nieuwe versie Begroting 2025 2024.10.16 met kaft
Tekst van het document
87
§2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Algemeen Deze paragraaf geeft informatie over de weerstandscapaciteit, de risico's, het beleid, diverse kengetallen en een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken en alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De weerstandscapaciteit wordt onderscheiden in een incidentele en structurele component. Onder de incidentele component wordt verstaan de algemene reserve, de post onvoorzien incidenteel, de stille reserves en de incidentele begrotingsruimte. Uitgangspunt is dat de bestemmingsreserves niet worden gekwalificeerd als incidentele weerstandscapaciteit. Onder de structurele component wordt verstaan de onbenutte belastingcapaciteit, de post onvoorzien structureel en de structurele begrotingsruimte.
a. Weerstandsvermogen De ratio voor het weerstandsvermogen is voor het begrotingsjaar 2025 en de meerjarenraming weergegeven in onderstaande tabel. De ratio is het resultaat van de verhouding tussen de (in onderdeel b. Weerstandscapaciteit) berekende weerstandscapaciteit en de (in onderdeel c. Risico’s) gekwantificeerde restrisico’s.
Ratio weerstandsvermogen 12.251
2025 1.4
2026 1.4
12.751
2027 1.5
13.251
2028 1.6
13.751
De norm die de gemeente Kerkrade gebruikt, is gebaseerd op de risicomatrix van de Universiteit Twente. Er is geen landelijke “norm” waaraan voldaan moet worden. De tabel geeft alleen een relatieve indicatie waarbij waarderingsscore A het hoogst haalbare is en waarderingsscore F de slechtste score is.
88
Waarderings-score A B C D E F
Ratio >= 2.0 1.4 < 2.0 1.0 < 1.4 0.8 < 1.0 0.6 < 0.8 <0.6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
De gemeente Kerkrade neemt op die schaal als (gewenst) risicoprofiel een middenpositie in: risico’s worden voor zover mogelijk vermeden of afgedekt. Anderzijds moet een ondernemende gemeente risico’s durven te nemen en kan het vormen van reserves geen doel op zich zijn. Volgende bovenstaande tabel is het weerstandsvermogen van de gemeente Kerkrade in 2025 ruim voldoende.
b. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is voor het Begrotingsjaar 2025 en de meerjarenraming weergegeven in onderstaande tabel. Algemene Reserve Bedrag * € 1.000 per ultimo jaar Algemene Reserve Algemene Reserve OBK Reserve exploitatie (vrije ruimte) Totaal
2025 8.465 1.250 2.536 12.251
2026 8.965 1.250 2.536 12.751
2027 9.465 1.250 2.536 13.251
2028 9.965 1.250 2.536 13.751
Voor wat betreft de algemene reserve geldt dat altijd een bepaalde omvang noodzakelijk is, bijvoorbeeld om risico's of een (onverwacht) negatief jaarrekeningresultaat op te kunnen vangen. Stille reserves Van stille reserves is sprake indien de reële marktwaarde van de activa (bezittingen) de boekwaarde daarvan overstijgt. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als het bezit al geheel of gedeeltelijk afgeschreven is, maar nog wel bruikbaar voor een geïnteresseerde koper. Vaak worden als stille reserves genoemd gronden, gebouwen en aandelen. Praktisch gezien moeten deze bezittingen ook verkoopbaar zijn, willen zij dienen als weerstandsvermogen. Als dat zo is, doet zich tot slot nog het probleem voor van waardebepaling. De gemeente Kerkrade heeft nog diverse gronden, gebouwen en aandelen in bezit waarvan de marktwaarde de boekwaarde zou kunnen overstijgen. De meeste daarvan zijn echter niet verkoopbaar, bijvoorbeeld de gronden in een aangewezen groengebied, het raadhuis of het stadskantoor. In het verleden zijn verkoopbare stukken groen en gebouwen die als niet-strategisch werden beschouwd reeds gedeeltelijk afgestoten. Deze beleidslijn wordt doorlopend voortgezet. Er is geen sprake van een bedrag uit stille reserves dat bij de weerstandscapaciteit wordt betrokken. Begrotingssaldo Een begrotingsoverschot mag tot de weerstandscapaciteit worden gerekend.
Van structurele begrotingsruimte is sprake als de begroting en de meerjarenraming structureel sluit met een positief saldo. Overige ruimte wordt aangemerkt als incidentele ruimte. Voor een overzicht van het begrotingssaldo wordt verwezen naar Financiële begroting, 1. Overzicht van lasten en baten, a. Totaaloverzicht begrotingssaldo. Voor de berekening van het weerstandsvermogen laten wij deze post vooralsnog buiten beschouwing. Onvoorzien en onvermijdbaar In de begroting is in de exploitatie opgenomen de jaarlijkse post “onvoorzien”. Dit betreft een structurele post van in totaliteit € 282.100. Daarnaast is in het investeringsprogramma een jaarlijkse post “onvermijdbaar” opgenomen van € 58.000. Dit vergroot de beschikbare middelen voor onvoorziene omstandigheden. Deze posten kunnen worden ingezet ten behoeve van de dekking van de in de loop van het jaar opkomende incidentele niet voorziene uitgaven resp. investeringen. In de bijlage 'Overige risico's' van dit document is een tabel opgenomen waaruit blijkt dat deze bedragen separaat worden meegenomen
89
ter afdekking van de risico’s van de bedrijfsvoering c.q. het dagelijks handelen. Ze worden daarom niet nog eens betrokken bij de weerstandscapaciteit. Onbenutte belastingcapaciteit Indien er ruimte bestaat om belastingen en heffingen te verhogen, betekent dit een mogelijkheid om tegenvallers op te vangen. In de praktijk wordt hiervoor ook vaak gekeken naar de lastendruk ten opzichte van andere gemeenten. Meer informatie over de lastendruk is jaarlijks opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen van de begroting en rekening. Deze mogelijke extra ruimte wordt vooralsnog buiten beschouwing gelaten voor de berekening van het weerstandsvermogen. Overig Daarnaast zijn er nog twee posten die niet tot de weerstandscapaciteit gerekend mogen worden, maar wel op hun eigen wijze risico's afdekken, te weten: bestemmingsreserves en voorzieningen. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven (artikel 43 BBV). Bestemmingsreserves worden niet gekwalificeerd als weerstandscapaciteit. Deze worden dus niet meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Een andere aanwending van deze reserves kan beleidsmatige of financiële gevolgen hebben omdat er sprake is van verplichtingen of omdat zij een egaliserende werking hebben.
Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen, verliezen en risico’s die redelijkerwijs te schatten zijn en die hun oorsprong vinden in het huidige of eerdere begrotingsjaren. Een voorziening moet groot genoeg zijn om het risico of de verplichting te dekken, dus niet te laag, maar ook niet te hoog. Daarom worden voorzieningen niet gerekend tot de weerstandscapaciteit.
c. Risico's Een risico is een gebeurtenis die een (negatief) gevolg voor de gemeente met zich mee kan brengen. Per risico wordt aangegeven of sprake is van een bestaande dekking. Indien de schatting is dat de bestaande dekking voldoende is, vindt geen kwantificering plaats. Het eventuele (rest)risico wordt gekwantificeerd. De gekwantificeerde risico's, die van belang zijn voor de berekening van het weerstandsvermogen, zijn weergegeven in onderstaande tabel. Bedrag * € 1.000 Risico's Algemene uitkering Sociaal domein Ontwikkelingsbedrijf Kerkrade (OBK) Parkstad Limburg Stadion (PLS) / Roda JC Kerkrade Beheer kapitaalgoederen Algemeen Totaal
2.800 1.200 0 1.600 1.300 1.900 8.800
Enkele overige risico’s onder andere van de bedrijfsvoering (het dagelijks handelen) zijn opgenomen in de bijlage §2. Weerstandsvermogen: 'Overige risico's' van de begroting. Hieronder volgen de risico's. Algemene uitkering Toelichting Het Rijk brengt jaarlijks voor het gemeentefonds drie circulaires uit: in mei, september en december. Soms zijn er ook berichten tussendoor. De circulaires hebben gevolgen voor de gemeentefinanciën. Deze gevolgen worden berekend en opgenomen in de meerjarenbegroting. Een circulaire kan leiden tot tegenvallers of meevallers. De verschillen zijn soms groot. De nieuwe financieringssystematiek vanaf 2025
90
moet zorgen voor meer stabiliteit, maar lijkt door de huidige relatief hoge inflatiecijfers wel nadelig te zijn voor gemeenten. Bestaande dekking Bij de berekeningen van de AU wordt uitgegaan van actuele basisgegevens. De omvang van de algemene uitkering loopt gelijk met de ontwikkeling van de uitgaven van de verschillende ministeries. Als sprake is van financiële tegenvallers op de korte termijn, is het voor de gemeente moeilijker om nog met oplossingen te komen. Bij financiële tegenvallers op de lange termijn is dit beter mogelijk. Daarom houden wij in het weerstandsvermogen rekening met een bedrag om dit risico (voor de korte termijn) af te dekken. Kwantificeren (rest)risico Wij gaan uit van een bedrag van afgerond € 2,8 miljoen. Dit is ongeveer 2% van de recente algemene uitkering. Sociaal Domein (SD)/ Open-einde regelingen Toelichting Ten gevolge van het gegeven, dat de regelingen in het sociaal domein open-eind regelingen zijn, kunnen er grote schommelingen in de uitgaven optreden. Bij jeugdhulp zagen we al eerder dat Xonar een van de grootste aanbieders van jeugdhulp in onze regio verliesgevende exploitatie heeft, helaas zijn er ondertussen al meerdere jeugdzorgaanbieders die financiële problemen melden. Bestaande dekking Bij de overgang van de taken van het Rijk naar de gemeente was de aandacht vooral gericht op het laten doorgaan van de zorg.
Nu de taken al enkele jaren bij de gemeente liggen, is de focus gericht op het beheersen van de uitgaven. Kwantificering (rest)risico Schommelingen aan zowel de inkomsten- als uitgavenkant zullen blijven. Op basis van de gegevens van de afgelopen jaren in samenhang met de gestegen uitgaven, en de beschikbare buffer voor schommelingen in verband met open-einde regelingen (€ 1,5 miljoen) houden wij rekening met een risico van afgerond € 1,2 miljoen. Ontwikkelingsbedrijf Kerkrade (OBK) Toelichting Het grondbeleid volgt het ruimtelijk beleid en richt zich daarmee op het ontwikkelingsprogramma woningbouw en op het ontwikkelingsprogramma bedrijventerreinen. De resultaten van het Grondbedrijf betreffen de winsten en verliezen uit grondexploitaties. In de periode 2024-2028 zijn voor een bedrag van ongeveer € 0,2 miljoen aan resultaten te realiseren. Hier kunnen bepaalde risico’s zijn. Er kan sprake zijn van tegenvallers aan de inkomstenkant maar ook aan de uitgavenkant. Een toelichting op de risico’s van de grondexploitatie staat in de paragraaf grondbeleid. Bestaande dekking Het bedrag van de algemene reserve OBK is apart betrokken bij de weerstandscapaciteit. De reserve grondexploitatie OBK (=werkreserve grondbedrijf) is onder andere bedoeld voor verliezen uit de grondexploitaties. Het saldo wordt eind 2028 geschat op ongeveer € 0,53 miljoen.
