CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Nabo Schoufferbosweg 5 november 2021 revisie 01.pdf

Gemeenteraad 26 januari 2022, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit verklaring van geen bedenkingen tbv de bouw van een spoortunnel aan de Torenstraat te Eygelshoven.6.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg

projectnummer 437973 concept revisie 01 5 november 2021

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg

projectnummer 437973 revisie 01 5 november 2021

Auteurs K. Keijzers

Opdrachtgever ProRail B.V. Moreelsepark 3 3511 EP UTRECHT

datum vrijgave 5-11-2021

beschrijving revisie 01 01

gecontroleerd W.M. Schreuder

vrijgave D.P.M. Verspeek

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing projectgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

1 1 3 4

2

Projectbeschrijving

6

2.1 2.2

Bestaande situatie Het initiatief

6 7

3

Beleidskader

9

3.1 3.1.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1

Nationaal beleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Provinciaal en regionaal beleid Omgevingsvisie Limburg Ladder voor duurzame verstedelijking Gemeentelijk beleid Structuurvisie 2010-2020

9 9 9 9 10 10 10

4

Milieuhygiënische en planologische aspecten

12

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

Verkeer en parkeren Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Ecologie Water Bodem Archeologie en cultuurhistorie Vormvrije m.e.r.-beoordeling

12 12 12 13 14 16 18 18 20

5

Juridische beschrijving

23

6

Haalbaarheid

24

6.1 6.2

Financieel Maatschappelijk

24 24

7

Bijlagen

25

7.1 7.2 7.3 7.4

Bijlage 1: Quickscan flora en fauna Bijlage 2: Nader onderzoek ecologie Bijlage 3: Projectplan hagedissen Bijlage 4: Toets Wet natuurbescherming - Stikstofdepositie

26 27 28 29

7.5 7.6

Bijlage 5: Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bijlage 6: Programma van Eisen

30 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel De staatssecretaris van Infrastructuur & Waterstaat (I&W) had naar aanleiding van het incident tussen een trein en een vrachtwagen bij een Niet Actief Beveiligde Overweg (hierna: NABO) in Winsum, behoefte aan een impuls voor het NABO-programma en een uitwerking van bijbehorende aanpak. Het aantal openbare of openbaar toegankelijke NABO’s moet gereduceerd worden tot 0 waarbij het Ministerie van I&W vraagt om deze reductie voor 2028 te halen. ProRail heeft zichzelf daarbij een hogere ambitie gesteld en streeft naar realisatie binnen drie tot vijf jaar. De aanleiding voor de onderhavige ruimtelijke onderbouwing is het initiatief van ProRail om de overweg die de Torenstraat met het bos dat ten noorden van het spoor verbindt aan te pakken. Hiermee vervalt de NABO op deze locatie. De overweg bevindt zich op de spoorlijn Landgraaf Haanrade Grens en wordt voornamelijk gebruikt door inwoners van de buurten Hopel en Waubacherveld (Eygelshoven) om de hond uit te laten in het bos ten noorden van het spoor.

Figuur 1.1: Overweg Schoufferbosweg (bron: eigen foto Antea Group & StreetSmart)

1.2

Ligging en begrenzing projectgebied Het projectgebied is gelegen aan de rand van de kern van Eygelshoven. De begrenzing van het projectgebied bestaat uit aanpassingen aan de overweg Schoufferbosweg. In onderstaande figuren is de ligging van het projectgebied weergegeven.

Blad 1 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

Eygelshoven

Figuur 1.2: Ligging projectgebied (Streetsmart, 2021)

Blad 2 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

Figuur 1.3: Begrenzing projectgebied (Streetsmart, 2021)

1.3

Vigerend bestemmingsplan Voor het projectgebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Kerkrade. Het bestemmingsplan is vastgesteld op 23 november 2017, hierin gelden de bestemmingen ‘Natuur’ en ‘Verkeer - Railverkeer’.

