CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

oprichting Stichting voortgezet onderwijs Kerkrade_v4 (Concept)

Gemeenteraad 12 juni 2024, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit inzake Stichting Kerkraads Openbaar Ontdekkend Leren (SKOOL)7.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stoktstraat 2 5961 TN Horst

info@novitas.nl www.novitas.nl

Tel. 077 - 3971515

KvK nummer 75429063 IBAN NL60 RABO 0147 2076 30

Ontwerp van 21 april 2024

26590.01 / AB

OPRICHTING STICHTING KERKRAADS OPENBAAR ONTDEKKEND LEREN Op [passeerdatum] komt bij mij, mr. Annemarie Jacqueline Pauline Beijers-Willems, notaris in Horst aan de Maas: +. Zij handelt als schriftelijk gevolmachtigde van de publiekrechtelijke rechtspersoon: Gemeente Kerkrade. Deze heeft als zetel Kerkrade. Het adres is Markt 1, 6461 EB Kerkrade. Het inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel is 50778692. Deze gemeente wordt in deze akte genoemd: de gemeente. Ik hecht de volmacht aan deze akte.

INLEIDING 1.

2.

In de gemeente wordt per één augustus tweeduizend vierentwintig een nieuwe middelbare school actief: 'Het Martin Buber'. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente voert het bestuur over 'Het Martin Buber'. De gemeenteraad heeft op + besloten tot: a. oprichting de hierna te noemen stichting voor openbaar voortgezet onderwijs; b. overdracht van het bevoegd gezag van 'Het Martin Buber' aan een op te richten stichting voor openbaar voortgezet onderwijs per één augustus tweeduizend vierentwintig. Het raadsbesluit is aan deze akte gehecht.

OPRICHTING STICHTING De gemeente richt bij deze akte een stichting op, zoals mogelijk gemaakt in artikel 3.10 Wet voortgezet onderwijs 2020, welke het bevoegd gezag gaat vormen van 'Het Martin Buber'. De gemeente stelt daarvoor de volgende statuten vast.

NAAM Artikel 1 De stichting draagt de naam: Stichting Kerkraads Openbaar Ontdekkend Leren. Afgekort: SKOOL.

BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 2 In deze statuten wordt verstaan onder: a. gemeente: de gemeente Kerkrade; b. college van B&W: het college van burgemeester en wethouders van gemeente Kerkrade; c. gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Kerkrade; d. school: de openbare school voor voortgezet onderwijs die onder het bestuur van de

2

e. f. g. h. i. j. k.

stichting valt; stichting: de Stichting Kerkraads Openbaar Ontdekkend Leren; 'Het Martin Buber': de huidige naam van de school die door de stichting in stand zal worden gehouden; WVO: de Wet voortgezet onderwijs 2020; MR: de medezeggenschapsraad; college van bestuur: het bevoegd gezag van de stichting; raad van toezicht: intern toezichthouder van de stichting; schriftelijk: bij brief, telefax of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan worden ontvangen.

ZETEL EN TIJDSDUUR Artikel 3 1. De stichting is gevestigd in de gemeente Kerkrade. 2. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Maar in ieder geval voor ten minste vijf jaar.

DOEL Artikel 4 1. Het doel van de stichting is het uitsluitend geven van openbaar voortgezet onderwijs overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.3 WVO, middels de instandhouding van 'Het Martin Buber'. Om haar doel te bereiken kan de stichting gebruik maken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. 2. De stichting verzorgt het onderwijs op 'Het Martin Buber' vanuit de kernwaarden van het openbaar onderwijs: gelijkwaardigheid, vrijheid en ontmoeting, en geeft hier op actieve wijze invulling aan. 'Het Martin Buber' is toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing en het onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. 3. De stichting beoogt niet het maken van winst.

