CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Q en A raadsinformatiebijeenkomsten taskforce

Openbare informatiebijeenkomst 25 maart 2025, gemeente Kerkrade6.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Q & A raadsinformatiebijeenkomsten taskforce

1. Algemeen (argumenten bij adviezen taskforce) Bron: memo G16

Thema divers en gebalanceerd zorglandschap Advies 1 taskforce Aandacht hebben voor spreiding van zorg onder verschillende zorgaanbieders (van groot tot klein) om afhankelijkheid te verkleinen. Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Dit advies moet beoordeeld worden vanuit meerdere invalshoeken:  In de recente aanbesteding van Crisis en contractvernieuwing van GIKJ zien wij dat 3 grote zorgaanbieders, die ieder voor hun deel monopolist zijn en daarnaast de hele keten GIKJ, Verblijf en Crisis beheersen, in staat zijn voorwaarden te dicteren. Om die afhankelijkheid van enkele grote zorgaanbieders te verkleinen zal de jeugdregio zodanig moeten sturen dat er meer variatie en keuzemogelijkheid in het zorglandschap komt.  Fusie of overname kan verstorend werken doordat een monopolie positie ontstaat die het evenwicht in het zorglandschap (verder) verstoort. Dat is niet in het belang van een duurzaam zorglandschap en kan een reden zijn om geen goedkeuring te geven aan een fusie of overname. Op dit moment speelt dat heel concreet omdat XONAR, Youz en Mondriaan een verkenning doen voor een fusie. Extra complicerend in deze casus is dat onder de huidige wetgeving zoals hiervoor beschreven gemeenten als vangnet fungeren indien een jeugdzorgaanbieder in financiële problemen komt.

Fusie of overname door een jeugdzorgaanbieder elders uit het land is voor de jeugdregio een verhoogd risico omdat bij onverhoopte financiële problemen geen regie kan worden gevoerd. Die ligt immers bij een jeugdregio elders in het land. Ook dat is niet in het belang van een duurzaam zorglandschap. Advies 2 taskforce Afstemmen met zorgaanbieders voorafgaand aan contractering wat een passende schaal is om zorg te kunnen organiseren Aantekeningen / toelichting leden werkgroep In de praktijk gebeurt dit grotendeels al. Bij aanbestedingen worden marktconsultaties gehouden met zorgaanbieders die van plan zijn in te schrijven op de aanbesteding. De insteek van de marktconsultaties op dit moment is dat de ideëen van de gemeenten worden getoetst bij de zorgaanbieders. Daarbij zal in de toekomst nadrukkelijker de passende schaal van de zorg besproken moeten worden. Advies 3 taskforce Bieden van dekkende en gelijke tarieven. Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Onze tarieven worden bepaald op basis van onafhankelijk tarievenonderzoek. Daarbij wordt gebruik gemaakt van landelijke benckmark gegevens en door zorgaanbieders aangeleverde data over hun bedrijfsvoering. Tarieven zijn generiek en gelden voor alle zorgaanbieders. Wat voor de ene zorgaanbieder een passend tarief is kan voor een andere zorgaanbieder niet passend zijn.

Steller: Datum: 19-3-2025

Gemeenten zijn ook verplicht de AMvB reële prijzen jeugdwet te volgen. Onze tariefbepaling voldeed al aan die richtlijnen. Op onderdelen zijn wel verbeteringen nodig. Onder meer bepaling overhead en no show. In deze verbeterpunten zijn wij niet uniek, het speel landelijk. Op dit moment is er geen afstemming tussen de Limburgse jeugdregio’s over tarieven. Indien in de toekomst door de Limburgse jeugdregio’s gelijke producten worden aangeboden en dezelfde contractvoorwaarden worden gehanteerd ligt het voor de hand dat ook de tarieven gelijk zijn. Het gaat niet alleen om reële tarieven maar ook om een scherpe definitie wat de gemeenten mogen verwachten voor dat tarief. Advies 4 taskforce Harmoniseren van contractvoorwaarden tussen gemeenten en regio’s voor dezelfde zorgvormen en zorgaanbieders provincie breed en waar mogelijk afstemming met aanpalende regio’s Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Om gezamenlijk te kunnen werken aan een inhoudelijke transformatie is het noodzakelijk dat de Limburgse jeugdregio’s en mogelijk ook daarbuiten de contractvoorwaarden harmoniseren. JZ+ wordt bijvoorbeeld door 2 aanbieders aangeboden in landsdeel Zuidoost dat bestaat uit 7 jeugdregio’s in Brabant en Limburg. ZuidLimburg is de enige jeugdregio die afwijkende contractvoorwaarden hanteert.

Het voornemen is met ingang van 2026 voor het hele landsdeel dezelfde voorwaarden en tarieven te hanteren. Zuid-Limburg zoekt daarvoor aansluiting bij de andere jeugdregio’s in landsdeel Zuidoost. Advies 5 taskforce Organiseren van en investeren in een structurele vorm van samenwerking tussen de regio’s. Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Het harmoniseren van contractvoorwaarden veronderstelt dat ook beleidsmatig en in de periodieke afstemming en contractmanagement wordt samengewerkt tussen de jeugdregio’s. Hiervoor zal op provinciaal niveau een nieuwe governance uitgewerkt moeten worden. Daarnaast speelt de voorgenomen wijziging van de governance van de jeugdregio Zuid-Limburg. Advies 6 taskforce Organiseren van en investeren in een structurele vorm van samenwerking tussen gemeenten / regio’s en zorgaanbieders. Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Idem als bij advies 5. Advies 7 taskforce Verschaffen en hebben inzicht in de opbouw van kostprijzen (actie zorgaanbieders) Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Dit advies heeft een relatie met advies 3. Voor de berekening van reële prijzen is inzicht nodig in de interne kostprijzen van zorgaanbieders. De ervaring is dat zorgaanbieders niet altijd transparant zijn in de berekening of bijvoorbeeld extra kosten toerekenen aan een product om op die manier een hoger tarief te krijgen.