Voor elke grondexploitatie worden overeenkomsten gesloten. Eerst wordt hiervoor onderzocht wat de financiële effecten zijn. Daar waar mogelijk, worden de risico’s van een grondexploitatie zoveel mogelijk neergelegd bij de andere partij. De ontwikkelingen worden de hele tijd in de gaten gehouden. Wanneer een risico onverwacht werkelijkheid wordt, worden er maatregelen genomen of voorstellen gedaan om de effecten van het risico te verkleinen.
91
Kwantificering (rest)risico Als de resultaten grondexploitatie tegenvallen, dan wordt de werkreserve OBK niet of minder of minder snel aangevuld. Met het geschatte saldo van de reserve is dan nog een goede buffer beschikbaar voor de resterende risico's. Gelet op deze ruimte wordt het restrisico berekend op € 0. Parkstad Limburg Stadion (PLS)/ Roda JC Kerkrade Toelichting Gemeente Kerkrade had eind 2023 nog een langdurende vordering van ongeveer € 18,4 mln op Holding Stadion Kerkrade BV. Of het geld binnenkomt, is afhankelijk van het betalen van de huur voor het PLS door Roda JC. Over dit onderwerp heeft de raad 1 juli 2020 een besluit genomen voor de periode tot en met 2023. Met het raadsbesluit van 12 juli 2023 is een nieuwe richting gekozen in samenhang met de ontwikkeling 'Kaalheide Bruist / ontwikkeling sportpark Kaalheide'. Dit leidt naar verwachting tot een afname van het huidige risicoprofiel, waarbij de inbaarheid van de lening veel minder afhankelijk wordt van één huurder (Roda JC). In afwachting van de feitelijke ontwikkelingen handhaven wij vooralsnog de risico-inschatting. Deze blijft dan gebaseerd op de situatie dat voor een leeg stadion (een) nieuwe huurder(s) of een nieuwe bestemming moet wordt gezocht. Dat kost tijd. Vanuit het toezichtkader kan hiervoor een periode van vier jaren worden uitgetrokken.
Pas wanneer in die periode geen zicht is op een oplossing, komt een afboeking van de vordering in beeld. Dit is het slechtste (worst case) scenario. Bestaande dekking Roda ontvangt (o.a.) mediagelden vanuit de KNVB. Met Roda en de KNVB is overeengekomen via een zogenaamde 'akte van cessie' dat de KNVB de door Roda te betalen bedragen rechtstreeks overmaakt aan Stadion/Gemeente Kerkrade. Dit gebeurt steeds in maart, mei, oktober en december, of vaker indien nodig. Er blijft echter sprake van onzekerheden. Ook is in de begroting rekening gehouden met de kosten van onderhoud. Als het stadion tijdelijk leegstaat, kan dit mogelijk op een lager niveau gebeuren. Kwantificering (rest)risico De kans dat moet worden overgegaan tot afboeking van de vordering is niet onderbouwd in te schatten. De nieuwe ontwikkeling kan deze kans verkleinen. Als het stadion leeg zou komen te staan moet PLS/de gemeente de eigenaarslasten betalen, mist de gemeente de rentevergoeding, zal ook een deel van de gebruikerslasten door de gemeente moeten worden betaald en ontstaat er extra druk op de financieringslasten. Verder kan nog sprake zijn van een eenmalig nadeel van circa € 66.000 (peil eind 2023) in verband met de vordering onroerendezaakbelastingen oude jaren op Roda JC.
Vooralsnog blijven wij uitgaan van een bedrag van in totaal afgerond € 1,6 miljoen voor dit risico, om deze kosten gedurende de genoemde periode van vier jaren te dekken. Afhankelijk van de feitelijke ontwikkelingen de komende jaren zal dit risico steeds opnieuw worden beoordeeld en zo nodig bijgesteld worden. Beheer kapitaalgoederen Toelichting Voorbeelden van de kapitaalgoederen zijn wegen, riolering, groen, gebouwen, verlichting en civieltechnische kunstwerken. Deze kapitaalgoederen moeten onderhouden worden op een bepaald niveau. De kosten van riolen zijn deel van het riooltarief. Deze kosten zijn geen risico voor de begroting. Voor het onderhoud van de overige kapitaalgoederen is ongeveer € 5,2 miljoen in de begroting opgenomen. Voorbeelden van risico’s zijn een onderhoudsachterstand, incidentele schade door storm of toenemende kosten door uitbreiding van het aantal of omvang van kapitaalgoederen. Bestaande dekking In beheerplannen worden afspraken gemaakt over het niveau van onderhoud. Ook wordt rekening gehouden met de kosten hiervan. Deze kosten zijn opgenomen in de begroting. Dit kan zijn in de exploitatie, het investeringsprogramma of via de inzet van reserves. Daarnaast werkt de gemeente aan het verkleinen van gemeentelijke vastgoedportefeuille. Dit kan zijn door sloop of verkoop. De aandacht gaat naar strategisch vastgoed.