Blad 3 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

Figuur 1.4: Vigerend bestemmingsplan (Ruimtelijke plannen) De bestemming ‘Natuur’ is primair bestemd voor het behoud, beheer en (her)ontwikkeling van aanwezige natuurlijke-, landschaps-, cultuurhistorische, ecologische en hydrologische waarden. Daarnaast is extensief recreatief medegebruik toegestaan en de wegen en paden ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Bebouwing is enkel toegestaan binnen het bouwvlak en bouwwerken, geen gebouw zijnde zijn niet toegestaan. Het bouwen van een wandelbuis is dan ook niet toegestaan conform het vigerende bestemmingsplan. De bestemming ‘Verkeer - Railverkeer’ is primair bedoeld voor spoorwegvoorzieningen. Bebouwing is enkel toegestaan in de vorm van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde in de vorm van kunstwerken met dien verstanden dat de oppervlakte maximaal 15 m2 mag bedragen en de bouwhoogte maximaal 3,30 meter mag bedragen. De afmetingen van de wandelbuis zijn dan ook strijdig conform het vigerende bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie van het projectgebied en de planontwikkeling beschreven. In hoofdstuk 3 is het relevante beleidskader geschetst. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de betreffende milieuhygiënische en planologische aspecten aan bod. Hierna wordt in

Blad 4 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

hoofdstuk 5 aandacht besteed aan juridische aspecten. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de haalbaarheid beschreven.

Blad 5 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

2

Projectbeschrijving

2.1

Bestaande situatie Het plangebied bestaat uit de overweg over de spoorlijn Landgraaf – Haanrade Grens ter hoogte van Eygelshoven. Ten zuiden van de spoorlijn is de Torenstraat gelegen, welke functioneert als ontsluitingsweg van Eygelshoven. Verder ten zuiden is de kern van Eygelshoven gelegen. Aan de noordzijde van het spoor is een bos gelegen met daarin diverse wandelroutes. Verder ten noorden is een buitenwijk van Eygelshoven gelegen.

Buitenwijk Eygelshoven

Overweg

Torenstraat Spoorlijn

Kern Eygelshoven Figuur 2.1: Bestaande situatie projectgebied (Streetsmart, 2021)

Blad 6 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

Figuur 2.2: Bestaande situatie spoorwegovergang (Streetsmart, 2021)

2.2

Het initiatief ProRail is voornemens om het aantal NABO’s voor 2025 te reduceren tot 0, de overweg Schouffertsbosweg is een van deze NABO’s. ProRail is dan ook voornemens om de bestaande overweg te saneren en deze te vervangen door een wandelbuis. Tevens wordt een nieuwe ontsluiting voor onderhoudsvoertuigen voorzien ten noorden van het bos.

Figuur 2.3: 3D visualisatie wandelbuis (Antea Group, 2020)

Blad 7 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

Figuur 2.4: Plantekening met grensvlakken (Antea Group, 2020)

Blad 8 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Dit is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Het document schetst de (21) nationale belangen, uitdagingen en keuzes waar Nederland in de komende decennia voor komt te staan. Belangrijke thema's hierin zijn de bouw van één miljoen nieuwe woningen, de groei en bereikbaarheid van steden, het versterken van de natuur en biodiversiteit en het behoud van landschap en vitaliteit van de landbouwsector. Een integrale aanpak van al deze thema's in samenwerking met andere overheden en maatschappelijke organisaties en meer regie vanuit het rijk staat hierbij centraal. Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR (de voorganger van de NOVI) heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening op 22 augustus 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgesteld. Op 1 oktober 2012 is een wijziging van het Barro vastgesteld. In het Barro zijn regels opgenomen ter bescherming van de nationale belangen, zoals vastgelegd in de SVIR. Deze regels moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijk verordeningen, bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen.

Relevantie projectgebied Binnen het projectgebied is geen sprake van nationale belangen die een belemmering zouden kunnen vormen voor de uitvoerbaarheid en het Barro heeft geen doorwerking op dit initiatief.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Limburg De Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie bevat de ambities en beleidsdoelen van de provincie voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn (2030-2050). De Omgevingsvisie vervangt het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL). De Omgevingsvisie beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed. Daarnaast wordt het aspect gezondheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen.

