Tarievennota definitief met rectificaties
Tekst van het document
degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat I. als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overlegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd;
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr.
23Rb095
Pag. 2
II. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel, bijlage 1.
Artikel 5 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. 3. Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken, van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt, worden opgegeven. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. 2.
3. 4.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel op de centrale computer. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr.
23Rb095
Pag. 3
Artikel 8 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdelen a en b, mag worden geparkeerd, geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel 9 Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 76,70. Artikel 10 Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening parkeerbelastingen 2023", vastgesteld 14 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening parkeerbelastingen 2024".
Bijlage 1 behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb095
pag. 1
Bijlage 1 Tarieventabel behorende bij de Verordening parkeerbelasting 2024 Behoort bij raadsbesluit van 20 december 2023.
De griffier van de gemeente Kerkrade
Tarieventabel parkeerbelasting 1
Het tarief van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt voor het parkeren bij parkeerapparatuur alsmede mobiel parkeren. Hierbij geldt dat houders van een geldige gehandicaptenparkeerkaart in combinatie met het verplicht tonen van de parkeerschijf voor de duur van maximaal 3 uur in Kerkrade kunnen parkeren, tenzij hieronder specifiek anders is aangegeven.
Locatie A • • • • • • • • •
Eerste uur gratis, vanaf tweede uur € 1,50 per uur Dagtarief € 8,-Theaterplein (plein van Beethovenstraat/Mozartstraat) * Van Beethovenstraat (tussen Niersprinkstraat en kruising Mozartstraat/J.S. Bachstraat) Poststraat Kloosterraderplein * Kloosterraderstraat (tussen Poststraat en Oranjestraat) Engerweg Kapellaan (tussen kruising Putgang/Casper Sprokelstraat en Engerweg) Parkeerdek Einderstraat * Kerkplein (naast Lambertuskerk) *
* Op deze locaties geldt achteraf betaald parkeren. Op deze locaties geldt de betalingsplicht ook voor personen in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart. Op deze locaties krijgen zij geen vrijstelling van betaling. Eerste uur gratis, vanaf tweede uur € 1,50 per uur Bij verlies van het parkeerticket dient een verloren kaart á € 15,00 worden afgerekend • •
Parkeergarage Orlando ( ingang gelegen aan de Kloosterraderstaat ) Parkeergarage VIE ( Ingang gelegen aan de Caspar Sprokelstraat ) * * na openstelling garage, verwachte openingsdatum medio 2024
Bijlage 1 behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb095
Locatie B • • • • • • • • • • • • • • • •
pag. 2
Eerste uur gratis, vanaf tweede uur € 1,-- per uur Dagtarief € 5,--
J.S. Bachstraat Europaplein * Van Beethovenstraat (tussen Mozartstraat en Schubertstraat) Prins Bernhardstraat Koninginnestraat Hoofdstraat Oranjestraat Kloosterraderstraat (tussen Oranjestraat en O.L. Vrouwestraat) Rolduckerstraat (tussen Oranjestraat en huisnummer 34) Marktstraat Pater Kreitenstraat Giessenstraat Kosterbeemden Kapellaan (tussen Stationsstraat en Putgang) Stationsstraat Deken Quodbachlaan * Op deze locatie geldt achteraf betaald parkeren. Op deze locatie geldt de betalingsplicht ook voor personen in het bezit van een gehandicaptenparkeerkaart. Op deze locaties krijgen zij geen vrijstelling van betaling.
Locatie C •
Eerste uur gratis, vanaf tweede uur € 1,-- per uur Dagtarief € 5,-Parallelweg Kerkradersteenweg (nabij GaiaZoo, tussen huisnummer 93 en huisnummer 25)
Locatie D
Enkel op zaterdagen € 0,80 per uur
• •
Plein aan Portbeemden Plein aan Torenstraat
2.
Het tarief voor een vergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt:
•
Locatie A alsmede de Belanghebbendenparkeerplaatsen op locaties Rolduckerstraat (tussen huisnummer 34 en O.L. Vrouwestraat), Thorbeckehof en Anselderlaan, de parkeervakken gesitueerd voor de huisnummers 92, 94 en 96 per maand € 14,75 per jaar € 176,65 Locaties B en C per maand € 9,75 per jaar € 116,95 Locatie D alsmede de Belanghebbendenparkeerplaatsen op locaties parkeerterrein hoek Smal Weide -Torenstraat en de parkeervakken en een deel van de parkeerstrook (tegenover parkeervakken) in de Pastoor Stevensstraat per jaar € 30,10 Parkeerjaarkaart voor in Kerkrade woonachtige houders van een gehandicaptenparkeerkaart als bestuurder. per jaar € 32,70 Mantelzorgersvignet per jaar € 32,70 Dagvergunning voor zakelijke belanghebbenden per dag € 3,65
• •
• • •
Ontwerpbesluit Nr.:
23Rb096
De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende, • dat jaarlijks de noodzakelijke tariefaanpassingen worden bezien in relatie tot de begroting; 0B
kennis genomen hebbende van, • de nota van toelichting, nr. 23Tl081, behorende bij dit besluit;
gelet op, • artikel 224 van de Gemeentewet; 1B
besluit: In te trekken de Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2023 vastgesteld d.d. 14 december 2022; II. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2024" welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanig deel uitmaakt van dit besluit; III. De datum van intrekking van de onder 1. vermelde verordening is gelijk aan de datum van inwerkingtreding van de onder 2. vermelde verordening; IV. De onder 2. vermelde verordening treedt in werking met ingang 1 januari 2024. I.
