CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript openbare informatiebijeenkomst 11 januari 2023.pdf

Openbare informatiebijeenkomst 11 januari 2023, gemeente Kerkrade10.880 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1 Opening Spreekstoel

Goedenavond op deze woensdagavond, 11 januari. Ter voorbereiding op de Omgevingswet, die nu al in volle gang is, is er deze avond een aparte openbare informatiebijeenkomst. Zoals het er nu voor staat, gaat op 1 juli 2023 de nieuwe Omgevingswet in. En ter voorbereiding zijn een aantal sessies en bijeenkomsten om de voortgang met jullie te delen. Vanavond liggen er een tweetal zaken ter bespreking. Allereerst de Omgevingswet zelf. En ten tweede het hele planproces rondom de Omgevingsvisie. Vanavond zijn twee wethouders aanwezig, de heer Weijers en de heer Roland. De presentaties worden gegeven door de twee heren naast mij, twee ambtenaren; de heer Geraads en de heer Theunissen. De heer Theunissen zit het dichtst bij mij; en de heer Geraads. Na de presentatie is er een korte onderbreking; een korte pauze en vervolgens is er de mogelijkheid om vragen te stellen aan een aantal adviseurs die ook zijn aangesloten bij dit overleg. Ik zal niet te veel tijd vergen en ik stel voor dat we snel overgaan naar de presentaties, die inmiddels ook al met jullie gedeeld zijn. Of zijn er op dit moment al vragen? Ik geef graag het woord aan de heer Theunissen. Allereerst van harte welkom. We houden vanavond twee presentaties. De ene gaat inderdaad over de Omgevingswet, dat doen dadelijk Daan en ik. Na de pauze wordt een korte presentatie gehouden over het planproces van de Omgevingsvisie.

Daar zijn we in november mee gestart en we willen de raad en ook de raadscommissies daar goed in meenemen. Dit even ter aanvulling. Dank u wel voor deze aanvulling. Dan stel ik voor dat wij van start gaan met de Omgevingswet zelf. De heer Geraads. Welkom allemaal. We gaan u vandaag bijpraten over de Omgevingswet. Als jullie vragen tussendoor hebben, kun je die gewoon stellen. Waar gaan we het over hebben? Het gaat vanavond om de wet zelf. Wat is die Omgevingswet ook alweer? De inwerkingtreding van de wet, wanneer er wordt verwacht dat de wet in werking treedt? En tot slot: welke stappen zijn gezet en welke stappen volgen nog? Eerst nog even de aanleiding voor de Omgevingswet. Momenteel is er echt een lappendeken van verschillende wetgeving. Elk thema heeft zo zijn eigen wetgeving. Denk aan water, ruimte, wonen, noem maar op. Het idee is met die Omgevingswet is om al die wetten samen te voegen in één wet, de Omgevingswet. Verder is het de bedoeling dat die Omgevingswet snel inspeelt op de maatschappelijke ontwikkelingen. Denk aan zaken als gezondheid, klimaatverandering, energietransitie. De Omgevingswet biedt ook meer mogelijkheden voor lokaal maatwerk. Verder is natuurlijk ook samenhangend beleid van belang, met name het integrale. We zien nu dat veel thema's sectoraal worden opgepakt, denk aan wonen, mobiliteit en klimaat.

Met de Omgevingswet is het de bedoeling dat we alles in samenhang benaderen. Verder brengt de Omgevingswet een nieuwe werkwijze of meer cultuurverandering met zich mee. We gaan van het principe 'nee, tenzij' naar 'ja, mits'. Dus meer denken vanuit mogelijkheden en minder vanuit beperkingen. Wat zijn de belangrijkste veranderingen voor de gemeente? Eigenlijk kun je dan kijken naar drie hoofdthema's. Dat is ten eerste het Digitaal Stelsel Omgevingswet, het anders werken en de wet zelf, de wetgeving. Ik begin bij het Digitaal Stelsel Omgevingswet, eigenlijk ook de reden dat wet heel vaak is uitgesteld. Het komt er eigenlijk op neer dat er één landelijk loket is voor alle regels. In het Digitaal Stelsel kun je zowel de regels vinden uiteindelijk van de gemeente, de provincie en het Rijk. En in ditzelfde loket kan men ook de vergunningen aanvragen. Het is van belang dat daar niet alleen droge juridische tekst op staat, maar dat die regels ook worden vertaald in vragenbomen, dus in begrijpelijke taal voor de inwoners. Wat verder nog opvalt: momenteel kennen we zaken als ruimtelijkeplannen.nl, daar kunnen we de bestemmingsplannen op raadplegen, en het OLO, daar kunnen mensen hun vergunningen aanvragen. Dat komt in het Digitaal Stelsel allemaal samen op één website. Dus dat is dan al een verbetering. Het volgende onderdeel is een stukje wetgeving.

Belangrijk daarbij is dat we nu binnen de gemeente Kerkrade een hele hoop bestemmingsplannen hebben. We hebben 20 aparte bestemmingsplannen. Uiteindelijk wordt dat met de Omgevingswet één groot omgevingsplan. Dus in plaats van dat we nu allemaal een bestemmingsplan hebben voor Zuid, Noord, Oost en Noord II en noem maar op, wordt dat uiteindelijk één groot omgevingsplan. Het is ook de bedoeling van de Omgevingswet om minder regels op te stellen, dus vooral loslaten. Het derde thema is anders werken, zoals ik net al zei. Dat heeft ook te maken met het principe van van 'nee, tenzij' naar 'ja, mits'. Dus van toetsen of het mág naar mogelijk maken dat het kán. Verder is burgerparticipatie een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Bij de kerninstrumenten, dan heb ik het over de omgevingsvisie, het omgevingsplan en het programma, daar is de gemeente zelf aan zet

2 De Omgevingswet

Spreekstoel

voor burgerparticipatie. Maar bij de omgevingsvergunning is de initiatiefnemer aan zet voor burgerparticipatie. Verder brengt de Omgevingswet een kortere doorloopprocedure met zich mee. De reguliere procedure van acht weken bij vergunningen is het uitgangspunt, dus daar wordt zoveel mogelijk op ingezet. En tot slot de rol van de gemeenteraad: die zal actiever worden, met name bij het opstellen van de Omgevingsvisie. De beleidscyclus is ook een belangrijke vernieuwing in de Omgevingswet. We zien nu vaak dat plannen worden opgesteld en elke tien jaar worden geactualiseerd, omdat ze een actualiseringsplicht hebben van tien jaar. Dit principe wordt bij de Omgevingswet losgelaten. Het is ook de bedoeling dat beleid en bestemmingsplannen actueler zijn, en we dus sneller kunnen inspelen op die ontwikkelingen. De kerninstrumenten van de Omgevingswet. We waren net vergeten te vragen - we hebben te maken met een nieuwe raad en nieuwe commissieleden - of jullie al wat weten van de Omgevingswet. Of is het nieuw, voor sommige mensen die hier nu in de zaal zitten? Ik kijk even rond. Het is nieuw? Vrij nieuw. U heeft er wel ooit over gelezen of er artikelen over gezien? Hij is al vaak uitgesteld. Ja, dat is inderdaad de beeldvorming, die ook klopt. Die Omgevingswet is lastig, het is al vaak uitgesteld. Dat blijft vooral hangen, inderdaad. Ik vraag even voor wie het nieuw is.

Wat mijn collega net al zei, we zijn al veel langer bezig met de Omgevingswet. Hij is al verschillende keren uitgesteld, daar kom ik zo op terug. Wat voor de gemeente in ieder geval belangrijk is, zijn de kerninstrumenten. Die staan hier: de omgevingsvisie, daar hebben we dadelijk een presentatie over en hoe we dat willen gaan aanpakken hier in Kerkrade. Vervolgens zijn er bij de omgevingsvisie een aantal belangrijke thema's, bijvoorbeeld gezondheid, Vie, maar ook leefbaarheid en waarschijnlijk ook duurzaamheid. Dat zijn programma's waar de gemeente de komende jaren aan gaat werken. Dat wordt in programma's opgenomen, waar we elk jaar regelmatig mee terugkomen bij de raad. Wat is nu de stand van zaken? Wat hebben we allemaal gedaan en bereikt? Daan noemde net al het omgevingsplan. Dat is een hele ingewikkelde en lastige exercitie, we hebben bijna tot 2030 de tijd om alles aan te passen. Alle regels die we nu als gemeente hebben, komen in dat plan samen. En verder de omgevingsvergunning, waarbij we vooral ook kijken naar de vergunningverlening. Dat gaat allemaal sneller en korter. We moeten ook meer dingen afstemmen met andere overheidsinstanties. En toezicht en handhaving, daar zal ook één en ander mee gaan gebeuren. De omgevingsvisie. Ik ga niet alles letterlijk noemen, u kunt dat terugkijken. Een hele belangrijke is de gemeentelijke structuurvisie.

