CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

(OUD) Q en A bij raadsvoorstel continuïteit jeugdhulp en Mutsaers 20260109

Gemeenteraad 25 februari 2026, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit inzake financiële bijdrage voor borging van continuïteit jeugdhulp door de Mutsaersstichting6.017 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Q en A bij raadsvoorstel continuïteit jeugdhulp en Mutsaers Versie 20260109

A. Vragen en antwoorden voor G16 overleg 4-12-2025. Antwoorden door RvB en regievoerder MSS 1. Heeft de RvT het herstelplan/continuïteitsplan goedgekeurd? Zo ja wanneer? Ja. 7 maart 2024 RvT vergadering, besluit ASK, Continuïteitsplan. 2. Worden de contractuele SROI verplichtingen nagekomen? Op welke wijze gebeurt dit? Is er sprake van achterstanden? Zo ja, hoe groot en hoe worden de verplichtingen alsnog gerealiseerd? Ja, de contractuele verplichtingen worden nagekomen. Gemeenten krijgen via de daartoe afgesproken weg informatie over hoe de SROI verplichting wordt ingevuld. Er is een verschil tussen de inspanningsverplichting in Noord- en Midden-Limburg en de resultaatverplichting vanuit Zuid-Limburg. 3. Welke norm hanteert jeugdautoriteit voor de trede indeling? De JeugdAutoriteit kan een bindend oordeel vellen, indien daartoe gevraagd wordt door de accounthoudende regio en de betreffende zorgaanbieder – op het moment dat zij niet samen tot een oordeel kunnen komen. De JeugdAutoriteit heeft in 2024, op verzoek van zowel de accounthoudende regio als de Mutsaersstichting een trede 4 indeling bevestigd. Er is voor de accounthoudende regio als ook de Mutsaersstichting geen reden om de huidige tredebepaling – met ook de onderliggende subsidie en uitvoeringsovereenkomst met samenwerkingsafspraken – ter discussie te stellen.

Het is duidelijk dat er sprake is van een meerjarige opgave. Aanvulling jeugdautoriteit De trede wordt bepaald op basis van feiten en de normen zoals beschreven in het Draaiboek Continuïteit Jeugdhulp. Alhoewel een situatie kan fluctueren is het, zoals je zegt, niet verstandig te gaan jojojen zoals je het noemde. Mocht het aan de orde komen: er is in eerste instantie, najaar 2023, sprake geweest van trede 3 bij MSS maar dit was in de context van net startende bestuurders die vanuit hun rol en positie een analyse gingen maken van de situatie en daarop gebaseerde interventies konden uitvoeren. Gaandeweg werd destijds duidelijk dat trede 4 passend was-inderdaad bevestigd door de JA- en werd een continuiteitsplan geschreven. 4. Door alle maatregelen en ingrepen in de bedrijfsvoering is er niet langer een verbinding tussen zorg en onderwijs. Die verbinding wordt gezien als de kracht van Mutsaersstichting. Wat is het perspectief voor de jongeren nu die verbinding niet langer bestaat? Die kracht vanuit verbinding is er nog steeds. De samenwerking met de Aloysiusstichting (voormalige Wijnberg) kent nu een professioneel zakelijk karakter en blijft gedreven door de inhoud. Dit is recentelijk ook vanuit de Aloysiusstichting nogmaals bevestigd in een bestuurlijk overleg. 5.

Wat is de beddencapaciteit in Venlo en wat is de bezettingsgraad? Maandelijks wordt het beddengebruik gerapporteerd in de rapportages aan de stuurgroep. Het klinische gebouw, de waaier, is ontworpen destijds voor maximaal 80 bedden, met huidige normering en

manier waarop de zorg ingevuld dient te worden is er voor de Mutsaersstichting een norm opgesteld van ongeveer 20 bedden (er is ook een deel van het gebouw onderverhuurd). 6. Naar verluidt wordt medewerkers verzocht verlof tegoeden op te nemen in de vorm van bijvoorbeeld een sabbatical. Is dit signaal correct? Nee, hier is geen sprake van. 7. Wat is het exacte bedrag dat door Mutsaersstichting is uitgegeven aan fraude onderzoeken? Voor zowel de eerste als tweede fase van het onderzoek is er totaal 580.000 uitgegeven. 8. Door de krimp van de Mutsaersstichting is ook een andere WNT indeling van toepassing. Zijn of worden de salarissen van de bestuurders daarop aangepast? Zo ja, met ingang van wanneer? Jaarlijks wordt de WNT-verantwoording gecontroleerd. Wanneer blijkt dat de Mutsaersstichting in een lagere WNT klasse komt, worden de salarissen van de bestuurders daar op aangepast. B. Informatie regievoerder over faillissement Grijp het Leven. (update 5-12-2025) Op 21 oktober 2025 het faillissement van Grijp het Leven uitgesproken. De rechtbank heeft een curator aangewezen die belast is met de verdere afhandeling. Er zijn kleine aantallen cliënten in Beesel, Best, Deurne, Echt-Susteren, Horst a/d Maas, Leudal, Maasgouw, Peel en Maas, Roermond, Venlo, Venray en Weert. Op 13 november heeft de regievoerder een update verstrekt over de afwikkeling van het faillissement.