De ervaring is ook dat zorgaanbieders inschrijven op aanbestedingen en pas na gunning vaststellen dat met de overeengekomen tarieven een kostendekkende exploitatie niet mogelijk is. Voor zorgaanbieders is op beide onderdelen nog een weg te gaan. Wanneer de jeugdregio na marktconsultaties en reële tarieven een aanbesteding doet, dan is het de veranwoordelijkheid van de zorgaanbieders dat men zich vóór inschrijving ervan vergewist dat voor de tarieven een kostendekkende exploitie mogelijk is

Thema grip en sturing Advies 8 taskforce Opnemen van heldere contractvoorwaarden die in ieder geval betrekking hebben op: a) Het verkrijgen van inzicht in financiële, waaronder het verplicht delen van een monitoringsrapportage en het delen van een due diligence rapport in situaties die daarom vragen.

Steller: Datum: 19-3-2025

b) Het voorafgaand meenemen van gemeenten in voorgenomen fundamentele beslissingen in de bedrijfsvoering die invloed hebben op continuïteit van zorg zoals fusie of overname. c) Het niet nakomen van afspraken en de consequenties daarvan. Aantekeningen / toelichting leden werkgroep a) Het advies is prima. De ervaring leert echter dat de praktijk weerbarstig is. Mutsaers heeft bijvoorbeeld ondanks contractuele afspraken jarenlang geweigerd gegevens te delen voor materiële controles. Bij XONAR moest, ondanks contractuele afspraken over maximale transparantie, een sanctie van 100k worden aangezegd voordat inzicht werd gegeven in exploitatiegegevens en ontvangen wij nog steeds slechts die informatie die XONAR wil delen. Dit dwingt tot een scherpe definitie van de informatie die moet worden gedeeld. In het verleden leverden de zorgaanbieders spiegelinformatie aan. Het is al enkele jaren niet meer toegestaand die informatie op te vragen. b) Het voorafgaand meenemen van gemeenten in fundamentele beslissing die de continuïteit van zorg raken gaat verder dan alleen fusie of overname. Ook het risicodragend deelnemen in samenwerkingsverbanden of coöperaties kan de continuïteit van zorg raken. Vooraf meenemen is dan onvoldoende. Als de continuïteit van zorg in het gedrang kan komen is voorafgaande instemming van de jeugdregio nodig.

c) In onze contracten zijn al bepalingen opgenomen over financiële sancties, de mogelijkheid van contractontbinding of het niet toestaan dat contracten worden overgenomen na een fusie of overname. De financiële sancties zijn echter te laag om echt een barriere te zijn. In het voorbeeld van XONAR zien wij dat de sanctie echt substantieel (100k per overtreding) moet zijn om daadwerkelijk effect te hebben. Contractontbinding is in de praktijk om meerdere reden lastig. Immers hoe ontbindt je het contract van een monopolist als je als gemeente ook verantwoordelijk bent voor de continuïteit van zorg? Als een zorgaanbieder echt niet wil meewerken, ontbreekt het de gemeenten aan instrumenten. Dit knelpunt kan alleen worden opgelost door de stelsel verantwoordelijke, het rijk. De rapportage van de taskforce is op dit onderdeel onvolledig. Aanvulling is noodzakelijk. Advies 9 taskforce Toetsen van contractvoorwaarden bij zorgaanbieders voordat voorwaarden in de contracten landen, waaronder afstemming over het detailniveau waarop zicht in de financiële cijfers nodig is. Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Dit gebeurt reeds via de markconsultaties en via de nota van inlichtingen bij de aanbesteding. Zodra de verplichte deelname aan EWS geïmplementeerd is, wordt financieel voor een groot deel voorzien in de informatiebehoefte van de gemeenten.

Advies 10 taskforce Gebruik de contractstandaarden, bijvoorbeeld de contractstandaarden jeugd. Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Het bovenregionaal hanteren van dezelfde contractvoorwaarden veronderstelt dat de jeugdregio’s dezelfde contracten hanteren. Ter voorkoming van ongewenste discussie tussen zowel de jeugdregio’s als met de zorgaanbieders ligt het dan voor de hand om de contractstandaarden te hanteren. Advies 11 taskforce Inrichten van een heldere en strakke monitoringscyclus waarbij periodiek cijfers worden opgehaald en wordt gesproken met zorgaanbieders over onderwerpen die voorafgaand gezamenlijk zijn vastgesteld. Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Over de montoringscyclus, de onderwerpen voor de agenda en de gegevens die daarvoor moeten worden gedeeld kan via de marktconsultaties met de zorgaanbieders worden afgestemd. Vervolgens kunnen de afspraken worden vastgelegd in de contracten, inclusief de sancties indien zorgaanbieders de afspraken niet nakomen. De ervaring deelt dat dit noodzakelijk is. Bij bijvoorbeeld GIKJ is een langdurige patstelling ontstaan omdat Koraal, Mondriaan en XONAR weigerden inzage te geven in exploitatiegegevens die nodig waren om te onderzoeken of de problemen bij VIA jeugd binnen de combinatie opgelost konden worden.

Steller: Datum: 19-3-2025

Advies 12 taskforce Voeren van transparante, eerlijke en constructieve gesprekken om het vertrouwen tussen zorgaanbieders en gemeenten / regio’s weer op te bouwen. Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Uit de consultatie van de zorgaanbieders door de taskforce komt naar voren dat er sprake is van het ontbreken van vertrouwen tussen gemeenten en zorgaanbieders. De oorzaken zijn divers. Wat een belangrijke rol speelt is de informatiebehoefte van gemeenten en de terughoudendheid van zorgaanbieders om informatie te delen omdat men van mening is dat de grenzen van informatie over (strategische-) bedrijfsvoering worden overschreden. Op het niveau van de jeugdregio als geheel worden periodiek reeds thema bijeenkomsten met de zorgaanbieders georganiseerd over grotere thema’s zoals de problemen bij segment overstijgende zorg. Op het niveau van individuele zorgaanbieders worden de gesprekken gevoerd door de CRT. Wij zullen kritisch moeten kijken naar de samenstelling van de CRT en de manier waarop deze de (periodieke) gesprekken met zorgaanbieders voeren. Zorgaanbieders zullen hetzelfde moeten doen indien er sprake is van verstoorde verhoudingen. Advies 13 taskforce Aansluiten bij Early Warning System (EWS) (actie zorgaanbieders).

Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Het EWS is een goed instrument om de vinger aan de pols te houden zodat tijdig bijgestuurd kan worden als dat nodig is. Vooruitlopend op de wetswijziging wordt in de jeugdregio Zuid-Limburg verplichte deelname aan het EWS én het verplicht delen van de kwartaalrapportages met de jeugdregio al opgenomen in de contractvoorwaarden bij contractvernieuwingen en nieuwe aanbestedingen. Advies 14 taskforce Periodiek delen van informatie, onder andere op basis van het EWS. (actie zorganbieders) Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Over de onderwerpen voor de agenda van de monitoringscyclus en de gegevens die daarvoor moeten worden gedeeld kunnen via de marktconsultaties met de zorgaanbieders afspraken worden gemaakt. Het EWS is gebaseerd op standaard gegevens die per kwartaal door de zorgaanbieders worden geupload is de database van het EWS bij jeugdautoriteit. Vervolgens ontvangen de zorgaanbieders per kwartaal een rapportage uit het EWS met een analyse van de aangeleverde gegevens afgezet tegen een benchmark met vergelijkbare zorgaanbieders. Deze rapportage moet verplicht en integraal ieder kwartaal worden gedeeld met de jeugdregio en vormt mede de basis voor onze periodieke gesprekken en (indien nodig) voor het intern opschalen.

Advies 15 taskforce Betrekken de gemeenten in een vroege fase bij de voorbereiding van voorgenomen fundamentele bedrijfskeuzes die invloed hebben op de continuïteit van zorg. (actie zorgaanbieders) Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Deze actie is vanuit het perspectief van de gemeenten behandeld bij advies 8. Zie ook de beslispunten 8 a t/m c. Met de zorgaanbieders zullen duidelijke afspraken gemaakt moeten worden over wat wordt verstaan onder in een vroegtijdig stadium betrekken bij. De bestaande praktijk van een schriftelijke melding van voornemen van fusie is onvoldoende. Ook zullen afspraken gemaakt moeten worden over het informatieniveau. De praktijk nu is dat de jeugdregio slechts zeer summier (proces-) informatie ontvangt en inhoudelijk niet of onvoldoende wordt geïnformeerd. De zorgaanbieders zal duidelijk gemaakt moeten worden wat de contractvoorwaarden zijn en dat gemeenten zo nodig gebruik zullen maken van de sanctiemogelijkheden. Advies 16 taskforce Verplicht stellen van aansluiting door zorgaanbieders aan het EWS. Het aansluiten op het EWS is voorzien in het wetsvoorstel ‘Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’. (actie rijk)

Steller: Datum: 19-3-2025

Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Het ministerie verwacht dat het wetsvoorstel medio 2025 wordt vastgesteld. Advies 17 taskforce Beschikbaar stellen van de handreiking over de inrichting van het leveranciers- en contractmanagement aan gemeenten en regio’s. (actie rijk) Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Onduidelijk is of het ministerie dit ‘op de plank’ heeft liggen of dat de handreiking nog ontwikkeld moet worden. In beide gevallen is een aandachtspunt dat de afstand van het ministerie tot de praktijk van alledag redelijk groot is. De gemeenten zijn niet geholpen met theoretische oplossingen maar hebben behoefte aan best practices. Advies 18 taskforce Meenemen signalen Limburgse gemeenten over concretisering van en de positie van de gemeenten in het draaiboek continuïtei jeugdhulp in de eerstvolgende evaluatie. (actie rijk) Aantekeningen / toelichting leden werkgroep In de taskforce is uitvoerig gesproken over het draaiboek continuïteit jeugdhulp. De gemeenten vinden dit niet concreet genoeg en vragen om aanpassing. Met name ook om de sturing en invloed van gemeenten in het draaiboek te vergroten. Het ministerie en de jeugdautoriteit hebben zich in de taskforce op het standpunt gesteld dat het draaiboek in de huidige opzet voldoende handvaten biedt en juist handelingsvrijheid geeft voor maatwerk.

Daarom zijn de aantekeningen van de gemeenten niet meer verwerkt in de recente actualisatie van het draaiboek. De taskforce vraagt het ministerie met nadruk om in de volgende evaluatie van het draaiboek de signalen van de Limburgse gemeenten over het draaiboek mee te nemen en hen actief te betrekken bij de evaluatie. Tijdens het bestuurlijk overleg op 14 januari 2025 is duidelijk geworden dat het ministerie zich niet zal inzetten voor een snelle nieuwe evaluatie. De volgende evaluatie onder regie van Nza wordt afgewacht. Het ministerie herhaalt het eerdere standpunt over handelingsvrijheid voor maatwerk. Het oude draaiboek blijft van toepassing op de bestaande dossiers. Het standpunt van het ministerie dwingt de gemeenten om gebruik te maken van de handelingsvrijheid voor maatwerk en een eigen protocol uit te werken.

Thema bovenregionale samenwerking Advies 19 taskforce Contractueel inrichten van de governance in de vorm van een netwerkstructuur die bovenregionale samenwerking tussen de regio’s vastlegt. Hierin worden afspraken gemaakt over onder andere: a) De inhoudelijke solidariteit en gedeeld financieel risico. b) De gezamenlijke signalering van zorgproblemen. c) De gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de continuïteit van zorg in Limburg. Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Dat een governance wordt afgesproken voor bovenregionale samenwerking ligt voor de hand. De punten a t/m c zijn echter vooral ingegeven door het dilemma rond de financiering van het herstelplan van Mutsaers. De betekenis van de punten a en c is dat de jeugdregio Zuid-Limburg vanuit solidariteit wordt geacht het herstelplan van Mutsaers mee te financieren. Voor gezamenlijke verantwoordelijkheid en soldariteit is nodig dat gezamenlijk regie wordt gevoerd op bijvoorbeeld het mitigeren van problemen. Dat is bij de actuele situatie van Mutsaers niet het geval. De jeugdregio Zuid-Limburg heeft in het verleden geen regie kunnen voeren over dit dossier en is slechts zijdelings betrokken bij de beoordeling van het herstelplan van Mutsaers. De beoordeling van het herstelplan is overigens grondig gedaan door de collega’s van de jeugdregio’s Noord- en MiddenLimburg.

Advies 20 taskforce Harmoniseren van contractvoorwaarden tussen gemeenten en regio’s voor dezelfde zorgvormen en zorgaanbieders provincie breed en waar mogelijk in afstemming met aanpalende regio’s.