Die is van 2011 en daar staat het strategische beleid in, het ruimtelijke beleid van de gemeente Kerkrade. In grote lijnen is die nog steeds van toepassing, we gebruiken hem nog steeds in de praktijk. Maar hij wordt vervangen zodra jullie, de raad, een nieuwe omgevingsvisie vaststellen. We kijken daarbij vooral naar de lange termijn. En waarin wij ons onderscheiden van andere gemeentes hier in de buurt, is dat wij veel meer kijken naar het sociale en het fysieke domein. Dat proberen wij veel meer in samenhang te zien. Daarom kijk ik ook even naar de wethouders, het is niet voor niks dat we twee wethouders hebben die verantwoordelijk zijn voor de invoering van de Omgevingswet en ook voor de omgevingsvisie. Zowel de heer Weijers vanuit ruimtelijke ordening, als de heer Roland voor het sociale domein. En er zit gelukkig ook nog een stukje participatie bij. Wat een belangrijk punt is, daar kom ik dadelijk nog op terug, is het planproces voordat we de omgevingsvisie hebben. Dat zijn allemaal tussenstappen. Voordat het ter vaststelling wordt aangeboden aan u, de gemeenteraad, zitten we in de tweede helft van 2024. Dus dat hele planproces duurt anderhalf tot twee jaar. Dit vind ik een heel belangrijk plaatje. Ik weet niet of het voor iedereen zichtbaar is, maar jullie hebben het volgens mij ook via iBabs gekregen. Dit is een plaatje van bureau KuiperCompagnons uit Rotterdam.

Zij hebben dat heel vaak gebruikt om aan te geven wat de Omgevingswet inhoudt en welke thema's erin terugkomen. Aan de oppervlakte zie je een boom, dat is het fysieke domein, waarin allerlei thema's terugkomen. Mobiliteit, werken, wonen, noem maar op. Maar het sociale domein, dat daar direct mee in verbinding staat, zit meer ondergronds. Dat zijn de wortels. Je ziet dat het heel veel met elkaar te maken heeft. Je kunt het niet los van elkaar zien. Dat is ook één van de belangrijkste veranderingen van de Omgevingswet. Kijk vooral breder, als je met een bepaald vraagstuk of een bepaald gebied aan de slag gaat. Kijk vooral ook naar dat sociale domein. Ik heb ook een plaatje opgenomen van het regionale afstemmingskader op Parkstadniveau. Binnenkort ontvangen jullie ook de stukken voor de raadscommissie GEZ op 8 februari. Uiteindelijk wordt dat ook aan de gemeenteraad aangeboden. Het heeft ermee te maken dat we ook op regionaal niveau al ruim vijftien jaar heel intensief samenwerken in het fysieke domein. Dus we hebben ook een bestuurscommissie wonen, bestuurscommissie mobiliteit, ruimte en duurzaamheid. De gemeente Kerkrade werkt al heel intensief samen met de andere Parkstad-gemeentes. Je kunt wel ieder een eigen omgevingsplan of omgevingsvisie maken, maar je zult ook met elkaar goed regionaal moeten afstemmen, dat zijn we ook wettelijk verplicht.

En dat doen we met dit regionale afstemmingskader. Daar komen we 8 februari op terug. Ik heb dit schema bijgevoegd, dat kunt u ook terugzien in de sheets. Je ziet dat je met heel veel thema's rekening moet houden. Sommige thema's zijn bestaand, daar werken we al heel lang samen aan. Je kunt natuurlijk niet alles in één keer doen, niet alles is te regelen op vandaag op morgen. Dus

we zullen daarin gaan prioriteren. Wat zijn de belangrijkste vraagstukken op regionaal niveau, waar gaan we met alle Parkstad-gemeentes de komende jaren aan werken? Dan het onderdeel programma's, wat een uitwerking is van de visie. Een programma gaat over bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Het programma kan gaan over bepaalde thema's, maar ook over bepaalde gebieden. Je kunt denken aan een programma over duurzaamheid. Duurzaamheid is natuurlijk een heel breed thema, dat kan gaan over energietransitie, over de warmtetransitie of een programma Vie of gezondheid. Er zijn ook gebiedsgerichte programma's, dat zou per wijk kunnen, ik noem Kerkrade-Noord, maar je zou ook per buurt kunnen kijken, zoals Blijerheide, Nulland of Rolduckerveld. Het omgevingsplan hebben we net al genoemd. De belangrijkste verandering is dat we van 20 aparte bestemmingsplannen naar één groot omgevingsplan gaan. Zoals Erik net al aangaf, is dit niet iets dat van vandaag op morgen is gebeurd. Als die wet in werking treedt hebben we nog geen omgevingsplan. Er is sprake van een overgangsperiode, waarin we nog werken met de regels uit de oude bestemmingsplannen. We hebben tot 2030 de tijd om al die oude bestemmingsplannen over te zetten naar één overkoepelend omgevingsplan. Een andere verandering is dat je nu spreekt van 'goede ruimtelijke ordening'.

Onder de Omgevingswet wordt dat een 'evenwichtige toedeling van functies en locaties'. Onder de streep zal dit niet heel veel veranderen, maar het is een breder begrip dan puur het stukje ruimtelijke ordening. Het is goed te vermelden wat het verschil is met de huidige praktijk. Bij het omgevingsplan heeft elke regel een werkingsgebied. Dat betekent dat de regel kan gelden voor een bepaald perceel, maar die kan ook gelden voor een bepaalde wijk, een bepaalde straat of voor de hele gemeente. Dus elke regel moet ergens aan worden gekoppeld. De omgevingsvergunning. Op dit gebied verandert niet veel. Het is wel uitgangspunt om zoveel mogelijk de reguliere procedure toe te passen, dus met een beslistermijn van acht weken. De uitgebreide procedure van zes maanden is echt een uitzondering. Verder worden, zoals al aangeven, alle vergunningen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet ingediend en is de initiatiefnemer van de vergunningaanvraag zelf verantwoordelijk voor participatie. We zijn nog bezig om de initiatiefnemer daarbij te ondersteunen. Stel, je wil een vergunning aanvragen voor het bouwen van een huis. Dan is er een brochure die aangeeft op welke manier je de buren of je straat daarbij kan betrekken. Dan de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Deze wet treedt samen met de Omgevingswet in werking en heeft tot doel de bouwkwaliteit te verbeteren.

Dat wordt gedaan door private en onafhankelijke bouwkwaliteitsborgers. In eerste instantie gaat het vooral om eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden, dit zijn gebouwen die in een lagere risicoklasse zitten. We verwachten dat dit ongeveer 80 procent van de bouwvragen in Kerkrade behelst. Na 2025 wordt ernaar gekeken om die Wet kwaliteitsborging uit te breiden naar hogere risicoklassen, dus niet alleen voor grondgebonden eengezinswoningen en kleine bedrijfspanden. De inwerkingtreding van de Omgevingswet, dat kwam al langs, is al vijf keer uitgesteld. Dat kwam telkens door de problemen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Waar wij als gemeente vooral tegenaan lopen, ook nu weer, is dat wij pas heel laat duidelijkheid krijgen over die inwerkingtreding. Voorlopig staat die datum nog op 1 juli 2023. Naar verwachting wordt dat weer uitgesteld, maar er is nog geen officieel besluit. Naar verwachting weten we dat pas in april zeker. De gemeente eist nu dat we een half jaar van tevoren weten of de wet wel of niet in werking treedt. Dan hebben we nog een half jaar oefentijd en kunnen we ook gericht communiceren richting de inwoners. Zoals ik net al aangaf, hebben we ambtelijk de afgelopen jaren al veel aan de Omgevingswet gewerkt. De focus lag vooral op juridisch klaar zijn, dat alle verordeningen die met de Omgevingswet te maken hebben door de raad zijn of worden vastgesteld.