KARAKTER ONDERWIJS Artikel 4a ‘Het Martin Buber’ werkt vanuit de bedoeling en hanteert als uitgangspunten: a. Werken vanuit de bedoeling betekent - zonder enig voorbehoud - dat de persoon en het leerproces van de leerling het centraal uitgangspunt vormt bij alles wat we doen en laten in onze dagelijkse praktijk (leefwereld). b. Werken vanuit de bedoeling draait niet om prestatiegerichtheid. Centraal staat het ontdekken en stimuleren van het potentieel van elk kind, passend bij zijn achtergrond, kwaliteiten, beperkingen, interesses en eigen ritme. c. Werken vanuit de bedoeling betekent dat de ontdekkingsreis die de leerlingen van Het Martin Buber maken in de ‘Beleef wat je leert’-trajecten, waarin het geleidelijk ontdekt of hoofd, hart of handen of juist combinaties ervan het beste aansluiten bij wie hij is en wil zijn, centraal staat.

3

d.

e. f.

Werken vanuit de bedoeling betekent dat wij bij Het Martin Buber werken van binnenuit. Wij geven het leerproces van de leerling vorm door te vertrekken vanuit de motivatie van het kind zelf. Werken vanuit de bedoeling betekent dat zo veel mogelijk middelen direct ten goede komen aan het ontwikkelproces van de kinderen. Werken vanuit de bedoeling betekent 1. erkende professionaliteit, autonomie en erkenning van vakmanschap en persoonlijke kwaliteiten van de medewerkers 2. ondernemerschap en vrijheid in het team, zelforganiserende teams, verantwoordelijkheid nemen en verantwoording afleggen. 3. leiden van hoger doel door verbondenheid, samenwerking en verscheidenheid naar kansrijk en eerlijk onderwijs voor elke leerling, waarbij onderwijs als maatschappelijke hub functioneert.

ONDERWIJS Artikel 4b 1. De inhoud van het onderwijs wordt in het schoolplan vastgelegd. 2. 'Het Martin Buber' vindt zijn fundament in de ontmoeting en de dialoog. De waarden die daarbij gehanteerd worden zijn vertrouwen, verbondenheid, verwondering en verantwoordelijkheid

PERSONEEL Artikel 4c 1. Het bestuur benoemt, schorst en ontslaat het personeel. 2. Het personeel wordt benoemd krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. De stichting is aangesloten bij een commissie van beroep. 3. Bij de benoeming van personeel is een selectie op basis van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, seksuele voorkeur, afkomst of burgerlijke staat uitgesloten. 4. Het personeel respecteert het karakter en het onderwijs zoals beschreven in de artikelen 4a en 4b van deze statuten. 5. Bij de uitvoering van het personeelsbeleid inzake benoeming en vermindering van formatie wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de identiteit van Het Martin Buber.

VERMOGEN Artikel 5 Het vermogen van de stichting wordt gevormd door: a. rijksbekostiging; b. vergoedingen voor de door de stichting verleende diensten; c. subsidies, giften en donaties; d. hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van

4

e.

boedelbeschrijving; hetgeen op andere wijze verkregen wordt.

COLLEGE VAN BESTUUR; SAMENSTELLING, BENOEMING, ONTSLAG Artikel 6 1. Samenstelling en benoeming van bestuur De stichting wordt bestuurd door een college van bestuur, bestaande uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal van ten hoogste twee natuurlijke personen. 2. De raad van toezicht benoemt de leden van het college van bestuur, en benoemt de voorzitter van het college van bestuur in functie. Als het college van bestuur slechts uit één persoon bestaat, is deze persoon automatisch voorzitter. De benoeming van een lid van het college van bestuur gebeurt op basis van een vooraf openbaar gemaakt profiel. 3. Voor het benoemen van een bestuurder wordt een sollicitatiecommissie ingesteld waarvan in elk geval deel uitmaken: a. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de MR dat uit en door het personeel is gekozen, en b. een lid dat afkomstig is uit of namens het deel van de MR dat uit en door de ouders of de leerlingen is gekozen. 4. De MR wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over de aanstelling of ontslag van de leden van het bestuur en het vaststellen van de competentieprofielen van de leden van het bestuur. 5. Het college van bestuur kan onderling vaststellen welk lid met welke taak zal zijn belast. Een taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van het college van bestuur voor het gehele bestuur onverlet.