2B
3B
4B
5B
Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 20 december 2023. De voorzitter van de raad,
De griffier,
dr. T.P. Dassen-Housen.
mr. drs. D.G.M.G. Franssen.
Documentnummer: 23Rb096
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb096
Pag. 1
Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2024 gemeente Kerkrade Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1. accommodatie: hotel, pension, congrescentrum en vakantie-onderkomen; 2. vakantie-onderkomen: woning en andere verblijven, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; 3. camperplaats: een speciaal voor campers ingerichte parkeerplaats. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet Toetreding Zorgaanbieders; 2.
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 3. van personen die jonger zijn dan 6 jaar. Artikel 5 Belastinggrondslag De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het betreffende belastingtijdvak. Artikel 6 Belastingtarief Het tarief bedraagt per overnachting: 1. per persoon in een accommodatie of vakantie-onderkomen 1,95; 2. per camper op een camperplaats € 5,10. Artikel 7 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderkwartaal.
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb096
Pag. 2
Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. 2. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel 10 Aanslaggrens 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorig lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 11 Registratieplicht 1. De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd, door de burgemeester goedgekeurd, gemeentelijk nachtverblijfregister. 2. Het college van burgemeester en wethouders stelt een nachtverblijfregister kosteloos digitaal beschikbaar. 3.
De burgemeester kan nadere regels geven met betrekking tot de inrichting en het gebruik van het gemeentelijk nachtverblijfregister Artikel 12 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 13 Elektronische aangifte Het uitnodigen tot het doen van aangifte kan naast de op de in artikel 237, eerste lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze geschieden door het uitreiken, toezenden of elektronisch verzenden van een aangiftebrief waaruit blijkt de wijze van het doen van elektronische aangifte, een omschrijving van de gevraagde gegevens of bescheiden en de termijn waarbinnen aangifte moet worden gedaan. In dat geval geschiedt, in afwijking van de in artikel 237, tweede lid, van de Gemeentewet aangegeven wijze, de aangifte langs elektronische weg door het inleveren of toezenden van de gevraagde gegevens of bescheiden via de digitale voorziening ‘Digitale aangifte toeristenbelasting’ van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen.
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb096
Pag. 3
Artikel 14 Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024. Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening toeristenbelasting 2023”, vastgesteld 14 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting 2024”.
Ontwerpbesluit Nr.:
23Rb097
De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende, • dat jaarlijks de noodzakelijke tariefaanpassingen worden bezien in relatie tot de begroting; 0B
kennis genomen hebbende van, • de nota van toelichting, nr. 23Tl081, behorende bij dit besluit;
gelet op, • artikel 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet; 1B
besluit: In te trekken de verordening op de heffing en de invordering van leges 2023 vastgesteld d.d. 14 december 2022, inclusief de daarbij behorende tarieventabel. II. Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van leges 2024" inclusief de daarbij behorende tarieventabel welke als bijlagen bij dit besluit zijn toegevoegd en als zodanig deel uitmaken van dit besluit; III. De datum van intrekking van de onder 1. vermelde verordening is gelijk aan de datum van inwerkingtreding van de onder 2. vermelde verordening; IV. De onder 2. vermelde verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2024. I.
2B
3B
4B
5B
Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 20 december 2023. De voorzitter van de raad,
De griffier,
dr. T.P. Dassen-Housen.
mr. drs. D.G.M.G. Franssen.
Documentnummer: 23Rb097
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
Pag. 1
Verordening op de heffing en de invordering van leges 2024 Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; 2. jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; 3. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. 4. maand: het tijdvak dat loopt van de ne dag in de kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; 5. week: een aangesloten periode van zeven dagen. Artikel 2 Belastbaar feit 1. Onder de naam "leges" worden rechten geheven voor: a. het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; b. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst of van de Nederlandse identiteitskaart dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel 4 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: 1. beschikkingen op verzoek- en bezwaarschriften met betrekking tot plaatselijke belastingen; 2. de openbare besturen voor zover het nasporingen, stukken, inlichtingen of andere diensten, niet zijnde vergunningen, betreft, die door hen in het openbaar belang zijn gedaan/gevraagd; 3. de besturen van de stichtingen of instellingen, welke het gemeentebestuur van advies dienen, voor zover het nasporingen, stukken, inlichtingen of andere diensten betreft, die in verband met hun adviserende taak worden gevraagd. 4. het in behandeling nemen van een aanvraag tot dienstverlening voor zover deze aanvraag is gedaan door of vanwege de gemeente Kerkrade. Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven 1.