Daarin staat onder meer dat een 1-op-1 overname van alle jeugdigen niet ging lukken en dat de curator via drie sporen met vervolgstappen aan de gang ging om een alternatief aanbod te organiseren voor alle jeugdigen. Hierbij een update over de stand van zaken in Noord- en Midden-Limburg en de financiële afwikkeling. • Noord-Limburg: Het is gelukt om voor alle betrokken jeugdigen in Noord-Limburg een passend alternatief te organiseren. Een aantal jeugdigen had een woonplek bij Grijp het Leven. De andere jeugdigen hadden een ambulant jeugdhulptraject lopen bij Grijp het Leven. • Midden-Limburg: voor alle jeugdigen in Midden-Limburg met een woonplek bij Grijp het Leven is een passend alternatief georganiseerd. Dit is ook gelukt voor een deel van de jeugdigen met een begeleidingstraject. Voor enkele kinderen met een begeleidingstraject wordt nog naar een passende oplossing gezocht. Hier is het Centrum Jeugd en Gezin bij betrokken. Bovenstaande alternatieven voor de jeugdigen in Noord- en Midden-Limburg zijn gevonden dankzij het samenspel van de curator, de medewerkers van Grijp het Leven, de contractmanagers, reeds actieve onderaannemers en andere gecontracteerde partijen. We danken hen voor deze inzet! Financiële afwikkeling: de Mutsaersstichting heeft Grijp het Leven per 31 oktober 2025 gedeconsolideerd. Alle onderlinge balansposities worden indien nodig per die datum afgeboekt.

Op de datum van het faillissement had de Mutsaersstichting nog een vordering t.w.v. €412.155 bij Grijp het Leven en Hoeve de Kaolder een vordering t.w.v. €224.784. De vordering van de Mutsaersstichting wordt afgeboekt. Een aanvullende kostenpost t.w.v. €68.000 loopt mee in het geconsolideerde resultaat en in de prognose, die wordt administratief verrekend met de winst- en verliesrekening van de Mutsaersstichting. Hoeve de Kaolder boekt haar vordering ook af. De financiële impact van het faillissement van Grijp het Leven B.V. is nihil in boekjaar 2025. Hierbij veronderstelt de Mutsaersstichting dat er geen toekomstige claims meer worden verwacht van de curator en/of andere stakeholders.

C. Vragen en antwoorden naar aanleiding van raadsvoorstel (antwoorden door projectteam, update 09-01-2026) 1. Wat is de actuele financiële positie van Mutsaersstichting? Mutsaersstichting heeft in de afgelopen periode verbeteringen gerealiseerd maar is zeker nog niet uit de problemen. Voor 2025 wordt een negatief exploitatieresultaat verwacht dat in lijn is met de verwachting in het continuïteitsplan. Voor 2026 wordt een sluitende begroting gepresenteerd. Indien de ingezette verbetermaatregelen volgens planning in 2026 gerealiseerd kunnen worden, kan de resultaatverwachting in positieve zin worden aangepast. De doorkijk voor 2027 is positief. De exploitatie is echter nog zwak en daardoor erg gevoelig voor incidentele tegenvallers. Daarom blijven de gemeenten ook in 2026 samen met de Jeugdautoriteit via maandelijkse monitoring de ontwikkelingen op de voet volgen en sturen waar mogelijk bij. 2. Waarom worden in plaats van een financiële bijdrage de kinderen in zorg bij Plinthos niet bij andere zorgaanbieders niet bij andere zorgaanbieders ondergebracht? Dit is geen realistisch alternatief. Het vinden van alternatieve zorg voor deze kinderen is een intensief traject gedurende langere tijd. In die periode blijven de gemeenten wel verantwoordelijk voor de continuïteit van de jeugdzorg. 3.

Hoe is de verdeelsleutel van de kosten bepaald? Het totaalbedrag van €2,9 miljoen wordt op basis van de eerder door Noord- en Midden-Limburg, in afstemming met VWS en de Jeugdautoriteit vastgestelde verdeelsleutel verdeeld over de gemeenten in Zuid-Limburg. Deze verdeling houdt rekening met het aantal cliënten en de inzet van zorgvormen per gemeente op de peildatum. 4. Het raadsvoorstel is een koerswijziging ten opzichte van het eerdere standpunt. Het voorgenomen besluit om alsnog €2,9 miljoen bij te dragen aan het continuïteitsplan van Mutsaers markeert een duidelijke koerswijziging. De jeugdregio Zuid-Limburg heeft eerder principieel afgezien van een bijdrage, vanuit het uitgangspunt dat gemeenten niet telkens financieel zouden moeten bijspringen bij individuele aanbieders, zeker niet in een zorglandschap waarin structurele systeemproblemen spelen. Deze spanning wordt onderkend. Het besluit moet nadrukkelijk in de bredere context worden gezien: het gaat om een financiering in het belang van de continuïteit van jeugdhulp die thans door de Mutsaersstichting in Zuid-Limburg aan jeugdigen wordt geleverd. De bijdrage biedt de organisatie tijd om het gewenste duurzame herstel te realiseren. De kans op verder herstel vanaf 2026 is aanwezig, maar niet gegarandeerd.

Dit managen wij door strikte voorwaarden te stellen, intensieve monitoring te organiseren en noodremscenario’s voor zorgoverdracht uit te werken. 5.

Vragen over hypothecaire zekerheid en rangorde

Voor het verkrijgen van hypothecaire zekerheid wordt voor de omvang van de bijdrage Zuid-Limburg (2,9 mln) een 3e hypotheek gevestigd. Het vastgoed is eerder dit jaar in opdracht van Rabobank getaxeerd op 17 mln. De restant vordering van Rabobank is nog circa 2,5 mln. De vordering van de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg is 7,5 mln. Voorwaardelijk is afgesproken dat de gemeenten bij uitnutting van de gevestigde 2e en 3e hypotheek een gelijkwaardige positie hebben als alle andere gemeenten in Noord- en Midden-Limburg. Dit wordt juridisch ondervangen door een overeenkomst waarin bij onverhoopte uitwinning van zekerheden de opbrengst naar rato van inbreng wordt verdeeld, ongeacht de rangorde van hypotheekinschrijving. Deze uitvoeringsovereenkomst is thans in voorbereiding waarbij wij door de stadsadvocaat van Maastricht worden bijgestaan.