Blad 9 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

Figuur 3.1: Duiding Natuurnetwerk Nederland in Ontwerp Omgevingsvisie (POL viewer, 2021) Relevantie projectgebied Het plangebied van het initiatief bevindt zich in het Natuurnetwerk Nederland, in paragraaf 4.5 wordt hier verder op ingegaan. De Omgevingsvisie doet geen specifieke uitspraken die betrekking hebben op het plangebied en heeft geen doorwerking op dit initiatief.

3.2.2

Ladder voor duurzame verstedelijking Sinds 2012 is in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (verder: ‘de ladder’) als motiveringseis opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is het bereiken van een goede ruimtelijke ordening via optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Sinds 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking gewijzigd. Toetsing en conclusie Gelet op de nota van toelichting en de strekking van de regeling die mede gericht is op het tegengaan van leegstand, wordt de in het plan voorziene wandelbuis ter vervanging van de bestaande overweg niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Een toets aan de ladder is hiermee niet noodzakelijk.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie 2010-2020 De Structuurvisie 2010-2020 bevat de ambities en beleidsdoelen van de gemeente Kerkrade. De structuurvisie beschrijft onderwerpen zoals wonen, bodem, infrastructuur, milieu, ruimtelijke economie, water, natuur, luchtkwaliteit, landschap en cultureel erfgoed.

Blad 10 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

Relevantie projectgebied De structuurvisie gaat specifiek in op verkeersveiligheidsprojecten. Het vervangen van de gelijkvloerse overweg door een wandelbuis draagt bij aan de verkeersveiligheid. Daarnaast beschrijft de structuurvisie het belang van de spoorlijn aangezien het onderdeel is van de intercity tussen Heerlen en Aken. Het vervangen van de gelijkvloerse overweg door een wandelbuis draagt bij aan de kwaliteit van het spoor op deze verbinding.

Figuur 3.2: Spoorverbinding Heerlen – Aken (Structuurvisie Kerkrade 2010-2020)

Blad 11 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

4

Milieuhygiënische en planologische aspecten

4.1

Verkeer en parkeren Aanleiding De huidige gelijkvloerse overweg Schouffertsbosweg betreft een overweg bedoeld voor voetgangers en onderhoudsvoertuigen voor het Schouffertsbos. De overweg verbindt de woonwijk ten zuiden van het spoor met het park en de woonwijk ten noorden van het spoor en vice versa. De overweg wordt dan ook hoofdzakelijk gebruikt door bewoners van de naastgelegen woonwijken die de hond uitlaten of zelf een ommetje maken. Toetsing Het vervangen van de gelijkvloerse overweg door een wandelbuis leidt niet tot een wijziging van het aantal verkeersbewegingen of de parkeerbehoefte. Daarentegen verbetert de verkeersveiligheid en de doorstroming voor de voetgangers. Conclusie Het aspect verkeer vormt geen belemmering voor het beoogde initiatief.

4.2

Geluid Kader Conform de Wet geluidhinder (verder Wgh) dient een akoestisch onderzoek te worden verricht indien er sprake is van het projecteren van geluidgevoelige bebouwing die binnen de zone van een bron is gelegen of een nieuwe weg met bijbehorende zone wordt aangelegd. Bij de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen dient inzichtelijk worden gemaakt of de geluidsinvloed van de omliggende wegen voldoet aan de grenswaarden die zijn gesteld in de Wgh. Een uitzondering hierop geldt voor wegen in een 30 km-zone. Toetsing Het vervangen van de gelijkvloerse overweg door een wandelbuis leidt niet tot een wijziging van de geluidproductie, het toevoegen van geluidgevoelige bestemmingen of afschermende werking naar geluidgevoelig bestemmingen toe. Het verwijderen van de overwegplaten zal in positieve zin bijdrage aan de geluidbelasting, doordat er een homogeen spoor ontstaat en de onderbreking door de overwegconstructie vervalt. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het beoogde initiatief.

