoogte van het PGB voor dienstverlening is afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd (natura tarieven). Hierbij is rekening gehouden met overheadkosten en andere kostencomponenten conform artikel 15 van deze verordening, waarbij er een onderscheid wordt gemaakt tussen formele en informele ondersteuning; a. Het PGB voor ondersteuning bij het huishouden, dat formeel wordt geboden, is voor basishulp C15,43 per uur en voor plushulp C18,78 per uur. b. Het PGB voor ondersteuning bij het huishouden, dat informeel wordt geboden, is zowel voor basishulp als ook plushulp in 2021 C13,00 per uur en vanaf 2022 C14,00 per uur; c. Het PGB voor begeleiding, dat formeel wordt geboden, is voor: - lichte ondersteuning: C 39,84 per uur; - midden ondersteuning: C 45,00 per uur; - zware ondersteuning: C 58,68 per uur. d. Het PGB voor begeleiding, dat informeel wordt geboden, is voor zowel lichte, midden als ook zware ondersteuning C 20,- per uur; e. Het PGB voor dagbesteding, dat formeel wordt geboden is: - voor lichte ondersteuning: C 28,44 per dagdeel; - voor midden ondersteuning: C 40,50 per dagdeel; - voor zware ondersteuning: C 47,70 per dagdeel. f.

Noodzakelijk zittend vervoer van huis naar de dagbestedingslocatie wordt apart geïndiceerd, waarbij het tarief zijnde vervoer zonder rolstoel per dag C7,38 en vervoer met rolstoel per dag C18,31 bedraagt. g. Het PGB voor kortdurend verblijf in een instelling is C67,50 per etmaal. De tarieven genoemd onder lid 3 zijn all-in tarieven. Dat wil zeggen dat alle kosten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekering(en) en reiskosten zijn opgenomen in de tarieven. Het PGB moet in ieder geval toereikend zijn om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals bedoeld in de wet en die in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het PGB wordt toegekend. 14

Artikel 16. Financiële maatwerkvoorziening De maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming voor hulp uit het sociaal netwerk (informele ondersteuning) die wordt geboden tijdens kortdurend verblijf bedraagt C141,per maand. Dit bedrag kan beschikbaar gesteld worden voor maximaal 1 persoon uit het sociaal netwerk van de belanghebbende. HOOFDSTUK 4: Bijdrage in de kosten Artikel 17. Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of PGB's en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen 1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of PGB, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het PGB wordt verstrekt. 2. Een cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor de bij verordening aangewezen algemene voorziening was en strijk service, omdat deze algemene voorziening altijd gekoppeld is aan een maatwerkvoorziening Hulp bij het huishouden; De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of PGB en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste C19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 4.

In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer in de vorm van CVV CO,80 per zone, waarbij tevens altijd een opstapzone van CO,80 in rekening wordt gebracht. De in het vierde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2019 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand de ontwikkeling van de NEA-index. De berekende bedragen worden afgerond op twee decimalen.. 5. De kostprijs van een:

6.

a. maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening bruikleen of eigendom en het eventuele onderhoud; c. PGB is gelijk aan de hoogte van het PGB. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of PGB door CAK vastgesteld en geïnd. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of PGB ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Artikel 18. Grensbedrag primaat van verhuizen Indien de kosten van een woonruimteaanpassing meer bedragen dan C6.000,- dient het primaat van verhuizen in overweging genomen te worden. HOOFDSTUK 5: Toezicht en handhaving Artikel 19. Nieuwe feiten en omstandigheden Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt uit eigen beweging of op verzoek, zonder uitstel, mededeling aan het college van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs 15

duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. Artikel 20 Beëindiging 1. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een toegekende aanspraak op maatwerkvoorziening beëindigen, indien: a. niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens de wet of de verordening; b. de cliënt langdurig I blijvend wordt opgenomen in een instelling; c. de cliënt zich niet houdt aan de verplichtingen verbonden aan het gebruik van de maatwerkvoorziening; d. indien de cliënt vanwege een verhuizing niet meer in de gemeente Kerkrade woont; e. de cliënt is overleden. 2. In geval een maatwerkvoorziening voor dienstverlening wordt geboden via een PGB geldt: a. Bij opname in een ziekenhuis of instelling wordt het PGB tot 8 weken na opname ter beschikking gesteld, ondanks de gewijzigde situatie. Na deze 8 weken wordt op basis van de dan geldende situatie een heroverweging gedaan over de benodigde zorg en wijze van financiering. Artikel 21. Herziening of intrekking Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening herzien of intrekken indien: a. niet is voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens de wet of de verordening; b.