Aan niet-strategisch vastgoed wordt alleen onderhoud uitgevoerd dat echt niet uitgesteld kan worden. Onderhoud vindt vaak plaats op basis van inspecties en rekening houdend met ontwikkelingen in de directe omgeving (efficiency). Ook met eventuele
92
sloopkosten wordt in de begroting rekening gehouden. Na sloop kan het zijn dat de nieuwe plek ergens anders voor gebruikt wordt dat geld oplevert. De kosten van de sloop vallen dan weg tegen de nieuwe inkomsten. Jaarlijks wordt de boekwaarde van het vastgoed vergeleken met de waarde daarvan. Er wordt dan nagegaan of de boekwaarde niet te hoog is. Kwantificering (rest)risico Voor het opvangen van de risico's wordt rekening gehouden met een bedrag van afgerond € 1,3 miljoen. Dit is ongeveer 25% van het budget voor het jaarlijks onderhoud van de kapitaalgoederen exclusief de riolen. Algemeen Toelichting In de gemeente zijn nog verschillende andere risico's. Van die risico's is het lastig in te schatten wat het financieel effect kan zijn en ook de kans op dat het risico gebeurt. Om niet aan deze risico's voorbij te gaan wordt een stelpost bepaald. Voorbeelden van deze risico's zijn de gevolgen van wetswijzigingen, de btw-uitkering Regeling specifieke uitkering stimulering sport (SPUK), rechterlijke uitspraken, privacy-incidenten of gevolgen van de voortdurende oorlog in de Oekraïne. Wat voor effect deze laatste heeft op de economie en werkgelegenheid valt nu nog niet in te schatten. Een recessie kan bijvoorbeeld effect hebben op gemeentelijke projecten en op te betalen uitkeringen. De eventuele effecten hiervan zijn nu onmogelijk te bepalen.
Bestaande dekking Het kan zijn dat kosten hoger uitvallen dan gedacht of minder opbrengsten gehaald worden. Binnen de gemeente is hier doorlopend aandacht voor. Ook worden maatregelen genomen om de kansen op of gevolgen van risico's te verkleinen. Kwantificering (rest)risico Voor het weerstandsvermogen wordt uitgegaan van € 1,9 miljoen. Rekening houdend met de bedragen die al meegenomen zijn in het weerstandsvermogen voor de algemene uitkering, het sociaal domein, het OBK en het beheer van kapitaalgoederen, is dit ongeveer 2% van het resterende bedrag aan gemeentelijke lasten per jaar plus 2% van het resterende bedrag aan gemeentelijke baten per jaar (exclusief reserves).
d. Diverse kengetallen Op landelijk niveau zijn vijf kengetallen benoemd om de financiële positie van gemeenten beter weer te geven en te kunnen vergelijken. Deze worden hierna uitgewerkt. Kengetallen Ultimo jaar in % 1a Netto schuldquote 1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2 Solvabiliteitsratio 3 Grondexploitatie 4 Structurele exploitatieruimte 5 Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden
2023 REK 73,7 60,2
2024 BEGR 102,3 87,5
2025 BEGR 87,1 73,5
19,7 0,2 0,6 98,3
12,6 -1,1 0,8 101,8
14,7 0,0 2,8 *
* Nog niet bekend. In de raad van december 2024 worden alle tarieven 2025 vastgesteld op basis van de dan bekende ontwikkelingen. Deze worden vervolgens afgezet tegen de landelijke cijfers. Nadere toelichting op de financiële kengetallen: • Kengetal 1a en 1b weerspiegelen het niveau van de schuldenlast van de gemeente t.o.v. de eigen middelen. • Kengetal 2 geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is (ineens) aan haar financiële verplichtingen te voldoen.
93
• Kengetal 3 geeft inzicht in de boekwaarde van de voorraden grond die nog moet worden terugverdiend door toekomstige verkopen. • Kengetal 4 geeft inzicht in de verhouding van de structurele baten versus de structurele lasten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel. • Kengetal 5 geeft inzicht in de ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, gerelateerd aan de totale gemiddelde woonlasten. De formule gaat uit van de gemiddelde woonlasten jaar t, gedeeld door de gemiddelde woonlasten van jaar t-1. Dat kan een enigszins vertekend beeld geven. De landelijke tendens is dat de gemiddelde woonlasten stijgen. Het gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK) dat de provincie hanteert voor het toezicht op gemeenten is hieronder weergegeven. Er zijn landelijk per kengetal drie categorieën benoemd, namelijk A, B, C en zgn. signaleringswaarden. Hieraan is geen absolute betekenis toegekend. In het algemeen kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Van belang is nog dat de waarden in hun onderlinge samenhang moeten worden bezien. De GTK-waarde die overeenkomt met begroting 2025 is geel gearceerd. Omdat de belastingcapaciteit nog niet bekend is voor 2025, is hier de waarde van 2024 genomen.
Kengetallen in % 1a Netto schuldquote 1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 2 Solvabiliteitsratio 3 Grondexploitatie 4 Structurele exploitatieruimte 5 Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshh.
Cat. A
Cat. B
Cat. C
<90 <90
90-130 90-130
> 130 > 130
>50 <20 >0 <95
20 - 50 20 - 35 0 95 - 105
< 20 > 35 <0 > 105
BDO, een gerenommeerd accountantskantoor, heeft een methodiek ontwikkeld waarmee per gemeente één (gewogen) rapportcijfer voor de financiële kengetallen wordt gegeven. Dit geeft een breder beeld dan enkel een vergelijking op specifieke getallen. BDO kent in die methodiek de hoogste waarde toe aan het getal solvabiliteit, daarna aan de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, gevolgd door de grondexploitatie, de structurele exploitatieruimte en de belastingcapaciteit. Als een gemeente voor alle kengetallen in categorie A valt, dan scoort de gemeente 100 van de 100 punten en daarmee een rapportcijfer "10". Als een gemeente voor alle kengetallen in categorie C valt, dan krijgt de gemeente het rapportcijfer "3". Op basis van deze methodiek krijgt Kerkrade het rapportcijfer 7,1.
