CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

OUDE VERSIE - Tarievennota 2026 bundel

Gemeenteraad 17 december 2025, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit tarievennota 202631.927 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

pag. 16

Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere activiteit dan die genoemd in de artikelen 2.8, 2.9 en 2.10 en cultureel erfgoed of werelderfgoed betreft, waarvoor in het omgevingsplan met het oog op het behoud van cultureel erfgoed of van de uitzonderlijke universele waarde van werelderfgoed een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning deze activiteit te verrichten, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 464,00 Het onder a of b vermelde bedrag wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering. PM 10B

Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een milieubelastende activiteit als bedoeld in paragraaf 22.3.26 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: € 3.088,00 b. complex: € 8.234,00 11B

Artikel 2.13 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen 3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.19 en 3.2.24 van afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: € 3.088,00 b. complex: € 8.234,00 12B

Artikel 2.14 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: € 3.088,00 b. complex: € 8.234,00 13B

Artikel 2.15 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1, 3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van 14B

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

pag. 17

hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: b. complex:

€ 3.088,00 € 8.234,00

Artikel 2.16 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1, 3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: € 3.088,00 b. complex: € 8.234,00 15B

Artikel 2.17 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en 3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: € 3.088,00 b. complex: € 8.234,00 16B

Artikel 2.18 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit actitiviteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11 van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: € 3.088,00 b. complex: € 8.234,00 17B

Artikel 2.19 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. regulier: € 3.088,00 18B

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

pag. 18

b. complex:

€ 8.234,00

Artikel 2.20 Samenloop van milieubelastende activiteiten 1. Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.19 dezelfde milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast. 2. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt. 19B

Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Artikel 2.21 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 464,00 20B

Artikel 2.22 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 464,00 21B

Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Artikel 2.23 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het opbreken van de verharding in openbaar gebied of het graven in openbaar gebied, anders dan voor het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding, als bedoeld in het omgevingsplan bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 464,00 2. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen, in stand houden of verwijderen van een kabel of leiding in openbaar gebied, als bedoeld in het omgevingsplan, niet zijnde kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 464,00 3.

Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet bestaande uit het graven in het gebied met [normwaarde € 464,00 22B

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

pag. 19

archeologische verwachtingswaarde OF archeologische verwachtingen], als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 4. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in het beperkingengebied leidingen, als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 464,00 5. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het graven in een bijzonder landschapselement of gebied met aardkundige waarde. als bedoeld in het omgevingsplan, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 464,00 6. De in het eerste tot en met vijfde lid genoemde tarieven zijn van toepassing als de aanvraag een binnenplanse omgevingsplanactiviteit betreft.

Deze zijn van overeenkomstige toepassing als de aanvraag een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft en worden in dat geval verhoogd met: € 464,00 Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, in het beperkingengebied leidingen, in een bijzonder landschapselement of in een gebied met aardkundige waarde, bestaande uit het: a. aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplanting, b. indrijven van voorwerpen, c. ophogen van de grond, of d. verharden van de grond, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel […] van het omgevingsplan: € 464,00 b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 928,00 23B

Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen of wijzigen van een weg als op grond van het omgevingsplan of bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit een geluidgevoelig gebouw is toegelaten binnen het aandachtsgebied van die weg, als bedoeld in artikel 22.272 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: € 464,00 b. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 928,00 24B

25B

Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

pag. 20

(regeling in de Algemene plaatselijke verordening; overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in artikel [2:11] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 464,00 Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit Variant 1 (regeling in de Algemene plaatselijke verordening/overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld artikel [2:12] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: -

Omgevingsvergunning tarief: € 258,00 - Indien van toeppassing, aanleg inrit door gemeente per strekkende meter: € 72,20 26B

Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: € 464,00 en als moet worden beoordeeld of de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan bedoelde aanlegactiviteit niet in strijd is met het in voorbereiding zijnde omgevingsplan respectievelijk het in voorbereiding zijnde omgevingsplan dat voorziet in de bescherming van het stads- of dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 22.278, tweede lid, van het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, verhoogd met: € 0,00 b. voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit bij wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht: € 464,00 c. voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 928,00 27B

Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie (regeling in Algemene plaatselijke verordening; overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het in, op of aan een onroerende zaak hebben van een alarminstallatie die een voor de omgeving opvallend geluid of lichtsignaal kan produceren, bedoeld in artikel 4:12 van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel € 27,90 28B

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

pag. 21

22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van houtopstanden (regeling in de Algemene plaatselijke verordening/overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een houtopstand, bedoeld in een provinciale verordening of de Bomenverordening Kerkrade 2012 in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 77,30 29B

Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: reclame (regeling in de Algemene plaatselijke verordening/overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit handelsreclame met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, als bedoeld in artikel van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, en als niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit het op of aan een onroerende zaak maken of voeren van die handelsreclame: € 123,70 b. als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat die handelsreclame op of aan die onroerende zaak wordt gemaakt of gevoerd: € 123,70 30B

Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: [opslag van roerende zaken OF objecten plaatsen op de weg] (regeling in de Algemene plaatselijke verordening; overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit de opslag van roerende zaken in een aangewezen gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel [2:10] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: a. als de activiteit bestaat uit het daar opslaan of uitstallen van roerende zaken,: b. als de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak inzamelen en transporteren van grote bedrijfsmatige afvalstromen in een daarvoor bestemde afzetcontainer: 1. losse vergunning 2. jaarvergunning c. als de activiteit bestaat uit het als eigenaar plaatsen van een terras, zoals bedoeld in artikel 2:23, tweede lid van de Algemene plaatselijke verordening: d.

als de activiteit bestaat uit het aanbrengen van een makelaarsbord op gemeentegrond, zoals bedoeld in artikel 4:12 van de Algemene plaatselijke verordening: 31B

€ 101,00

€ 26,50 € 60,00 € 320,00 € 348,00

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

pag. 22

Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen (regeling in de Algemene plaatselijke verordening aangehaakt bij omgevingsvergunning/overgangsrecht Omgevingswet) Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het innemen of hebben van een standplaats, bedoeld in artikel [5:18] van de Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, met inachtneming van de volgende looptijden: a. 1 maand € 48,50 b. 1 kwartaal € 118,50 c. 1 jaar € 237,00 32B

Artikel 2.34 Andere activiteiten Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit: a. betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: € 464,00 b. betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten: 1° voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit: € 464,00 voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: 2° € 928,00 3° voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel 22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit: € 464,00 33B

Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Artikel 2.35 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief: a. voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op: 1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; per maatwerkvoorschrift: € 77,40 b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift: € 77,40 34B

Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten 1. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op: 35B

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

pag. 23

a. één milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: € 2.059,00 b. twee tot vijf milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: € 2.059,00 c. vijf of meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief: € 2.059,00 2. Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: € 2.059,00 Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift: 36B

€ 77,40

Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Artikel 2.38 Gelijkwaardige maatregel 1. Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur: € 123,70 b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het tarief, per uur: € 123,70 c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur: € 123,70 d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c, bedraagt het tarief, per uur: € 123,70 2. Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 3. De op grond van dit artikel verschuldigde leges wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering PM 37B

Paragraaf 2.11 Overige tarieven Artikel 2.39 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: € 77,40 38B

Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. 39B

Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning: 40B

Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning 1. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van: 41B

€ 464,00

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

pag. 24

a. een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is: € 77,40 b. een omgevingsvergunning milieu, tenzij artikel 2.58 van toepassing is: € 1.945,00 2. Indien het Milieu betreft wordt het vermelde bedrag verhoogd met de kosten, die de RUDZL (zie bijlage II bij deze tarieventabel) en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering PM

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

pag. 25

Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel bin behandeling is genomen: € 123,70 42B

Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. 43B

Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsactiviteit of -activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. € 928,00 44B

Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: € 464,00 45B

Paragraaf 2.12 Modaliteiten Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: met een maximum van: 46B

10 % € 1.030,00

Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit: € 5.147,00 b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: € 928,00 c. als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b: € 928,00 47B

Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a. voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: b. voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport: c. voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluidof luchtbelasting: d. voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: e. voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport: f. voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): g. voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: 48B

€ 123,70 € 123,70 € 123,70 € 123,70 € 123,70 € 123,70 € 123,70

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

De op grond van dit artikel verschuldigde leges wordt verhoogd met de kosten, die de RUDZL en/of een andere dienst in rekening brengt voor de advisering

pag. 26

PM

Artikel 2.50 Advies 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad: € 928,00 b. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de [Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Monumenten en Cultuurhistorie (RKMC)] dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: € 77,40 c. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de [Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Monumenten en Cultuurhistorie (RKMC)] in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b: € 103,00 d. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.

Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 49B

Artikel 2.51 Instemming 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 50B

2. Het bedrag bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 2.13 Vermindering Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in 51B

100 %

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

pag. 27

behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: van de voor het omgevingsoverleg geheven leges. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; b. in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en c. binnen 12 maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving. Artikel 2.53 Vermindering bij meervoudige aanvraag Dit artikel is vervangen door artikel 2.5 van deze verordening. 52B

Paragraaf 2.14 Teruggaaf Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 85 % van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. 53B

Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: 85 % van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. 54B

Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag: 75 % van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag: 50 % van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: 25 % van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. 55B

Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat 56B

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

pag. 28

aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen [zes] weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.

75 %

50 %

25 %

57B

50 %

Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 50% van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. b. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. 58B

Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. 59B

Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 25,00 wordt niet teruggegeven. 60B

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

Titel 3 Hst 1 3.1.1

3.1.2.1 3.1.2.2 3.1.2.3

3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6

3.1.7 3.1.7.1

3.1.7.2 3.1.7.3. Hst 2 3.2.1

3.2.2 3.2.3 3.2.3.1

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Horeca Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een vergunning of ontheffing of een andere beschikking voor zover daarvan in het vervolg van deze tabel niet van afgeweken wordt. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: een aanvraag voor de afgifte van een vergunning ingevolge artikel 3 Alcoholwet; een aanvraag voor de afgifte van een vergunning ingevolge artikel 3 Alcoholwet, waarbij slechts sprake is van een wijziging in de persoon van de leidinggevende, zonder dat de inrichting en/of de persoon van de ondernemer wijzigt; een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet; een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet; een verzoek van de ondernemer tot intrekking van de vergunning; een vergunning ex artikel 2:44 van de Algemene plaatselijke verordening voor het plaatsen/exploiteren van een terras op de openbare weg of vandaar waarneembaar (terrasvergunning) voor onbepaalde tijd; een vergunning als bedoeld in artikel 2:36 van de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een alcoholvrij horecabedrijf; een vergunning ingevolge artikel 2:36 van de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een alcoholvrij horecabedrijf, waarbij slechts sprake is van een wijziging in de persoon

van de leidinggevende, zonder dat de inrichting en/of de ondernemer wijzigt; een verzoek van de ondernemer tot intrekking van de vergunning. een vrijstelling van het verbod ex artikel 2:36 Organiseren evenementen of markten Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een vergunning of ontheffing of een andere beschikking voor zover daarvan in het vervolg van deze tabel niet van afgeweken wordt. Meldingsplichtig A-evenement: evenement dat volgens de criteria van artikel 2:24, lid 3 Algemene plaatselijke verordening Kerkrade uitsluitend meldingsplicht is Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening: Vergunningsplichtig A-evenement, waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door OOV-diensten niet