een in natura verstrekte voorziening onzorgvuldig wordt gebruikt zoals omschreven in artikel 23 c. blijkt dat de cliënt aan wie een PGB is toegekend niet heeft voldaan aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 12 van deze verordening; d. de cliënt langer dan 8 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. Artikel 22. Terugvordering 1. Onverminderd artikel 2.4.1 van de wet kan het college, nadat het besluit tot toekenning van een maatwerkvoorziening is herzien of ingetrokken: a. het ten onrechte of tot een te hoog bedrag genoten PGB terugvorderen; b. de geldwaarde van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening in natura c. vorderen of deze maatwerkvoorziening terugvorderen dan wel terughalen; 2. De vordering kan worden geïnd door middel van verrekening, als bedoeld in artikel 3.3 derde lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 3. De extra kosten die het college maakt bij toepassing van het eerste lid onder b, kan het college verhalen op de cliënt.

16

Artikel 23. Wangedrag en onzorgvuldig gebruik Bij herhaald en ernstig wangedrag bij het ontvangen van diensten of bij herhaald onzorgvuldig gebruik van een in bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening, kan het college -al dan niet tijdelijkemaatregelen treffen jegens cliënt ter bescherming van de medewerker van een aanbieder of ter voorkoming van (verdere) schade aan de in bruikleen verstrekte maatwerkvoorziening. Artikel 24. Fraudepreventie 1Het college zet in op fraudepreventie, dat in ieder geval omvat: a. het informeren van cliënten over de rechten en plichten die zijn verbonden aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik; b. het aanwijzen van toezichthouders en hen -indien wenselijk- betrekken bij gesprekken met cliënten; c. het vroegtijdige opsporen van misbruik of oneigenlijk gebruik. Artikel 25. Controle gebruik maatwerkvoorzieningen en besteding PGB 1Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en PGB's met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht­ en doelmatigheid daarvan. 2.

Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het PGB indien het college bij de toepassing van de bij verordening gestelde regels, bedoeld in artikel 2.1.3, vierde lid, van de wet, de Sociale verzekeringsbank daarom verzoekt. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het PGB indien de cliënt langer dan 8 weken is verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zo rgve rze ke ri ngs wet. 4. Het college stelt de PGB-houder schríftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid. 5. Het college kan besluiten om nader onderzoek te laten uitvoeren door toezichthouder indien er signalen zijn over onvoldoende kwaliteit van de ondersteuning en/of over de rechtmatigheid van de ondersteuning. HOOFDSTUK 6: Kwaliteit en veiligheid Artikel 26. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, waaronder voldoende deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het verstrekken van de voorziening met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt; c.

het veilig, doeltreffend en doelmatig verstrekken van een voorziening; d. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning; e.

2.

erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard. f. Daarnaast gelden de kwaliteitseisen zoals opgenomen in bijlage 1 Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks clientervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen door een aangewezen toezichthouder. 17

Artikel 27. Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de levering van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 2. Aanbieders (ook PGB aanbieders) melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. 3. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1 van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. HOOFDSTUK 7: Klachten, medezeggenschap en inspraak Artikel 28. Klachtregeling 1. Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de afhandeling van klachten van cliënten met betrekking tot de door hun aangeboden voorzieningen/diensten. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel 29. Medezeggenschap 1Aanbieders dienen te beschikken over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van de door hun aangeboden voorzieningen/diensten. 2.

Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek. Artikel 30. 1.

2.

3.

4.

Betrekken van ingezetenen bij het beleid Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.

18

HOOFDSTUK 8: Waardering mantelzorgers Artikel 31. 1.

2.