Dan voldoen we slechts aan de minimale eisen en hebben we eigenlijk alleen nog maar het pakket dat nodig is om te komen tot een omgevingsplan en een omgevingsvisie. Dus dan zijn we er nog lang niet. Verder is ook het rapport van de rekenkamercommissie belangrijk. In 2020 is een onderzoek gedaan door de rekenkamercommissie naar de rol van de raad bij de Omgevingswet. De rekenkamercommissie heeft aangegeven dat de raad een actieve rol moet oppakken, vooral ook kaderstellend. Dus het vaststellen en maken van beleid, maar ook controlerend. En ook dat de taakverdeling tussen college en raad nog wat duidelijker moet worden gemaakt. Het duale stelsel houdt in dat uitvoerende taken vooral bij het college liggen en niet bij de raad. Ik heb ook het nummer erbij genoemd, dan kunnen jullie nog even terugkijken naar wat de raad toen heeft besloten. Wat ook van belang is, en dat heeft ook met het rapport van de rekenkamercommissie te maken, is dat we vanaf 2020 hebben gewerkt met een raadswerkgroep Omgevingswet. Daar werken we gelukkig nog steeds mee. Dat zeg ik ambtelijk, maar - ik kijk even naar de wethouders - ook het college vindt dat fijn. We hebben gemerkt dat we de raad en alle raadsfracties er goed in mee kunnen nemen. We informeren elkaar goed en zodra er politieke standpunten worden ingenomen, wordt dat gewoon in de reguliere raadscommissie behandeld en in de raad zelf.

Tot nu toe heeft de raadswerkgroep heel goed gefunctioneerd, dus dat willen we continueren bij de besluiten die nog genomen moeten worden door de raad. Maar ook bij het hele planproces van de omgevingsvisie en misschien ook bij het omgevingsplan. Ik heb een overzichtje gemaakt van de genomen raadsbesluiten, dat kunnen jullie teruglezen, het is een hele waslijst. Punt 4, participatiebeleid - dat is op 17 november vastgesteld door de raad. De participatieverordening heeft ook ter inzage gelegen of ligt volgens

mij nog ter inzage. Hier staat dat het op 1 maart 2023 ter vaststelling wordt aangeboden aan de raad. Maar ik begreep van wethouder Roland dat we dat niet gaan halen, dat het eerder april-mei zal worden. De participatieverordening wordt in elk geval voor het zomerreces aangeboden aan de raad. Welke stappen volgen nog? Dat zijn eigenlijk alleen de stappen voor de minimale eisen die waaraan we volgens de VNG en de wetgever moeten voldoen. Het heeft te maken met een actieplan geluid, het aanpassen van de legesverordening en het aanpassen van een verordening op het gebied van toezicht en handhaving. Met name de legesverordening is heel belangrijk. Want stel dat de wet toch op 1 juli in werking treedt, dan moet heel snel de legesverordening worden aangepast. Dat zijn dingen waar we in de praktijk mee te maken hebben en waar we continu tegenaan lopen. Maar nogmaals, wij verwachten in april duidelijkheid krijgen over wanneer de wet echt in werking treedt. En ik hoop, en ik ga er ook gemakshalve van uit, dat het 1 januari 2024 zal zijn. De gemeente Tilburg en Eindhoven hebben, dat stond volgens mij ook in de sheet, een motie ingediend bij de VNG-ledenvergadering over de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zij hebben gezegd: wij zijn niet tegen de invoering van de wet - de meeste gemeentes zijn voor invoering - maar niet op 1 juli. Doet dat in godsnaam op 1 januari.

Want midden in het jaar allerlei verordeningen aanpassen, zoals een legesverordening, dat werkt in de praktijk niet. Dus dat wordt vervolgd. De komende jaren. Vooral voor jullie raadsperiode is dat heel belangrijk. We moeten gaan kijken wat die Omgevingswet betekent, ook financieel. Daar gaat best veel veranderen. Met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen kunnen we minder bouwleges vragen. We worden gecompenseerd vanuit het rijk, maar daar is ook allerlei gesteggel over tussen de VNG en de ministeries. Dat loopt niet lekker. Dus dat is belangrijk: wat zijn de financiële gevolgen van die Omgevingswet voor ons als gemeentelijke organisatie? Verder, dat werd al genoemd, zijn we gestart met het opstellen van de omgevingsvisie. Daar willen we de raad ook goed in meenemen. De bedoeling is, zoals ik net aangaf, dat voor 2025 de visie wordt vastgesteld. Mijn collega gaf al aan dat het opstellen van het omgevingsplan ontzettend complex is, omdat je met heel veel regels moet werken. Delen van de algemene verordening, de plaatselijke verordening, gaan ook naar het omgevingsplan. Alle regels moeten daarin verwerkt worden en alle verordeningen die met de fysieke leefomgeving te maken hebben. Dat is een enorm complexe opgave. We gaan ervan uit dat we daar jaren voor nodig hebben. We zullen jullie als raad daar ook goed in meenemen.

Verder, we hebben het al genoemd, is burgerparticipatie heel erg belangrijk. Daar wordt nog op teruggekomen met een aparte raads info sessie rond april-mei. En vooral de cultuurverandering. Bij de stukken die we jullie hebben toegestuurd zit volgens mij ook een essay of een boekje van professor Rotmans. Dat gaat over de veranderingen, de transitie, door de Omgevingswet. Wat het betekent in de praktijk voor gemeentes. Vooral die cultuurverandering, een andere manier van werken op ambtelijk niveau, maar ook op bestuurlijk niveau, heeft toch wel behoorlijke impact. Als ik op ambtelijk niveau kijk, we zijn nu vrij domein-gericht, we werken redelijk sectoraal. Je zult veel meer in samenhang, dus domeinoverstijgend, moeten gaan werken. Dat doen we natuurlijk al voor een deel, maar dat moeten we in de toekomst nog veel meer doen, als we echt met bepaalde vraagstukken aan de slag gaan. Ook bestuurlijk. Ik noemde net al het duale stelsel, raad-college, daar zal ook geleidelijk een stukje cultuurverandering moeten komen. Daar hebben we het ook vaker met de griffie over gehad, het heeft voor iedereen gevolgen. En cultuurverandering dat heeft ook gewoon tijd nodig. Dit was de laatste dia. Ik heb nog een sheet met: zijn er vragen? Ik had stiekem gehoopt dat jullie tussendoor ook wat vragen hadden gesteld. Ja, stel maar. Dank u wel voor de presentatie. Ik heb een paar vragen.

In die folder die gemaakt wordt, is het zeer belangrijk dat er jip en janneke taal gebruikt wordt. Zodat we geen folder krijgen die door niemand te lezen is en men continu naar de ambtenaar moet bellen. Dat was één. Tweede vraag: de tarieven. Nu variëren die per gemeente. Zijn er straks landelijke afspraken of varieert dat toch nog afhankelijk van het aantal inwoners? Hoe moet ik dat zien? De brochure, we hebben natuurlijk goede voorbeelden van andere gemeentes. We hebben een Nederlandse gemeente gevonden die een hele goede brochure had. Ik zeg altijd, liever... Uit Friesland heb ik wat gezien. Volgens mij ook een Gelderse of een Brabantse gemeente. We hebben in ieder geval goede voorbeelden van elders in Nederland en daar willen we zeker gebruik van maken. Voordat we dat gaan doen, kunnen we dat laten zien aan de raadswerk groep Omgevingswet en vragen we hoe zij daar tegenaan kijken. Dus daar zijn we mee bezig. Alleen, zolang we niet weten wanneer die wet in werking treedt, gaan we nog niet te veel doen. Maar zodra we weten wanneer die wet in werking treedt, moet er communicatief heel veel gebeuren. De website moet worden aangepast, het KCC moet worden geïnstrueerd, er moeten goede brochures komen met inderdaad veel plaatjes en zo min mogelijk tekst. De leges. We hebben natuurlijk veel overleg, ook met de projectleiders Omgevingswet in Zuid-Limburg.