De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
Pag. 2
Artikel 7 Voorlopig gevorderde bedrag Indien de bouwkosten genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel onder titel 2 op het moment van in behandeling nemen van de aanvraag niet tot het definitieve bedrag kunnen worden vastgesteld, kan een kennisgeving van het voorlopig gevorderde bedrag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de vordering vermoedelijk zal worden vastgesteld. Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen acht dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 9 Vermindering of teruggaaf 1. Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze tarieventabel opgenomen bepaling. 2.
Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid van de Invorderingswet 1990 wordt de teruggaaf van Leges, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een vermindering van de belastingaanslag. Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: 1. van zuiver redactionele aard zijn; 2. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: a. hoofdstuk 2 (reisdocumenten); b. hoofdstuk 3 (rijbewijzen); c. onderdeel 1.4.5 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen); d. onderdeel 1.9.1 (verklaring omtrent het gedrag); e. hoofdstuk 16 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel 12 Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2024.
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
Pag. 3
Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Legesverordening 2023”, vastgesteld 14 december 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van de ingang van de heffing is 1 januari 2024. 4. Deze verordening wordt aangehaald als "Legesverordening 2024".
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
pag. 1
Bijlage 1 Tarieventabel behorende bij de Verordening Leges 2024 Behoort bij raadsbesluit van 20 december 2023.
De griffier van de gemeente Kerkrade
Tarieventabel Legesverordening 2024 Titel 1 Hst 1
Algemene dienstverlening Burgerlijke stand Huwelijksvoltrekking
1.1
Het tarief bedraagt voor
1.1.1
het voltrekken van een huwelijk, de registratie van een partnerschap of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, in het Raadhuis:
1.1.1.1
van maandag tot en met donderdag tussen 9.00 uur en 14.30 uur (uitgezonderd de tijdstippen waarop huwelijken of registraties van een partnerschap legesvrij worden voltrokken). Om in aanmerking te kunnen komen voor legesvrije huwelijksvoltrekking dient tenminste één van de echtgenoten in de gemeente Kerkrade woonachtig te zijn.
€ 214,00
1.1.1.2
op vrijdag tussen 9.00 uur en 14.30 uur
€ 277,00
1.1.1.3
op zaterdag tussen 11.00 uur en 15.30 uur.
€ 627,00
1.1.2
Het voltrekken van een huwelijk, de registratie van een partnerschap of de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, in de door het college daartoe aangewezen trouwlocaties:
1.1.2.1
van maandag tot en met donderdag tussen 9.00 uur en 14.30 uur;
€ 415,00
1.1.2.2
Op vrijdag tussen 9.00 uur en 14.30 uur;
€ 480,00
1.1.2.3
op zaterdag tussen 11.00 uur en 15.30 uur .
€ 627,00
1.1.3
Het voltrekken van een huwelijk of registratie van een partnerschap buiten het huis der gemeente ingevolge artikel 64, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek.
€ 204,00
1.1.4
Voor de omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk, als lokethandeling en zonder enig decorum, uitgezonderd de tijdstippen waarop huwelijken of registraties van een partnerschap legesvrij worden voltrokken
€ 48,70
1.1.5
Voor het voltrekken van een huwelijk of het registreren van een partnerschap, als lokethandeling en zonder enig decorum, uitgezonderd de tijdstippen waarop huwelijken of registratie van
€ 90,00
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
1.1.6
1.1.7 1.1.7.1
partnerschappen legesvrij worden voltrokken. Het tarief voor de inzet van de getuige van gemeentewege bij de voltrekking van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap bedraagt per getuige Voor de herbevestiging van de trouwbelofte gelden dezelfde tarieven als voor het sluiten van een huwelijk of de registratie van een partnerschap. Bij annulering van een huwelijk, registratie van een partnerschap of omzetting van een partnerschap in een huwelijk, binnen 10 werkdagen voor de dag van de huwelijksvoltrekking, registratie van een partnerschap of omzetting van een partnerschap in een huwelijk, worden administratiekosten in rekening gebracht ter hoogte van
pag. 2
€ 36,55
€ 63,95
Trouwboekjes 1.1.8
Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:
1.1.8.1
een trouwboekje of partnerschapboekje of een duplicaat daarvan in standaard uitvoering;
€ 37,55
1.1.8.2
een trouwboekje of partnerschapboekje of een duplicaat daarvan in luxe uitvoering
€ 53,80
Inlichtingen e.d. 1.1.9
Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:
1.1.9.1
inlichtingen uit de registers van de burgerlijke stand, per inlichting, per persoon
1.1.10
Terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.