pag. 29

€ 26,90

€ 411,00 € 113,80

€ 113,80 € 46,95 € 40,15 € 318,95

€ 411,00 € 113,80

€ 40,15 € 40,15

€ 26,90

€ 39,40

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

3.2.3.2

3.2.3.3

3.2.3.4 3.2.3.5

3.2.4

Hst 3 3.3

3.3.1

3.3.2

Hst 4 3.4.1

3.4.2

noodzakelijk wordt geacht. Evenement met laag risico, beperkte impact op omgeving en verkeer, veelal minder dan 5.000 bezoekers B-evenement, waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meerdere OOV-diensten voorstelbaar wordt geacht. Evenement heeft een gemiddeld risico met een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer, veelal met 5.000 tot 10.000 bezoekers C-evenement, waarbij operationele voorbereiding en uitvoering door een of meerdere OOV-diensten noodzakelijk wordt geacht. Evenement met hoog risico met een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor verkeer, veelal met meer dan 10.000 bezoekers. Gereserveerd Een evenement / activiteit in een horecabedrijf: a) geldig per dag; b) geldig voor een kalenderjaar; een ontheffing zoals benoemd in artikel 2:9 van de Algemene plaatselijke verordening voor het optreden als straatartiest, geldig voor een periode: a) korter dan een maand; b) langer dan een maand. Prostitutiebedrijven Een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een seksinrichting/escortbedrijf: a) indien het een seksinrichting betreft; b) indien het een escortbedrijf betreft; c) indien het enige andere vormen betreft van het verrichten van enige seksuele handelingen tegen vergoeding.

Een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening voor het exploiteren van een seksinrichting/escortbedrijf waarbij slechts sprake is van een wijziging in de persoon van de leidinggevende, zonder dat de inrichting en/of ondernemer wijzigt. Een verzoek van de ondernemer tot intrekking of wijziging van de vergunning. Marktstandplaatsen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een vergunning of ontheffing of een andere beschikking voor zover daarvan in het vervolg van deze tabel niet van afgeweken wordt. Een aanvraag om een vergunning ingevolge de Marktverordening voor het innemen van een vaste standplaats

pag. 30

€ 121,50

€ 242,85

€ 26,80 € 107,60

€ 46,95 € 119,15

€ 738,50 € 411,00 € 411,00 € 113,80

€ 40,10

€ 27,30

€ 46,85

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb088

Hst 5 3.5.1

Hst 6 3.6.1

op een weekmarkt. Winkeltijdenwet Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van een vrijstelling of ontheffing ingevolge of krachtens de Winkeltijdenwet of het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet. Bedrijfsmatige activiteiten Een vergunning als bedoeld in artikel 2:56 van de Algemene plaatselijke verordening voor het uitoefenen van een bedrijf in een door de burgemeester aangewezen gebouw of gebied, of een door de burgemeester aangewezen bedrijfsmatige activiteit, voor zover dit valt binnen het bereik van de Europese Dienstenrichtlijn.

pag. 31

€ 46,85

€ 411,00

Ontwerpbesluit Nr.:

De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende, − dat jaarlijks de noodzakelijke tariefaanpassingen worden bezien in relatie tot de begroting; kennis genomen hebbende van, − de nota van toelichting, nr. 25TI071, behorende bij dit besluit; − de beraadslagingen in de Commissie AZM d.d. 1 december 2025 gelet op, − artikel 229, eerste lid, onder a en b, van de Gemeentewet; besluit: 1. 2. 3. 4.

In te trekken de “Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden en marktpromotiegelden gemeente Kerkrade 2025 “ vastgesteld d.d. 11 december 2024; Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden en marktpromotiegelden gemeente Kerkrade 2026" welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanig deel uitmaakt van dit besluit; De datum van intrekking van de onder 1. vermelde verordening is gelijk aan de datum van inwerkingtreding van de onder 2. vermelde verordening; De onder 2. vermelde verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 17 december 2025.

De voorzitter van de raad,

De griffier,

dr. T.P. Dassen-Housen.

mr. drs. D.G.M.G. Franssen.