4.3

Luchtkwaliteit Kader Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide

Blad 12 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

(NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden mogen uitoefenen wanneer sprake is van één of meer van de volgende gevallen: − er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; − de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft tenminste gelijk; − het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; − de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Toetsing Het vervangen van de gelijkvloerse overweg door een wandelbuis leidt niet tot een wijziging van het aantal verkeersbewegingen. Het project draagt daarmee niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit en voorziet tevens niet in een ‘gevoelige bestemming’. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het beoogde initiatief.

4.4

Externe veiligheid Kader Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): − Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij is de omvang van het risico een functie van de afstand waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico’s worden weergegeven in PR risicocontouren. −

Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde. Deze oriëntatie-waarde kan gezien worden als een streefwaarde en heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag wordt gemotiveerd.

Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpgtankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die

Blad 13 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waarin de Basis-netten voor weg, spoor en water zijn vastgelegd. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Toetsing Voor hoofspoorwegen gelden zogenaamde risicoplafonds. In bijlage 2 van de Regeling basisnet zijn die risicoplafonds en de variabelen waarmee de risicoplafonds zijn vastgesteld vastgelegd. De spoorwegen waarop geen regulier vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt zijn in de Regeling aangeduid als overige spoorwegen. Deze spoorwegen hebben een risicoplafond dat gelijk is aan 0. De spoorwegen waarop regulier vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt zijn met een routenummer opgenomen in bijlage 2 van de Regeling basisnet. Deze spoorwegen hebben een risicoplafond dat groter is dan 0. De risico’s worden bepaald door de volgende variabelen: • Ligging spooras • Omvang vervoer van gevaarlijke stoffen • Breedte spoorbundel • Wissels • Snelheid De onderdoorgang nabij de Schouffertsbosweg komt in het spoorwegtraject SittardHerzogenrath (Duitsland) te liggen ter hoogte van Eygelshoven.

Dit traject is met routenummer 380 opgenomen in bijlage 2 van de Regeling basisnet. Op deze spoorweg vindt wel regulier vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De aanleg van de onderdoorgang leidt niet tot een wijziging van de hoogte van de risico’s vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen omdat het project geen van de variabelen wijzigt die zijn opgenomen in bijlage 2 van de Regeling basisnet. Conclusie Omdat er door het project geen variabelen wijzigen die effect hebben op de risico’s vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen leidt het project niet tot een wijziging van die risico’s. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het beoogde initiatief.

4.5

Ecologie Kader Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht geworden en vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De Wnb is grofweg op te delen in de bescherming van gebieden, bescherming van soorten en bescherming van houtopstanden. Toetsing Natura 2000 Nederland heeft de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in de Wet natuurbescherming verankerd. Aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond

Blad 14 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het plangebied is gelegen op 3,3 kilometer van Natura 2000-gebied ‘Brunsummerheide’. De ruimtelijke onderbouwing heeft als doel om de gelijkvloerse overweg te vervangen door een wandelbuis. Het betreft een bestaande overweg op de overgang tussen het stedelijk gebied en het buitengebied. Het vervangen van de gelijkvloerse overweg door een wandelbuis leidt niet tot een toename van stikstofdepositie (in zowel de realisatie als de gebruiksfase) op nabijgelegen Natura 2000-gebieden in Nederland. Op het nabijgelegen Natura 2000-gebied in Duitsland is een bijdragen van 0,01 mol N/ha/j. Deze waarde voldoet aan de drempelwaarde van 7,14 mol N/ha/j gesteld in Duitsland. De bijdrage van 0,01 mol/ha/jaar op een Duits natura 2000-gebied is ruimschoots lager dan de in Duitsland gehanteerde drempelwaarde van 7,14 mol/ha/jaar. Een toestemming van het Duitse bevoegd gezag is derhalve niet vereist. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, de afstand en de invulling van het tussengelegen gebied zijn ook andere negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen uitgesloten. Goudgroene natuurzone / Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt gedeeltelijk in de goudgroene natuurzone / Natuurnetwerk Nederland. Het werkterrein bevindt zich grotendeels in het Natuurnetwerk Nederland/ Goudgroene natuurzone.