3-

Jaarlijkse waardering mantelzorgers Mantelzorgers van cliënten in de gemeente kunnen door middel van een aanvraag bij het college voor het ontvangen van een jaarlijkse blijk van waardering in aanmerking worden gebracht; De jaarlijkse blijk van waardering heeft een waarde van ten hoogste C200,- en wordt door het college jaarlijks na overleg met het Platform Maatschappelijke Ondersteuning vastgesteld; Het college kan bij nadere regeling regels stellen over op welke wijze zorg wordt gedragen voor de jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van cliënten in de gemeente.

HOOFDSTUK 9: Overgangsrecht en slotbepalingen Artikel 32. 1. 23.

Nadere regels en hardheidsclausule In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college; Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van deze verordening; Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 33. Intrekking oude verordening 1. 2.

3.

4.

De verordening: " Maatschappelijke ondersteuning Gemeente Kerkrade2020' wordt ingetrokken; Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de verordening "Maatschappelijke ondersteuning Gemeente Kerkrade 2020", totdat het college een nieuw besluit heeft genomen, waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken; Aanvragen die zijn ingediend onder de verordening "Maatschappelijke ondersteuning Gemeente Kerkrade 2020" en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening; Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de verordening Maatschappelijke ondersteuning Gemeente Kerkrade 2020" wordt beslist met inachtneming van die verordening.

Artikel 34. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021; 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2021. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering van 24 februari 2021.

De burgemeester,

De griffier,

----dr. T.P. Dassen-Housen

mr. drs. D.G.M.G. Franssen 19

Bijlage 1: Nadere regels- Kwaliteitsrichtlijn/eisen Zorg in Natura (ZIN) en PGB- aanbieders De kwaliteitsrichtlijnen richten zich op de organisatie, op de beroepskrachten en de vrijwilligers ingezet door de organisatie. Tevens is er een onderscheid gemaakt tussen algemene kwaliteitsrichtlijnen waar iedere organisatie aan moet voldoen en kwaliteitsrichtlijnen die op cliëntniveau tot uitdrukking komen en ook op cliëntniveau gemonitord dienen te worden. Daar waar gesproken wordt over de cliënt wordt tevens zijn of haar wettelijk vertegenwoordiger bedoeld. Wettelijke kwaliteitskaders - Algemene kwaliteitseisen ZIN

PGB Formeel

PGB infor­ meel

Maatschappelijke ondersteuning Gemeente verstaat onder maatschappelijke ondersteuning: « bevorderen van de sociale samenhang, mantelzorg en vrijwilligerswerk, bevorderen van de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, bevorderen van de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld; *

ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving; bieden van beschermd wonen en opvang. Maatwerkvoorziening Gemeente verstaat onder een maatwerkvoorziening een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: «

“

*

ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen; ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, ten behoeve van beschermd wonen en opvang.

Kwaliteitssysteem De zorgaanbieder draagt zorg voor de goede kwaliteit van de voorziening. Een voorziening wordt in elk geval: » veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt; * afgestemd op de reële behoefte van de cliënten op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; « verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard; » verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt.

20

Klachtenregeling Zorgaanbieder hanteert een eenvoudige en transparante klachtenregeling die voldoet aan de uitgangspunten van de Wmo 2015 en voorziet in bemiddeling bij en afhandeling van klachten. Medezeggenschapsregeling

X

X

Zorgaanbieder hanteert een regeling voor medezeggenschap van Cliënten over voorgenomen besluiten van zorgaanbieder die voor de Cliënten van belang zijn. Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Zorgaanbieder voldoet aan de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiertoe moet zij in ieder geval een meldcode hanteren en het gebruik en de kennis van de meldcode onder degenen die voor hem werkzaam zijn bevorderen. Algemene kwaliteitsrichtlijnen Organisatie

X

X

X

X

X

X

X

X

V

Ä

X

x

X X

X X

»

De organisatie of ondernemer dient als aanbieder van Wmoondersteuning ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel;