Documentnummer: 25Rb089

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb089

Pag. 1

Verordening op de heffing en invordering van marktgelden en marktpromotiegelden gemeente Kerkrade 2026 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. markt: openbare koop en verkoop van roerende goederen, die op de daartoe aangewezen dag en plaats wordt gehouden; b. staanplaats: een aan de belastingplichtige ter beschikking gestelde plaats op de markt; c. vaste plaats: een staanplaats die per kalenderjaar of per seizoen ter beschikking wordt gesteld; d. dagplaats: een staanplaats, niet zijnde een vaste plaats, geldig voor de duur van een dag; e. seizoen: een deel van het jaar waarin een seizoensgebonden artikel wordt verkocht; f. dag: een periode van 24 aaneengesloten uren, aanvangende te 00.00 uur. Artikel 2 Belastbaar feit 1. 2.

onder de naam marktgelden worden rechten geheven ter zake van het ter beschikking stellen van een staanplaats voor de uitvoering van de markthandel; onder de naam marktpromotiegeld worden rechten geheven voor collectieve consumenten wervende activiteiten en publiciteit door de stichting Marktpromotie gemeente Kerkrade.

Artikel 3 Belastingplicht De marktgelden en marktpromotiegelden worden geheven van degene aan wie een staanplaats ter beschikking is gesteld. Artikel 4 Heffingsgrondslag 1. 2. 3.

De grondslag waarnaar de marktgelden worden geheven, is het aantal vierkante meter dat voor standplaatsen wordt ingenomen; Een gedeelte van een vierkante meter wordt voor de berekening van de marktgelden voor een hele vierkante meter gerekend; De grondslag voor de marktpromotiegelden is het houderschap van een vergunning voor het innemen van een vaste standplaats op een van de warenmarkten.

Artikel 5 Belastingtijdvak 1. Voor zover het marktgeld per dag wordt geheven, is het belastingtijdvak gelijk aan een dag. 2. Ingeval het marktgeld per maand wordt geheven, is het belastingtijdvak gelijk aan een maand.

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb089

Artikel 6 Tarief marktgelden 1.

I

II

III

IV

2.

Pag. 2

De marktgelden bedragen: voor de woensdag- en vrijdagmarkt: a) voor een dagplaats, per marktdag en vierkante meter plaatsruimte of een gedeelte daarvan

€ 1,10

met een minimum van

€ 8,10

b) voor een vaste staanplaats, per kalendermaand per vierkante meter plaatsruimte of gedeelte daarvan

€ 2,95

met een minimum van

€ 23,25

het op grond van het bepaalde onder I verschuldigde, vermeerderd met a) voor een dagplaats, per marktdag

€ 1,10

b) voor een vaste staanplaats, per kalendermaand

€ 4,40

voor de zaterdagmarkt: a) voor een dagplaats, per marktdag en vierkante meter plaatsruimte of gedeelte daarvan

€ 4,45

met een minimum van

€ 35,90

b) voor een vaste staanplaats, per kalendermaand per vierkante meter plaatsruimte of gedeelte daarvan

€ 7,90

met een minimum van

€ 63,90

het op grond van het bepaalde onder III verschuldigde vermeerderd met a) voor een dagplaats, per marktdag

€ 2,25

b) voor een vaste staanplaats, per kalendermaand

€ 9,00

Voor de toepassing van de tarieven worden gedeelten van een dag of een maand voor een gehele dag, onderscheidenlijk een gehele maand gerekend.

Artikel 6a Tarief marktpromotiegelden De marktpromotiegelden bedragen: I voor de woensdagmarkt in Kerkrade-West: voor de branches aardappelen, groenten en fruit, poelier, vis en zuivel voor de overige branches II

III

voor de vrijdagmarkt in Kerkrade-Centrum: voor de branches aardappelen, groenten en fruit, poelier, vis en zuivel voor de overige branches voor de zaterdagmarkt in Eygelshoven:

Per maand € 15,80 € 5,30

€ 15,80 € 5,30

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb089

Pag. 3

voor de branches aardappelen, groenten en fruit, poelier, vis en zuivel voor de overige branches

€ 26,40 € 10,60

Artikel 7 Wijze van heffing 1. 2.