De locatie van de onderdoorgang zelf en een deel van het noordelijke pad ligt erbuiten. In hoeverre er door de werkzaamheden sprake zal zijn van aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden van de Goudgroene natuurzone en de verplichting tot natuurcompensatie dient in overleg met de Provincie Limburg te worden bepaald. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, de afstand en de invulling van het tussengelegen gebied zijn geen significant negatieve effecten aan de orde. Beschermde soorten Uit de Quickscan flora en fauna blijkt dat de locatie van de werkzaamheden mogelijk geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen en leefgebied voor de levendbarende hagedis en hazelworm en als migratieroute voor de ringslang. Vervolgonderzoek voor de vleermuizen is dan ook opgestart, dit is naar verwachting in september 2021 gereed. Vervolgonderzoek voor de levendbarende hagedis, hazelworm en ringslang is eveneens in gang gezet. Nader onderzoek vleermuizen Het onderzoek naar specifiek vleermuisverblijfplaatsen is uitgevoerd door middel van 4 veldbezoeken. De onderzoeken in mei tot en met juli zijn gericht op het vinden van kraamen zomerverblijfplaatsen. De onderzoeken die in augustus en september zijn uitgevoerd zijn gericht op het opsporen van paar- en winterverblijfplaatsen.

Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aan de NABO. Ook is er geen sprake van belangrijk foerageergebied of van vliegroutes in of nabij het werkgebied. Negatieve effecten op vleermuizen worden daarom niet verwacht door het werk, de bomenkap (mits in het werkgebied) of de aanpassingen aan de overweg. Een negatief effect op foeragerende vleermuizen of op een belangrijke vleermuisvliegroute wordt uitgesloten. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Nader onderzoek levendbarende hagedis, hazelworm en ringslang Tussen april en september kan de aanwezigheid van reptielen worden aangetoond. Op zonnige tot half bewolkte dagen met bij voorkeur temperaturen tussen de 12°C en 20°C met een windkracht

Blad 15 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

van minder dan 3-4 Bft is er gezocht naar reptielen door geschikte locaties rustig af te lopen en te zoeken naar zonnende dieren. Er zijn daarnaast herpetoplaatjes in de vorm van twintig tapijttegels uitgelegd op plaatsen die aantrekkelijk lijken voor de te onderzoeken soorten om de trefkans te vergroten. Er zijn hazelwormen en levendbarende hagedissen waargenomen binnen het projectgebied/ in de omgeving van het projectgebied. De voortplantingsperiode is voor reptielen over het algemeen april tot en met augustus. Tussen half september/oktober tot en met april/half april zijn reptielen in winterrust. Indien men het groen gaat verwijderen, materiaal gaat opslaan of gaat rijden in delen ten noorden van het spoor kunnen er hazelwormen en levendbarende hagedissen en het leefgebied van deze twee soorten worden aangetast. Ringslangen zijn niet aangetroffen in 2021. In de Provincie Limburg zijn zowel de hazelworm als de levendbarende hagedis middels een algemene vrijstelling vrijgesteld in een specifieke periode. Echter is het RVO het bevoegd gezag voor dit project en is deze vrijstelling daarmee niet van toepassing. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is nodig omdat exemplaren en het leefgebied aangetast kunnen worden door de opslag van materiaal, bomenkap, het realiseren van een depot en van de onderdoorgang.

Om effecten te voorkomen is een mitigatieplan opgesteld. Mits de mitigerende maatregelen worden uitgevoerd is er geen sprake van negatieve effecten op de ecologische waarden in het plangebied. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb): deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor het beoogde initiatief.

4.6

Water Kader Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is de opstelling van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie tot de watertoets. In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding. Toetsing Waterbeheerplan 2016-2021 Het waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente Kerkrade op basis van de volgende wettelijke kerntaken: voldoende water, schoon water, veilige dijken en droge voeten, afvalwater en beheer van vaarwegen. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het Waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema’s gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren.

