CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Raad ontwerpwijzigingsregeling HCL met uittreden rijk

Gemeenteraad 26 maart 2025, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit zienswijze raad op het voornemen om in 2025 een besluit te nemen over de toetreding tot de gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Limburg en instemming met het wijzigen van de regeling nadat de nieuwe Archiefwet in werking is getreden4.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

{

Doortopende tekst ontwerpwijzigingsregeling met uittreding Riik en wiJziging Archiefwet

Gemeenschappelijke Regeling Historisch Centrum Limburg Het college van burgemeester en wethouders van de gemeenten Beek, Brunssum, EijsdenMargraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal en het dagelijks bestuur van het Waterschap

Limburg, Gelet op hoofdstuk I en V van de Wet gemeenschappelijke regelingen, Overwegende dat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap per 1 januari 2027 is

uitgetredenuitdegemeenschappelijkeregeling Overwegende dat de Archiefwet 20xx per l januari 2027 in werking,is:getreden; Overwegende dat er als gevolg van de voormelde uittreding en inÚerkingtfeding van de Archiefwet 20xx een wijziging van de gemeenschappelijke regeling val.,\::?j:Historisch Ce¡trum Limburg

'"

vereist is,

,

Besf

uiten:

::

vast te stellen de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Historisch Centrum Limburg met ingang van 1 januari 2027, waardoor deze als vofgt komt te luiden.:

HOOFDSTUK I. BEGRIPSBEPALINGEN

n);

Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal;

g. minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; h. provincie: de provincie Limburg;

i. regeling: de gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Limburg; j. waterschap: het Waterschap Limburg; k. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen

HOOFDSTUK II. HET RECHTSPERSOONLIJKHEID BEZITTEND LICHAAM

Artikel 2 - Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam genaamd Historisch Centrum Limburg, dat gevestigd is in Maastricht.

2. Het openbaar lichaam heeft rechtspersoonlijkheid' Artikel 3 - Bestuursorganen Het bestuur van het Historisch Centrum Limburg bestaat uit:

a. het algemeen bestuur;

:

b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter.

HOOFDSTUK III. BELANG, DOEL EN TAKEN

Artikel 4 - Belang 1. De regeling is getroffen,in,het belang van

2

3

mede uit.

Artikel 5 - Doel en taken 1. Het Historisch Centrum Limburg heeft tot doel om het archiefbeheer en de archieftaken uit te voeren die de deelnemers aan het algemeen bestuur hebben overgedragen, te weten:

a. de taken en bevoegdheden die voortvloeien uit de artikelen 2.2, tweede en derde lid.

Concreet wordt in dat verband gewezen naar de taken en bevoegdheden zoals die zijn opgenomen in hoofdstuk 4, 5 en 7 en de artikelen 9.3,9.4,10.4 en 10.5, 10.6 van de Archiefwet;

b, de aanwijzing van een archivaris als bedoeld in de artikelen 6.2, tweede lid en 6.3, tweede lid van de Archiefwet;

c. Het verrichten van door de deelnemers opgedragen andere taken die verband houden met de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 4.

2. Ten behoeve van de uitvoering van de voormelde taken en bevoegdheden, treft het Historisch Centrum Limburg de in artikel 3,5 Archiefwet bedoelde voorzieningen omtrent de documenten van de deelnemers.

3. Voorts rusten op het Historisch Centrum Limburg de uitoefening van de taken en bevoegdheden die vooftvloeien uit artikel 2.3 van de Archiefwet.

Artikel 6 - Werkafspraken met deelnemers

', ..a

deelnemer werkafspraken 1. Ter uitvoering van de in artikel 5 opgenomen taken worden er per ..:a ,

gemaakt,

2. Het model van de werkafspraken wordt vastgesteld door het algeme en beStúur en bevat ten minste de uitgangspunten en voorwaarden voor de werkzaamheden van het Historisch Centrum Limburg en de financiering daarvan.

Artikel 7 - Dienstverlening aan derden 1. Het Historisch Centrum Limburg is bevoegd om diensten voor derden, niet zijnde de deelnemers of de Minister, uit te voeren

2. Het algemeen bestuur besluit daartoe op voorstel van het dagelijks bestuur dat het Historisch Centrum Limburg het merendeel van Minlster rs en de ....:

HOOFDSTUK IV.

BESTU ':..

beëindiging lidmaatschap el leden als dat er deelnemers zijn. één lid aan als lid van het algemeen bestuur

.:

3. Iedere deelnemer kan uít zijn midden voor ieder lid tevens één plaatsvervangend lid aanwijzen' dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt.

