rectificatie Verordening onroerendezaakbelastingen 2024
Tekst van het document
2q it c>ó<>1A Rectificatie Verordening onroerendezaakbelasting en 2O24 Ceconstateerd is een kennelijke verschrijving in de verordening.
Artikel 5 Belastingtarieven Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:
1. de gebruikersbelasting 2. de eigenarenbelasting a. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen b. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen
o,1725olo
0,5135% o,3878olo
wordt gewijzigd in:
Artikel 5 Belastingtarieven Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt
voor:
3. de gebruikersbelasting 4. de eigenarenbelasting a. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen b. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen
0,3878 olo 0,1725o/o
0,5'135%
Rectificatie Verordening rioolheffing 2024.
Artikel 6 Tarieven De belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt per belastingjaar, indien de woning op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt bewoond door: a. een huishouden van één persoon b. een huishouden van meer dan één persoon c. meer dan één persoon tezamen niet een huishouden vormend, per persoon d. met een maximum van
€ € € €
213,00 229,00 213,00
639,00
2. De belasting als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bedraagt per jaar bij een waterverbruik van: € 229,00 400m3 t/m a. 0 € 355,00 800m3 b. 4O1 t/m € 513,00 2.000m3 t/m c. 801 € 820,00 5.000m3 d. 2.001 tlm € '364,00 10.000m3 e. 5.001 tJm € 2.205,00 20.000m3 f. 10.00'l tJm € 2.738,00 30.000m3 C. 20.001 tlm 1
vermeerderd met een bedrag van € 534,00 per 10.000m3 of een gedeelte daarvan boven de afgevoerde hoeveelheid van 30.000m3.
wordt gewijzigd in:
Artikel 6 Tarieven
3. De belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt per belastingjaar, indien de woning op
1
januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belasti n gpl icht, wordt bewoond door:
a. een huishouden van één persoon b. een huishouden van meer dan één persoon c. meer dan één persoon tezamen niet een huishouden vormend, per persoon d. met een maximum van
€ € € €
219,00 235,00 219,00
657,00
4. De belasting als bedoeld in artikel 5, tweede lid, bed raagt per jaar bij een waterverbru ik van: € 235,00 400m3 t/m a. 0 € 366'00 8oom3 tJm b. 401 € 528,00 2.000m3 t/m c. 801 € 845,00 5.000m3 d. 2.OO1 tJm € '405,00 10.000m3 e. 5.001 tJm € 2'272,00 20.000m3 f. 10.001 tJm € 2'821,OO 30'000m3 g. 20.001 t/m 1
vermeerderd met een bedrag van € 550,00 per 10.000m3 of een gedeelte daarvan boven de afgevoerde hoeveelheid van 30.000m3.
/þ ioøterc¡ TaZqt De voorzitter van de raad,
-Housen
De griffier
rs. D .C.M.C. Franssen