94
§3. Onderhoud kapitaalgoederen
Algemeen Voor deze paragraaf zijn de volgende beleids- en beheersplannen relevant: Beleids- en beheersplannen Wegbeheer gemeente Kerkrade: Uitvoeringsprogramma Watertakenplan 2020-2024 Groen; Onderhoud en beheerprogramma’s (grotendeels door groepsdetachering WSP-groen) Gebouwenbeheer (jaarlijks plan passend binnen financiële kaders) Openbare verlichting uitvoeringsprogramma Civieltechnische kunstwerken onderhoud op basis van inspecties Speelvoorzieningen regulier onderhoud De gemeente is verantwoordelijk voor een goed onderhoud en beheer van de openbare ruimte. In die openbare ruimte vinden we de zogenaamde ‘kapitaalgoederen’ die samen de infrastructuur vormen. Voorbeelden daarvan zijn de wegen, het openbaar groen, riolen, bruggen, tunnels en de openbare verlichting. De wegen werken als aders voor het vervoer van mensen en goederen. Riolen zorgen voor het transport van afvalwater en het openbaar groen (bijvoorbeeld de bomen langs straten en in parken) zorgt voor voldoende zuurstof. Bruggen en tunnels vormen als gewrichten belangrijke verbindingen voor het verkeer. De gemeente moet de infrastructuur als een goede ‘huisvader’ onderhouden zodat deze veilig en duurzaam (beter voor het milieu) kan worden gebruikt. Dat is in het belang van onze inwoners, bezoekers en bedrijven. Een vitale (gezonde) stad kan niet zonder een vitale infrastructuur.
In deze paragraaf komen de belangrijkste onderdelen aan de orde. Klimaat en weer De afgelopen jaren hebben het klimaat en het weer het onderhoud van de kapitaalgoederen beïnvloed. Na de ernstige wateroverlast van 2021 en 2022 heeft zware regenval ook in de zomer van 2023 weer plaatsgevonden. Voorgestelde maatregelen ikv wateroverlast hebben inmiddels hun werking bewezen. Ook in 2024 zullen aanvullende maatregelen genomen worden om verdere knelpunten op te lossen. Daarnaast werd de voorzomer van dit jaar gekenmerkt door langdurige droogte en hoge temperaturen.
95
Deze situaties kosten de gemeente vaak veel geld. Denk bijvoorbeeld aan schades aan civieltechnische kunstwerken, aan het openbaar groen of aan bomen. Zo hebben met name beukenbomen zwaar te lijden onder langdurige droogte. De gevolgen daarvan worden soms pas enkele jaren later zichtbaar. Daarnaast moet vaak extra personeel en materieel (bijvoorbeeld machines) worden ingezet. Wij verwachten dat deze zaken ook de komende jaren invloed hebben op het onderhoud en beheer. In 2025 gaat Kerkrade door met de samenwerking met de Parkstad-gemeenten, de Provincie Limburg, het Waterschap en het WML. Onderwerpen waaraan speciale aandacht gegeven moet worden zijn: • Klimaatadaptatie (hoe passen wij onze stad zo goed mogelijk aan het veranderende klimaat aan); • Wateroverlast • Droogte; • Extreme warmte (hittestress); • Duurzaamheid (hoe gaan we goed om met onze natuur); • Ruimtelijke ordening (hoe delen we onze ruimte in). Zowel de portefeuilles Openbare Ruimte alsook de portefeuille Duurzaamheid zijn hierbij nauw betrokken.
a. Wegen Beleid en uitvoering In Kerkrade hebben we ruim 200 km aan wegen en straten. Dat zijn hoofdwegen zoals de Kaalheidersteenweg en woonstraten zoals de Van Beethovenstraat, de Kleingraverstraat of de Anselderlaan. Ook zijn er nog speciale gebieden zoals het centrum en de bedrijventerreinen. Het is de taak van de gemeente Kerkrade om de wegen en straten in orde te houden. Dan kunnen de burgers er veilig gebruik van maken. Daarmee houden we Kerkrade bereikbaar voor iedereen. De gemeente kijkt niet alleen of een weg “mooi” is, maar vooral of een weg vlak is en of het regenwater goed kan weglopen. De gemeente maakt gebruik van een geautomatiseerd systeem, het wegbeheersysteem. Met informatie uit dat systeem wordt een beheerplan gemaakt. Dat beheerplan is het draaiboek om het onderhoud en beheer van de wegen uit te voeren. Elke twee jaar worden de wegen geïnspecteerd. Met de uitkomst kan dan elke twee jaar een nieuw beheerplan worden gemaakt. Bij het onderhoud van de wegen worden ook kleine problemen verholpen, bijvoorbeeld gaten in de weg. Als er teveel kleine dingen zijn om te repareren wordt de hele weg vervangen. Dat noemen we reconstructie. Een reconstructie kan soms ook nodig zijn als een weg nog goed is. Bijvoorbeeld als er een probleem is met het verkeer. Meer informatie hierover staat in programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat.
De wegen in Kerkrade zijn gemiddeld vrij oud. Daardoor is er veel werk te doen. Budgetten Voor onderhoud van wegen, trottoirs en pleinen asfalt en wegmarkeringen is in 2025 € 1.088.500 beschikbaar. In het investeringsprogramma is voor 2025 € 5.184.000 begroot. Vanaf 2026 is jaarlijks € 4.184.000 beschikbaar. Risico’s Een punt van aandacht blijft de gewenste kwaliteit van de wegen en het geld dat voor het onderhoud beschikbaar is. Omdat Kerkrade vrij oude wegen heeft en we niet overal tegelijk kunnen werken, moet er gekozen worden waar wel en waar niet gewerkt wordt. Soms kan dat betekenen dat een slechte weg nog wat langer slecht blijft. Omdat veel wegen oud zijn zouden we meer wegen moeten vervangen dan we kunnen doen. We noemen dat een achterstand. Door de extra bedragen zoals die ook voor 2024 weer door het college worden ingezet kunnen we wel al meer doen en kan een deel van deze achterstand worden ingelopen. De achterstand zal daardoor minder snel groter worden. Het werk aan de weg wordt steeds duurder als gevolg van ontwikkelingen waar de gemeente zelf geen invloed op heeft. Zo zijn er steeds meer wetten waar rekening mee gehouden moet worden. Bijvoorbeeld moeten er dure onderzoeken voor het milieu worden gedaan. Maar ook de bouwstoffen worden steeds duurder. Dit zal de komende jaren mogelijk nog toenemen.