6. Ontbrekende afspraken over aflossing en rente bij het verstrekken van een lening met hypothecaire zekerheid

De lening is renteloos. Er is ook geen aflossingsschema. Onderdeel van de uitvoeringsovereenkomst met Noord en Midden, waar Zuid bij aansluit, is dat een aflossingsschema wordt vastgesteld zodra bepaalde ratio’s voor liquiditeit, solvabiliteit en weerstandsvermogen zijn bereikt. De gemeenten in Noord- en Midden-Limburg hebben de lening als oninbaar afgeboekt. 7. De voorwaarden voor de lening en hypotheek zijn nog niet uitgewerkt. • Hoe werkt dat dan praktisch: gaan alle Zuid-Limburgse gemeenten afzonderlijk een hypotheekrecht vestigen? • We kunnen wel als voorwaarde stellen DAT we hypotheek gaan vestigen maar is ook bekend of er panden zijn waar voldoende hypotheek op KAN worden gevestigd? Temeer als Midden- en NoordLimburg al ons zijn voorgegaan? De uitwerking van de voorwaarden voor de uitvoeringsovereenkomst en de hypotheek zijn onderhanden met ondersteuning van de stadsadvocaat van Maastricht. Bij de uitvoeringsovereenkomst sluiten wij aan bij hetgeen eerder door Midden en Noord-Limburg is geregeld PLUS de aanvullende voorwaarden die door de G16 zijn gesteld. In die uitwerking wordt ook de hypotheekinschrijving meegenomen. Het is een totaalpakket dat naar genoegen geregeld moet zijn voor er geld wordt overgemaakt. Het hypotheekrecht wordt centraal geregeld. Dat hebben wij ook bij XONAR gedaan.

In dat geval heeft Maastricht als centrumgemeente het hypotheekrecht gekregen namens de G16 gemeenten. Bij Mutsaers regelen wij iets vergelijkbaars. Het vastgoed van Mutsaers is eerder dit jaar iov Rabobank getaxeerd op 17 mln. De restantschuld aan Rabobank is nog ongeveer 2,5 mln. De schuld aan Noord- en Midden-Limburg is ongeveer 7,5 mln. De schuld aan Zuid-Limburg wordt 2,9 mln. Dat past ruim in de getaxeerde waarde van 17 mln. Wat de uiteindelijke opbrengst zal zijn bij een eventuele gedwongen verkoop is natuurlijk altijd afwachten. Mede daarom wordt in de uitvoeringsovereenkomst geregeld dat, bij onverhoopte gedwongen verkoop, Noord, Midden en Zuid-Limburg de opbrengst naar rato van hun inbreng verdelen, ongeacht of er nu een 2e of 3e hypotheekinschrijving is. 9. In het voorstel wordt bij ‘Waarom dit nodig is’ vermeld dat ‘het uitgangspunt bestuurlijk is bevestigd’. Welk bestuur wordt hier bedoeld? Verwezen wordt naar bestuurlijk overleg tussen de bestuurders van Zuid-Limburg met de bestuurders van Noord en Midden Limburg en Mutsaers. In dat overleg is de route naar omzetting van lening in een gift afgesloten 10. Onder aanleiding en bevoegdheden wordt vermeld dat de raden een besluit nemen over een eerder vastgestelde financiële bijdrage van de afzonderlijke gemeenten.

Wanneer en door wie is dit eerder vastgesteld? De financiële bijdrage is gebaseerd op de verdeelsleutel zoals die wordt voorgeschreven in het draaiboek continuïteit jeugdhulp. Dit is het aantal kinderen in zorg op de peildatum. Bij Mutsaers is daar een extra wegingsfactor aan toegevoegd in de vorm van de zorgzwaarte. Zuid-Limburg heeft hier geen zeggenschap in gehad. 11. Onder punt 1.2 bij de argumenten wordt verwezen naar een vastgesteld wegingskader (bijlagen). Door wie en wanneer is dat wegingskader vastgesteld?

Het wegingskader is vastgesteld door de bestuurders van de jeugdregio Zuid-Limburg, de G16. 12. We kunnen, zoals bij 1.2 onder de argumenten is vermeld, niet terugvallen op andere aanbieders voor deze specialistische zorg. Later in het stuk wordt geschreven dat we, als het herstelplan niet lukt, de zorg gaan overdragen. Dat kan dan dus niet voor alle gevallen. Is in beeld bij welke gevallen (aantallen) dat niet kan en welke oplossingen hebben we daarvoor. Gaan we daar 2 jaar op wachten? Mutsaers heeft 700 a 800 kinderen in zorg. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de continuïteit van zorg en zouden voor die kinderen een alternatief moeten vinden. Dat gaat niet zomaar. Onderdeel van onze voorwaarden voor de financiering is dat begin 2026 samen met Noord en Midden-Limburg en Mutsaers scenario’s worden uitgewerkt voor de herplaatsing van de kinderen, mocht het bij Mutsaers misgaan. Wij hebben het dan over een traject dat 1 a 2 jaar in beslag neemt. In die periode zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de continuïteit van zorg, ergo het overeind houden van Mutsaers. 13. We gaan vanuit de regio een lening verstrekken van € 2,9 mln.