Hst 2
Reisdocumenten
1.2
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
1.2.1
tot het verstrekken van een nationaal paspoort;
1.2.1.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is;
max. tarief minus rijksleges (1.2.6)
1.2.1.2
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
max. tarief minus rijksleges (1.2.6)
1.2.2
tot het verstrekken van een nationaal paspoort dat een groter aantal bladzijden bevat dan een nationaal paspoort als bedoeld onder 1.2.1 (zakenpaspoort):
1.2.2.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is;
max. tarief minus rijksleges (1.2.6)
1.2.2.2
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
max. tarief minus rijksleges (1.2.6)
1.2.3
tot het verstrekken van een reisdocument ten behoeve van een persoon, die op grond van de Wet betreffende de positie van
€ 12,00
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
pag. 3
Molukkers van 9 september 1976 (Stb. 468) als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort); 1.2.3.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is;
max. tarief minus rijksleges (1.2.6)
1.2.3.2
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
max. tarief minus rijksleges (1.2.6)
1.2.4
tot het verstrekken van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen;
max. tarief minus rijksleges (1.2.6)
1.2.5
tot het verstrekken van een Nederlandse Identiteitskaart (NIK) als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet;
1.2.5.1
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is;
max. tarief minus rijksleges (1.2.6)
1.2.5.2
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
max. tarief minus rijksleges (1.2.6)
1.2.6
De tarieven als genoemd in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 zijn de gemeentelijke basistarieven. Deze worden regulier vermeerderd met de rijksleges met inachtneming van de door het rijk bepaalde invoeringsdatum en het wettelijk maximum tarief (na vaststelling door het rijk volgt publicatie op de website en aanpassing in het kassasysteem).
Rijksleges
1.2.6.1
De tarieven als genoemd in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.6 zijn de gemeentelijke basistarieven. Deze worden bij een spoedlevering vermeerderd met de rijksleges met inachtneming van de door het rijk bepaalde invoeringsdatum en het wettelijk maximum tarief(na vaststelling door het rijk volgt publicatie op de website en aanpassing in het kassasysteem).
Rijksleges
Hst 3
Rijbewijzen
1.3
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot:
1.3.1
het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs gemeentelijk tarief
1.3.2
Het tarief als genoemd in de onderdeel 1.3.1 is het gemeentelijk basistarief. Deze wordt regulier vermeerderd met de rijksleges met inachtneming van de door het rijk bepaalde invoeringsdatum en het wettelijk maximum tarief (na vaststelling door het rijk volgt publicatie op de website en aanpassing in het kassasysteem).
Rijksleges
1.3.2.1
De rijksleges als genoemd in onderdeel 1.3.2 worden vermeerderd met € 3,50 terstond na het moment dat de relevante onderdelen van de wet Digitale Overheid (wDO) zijn ingevoerd, voorzien in 2024 (na vaststelling door het rijk volgt publicatie op de website en aanpassing in het kassasysteem).
Rijksleges
1.3.3
De tarieven als genoemd in de onderdelen 1.3.1 , 1.3.2 en 1.3.2.1 zijn de gemeentelijke basistarieven. Deze worden bij een spoedlevering vermeerderd met de rijksleges met inachtneming van de door het rijk bepaalde invoeringsdatum en
Rijksleges
max. tarief minus rijksleges (1.3.2/1.3.2.1/1.3.3)
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
pag. 4
het wettelijk maximum tarief (na vaststelling door het rijk volgt publicatie op de website en aanpassing in het kassasysteem). 1.3.4
Administratiekosten bij vermissing van het rijbewijs, m.u.v. vermissing wegens inbraak in de woning en bij beroving
€ 29,45
Hst 4
Verklaringen en dergelijke
1.4
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:
1.4.1
een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
digitaal 12,00 / balie 15,00
1.4.2
een bewijs van Nederlanderschap;
digitaal 12,00 / balie 15,00
1.4.3
een verklaring omtrent het gedrag;
max. tarief minus rijksleges (1.4.8)
1.4.4
een bewijs van in leven zijn;
digitaal 12,00 / balie 15,00
1.4.5
een bewijs van inwoning;
digitaal 12,00 / balie 15,00
1.4.6
een persoonslijst;
€ 12,00
1.4.7
Het tarief bedraagt voor het legaliseren van handtekeningen en/of stukken, per geval.
€ 12,00
1.4.8
Het tarief als genoemd in de onderdeel 1.4.3. is het gemeentelijk basistarief. Deze wordt regulier vermeerderd met de rijksleges met inachtneming van de door het rijk bepaalde invoeringsdatum en het wettelijk maximum tarief(na vaststelling door het rijk volgt publicatie op de website en aanpassing in het kassasysteem).
Rijksleges
Hst 5
Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
1.5
Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van onderdeel 1.5.2, wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens omtrent één persoon, waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.
1.5.1
Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens van personen die opgenomen zijn in de basisregistratie personen.
€ 12,00
1.5.2
Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens van personen die niet opgenomen zijn in de basisregistratie personen.
€ 12,00
1.5.3
Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van nasporing, ter verkrijging van bijzondere inlichtingen, waarvoor de basisregistratie personen dient te worden geraadpleegd voor ieder daarvoor te besteden kwartier.
€ 19,30
1.5.4
Het tarief ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 17, tweede lid van het Besluit basisregistratie personen, bedraagt:
€ 3,05
1.5.5
Het tarief voor het maken van selecties bedraagt voor ieder daarvoor te besteden kwartier.