96
Wegen en riolen horen bij elkaar. Net als wegen en verkeer. Bij werkzaamheden aan de wegen zal er vaak tegelijkertijd aan het riool gewerkt worden. Als er meer geld is voor wegen kunnen we meer wegen vervangen. We doen dan dus ook meer aan riolen. Daar is dan ook meer geld voor nodig. Meer informatie hierover staat in §3 Onderhoud kapitaalgoederen, onderdeel b. Riolering en water.
b. Riolering en water Beleid en uitvoering Het beleid op het gebied van de riolering is vastgelegd in het Watertakenplan 2020-2024 Instandhouding riolering Het afvoeren van vuilwater (rioolwater) is belangrijk voor de volksgezondheid omdat dit ziekten voorkomt. Regenwater moet worden afgevoerd om overstromingen te voorkomen. Het buizenstelsel en de afvoerkanalen die hiervoor in de grond liggen moeten goed onderhouden worden. Elk jaar worden buizen en afvoerkanalen daarom schoongemaakt, vervangen en gerepareerd. Waterkwaliteit oppervlaktewater In het watertakenplan 2020 – 2024 staat dat de gemeente moet voldoen aan de basisinspanning. In de basisinspanning is bepaald hoeveel vuilwater via het vuilwaterriool in het oppervlaktewater terecht mag komen. Dit kan gebeuren als grote hoeveelheden regenwater in het vuilwaterriool terechtkomen. Hierdoor loopt het vuilwaterriool over, waardoor het water terecht komt in het oppervlaktewater. Enkele delen van Haanrade en Eygelshoven voldoen nog niet geheel aan de eisen van de basisinspanning. Uit hydraulische berekeningen moet blijken welke de meest efficiënte maar ook uitvoerbare maatregelen zullen zijn om aan de basis inspanning te voldoen. De gemeente Kerkrade moet ook voldoen aan de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze richtlijn stelt strengere eisen aan de waterkwaliteit van de kleinere beken.
Met name overstorten op de Vloedgraaf en Anstelerbeek zullen moeten worden verminderd. De gemeente Kerkrade verwacht dat de krimp van de bevolking leidt tot een kleiner verhard oppervlak en dat de daardoor vrijgekomen ruimte benut kan worden om water te bergen. Bij de aanleg van de buitenring is in dit kader een perceel aan de Krichelbergsweg verworven om een zogenaamde groene buffer naast het bestaande berg bezink bassin te kunnen aanleggen. Het gehele stelsel zal in 2025 worden doorgerekend, waarna maatregelen kunnen worden gepland. In 2019 is de stimuleringsregeling ''afkoppelen verhard oppervlak'' van start gegaan. Inwoners worden zo gestimuleerd het regenwater op eigen erf te houden door te infiltreren. Ook voor 2025 wordt deze regeling gecontinueerd waarmee op deze wijze ook de belasting op de riolering verminderd. In het Watertakenplan 2020 -2024 wordt ook berekend welke gevolgen de kosten van het onderhoud van de riolering en waterlopen hebben voor de tarieven die de burger moet gaan betalen. Waterkwantiteit regenwater Als gevolg van een veranderend klimaat vallen er steeds zwaardere regenbuien. De ernstige wateroverlast in 2021 staat nog altijd in ons geheugen gegrift. Maar ook in juni 2023 vielen wederom buien die plaatselijk tot grote overlast hebben geleid. Op 2 mei en 1 juni 2024 vielen weer buien waar plaatselijke meer dan 60 mm neerslag viel.
Volgens de geldende regenreeksen zijn dat buien die maar 1 keer in de 100 jaar vallen. Op tal van plekken worden in de komende periode aanpassingen aan de infrastructuur uitgevoerd om de loop van het water te reguleren en waar mogelijk tijdelijk vast te houden in aan te leggen bergingen. De komende jaren zullen eveneens in samenwerking met het Waterschap Limburg projecten worden uitgevoerd om wateroverlast vanuit het buitengebied in de toekomst te voorkomen. Hiertoe zal het basis rioleringsplan wijksgewijs worden geactualiseerd waarna het stelsel hydraulisch kan worden doorgerekend en maatregelen worden bepaald. In 2019 is de klimaatatlas Parkstad (www.parkstad.klimaatatlas.net) ook voor burgers digitaal ter beschikking gekomen. Hierop staat onder andere aangegeven welke wegen en woningen bij een bui van 60 mm per uur overlast kunnen ondervinden. In 2019 is de campagne Waterklaar opgestart. Inwoners van Kerkrade worden via diverse media periodiek geïnformeerd over de mogelijkheden duurzaam met water (zowel drink- als regenwater) om te gaan.
97
Samenwerking Parkstad Al in 2011 is in Parkstad een onderzoek gestart naar het antwoord op de vraag of samenwerking met betrekking tot stedelijk (afval)water voordelen oplevert. In 2013 hebben de colleges in Parkstad een intentieverklaring ondertekend om op diverse onderdelen in de waterketen te gaan samenwerken. Het meest concrete project is het gezamenlijk uitvoeren van reliningsprojecten onder regie van de gemeente Kerkrade. Voor het uitvoeren van hydraulische berekeningen is in 2017 een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeenten Heerlen, Landgraaf, Voerendaal en Nuth om de gemeente Heerlen deze berekeningen te laten uitvoeren. Daarnaast worden de gemeentes bij toerbeurt ambtelijk vertegenwoordigd in diverse overleggroepen zodat niet van iedere gemeente een deelnemer vereist is. Collegenota’s worden gezamenlijk voorbereid om de werkdruk te verminderen. Budgetten Voor het onderhoud van de riolering en waterlopen is in 2025 € 1.420.000 beschikbaar. In het investeringsprogramma is voor 2025 € 2.700.000 begroot en vanaf 2026 jaarlijks 2.300.000. Bij de evaluatie van het watertakenplan in het 4e kwartaal van 2025 wordt het investeringsprogramma jaarlijks geactualiseerd. Risico’s Door de verandering van het klimaat zullen er extra maatregelen noodzakelijk zijn in zowel het vasthouden van water in droge periodes en het voorkomen van wateroverlast bij hevige neerslag.