4. De aanwijzing van de leden van het algemeen bestuur geschiedt voor dezelfde periode als waarvoor het college dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap is benoemd en vindt plaats in de eerste vergadering of uiterlijk binnen zes weken na de eerste vergadering van de nieuwe zittingsperiode van het college of het dagelijks bestuur van het waterschap,

5. Het lidmaatschap eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid van het college of het dagelijks bestuur van het waterschap te zijn.

6. Indien tussentijds een vacature ontstaat wijst het betreffende college dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap ten spoedigste een nieuw lid aan'

7. Een lid kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan de voorzitter en aan het bestuursorgaan dat hem heeft aangewezen. Het lidmaatschap duurt voort tot het moment waarop in de opvolging is voorzien.

Artikel 9 - Werkwijze

7. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en verder zo vaak als de

voorzitter of het dagelijks bestuur dat nodig oordeelt of wanneer tenminste twee leden dit onder opgave van redenen schriftelijk verzoeken.

2. De vergaderingen zijn openbaar. 3. De deuren worden gesloten wanneer de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt.

:

:.

4. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal:worden vergaderd. 5. Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een ¡eg,lement van órde vast. Artikel 1O - Stemverhouding 1. Er wordt voorzien in meervoudig stemrecht

2. In de vergadering heeft ieder lid van het algemeen bestuur één stem, alsmede één stem voor elke volle € 500.000,- aan taken, producten en dienstên die de deelnemer die het betreffende lid vertegenwoordigt van het Historisch Centrum Limburg afneemtt ,

3. Voor de vaststelling van de in het vorige lid bedoelde bijdrage:en daarmee het aantal stemmen geldt de vastgestelde begroting van het Histo.risch Centrum Limburg als uitgangspunt. De in het vorige lid bedoelde stemverhouding Çeldt dan oo( voor de,,begroting van dat jaar.

Artikef 11 - Besluitvõrming :

:

1. Besluiten worden op basis van een gewone meerderheid van stemmen genomen.

2. Een slemming is ålleen geldig, 'di: meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich ñiet van deelnemlqg aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.

3. Het tweede lid is niet van toepãséing: a. ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een aanwijzing, voordracht of aanbeveling va¡ e9n.of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was;

b. voor zover het betreft onderwerpen die in een daaraan voorafgaande niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld.

4. B¡j een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet.

Artikel 12 - Taken en bevoegdheden 1. Met inachtneming van het bepaalde in deze regeling behoren tot de taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur:

a. het uitvoeren van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 5 van deze regeling; b. het vaststellen van de meerjaren- en jaarlijkse beleidsplannen en de daarbij behorende meerjarenraming;

c. het vaststellen van de begroting, alsmede de wijziging daarvan; d. het vaststellen van de jaarrekening; e. het vaststellen van de winstbestemming/verliesdekking; het vaststellen van verordeningen; f. g. het besluiten over toetreding en uittreding van deelnemers; h. het oprichten van/ het mede oprichten van en het deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge wqa16orgmaatschappijen indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht vooç de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang;

i. het besluiten tot het verlenen van ontslag aan een lid van het dagelijks bestuur. 2. Een besluit over het in het vorige lid, aanhef en onder h genoemde-'gnderwerp wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten én het aléemeen bestuur van het waterschap een ontwerpbesluit is toegezonden en zij in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.

Artikel 13 - Commissies 1. Het algemeen bestuur kan, naast commissies van advies, commissiés instellen met het oog op de

behartiging van bepaalde belangen. 2. De instelling van commissigg, dq.regeling van haar.þqvgegdheden en samenstelling alsmede de vaststelling van andere nadere regeilngen mgt betrêkkíng.tot het functioneren van commissies, geschieden overee¡komstig het bcpaalde in artikel 24 en 25 van de wet.

HOOFDSTUK V. HET DAGELIJ

Artikel l:,1

,-

Omvang, samgnstetling en werkwijze

1. Het dagélijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee door het algemeen bestuur uit zijn midden aan te wijzen leden.

2. De leden van het dage]ijks bestuur worden door en vanuit het algemeen bestuur op de volgende wijze aangewezen:

-

één lid op voordracht door en uit de leden van het algemeen bestuur die zijn aangewezen door de colleges van Maastricht en Heerlen; twee leden op voordracht van de overige leden van het algemeen bestuur.

3. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.

4. Indien tussentijds een vacature ontstaat wijst het algemeen bestuur ten spoedigste een nieuw lid aan.

5. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft één stem

6. Besluitvorming vindt plaats bij gewone meerderheid van stemmen, voor zover niet anders is bepaald in de regeling.

Artikel 15 - Werkwijze

1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als één of meer leden van het dagelijks bestuur dit nodig oordelen.