6. Competenties Bij de samenstelling van het college van bestuur wordt gelet op diverse facetten die de aandacht van het college van bestuur vragen. Het college van bestuur wordt in ieder geval samengesteld op basis van: algemene bestuurlijke kwaliteiten; en affiniteit met de doelstelling van de stichting. De aandachtspunten voor de van een lid van het college van bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets. De raad van toezicht kan - indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen voor de betreffende zetel in het college van bestuur. Een lid van het college van bestuur mag geen lid zijn van de MR van de onder deze stichting vallende school. 7. Schorsing en ontslag bestuurder Een lid van het college van bestuur kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht, met inachtneming van het bepaalde in een voor het voortgezet onderwijs geldende collectieve arbeidsovereenkomst die voor hen geldt. De schorsing vervalt indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de

5

datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 8. De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd een lid van het college van bestuur te ontslaan. Het betrokken lid van het college van bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Een lid van het college van bestuur kan ondermeer worden geschorst en ontslagen wegens: a. verwaarlozing van zijn taak of onvoldoende functioneren; b. onverenigbaarheid van functies of belangen; c. wijziging van de omstandigheden of andere redenen op grond waarvan hij zijn handhaving als lid redelijkerwijs niet van de stichting kan worden verlangd; d. als hij failliet is of de schuldsanering natuurlijke personen op hem van toepassing is. 9. Leden van het college van bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van hun arbeidsovereenkomst. 10. Een lid van het college van bestuur defungeert: a. door zijn overlijden; b.

door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door zijn ontslag door de rechtbank; d. door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht; e. als hij toetreedt tot de raad van toezicht, en f. als zijn arbeidsovereenkomst eindigt. 11. Vacature In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig college van bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur wordt het college van bestuur waargenomen door één persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet binnen twee weken tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het college van bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de voorzieningenrechter van de rechtbank, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. De MR en de gemeente worden uitdrukkelijk als belanghebbenden aangemerkt. 12. Arbeidsvoorwaarden De raad van toezicht stelt de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en kostenvergoedingen van de leden van het college van bestuur vast.

COLLEGE VAN BESTUUR; TAAK EN BEVOEGDHEDEN Artikel 7 1. Taak college van bestuur

6

2. 3.

4.

5.

6.

Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het belang van de stichting en het belang van de school die door de stichting in stand wordt gehouden. Het college van bestuur heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens deze statuten aan anderen zijn toegekend. Deskundigheid Tegen de achtergrond van in het college van bestuur benodigde deskundigheid draagt ieder lid van het college van bestuur zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van het college van bestuur wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld. Begroting Het college van bestuur maakt jaarlijks een begroting op. De begroting wordt ter instemming voorgelegd aan de raad van toezicht. Na instemming door de raad van toezicht wordt de begroting vervolgens vastgesteld door het college van bestuur. Het college van bestuur zendt binnen twee weken na vaststelling van de begroting een afschrift daarvan aan de gemeenteraad. Doelstellingen school Het college van bestuur formuleert concrete doelstellingen van de school die door de stichting in stand wordt gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die school zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt.

Het college van bestuur legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen worden gehaald. Goedkeuring raad van toezicht Voorts heeft het college van bestuur voorafgaande goedkeuring van de raad a. het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur meegedeeld bedrag; b. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; c. ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting; d. een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling; e. het doen van een voorstel aan de gemeenteraad tot opheffing of splitsing van door de stichting in stand gehouden school; f. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of de in stand te houden school; g. het vaststellen of wijzigen van het strategisch meerjarenplan; h.

het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen; het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

7

-

7.

de besluiten die zijn genoemd in artikel 14 (statutenwijziging), artikel 15 (ontbinding), artikel 16 (fusie en splitsing). Het ontbreken van de goedkeuring zoals hiervoor bedoeld tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het college van bestuur niet aan. Inlichtingen Het college verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens, en daarnaast aan ieder lid van de raad van toezicht alle inlichtingen over de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. De raad van toezicht mag inzage (doen) nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting. Het/de door de raad van toezicht aangewezen lid/leden heeft/hebben te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen.

COLLEGE VAN BESTUUR; WERKWIJZE Artikel 8 1. Stemmen en het nemen van besluiten In de vergaderingen van het college van bestuur heeft ieder lid van het college van bestuur één stem. Alle besluiten van het college van bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 2. Als de stemmen staken brengt het college van bestuur de raad van toezicht hiervan onverwijld schriftelijk op de hoogte. Binnen drie weken na ontvangst van deze schriftelijke mededeling overlegt de voorzitter van de raad van toezicht met het college van bestuur over het voorgenomen besluit. Na dit overleg neemt het college van bestuur alsnog een besluit. 3. Bijeenroepen vergadering Elk lid van het college van bestuur, alsmede elk lid van de raad van toezicht, is bevoegd een vergadering van het college van bestuur bijeen te roepen. 4. De bijeenroeping van de vergaderingen van het college van bestuur geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. De vergaderingen worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in Kerkrade, te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep, dan wel deed bijeenroepen.

Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan het college van bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 5. Het college van bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden van het college van bestuur in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden van het college van bestuur zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering

8

6.

7.

8.

wordt vermeld. Openbare vergaderingen, tenzij De vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar voor zover het college van bestuur niet - gemotiveerd per agendapunt - beslist dat openbaarheid tegen het belang van de stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen oplevert. De opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling aanwezig waren als door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen, totdat het college van bestuur de geheimhouding opheft. Notulen Van het verhandelde in de vergaderingen van het college van bestuur worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en door de voorzitter van de vergadering ondertekend. Voor de notulen van het niet openbare gedeelte van een vergadering, waar geheimhouding is opgelegd, geldt hetgeen is opgenomen in het zesde lid. Deze notulen worden enkel inzichtelijk gemaakt voor het college van bestuur. Reglement Het college van bestuur regelt zijn werkzaamheden en al hetgeen zijn functioneren betreft verder bij reglement. Het reglement dient vooraf te worden goedgekeurd door de raad van toezicht.

VERTEGENWOORDIGING Artikel 9 1. Vertegenwoordigen Het college van bestuur alsmede ieder lid van het college van bestuur afzonderlijk vertegenwoordigt de stichting, voor zover de WVO niet anders bepaalt. 2. Volmacht Het college van bestuur kan een derde een volmacht geven, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. 3. Bijzondere handelingen Het college van bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen: het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen; het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De in dit lid bedoelde besluiten zijn onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht als bepaald in artikel 7 lid 6. Het ontbreken van deze bevoegdheid tast evenwel de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur niet aan.

BEVOEGDHEID GEMEENTE

9

Artikel 10 De gemeenteraad is in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de WVO bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de school. Zonodig kan de gemeenteraad in dat geval de stichting te ontbinden overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.15 WVO. Alleen de gemeenteraad is bevoegd te besluiten om de door de stichting in stand gehouden school te verplaatsen naar een andere gemeente.

RAAD VAN TOEZICHT Artikel 11 1. Toezicht op college van bestuur De raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting, onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeenteraad in deze statuten en de WVO. 2. Taken raad van toezicht De raad van toezicht heeft een klankbordfunctie naar het college van bestuur. De raad van toezicht is in ieder geval belast met de taken als omschreven in artikel 3.3 van de WVO. Per vandaag staat in dat artikel: a. het instemmen met de begroting en het jaarverslag en, indien van toepassing, het strategisch meerjarenplan van de school; b. het toezien op de naleving door het bestuur van wettelijke voorschriften, de code voor goed bestuur, bedoeld in artikel 3.2 WVO, en de afwijkingen van die code; c. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de school verkregen op grond van deze wet; d. het aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of een deskundige als bedoeld in artikel 121, zesde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES die verslag uitbrengt aan de interne toezichthouder of het interne toezichthoudend orgaan; en e.

het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, in het jaarverslag. Daarnaast overlegt de raad van toezicht ten minste tweemaal per jaar met de MR. Verder heeft de raad van toezicht de bevoegdheden en taken die in de WVO en deze statuten zijn gemeld. 3. Samenstelling raad van toezicht De raad van toezicht bestaat uit ten minste drie natuurlijke personen, de raad van toezicht bepaalt uit hoeveel leden de raad van toezicht uiteindelijk bestaat. Een lid van de raad van toezicht mag geen lid zijn van de MR van de onder deze stichting vallende school. Een lid van de raad van toezicht mag geen ouder zijn van een leerling van de onder de stichting vallende school. Een lid van de raad van toezicht mag ook geen lid zijn van de gemeenteraad. 4. Benoeming en bindende voordrachten

10

De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad. Benoeming geschiedt met inachtneming van een vooraf openbaar gemaakte profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad van toezicht worden beschreven. De MR wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen over het vaststellen van de competentieprofielen van de leden van het raad van toezicht. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan. 5. De raad van toezicht doet aan de gemeenteraad een voordracht voor de benoeming van de leden van de raad van toezicht. 6. Ten minste een derde gedeelte, maar geen meerderheid, van de leden van de raad van toezicht wordt benoemd op bindende voordracht van de oudergeleding van de MR. Voorts stelt de raad van toezicht de MR in de gelegenheid een bindende voordracht te doen voor één lid van de raad van toezicht. De in dit lid genoemde voordrachten worden voorbereid door een benoemingsadviescommissie. In de benoemingsadviescommissie hebben in elk geval twee leden van de raad van toezicht en twee leden van de oudergeleding van de MR zitting. De werkwijze van deze benoemingsadviescommissie wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen reglement nader uitgewerkt.

De voordracht wordt opgemaakt met inachtneming van het profiel bedoeld in het tweede lid van artikel 3.1 lid 4 WVO. 7. Zonder last of ruggespraak Ieder lid van de raad van toezicht vervult zijn taak zonder last of ruggespraak, en onafhankelijk van bij de stichting dan wel haar instellingen betrokken deelbelangen. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting, het belang van de school die door de stichting in stand wordt gehouden en het belang van de samenleving. 8. Termijn, herbenoeming en rooster van aftreden De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. 9. Vergoeding Eventuele bezoldiging van leden van de raad van toezicht en onkostenvergoedingen aan leden van het college van bestuur en de raad van toezicht geschieden op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld - en op hoofdlijnen in het jaarverslag openbaar gemaakt - reglement. Jaarlijks verantwoordt het college van bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven. 10.

Informatieverstrekking Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen over de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting; het/de door de raad van toezicht aangewezen lid/leden van de raad

11

heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. 11. Bijstand door deskundigen De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 12. Schorsing en ontslag lid raad van toezicht Een lid van de raad van toezicht kan te allen tijde worden geschorst of ontslagen door de gemeenteraad of door de raad van toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van de in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht. Een schorsing vervalt als niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing is besloten tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering waarin schorsing of verlenging daarvan, of het ontslag aan de orde is, te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 13. Einde lidmaatschap raad van toezicht Een lid van de raad van toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d.

door zijn ontslag verleend door de gemeenteraad; e. door zijn ontslag verleend door de rechtbank; f. door zijn ontslag hem verleend door de raad van toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht; g. als hij het vrije beheer over zijn vermogen verliest; h. als hij lid van het college van bestuur wordt; i. als hij failliet is of de schuldsanering natuurlijke personen op hem van toepassing is. 14. Vacatures In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de gemeenteraad is of wordt aangewezen. De gemeente dient zo spoedig mogelijk nadat deze situatie is ontstaan hiervan schriftelijk op de hoogte te worden gesteld. De wijze waarop de gemeenteraad op de hoogte wordt gesteld dient bij reglement te worden vastgesteld.

RAAD VAN TOEZICHT; WERKWIJZE Artikel 12 1. Stemmen In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten

12

worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. 2. Bijeenroepen vergadering Elk lid van de raad van toezicht is bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen. 3. De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. De vergaderingen worden gehouden ter plaatse binnen Nederland, bij voorkeur in Kerkrade, te bepalen door degene die de vergadering bijeenriep, dan wel deed bijeenroepen. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de raad van toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 4. De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard.

Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 5. Volmacht Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 6. Wijze van vergaderen De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 7. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 8. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 9. Openbare vergaderingen, tenzij De vergaderingen van de raad van toezicht zijn openbaar voor zover de raad van toezicht niet - gemotiveerd per agendapunt - beslist dat openbaarheid tegen het belang van de stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen oplevert.

De opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling aanwezig waren als door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen, totdat het bestuur de geheimhouding opheft. 10. Notulen Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen

13

gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering en door de voorzitter van de vergadering ondertekend. Voor de notulen van het niet openbare gedeelte van een vergadering, waar geheimhouding is opgelegd, geldt hetgeen is opgenomen in het negende lid. Deze notulen worden enkel inzichtelijk gemaakt voor de raad van toezicht. 11. Reglement De raad van toezicht regelt zijn werkzaamheden en al hetgeen zijn functioneren betreft bij reglement. 12. Verboden Een lid van de raad van toezicht mag niet: a. als advocaat, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de stichting; b. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de stichting of in die hoedanigheid deelnemen aan het decentraal georganiseerd overleg; c. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de stichting als bedoeld in onderdeel d; d.

rechtstreeks of middellijk een overeenkomst met de stichting aangaan betreffende: het aannemen van werk ten behoeve van de stichting; het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de stichting; het doen van leveranties aan de stichting; het verhuren van roerende zaken aan de stichting; het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de stichting; het van de stichting onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; het onderhands huren van zaken die toebehoren aan de stichting.

BOEKJAAR, JAARSTUKKEN Artikel 13 1. Boekjaar Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. 2. Jaarrekening en jaarverslag Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de stichting maakt het college van bestuur een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar. De raad van toezicht kan deze termijn met ten hoogste vier maanden verlengen op grond van bijzondere omstandigheden. Bij het opmaken van het jaarverslag houdt het college van bestuur in ieder geval rekening met bepaalde in artikel 7 lid 5 (doelstellingen). Bij het opmaken van de jaarrekening houdt het college van bestuur rekening met het bepaalde in artikel 6 lid 12 en 11 lid 9 (bezoldiging en onkostenvergoeding college van bestuurders en leden raad van toezicht). De raad van toezicht is belast met het goedkeuren van het jaarverslag en de

14

3. 4. 5.

6.

jaarrekening. Het college van bestuur maakt het jaarverslag openbaar en stuurt dit naar de gemeenteraad. Na de goedkeuring door de raad van toezicht wordt de jaarrekening vastgesteld door het college van bestuur. Het college van bestuur zendt binnen twee weken na vaststelling van de jaarrekening een afschrift daarvan aan de gemeenteraad. De jaarrekening wordt ondertekend door ieder lid van het college van bestuur en ieder lid van de raad van toezicht. Indien de ondertekening van één of meer van hen ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. Verslag door college van bestuur Het college van bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraad verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt openbaar gemaakt. Accountant De raad van toezicht draagt jaarlijks het college van bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen certificerend accountant.

STATUTENWIJZIGING Artikel 14 1. Besluitvorming Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de instemming van de gemeenteraad. 2. Eisen Het besluit van het college van bestuur tot statutenwijziging wordt genomen in een voltallige vergadering van het college van bestuur. Het besluit wordt genomen met volstrekte meerderheid van stemmen als bedoeld in artikel 8 lid 1. Is de vergadering van het college van bestuur waarin een besluit tot statutenwijziging aan de orde is niet voltallig, dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering, waarin het besluit kan worden genomen, ongeacht het aantal aanwezigen. 3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 4. Een statutenwijziging treedt pas in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.

Elk lid van het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden. 5. De leden van het college van bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden

15

handelsregister.

ONTBINDING EN VEREFFENING Artikel 15 1. Besluitvorming Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraad. Het bepaalde in artikel 14 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op een besluit van het college van bestuur tot ontbinding van de stichting. 2. Ontbinding door gemeente Voorts is de gemeenteraad, in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de WVO zoals bedoeld in artikel 3.15 WVO, bevoegd zo nodig de stichting te ontbinden. 3. Vereffening Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het college van bestuur met de vereffening belast. 4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 5. De raad van toezicht stelt de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast. 6. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". 7.

Bewaren documenten Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

JURIDISCHE FUSIE EN JURIDISCHE SPLITSING Artikel 16 1. Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de stichting. Een dergelijk besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraad. 2. Het bepaalde in artikel 14 lid 2 is van overeenkomstige toepassing op besluiten van het college van bestuur tot fusie en splitsing.

(TEGENSTRIJDIGE) BELANGEN Artikel 17 1. Elk lid van het college van bestuur en de raad van toezicht laat het belang van de stichting prevaleren boven eigen belangen. Zij onthouden zich van persoonlijke

16

2.

3.

4. 5. 6.

7.

8.

bevoordeling van henzelf of hun naasten. Een tegenstrijdig belang moet voorkomen worden. Wat is een tegenstrijdig belang Van een tegenstrijdig belang is sprake als de betreffende persoon een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat strijdig is met het belang van de stichting, haar organisatie of onderneming. Melden Elk lid van het college van bestuur en de raad van toezicht is verplicht om (het gevaar van) een tegenstrijdig belang zo vroeg mogelijk te signaleren en te vermijden. Elk tegenstrijdig belang, en gevaar daarvan, moet gemeld worden bij de raad van toezicht. Ook het aangaan van een relatie waarbij een tegenstrijdig belang (kan) spelen, moet gemeld worden aan de raad van toezicht. Elke melding bevat alle relevante informatie die de raad van toezicht nodig heeft om een besluit te kunnen nemen en om passende maatregelen te kunnen treffen. Niet deelnemen aan besluitvorming en uitvoeren Een lid van het college van bestuur dat een tegenstrijdig belang heeft, neemt niet deel aan de beraadslaging, besluitvorming en uitvoering over dat besluit. Wanneer daardoor geen besluiten kunnen worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. De raad van toezicht legt dan schriftelijk de overwegingen vast die aan het besluit ten grondslag liggen.

Kan het besluit vanwege het tegenstrijdig belang niet worden uitgevoerd? Dan wijst het college van bestuur na goedkeuring van de raad van toezicht iemand aan die het besluit uitvoert. Een lid van de raad van toezicht dat een tegenstrijdig belang heeft, neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming over dat besluit. Wanneer daardoor geen besluiten kunnen worden genomen, kan de raad van toezicht desondanks toch een besluit nemen. De raad van toezicht legt dan schriftelijk de overwegingen vast die aan het besluit ten grondslag liggen. Ook vermeldt de raad van toezicht dan welke andere mogelijkheden er waren om het gewenste resultaat te bereiken en waarom die mogelijkheden niet werden gekozen. Transparantie Het college van bestuur en de raad van toezicht gaan transparant en zorgvuldig met eventuele tegenstrijdige belangen om. Zij geven hierover openheid binnen de stichting en naar externe belanghebbenden.

VRIJTEKENING EN VRIJWARING Artikel 18 1. Definitie Waar in dit artikel wordt gesproken over lid, wordt daaronder begrepen een lid van het college van bestuur of een lid van de raad van toezicht. 2. Vrijtekening De stichting zal een lid niet aansprakelijk stellen voor schade die de stichting lijdt als

17

3.

4.

5. 6.

7.

8.

gevolg van enig handelen of nalaten van een lid in diens hoedanigheid van lid van het college van bestuur respectievelijk lid van de raad van toezicht. Vrijwaring De stichting zal een lid schadeloos stellen voor het bedrag dat dit lid aan een derde dient te vergoeden voor de schade die derden lijden als gevolg van enig handelen en/of nalaten van een lid in diens hoedanigheid van lid van het college van bestuur of lid van de raad van toezicht van de stichting. De stichting zal tot vergoeding overgaan van het bedrag dat een lid gehouden is op grond van een in kracht van gewijsde gegaan rechterlijk of arbitraal vonnis of van een met die derde(n) overeengekomen vaststellingsovereenkomst, mits de verdediging in de desbetreffende procedure door of namens de stichting is gevoerd respectievelijk de desbetreffende vaststellingsovereenkomst is gesloten met de uitdrukkelijke schriftelijke goedkeuring van de stichting en het lid volledige medewerking aan de stichting heeft gegeven bij het voeren van de verdediging respectievelijk de desbetreffende schikkingsonderhandelingen. Geen vrijtekening en vrijwaring in bepaalde gevallen Aan de in lid 2 van dit artikel omschreven vrijtekening en de in lid 3 van dit artikel opgenomen vrijwaring kan een lid geen rechten ontlenen indien de desbetreffende schade het gevolg is van diens opzettelijk handelen of nalaten.