Ter uitvoering van deze maatregelen heeft het rijk ook sedert 2023 diverse subsidieregeling opengesteld.
c. Groen Beleid en uitvoering De groenvoorzieningen zijn de longen van de stad. Goed onderhoud is daarom belangrijk. We willen de bestaande groengebieden duurzaam behouden, verder uitbreiden en verbinden met het groen buitengebied aan de randen van de stad. Het onderhoud van het openbaar groen is opgedeeld in het stedelijk groen, groen in het buitengebied en bomen. De meeste groenvoorzieningen in de stad en in de wijken onderhoudt de gemeente ook in 2025 met eigen medewerkers. De bosgebieden in Kerkrade worden onderhouden door een bedrijf (Bosgroep Zuid-Nederland). Bij het onderhouden van onze bosgebieden is in samenwerking met de bosgroep geconstateerd dat steeds meer noodzakelijke werkzaamheden uitgevoerd dienen te worden. Voor 2025 zullen deze noodzakelijke werkzaamheden nader in beeld gebracht worden. Budgetten Voor de groenteams van WSP is in 2025 € 819.000 beschikbaar. Voor zaaigoed, inboet, uitbesteed groen, bos- en bomenbeheer en onderhoud bermen straatbomen en het maaien van gazons is in 2024 € 1.125.500 in de begroting meegenomen. In het investeringsprogramma is voor openbaar groen voor 2025 € 750.000 begroot en vanaf 2026 structureel € 625.000 geraamd.
Voor het levensbomen bos en de inrichting van het kloosterpark Pannesheide is in het investeringsprogramma voor het jaar 2024 en 2025 respectievelijk € 50.000 en € 450.000 begroot, Risico’s De risico’s voor het openbaar groen worden met name veroorzaakt door de steeds extremere weersomstandigheden. Zo leiden zowel langdurige hitte/droogte als wateroverlast tot grote schade aan beplanting en aan bomen.
d. Gebouwen Beleid en uitvoering De gemeente Kerkrade bezit momenteel 106 gebouwen. Deze panden worden onder meer gebruikt door de gemeente zelf, diverse (sport)verenigingen, stichtingen en scholen. Ook heeft de gemeente gebouwen voor toerisme, recreatie en cultuur zoals Schacht Nulland, Botanische Tuin Kerkrade, Kasteel Erenstein, Rodahal, HuB (theater en bibliotheek), Vie (zwembad en sporthal) een muziekschool en speeltuinen. Tevens beschikt de gemeente over accommodaties die van groot belang zijn in een wijk, zoals ’t Westhoes,
98
‘t Sjevemethoes en het Flexiforum. Deze accommodaties hebben een belangrijke sociaal-maatschappelijke functie. Het zijn locaties welke fungeren als smeltkroes en hebben een belangrijke rol waar mensen elkaar ontmoeten en gezamenlijk activiteiten ontplooien. Juist in een tijd van economische recessie vormt het maatschappelijk vastgoed een belangrijke katalysator voor een maatschappelijke en economische structuurversterking. In een afnemend particulier initiatief kan juist door de versterking en ontwikkeling van het maatschappelijk vastgoed de leefbaarheid in wijken worden versterkt. Naast bovengenoemde voorzieningen heeft de gemeente zes eengezinswoningen, vier woonwagens, dertig woonwagenstandplaatsen, drie parkeergarages en een winkelpassage in bezit. Onderhoud De afdeling Vastgoed is verantwoordelijk voor het onderhoud en beheer van de gemeentelijke vastgoedportefeuille. Uitgangspunt is hierbij dat de gebouwen op peil worden gehouden waarbij de uitvoering sober maar doelmatig plaatsvindt. Voorop staat dat in het kader van veiligheid ten alle tijden onderhoud wordt uitgevoerd. Daarnaast zorgt de afdeling Vastgoed voor het verkopen en verhuren van grond en panden van de gemeente. Getracht wordt om leegstand zoveel mogelijk te voorkomen. Dit doen we door het slopen of verkopen of het slimmer gebruiken van bestaande panden.
Op basis van een integraal inzicht in de investerings - en exploitatiekosten van het gemeentelijk vastgoed wordt een transparante afweging gemaakt tussen het maatschappelijke belang en de financiële gevolgen van het in eigendom hebben van gemeentelijk vastgoed. Om het gemeentelijk vastgoed in stand te houden en in het kader van maatschappelijk belang is het belangrijk dat ook de belangen binnen het krachtenveld van de diverse Domeinen binnen de gemeenten bij elkaar komen. In deze vindt integrale afstemming met Domen Burger plaats. Net als voorgaande jaren is de lijn van een proactief vastgoedbeheer voortgezet. Dit betekent sturing op efficiënte en effectieve vastgoedvoorraad door het doorvoeren van portefeuillemanagement, met niet alleen aandacht voor technische kwaliteit van het gemeentelijk vastgoed, maar ook voor efficiency en financiën. Tevens wordt leegstand zoveel mogelijk voorkomen door tijdige afstoting (sloop c.q. verkoop) van gebouwen en efficiënter gebruik van bestaande panden. De omvang van de gemeentelijke vastgoedportefeuille wisselt bij voorgenomen gebiedsontwikkeling(en). Belangrijke zaken voor 2025 • De gemeente is grootaandeelhouder van Holding Stadion B.V. en verantwoordelijk voor c.q. heeft belang bij het beheer en onderhoud van het Parkstad Limburg Stadion. Het gaat vooral om het hoofdgebouw, de zittribunes/dak en het speelveld.