Is de lening geen druppel op een gloeiende plaat en staat Mutsaers na een paar maanden niet weer aan de deur met het verzoek een bijdrage te leveren? Er wordt gesproken over een acuut liquiditeitsrisico en een onzeker resultaat van een 2 jaar durend herstelplan. Hoe snel zal Mutsaers na het verstrekken van de lening weer in de problemen komen. Mutsaersstichting heeft in de afgelopen periode verbeteringen gerealiseerd maar is zeker nog niet uit de problemen. Voor 2025 wordt een negatief exploitatieresultaat verwacht dat in lijn is met de verwachting in het continuïteitsplan. Voor 2026 wordt een sluitende begroting gepresenteerd. Indien de ingezette verbetermaatregelen volgens planning in 2026 gerealiseerd kunnen worden, kan de resultaatverwachting in positieve zin worden aangepast. De doorkijk voor 2027 is positief. De exploitatie is echter nog zwak en daardoor erg gevoelig voor incidentele tegenvallers. Daarom blijven de gemeenten ook in 2026 samen met de Jeugdautoriteit via maandelijkse monitoring de ontwikkelingen op de voet volgen en sturen waar mogelijk bij. 14. In 1.4 wordt de optie ‘indeplaatsstelling’ ontraden. Zijn de risico’s voor de gemeenten in het nu gekozen scenario niet veel groter. Aan de kans op herstel bij Mutsaers binnen de genoemde termijn van 2 jaar wordt in het voorstel getwijfeld.

Wat zou gebeuren als de lening niet wordt verstrekt? Dat wordt onvoldoende uitgewerkt als scenario. Er wordt gewezen op mogelijk hogere kosten. Waarom zou dat zijn en kunnen we inschatten hoeveel hoger? Het ministerie geeft aan gebruik te maken van het instrument van in deplaatstelling als de gemeenten niet voldoen aan de wettelijke plicht om voldoende jeugdzorg in te kopen. Dit komt neer op een gedwongen betaling van 2,9 mln. euro door de gemeenten in de jeugdregio Zuid-Limburg waarbij de coördinatie en regie uit handen worden gegeven. In deze context hebben de wethouders jeugdzorg van de jeugdregio besloten de colleges en gemeenteraden te adviseren akkoord te gaan met een financiële bijdrage van in totaal 2,9 mln. euro. De financiële bijdrage is in de vorm van een geldlening en onder voorwaarden. Het ministerie zal de kosten van juridische procedures etc doorbelasten naar de gemeenten. De G16 hebben een afweging moeten maken. Linksom of rechtsom moet er 2,9 mln. betaald worden. Daarvoor is de mist kwade oplossing gekozen. 15. Onder 1.5 wordt vermeld dat een van de voorwaarden voor het slagen van het herstelplan is dat gemeenten gezamenlijk blijven sturen op inhoud en financiën. Wat wordt hiermee bedoeld?

Zie het antwoord op een van de vorige vragen. De gemeenten monitoren samen met de jeugdautoriteit maandelijks de voortgang. Dat gaat zowel over operationeel herstel als het nakomen van afspraken. 16. De vastgoedstrategie is een belangrijke component van het herstelplan. Dit wordt echter nergens toegelicht. Gaat Mutsaers het vastgoed dat onder meer dient als zekerheid afstoten? Mutsaers verkoopt inderdaad enkele panden. Daarmee en uit de verkoop van deelnemingen wordt de financiering van Rabo afgelost. De taxatiewaarde van met name het instellingsterrein in Venlo is op basis van huidig gebruik. Voor een deel van het instellingsterrein wordt een gebiedsvisie uitgewerkt zodat het kan worden verkocht voor vastgoedontwikkeling. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de gemeente Venlo. Het opbrengstpotentieel uit de vastgoedontwikkeling is nog niet verwerkt in de taxatie. 17. Onder 1.6 wordt beknopt ingegaan op de totaal te verstrekken lening. Er wordt niets vermeld over hoe dit geregeld gaat worden. Gaat iedere gemeente zelf een lening verstrekken, loopt dit via één centraal punt, wat gebeurt er als niet alle gemeenten instemmen etc.? De financiële bijdragen van Zuid-Limburg verlopen via de centrumgemeente Maastricht.

Wij zijn met ondersteuning van de stadsadvocaat in gesprek met Noord- en Midden-Limburg en Mutsaers over een uitvoeringsovereenkomst waarin het hoe wordt uitgewerkt, de voorwaarden worden vastgelegd en de voorbereidingen voor de hypotheekinschrijving worden geregeld. 18. Onder het kopje financiën wordt de hypothecaire zekerheid benoemd. Er wordt echter niet aangegeven welke zekerheid dat betreft en dat wij 2e hypotheeknemer worden. 1e hypotheekhouders Rabobank wil niet instemmen met het verhogen van de 2e hypotheek van de gemeenten in Noord en Midden met het aandeel van Zuid-Limburg. Daarom wordt het een 3e hypotheek aangevuld met een overeenkomst waarin wordt geregeld dat bij onverhoopte uitwinning van de zekerheden de gemeenten in Noord, Midden en Zuid die naar rato van de inbreng verdelen, ongeacht de rangorde van de hypotheekinschrijving. 19. We gaan een lening verstrekken. Bij een lening horen afspraken over aflossing en rente. Die zijn nu niet vermeld. Hier zou toch iets over moeten worden opgenomen. Gezien het wankel financieel perspectief is de kans groot dat de lening niet (of niet volledig) zal worden terugbetaald. Dat risico is nergens benoemd maar moet wel worden specifiek worden vermeld De lening is renteloos. Er is ook geen aflossingsschema.

Onderdeel van de uitvoeringsovereenkomst met Noord en Midden, waar Zuid bij aansluit, is dat een aflossingsschema wordt vastgesteld zodra bepaalde ratio’s voor liquiditeit, solvabiliteit en weerstandsvermogen zijn bereikt. De gemeenten in Noord- en Midden-Limburg hebben de lening als oninbaar afgeboekt. Vragen zoals deze nemen wij mee tijdens de raadsinformatiebijeenkomsten en bij de beantwoording van technische vragen. 20. Waarom hebben Noord en Midden-Limburg destijds bij XONAR niet ook meebetaald? - Voor zover ik me herinner was dat een keuze vanuit ZL? Correct - Reden was dat N en M procentueel voor maar een heel klein deel aan de lat zouden staan? Correct - Zo ja, weet jij voor welk deel en welk bedrag?