Het marktgeld en marktpromotiegeld wordt geheven bij wijze van aanslag. In afwijking van het eerste lid worden de marktgelden, berekend naar de in artikel 6, eerste lid, bedoelde dagtarieven, geheven bij wijze van schriftelijke kennisgeving.

Artikel 8 Termijnen van betaling 1.

2. 3.

4.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de bij aanslag geheven marktgelden en marktpromotiegelden worden betaald in één termijn, welke vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De bij wege van schriftelijke kennisgeving geheven marktgelden dienen te worden voldaan op het moment van het in artikel 2 bedoelde ter beschikking stellen. Betaling van de termijn zoals bedoeld in het eerste lid is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn.

Artikel 9 Ontstaan belastingplicht 1. 2.

De bij wege van aanslag geheven marktgelden en marktpromotiegelden zijn verschuldigd bij aanvang van de maand of - zo dit later is - bij het in artikel 2 bedoelde ter beschikking stellen. De bij wege van schriftelijke kennisgeving geheven marktgelden zijn verschuldigd bij het in artikel 2 bedoelde ter beschikking stellen.

Artikel 10 Aanslaggrens 1. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 2. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 11 Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2026. Artikel 12 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel 1.

De "Verordening markt- en marktpromotiegelden gemeente Kerkrade 2025", vastgesteld 11 december 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb089 Pag. 4 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de 3. 4.

bekendmaking. De ingangsdatum van de heffing is 1 januari 2026. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening markt- en marktpromotiegelden Kerkrade 2026".

Ontwerpbesluit Nr.:

De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende, − dat jaarlijks de noodzakelijke tariefaanpassingen worden bezien in relatie tot de begroting; kennis genomen hebbende van, − de nota van toelichting, nr. 25TI071, behorende bij dit besluit; − de beraadslagingen in de Commissie AZM d.d. 1 december 2025 gelet op, − artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet; besluit: 1. 2. 3. 4.

In te trekken de “Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2025 “ vastgesteld d.d. 11 december 2024; Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026" welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanig deel uitmaakt van dit besluit; De datum van intrekking van de onder 1. vermelde verordening is gelijk aan de datum van inwerkingtreding van de onder 2. vermelde verordening; De onder 2. vermelde verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 17 december 2025.

De voorzitter van de raad,

De griffier,

dr. T.P. Dassen-Housen.

mr. drs. D.G.M.G. Franssen.

Documentnummer: 25Rb090

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr 25Rb090

Pag. 1

Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: 1. begraafplaats: de begraafplaats(en) Bleijerheide, Chevremont, Hambos, Holz, Kaalheide en Kerkrade-Kom; 2. particulier graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; - het doen verstrooien van as; 3. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; 4. asbus: een bus ter berging van as van een overledene; 5. urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; 6. verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid; 7. grafbedekking: gedenktekens en/of grafbeplanting op een graf of een verstrooiingsplaats; 8. beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt; 9. rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf of een eigen particulier urnengraf, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden.

Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4 Vrijstellingen 1. Voor het begraven of bijzetten van levenloos geboren of binnen 14 dagen na de geboorte overleden kinderen van een meervoudige geboorte, die in één kist worden begraven of in één asbus worden bijgezet in een graf is het recht éénmaal verschuldigd. 2. Voor het begraven of bijzetten in een graf van stoffelijke resten van kinderen, die binnen 14 dagen na geboorte zijn overleden en worden begraven in één kist of worden bijgezet in één asbus met het stoffelijk overschot van de overleden moeder is geen recht verschuldigd. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieven tabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr 25Rb090

Pag. 2

Artikel 6 Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing Rechten als bedoeld in de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld Rechten als bedoeld in de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen dertig dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 10 Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2026. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening lijkbezorgingsrechten 2025", vastgesteld 11 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening wordt aangehaald als de "Verordening lijkbezorgingsrechten 2026".

Bijlage 1 behorende bij raadsbesluit nr 25Rb090

pag. 1

Bijlage 1 Tarieventabel behorende bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 Behoort bij raadsbesluit van 17 december 2025.

De griffier van de gemeente Kerkrade

Tarieventabel Lijkbezorgingsrechten 2026 Hoofdstuk 1 1.1

Verlenen van rechten

Voor het verlenen van het uitsluitend recht op een graf wordt geheven: Betreffende een persoon van 12 jaar en ouder: bij eerste uitgifte

1.1.1

voor een periode van 20 jaar

€ 1.181,00

1.1.2

voor een periode van 30 jaar

€ 1.520,00

voor het verlengen 1.1.3

voor een periode van 5 jaar

€ 418,00

1.1.4

voor een periode van 10 jaar

€ 677,00

1.1.5

voor een periode van 20 jaar

€ 1.174,00

Betreffende een persoon beneden 12 jaar: bij eerste uitgifte 1.1.6

voor een periode van 20 jaar

€ 715,00

1.1.7

voor een periode van 30 jaar

€ 918,00

voor het verlengen 1.1.8

voor een periode van 5 jaar

€ 241,00

1.1.9

voor een periode van 10 jaar

€ 402,00

1.1.10

voor een periode van 20 jaar

€ 712,00

1.2

Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het bijzetten van maximaal twee asbussen/urnen in een graf, bestemd voor het bijzetten van asbussen/urnen, wordt geheven: bij eerste uitgifte

1.2.1

voor een periode van 20 jaar

€ 851,00

1.2.2

voor een periode van 30 jaar

€ 1.140,00

voor het verlengen 1.2.3

voor een periode van 5 jaar

€ 300,00

Bijlage 1 behorende bij raadsbesluit nr 25Rb090

pag. 2

1.2.4

voor een periode van 10 jaar

€ 512,00

1.2.5

voor een periode van 20 jaar

€ 844,00

1.3

Voor het begraven of bijzetten van levenloos geboren of binnen 14 dagen na de geboorte overleden kinderen van een meervoudige geboorte, die in één kist worden begraven of in één asbus worden bijgezet in een graf, is het recht éénmaal verschuldigd, terwijl geen recht verschuldigd is voor het begraven of bijzetten in een graf van stoffelijke resten van kinderen, die binnen 14 dagen na geboorte overleden, worden begraven in één kist of worden bijgezet in één asbus met het stoffelijk overschot van de overleden moeder.

Hoofdstuk 2 2.1

Voor het afgeven van een vergunning terzake van het plaatsen of vernieuwen van een grafteken, behoudens in geval van bijgraving of bijzetting, bedoeld in artikel 18 van de Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Kerkrade 2010 wordt geheven:

Hoofdstuk 3 3.1

Grafbedekking €

95,00

€

95,00

Bedekking van urnengraven

Voor het afgeven van een vergunning terzake van het aanbrengen of vernieuwen van een afsluitplaat voor asbussen wordt geheven:

Ontwerpbesluit Nr.:

De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende, − dat jaarlijks de noodzakelijke tariefaanpassingen worden bezien in relatie tot de begroting; kennis genomen hebbende van, − de nota van toelichting, nr. 25TI071, behorende bij dit besluit; − de beraadslagingen in de Commissie AZM d.d. 1 december 2025 gelet op, − artikel 228 van de Gemeentewet; besluit:

1. 2. 3. 4.

In te trekken de “Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2025 “ vastgesteld d.d. 11 december 2024; Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2026" welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanig deel uitmaakt van dit besluit; De datum van intrekking van de onder 1. vermelde verordening is gelijk aan de datum van inwerkingtreding van de onder 2. vermelde verordening; De onder 2. vermelde verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=d1458fa0-8d4e-4839-acbf-55fc1f816905