In het kader van de ontwikkelingen Bruist in relatie tot Sportpark Kaalheide zal ook voor Roda JC een rol zijn weggelegd welke gevolgen heeft voor de bezetting van de kantoorruimten in het Stadion. In deze zijn reeds onderzoeken ingesteld om voor de toekomst een optimale invulling te geven aan de leegstaande kantoorruimten in het Stadion. Woonwagenzaken. Het verhuren van woningen al dan niet woonwagens en/of woonwagenstandplaatsen is niet direct de core business van een gemeente. Voor de woonwagenstandplaatsen en de woonwagens in eigendom van de gemeente is onderzocht of de verhuur en beheer niet kon worden uitbesteed aan een externe partij. In deze is met Pim Zuid BV en Jaminck een samenwerking aangegaan. Voor de verhuur van woonwagens in eigendom van de gemeente alsmede de woonwagenstandplaatsen is de gemeente in gesprek met de plaatselijke woningcorporaties om deze mogelijkerwijs over te dragen. Kosten De kosten voor het beheren en onderhouden van onze gebouwen wordt uit het zogenaamde exploitatiebudget betaald. Voor 2025 is hiervoor € 1.700.000 beschikbaar. Het bedrag bestaat daarnaast uit kosten voor energie-, service- en schoonmaak. De huuropbrengsten worden hierin meegenomen. In de meerjarenbegroting zijn de uitgaven meegenomen die nodig zijn.
99
Voor 2025 is het beschikbare investeringsvolume Gebouwen € 1.300.000 om jaarlijks onderhoud te kunnen uitvoeren aan de strategische panden van de gemeente. Voor het verduurzamen en toekomstbestendig maken van het Stadskantoor en Raadhuis is in het investeringsprogramma voor zowel 2005 als 2026 € 2.000.000 begroot. De opbrengst van verkoop aan onroerende goederen gaat naar de reserve gebouwen. Het saldo van deze reserve bedraagt per 1-1-2024 € 841.208. Tot slot is er voor onderwijsvoorzieningen in het investeringsprogramma € 200.000 begroot.
e. Openbare verlichting Beleid en uitvoering Met de openbare verlichting bedoelen we de verlichting die nodig is om de openbare ruimte (zoals de straten) ‘s avonds en ’s nachts te verlichten. Mensen zijn hierdoor op straat goed zichtbaar en kunnen veilig over straat. Het verkeer kan veilig door de straten rijden. Voor de komende jaren ligt de focus op de vervanging van Fluorescentie lampen (PL), als gevolg van een besluit van de Europese Commissie om vanaf 2023 deze lampen niet meer te produceren, omdat zich in deze lampen schadelijk stoffen bevinden die na het einde van de levensduur van de lamp verwerkt moeten worden.In nieuwe armaturen zit LED-verlichting in plaats van lampen. LED-verlichting verbruikt minder energie dan de oude verlichting met lampen. Op deze wijze wordt bij het beheer en onderhoud van de openbare verlichting een bijdrage geleverd aan het beleid op het gebied van zowel (verkeers-) veiligheid alsook duurzaamheid. Budgetten Voor de energiekosten en transportkosten en het onderhoud van de openbare verlichting is in 2025 resp. € 430.300 en € 441.400 beschikbaar. Door de energiecrisis zijn de kosten het afgelopen jaar fors gestegen. Voor incidentele vervanging van lichtmasten en armaturen is in 2025 € 47.000 beschikbaar. Vanaf 2025 is er in het investeringsprogramma jaarlijks € 300.000 beschikbaar voor het vervangen van lichtmasten en armaturen.
Risico’s Oude lichtmasten die getest worden, moeten soms direct worden verwijderd. Dit gebeurt wanneer de toestand van de lichtmast te slecht is om te laten staan. Hierdoor zal er op die plaats (soms langere) tijd geen verlichting zijn. Afgelopen jaar zijn bij Enexis in meerdere gemeenten diverse storingen opgetreden. De oorzaak hiervan ligt in de aansturing van de in-, uit- en terugschakelmomenten van de openbare verlichting d.m.v. het ToonFrequentRelais (TFR). Dit probleem heeft zich niet beperkt tot Kerkrade, maar heeft vrijwel de gehele provincie Limburg getroffen. Om dit probleem structureel op te kunnen lossen, voert Enexis momenteel een volledig nieuw schakelsysteem in (DALI) en verwacht hiermee eind 2024 de storingen weer terug te kunnen brengen naar een normaal niveau.
f. Civieltechnische kunstwerken Beleid en uitvoering Met civieltechnische kunstwerken bedoelen we constructies zoals bruggen, tunnels, keerwanden, steigers en duikers. In Kerkrade zijn er ongeveer 108 civieltechnische kunstwerken, afwisselend van groot tot klein en afwisselend van een eenvoudige houten brug tot complexe bruggen uit (voorgespannen) beton. Daarnaast beheert de gemeente Kerkrade ook nog objecten zoals trappen en geleiderails De gemeente Kerkrade heeft als taak dat deze kunstwerken en objecten veilig blijven functioneren. Dat geldt voor het gebruik door burgers en verkeer, maar ook voor bijvoorbeeld een veilige waterdoorvoer daar waar nodig.
100