Het draaiboek continuïteit jeugdhulp schrijft voor dat de verdeelsleutel wordt bepaald door het aantal cliënten in zorg per gemeente op de peildatum. Voor XONAR was de peildatum 1 juli 2022. Op die datum waren bij XONAR in totaal 2.008 cliënten in zorg waarvan 40 bij de gemeenten in Noord en Midden-Limburg. Dit komt overeen met een aandeel van 2% of 159.363 euro in de financiële bijdrage van het herstelplan, te verdelen over 10 gemeenten. De G16 heeft in verband met het geringe bedrag besloten geen bijdrage te vragen aan de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg 21. Waarom is gekozen voor een lening met hypothecaire zekerheid en niet voor een bijdrage zoals bij XONAR? Noord- en Midden-Limburg hebben eerder voor die constructie gekozen. Dan is het niet uit te leggen als Zuid-Limburg een bijdrage doet tegen zachtere voorwaarden. Overigens hebben wij ook bij XONAR hypothecaire zekerheid gevraagd. 22. Is er gekeken naar scenario faillissement indien de bijdrage niet toereikend blijkt te zijn? Faillissement is het laatste wat wij willen bij een systeemrelevante zorgaanbieder in verband met de continuïteit van de jeugdhulp. De inzet is daarom gericht op continuïteit. Tegelijkertijd moet je onder ogen zien dat als er bijvoorbeeld eind 2026 nog geen uitzicht is op duurzaam herstel dat andere scenario’s overwogen moeten worden. Ook dan is faillissement het laatste wat wij willen.

Dan heb je het over het onderbrengen van de zorg bij andere zorgaanbieders. 23. Wordt de lening voor volledige bedrag van €2,9 miljoen door Maastricht verstrekt en verrekend met andere gemeentes? Wij volgen dezelfde constructie als bij XONAR. De financiële bijdragen van de gemeenten worden via tussenkomst van de centrumgemeente ter beschikking gesteld. Wij zijn op dit moment in gesprek met Noord- en Midden-Limburg over hoe dit contractueel ingeregeld gaat worden. 24. Of moet elke Gemeente afzonderlijk lening verstrekken? Nee 25. Is er geen sprake van ongeoorloofde staatssteun door lening tegen 0% rente te verstrekken? In de gesprekken met Noord- en Midden-Limburg is ook staatssteun een punt. Inzet is dat wij net als Noord- en Midden een zodanige juridische constructie kiezen dat dit risico wordt uitgesloten. recent is afgesproken dat de staatssteun specialisten van onze stadsadvocaat en de advocaat Stibben van Noord- en Midden daarover overleg hebben. 26. ‘In de uitvoeringsovereenkomst is ook afgesproken dat in 2026 een eerste deel van de lening A van gemeenten wort terugbetaald’. Hoe moet ik dit begrijpen in relatie tot feit dat in college/raadsvoorstel wordt aangegeven dat de kans groot is dat er geen (volledige) terugbetaling van de lening zal plaatsvinden? De 2,9 miljoen die Zuid gaat inbrengen leiden tot een ophoging van leenfaciliteit B en niet van A.

Dat betekent dat er sprake zal zijn van een aflossing en van een nog af te spreken aflossingsschema, pas als de ratio’s van Mutsaersstichting op orde zijn. Er is nu geen zicht op wanneer dat zal zijn. Overigens is aflossingsdeel A slechts een zeer beperkt deel van de totale door de MGR verstrekte lening. 27. Is met deze aflossing lening A van gemeenten Noord- en Midden Limburg rekening gehouden in de liquiditeitsprognose 2026 en zo ja voor welk bedrag? Voor een jeugdzorginstelling die al financieel kwetsbaar is, is een lening een zwaarder middel dan een gift. Een lening beïnvloed de solvabiliteit negatief en creëert een nieuw lek in de toekomstige liquiditeit. Dit kan de continuiteit op termijn mogelijk in gevaar brengen. Ja. Het leningdeel A bedraagt in totaal 1 miljoen en pas vanaf december 2026 wordt gestart met de aflossing ter hoogte van 200.00 euro per jaar. Dat doet recht aan de liquiditeitsdips die worden

voorzien en is meegenomen in de (sluitende) begroting voor 2026. Dat dit de solvabiliteit nadelig beinvloed is absoluut waar en het realiseren van de gevraagde ratio’s gaat daardoor natuurlijk niet sneller. Maar dat is nu eenmaal de keuze die in 2024 is gemaakt. Laat overigens onverlet dat er natuurlijk tal van acties lopen die ook samenhangen met het realiseren van robuust herstel. (waaronder vastgoedontwikkeling) 28. Al met al blijft de financiële situatie kwetsbaar, is er ook een plan B (scenario zorgcontinuïteit) uitgewerkt? Er zijn op het moment dat Zuid is ingestapt al meteen afspraken gemaakt om die scenario’s samen te gaan uitwerken. (Noord, Midden en Zuid, samen met de Mutsaersstichting). Er liggen afspraken om dat voor mei 2026 te realiseren.