Steller: Datum: 19-3-2025

Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Dit advies ligt in het verlengde van andere adviezen van de taskforce. Harmonisatie van contractvoorwaarden is noodzakelijk als de jeugdregio’s gezamenlijk willen optrekken. Voorspelbaar is dat bij de uitwerking van dit advies discussie ontstaat tussen de jeudregio’s over de voorwaarden die worden gesteld voor de selectie van financieel gezonde zorgaanbieders. Ook zegt het advies niets over hoe de jeugdregio’s het aanbestedingsproces inrichten. Advies 20 kan daardoor slechts met een voorbehoud worden goedgekeurd. Over de selectie van financiële zorgaanbieders is aan dit voorstel als advies 28 een apart beslispunt toegevoegd. Advies 21 taskforce Vaststellen van gelijk(soortige) kaders en voorwaarden toegepast kunnen worden op bestaande contracten in de jeugdregio’s Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Onze contracten zijn meest aangegaan voor een periode voor 10 jaar. Bij de tussentijdse contract-verlengingen kunnen voorwaarden worden herzien, echter binnen grenzen. Advies 21 is daardoor slechts beperkt realiseerbaar.

Advies 22 taskforce Uitvoering verkenning in 2025 naar de bovenregionale samenwerking op cruciale jeugdzorgfuncties (waaronder JZ+, de residentiële jeugdzorg en crisiszorg) Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Op 19-12-2025 heeft de stuurgroep besloten in 2025 de segment overstijgende zorg in de keten segment 1 (GIKJ, waarin JZ+), segment 2 (Wonen/residentiële zorg) en segment 5 (Crisis) opnieuw aan te besteden met ingang van 2027. Deze afspraak is ook onderdeel van het tweejarig contract dat met de zorgaanbieders Koraal, Mondriaan en XONAR wordt gesloten voor GIKJ en Crisis. Met betrekking tot JZ+ is afgesproken dat met ingang van 2026 de contactvoorwaarden worden geharmoniseerd met de andere jeugdregio’s in landsdeel Zuidoost en dat, indien mogelijk, JZ+ meeloopt in een nieuwe aanbesteding van JZ+ voor het volledige landsdeel. Voor de contractvoorwaarden voor GIKJ en Crisis wordt in lijn met het advies van de taskforce, samen met de andere jeugdregio’s gewerkt aan harmonisatie op provinciaal niveau. Dit is de eerste mogelijkheid om daadwerkelijke stappen te zetten. Over hoe de bovenregionale samenwerking uiteindelijk vorm krijgt moet een afwegingskader worden uitgewerkt. Advies 23 taskforce Inrichten van gezamenlijk leveranciers- en contractmanagement voor bovenregionale zorgaanbieders.

Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Harmoniseren van contractvoorwaarden en mogelijk ook gezamenlijk aanbesteden veronderstelt dat de jeugdregio’s hun leveranciers- en contractmanagement op dezelfde manier inrichten. Dit advies impliceert dat de jeugdregio de inrichting van de CRT moet herzien. Voorwaarde is een heldere bovenregionale governance. De eerste herziene contracten gaan in per 2027. Dit is ook de richtdatum voor de effectuering van dit advies. Advies 24 taskforce Opstellen van een gezamenlijke visie en doelstellingen in lijn met de hervormingsagenda Jeugd. (actie jeugdregio’s en zorgaanbieders) Aantekeningen / toelichting leden werkgroep De jeugdregio Zuid-Limburg organiseert in het tweede kwartaal als onderdeel van het bindend tussen advies van jeugdautoriteit over XONAR een of meer bijeenkomsten met de zorgaanbieders over de hervormingsagenda. Opschaling naar een provinciaal niveau en vertaling in een gezamenlijke visie en doelstellingen kan in een latere fase, mede op basis van de inzichten die zijn opgehaald.

Steller: Datum: 19-3-2025

Advies 25 taskforce Open staan voor het opnieuw opbouwen van vertrouwen en niet vast blijven houden aan eerdere situaties. (actie zorgaanbieders en jeugdregio’s) Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Zie advies 12. Advies 26 taskforce Leveren van input en doen van voorstellen / stellen een plan op om te komen tot een dekkend zorglandschap, welke rol aanbieders daar gezamenlijk in hebben en hoe de bovenregionale samenwerking ingericht kan worden. (actie zorgaanbieders) Aantekeningen / toelichting leden werkgroep Deze actie ligt primair bij de zorgaanbieders. Voor de jeugdregio Zuid-Limburg wordt het punt vanaf het derde kwartaal actueel indien XONAR ingedeeld wordt in trede 5 van het draaiboek continuïteit jeugdhulp. Dan zal samen met de zorgaanbieders gezocht moeten worden naar alternatieven en de gewenste inrichting van het zorglandschap. Advies 27 taskforce Verkennen van de haalbaarheid van het inrichten van een landelijk waarborgfonds waar jeugdzorgaanbieders in financiële nood een beroep op kunnen doen. (actie: gemeenten/VNG, regio’s en rijk gezamenlijk) Aantekeningen / standpunt G16 De taskforce vraagt het ministerie met nadruk om in de volgende evaluatie van het draaiboek de signalen van de Limburgse gemeenten over het draaiboek mee te nemen en hen actief te betrekken bij de evaluatie.

De dagelijkse realiteit van de gemeenten is echter dat de theorie van het draaiboek onvoldoende of niet aansluit bij de praktijk; de doorlopende worsteling met continuïteitsproblemen bij zorgaanbieders waarop het draaiboek van toepassing is, het effect dat dit heeft op de andere zorgaanbieders in de jeugdregio, de verlammende werking op de ontwikkeling van het zorglandschap en de oneigenlijke keuzes die daarbij gemaakt moeten worden. De jeugdautoriteit laat in de actuele casuïstiek die worsteling vooral aan de gemeenten. De consulenten van de jeugdautoriteit, met respect voor hun onafhankelijke rol, nemen zelden een standpunt in. Tijdens het bestuurlijk overleg op 14 januari 2025 is duidelijk geworden dat het ministerie niet verder zal gaan dan een verkenning. Het échte lobby werk zal daarom van de gemeenten moeten komen.