€ 23,35
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
pag. 5
Hst 6
Vastgoedinformatie
1.6
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van:
1.6.1
een afdruk van:
1.6.1.1
een overzichtskaart bestemmingsplan op schaal 1 : 10.000;
€ 5,30
1.6.1.2
een plankaart op schaal 1 : 1.000, per blad;
€ 10,55
1.6.2
de toelichting behorende bij een bestemmingsplan per blz. A4 of gedeelte daarvan;
€ 1,25
met een maximum van:
€ 69,45
gebruiksvoorschriften behorende bij een bestemmingsplan, per blz. A4 of een gedeelte daarvan;
€ 1,25
met een maximum van:
€ 69,45
1.6.3
1.6.4
een afdruk van een gedeelte van een bestemmingsplan:
1.6.4.1
ter grootte van een A4-formaat;
€ 2,15
1.6.4.2
ter grootte van een A3-formaat.
€ 3,85
1.6.5
Legeskosten voor het verstrekken van bestemmingsplan informatie.
€ 8,65
Inzage in de kadastrale en topografische registratie 1.6.6
Het tarief bedraagt voor
1.6.6.1
het verlenen van inzage van de kadastrale registratie (inclusief afdruk op A4), indien sprake is van: a) objectgegevens, per perceel of appartementsrecht (conform de Regeling tarieven Kadaster);
€ 14,10
b) subjectgegevens, per rechthebbende (conform de Regeling tarieven Kadaster).
€ 14,10
Kopie van een kadastraal stuk of plan op papier 1.6.7
Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot de afgifte van
1.6.7.1
een kopie van een kadastraal stuk of plan: a) afdruk op A3 of A4-formaat (conform de Regeling tarieven Kadaster);
€ 14,10
b) afdruk op A2, A1 of A0-formaat (conform de Regeling tarieven Kadaster).
€ 38,45
Kopie van een topografische kaart op papier 1.6.8
Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot de afgifte van:
1.6.8.1
een kopie van een grootschalige topografische kaart (schalen 1:500 of 1:1000): a) afdruk op A3 of A4-formaat;
€ 19,70
b) afdruk op A2, A1 of A0-formaat (conform de Regeling tarieven Kadaster)
€ 55,60
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
met dien verstande dat, indien van een kaart een kopie in tweeof meervoud wordt gevraagd, voor de afgifte van de tweede en elk volgende kopie is verschuldigd.
pag. 6
€ 14,00
Kopie van de gemeenteplattegrond op papier 1.6.8.2
Een kopie (zwart-wit) van de gemeenteplattegrond.
€ 7,10
Levering van digitale bestanden 1.6.9
Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot de afgifte van:
1.6.9.1
een digitaal geografisch bestand (op CD/via e-mail): de aanmaakkosten per aanvraag bedraagt:
€ 106,25
a) indien het een digitale kadastrale kaart betreft vermeerderd per ha (met een maximum van 50 ha);
€ 43,05
b) indien het een grootschalige topografische kaart (GBKN) betreft vermeerderd per ha (met een maximum van 50 ha);
€ 50,05
c) indien het een luchtfoto betreft vermeerderd per blad van 500*250m.
€ 83,45
Diversen 1.6.10.1
1.6.10.2
Het verstrekken van een afschrift uit de gemeentelijke basisregistratie adressen: a) afdruk op A3 of A4-formaat (conform de Regeling tarieven Kadaster);
€ 14,40
b) afdruk op A2, A1 of A0-formaat (conform de Regeling tarieven Kadaster).
€ 39,40
Het verstrekken van een afschrift uit de gemeentelijke registratie publiekrechtelijke beperkingen: a) afdruk op A3 of A4-formaat (conform de Regeling tarieven Kadaster);
€ 14,40
b) afdruk op A2, A1 of A0-formaat (conform de Regeling tarieven Kadaster).
€ 39,40
1.6.10.3
Voor het afgeven van een verklaring voor het niet aanwezig zijn van gemeentelijke publiekrechtelijke beperkingen op een perceel.
€ 13,60
1.6.10.4
Voor het via kadaster online opvragen van informatie over een kadastraal perceel.
€ 13,60
Hst 7
Gemeentearchief
1.7
Het tarief bedraagt voor:
1.7.1
het doen van nasporingen, ongeacht het resultaat, in de in het gemeentearchief berustende stukken, door een ambtenaar van het gemeentearchief, per kwartier of een gedeelte daarvan;
€ 17,45
1.7.2
het plaatsen van een handtekening en/of stempel van het gemeentearchief op afschriften en uittreksels waarop de handtekening en/of het stempel als waarmerk wordt verlangd, per handtekening en/of stempel;
€ 2,85
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
pag. 7
1.7.3
Het copyright voor het eenmalig gebruik van een foto of dia, voor een commercieel doel, per foto of dia.