En er zijn inderdaad afspraken gemaakt, ook met de RUD Zuid-Limburg, over hoe we daarmee omgaan. Met de nieuwe Omgevingswet kunnen we ook milieuleges gaan heffen. Dat is een nieuw instrument, dat kan nu niet, maar met de Omgevingswet kan dat wel. Dat geldt volgens mij niet voor alle bedrijvigheid, alleen voor een bepaald type bedrijvigheid. Dat zijn met name de zwaardere bedrijfscategorieën die ook de meeste milieuoverlast veroorzaken. Daarbij is wel min of meer de afspraak dat het niet moet verschillen per gemeente. We willen het liefst in Zuid-

Limburg dezelfde tarieven of ongeveer dezelfde leges hanteren. Ik kijk even naar de wethouders - dat doen we nu eigenlijk ook al, hè? We kijken met de bouwleges en de leges voor principeverzoeken ook naar andere gemeentes. We willen als gemeente Kerkrade proberen daar niet te veel van af te wijken. Ik kijk even naar de voorzitter. Ik geef graag het woord aan de volgende vraagsteller. Dank u wel. U gaf aan dat het moeilijk is om het hele plan in Kerkrade te verspreiden. En wat voor een straat kan gelden, kan ook voor een wijk gelden, werd gezegd. Maar ik dacht altijd - ik kan het ook verkeerd hebben - dat de Omgevingswet er komt om het makkelijker te maken voor een stad of een gebied. Kunt u een voorbeeld geven van wat dan zo moeilijk is? Het klopt wat u zegt. De bedoeling van de Omgevingswet is dat het allemaal wat eenvoudiger wordt. Vooral ook digitaal, zodat je direct kunt zien wat er wel en niet kan. Ambtelijk betekent dat voor ons dat je je huiswerk heel goed op orde moet hebben. Digitaal zie je slechts een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Daarachter moet je heel veel dingen goed regelen. Wat mijn collega ook noemde: we willen als gemeente zoveel mogelijk maatwerk bieden. We willen ook allerlei ontwikkelingen mogelijk maken, maar we willen bepaalde kwaliteiten ook in stand houden en beschermen.

Dus we krijgen met de nieuwe Omgevingswet veel meer mogelijkheden dan nu met het bestemmingsplan om maatwerk te bieden. En dat maakt het heel complex. Als we dingen algemeen kunnen regelen voor heel Kerkrade, willen we dat ook gewoon netjes doen. Omdat de huidige bestemmingsplannen vaak al wat ouder zijn - het bestemmingsplan voor Kerkrade-Noord is uit 2010 - en sommige bestemmingsplannen recenter zijn - zoals dat voor Rolduckerveld - is het nu zo dat er toch wat verschillen zitten in de regels. Zo krijg je een beetje rechtsongelijkheid en dat willen we juist niet. Dus we willen net als met het omgevingsplan continu blijven actualiseren, zodat algemene regels zoveel mogelijk hetzelfde zijn in heel Kerkrade. Alleen in bijzondere gevallen maken we aparte regels, bijvoorbeeld omdat we een bepaalde kwaliteit willen beschermen. En dat kan per straat of per pand of per perceel verschillen. Ik kijk even naar de tweede rij, daar waren ook nog wat vragen. En daarna ga ik terug naar de eerste rij. Dank u wel. Ik heb een vraag. Het is natuurlijk een hele omslag, ook voor de burgers. Wij weten hier dadelijk al heel veel van. We hebben burgers die daarin geïnteresseerd zijn, die daarmee bezig zijn. Maar er zijn ook burgers, die er niet zoveel mee bezig zijn. Hoe wordt dat dan gecommuniceerd? Want als ik niet op de computer kijk, of ik weet dat niet, dan wordt dat wel lastig.

Dat is mijn vraag. Dank u. Ja, dat is inderdaad vooral met het Digitaal Stelsel Omgevingswet, er wordt op ingezet zoveel mogelijk vergunningen daar binnen te krijgen. Maar het blijft voor mensen die op papier werken nog altijd een optie om op die manier een vergunningaanvraag in te dienen. Dus is niet zo dat er louter het digitale stelsel is. Het blijft een optie om fysiek een aanvraag te doen. Er kan natuurlijk altijd een afspraak worden gemaakt. Als het te complex is en dat gebeurt nu ook vaak in de praktijk, kan er gewoon een afspraak worden gemaakt met de vak balie milieu en bouwen. We proberen mensen daar ook gewoon bij te helpen. Dat is de praktijk en daar zal weinig aan veranderen, verwacht ik. En ja, we moeten er inderdaad rekening mee houden dat niet iedereen digitaal onderlegd is. Dat is wel een manco van de Omgevingswet, omdat alles wordt gedigitaliseerd. En wat u net terecht aangeeft, vergeet niet de mensen die niet zo goed digitaal zijn onderlegd. Dank u. Ik wil het nog even aanvullen. Wordt het ook nog landelijk gecommuniceerd, via televisie of radio, dat er een Omgevingswet komt en hoe dat eruit ziet? Want ik kan me voorstellen dat het voor heel veel mensen nieuw is. Dank. Dat heeft ook weer te maken met de inwerkingtreding van de wet.

Zodra daar echt duidelijkheid over is, komt de VNG met een landelijke campagne, dan gaan ze breed communiceren over de Omgevingswet. Wat dat precies inhoudt is voor ons ook nog niet duidelijk, maar er komt wel een landelijke campagne over de Omgevingswet. En misschien dat er in het nieuws iets over wordt gezegd. Er is sowieso de website aandeslagmetdeomgevingswet.nl. Daar wordt van alles gedeeld en daar kunnen we als gemeente Kerkrade natuurlijk gebruik van maken. Eerst nog even de heer Struver en dan schakel ik weer over naar BB. Dank u wel. Ik heb nog een vraag, aan het einde van de presentatie had u het over de actualiseringsplicht en dat die gaat wegvallen. Mijn vraag is: valt die actualiseringsplicht alleen maar weg in de voorbereiding naar de Omgevingswet of blijft die voor altijd weg? Want u noemde ook dat het wegvallen van de actualiseringsplicht kan leiden tot meer up-to-date bestemmingsplannen. Maar als de actualiseringsplicht wegvalt, is er dan niet een enorm risico dat die plannen juist meer verouderen omdat er geen plicht meer is om te vernieuwen? Daar zit wat in. Maar dat is wel het hele idee van die beleidscyclus, dat gemeenten hun beleid plus hun plannen actueel gaan houden. En dus niet meer gaan wachten op die tien jaar en dan pas een stap maken om te actualiseren. Dat is de gedachte van de wet.

Ter aanvulling: in de nieuwe wet is ook opgenomen, dat zodra een omgevingsvergunning wordt afgegeven die afwijkt van het bestemmingsplan of van het tijdelijke omgevingsplan, je als gemeente wordt verplicht om het binnen vijf jaar in je omgevingsplan op te nemen. Dat is de enige actualiseringsplicht. In de praktijk zal het toch niet gebeuren, denk ik. Ik verwacht dat we in de praktijk om het half jaar alle vergunningen verzamelen en dan in één keer alles herzien. Dus ik denk dat we één of twee keer per jaar een herziening krijgen van het omgevingsplan. Ik kijk even naar de tweede rij. Burgerbelangen. Mijn vraag is eigenlijk net beantwoord. Bedankt de heer Struver, voor het stellen van die vraag. Daarop voortbordurend,

als actualisaties plaatsvinden, komt dat dan ook in de commissies terecht of gaat dat naar de raad toe? Hoe kunnen we dat inzichtelijk krijgen? Dat hangt van het soort plan af. Door de raad is in 2021 een delegatiebesluit genomen waarin is opgenomen voor welke onderdelen we bij het actualiseren van het omgevingsplan terug moeten naar de raad. Is het meer uitvoerend van aard, dan doet het college dat. Daar zijn we vrij ver in gegaan. Formeel hoeft het in elk geval niet terug te komen naar de commissie of naar de raad. Maar ik denk dat het goed is om jullie regelmatig te informeren over hoe vaak er gebruik van wordt gemaakt. En zodra het echt om spannende dingen gaat, dan komt het altijd terug in de raad. Ik kijk even verder. Ja? Dank u wel. Daan gaf in het begin aan dat de burgerparticipatie na de implementatie van de Omgevingswet beter wordt. Maar ik heb gemist op welke manier die dan beter wordt. Kun je dat toelichten? Misschien loop ik vooruit op die sessie die in april komt. Maar op welke manier wordt de participatie beter? In principe wordt er nu bij een omgevingsvergunning helemaal niet naar participatie gekeken. Dat is compleet afhankelijk van de initiatiefnemer zelf en straks wordt dat echt gestimuleerd. Als iemand een vergunning aanvraagt, moet hij ook aangeven of hij wel of niet gebruik heeft gemaakt van burgerparticipatie.

Dat kan het antwoord zijn: ik heb geen gebruik gemaakt van participatie. Maar dan moet hij wel motiveren waarom niet. Dus dat is een groot verschil. En bij de omgevingsvisie en het omgevingsplan en een programma is de gemeente ook verplicht om participatie toe te passen. Dat was eerder niet zo. Dank. Ik kijk verder. Ja? Er kwam net naar voren dat alles digitaal wordt. Op zich is dat fantastisch. Maar we gaan er daarbij steeds van uit dat mensen visueel zijn ingericht. Er zijn ook mensen die problemen hebben met visuele verwerking. Ik wil vragen om de informatie ook auditief op te nemen. Ik weet niet of dat per gemeente gebeuren kan, maar mensen kunnen vaak beter luisteren dan lezen. Ik denk dat het zowel auditief als visueel aangeboden zou moeten kunnen worden. Ja, dat zullen we meenemen. Daar moeten we heel eerlijk over zijn: daar hebben we inderdaad helemaal niet bij stilgestaan, maar het is een hele terechte opmerking. In het kader van inclusiviteit moeten we dat ook gewoon doen, denk ik. Dus dat moeten we inderdaad meenemen. Dank je wel. De volgende vraag. Dank u wel. Cultuurverandering en verandering van werkwijze, zowel ambtelijk en bestuurlijk. Is het te verwachten dat de functies zullen veranderen? Want ik verwacht dat daar de schoen gaat wringen. Ik verwacht dat er in ieder geval op korte termijn niet zoveel zal gaan veranderen.

Maar misschien op een langere termijn wel. Als ik kijk naar de functies - wonen, bedrijventerrein, agrarisch gebied, buitengebied, groen, infrastructuur, centrumgebied - zal daar in hoofdlijnen niet veel aan veranderen. Het is vooral, wat ik net al noemde, dat maatwerk, daar waar je net wat anders wil. Mijn verwachting is dat er niet zoveel aan gaat veranderen. Ik kijk even rond. Zijn er nog vragen over deze presentatie? Nog een opmerking: jullie krijgen dit nu te horen. Jullie hebben volgens mij ook pas vrij laat de stukken gekregen van de griffie. Lees het door, mochten jullie nog vragen hebben, dan kunnen jullie altijd contact met ons opnemen. Dat gaat via de griffie en dan kunnen we kijken hoe we dat netjes kunnen beantwoorden. En we hebben natuurlijk de raadswerk groep waar ook van alles aan de orde kan worden gesteld. De heer Struver heeft nog een vraag. Ja, ik heb nog een laatste vraag. U had het over de legesverordening en dat we die nog op onze agenda hebben. Ik weet dat er bij de vorige raadswerk groep over is gesproken dat gemeente Maastricht al een legesverordening klaar heeft liggen. Dat was in oktober vorig jaar. In hoeverre hebben we die legesverordening al kunnen gebruiken voor een basisversie, zodat we in elk geval iets hebben klaarliggen voor het geval het toch doorgaat in juli? Terechte opmerking.

Sommige gemeentes, zoals Maastricht, hebben inderdaad een legesverordening, dus daar zullen we ook gebruik van maken. Het gaat dan alleen meer om een wetstechnische wijziging van de verordening, zodat de terminologie van de Omgevingswet gebruikt wordt en hij voldoet aan de wettelijke grondslagen. Maar de hoogte van de leges, ik weet niet of dat op zo'n korte termijn kan gebeuren. Dat komt later. Mevrouw? Nog één vraag. Er komt voor Limburg één omgevingsplan. Het wordt allemaal bij elkaar getrokken, in Parkstad bijvoorbeeld. Maar hoe gaat het dan met de eigenheid van de stad? Ik kan me voorstellen dat Kerkrade een andere eigenheid heeft dan bijvoorbeeld Heerlen. Hoe kun je dat dan met elkaar onder één hoedje krijgen? Wordt er een bepaalde formule op losgelaten? Op welke manier gaat dat gebeuren? Of ben je de eigenheid kwijt? Dat kan natuurlijk ook. Nee, die ben je zeker niet kwijt. Het regionale afstemmingskader is een kader op Parkstadniveau. Daarin worden geen inhoudelijke keuzes gemaakt, dat is meer een toekomstperspectief voor Parkstad. Uiteindelijk worden bij de omgevingsvisies van elke afzonderlijke gemeente de keuzes gemaakt. Dus die vrijheid is er nog altijd en dat verandert ook niet. Mochten er nog vragen komen, ook naar aanleiding van de onderliggende documenten, dan kunnen jullie die nog steeds schriftelijk stellen. Ik sluit deze ronde af.

Ik stel voor vijf minuten te pauzeren en dan gaan we verder met de tweede presentatie, die in het teken staat van het proces. Beste mensen, de vijf minuten zijn ruimstreeks verstreken en ik verzoek iedereen om plaats te nemen. Dan kunnen we snel van start met de tweede ronde over de omgevingsvisie en het proces. Mag ik de laatste heren ook verzoeken plaats te nemen? Voor deze ronde zijn twee externe adviseurs aanwezig. Zij geven een toelichting op de visie, die nog uiteraard tot stand moet komen. Ik verzoek jullie je even voor te stellen. Froukje van de Klundert, ik ben senior ontwerper bij PosadMaxwan. Ik heb zo ook een slide over het

bureau, dan zal ik er wat meer over vertellen. Nik Baerten van het andere bureau dat deelneemt aan deze opdracht. Ik geef zo ook wat meer uitleg. Gaan we gewoon van start? We hebben korte presentatie en niet enorm veel slides over ons, hoe we naar de omgevingsvisie kijken en ook het proces. U bent van harte uitgenodigd om gaandeweg vragen te stellen die er vast zullen zijn, zeker over dat proces. We gaan alle stappen langs die we binnen deze opdracht willen gaan ondernemen. Voel u vrij een hand op te steken. Mag ik even interrumperen? Ik hoop toch niet dat dit de visie wordt van Kerkrade? Haha. In aanbouw, stad in aanbouw... Wij zijn PosadMaxwan, een stedenbouwkundig bureau

3 Planproces Omgevingsvisie Spreekstoel

gevestigd in Den Haag. Wij focussen ons op woonomgevingen en stedelijke omgevingen, dus we zijn minder op landschap gericht en meer op waar mensen wonen. We kijken altijd naar hoe we die plekken veerkrachtig en zorgzaam kunnen maken. We denken vanuit gezondheid, maar het moet natuurlijk ook aantrekkelijk zijn. Dit beeld is altijd leuk om te laten zien. Het is een toekomstbeeld voor Rotterdam Centraal, voor wie het niet herkend heeft. Het geeft weer wat mogelijk is in de toekomst, als je het verkeer wegdenkt. PosadMaxwan wordt bijgestaan in deze opdracht door Pantopicon. Dat is een studio voor toekomstverkenning en ontwerp. Gevestigd in Antwerpen, maar vaak actief in deze regio. Onze taak in deze opdracht is vooral ervoor te zorgen dat er voldoende impuls is om niet alleen na te denken over de omgevingsvisie ten aanzien van huidige uitdagingen, maar ook voor uitdagingen in de toekomst. Wij brengen een stukje toekomstverkenning in dit traject. En we houden ons ook bezig met de burgerparticipatie. Een beladen woord, waarover je zo meer zult horen. In de verschillende stappen zie je hoe we dat invulling gaan geven. Je ziet mij links, samen met mijn collega's Stefano en Jos. Wij zijn verantwoordelijk voor het ontwerpdeel en de visualisaties binnen de omgevingsvisie en ik ben projectleider. Dan Nik inderdaad, met Virginia die hierachter zit, voor het participatieproces.

We hebben ook Arcadis betrokken, in een wat kleinere rol daarom zijn zij er vandaag ook niet. Maar zij leveren inhoudelijke expertise waar dat nodig is. We hebben een aantal stappen ingebouwd in het proces die meer vanuit de MER-procedure komen. We gaan ervan uit dat de gemeente niet MER-plichtig is voor deze visie, maar het helpt wel om dat soort processtappen mee te nemen om keuzes te kunnen maken. Vandaar dat we hen er ook bij betrekken. Er zijn een aantal lessen uit omgevingsvisies die we ook hebben meegegeven aan onze opdrachtgevers. Als je een omgevingsvisie maakt, is dat vaak best abstract. Bij andere gemeentes zie je vaak een kaart met wat vlekken en pijlen. Dat is dan de visie. Dat is natuurlijk abstract voor mensen binnen de gemeente, de inwoners en de ondernemers, maar ook voor de mensen die ermee aan de slag moeten. Want dan sta je ergens op zo'n plek, in zo'n vlek of langs zo'n pijl, en dan weet je vaak nog steeds niet wat je moet doen. Wij hebben gemerkt dat het helpt om in die omgevingsvisie al een stap te maken naar een iets kleinere schaal, naar gebieden toe. Zodat je op gebiedsniveau gaat beschrijven wat de verschillende ingrepen zijn. En dat zijn dan gebieden op functieniveau, dus werkgebieden en woongebieden. Die zijn natuurlijk sowieso wat meer herkenbaar voor iedereen. Het is je directe woon- of werkomgeving.

Maar je kan met dit soort verbeeldingen, of meer in 3D-vorm, echt laten zien wat die vlekken en pijlen op de kaart voor gevolgen hebben op straat. Wat zijn de ruimtelijke ingrepen die daar mogelijk bij gaan horen? Kunt u mij een definitie geven van het woord omgevingsvisie? Een hele goede vraag. Wat Daan en Erik net al zeiden, het vervangt de structuurvisie en omvat het meer strategische beleid van de gemeente. Alleen, die was heel erg alleen vanuit de ruimte ingestoken en ook heel vaak erg vanuit de stedenbouw. Het ging niet per se over mobiliteit en dat soort dingen. Vanuit de Omgevingswet wordt gevraagd om vanuit alle domeinen een visie te maken die dus integraal is én - en dat is nog bijzonderder- ook het sociale domein omvat. Dus het is niet alleen maar het ruimtelijke, dat is die boom die Erik net heel mooi liet zien. Er zijn ook dingen die je wil doen, maar waarbij je niet met ruimtelijke ingrepen aan de slag kan. Daar zitten vaak meer de sociale programma's onder. Het is een lange uitleg, maar het is dus de toekomstvisie van het ruimtelijk beleid op de wat langere termijn voor de hele gemeente. Het is nog daarmee dus wel nog steeds een wat abstractere visie. Er worden later weer losse gebiedsvisies gemaakt die wat verder inzoomen, maar deze moet het overkoepelende beleid bundelen. Ik gaf het net al een beetje aan, ik liet het ook zien met dat vorige beeld.

Als je door de schalen heen werkt, kun je wat concreter worden en laten zien wat bepaalde ingrepen betekenen op straat. Dit beeld hebben we gemaakt voor de omgevingsvisie Rotterdam. Ik hoop dat het goed te zien is voor iedereen. We hebben toen een aantal thema's gekozen, dit was de gezonde stad. En met zo'n beeld kun je goed laten zien wat het betekent als we een gezonde stad worden. Wat voor soort veranderingen gaan we zien op straat? Wat hoort daarbij? We maken het echt visueel en daarmee ook wat tastbaarder. Zo wordt het ook voor bewoners in de participatieonderdelen makkelijker om mee te denken. Is het iets dat ze

willen en hebben ze er misschien nog meer ideeën over? Dat helpt. Nik kan dit nog goed aanvullen, maar participatie is echt iets dat we graag coöperatief zien. We zijn tot nu toe gewend, als er al participatie is, dat het een inloopavond is. Dan wordt er wat gepresenteerd en daar mag je dan wat vragen over stellen. Maar eigenlijk zouden we graag zien dat we in elke fase mensen erbij betrekken en ook samen met hen een aantal stappen van die omgevingsvisie gaan maken. Zodat ze zich echt eigenaar voelen en actief worden. We zullen dat ook laten zien in de verschillende fases. We mikken er in ieder geval op om iedereen de kans te geven een bijdrage te leveren. Net is al opgemerkt dat niet iedereen even geïnteresseerd is in dit soort instrumenten of in dit soort invullingen. We willen mensen in ieder geval de kans geven om aan te sluiten en zowel digitaal als via persoonlijke ontmoeting een bijdrage te leveren. We zullen op onderdelen van het participatieve proces ook gaan werken met een wat selectiever groep, geselecteerd op basis van representativiteit of meer thematisch: welke mensen hebben kennis van zaken op bepaalde vlakken? Daarover zo meer. Zoals het hier al staat: strategische keuzes maken vraagt tijd. En ook in een omgevingsvisie wil je soms een testfase hebben. Dat hebben we ook in het proces aangeboden, daar komen we zo nog op terug.

Bij een aantal belangrijke opgaven die spelen in de gemeente willen we eigenlijk die opgaven even los verkennen. Want het is best lastig bij dat integraal werken als je continu over alles moet nadenken. Dan bepalen we even een aantal opgaven los en maken vervolgens de stap om die met elkaar te confronteren en te kijken of we er ook een oplossing voor vinden als we het samenbrengen. Dat is dus een testfase. Wat zouden we graag willen voor deze bepaalde opgave en past dat dan ook met de oplossingen die we voor die andere opgave zien? Ik zei het al: een omgevingsvisie is een integraal document dat kijkt naar de toekomst. Het is dus echt de stip op de horizon. Ik zei ook al een paar keer dat het vrij abstract kan zijn, maar ook vrij complex, omdat het dus over álles gaat in de gemeente. Net voor de kerstvakantie hadden we hier een themasessie, goed georganiseerd door de collega's, waar we een hele dag zijn geïnformeerd. En ik heb volgens mij wel acht kantjes vol getypt met informatie. Dat moeten wij dus allemaal weten om een visie te kunnen maken. Er komt veel bij kijken. We moeten dat straks ook weer overbrengen aan de mensen. Wij vinden het belangrijk om dat te doen in een verhalende vorm.

Daarmee kun je echt een redeneerlijn neerzetten: dit is het probleem, zo willen we het aanvliegen, dat betekent dít op straat en dit kunt u verwachten, met misschien zelfs een tijdlijn daarbij. Bij tastbare verhalen horen ook verhalende producten. Dus bijvoorbeeld door, zoals bij het beeld bovenin, te laten zien hoe een straat kan veranderen. Maar ook misschien in een soort stripvorm, zoals in we in de brochure onderin hebben gedaan. Het proces. Dit is een overzicht van de totale planning. U hoeft niet alles helemaal te begrijpen, maar de kleuren bovenin zijn de verschillende fases. We hebben de opstartfase net gehad. Morgen is nog een kleine afronding, want dan hebben we het tweede deel van de excursie, waarin we tot nu toe dus vooral gevoed zijn door de ambtenaren om ons bij te spijkeren. De spoedcursus Kerkrade hebben we bijna afgerond. En wij zijn ondertussen ook al begonnen met de gele fase, dat noemen we de nulmeting waarin we alles wat we weten en horen proberen te vatten in het eerste product: een gebiedsbiografie. Daar kom ik zo op terug. Daarna gaan we aan de slag met het maken van de toekomstbeelden langs die meest belangrijke opgaven. Als we die gaan confronteren met elkaar, wordt dat de conceptvisie. Dat is dus de vierde stap. En vanuit die conceptvisie gaan we natuurlijk naar de definitieve visie.

Die moet er begin 2024 zijn en gaat dan het vaststellingsproces in. U ziet hieronder - het zijn kleine lettertjes, ik hoop dat u het ook op het scherm heeft - bij de kolom werksessies op de onderste regel de raadswerk groep. Dus u ziet dat u zelf gedurende het proces ook een aantal keer wordt geïnformeerd en bijgepraat. En dat de producten die gaandeweg gemaakt worden ook gedeeld worden. We gaan het stappenplan wat uitgebreider langs, met wat daar dan onder valt. Ik kan me voorstellen dat hier vragen over zijn, omdat het wat praktischer wordt. Wat gaan we doen? Als er vragen zijn, ga uw gang. De eerste fase is de makkelijkste. Gewoon opstarten, kennismaken met elkaar. We zijn op excursie geweest, morgen is dus deel twee. En we hebben een hele thematische sessie gehad. We zijn al klein beetje begonnen en gaan nu echt op stoom met die nulmeting. Die doen we meteen op de schaal van dat gebied. Ik zei al: we kijken natuurlijk naar de hele gemeente, maar we willen ook juist heel erg die gebieden op zich een plek geven. En dat doen we in deze fase door gebieds biografieën te maken. In een gebiedsbiografie proberen we het verleden, het heden en de toekomst van een gebied te duiden. We kijken dan naar de functionele gebieden. Dus we hebben centrumgebieden, woongebieden, werkgebieden, het buitengebied en de regio, dus de iets groter schaal.

Hierin willen we de verschillende kansen en knelpunten duiden. Maar ook begrijpen hoe deze gebieden zijn ontstaan tot wat ze nu zijn. Wat zijn de kansen en knelpunten die er nu spelen? En dat is dan integraal over alle thema's, we maken een top-vijf of top-zes. We geven ook aan waar al aan wordt gewerkt. Wat is al gaande in de gemeente om de opgaven die spelen aan te vliegen? Voor ons is dat de nulmeting en de kennisbasis van waaruit we verder gaan werken. Daar hoort ook participatie bij. Ook dat participatieve onderdeel van het proces wordt momenteel in de steigers gezet. Je hoorde net al van Erik en Daan dat de gemeente zelf ook een visie op participatie heeft ontwikkeld en die momenteel aan het vaststellen is. We zijn druk doende met die werkgroep af te stemmen, zodat dit een eerste case-study kan zijn van hoe je dat zou

kunnen doen. We proberen zo goed mogelijk het participatieve traject dat we voorzien hadden voor dit project af te stemmen op de manier waarop de gemeente dat graag ziet gebeuren. Ik gaf al aan: in deze eerste fase, die nulmeting, willen we zoveel mogelijk mensen de kans geven om input te geven aan ons als ontwerpteam, om daar later ook op terug te kunnen komen zodat ze mee kunnen groeien in het wordingsproces van die visie. Het was een terechte opmerking, dat niet iedereen heel erg online bezig is of zich geroepen voelt om via een digitale weg deel te nemen. Dat is ook niet voor iedereen mogelijk. Daarom proberen we dat proces zoveel mogelijk te spreiden. Er zullen ook traditionele media, zowel gedrukt als ook fysieke ontmoetingen gebruikt worden. We willen in ieder geval zoveel mogelijk mensen de kans geven om in een eerste bevraging omgevingsgerelateerde thema's die zij belangrijk vinden aan ons mee te geven, zodat we een gevoel krijgen van wat er vandaag leeft en wat mensen hopen of vrezen in de toekomst. Wat houdt hen bezig? Wat zijn de dromen en nachtmerries die spelen? Zodat we die kunnen meenemen in de voorbeelden voor oplossingen of voor manieren waarop we die denken door te vertalen. Dat wat betreft de bevraging. Die bevraging wordt uiteraard niet zomaar de wereld ingestuurd.

Er wordt samen met de communicatiedienst van de gemeente naar gekeken, zodat het taalgebruik en de timing goed afgestemd worden. Maar los van die communicatie en die online bevraging, gaan we ook het gebied intrekken. We hebben dat gebiedssafari genoemd. Dat doen we met een groep mensen, een aantal frisdenkers uit de gemeente zelf, maar ook mensen met kennis van zaken van bepaalde gebieden uit de verschillende geledingen. Dat kunnen ondernemers zijn, of mensen uit het culturele of het verenigingsleven, die lijst wordt momenteel samen met de ambtenaren en betrokken mensen uit de werkgroepen gemaakt. We gaan met hen op tocht, ook om mensen te ontmoeten in hun werk en het gesprek persoonlijk aan te gaan. Op die manier kan iedereen ook een stuk wederzijds begrip creëren voor wat er leeft, wat mensen belangrijk vinden, maar ook misschien voor thema's die aan hen voorbijgaan. Dat is wat in die laatste stap, die toekomstduik, vooral heel belangrijk gaat zijn. Dat is heel erg belangrijk, aangezien die visie een stip op de horizon is. Die horizon ligt x-aantal jaar verder, er moet ook een bepaalde houdbaarheidsdatum op die visie zitten. We willen zorgen dat mensen worden geprikkeld om over uitdagingen na te denken die op termijn zouden kunnen spelen. Bijvoorbeeld de hele energietransitie die momenteel speelt, gaat impact hebben op de ruimtelijke invulling in de gemeente.

Dat is misschien niet iets waar iedereen mee bezig is, maar we moeten het wel meenemen in het verhaal. Ik zie al een hand de lucht in gaan. Ja, dank u. Ik heb een vraag over die lijst. U zegt: die lijst wordt samengesteld door de gemeente of ambtenaren. Dat lijkt me dan een vrij beperkte kring, die betrokken wordt in de visie. Nee, dat is niet voor het hele traject. Dat is alleen voor die gebiedssafari. We gaan met een aantal mensen de buurten in. Het zal aangekondigd worden op welk ogenblik we waar gaan zijn. We kunnen natuurlijk moeilijk met z'n tweeën dat gesprek aangaan. En we vinden het ook belangrijk dat verschillende perspectieven aan bod komen. Ja, precies, dat bedoel ik dus. Dat niet een ambtenaar een lijstje maakt van mensen die hij kent. Maar jullie gaan dat bekend maken en dan komt er een groep mensen die zich daarvoor vrijwillig aanmeldt? Er zal wel een selectie worden gemaakt, zodat er een goede spreiding is. We zeggen dus niet zomaar dat iedereen kan zich aanmelden om mee te gaan. Iedereen kan zich aanmelden om met ons in gesprek te gaan, maar degenen die meegaan, die lijst, die zal wel samengesteld worden. Dat snap ik. Dank je wel. Ik snap helemaal wat u zegt. Maar ik denk dat de uitdaging is om vooral ook de mensen mee te krijgen die niet per definitie uit zichzelf naar voren stappen.

De mensen die wel een mening hebben maar die niet zo makkelijk voor het voetlicht brengen. Ik denk dat dat nog een mooie uitdaging wordt. Zeker. Dat raakt ook aan wat mijn collega zegt. En er zijn natuurlijk ook vanuit de Rijksoverheid bepaalde spelregels waar je je aan te houden hebt. Het moet heel duidelijk zijn, waar bepaalde grenzen liggen en dat bepaalde dingen moeten. De energietransitie is er een waar je iets mee moet. Maar natuurlijk ook de brief die we in november van minister Harbers hebben gezien over het beginsel 'water en bodem sturend'. Je kunt wel denken: ik leg het naast me neer. Maar is wel richtinggevend. In de inventarisatiefase hoorde dat ook bij de informatie die we gekregen hebben. We hebben ook expliciet gevraagd: wat zijn thema's waar sowieso wat over gezegd moet worden? En welke richtingen zijn daar al in gekozen en welke liggen nog open? Zodat we dat op de juiste manier kunnen meenemen in het proces. Om terug te komen op het eerste deel van uw vraag: hoe betrekken we de mensen die niet uit zichzelf komen? Dat blijft inderdaad een uitdaging. Ik kan niemand ernaartoe slepen en zeggen: u moet hier wat van vinden. Dat willen we ook niet doen. De kans bieden wél.