*

De organisatie voldoet ondernemerschap;

aan

de

eisen

van

goed

Is verzekerd tegen beroepsaansprakelijkheid met een minimale dekking van Cl.250.000,- per gebeurtenis heeft vervangingsplannen in geval van ziekte/continuïteit; voert de noodzakelijke administratie; werkt conform arbeidstijdenbesluit en indien niet van toepassing max. 40 uur per week; personeel ontvangt salaris conform cao; er is sprake van systemische kwaliteitsbewaking (waaronder ook de uitvoering van de RI&E). Er bestaan ten aanzien van de organisatie, bestuurder(s) of hierbij betrokken personen geen gegronde bezwaren of zorgverlener, welke de waarborgen van veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid alsmede de continuïteit van de voorziening in de weg staan De organisatie of bestuurder(s) of zorgverlener (s) zijn nu en in het verleden niet bekend bij de gemeente wegens ondeskundige zorg, het handelen in strijd met relevante wetgeving of beleidsregels, misleiding en/of fraude en kan voldoende waarborg bieden voor het nakomen van de kwaliteitseisen van de ondersteuning. Integraal werken

X

X

X

X

X

X

De cliënt wordt gezien als één volwaardig persoon en ontvangt ondersteuning vanuit de volledige context van zijn situatie. Deze ondersteuning en begeleiding zijn op elkaar afgestemd en betreft zowel ondersteuning van professionals als van vrijwilligers, buren en familie. Informatie

X

X

X

Er wordt informatie gegeven aan de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger over de ondersteuning, het ondersteuningsplan en de procedure. Het dossier is begrijpelijk en toegankelijk en wordt actief en duidelijk naar de cliënt gecommuniceerd. Privacy van gegevens is gegarandeerd. De wijze waarop de ondersteuning wordt 21

ingevuld (de manier waarop er gewerkt wordt aan de doelen en resultaten) is transparant, er is een duidelijke klachtenmogelijkheid waarover cliënten worden geïnformeerd en klachten worden goed afgehandeld. Competenties en vaardigheden van de professional/hulpverlener De professional/hulpverlener beschikt over de juiste competenties om de ondersteuning te bieden, maar ook over vaardigheden zoals respectvolle en juiste bejegening en het geven van de regie aan de cliënt. De houding van de professional/hulpverlener is gericht op de mogelijkheden, talenten en eigen kracht van de cliënt. Opdrachtnemer beschikt over voldoende ervaren, gekwalificeerd en competent personeel om cliënten te begeleiden en te ondersteunen, passend bij de complexiteit en aard van de problematiek van de cliënt en opdrachtnemer zet personeel in dat

X

X

X

X

X

over ervaring en kwalificaties/opleiding beschikt die passend zijn bij de te verrichte activiteiten en bij de complexiteit en aard van de problematiek van de cliënt; De voorziening Dagbesteding wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde zorg gerelateerde mbo- opleiding op niveau 3 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. Voor het opstellen van het hulpverleningsplan en het realiseren en monitoren van de resultaten die in dit plan opgenomen zijn, dient een professional ingezet te worden met een afgeronde zorg gerelateerde mbo-opleiding op niveau 4 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. De voorziening Begeleiding licht wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde zorg gerelateerde mbo-opleiding op niveau 3 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. Voor het opstellen van het begeleidingsplan en het realiseren en monitoren van de resultaten die in dit plan opgenomen zijn, dient een professional ingezet te worden met een afgeronde zorg gerelateerde mbo-opleiding op niveau 4 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. De voorziening Begeleiding midden wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde zorg gerelateerde mbo-4 of hboopleiding gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied.

De voorziening Begeleiding zwaar wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde zorg gerelateerde hboopleiding/universitaire opleiding gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. Het toezicht tijdens het Kortdurend Verblijf wordt uitgevoerd door een professional met een afgeronde zorg gerelateerde mboopleiding op niveau 3 gekoppeld aan het gevraagde deskundigheidsgebied. 22

Opdrachtnemer beschikt over personeel dat passend is bij het gedachtegoed van de nieuwe Wmo: zorgen dat i.p.v. maar zorgen voor, stimuleren, begeleiden en toezien i.p.v. overnemen, maatwerk i.p.v. standaardoplossingen. (nieuw aan te stellen personeel van) opdrachtnemer, die (/dat) (beroepsmatig) in contact kan komen met cliënten, beschikt over

X

X

X

X

X

X

X

X

X

een Verklaring Omtrent gedrag (VOG) als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens/ eigen verklaring die niet ouder is dan 12 maanden (voorafgaand aan het in dienst treden van de werknemer); Indien opdrachtnemer in het kader van zijn of haar opdracht werkt met vrijwilligers draagt hij of zij hiervoor de verantwoordelijkheid, (nieuw aan te stellen) vrijwilligers en/of ervaringsdeskundigen dienen eveneens te beschikken over een VOG die niet ouder is dan 12 maanden. üe aanbieder doet melding bij de opdrachtgever van iedere calamiteit die bij de verstrekking van de voorziening heeft plaatsgevonden dan wel van geweld bij de voorziening Passende beloning

------------

Gemeente hecht veel belang aan goed werkgeverschap, goed bestuur en een passende beloning voor zowel bestuurders als werknemers. Ze stelt daarom de volgende eisen aan zorgaanbieders: Zorgaanbieder geeft invulling aan het begrip goed werkgeverschap ; * Zorgaanbieder voldoet aan de wetgeving omtrent X arbeidsomstandigheden (Arbowet, Arbobesluiten Arboregeling); * Indien er sprake is van een in de branche toepasselijke X algemeen verbindend verklaarde CAO, past zorgaanbieder deze toe; *

“ *

*

*

Indien er geen sprake is van een in de branche toepasselijke algemeen verbindend verklaarde CAO dan sluit Zorgaanbieder zoveel mogelijk aan bij de in de betreffende branche gebruikelijke CAO of sluit een daarmee gelijkwaardig arbeidsvoorwaardenpakket af. Zorgaanbieder voldoet aan de Wet Normering Topinkomens (WNT);

X

X

X

X

Zorgaanbieder geeft invulling aan het begrip 'good X governance'. Hiertoe hanteert zorgaanbieder de (meest recente) Governancecode zorg of, indien deze niet past bij de organisatorische kenmerken van de zorgaanbieder, een eigen Governancecode. Zorgaanbieder die de Governancecode zorg hanteert en die X conform de Wet Toelating Zorginstellingen winst mag uitkeren, houdt bij de uitkering van winst rekening met de maatschappelijke doelstelling, positie en belangen (op de korte- en lange termijn) van de zorgorganisatie; Zorgaanbieder stelt personeel dat wordt ingehuurd als X payroll- of uitzendkracht gelijk wat betreft de beloning. Daarmee hebben deze inhuurkrachten recht op de eindejaarsuitkering en de levensloopbijdrage, naast de

X

X

X

23

andere arbeidsvoorwaarden die gelden voor de uitzendCAO(ABU). Locatie/accommodatie «

Het gebouw voldoet aan de wettelijke vereiste (brand­ veiligheid e.d.) en het gebruik van het gebouw past binnen het bestemmingsplan

X

X

Het gebouw van waaruit de activiteiten, ondersteuning en begeleiding worden geboden, is integraal toegankelijk voor cliënten, bezoekers en familie. Er heerst een veilige, huiselijke sfeer. Dit kunnen zowel instellingen zijn als wijkcentra, inloop- en informatiepunten in de wijk. Inzet vrijwilligers

X

X

X

X

»

Om de gewenste transformatie te realiseren is het voor de gemeenten van belang dat aanbieders bijdragen aan de ontwikkeling van het versterken van het netwerk van vrijwilligers en informele zorg. Aanbieders dienen over een beleid te beschikken waarin is vastgelegd hoe wordt omgegaan met vrijwilligers en mantelzorgers. Aanbieders overleggen het vrijwilligersbeleid op verzoek van de gemeenten. In dit beleid komen ten minste de volgende aspecten naar voren: »

De wijze waarop de opdrachtnemer vrijwilligers werft, aan zich bindt en waardeert;

*

De wijze waarop opdrachtnemer zorg draagt dat vrijwilligers worden getraind en ondersteund bij het uitvoeren van de werkzaamheden(onder toezicht en aansturing van professional);

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=a93f34c2-7e70-4a59-b08e-a81cfb44a9d2