1.7.4
Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van:
1.7.4.1
een kopie, vervaardigd met behulp van de readerprinter;
€ 0,30
1.7.4.2
afschriften, doorslagen of fotokopieën van archiefstukken, per stuk;
€ 0,30
1.7.4.3
een fax of e-mail van een daartoe gescand archiefstuk, per archiefstuk (A4);
€ 2,35
1.7.4.4
een digitale foto verstuurd via e-mail per bestand,
€ 6,70
1.7.4.5
Foto’s besteld via beeldbank Kerkrade, per bestand
€ 6,60
1.7.5
Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van:
1.7.5.1
kopieën of lichtdrukken van kaarten of bouwtekeningen ouder dan 20 jaar per m²
Hst 8
Wet op de Kansspelen
1.8
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van:
1.8.1
een vergunning, als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning);
€ 44,75
1.8.2
een formulier voor het doen van een mededeling, als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen.
€ 7,15
1.8.3
Een vergunning, als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:
1.8.3.1
Indien de aanvraag betrekking heeft op het aanwezig hebben van kansspelautomaten in een speelautomatenhal voor een periode van één jaar:
1.8.3.2
€6,60
€ 6,70
a) indien de vergunning voor één kansspelautomaat geldt;
€ 56,50
b. indien de vergunning voor 2 of meer automaten geldt een basistarief van:
€ 22,50
te vermeerderen met het product van het aantal kansspelautomaten met een bedrag van :
€ 34,00
Indien de aanvraag betrekking heeft op het aanwezig hebben van kansspelautomaten in een andere inrichting dan een speelautomatenhal voor onbepaalde tijd: a) indien de vergunning voor één speelautomaat geldt;
€ 226,50
b) indien de vergunning voor twee kansspelautomaten geldt.
€ 362,50
1.8.3.3
Een aanwezigheidsvergunning voor een andere speelautomaat dan die bedoeld in de Wet op de kansspelen, per jaar.
€ 37,00
Hst 9
Telecommunicatiewet
1.9
Het tarief voor het in behandeling nemen van een Instemmingbesluit ingevolge de Telecommunicatieverordening bedraagt.
€ 280,00
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
pag. 8
Hst 10
Verkeer en vervoer
1.10
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van:
1.10.1
een vergunning of ontheffing, verleend op grond van de Wegenverkeerswet, het Wegenverkeersreglement, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens of een daarop steunende regeling met een geldigheidsduur:
1.10.1.1
van een maand of minder;
€ 20,30
1.10.1.2
meer dan één maand en ten hoogste zes maanden;
€ 35,10
1.10.1.3
meer dan zes maanden en ten hoogste één jaar.
€ 49,85
1.10.2
een aanvraag om parkeerverbod-ontheffing ten behoeve van een gehandicapte bestuurder/passagier van een motorvoertuig:
1.10.3.
een eerste aanvraag gehandicaptenparkeerkaart (GPK) bestuurder en/of passagier (dus enkelvoudig en/of meervoudig)
€ 97,95
1.10.4.1
een verlenging gehandicaptenparkeerkaart (GPK) bestuurder en/of passagier (dus enkelvoudig en/of meervoudig)
€ 37,05
1.10.4.2
een aanvraag gehandicaptenparkeerkaart (GPK) passagier als aanvulling of in plaats van de reeds verkregen GPK bestuurder
€ 37,05
1.10.5
een verzoek tot de aanleg invalidenparkeerplaats c.q. artsenparkeerplaatsen.
€ 67,50
1.10.6
Gereserveerd
1.10.7
Gereserveerd
1.10.8
1.10.8.1 1.10.8.2
Wet vervoer gevaarlijke stoffen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een ontheffing, als bedoeld in artikel 22 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen: indien het een verlenging van een bestaande ontheffing ingevolge de Wet vervoer gevaarlijke stoffen betreft; indien het een nieuwe ontheffing met een geldigheidsduur van één jaar betreft;
€ 72,55 € 142,40
1.10.8.3
indien het een ontheffing met een geldigheidsduur van maximaal drie jaar betreft.
€ 173,25
Hst 11
Overige vergunningen, ontheffingen en dergelijke
1.11.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een vergunning of ontheffing of een andere beschikking voor zover daarvan in het vervolg van deze tabel niet van afgeweken wordt.
€ 26,10
1.11.2
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing voor het stoken van vuur in de openbare lucht.
€ 23,55
1.11.3
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot een vergunning ex artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening tot:
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
pag. 9
1.11.3.1
het op, aan of boven de openbare weg uitstallen van goederen, mits niet reeds volgens een andere bepaling van deze tarieventabel leges verschuldigd is (verkoopautomaten, uithangborden, alsmede uitstallingen, blikvangers en reclameborden behorende bij winkels);
€ 97,65
1.11.3.2
het op, aan of boven de openbare weg plaatsen van verwijzingsborden door makelaars ten behoeve van de verkoop van een pand of perceel, mits niet reeds volgens een andere bepaling van deze tarieventabel leges verschuldigd is;
€ 342,30
1.11.3.3
het plaatsen van een container op de openbare weg op jaarbasis;
€ 59,05
1.11.4
een vergunning ex artikel 2:119 van de Algemene plaatselijke verordening voor de bedrijfsmatige aflevering of het bedrijfsmatig voorhanden hebben van vuurwerk. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot een vergunning ex artikel 5:18 van de Algemene plaatselijke verordening tot het innemen van standplaats op of aan de openbare weg of een publieke plaats ten einde goederen en/of diensten ten verkoop aan het publiek aan te bieden (standplaatsvergunning): geldig voor een tijdvak van maximaal een maand;
€ 123,95
1.11.5.2
geldig voor een tijdvak langer dan een maand tot maximaal een kwartaal;
€ 110,55
1.11.5.3
geldig voor een tijdvak langer dan een kwartaal tot maximaal een jaar.