Van een zodanig handelen en/of nalaten is in ieder geval sprake wanneer dat handelen en/of nalaten het gevolg heeft of met dat handelen of nalaten werd beoogd het desbetreffende lid en/of anderen verbonden aan de stichting en/of derden, in welk opzicht dan ook onrechtmatig te bevoordelen. Ook kan een lid van het college van bestuur geen rechten ontlenen aan de in lid 2 van dit artikel omschreven vrijtekening als hij een handeling heeft verricht waarvoor hij eerst goedkeuring van de raad van toezicht nodig had, en die goedkeuring niet heeft gevraagd en gekregen. Aan de in lid 2 omschreven vrijtekening en de in lid 3 omschreven vrijwaring kan een lid geen rechten ontlenen voor zover de schade als bedoeld in dit artikel is verzekerd en wordt vergoed door een verzekeraar. Definitie schade Onder schade in de zin van dit artikel wordt mede verstaan de over enig te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente, de proceskosten welke een lid gehouden is te voldoen en/of de ten behoeve van de verdediging van het lid gemaakte rechtsbijstandkosten, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot de omvang van de schade.

Kosten Kosten door een lid gemaakt voor het voeren van verweer zullen door de stichting worden voorgeschoten tijdens een actie of procedure, mits het betreffende lid zich schriftelijk en onherroepelijk jegens de stichting heeft verbonden tot terugbetaling daarvan indien uit een in kracht van gewijsde gegaan vonnis volgt dat hij geen aanspraak kan maken op de vrijwaring door de stichting. De stichting kan nadere voorwaarden aan de uitbetaling verbinden, zoals het stellen van zekerheid. Geldigheidsduur De vrijtekening en vrijwaring als bedoeld in dit artikel blijven gelden voor een persoon die geen lid meer is en komen ook ten goede aan de erfgenamen of legatarissen van

18

9.

het lid. Wijziging artikel Dit artikel kan zonder toestemming van de personen die aanspraak maken op vrijtekening en vrijwaring gewijzigd worden. Deze personen kunnen echter aanspraak blijven maken op de bescherming als geboden door dit artikel voor schade als gevolg van handelen of nalaten tijdens de periode dat dit artikel van kracht is.

SLOTBEPALING Artikel 19 1. In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd blijken te zijn met de wet, prevaleert de wet. 2. In alle gevallen de stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist het college van bestuur.

SLOTVERKLARING Ten slotte verklaart de aanwezige persoon dat bij deze oprichting: a. het bestuur bestaat uit + bestuurders; b. voor de eerste maal zijn bestuurders, in de achter hun naam vermelde functie: 1. +; 2. +. Deze eerste benoeming is gedaan door de gemeenteraad, in afwijking van het bepaalde in artikel 6 lid 2. c. voor de eerste maal zijn leden van de raad van toezicht, in de achter hun naam vermelde functie: 1. +; 2. +; 3. +. Deze eerste benoeming is gedaan door de gemeenteraad zoals bepaald in artikel 11 lid 4. De bindende voordrachten hebben niet kunnen plaatsvinden aangezien de startdatum van de school één augustus tweeduizend vierentwintig is en er daarom nog geen MR is. d. het adres van de stichting is: Marktstraat 6, 6461 CX Kerkrade. EINDE VAN DEZE AKTE Als notaris verklaar ik nog het volgende. Wij ondertekenen deze akte in de gemeente Horst aan de Maas. Dit doen wij op de datum die in het begin van deze akte staat. Ik heb de identiteit van de aanwezige persoon vastgesteld. De aanwezige persoon heeft op tijd voor het ondertekenen een ontwerp van de akte ontvangen. Ik heb de inhoud van deze akte aan haar verteld. Ook gaf ik een toelichting. Zij kent de gevolgen die voor haar uit deze akte voortvloeien. De aanwezige persoon vindt het goed dat ik de akte niet volledig voorlees. Daarom heb ik

19

de akte gedeeltelijk voorgelezen. Meteen na de gedeeltelijke voorlezing hebben de aanwezige persoon en ik de akte ondertekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=29cd10e7-e846-4566-83b9-2953d301be28