1. Thema’s die niet afgedekt worden door rapportage taskforce Financieel gezonde zorgaanbieders Gecontracteerde zorgaanbieders met financiële problemen vormen een bedreiging voor de continuïteit van jeugdhulp. Als de financiële problemen zodanig worden dat het draaiboek continuïteit jeugdhulp van toepassing is, worden de gemeenten aangesproken op hun wettelijke verantwoordelijkheid voor de continuïteit van jeugdhulp en veelal de financiering van een herstelplan. De ervaring leert dat, naast de financiële steun, dit leidt tot ongewenste situaties. In plaats van de continuïteit van de jeugdhulp worden gemeenten geacht een zorgaanbieder overeind te houden. Dat heeft een negatief effect op de andere zorgaanbieders in de jeugdregio, brengt ons in de positie dat oneigenlijke keuzes gemaakt moeten worden en legt een onevenredig beslag op de capaciteit. Bij de aanbestedingen hanteert de jeugdregio Zuid-Limburg de solvabiliteit grens van minimaal 20% niet als uitsluitingsgrond maar als uitvoeringseis. Jeugdzorgaanbieders die niet voldoen aan deze norm moeten een verbeterplan maken en krijgen een hersteltermijn van 2 jaar om aan te tonen dat ze wel aan de voorwaarden voldoen. Lukt dat niet, dan is het een ontbindingsgrond. Bij XONAR zien wij dat dit niet werkt. Binnen de hersteltermijn van 2 jaar wordt de 20% norm niet gerealiseerd en moeten gemeenten er alsnog op acteren.

Contractontbinding is gecompliceerd omdat de gemeenten op grond van de Jeugdwet verantwoordelijk zijn voor de continuïteit van de jeugdhulp en daarom ook voor alternatieven moeten zorgen. Deze beperking van het handelingsperspectief is een van de belangrijkste dilemma’s die voortvloeien uit de huidige Jeugdwet. Onze alternatieven zijn beperkt. Het is wettelijk niet mogelijk om individuele zorgaanbieders uit te sluiten van aanbestedingen. Dat moet via het PvE dat op alle zorgaanbieders van toepassing is. Ook is het wettelijk niet Steller: Datum: 19-3-2025

mogelijk om het inschrijven in de vorm van combinaties uit te sluiten. Bij inschrijving als combinatie wordt de solvabiliteit bepaald op basis van het gemiddelde van de inschrijvende partijen in de combinatie. Financieel zwakke zorgaanbieders kunnen op dit manier alsnog inschrijven onder de paraplu van de solvabiliteit van zorgaanbieders die wél aan de norm voldoen. Dat dit tot ongewenste situaties kan leiden zien wij in de lopende aanbesteding Crisis. De combinatie van zorgaanbieders XONAR, Koraal en Mondriaan eisen alle een eigen lumpsum en weigeren gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen voor de continuïteit van de jeugdzorg. Koraal en Mondriaan kiezen voor deze aanpak omdat men geen enkel risico wil lopen in de samenwerking met het financieel zwakke XONAR dat op haar beurt door de financiële situatie niet in staat is zelfstandig in te schrijven op aanbestedingen. Selectie bij inschrijving op financieel gezonde zorgaanbieders is mogelijk met de volgende maatregelen: a) Bij nieuwe aanbestedingen de solvabiliteitgrens stellen op minimaal 20% als harde uitsluitingsgrond voor alle jeugdzorgaanbieders. Dus niet alleen voor gecontracteerde partijen maar ook voor de jeugdzorgaanbieders gecontracteerde onderaannemers. Zorgaanbieders moeten structureel, dit is minimaal 3 jaar, voldoen aan de norm. Op korte termijn heeft dit voor de meeste jeugdzorgaanbieders geen gevolgen.

De meeste contracten zijn in 2023 aangegaan voor een periode van 10 jaar. Jeugdzorgaanbieders hebben binnen de huidige contractperiode nog 5 tot 7 jaar om te zorgen dat ze aan de gewijzigde voorwaarden kunnen voldoen. Bij de contracten die tussentijds opnieuw worden aanbesteed heeft het wel eerder consequenties voor zorgaanbieders die niet aan de minimale solvabiliteitsgrens kunnen voldoen. Door een strengere selectie bij de aanbestedingen vallen zwakkere partijen af. Concreet heeft zo’n maatregel effect met ingang van 2026 (nieuwe aanbesteding Vrouwenopvang) en 2027 (nieuwe aanbesteding GIKJ, Wonen en Crisis). b) De contractvoorwaarden zodanig formuleren dat inschrijvers in een combinatie gezamenlijk verantwoordelijk dus hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de levering van zorg en de financiële verplichtingen in het contract, binnen het contract (financieel) garant staan voor de andere combinanten en dat er 1 gezamenlijk budget is. Door deze aanpak vervalt ook de vrijblijvendheid van de huidige combinaties. Zorgaanbieders worden gedwongen tot een grondige afweging met wie samen als combinatie wordt ingeschreven én na de gunning is er ook een gezamenlijk belang. c) Ook voor onderaanbieders geldt dat ze structureel moeten voldoen aan de solvabiliteitseis van minimaal 20%.

Voor de onderaanaanemers de contractvoorwaarden zodanig formuleren dat de combinanten in de combinatie ook gezamenlijk verantwoordelijk en dus hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de levering van zorg en de financiële verplichtingen van onderaannemers in het contract, binnen het contract (financieel) garant staan voor de onderaannemers en dat er 1 gezamenlijk budget is. Het is een fundamentele keuze. Indien de jeugdregio een harde uitsluitingsgrond hanteert en de aanvullende voorwaarden hanteert kán het gevolg zijn dat onvoldoende zorg kan worden ingekocht doordat een aantal zorgaanbieders niet kunnen inschrijven waardoor schaarste ontstaat. De jeugdregio raakt hier dus de grenzen van het huidige systeem en governance die de gemeenten verplicht voldoende zorg in te kopen. 2.