€ 221,05
1.11.6
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot:
1.11.6.1
een vergunning als bedoeld in artikel 2:58 van de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een smart- of headshop;
€ 455,30
1.11.6.2
een vergunning als bedoeld in artikel 2:58 van de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een smart- of headshop waarbij slechts sprake is van een wijziging in de persoon van de leidinggevende, zonder dat de inrichting en/of ondernemer wijzigt.
€ 110,45
1.11.6.3
Gereserveerd
1.11.7
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek van de ondernemer tot intrekking van de vergunning als bedoeld in 1.11.6.
€ 38,95
1.11.8
Een vergunning als bedoeld in artikel 2:56 van de Algemene plaatselijke verordening voor het uitoefenen van een bedrijf in een door de burgemeester aangewezen gebouw of gebied, of een door de burgemeester aangewezen bedrijfsmatige activiteit, voor zover dit niet valt binnen het bereik van de Europese Dienstenrichtlijn.
€ 398,90
1.11.9
Gereserveerd
1.11.10
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot een ontheffing als bedoeld in artikel 2:45 van de
1.11.5
1.11.5.1
€ 45,55
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
pag. 10
Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een zogeheten nachtzaak: 1.11.10.1
indien de aanvraag leidt tot een weigering;
1.11.10.2
indien de aanvraag leidt tot een verlening van een ontheffing voor een periode van twaalf maanden; indien de aanvraag leidt tot een verlening van een ontheffing voor een proefperiode van zes maanden. Gereserveerd Het tarief bedraagt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: een beschikking op een verzoek, dan wel een stuk in het persoonlijk belang van de aanvrager opgemaakt, per beschikking of stuk. Gedrukte stukken, afschriften van stukken of fotokopieën van stukken, per pagina:
€ 1.623,90
voor de eerste pagina; voor elke volgende pagina; kopieën of lichtdrukken van kaarten of tekeningen, per m²; Het tarief bedraagt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, voor het verlenen van diensten, per kwartier. Gereserveerd Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van aanstellingspassen voor verkeersregelaars door de evenementenorganisatie, per pas; met een maximum van € 50,00 per jaar per organisatie. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:84 tot het exploiteren of doen exploiteren van een speelgelegenheid, anders dan als bedoeld in de wet op de Kansspelen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vergunningaanvraag voor een collecte.
€ 0,80 € 0,40 € 5,10 € 7,60
1.11.10.3 1.11.11 1.11.12
1.11.12.1
1.11.12.2 1.11.12.2.1 1.11.12.2.2 1.11.12.3 1.11.13
1.11.14 1.11.15
1.11.16
1.11.17
€ 228,25
€ 812,00
€ 9,45
€ 11,25
€ 398,90
Nihil
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
pag. 11
HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Artikel 2.1 Definities 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 2. In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald. 3.
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - binnenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; - binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, maar die niet in strijd is met regels voor de toepassing van een wijzigingsbevoegdheid of het voldoen aan een uitwerkingsplicht in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet; 4. In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die omschrijving: - onder a genoemde Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567; - onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het bouwen) van het bouwwerk; - onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting. 5.
In afwijking van bijlage I bij de Omgevingsregeling wordt onder bouwkosten verstaan de normbouwkosten voor de bouwactiviteit: Uitgangspunt zijn de in de aanvraag opgenomen bouwkosten. De gemeente kan een controleberekening uitvoeren. Indien uit deze berekening blijkt dat de bouwkosten meer dan 10% afwijken van de normkosten vindt er een ambtshalve aanpassing van de bouwkosten plaats. Voor de berekening van de normkosten worden als leidraad gehanteerd de meest recente uitgaven van “Cobouw Bouwkosten Taxatieboekje (Her)bouwkosten bedrijfspanden” en “Cobouw Bouwkosten Taxatieboekje (Her)bouwkosten) woningen”. Deze boekjes liggen ter inzage in het Stadskantoor, Markt 33, gedurende de openingstijden. 0B
Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a. omgevingsoverleg; b. een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit; c. een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet; d. toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet; e. een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning; f. intrekking van een omgevingsvergunning; 1B
g. wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d; h. een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de onderdelen b tot en met g.