Blad 16 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

Locatiestudie Het plangebied is reeds in gebruik als spooroverweg en ligt op de rand van het stedelijk gebied en het buitengebied. Het plangebied bestaat uit de gronden waarop de wandelbuis ter vervanging van de spooroverweg is voorzien. Waterhuishouding De Strijthagerbeek stroomt aan de zuidzijde langs het plangebied. In de omgeving van het plangebied vinden geen grote grondwateronttrekkingen plaats. Het plangebied ligt ook niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Ondergrond Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem onder de verharding/vanaf maaiveld tot de maximaal geboorde diepte van 6,0 m -mv. hoofdzakelijk uit zand bestaat. Plaatselijk zijn leemlagen in de ondergrond aanwezig in het profiel. Reliëf Het maaiveld in het gebied varieert van 100 meter + NAP tot plaatselijk 125 meter + NAP. Het park ligt op circa 125 meter + NAP, het spoor op circa 110 meter + NAP, de Torenstraat op circa 105 meter + NAP en de Strijthagerbeek op circa 100 meter + NAP. De overgang van hoog naar laag verloopt middels steile hellingen.

Figuur 4. 1: Hoogteligging maaiveld (AHN-viewer, 2021)

Grondwater De freatische grondwaterstand ligt meer dan 5 meter onder het maaiveld. De regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerende pakket is in noordoostelijke richting.

Blad 17 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

Waterkwantiteit Het vervangen de spoorwegovergang door een wandelbuis leidt niet tot een wijziging in de hoeveelheid verharding. Compenserende maatregelen zijn dan ook niet nodig. Riolering In het plangebied wordt uitgegaan van een gescheiden rioleringssysteem. Het hemelwater wordt via de kolken in de Torenstraat afgevoerd naar de Strijthagerbeek. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het beoogde initiatief.

4.7

Bodem Kader Voor elke functiewijziging die mogelijk wordt gemaakt dient een onderzoek te worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. De bodem moet geschikt zijn voor het voorgenomen gebruik. Besluit bodemkwaliteit In het besluit bodemkwaliteit zijn diverse waarden opgenomen om de toepasbaarheid van gronden te classificeren. Toetsing Op enkele plaatsen binnen het plangebied zijn verontreinigingen van zink en PAK in de boven- en ondergrond aangetroffen welke de interventiewaarde overschrijden en daarmee als niet toepasbaar zijn geclassificeerd. Voor deze gronden geldt dan ook dat sanering vereist is. Conclusie Mits bij de werkzaamheden rekening wordt gehouden met de vereiste sanering, dan wel dat deze sanering wordt uitgevoerd vormt het aspect bodem geen belemmering voor het beoogde initiatief.

4.8

Archeologie en cultuurhistorie Kader Europees beleid - Archeologie Het “Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed”, kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valetta tot stand gekomen. Het Verdrag beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. In 1992 ondertekende Nederland het 'Verdrag van Malta' van de Raad voor Europa. In het verdrag is de omgang met het Europees archeologisch erfgoed geregeld. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer en in september 2007 is de Archeologische monumentenzorg geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988. De essentie is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden.

Blad 18 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

Rijksbeleid - Archeologie Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft daarbij zowel het roerend als het onroerend erfgoed. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 ingaat, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Voor het onroerend cultureel erfgoed zijn deze wetten van grote betekenis. Het deel van de Monumentenwet 1988 dat direct raakt aan de fysieke leefomgeving, gaat namelijk op in de Omgevingswet. Het resterende deel van de Monumentenwet gaat op in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet voorziet ook in het nodige overgangsrecht, zodat artikelen uit de Monumentenwet tussen 2016 en 2021 niet zo maar komen te vervallen. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta, dat Nederland in 1992 ondertekende. De essentie van deze wetgeving is dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem behouden blijven. Rijksbeleid - Cultuurhistorie Op 1 januari 2012 is de wet Modernisering monumentenzorg (Momo) in werking getreden. Een belangrijke doelstelling van de Modernisering van de Monumentenzorg is het versterken van de koppeling tussen erfgoed en ruimte.