D. Vragen tijdens raadsinformatiebijeenkomsten. (update 09-01-2026) 1. Is de financiële bijdrage van 2,9 mln. het aandeel van de jeugdregio Zuid-Limburg of voor de hele provincie? De 2,9 mln. is het aandeel van Zuid-Limburg. De gemeenten in Noord- en Midden-Limburg hebben in 2024 reeds een financiële bijdrage van 7,5 mln. gedaan. 2. Zijn alleen de 4 zorgaanbieders Mutsaers, XONAR, VIA jeugd en Pactum financieel zwak of geldt dit voor meer zorgaanbieders? De 4 genoemde zorgaanbieders zijn zogenaamde cruciale zorgaanbieders. Door hun omvang (Mutsaers, XONAR en Pactum) of omdat ze een cruciaal zorgproduct leveren waarvoor geen andere zorgaanbieders beschikbaar zijn (Via Jeugd). Het draaiboek is van toepassing op cruciale zorgaanbieders met financiële problemen. Discontinuïteit bij een cruciale zorgaanbieder betekent dat de continuïteit van de zorg in het gedrang komt. Financiële problemen bij kleinere, niet cruciale zorgaanbieders, brengt de continuïteit van de zorg niet in het gedrang. In de afgelopen periode is bijvoorbeeld PsyCare BV failliet gegaan. PsyCare was een kleine zorgaanbieder. De activiteiten zijn overgenomen door een andere partij. Zo zijn er ongetwijfeld meer zorgaanbieders met financiële problemen waar wij niet direct weet van hebben. 3. Is er nog een markt voor verliesgevende producten? Gemeenten zijn wettelijk verplicht kostendekkende tarieven aan te bieden.

Dat gebeurt ook. Onze tarieven zijn generiek en onder meer gebaseerd op landelijke benchmark gegevens. Het kan zijn dat een generiek, kostendekkend tarief voor een specifieke zorgaanbieder niet kostendekkend is. Onze tarieven gaan bijvoorbeeld uit van een productiviteit van 80-85% (op basis van landelijke benchmark gegevens). Als de productiviteit bij een zorgaanbieder door onvoldoende kwaliteit van de bedrijfsvoering bijvoorbeeld slechts 65% is, dan zijn de tarieven voor die betreffende zorgaanbieder niet kostendekkend. Soms blijkt het berekende tarief toch niet kostendekkend te zijn. In de aanbestedingen 2023 had aanvankelijk geen enkele zorgaanbieder ingeschreven op het nieuwe zorgproduct deeltijd pleegzorg. De gemeenten hebben daarna het zorgproduct opnieuw aanbesteed met gewijzigde voorwaarden en tarieven en zo wel met enkele zorgaanbieders een contract kunnen sluiten. 4. Is de jeugdregio kritisch genoeg op de resultaten van zorgaanbieders?

Ja. Zorgaanbieders met een verliesgevende exploitatie worden gemonitord via het EWS. Ook zorgaanbieders met een zeer fors rendement worden gemonitord. In het verleden zagen wij zorgaanbieders die uitsluitend een niche product leverden rendementen van 10% en hoger realiseren. Dat is ongewenst. Met die zorgaanbieders gaan wij het gesprek aan. Niet zozeer om geld terug te vorderen maar wel gericht op het investeren van de bovenmatige winsten in de kwaliteit van de jeugdzorg. 5. Krijgen al onze jeugdigen de zorg die ze nodig hebben? Zoveel mogelijk wel. De gemeenten kopen voldoende zorg in. Er zal echter altijd frictie zijn. Bijvoorbeeld door een tekort aan psychiaters, krapte op de arbeidsmarkt etc. Mede om deze reden onderzoeken wij welke hoog-specialistische zorg op provinciaal niveau georganiseerd kan en moet worden. Schaarse capaciteit en expertise moet zo optimaal mogelijk ingezet worden. Ambulante zorg blijven wij kort bij huis organiseren. 6. Waarom het EWS? Op welke zorgaanbieders is dit van toepassing en hoe voorkomen we dat wij over vier jaar opnieuw vergelijkbare problemen moeten oplossen? Een van de lessons learned uit het XONAR dossier is dat wij niet uitsluitend op jaarrekening kunnen steunen bij het volgen van de ontwikkelingen bij jeugdzorgaanbieders. Als er problemen zijn wil je de ontwikkelingen goed kunnen volgen.

Het Early Warning System van de jeugdautoriteit doet dat via kwartaalrapportages. Deelname aan het EWS is in 2025 nog vrijblijvend maar met ingang van 2026 wettelijk verplicht voor alle jeugdzorgaanbieders met een omzet groter dan 2 mln. De jeugdregio verplicht bij contractvernieuwingen en aanbestedingen de jeugdzorgaanbieders de kwartaalrapportages ook aan de gemeenten ter beschikking te stellen. Die rapportages zijn de basis voor onze periodieke monitoring. Concreet voorbeeld is Via Jeugd. In 2024 zagen wij aan onze eigen data en rapportages van Via Jeugd dat zich een problematische situatie aftekende. Wij hebben toen advies gevraagd aan de jeugdautoriteit hoe te handelen. Afwachten of preventief opschalen naar trede 3 van het draaiboek continuïteit jeugdhulp. In goed overleg tussen de jeugdregio, Via Jeugd en jeugdautoriteit is toen besloten tot trede 3 en is gezamenlijk een herstelplan opgesteld. Voor nu zijn de problemen opgelost. Wij verwachten echter een lastige transformatie van de JZ+ en blijven daarom in de komende periode samen met de jeugdautoriteit de ontwikkelingen monitoren. Op dit moment zijn XONAR, Mondriaan, Koraal en Via jeugd reeds contractueel verplicht EWS rapportages aan te leveren. In onze voorwaarden voor de lening aan Mutsaers is die verplichting ook opgenomen.

(Op dit moment ontvangen wij overigens reeds maandelijks een zeer gedetailleerde rapportage van Mutsaers.) Bij de lopende aanbestedingen voor segment overstijgende zorg wordt de kring van zorgaanbieders met een contractuele verplichting voor aanlevering uitgebreid met de te contracteren partijen. 7. Wat is in een robuust zorglandschap anders dan nu? Een robuust zorglandschap betekent een stabiel, samenhangend en toekomstbestendig stelsel waarin continuïteit van cruciale jeugdzorg niet meer afhankelijk is van noodmaatregelen. Ten opzichte van nu zijn er vijf belangrijke verschillen: 1. Pluriform en minder afhankelijk: Zorg wordt bewust gespreid over meerdere aanbieders om afhankelijkheid van enkele grote spelers te verminderen. Gemeenten trekken hierin gezamenlijk op, ook bovenregionaal.