En we hebben ook de afspraak gemaakt met de mensen van de participatiewerkgroep, dat we via de contacten die zij hebben bij de diverse verenigingen maar ook bij de wijkverantwoordelijken et cetera, die weten wat waar speelt, zicht houden op wie we erbij kunnen betrekken, zodat er niet te veel blinde vlekken in dat proces komen. Je hebt ook apps als Nextdoor. Is het misschien een idee om een soort participatie-app te maken? Dan wordt het voor iedereen toegankelijk. Je kunt dat vanuit je stoel doen, vanuit een veilige situatie. Zo voorkom je dat alleen de usual suspects hun stem laten horen. Ik ben blij dat u het noemt, want dat was ik vergeten zeggen. De participatiewerkgroep is op dit ogenblik bezig met het bepalen van welke digitale omgeving de gemeente zou willen gebruiken. Niet alleen in dit traject, maar voor het geheel van de

participatieaanpak van de gemeente. Op dit ogenblik loopt er een procedure om daar een keuze in te maken. Daarom hebben wij ook voorgesteld om die online bevraging nog een beetje rek te geven in de tijd, zodat we meteen van de juiste omgeving gebruik kunnen maken als we daarmee aan de slag gaan. Dus dat is iets waar momenteel naar wordt gekeken door de betrokken ambtenaren. De laatste stap is de toekomstduik. Daarin worden vooral gesprekken aangegaan over thema's die naar de toekomst toe ter sprake moeten worden gebracht, om ervoor te waken dat de omgevingsvisie te veel zou gaan over wat mensen vandaag vinden van Kerkrade en de omgeving, en hoe de invulling nu is. Anders krijg je heel snel een zwart-wit verhaal, over het omturnen van de bestaande situatie. Maar er moet natuurlijk een richting aan gegeven worden. Dat betekent dat de uitdagingen en ook de kansen die de toekomst brengt, een plek krijgen in de discussie. We hebben een apart moment gereserveerd voor die toekomstduik. En we willen daar ook apart moment specifiek voor jongeren bij reserveren, als specifieke doelgroep. De lange termijn zal er vooral voor hen zijn. We denken ook dat zij beter tot hun recht komen als ze in een eigen groep betrokken worden, in plaats van tussen de andere deelnemers. Dus daar gaat specifieke aandacht naar uit. Dat was de nulmeting en de meer analytische fase.

We verwachten dat we aan het einde van die fase een goed beeld hebben van wat de belangrijkste of meest essentiële of moeilijkste onderwerpen of opgave zijn waar Kerkrade voor staat. Dan gaan we met de toekomstbeelden aan de slag. Ik zei al: dan laten we de andere thema's even voor wat ze zijn en focussen we ons sec op die vragen, om voor iedere opgave op zich een toekomstbeeld te creëren. Hoe zouden we daarmee om willen gaan? Daar komen een aantal verhaallijnen uit en die willen we vertellen vanuit de bewoner. Dat is ook weer een beetje spelen met die schaalniveaus. Dus niet die abstracte kaart met pijlen erop maar juist een verhaal vanuit een bewoner die vertelt over hoe een bepaalde opgave is aangevlogen en waarom. Dat willen we natuurlijk wederom presenteren in de stad. Daar kan Nik meer over vertellen. Ja, presenteren en zoals wij dat noemen ook cocreëren. Dus ook mede vormgeven aan die beelden. Daarbij zijn twee dingen belangrijk. We gaan mensen niet vragen om vanaf een wit blad met enkel de kennis die zij hebben als bewoner daar invulling aan te geven. Er zijn genoeg voorbeelden van hoe men elders met de problematieken omgaat die men aanhaalt of met de kansen die men ziet. We willen in ieder geval die kennis overdragen, maar hen de puzzel voor een stukje ook mee laten leggen.

We zeggen dan: kijk, de manier waarop men dat gedaan heeft in Enschede of in Barcelona, of in Antwerpen, het maakt niet uit waar, vinden we boeiend. We zeggen niet dat het hier zo moet, maar dat spreekt ons wel aan. Als we dat combineren met de oplossing op andere thema's, dan rijzen er uit die pap bepaalde toekomstbeelden naar boven. Die zullen als verder discussie-instrument worden ingezet en ook leidend zijn in de verdere uitwerking van de visie. Er zullen ook meer traditionele presentatiemomenten zijn voor degenen die niet zo actief erbij betrokken willen zijn, om meer in dialoog te kunnen gaan over de uiteindelijk gecreëerde beelden. Hier staat het zinnetje: effecten in beeld brengen middels botsproeven tussen de verhalen. Dat is zo'n moment waarop Arcadis aan bod komt om ons te helpen om die botsproeven te doen. Daarin combineren we de verschillende verhaallijnen van de verschillende opgave met elkaar. Om te zien: gaat dat goed samen of juist niet? En waar het niet goed gaat, kunnen we dat nog mitigeren? Dat is een methode die zij vaak toepassen binnen MER-procedures, dus daar gaan ze ons bij helpen. Dat helpt ons natuurlijk om vanuit die losstaande verhalen - we kiezen er bewust voor om het eerst even los te zien - een eerste integrale stap te maken. En die leidt dan dus naar de conceptomgevingsvisie.

Dan trekken we de verhaallijnen bij elkaar en halen we ook weer alle andere thema's erbij. Dan komt ook de schaal van de gemeente weer aan de orde, om echt een kaartbeeld te maken waarin we voor het eerst al die ruimtelijke keuzes met elkaar op kaart gaan zetten. En misschien soms laten conflicteren, maar ook gewoon om te zien we waar we naartoe aan het werken zijn. Het is dus nog een conceptomgevingsvisie, want er komt misschien wel uit dat we bepaalde onderwerpen nog wat willen verdiepen of verder willen uitzoeken. Ook hier zal Aarcadis weer helpen om effecten te bepalen. Als dit onze visie is, welke effecten kunnen we dan verwachten? Zijn die problematisch of niet? Dat is dus heel erg kwalitatief en vergt expert-judgement. Voor een normale MER doe je dat heel diepgaand en veel meer kwantitatief, maar het geeft toch al een goed inzicht in wat we kunnen verwachten. Vinden we dat erg? Gaan we daar nog iets mee doen, in het proces naar de definitieve visie toe? Dit was het concept. Participatie is nooit een blauwdruk. Afhankelijk van de mensen, hoe je de mensen tegenkomt en hoe zij zich tijdens het proces meer of minder betrokken voelen, en zich op hun plek voelen, moet je het proces aanpassen. Vandaar dat de verdere stappen in het proces nog in iets grovere lijnen zijn geschetst.

In ieder geval willen we in deze fase rond een aantal van de meest mobiliserende vragen een stukje eigenaarschap proberen te kweken bij de mensen. Voor die dingen die zij misschien in het begin van het traject hebben aangegeven, of waarvan ze het gevoel hebben dat ze er wat mee willen, nu ze het beeld zien. Ze kunnen die rollen opnemen als ze er actiever bij betrokken willen zijn. En dan moet samen met de gemeente bekeken worden hoe die rol zo goed en zo evenwichtig mogelijk vormgegeven kan worden bij het verder bepalen van de programma's. Dus ze krijgen de kans om hun betrokkenheid door te trekken naar het vervolg van de omgevingsvisie. Ik zei net al: vanuit het concept en als we de effecten in beeld hebben en helemaal het gevoel hebben dat dít het moet

worden, maken we de definitieve omgevingsvisie. Dat is dus nog voor de vaststelling, maar dan zal wel het visie-onderdeel worden afgesloten met ook weer een publieksevenement. Om de mensen die betrokken waren te bedanken, maar ook om te laten zien wat het geworden is. Jullie zagen net al in de planning dat daar nog een heel vaststellingsproces achteraan komt. Dus er zullen vast nog weer puntjes op de i worden gezet, maar in principe moeten de grote keuzes op dat moment wel duidelijk en helder zijn. Dit was de laatste slide. Zijn er nog meer vragen? Als iemand actief wil deelnemen, is dat dan ook mogelijk om rond die ene persoon een groepje te vormen dat meewerkt? Stel, mensen willen zelf niet naar voren komen. Maar iemand weet dat hij ze wel kan gebruiken om bepaalde doelen te bereiken. Dan kan hij met die mensen om zich heen verder komen dan alleen. Bij de meeste van de fysieke sessies die we organiseren, zullen altijd meerdere mensen aanwezig zijn. Dat zijn geen een-op-een ontmoetingen. Tijdens de safari is er nog de mogelijkheid om eenop-een het gesprek aan te gaan. Je moet je voorstellen: als marktdag is, zullen we daar ook het gesprek aangaan met de bewoners. Is er elders een happening, dan proberen we daarbij aan te sluiten. Maar wat betreft de toekomstduik, dat zijn georganiseerde sessies die gefaciliteerd worden door ons.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=2c0e85a8-91e2-436e-95d0-dfd22ced23d7