2. In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd of besloten, indien ten minste de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

3. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, een nieuwe vergadering.

.

,,

4. Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglemen!vãn orde vast. ,l

t.,,

.t.,

,

' '',

Artikel 16 - Taken en bevoegdheden Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met:

'':

':

a. het voeren van het dagelijks bestuur van het itiétórisch Centrum Limburg; b. het uitoefenen van de taken en bevoegdheden alS bedoeld in artikel 5 van deze regeling, welke taken en bevoegdheden hierbij zijn overgedragen:do_or hgt algemeen bestuur aan het dagelijks bestuu r;

c. beslissingen van het algemeen bestuurivoorbereiden en ui.tvoeren;' d. regels vaststellen over het perso'r1éel van he! Historisch C"nitt¡u¡'Limburg; e. besluiten tot privaatrechteliJke rechtshandelingen van het Historisch Centrum Limburg, met

uitzondering van privaatrech!êlijke r:echtshandeÍirigqn als- bedoeld in artikel 12 lid 1 sub h van deze regeling; . , .. ,i .'.

f

'

,

. besluiten namens het Histotisch Centrum Limburg, het dagelijks bestuur of het algemeen

bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocçdures of administratief beroepsprocedures te voeren of handeli¡gen ter vgorbereiding daarop te yerrichten, te.nzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemêen bestUur aangaat, in voorkoifende gevallen anders beslist;

g. het némen van alle congervatoire.¡¡ãatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodrg is ter voorkoming van verjaring van recht of bezit;

h. het beheãrvan de activa en passiva van het Historisch Centrum Limburg, en;

i. de zorg, voor z6vgr deze van het dagelijks bestuur afhangt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van het Historisch Centrum Limburg.

HOOFDSTUK VI. DE VOORZITTER

Artikel 17 - Aanwijzing voorzitter Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter respectievelijk vice-voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aan. Het dagelijks bestuur zal hiervoor een voorstel doen aan het algemeen bestuur.

Artikel 18 - Taken en bevoegdheden 1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

2. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan. 3. De voorzitter vertegenwoordigt het Historisch Centrum Limburg in en buiten rechte. De vertegenwoordiging kan hij opdragen aan een door hem aan te wijzen gevolmachtigde.

HOOFDSTU K VII. I N FORMATIE EN VE RANTWOORDINGSPLICHT

Artikel 19 - Inlichtingenplicht 1

op

2

3. Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college dan wel het dagelijks bestuur van het waterschap dat hem heeft aangewezen schriftelijk alle inlichtingen die door het college, het dagelijks bestuur van het waterschap Of een of meer léden daarvan worden verlangd.

r van het waterschap ering of schriftelijk door hem in het

NSWIJ ZEN

Artikel 21- Inspraak l.Ingezetenen van de provincie Limburg en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers onderscheidenlijk het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur van het waterschap betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid.

2.In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenten, het

algemeen bestuur van het waterschap inbegrepen, het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de provincie Limburg en belanghebbenden zal worden

vormgegeven.

Artikel 22 - Zienswijzen 1. Het algemeen bestuur besluit niet tot het vaststellen van meerjarige strategische plannen dan nadat de raden van de gemeenten onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk hun zienswijzen op het concept bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen'

2. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden, het algemeen bestuur van het waterschap inbegrepen, het dagelijks bestuur afzien dagelijks bestuur hierom verzoeken. In spoedeisende gevallen kan n de gemeenten en het van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de rd op de hoogte, algemeen bestuur van het waterschap hiervan schriftelijk en van de g

3, Indien het tweede lid wordt toegepast, dan hebben de

nten

tijd om hun

tf

onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te het besluit waarover de zienswijze gegeven is, stelt het gemeenten, het algemeen bestuur van het waterschap in kennis van het oordeel over de z ienswijzen, alsmede daaraan verbindt

ijks

aande aah het nemen van ur de raden van de

ijk en gemotiveerd ele conclusies die het

HOOFDSTUK IX. DE DIRECTEUR

Artikel 23 - Directeur

'.

1. Het dagelijks bestuur beslist.qmtren! het aangaan, vVijzigen en beëindigen van een arbeidsovereen!9mst,,t¡9t de directeur Van het.Historisch Centrum Limburg.

2. Het dagelijks bêstuur draaQt er zorg voor dat er þeriodiek een functionerings- en beoordel i ngsgésprek met de di recteu r plaatsvi ndt'

Artikel 24 - Instructie 1. Het daoêJijks bestuur stelt úóó i de directeur een instructie vast

2. Het dagelij

ur regêlt de vervanging van de directeur

Artikel 25 - Taken 1. De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig en heeft daarin een adviserende stem.

2. Alle stukken, die van het algemeen of het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de directeur mede ondertekend.

HOOFDSTUK X. FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 26 - Organisatie financieel beheer

1. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en van het beheer van de vermogenswaarden van het Historisch Centrum Limburg, alsmede regels met betrekking tot het toezicht daarop.

2. Bij het vaststellen van de regels, bedoeld in het eerste lid, wordt geregeld wie met het doen van ontvangsten en betalingen van het Historisch Centrum Limburg en met dezorg voorde boekhouding zijn belast.

4. Bij het vaststellen van

ke

de deelnemers vast en

r de definitieve bijdragen van nd.

Artikel 28 - Kaders en begroting 1. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begrotin$ dient.'de algemene financiële én beleidsmatige kaders aan de raden van de gemeeríten en het afgemeen bestuur van het waterschap'

2. Het dágelijks bestuur biedt jaarlijkS:uiterlijk 30 april aan de raden van de gemeenten en het algemdén bestuur van het watérschap een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van het Histórisçh Centrum ljmburg en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrôtingsjaar vcilgende jaren. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en de meerjarenraniing zo spoedig mogelijk maar tenminste twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur woldt aangeboden, toe aan de raden van de gemeenten en aan het algemeen bestuur van het waterschap.

3. In de toelichting op de ontwerpbegroting worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke belangen en resultaten het Historisch Centrum Limburg met de activiteiten nastreeft, op welke wijze de activiteiten zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn bestemd.

4. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaargesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijg baar stelling geschiedt openbare ken nisgeving'

5. De raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijzen zijn vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden'

6. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijzen, bedoeld in het vijfde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Artikel 29 - Vaststelling begroting 1. Hetalgemeenbestuursteltdebegrotingvastinhetjaarvoorafgaande.aandatwaarvoorzij dient. De begroting wordt bij unanimiteit vastgesteld.

2. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begioting áan de raden van de gemeenten en aan het algemeen bestuur van het waterschap die ter zake bij gedeputeerde staten van de provincie hun zienswijze naar voren kunnen brengen'

3. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na dé vaststelling, doch in ieder geval uiterlijk 15 september van het jaar voorafgaánde aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten van de provincie.

Artikel 3O - Wijziging begroting 1. Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen.

2. De artikelen 28, tweede, vijfde en zesde Iid en 30, eerste en tweede lid, zijn, met uitzondering van de in artikel 29, tweede lid genoemde termijn, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. De,vorige 2i¡ geldt niet voor die wijzigingen, waarbij geen verandering wordt gebrácht in de bijdragen, bedoeld in artikel 27.

3. Het dagelijks bestuur zendt de begiotingswijzigiñQ binnen vier weken na de vaststelling aan gedeputeerde staten van de provincie.

Artikel 31 - Jaarrekening 1. Hetdagèlijksbestuurzendtvoór:30april vanhetjaarnahetjaarwaarvoordejaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening en het jaarverslag aan de raden van de gemeenten en het algemeen bèstuur van het waterschap. De voorlopige jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek'

2. Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat medewerking wordt verleend aan door of namens de accountant(s) van de gemeenten en/of het waterschap in te stellen onderzoeken naar de door de accountant, bedoeld in het eerste lid, verrichte (controle)werkzaamheden.

3. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

4. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten van de provincie, de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap.

5. Het dagelijks bestuur stelt de in het eerste lid bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar Artikel 32 - Reservevorming 1. Een batig saldo dat afkomstig is van de in artikel 27 lid I bedoelde bijdragen kan worden bestemd voorvorming van of toevoeging aan de reserve, of kan worden uitbetaald. De hoogte van deze reserve wordt bepaald door het algemeen bestuur, gehoord de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap. Voor zover een batig saldo niet wordt aangewend voor de reserve wordt het saldo naar rato van de jaarlijkse bijdrage uitgekeerd aan de gemeenten en het waterschap.

2. De reserve in enig jaar bedraagt niet meer dan tien procent van de gezamenlijke bijdragen van de gemeenten en het waterschap van dat jaar

HOOFDSTUK XI. HET ARCHIEF

Artikel 33 - Archief nen van het

1. Het dagelijks bestuur Historisch Centrum Li

2. De directeur is belast

van het

Historisch Centrum Li

3. Het dagelijks bestuur stelt voo bestuursorganen van het Histori

mburg d

de documenten van de n overgebracht.

4

5

r

6.

7

archiefbeheer van de bestuursorganen van het Historisch Centrum Limburg HOOFDSTUK XII. TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

Artikel 34 - Toetreding 1. Toetreding tot de regeling vindt plaats bij schriftelijk verzoek van het bestuursorgaan dat wenst toe te treden, onverminderd het bepaalde in artikel 61 van de wet'

2. Toetreding kan slechts plaatsvinden wanneer twee derde van de deelnemers daartoe besluiten, onverminderd het bepaalde in artikel 61 van de wet.

3. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding' Artikel 35 - Uittreding 1. Een deelnemer kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 61 van de wet.

2. Een deelnemer zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van twee jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de in de regeling blijvende deefnemers unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen.

3. Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden vóor uittied.ing, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stef,len uittredingsplan.

4. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding ste.ft-het alger¡.een bestuur.het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnémer omsehreven financiële

4. De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel en in artikel 35 in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 5o/o op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten.

5. Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens

derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.

Artikel 37 - Wijziging 1. Deze regeling kan worden gewijzigd bij besluit van ten minste twee derde van de deelnemers, onverminderd het bepaalde in artikel 61 van de wet.

2. Een voorstel tot wijziging kan worden gedaan door het bestuur of door een deelnemer.

Artikel 38 - Opheffing 1. De regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één. .

a.

2, Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de,gemeenten onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap gedurendé'¡waalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgeste$e oÞheff¡ng hun'zienswijze bij het college onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het waterschap naar vorén te brengen. 3. Bij opheffing van de regeling stelt het algemeen bestuur een liquidatieplan vast dat voorziet in de financiële en andere gevolgen van de opheffing. Hierbij kan zo nodig van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.

4. Het liquidatieplan voorziet zoveel mogelijk iir de irãr'plaatsing van het personeel en de financiële gevolgendiedeopheffingvoorhetpersoneelheeft.

5. Voordat het algemeen bestuur het liqui{atie plan vaststelt, :worde¡ de deelnemers daarover gehoord

6. Het dagelijks bestuur is beJast m et de uitvoering van het fiquidatieplan. De bestuursorganen van het Historisch Centrum Limbúrg bliiuen zo. nodig ook na,,de opheffing in functie tot de liquidatie is voltooid.

Artikel 39 - Evaluatie én inwerkingtreding 1. De werking van de regelintg z:ëtlom ¿e vijf jaar geëvalueerd worden, voor het eerst in 2029' Het dagelijks bgstuur zal daa¡:toe een onderzoeksvoorstel en de daarmee gepaard gaande financiräle consequ enii'es.' aan d e deelnemers voorleggen'

2. Het college van de geräeente Maastricht maakt de regeling tijdig bekend in het door Maastricht u itgegeven

Gemeenteblad.

3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging en opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding.

4. Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 62 jo. 26, tweede lid, van de wet.

Artikel 4O Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Limburg

Toelichting Algemeen Met ingang van l januari 20xx is de Archiefwet 2021 in werking getreden. Als gevolg hiervan is de minister van OCW als deelnemer uit de Gemeenschappelijke regeling Historisch Centrum Limburg

getreden. Vanwege de gewijzigde Archiefwet en de uittreding van de minister dient de onderhavige regeling gewijzigd te worden, De verwijzingen naar de minister zijn komen te vervallen. Ook zijn de verwijzingen naar de juiste artikelen van de Archiefwet waar nodig aangepast. Enkele overige

wijzigingen worden hierna per artikel nader toegelicht. Arti ke I sg ew ij ze toe I i chti n g

Artikel-L De begripsbepalingen zijn aangepast aan de gewijzigde beg.ri

dê Archiefwet 20XX.

Artikel 4 en 5 De omschrijving van het belang, het doel en

de het Historisch Centrum Limburg zijn

takén die door de deelnemers aan het bestuur van ragen,.rs aangepa st aan de gewijzigde bepalingen

van de Archiefwet 20XX.

Artikel B en 10 het algemeen ntal leden en de

het dagelijks bestuur. Artikel 14 is komen te vervallen.

Artikelen 34 tóf gn met 38 (toetredino, uittreding. wijzioing en opheffing) Nu de minister méi ¿e inwerkingtreding van de gewijzigde Archiefwet uit de regeling is getreden, zijn de bepalingen over toekomstige uittreding van de minister niet langer noodzakelijk. De artikelen zijn hierop aangepast. De regeling ten aanzien van het uittredingsplan en de uittreedsom is gewijzigd naar het "Limburgse model" en nader uitgewerkt'

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=90355f3c-242a-4da9-8377-3f5ac3182af8