Raadsvragen SP Maastricht 27-2-2025

Vraag 1: Herkent uw college zich in het structurele probleem dat gemeenten wel verantwoordelijk zijn, maar onvoldoende bevoegdheden hebben om in te grijpen bij autonome zorgaanbieders? Zo ja, wat gaat het college doen om dit in de toekomst anders vorm te geven? Zo nee, waarom niet? Antwoord 1: Deze constatering is juist. Het systeemprobleem in de jeugdzorg is een van de redenen waarom de gezamenlijke Limburgse jeugdregio’s zich begin 2024 tot het ministerie hebben gericht. Dit heeft uiteindelijk geleid tot het inrichten van de taskforce. Het advies van de taskforce biedt een aantal handreikingen om te sturen op risicoreductie en risicobeheersing richting zorgaanbieders. Wij gaan daar bij de volgende vragen inhoudelijk op in. Vraag 2:

Steller: Datum: 19-3-2025

Is het college bereid om in VNG-verband of op zijn minst met alle Limburgse gemeenten richting het Rijk te pleiten voor aanpassing van de Jeugdwet zodat het door de Taskforce gesignaleerde dilemma wordt opgelost? Zo ja, hoe gaat dat offensief eruitzien? Zo nee, waarom niet? Antwoord 2: Zowel in de taskforce als in het bestuurlijk overleg met het ministerie over de concept rapportage is gepleit voor een stevigere rol van het ministerie en sturing op het oplossen van de systeemproblemen. Om dat in gang te zetten zal een stevige lobby nodig zijn. Hoe dit vorm gaat krijgen wordt verder uitgewerkt in het implementatietraject van de taskforce adviezen. Vraag 3: Hoe is uw college van plan om zorgaanbieders harder aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor continuïteit en financiële soliditeit? Worden bij nieuwe contracten in het vervolg extra eisen gesteld, zoals verplichte transparantie over de financiële situatie, een vroegtijdige meldplicht bij risico’s, en/of worden er solvabiliteitsen liquiditeitseisen opgenomen, zodat de gemeente Maastricht haar regierol beter kan vervullen? Antwoord 3: Wij gaan de jeugdzorgaanbieders nadrukkelijker aanspreken op de contractuele afspraken. Voor nieuwe aanbestedingen is met ingang van 1-1-2026 van toepassing dat zorgaanbieders als uitsluitingsgrond moeten voldoen aan de eisen van solvabiliteit, weerstandsvermogen en liquiditeit.

Deze eisen gelden ook voor onderaannemers. Daarnaast verwachten wij van zorgaanbieders die als combinatie inschrijven dat ze gezamenlijke inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid nemen en binnen de combinatie voor elkaar garant staan. Via verplichte deelname aan het EWS van jeugdautoriteit vergroten wij ons inzicht in de bedrijfsvoering. De rapportages uit het EWS zijn per kwartaal. Vraag 4: Mocht er bij toekomstige aanbestedingen en gunningen inderdaad een solvabiliteits- en liquiditeitseis worden opgenomen, waarom heeft uw college zich in eerdere debatten op de stelling beroepen dat dit wettelijk gezien niet mogelijk zou zijn? Antwoord 4: De eisen met betrekking tot solvabiliteit, liquiditeit en weerstandsvermogen zijn reeds onderdeel van onze aanbestedingseisen. Wat wijzigt is dat met ingang van 1-1-2026 sprake is van een uitsluitingsgrond als niet aan deze eisen kan worden voldaan. Op dit moment is dat een uitvoeringseis waardoor inschrijvers binnen een termijn van twee jaar alsnog aan de eisen moeten voldoen. De strekking van onze eerdere reactie op raadsvragen was dat wij bij de aanbesteding 2023 de inschatting hebben gemaakt dat bij het hanteren van een harde uitsluitingsgrond onvoldoende zorg zou kunnen worden ingekocht waardoor de continuïteit van de zorg in het gedrang zou komen.

Vraag 5: Welke verbeteringen in monitoring worden door uw college voorzien om te voorkomen dat problemen bij jeugdaanbieders ook in de toekomst pas zo laat aan het licht komen? Wordt er bijvoorbeeld intensiever samengewerkt met toezichthouders, accountants en externe financiers om vroegsignalering van financiële nood bij aanbieders te borgen? Hoe zorgt het college dat de informatie-uitwisseling met alle betrokken partijen vanaf nu volledig en tijdig plaatsvindt, volgens het advies een van de “lessons learned” uit de recente casussen waarin gemeenten essentiële info misten? Antwoord 5: Door het EWS van de jeugdautoriteit en het delen van de rapportages uit het EWS verplicht te stellen krijgen wij ieder kwartaal inzicht in de ontwikkelingen in de bedrijfsvoering. Dat is al een grote verbetering ten opzichte van de jaarrekeningen die pas achteraf ter beschikking komen. Daarnaast gaan wij strakker sturen op de contractvoorwaarde dat jeugdzorgaanbieders met ons in overleg moeten treden over besluiten met grote bedrijfseconomische gevolgen. Met de toezichthouder jeugdautoriteit hebben wij al frequent contact. Vorig jaar hebben wij bijvoorbeeld bij VIA jeugd in verband met zorgen over de financiële situatie actief de jeugdautoriteit geconsulteerd over de te onSteller: Datum: 19-3-2025

dernemen stappen. Dit heeft in goed overleg met VIA jeugd en jeugdautoriteit geresulteerd in een gezamenlijk besluit tot indeling in trede 3 van het draaiboek continuïteit jeugdhulp. Wij kunnen als jeugdregio niet in de verantwoordelijkheid van de jeugdzorgaanbieders voor de eigen bedrijfsvoering treden en voeren daarom geen gesprekken met accountants en externe financiers. Vraag 6: Als er opnieuw een grote jeugdzorgaanbieder in de problemen komt, hoe groot acht uw college het financiële risico voor de gemeente dan? Antwoord 6: Het is helaas niet uit te sluiten dat in de toekomst opnieuw jeugdzorgaanbieders in de problemen komen. Onze inzet is om het risico zoveel mogelijk te beperken. Over de hoogte van het financiële risico is geen uitspraak te doen. Vraag 7: Hebben de ervaringen die uw college de afgelopen jaren heeft opgedaan met de nieuwe aanbesteding van de Jeugdzorg, en de inhoud van het advies van de Taskforce, bij uw college geleid tot nieuwe inzichten en/of opvattingen over de rol en positie van kleine zorgaanbieders bij toekomstige aanbestedingen? Zo ja, wat zijn die nieuwe inzichten en opvattingen dan? Zo nee, waarom niet? Antwoord 7: De wethouders jeugdzorg van de jeugdregio Zuid-Limburg hebben het advies van de taskforce over een pluriform zorglandschap overgenomen.