In het kader van de Momo dient in de toelichting van elk bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing beschreven te worden op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Toetsing Archeologie Een deel van het plangebied is gelegen binnen de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 2’. Op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ geldt voor een deel van het plangebied een middelmatige archeologische verwachtingswaarde. Voor de middelmatige archeologische verwachtingswaarde geldt dat bouwplannen met een oppervlakte van maximaal 100 m² en een verstoringsdiepte van maximaal 0,40 meter zijn uitgezonderd van onderzoeksverplichting. Onderzoek in het kader van het vervangen van de gelijkvloerse overweg door een wandelbuis is gezien de oppervlakte (circa 200 m2) van de ingreep benodigd. Om deze reden is met de gemeente overeengekomen dat de werkzaamheden plaatsvinden onder archeologische begeleiding conform het Programma van Eisen dat hiervoor is opgesteld en is toegevoegd in bijlage 6. Meldingsplicht De mogelijkheid dat er in het plangebied archeologische vondsten worden gedaan, wordt – gezien de hoge archeologische verwachting en het grote aantal vindplaatsen in de directe nabijheid – niet uitgesloten.

Op basis van de Erfgoedwet; paragraaf 5.4 is het verplicht om archeologische vondsten te melden. Cultuurhistorie Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg, zoals in onderstaande figuur is weergegeven, zijn er cultuurhistorische waarden aanwezig in de omgeving van het plangebied. In de omgeving is een cultuurhistorisch waardevolle lijn weergegeven, te weten: de Torenstraat welke uit de periode 1810-1955 stamt. De gronden ten zuiden van het spoor aangewezen als cultuurhistorisch vlak, deze gronden bestaan uit bos, heide en woeste grond. De gronden ten noorden van het spoor zijn eveneens aangewezen als cultuurhistorisch vlak, deze

Blad 19 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

gronden bestaan uit bos, heide en woeste grond, hierbij geldt dat het verkavelingspatroon van deze gronden sedert 1830 matig is veranderd.

Andere cultuurhistorische elementen, zoals rijksmonumenten of andere cultuurhistorische elementen, zijn niet aanwezig in of nabij het projectgebied. Toetsing Het plangebied is gelegen in de gronden die zijn aangewezen als bos, heide en woeste grond. De realisatie van de wandelbuis is een beperkte wijziging voor de cultuurhistorische waarden, significant negatieve effecten zijn dan ook uitgesloten. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het beoogde initiatief.

4.9

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.r-plicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de C- of D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd

Blad 20 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd. Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden - aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor de toets gelden echter geen vormvereisten, daarom wordt de term ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ gehanteerd.

Activiteit en drempelwaarden In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie 'De wijziging of uitbreiding van een weg bestaande uit vier of meer rijstroken, of verlegging of verbreding van bestaande wegen van twee rijstroken of minder tot wegen met vier of meer rijstroken niet zijnde een, autosnelweg of autoweg’ (D1.2) opgenomen. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een weg met een tracélengte van 5 kilometer of meer. Dit bestemmingsplan voorziet in het saneren van de bestaande overweg en het realiseren van een wandelbuis onder het spoor. De voorgenomen activiteit blijft dus ruimschoots onder de hiervoor genoemde drempelwaarde zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage. De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Kenmerken van het project Het plan voorziet in het saneren van de bestaande overweg en het realiseren van een wandelbuis onder het spoor. Er is verder geen sprake van cumulatie met andere projecten en de ontwikkeling heeft geen gevolgen voor natuurlijke hulpbronnen.