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
pag. 12
Artikel 2.3 Bepalen tarief 1. De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. 2. Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die activiteiten. 3. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12. 4. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 2.13. 5. Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning. 6. In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 2B
Paragraaf 2.2 Voorfase Artikel 2.4 Omgevingsoverleg 1. Informatieverzoek Een oriënterend overleg tussen een initiatiefnemer van een bouw- en/of ruimtelijk plan en gemeente waarin (algemene) informatie aan elkaar wordt uitgewisseld en geen formele toetsing wordt gedaan of formeel standpunt wordt ingenomen. Voor het behandelen van een informatieverzoek, het uitwisselen van (algemene) informatie, worden geen leges gevraagd. 2. Vooroverleg/vergunningcheck Het overleg tussen een initiatiefnemer van een bouw- en/of ruimtelijk plan en de gemeente, voorafgaand aan het indienen van een concreet (bouw)plan. Onderdelen van het planvoornemen en eventueel benodigde onderzoeken en aandachtspunten worden besproken om uiteindelijk de omgevingsvergunningprocedure soepeler te laten verlopen. € 55,00 Voor een vooroverleg dient de initiatiefnemer te betalen een tarief van: 3. Omgevingsoverleg/principeverzoek De initiatiefnemer van een bouw- en/of ruimtelijk plan kan de haalbaarheid van het (bouw)plan vooraf laten beoordelen door de gemeente voordat een omgevingsvergunningprocedure wordt opgestart. Meestal gebeurt dit wanneer het (bouw)plan in strijd is met het rechtsgeldige omgevingsplan en een wijziging of afwijking van het omgevingsplan nodig is. Het is noodzakelijk dat het schetsplan dan in concept, bij voorkeur met een ingevuld intakeformulier, wordt voorgelegd.
Op verzoek van de initiatiefnemer kan de gemeente een ambtelijk advies (onder voorwaarden) verlenen en duidelijkheid geven over de planologische haalbaarheid van het plan. Voor het in behandeling nemen van een aanvraag, die betrekking heeft op het houden van omgevingsoverleg over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving dient alvorens het verzoek in behandeling wordt genomen betaald te worden € 210,00 een tarief van: 4. Omgevingsoverleg omgevingsplanactiviteit milieubelastende activiteit. € 1.776,00 3B
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. over het deel van de bouwkosten vanaf € 0 tot € 25.000: 3% van de bouwkosten, met een minimum van: € 175,00 b. over het deel van de bouwkosten vanaf € 25.000 tot € 50.000: 3% van de bouwkosten; 4B
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
pag. 13
c. over het deel van de bouwkosten vanaf € 50.000 tot € 200.000: van de bouwkosten; d. over het deel van de bouwkosten vanaf € 200.000 tot € 2.500.000: van de bouwkosten; e. over het deel van de bouwkosten vanaf € 2.500.000: van de bouwkosten, met een maximum van: f. Indien het bouwen betreft een airco-installatie/airco-unit bij of aan een woning:
3% 3% 3% € 750.000,00 € 75,00
Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het (te bouwen) bouwwerk, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: € 450,00 1. als moet worden beoordeeld of het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet en hiervoor geen advies van de gemeentelijke adviescommissie bedoeld in artikel 2.50, eerste lid, aanhef en onder b, nodig is, verhoogd met: € 75,00 2. als de bouwactiviteit plaatsvindt op een bodemgevoelige locatie en de toelaatbare kwaliteit van de bodem moet worden beoordeeld, verhoogd met: € 600,00 3.
als moet worden beoordeeld of de activiteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- en dorpsgezicht, verhoogd met: € 0,00 b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: € 450,00 c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 900,00 d. Het onder a, b of c vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering. PM 5B
Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: Het onder a, b of c vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering. 6B
€ 450,00 € 450,00 € 900,00 PM
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Artikel 2.8 Omgevingsplanactiviteit: monumenten 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd gemeentelijk monument of voorbeschermd provinciaal monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 7B
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
pag. 14
a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel 1 van de Gemeentelijke Monumentenverordening 2004 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: 1° voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 450,00 voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument 2° op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 450,00 b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: 1° voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 450,00 2° voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 450,00 c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 1° voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 900,00 2° voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 900,00 2. Als de in het eerste lid bedoelde aanvraag een archeologisch monument betreft, worden de in het eerste lid genoemde tarieven verhoogd met: € 200,00 3.
Het eerste lid, aanhef en onder a, en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de Gemeentelijke Monumentenverordening 2004 is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing: a. als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en b. als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop, voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven. Het onder a, b of c vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering. PM 4. Omgevingsplanactiviteit betreffende verduurzaming monument of aanbrengen zonnepanelen op monument.
€ 75,00 Artikel 2.9 Rijksmonumentenactiviteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een rijksmonumentenactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, met uitzondering van een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een archeologisch monument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een monument of voorbeschermd monument: € 450,00 b. voor het herstellen of gebruiken van een monument of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 450,00 Het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering. PM 8B
Artikel 2.10 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de 9B
Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 23Rb097
pag. 15
Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit in een rijksbeschermd, provinciaal beschermd of gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van artikel9 van de Gemeentelijke Monumentenverordening 2004 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit: € 450,00 b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: € 450,00 c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 900,00 2. Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een sloopactiviteit die wordt verricht op een locatie waarvoor een op grond van artikel 4.35, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet als instructie geldende aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet van kracht is, zolang in het omgevingsplan aan die locatie nog niet de functie-aanduiding rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven. Het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering.