CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

NIEUW Tarievennota 2026 bundel versie2 1-12-2025

Gemeenteraad 17 december 2025, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit tarievennota 202631.927 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 17 december 2025.

De voorzitter van de raad,

De griffier,

dr. T.P. Dassen-Housen.

mr. drs. D.G.M.G. Franssen.

Documentnummer: 25Rb091

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb091

pag. 1

Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2026 Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt verstaan onder: a. voetgangersdomein: het voetgangersdomein zoals aangegeven met gebied A op de plattegrond, behorende bij deze verordening, opgenomen in bijlage 2; b. centrum: het centrum zoals aangegeven met gebied B op de plattegrond, behorende bij deze verordening, opgenomen in bijlage 2; c. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; d. jaar: een kalenderjaar; e. kwartaal: een kalenderkwartaal; f. maand: een kalendermaand; g. week: een kalenderweek; h. dag: een periode van 24 aaneengesloten uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘precariobelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld en genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel, opgenomen in bijlage 1.

Artikel 3 Belastingplicht De precariobelasting wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van: a. het hebben van voorwerpen, waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een overeenkomst of anderszins rechtens moet worden gedoogd; b. het hebben van voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens eigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen, welke aan derden zijn verhuurd; c. voorwerpen, waarvoor voorheen krachtens de bepalingen van de “Verordening op de heffing en invordering van een baatbelasting ter zake van het winkelerf in de Akerstraat te Kerkrade-West”

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb091

d. e.

f. g. h. i. j. k.

pag. 2

belasting werd betaald; voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen belang voorzien of welke uitsluitend worden gebezigd voor weldadige doeleinden; overbouwingen, erkers, uitbouwingen, balkons, vensterbanken, kelderingangen, funderingen, putten, koekoeken, licht- en luchtopeningen, stoeptreden, dakgoten, afvoerbuizen van hemelwater, gevelroosters, rolluiken, rolluikkasten, luidsprekers, hijswerktuigen; verkeerstekens, wegwijzers, lichtmasten, standbeelden, kruisbeelden, banken, hekken, palen, rijwielblokken, rijwielbeugels, fonteinen, brievenbussen, telefooncellen en abri’s; buizen, kabels en transportleidingen; vlaggen, vlaggendoeken, vlaggenstokken en wimpels, tenzij deze voor reclamedoeleinden worden gebezigd; voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige, niet-commerciële buurtactiviteiten; voorzieningen aangebracht ten behoeve van mindervaliden, tot het toegankelijk maken van een eigendom; voorwerpen, waarvoor krachtens de bepalingen van de vigerende verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting belasting wordt betaald.

Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, opgenomen in bijlage 1, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel 6 Berekening van de belasting 1

2 3 4 5

6

Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. Indien een oppervlaktetarief is vastgesteld, wordt de belasting berekend naar de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. Indien voorwerpen of gedeelten van voorwerpen naar maatschappelijke opvatting bij elkaar horen, worden deze als één voorwerp aangemerkt. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere of langere periode heeft voorgedaan. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb091

7

8

pag. 3

In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; b. indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

Artikel 7 Belastingtijdvak Indien de belasting wordt geheven naar jaartarieven is het belastingtijdvak het kalenderjaar waarin de voorwerpen aanwezig zijn. In de overige gevallen is het belastingtijdvak het kwartaal, de maand, de week of de dag waarin de voorwerpen aanwezig zijn, met dien verstande dat ook heffing voor elk belastbaar feit afzonderlijk kan plaatsvinden. Artikel 8 Wijze van heffing De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. 2.

3.

4. 5.

De precariobelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 10 Termijnen van betaling 1

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later.

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb091

2

3

4

pag. 4

In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van een of meerdere op een aanslagbiljet vermelde aanslagen niet hoger is dan € 20.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten minste vier en ten hoogste tien bedraagt. Betaling van de termijnen zoals bedoeld in de leden 1 en 2 is mogelijk via automatische incasso, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van de Uitvoeringsregeling automatische incasso van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW). De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding De regelgeving inzake de kwijtschelding is vastgelegd in de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2026. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1

2 3 4

De “Verordening Precariobelasting 2025", vastgesteld 11 december 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor de in het derde lid vermelde datum van ingang van de heffing hebben voorgedaan. Deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel treden in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening precariobelasting Kerkrade 2026".

Bijlage 1 behorende bij raadsbesluit nr 25Rb091

pag. 1

Bijlage 1 Tarieventabel behorende bij de Verordening precariobelasting 2026 Behoort bij raadsbesluit van 17 december 2025.

De griffier van de gemeente Kerkrade

Tarieventabel precariobelasting 2026 Nummer

Omschrijving

Eenheid

Bedrag

0

Algemeen tarief

0.01

Voorwerpen, waarvoor onder de volgende nummers niet in een bijzonder tarief is voorzien

per m² per jaar

€

29,60

1

Automaten

1.01

Automatische verkoop-, weeg- of andere toestellen

per stuk per jaar

€

29,60

2

Benzine-, oliepompen, tanks e.d.

2.01

Vaste aftappunten met toebehoren voor motorbrandstof

per stuk per jaar

€

197,00

2.02

Aftappunten met toebehoren voor lucht of water

per stuk per jaar

€

19,70

2.03

Vulputten, kraanputten e.d.

per stuk per jaar

€

19,70

2.04

Opslagtanks voor motorbrandstof

per 1.000 l. inh. p. jaar

€

39,50

2.05

Luifels of overkappingen

per m² per jaar

€

9,90

2.06

Pompheuvels (perrons of voetstukken)

per m² per jaar

€

9,90

3

Etalages, vitrines e.d.

3.01

Etalages, vitrines e.d.

per stuk per jaar

€

82,20

4

Reclamevoorwerpen

4.01

Reclameborden, uithangborden, uithangtekens, letteropschriften,

< 1 m² per jaar

€

29,60

Bijlage 1 behorende bij raadsbesluit nr 25Rb091

Nummer

Omschrijving

pag. 2

Eenheid

Bedrag

letterreclames of andere dergelijke reclamevoorwerpen, zonder kunstverlichting, over de frontoppervlakte (=opp.) 4.02

Als onder nummer 4.01

1 m² ≤ opp < 3 m²

€

59,20

4.03

Als onder nummer 4.01

≥ 3 m² per jaar

€

88,70

4.04

Reclameborden, uithangborden, uithangtekens, letteropschriften, letterreclames of andere dergelijke reclamevoorwerpen, met kunstverlichting, over de frontoppervlakte (=opp)

< 1 m² per jaar

€

59,20

4.05

als onder nummer 4.04

1 m² ≤ opp< 3 m²

€

118,30

4.06

als onder nummer 4.04

≥ 3 m² per jaar

€

177,40

4.07

Reclamezuilen, -kubussen, driehoeksborden zonder kunstverlichting

per stuk per jaar

€

59,20

4.08

Reclamezuilen, -kubussen, driehoeksborden met kunstverlichting

per stuk per jaar

€

118,30

4.09

Reclamevlaggen, -vlaggendoeken en -wimpels

per stuk per jaar

€

9,90

4.10

Tocht-, windschermen en rijwielrekken met reclameopschrift(en)

per stuk per jaar

€

39,50

4.11

Lantaarns met reclameopschrift(en)

per stuk per jaar

€

39,50

5

Zonneschermen, markiezen en luifels

5.01

Zonneschermen, markiezen en luifels

per m1 per jaar

€

9,90

6

Uitstallen

6.01

Uitstallen van goederen

per m² per jaar

€

67,10

6.02

als onder nummer 6.01

per m² per kwartaal

€

20,60

6.03

als onder nummer 6.01

per m² per maand

€

9,00

7

Terrassen

7.01

Terrassen binnen het voetgangersdomein

per m² per kwartaal

€

9,50

7.02

Als onder nummer 7.01

per m² per maand

€

4,10

7.03

Terrassen elders

per m² per kwartaal

€

4,70

7.04

Als onder nummer 7.03

per m² per maand

€

2,20

7.05

Terrassenuitbreidingen, tijdelijk toegestaan i.v.m. Covid-19

per m² per kwartaal / maand

nihil

8

Standplaatsen

8.01

het in het centrum innemen van standplaatsen waarvoor vergunning is vereist ingevolge artikel 5.2.3 APV:

Bijlage 1 behorende bij raadsbesluit nr 25Rb091

pag. 3

Nummer

Omschrijving

Eenheid

Bedrag

8.01a

op alle voor detailhandel toegestane dagen van de week zonder stroom

per dag per m2

€

1,70

8.01b

op alle voor detailhandel toegestane dagen van de week met stroom

per dag per m2

€

2,00

8.01c

voor ideële doeleinden

n.v.t.

nihil

8.02

het buiten het centrum innemen van een standplaats waarvoor vergunning is vereist ingevolge artikel 5.2.3 APV:

8.02a

op alle voor detailhandel toegestane dagen van de week zonder stroom

per dag per m2

€

1,40

8.02b

op alle voor detailhandel toegestane dagen van de week met stroom

per dag per m2

€

1,60

8.02c

voor ideële doeleinden

n.v.t.

nihil

9

Diverse voorwerpen

9.01

Tocht-, windschermen en rijwielrekken

per stuk per jaar

€

4,80

9.02

Lantaarns

per stuk per jaar

€

4,80

9.03

Krantenstandaards

per stuk per jaar

€

19,70

9.04a

Afzetcontainers

per geplaatste container per dag

€

6,50

9.04b

Afzetcontainers

per vergunninghouder per jaar

€

163,20

9.05a

Draaiorgels e.d.

per dag

€

3,20

9.05b

Draaiorgels e.d.

per kwartaal

€

32,40

Bijlage 2 behorende bij raadsbesluit nr 25Rb091

Bijlage 2 Plattegrond behorende bij de Verordening precariobelasting 2026 Behoort bij raadsbesluit van 17 december 2025.

De griffier van de gemeente Kerkrade

pag. 1

Bijlage 2 behorende bij raadsbesluit nr 25Rb091

pag. 2

Ontwerpbesluit Nr.:

De raad van de gemeente Kerkrade; overwegende, − dat jaarlijks de noodzakelijke tariefaanpassingen worden bezien in relatie tot de begroting; kennis genomen hebbende van, − de nota van toelichting, nr. 25TI071, behorende bij dit besluit; − de beraadslagingen in de Commissie AZM d.d. 1 december 2025 gelet op, − artikel 227 van de Gemeentewet; besluit: 1. 2. 3. 4.

In te trekken de “Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2025“ vastgesteld d.d. 11 december 2024; Vast te stellen de volgende "Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2026" welke als bijlage bij dit besluit is toegevoegd en als zodanig deel uitmaakt van dit besluit; De datum van intrekking van de onder 1. vermelde verordening is gelijk aan de datum van inwerkingtreding van de onder 2. vermelde verordening; De onder 2. vermelde verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 17 december 2025.

De voorzitter van de raad,

De griffier,

dr. T.P. Dassen-Housen.

mr. drs. D.G.M.G. Franssen.

Documentnummer: 25Rb092

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb092

pag. 1

Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2026 Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt verstaan onder: a. reclameobject: een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg; b. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond; c. vestiging: een gebouw, of een deel daarvan, dat door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt; d. tussenpersoon: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het verlenen van bemiddeling bij het tot stand brengen en sluiten van overeenkomsten in opdracht en op naam van personen tot wie hij niet in vaste betrekking staat; e. exploitant: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die zijn bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van reclameobjecten op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; f. voorziening: specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen; g. jaar: een kalenderjaar.

Artikel 2 Gebiedsomschrijving Deze verordening is van toepassing binnen de (winkel)gebieden Kerkrade Centrum en Kerkrade West van de gemeente Kerkrade zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten, opgenomen in bijlage 2 en bijlage 3. Artikel 3 Belastbaar feit Onder de titel ‘reclamebelasting’ wordt onder de in de bij deze verordening behorende tarieventabel, opgenomen in bijlage 1, gestelde voorwaarden, binnen de gebieden als bedoeld in artikel 2 een belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. Artikel 4 Belastingplicht 1. De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie, al dan niet met vergunning, de openbare aankondiging wordt aangetroffen. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting, voor een openbare aankondiging die met vermelding van de naam van een tussenpersoon is gedaan in verband met de verhuur of de verkoop van roerende en onroerende zaken, geheven van die tussenpersoon. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt de reclamebelasting voor een

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb092

pag. 2

openbare aankondiging die door tussenkomst van een exploitant is aangebracht, geheven van die exploitant. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De reclamebelasting wordt geheven per vestiging naar de oppervlakte van een reclameobject, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde. 2. Voor de toepassing van dit artikel worden de op basis van artikel 6, tweede lid, bepaalde oppervlakten van reclameobjecten, die bij één vestiging, bouwwerk of deel daarvan behoren, bij elkaar opgeteld. Indien meerdere bouwwerken of delen daarvan direct naast elkaar gelegen zijn en tezamen worden gebruikt door één belastingplichtige voor één vestiging, worden de oppervlakten van reclameobjecten die bij deze bouwwerken of delen daarvan behoren voor de toepassing van dit artikel bij elkaar opgeteld. 3. Reclameobjecten behoren in elk geval tot één bouwwerk indien zij daarmee fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden gebruikt. 4. Het tarief van de reclamebelasting is opgenomen in de bij de verordening behorende tarieventabel, opgenomen in bijlage 1. Artikel 6 Berekening van de reclamebelasting 1. Voor de berekening van de reclamebelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als volle eenheid aangemerkt. 2. De oppervlakte van een reclameobject wordt vastgesteld als volgt: a.

indien de openbare aankondiging wordt gedaan op een zuil, bord, vlag, (span)doek, poster of soortelijk aankondigingsvoorwerp, waarop door verschillende belastingplichtige een aankondiging wordt gedaan, wordt de oppervlakte van de aankondiging van de belastingplichtige bepaald op de aan hem voor het doen van de aankondiging ter beschikking staande oppervlakte van het aankondigingsvoorwerp; b. indien de openbare aankondiging bestaat uit het aankondigingsvoorwerp zelf, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de oppervlakte van het voorwerp. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit; c. indien sprake is van een voorziening voor het doen van de aankondiging, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de oppervlakte van de voorziening. Indien de voorziening niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die de voorziening omsluit; d. indien de openbare aankondiging wordt gedaan door middel van een combinatie van verschillende losse voorwerpen of een opschrift met losse letters of symbolen, wordt de oppervlakte van het reclameobject bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die de voorwerpen of het opschrift omsluit. 3.

Indien het reclameobject slechts voor een deel zichtbaar is vanaf de openbare weg wordt de oppervlakte van het reclameobject bepaald op het van de openbare weg zichtbaar gedeelte van het reclameobject.

Bijlage behorende bij raadsbesluit nr. 25Rb092

pag. 3

Artikel 7 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak. 2. Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting verschuldigd voor zoveel maanden als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt dan wel vermindert, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 9 Wijze van heffing De reclamebelasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 10 Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: a.

die korter dan 13 weken aanwezig zijn, tenzij deze openbare aankondigingen zijn geplaatst in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende openbare aankondigingen worden geplaatst, die individueel korter dan 13 weken aanwezig zijn, maar waarbij de verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken of meer aanwezig zijn; b. waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling aan de gemeente moet geschieden onderscheidenlijk een vergoeding aan de gemeente verschuldigd is; c. die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend kunnen worden aangemerkt; d. die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak; e. die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen zijn aangebracht en die een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang dienen; f. op parasols welke zijn geplaatst op een terras bij een horecaonderneming; g. aangebracht door of namens winkeliersverenigingen of wijkorganen, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag met naam van de winkeliersvereniging of het wijkorgaan; h. op zuilen, borden, muren of andere constructies, aangewezen door het bevoegde bestuursorgaan; i.

voorzien van opschriften aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=dfb7c9fa-cf61-46f2-a461-ace560f53298