Er wordt bijvoorbeeld geen grondwater onttrokken of grondstoffen in de omgeving gedolven. Er is geen sprake van de productie van afvalstoffen, anders dan de reguliere sanering. Plaats van het project Het projectgebied bestaat uit de overweg over de spoorlijn Landgraaf – Haanrade Grens ter hoogte van Eygelshoven. Ten zuiden van de spoorlijn is de Torenstraat gelegen, welke functioneert als ontsluitingsweg van Eygelshoven. Verder ten zuiden is de kern van Eygelshoven gelegen. Aan de noordzijde van het spoor is een bos gelegen met daarin diverse wandelroutes. Verder ten noorden is een buitenwijk van Eygelshoven gelegen. De bestaande overweg zal worden gesaneerd en vervangen door een wandelbuis tussen Eygelshoven en het bos ten noorden van het spoor. Gevoelige gebieden, waaronder Natura 2000 gebied, zijn op circa 5 kilometer afstand gelegen. Kenmerken van het potentiële effect De effecten van het project blijven, zoals ook blijkt uit de voorgaande paragrafen, vooral beperkt tot het plangebied en de directe omgeving daarvan. De effecten zijn, na het nemen van de benodigde maatregelen, niet significant en de realisatie van het plan stuit niet op bezwaren (zie de voorgaande aspecten). Er is zeker geen sprake van 'belangrijke nadelige' milieueffecten.

Blad 21 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

Conclusie In het kader van het project is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de ontwikkelingen. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige milieugevolgen'. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.- beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure.

Blad 22 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

5

Juridische beschrijving Met de omgevingsvergunning buitenplanse afwijking (art. 2.12 lid 1, sub a onder 3 Wabo) kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Er moet gemotiveerd worden dat de omgevingsvergunningsaanvraag voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. De aanvraag moet voorzien zijn van een ruimtelijke onderbouwing. In het Besluit omgevingsrecht (art. 5.20 Bor) is aangeven waaraan de ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. Hierbij wordt verwezen naar art. 3.1.6 Bro. Een ruimtelijke onderbouwing is daardoor vergelijkbaar met de toelichting van een bestemmingsplan. In artikel 3.1.6 Bro is onder andere aangegeven dat ingegaan moet worden op de gevolgen van de ontwikkeling voor de waterhuishouding, cultuurhistorie en relatie met de kwaliteitseisen uit hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Tevens moet voldaan worden aan de onderzoeksverplichtingen van de Awb. Bij een dergelijke buitenplanse afwijking dient de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen af te geven, behalve als er een algemene verklaring van geen bedenkingen is afgegeven.

Blad 23 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

6

Haalbaarheid

6.1

Financieel In artikel 3.1.6, sub i van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat inzicht gegeven moet worden over de uitvoerbaarheid van het plan. De ontwikkeling moet (economisch) uitvoerbaar zijn en gerealiseerd kunnen worden. Het initiatief (het vervangen van de gelijkvloerse overweg door een wandelbuis) komt geheel voor rekening van de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid van voorliggend project is hiermee geborgd.

6.2

Maatschappelijk Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is opgesteld ten behoeve van een afwijking van het bestemmingsplan, conform artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De omgevingsvergunning doorloopt de uitgebreide procedure zoals opgenomen in hoofdstuk 3 van de Wabo. Hiertoe zal het besluit worden verzonden naar de vooroverleginstanties. Daarnaast krijgen belanghebbenden, gedurende zes weken, de mogelijkheid om hun zienswijzen naar voren te brengen. Na afloop van de procedure kan worden geconcludeerd dat het plan maatschappelijk uitvoerbaar is. De resultaten van het vooroverleg en de terinzagelegging worden te zijner tijd toegevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing.

Blad 24 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

7

Bijlagen

Blad 25 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

7.1

Bijlage 1: Quickscan flora en fauna

Blad 26 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

7.2

Bijlage 2: Nader onderzoek ecologie

Blad 27 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

7.3

Bijlage 3: Projectplan hagedissen

Blad 28 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

7.4

Bijlage 4: Toets Wet natuurbescherming - Stikstofdepositie

Blad 29 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

7.5

Bijlage 5: Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Blad 30 van 31

Ruimtelijke onderbouwing Overweg, Schoufferbosweg projectnummer 437973 5 november 2021 revisie 01 ProRail B.V.

7.6

Bijlage 6: Programma van Eisen

Blad 31 van 31

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT E. karst.keijzers@anteagroup.nl

www.anteagroup.nl

Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=1fe489ff-63d1-4ad3-9f4a-9550aa21e562