Wij willen onze afhankelijkheid verkleinen door de spreiding van zorg onder verschillende zorgaanbieders van groot tot klein. Vraag 8: Wat is nu het standpunt van de gemeente Maastricht en het standpunt van alle overige Zuid-Limburgse gemeenten over het wel of niet meebetalen aan het herstelplan voor de Mutsaersstichting? Antwoord 8: Daarover is door de gemeente Maastricht nog geen besluit genomen. De wethouders jeugdzorg van de jeugdregio Zuid-Limburg hebben eerder het standpunt ingenomen dat niet wordt meebetaald aan het herstelplan van de Mutsaersstichting. Dat standpunt van de jeugdregio is ongewijzigd. Mede op basis van het advies van de taskforce wordt een afwegingskader opgesteld voor de lopende dossiers, waaronder het herstelplan van de Mutsaersstichting, en een definitieve afweging gemaakt. Vraag 9: Is er inmiddels – al dan niet bovenregionaal – een noodfonds of vangnet ingericht om de continuïteit van de zorg te waarborgen zonder dat telkens ad hoc steunbesluiten vanuit de gemeenten moeten komen? Zo ja, hoe wordt dit fonds gefinancierd en beheerd? Zo nee, waarom niet? Antwoord 9: Nee, dat is er nog niet.

Onderdeel van de adviezen van de taskforce is dat er een actieve lobby komt voor een landelijk waarborgfonds dat gevoed wordt door gemeenten, rijk en zorgaanbieders waarbij wordt ingezet op een waarborgfonds dat niet alleen een financieel vangnet is maar ook de transformatie naar een duurzaam zorglandschap ondersteunt. Vraag 10: Is het college bereid om, in lijn met de aanbeveling van de Taskforce samen met de andere Limburgse gemeenten gelijke tarieven en uniforme contractvoorwaarden in te voeren? Zo ja, wat betekent dit financieel voor onze gemeente? En hoe voorkomt het college dat gemeenten onderling toch weer afwijkende voorwaarden gaan hanteren, wat eerder tot hoge lasten en verdeeldheid leidde?

Steller: Datum: 19-3-2025

Antwoord 10: De wethouders jeugdzorg van de jeugdregio Zuid-Limburg hebben de adviezen van de taskforce overgenomen over het harmoniseren van contractvoorwaarden en (bij gelijke zorgproducten) tarieven. Over wat dit financieel betekent is nog niets te zeggen. Zorginkoop gebeurt op regionaal niveau en straks voor een deel op provinciaal niveau. Individuele gemeenten kopen, behoudens maatwerk, individueel geen zorg in. Het risico van afwijkende voorwaarden op gemeentelijk niveau is daarmee beperkt. Vraag 11: Hoe gaat uw college invulling geven aan de dringend noodzakelijke bovenregionale samenwerking tussen alle Limburgse jeugdzorgregio’s? Is er al een gezamenlijk “governance-model” of crisiscoördinatieplatform opgezet om bij toekomstige crises eenduidig op te treden? Zo nee, op welke termijn komt dit tot stand en wie neemt hierin het initiatief? Antwoord 11: De Limburgse jeugdregio’s willen samen optrekken in het implementatietraject. Inzet is dat daarbij op provinciaal niveau een uniforme lijn wordt gehanteerd. Daarom wordt op provinciaal niveau een programmamanager aangetrokken. Op regionaal niveau worden implementatiemanagers aangetrokken voor de implementatie van de handreikingen van de taskforce binnen de provinciale kaders, maar met oog voor specifieke regionale zaken. Governance staat hoog op de agenda van de programma- en implementatiemanagers.

Vraag 12: De Taskforce constateert dat een gebrek aan onderling vertrouwen tussen regio’s en een gebrek aan afstemming de aanpak van de crisis heeft bemoeilijkt. Wat gaat het uw college doen om dat vertrouwen te herstellen en de samenwerking met de andere (jeugd)regio’s te verbeteren? Antwoord 12: De Limburgse jeugdregio’s hebben afgesproken om de samenwerking te intensiveren en langs die weg te werken aan herstel van vertrouwen. Vraag 13: Is er reeds een actieplan met duidelijke tijdslijnen opgesteld naar aanleiding van de inhoud van het advies van de Taskforce? Zo ja, mag de gemeenteraad deze ontvangen? Zo nee, wanneer kan de gemeenteraad deze stukken tegemoetzien? Antwoord 13: Het opstellen van een actieplan met een duidelijke planning is onderdeel van de opdracht van de aan te stellen implementatiemanager. Waar mogelijk worden vooruitlopend daarop wel al zaken in gang gezet. De planning zal te zijner tijd met uw raad worden gedeeld. Vraag 14: Hoe gaat uw college de effectiviteit van de implementatie van de door de Taskforce voorgestelde maatregelen monitoren, en kan de raad daar periodiek van op de hoogte gehouden worden? Antwoord 14: Ook dit is onderdeel van het actieplan van de aan te stellen implementatiemanager. Wij zullen uw raad periodiek informeren over de voortgang.

Vraag 15: Wat heeft het opstellen van het advies door de Taskforce, en het deelnemen aan de Taskforce, de betrokken gemeenten in totaal gekost? Wij ontvangen graag een kostenoverzicht uitgesplitst naar personeelskosten, reiskosten, etc. Antwoord 15: Namens de jeugdregio Zuid-Limburg is door gemeenten Maastricht, Heerlen en Sittard-Geleen met telkens 2 personen deelgenomen aan de taskforce. Het gaat om 14 bijeenkomsten, waarvan 10 digitaal en 4 fysiek op Steller: Datum: 19-3-2025

locatie in Venlo. Het tijdsbeslag per bijeenkomst is afhankelijk van de onderwerpen op de agenda telkens 1 a 2 uur. Deze tijdsinvestering is voor alle deelnemers gelijk. De tijdsinvestering voor voorbereiding en nazorg varieert per deelnemer. In ieder geval in Maastricht is hiervoor geen aparte tijdsregistratie bijgehouden. Voor de fysieke overleggen in Venlo hebben de deelnemers namens Maastricht gezamenlijk gereisd. De reguliere kmvergoeding is van toepassing. Bestuurlijke afstemming heeft meest digitaal plaatsgevonden. Daarnaast twee fysieke overleggen in Roermond met de voorzitters van de andere jeugdregio’s. Bestuurlijke overleggen met de directie jeugd van het ministerie zijn gecombineerd met andere overleggen in Den Haag. Voor de fysieke overleggen is gebruik gemaakt van de dienstauto van het college. De kosten van het ondersteuningsteam, de externe ondersteuning, vergaderfaciliteiten etc. zijn gedekt door het ministerie. 3.