2. Sterkere grip en sturing: Gemeenten hebben vroegtijdig inzicht in financiële risico’s en werken met uniforme contractvoorwaarden, monitoringscycli en duidelijke governance-afspraken. 3. Preventie en normalisatie blijven uitgangspunt: Voorliggende voorzieningen en ouderlijke verantwoordelijkheid worden versterkt, zodat specialistische jeugdhulp alleen wordt ingezet waar echt nodig. 4. Data-gedreven en transparant: Realtime inzicht in wachttijden, capaciteit en resultaten via een regionaal dashboard, gecombineerd met outcome-indicatoren en financiële signalering. 5. Gezamenlijke visie en innovatie: Gemeenten, aanbieders en het Rijk werken vanuit één ontwikkelagenda, inclusief harmonisatie van tarieven en contractstandaarden, en verkennen een landelijk waarborgfonds voor continuïteit. Kortom: van een versnipperd en kwetsbaar systeem naar een samenhangend, financieel beheersbaar en bovenregionaal afgestemd stelsel dat gericht is op continuïteit, effectiviteit en vertrouwen tussen partijen. 8.

Hoe is de samenwerking geregeld en gefinancierd om te komen tot een robuust zorglandschap De samenwerking wordt georganiseerd via een bovenregionale governance met inzet van overkoepelend implementatiemanagement vanuit gezamenlijke gemeentelijke middelen, aangevuld met landelijke ondersteuning en voor Zuid-Limburg een regionale implementatiemanager (gefinancierd via het uitvoeringsplan Jeugdhulp Zuid-Limburg). 9. Hoe kan de raad aangehaakt blijven en ontwikkelingen blijven volgen.

Dat zal in ieder geval via frequente Raadsinformatiebrieven vorm blijven krijgen. Uiteraard kunnen analoog aan deze bijeenkomst naar behoefte nieuwe Raadsinformatiebijeenkomsten één of twee keer per jaar georganiseerd worden. 10. Wordt er voldoende op toegezien op de salariëring bij raden van Bestuur? Ja. Net als bij Xonar zijn de leden van de raden van Bestuur van de Mutsasersstichting in dienst bij de de organisatie en vallen daarmee onder de bestaande regels voor passende salariëring. Daarop wordt ook toegezien bij de jaarlijkse beoordelingen van de jaarrekeningen binnen het reguliere contractmanagement. 11. Wat als er wachtlijsten zijn bij de Mustasersstichting en zij niet gecontracteerd kunnen worden als gevolg van deze wachtlijsten? En wat betekent dat voor de kwaliteit van de jeugdhulp? Wachtlijsten gelden niet als geschiktheidseis. Dat is dus niet op invloed op een aanbesteding of de mogelijkheid om gecontracteerd te worden. Wachtlijsten als zodanig zullen altijd blijven bestaan. Er is immers een tekort aan personeel in de jeugdzorg. Meer organisaties hebben daar mee te maken.

E. Vragen & Antwoorden n.a.v. domeinvergadering (update 09-01-2026) 1. Waarom stelt het college de raad een eenmalige, voorwaardelijke financiële bijdrage/lening aan de Mutsaersstichting voor, en welke publieke doelen dienen we daarmee? Doel is continuïteit van schaarse, hoog-specialistische jeugdhulp in Zuid‑Limburg te borgen voor 700– 800 jeugdigen (o.a. eetstoornissen, traumazorg, genderzorg) en tegelijk het regionale stuur- en opdrachtgeverschap te behouden. Zonder tijdelijke overbrugging dreigt een liquiditeitsdip in 2026 met wachtlijsten en zorgonderbrekingen, en het risico dat het Rijk via indeplaatsstelling ingrijpt waardoor lokale regie en kostenbeheersing onder druk komen. Het voorstel is eenmalig, met strikte voorwaarden en zekerheden, aansluitend op het meerjarig herstelplan en regionale monitoring.

2. Welke voorwaarden zijn gesteld m.b.t. de zekerheidspositie van Maastricht? De bijdrage wordt vormgegeven als een renteloze, eenmalige lening met onderpand op vastgoed/grond van de Mutsaersstichting en strikte contractuele verplichtingen t.a.v. rapportage, prestatie-indicatoren, en terugbetaling. Noord- en Midden-Limburg hanteren vergelijkbare structuren via de MGR (mandaat/volmacht/machtiging), inclusief aanvullende overeenkomst met de bank voor zekerheden—dat kader nemen we als referentie voor Zuid-Limburg. 3. Is nu te voorzien dat er géén additionele middelen nodig zullen zijn en dat VWS dan alsnog een indeplaatsstelling zal inzetten? Het herstelplan verwacht sluitende begroting in 2026 en verbetering in 2027, met duurzaam herstel in ±2–2,5 jaar, o.a. afhankelijk van vastgoedtransacties en strakke financiële sturing. Op basis van die prognose is géén nieuwe gemeentelijke bijdrage voorzien. Een indeplaatsstelling door VWS is een risico bij uitblijven van regionaal handelen; de huidige koers (eenmalige overbrugging + regie/monitoring) verkleint dat risico. 4.

Wat is de pressie om terug te vorderen, en waarom was de oorspronkelijke strategie “niet betalen”? Zuid-Limburg koos in 2024 primair voor stelseloplossingen en het afwachten van de Taskforce (verminderen afhankelijkheid van enkele aanbieders, stevige selectie-eisen, landelijk vangnet), mede omdat kort daarvoor al miljoenensteun aan XONAR was verleend. Terugvorderingsdruk volgt uit publieke middelen-borging en het eenmalig karakter van steun; daarom stevige voorwaarden/zekerheden. 5. wat is het risico op precedentwerking? Dat is beperkt door: (a) eenmalig karakter; (b) strikte toegangseisen (schaarse specialistische functies met regionale onvervangbaarheid); (c) taskforce-lijn: structurele stelselaanpak (uniforme contractstandaarden, monitoring, landelijk vangnet). Juristen borgen daarvoor een sluitend construct. 6. Zijn er scenario’s uitgewerkt bij falend herstel? Als er zorg beschikbaar zou zijn hadden we dat toch al gedaan? Welke scenario’s moet ik aan denken? Primair zijn we gefocust op het herstel van de Mutsaersstichting als de meest optimale oplossing voor het borgen van de continuïteit van de jeugdhulp. Bij falend herstel komt de focus te liggen op ordelijke zorgoverdracht. Daarvoor worden samen met andere gemeenten en de Mutsaersstichting scenario’s voorbereid. Deze zullen naar verwachting mei 2026 gereed zijn. 7. Is er sprake van voldoende regie? Ja.

Noord- en Midden-Limburg hebben sinds 2023 een formele regievoerder en maandelijkse monitoring; dit is onder de MGR gebracht. Zuid-Limburg sluit aan op monitoring en stuurgroep, met periodieke RIB’s en besluitvorming. 8. “Het raadsvoorstel komt te vroeg—eerst scenario’s uitwerken?” Daar is geen tijd voor primaire Scenario’s en randvoorwaarden liggen er (Draaiboek/Taskforce, regionale governance, fallback-opties). De liquiditeitsdip vergt tijdige besluitvorming om discontinuïteit te voorkomen; uitstel vergroot het indeplaatsstellingsrisico en de kans op zorgonderbreking. 9. Draagt de maatregel bij aan kwaliteitsverbetering van Mutsaers’ jeugdhulp? Ja, via tijd en rust om verbetertrajecten te borgen (bestuurlijke versterking, portfolioherijking, samenwerking onderwijs) en het doorvoeren van Taskforce-aanbevelingen (contractstandaarden, monitoring, leveranciersmanagement). De IGJ heeft in 2024 het verscherpt toezicht opgeheven na verbeterplan en hertoets.

10. Moeten we “iets doen” aan de geldende tarieven? De Taskforce adviseert uniforme contractvoorwaarden en tarifering op basis van betere financiële transparantie; Zuid‑Limburg werkt dit uit binnen het beleidskader 2024–2028 en komende inkoop en baseert zich op landelijke contractstandaarden. Tariefingrepen ad hoc lossen liquiditeitsproblemen niet structureel op; het gaat om stelselmatige verbeteringen. 11. Welke stappen zetten we met implementatie van de Taskforce‑adviezen? De Limburgse jeugdregio’s werken gezamenlijk aan: • versterking van bestuurlijke en ambtelijke samenwerking en bovenregionale afstemming (governance); • een gedeeld beeld van beschikbaarheid en inrichting van 24-uursvoorzieningen; • en een verdergaande samenwerking met aanbieders, met heldere prioriteiten en gedeeld eigenaarschap. 12. “Zorg is toch geen markt?” Waarom streven naar meer ambulante zorg? Het beleidskader zet de jeugdige centraal, dichtbij in de eigen omgeving; ambulantisering is onderdeel van passende zorg, voorkomt zwaardere trajecten en sluit aan bij landelijke hervormingsagenda. Tegelijk houden we klinische/hoog‑specialistische functies beschikbaar. Het is dan ook logisch dat ook de Mutsaersstichting meer inzet op ambulante zorg bij haar portfoliokeuzes. 13.

Kan GGZ‑capaciteit breder in Limburg worden ingezet om omzetverlies bij Mutsaers te voorkomen? Ja, mits passende binnen de bestaande contractuele afspraken en kwaliteitsborging in Zuid-Limburg. Bovenregionale samenwerking en leveranciersmanagement zijn expliciete Taskforce‑aanbevelingen. Dit moet wel zorgvuldig, om ongewenste verschuivingen en discontinuïteit te voorkomen. 14. Wordt rekening gehouden met grenswerkers (grensregio)? De Taskforce wijst op de afhankelijkheden door ligging van Limburg en noodzaak tot bovenregionale samenwerking. In scenario- en overdrachtplanning wordt hiermee rekening gehouden 15. Waarom is er pas in 2028 sprake van duurzaam herstel? De berichtgeving duidt op sluitende begroting in 2026, positieve vooruitzichten in 2027, en volledig duurzaam herstel in een traject van ~2–2,5 jaar, o.a. afhankelijk van vastgoed en doorvoering van verbeteringen—praktisch komt dit uit rond 2027/2028. 16. Welke concrete zorgvormen vallen weg bij faillissement? Risico betreft vooral hoog‑specialistische jeugdhulp (o.a. eetstoornissen, trauma, genderzorg) waar weinig alternatieve capaciteit voor is; daarom continuïteitsborging en, indien nodig, ordelijke overdracht. 17.

“Waarom kun je stellig zeggen: eenmalige bijdrage?” Omdat de beleidslijn expliciet eenmalig is (met zekerheden en prestatieafspraken) en omdat structurele oplossingen via Taskforce/beleidskader worden geïmplementeerd; herfinanciering is niet voorzien binnen het afgesproken herstelpad. 18. Wat gebeurt er als één of meer Zuid‑Limburgse gemeenten “nee” zeggen? Dan is de verwachting dat VWS het instrument van “indeplaatstselling” zal inzetten. Het risico dat de Mutsaersstichting dan niet het proces van herstel kan continueren wordt dan te hoog.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=a1e2507d-0a9e-4879-95cc-ee9316f2a8e2