Raadsvragen SP Maastricht 18-2-2025

Vraag 1: Heeft het college een actueel overzicht van de financiële situatie van kleinere zorgaanbieders in onze regio? Zo ja, mag de gemeenteraad dit ontvangen? Zo nee, waarom niet en is uw college bereid om dit alsnog op te (doen) stellen? Antwoord 1: Alle zorgaanbieders zijn verplicht jaarlijks de jaarrekening en een kentallenformulier aan te leveren. De jaarrekeningen zijn openbaar en voor iedereen opvraagbaar via www.jaarverantwoordingzorg.nl. Wij hebben in de contracten niet geregeld dat de kentallenformulieren openbaar worden gemaakt. Daarnaast bevatten de formulieren deels bedrijfsgevoelige informatie die niet gedeeld kan worden. Vraag 2: Is bekend of er momenteel (kleine) organisaties zijn die op omvallen staan? Zo ja, mag de gemeenteraad dit ontvangen? Zo nee, waarom niet en is uw college bereid om alsnog een overzicht op te (doen) stellen? Antwoord 2: Na ontvangst van de jaarrekeningen en kentallenformulieren wordt een analyse gemaakt. De bevindingen worden door onze contractregie teams besproken in de reguliere contacten met de zorgaanbieders. Voor zover wij kunnen overzien zijn er, buiten de 4 zorgaanbieders waarop het draaiboek continuïteit jeugdhulp van toepassing is, op dit moment geen (kleine) zorgaanbieders met continuïteitbedreigende financiële problemen.

Vraag 3: Welke maatregelen neemt de gemeente wanneer kleine aanbieders in financiële problemen dreigen te komen? Antwoord 3: Als daar aanleiding voor is wordt opgeschaald. Dit is vorig jaar gebeurd bij VIA jeugd. Wij hebben toen in samenspraak met de jeugdautoriteit en de zorgaanbieder besloten op te schalen naar trede 3 van het draaiboek. Vraag 4: Bestaat er een noodfonds om de continuïteit van zorg bij acute problemen te waarborgen? Antwoord 4: Nee. Via de taskforce duurzaam zorglandschap Limburg hebben de gezamenlijke Limburgse gemeenten wel aangedrongen op het inrichten van een waarborgfonds. Vraag 5: Welke rol, plichten en verantwoordelijkheden hebben de zogenoemde penvoerders (hoofdaannemers) in de zorgketen ten opzichte van kleinere onderaannemers?

Steller: Datum: 19-3-2025

Antwoord 5: Belangrijk uitgangspunt in de zorgovereenkomsten is de continuïteit van zorg voor de jeugdigen. Zorgovereenkomsten met combinaties worden aangegaan met alle leden van die combinatie. Ze zijn gezamenlijk hoofdelijk aansprakelijk voor de levering en continuïteit van de zorg in de combinatie. Dus ook voor de zorg die wordt geleverd door de door de combinatie ingeschakelde onderaannemers. De leden van een combinatie wijzen gezamenlijk een penvoerder aan die optreedt als vertegenwoordiger van de combinatie. Vraag 6: Heeft het college inzicht in de impact van grote reorganisaties bij grotere zorgorganisaties op de kleinere aanbieders in de keten? Is er sprake van een domino-effect? Antwoord 6: Dat inzicht is er slechts beperkt. Een van de inzichten uit de rapportage van de taskforce duurzaam zorglandschap Limburg is dat gemeenten strakker moeten sturen op (bestaande) contractuele voorwaarden over onder meer herstructurering van de organisatie. Dat advies hebben wij overgenomen. Vraag 7: Zijn penvoerders verplicht om kleinere onderaannemers te ondersteunen wanneer deze in financiële problemen komen? Antwoord 7: Nee. Deze verplichting is er op dit moment niet.

Wederom naar aanleiding van de rapportage duurzaam zorglandschap Limburg wordt bij nieuwe aanbestedingen wel de verplichting opgenomen dat zorgaanbieders binnen een combinatie financieel garant staan voor elkaar en voor de ingeschakelde onderaannemers. Zie ook het antwoord op vraag 5. De combinaties zijn wel verantwoordelijk voor de continuïteit van zorg, ook bij de onderaannemers. Vraag 8: Hoe is de gemeente voornemens bij te sturen om haar wettelijke zorgtaken te waarborgen, mocht een groeiend aantal kleine aanbieders hun activiteiten moeten inkrimpen of beëindigen? Antwoord 8: Onderdeel van de adviezen van de taskforce duurzaam zorglandschap Limburg is dat gestuurd wordt op een pluriform zorglandschap. Dat moet de afhankelijkheid van individuele zorgaanbieders verkleinen en bijdragen aan continuïteit van de jeugdhulp. Vraag 9: Zet de gemeente zich actief in om faillissementen onder kleine aanbieders tijdig te signaleren en waar mogelijk te voorkomen? Antwoord 9: Bij contractvernieuwingen en nieuwe aanbestedingen wordt door de jeugdregio deelname aan het Early Warning System (EWS) van de Jeugdautoriteit en het met de gemeenten delen van de kwartaalrapportages uit het EWS verplicht gesteld. Onderhanden is een wetswijziging waarin deelname aan het EWS wettelijk verplicht wordt.

De kwartaalrapportages uit het EWS zijn voor de gemeenten een vroeg-signalering bij financiële problemen.

Steller: Datum: 19-3-2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=d478a471-f88b-4f4e-8f3d-2220238ae956