CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Managementstatuut met toelichting.docx

Gemeenteraad 29 september 2021, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit Bestuurlijke verhoudingen binnen het openbaar voortgezet onderwijs Kerkrade5.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota openbaar onderwijs Kerkrade

Bestuurlijke verhoudingen bij de instandhouding van het openbaar voortgezet onderwijs door de gemeente Kerkrade

Datum: 30 juni 2021

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

Algemeen.........................................................................................................................................3 1.1

Wat voorafging ........................................................................................................................3

1.2

Leeswijzer ................................................................................................................................4

Algemene onderwerpen..................................................................................................................5 2.1

Organisatie ..............................................................................................................................5

2.2

Code Goed Onderwijsbestuur VO............................................................................................5

2.3

Verantwoordelijkheid en verantwoording ..............................................................................5

2.4

Professionaliteit.......................................................................................................................6

2.5

Horizontale verantwoording ...................................................................................................6

2.6

Integriteit.................................................................................................................................6

2.7

Klachten- en geschillenregeling...............................................................................................6

Verdeling rollen, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden...............................................7 3.1

Rolverdeling.............................................................................................................................7

3.2

Taken, bevoegdheden en bevoegdheden van de directeur ....................................................8

3.3

Taken, verantwoordelijkheden en bestuurlijke bevoegdheden van het college.....................9

3.4

Regeling van de (financiële) verantwoording binnen het gemeentelijk perspectief ............10

3.5

Regeling van het bestuurlijk toezicht vooraf door het college ..............................................10

3.6

Regeling van het bestuurlijk toezicht achteraf (toezichtkader).............................................11

3.7

Managementstatuut..............................................................................................................12

Overige onderwerpen met betrekking tot de organisatie.............................................................13 4.1

Huisvesting ............................................................................................................................13

4.2

ICT en administratie...............................................................................................................13

4.3

Communicatie .......................................................................................................................13

4.4

(financiële) verslaglegging .....................................................................................................13

Bijlagen ..........................................................................................................................................14 5.1

Bijlage managementstatuut ..................................................................................................14

2

1. Algemeen 1.1 Wat voorafging Tijdens de gemeenteraadsvergadering van 30 oktober 2019 nam de gemeenteraad van Kerkrade de motie aan die het college oproept tot het vormen van een visie op de toekomst van het voortgezet onderwijs voor de gemeente Kerkrade. De visie moet gericht zijn op: 1. De mogelijkheid van het op te richten en in stand houden van een school met een volledig aanbod van voortgezet onderwijs binnen de gemeente Kerkrade; 2. De mogelijkheid van een gezamenlijk aanbod van voortgezet onderwijs in de gemeenten Kerkrade en Landgraaf op een grenslocatie van beide gemeenten. Vervolgens gaf de gemeente Landgraaf (op 15 januari 2020) te kennen over te gaan tot het bouwen van een nieuwe school gesitueerd naast het huidige College Eijkhagen. Het tweede besluit in de motie gericht op een onderzoek van een gezamenlijk aanbod van voortgezet onderwijs in de gemeenten Kerkrade en Landgraaf werd hiermee afgerond. Het onderdeel van het onderzoek naar de mogelijkheid van het oprichten en in stand houden van een school met een volledig aanbod van voorgezet onderwijs binnen de gemeente Kerkrade kan hiermee gewoon doorgang vinden. In navolging op de motie van 30 oktober 2019 heeft, in afstemming met een afvaardiging van de raad, een extern onderzoek plaatsgevonden waaruit in hoofdlijnen naar voren kwam dat: 1.

De nieuwe wet "Meer ruimte voor nieuwe scholen" in tegenstelling tot de huidige wetgeving meer mogelijkheden biedt voor het stichten van een voortgezet onderwijsschool; 2. Hoewel de vraag naar voortgezet onderwijs in kwantitatieve zin en vanuit regionaal perspectief beperkt lijkt, voortgezet onderwijs echter wel degelijk past bij een type gemeente als Kerkrade; 3. Een specifiek onderwijsconcept mogelijkheden kan bieden waarmee het onderwijs in Kerkrade een onderscheidende functie kan vervullen in de regio. Hierop heeft de gemeenteraad unaniem een motie aangenomen om het initiatief te steunen om in Kerkrade een onderscheidend onderwijsconcept in een nieuw op te richten school voor openbaar voortgezet onderwijs, genaamd Het Martin Buber, te realiseren. Hierop heeft de gemeenteraad op 2 juni 2021 besloten om akkoord te gaan met de keuze om het bevoegd gezag voor het nieuw te stichten openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade middels de bestuursvorm van een integraal bestuur vorm te geven. Hierbij is de gemeenteraad tevens akkoord gegaan om niet anders te bepalen en het college van burgemeester en wethouders als bevoegd gezag (bestuur) van de op te richten openbare school voor voortgezet onderwijs te beschouwen, waarbij de raad controleert (toezichthouder) en waarmee invulling wordt gegeven aan de verplichting van een algemene scheiding van bestuur en toezicht.

De school onder gemeentelijk bestuur schept bestuurlijke verhoudingen voor het personeel en de directie van de school, voor de uitvoerend portefeuillehouder van Onderwijs, voor het college van B&W en niet in de laatste plaats voor de gemeenteraad. In deze nota zijn de afspraken vastgelegd.

3

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden een aantal onderwerpen besproken die gelden voor de instandhouding van het openbaar voortgezet onderwijs door de gemeente Kerkrade. Dit zijn o.a. de onderwerpen zoals de Code Goed Onderwijsbestuur VO, de klachtenregeling, professioneel handelen en horizontale verantwoording. De rollen en de taken, verantwoordelijkheden en de bevoegdheden komen in hoofdstuk 3 aan bod. In hoofdstuk 4 komen enkele overige onderwerpen aan de orde. De bijlagen zijn opgenomen in hoofdstuk 5.

4

2. Algemene onderwerpen 2.1 Organisatie Bij integraal bestuur van de openbare school is er krachtens de Gemeentewet sprake van een algemene scheiding van bestuur en toezicht. Het college van burgemeester en wethouders (B&W) vormen het bestuur van de school, de gemeenteraad controleert. In de huidige gedualiseerde gemeentelijke verhoudingen zijn dan vervolgens het college van B&W het dagelijks bestuur van de openbare school en de gemeenteraad het algemeen bestuur (intern toezichthouder). In de situatie voor de openbare school is gekozen dat de directeur van de school voor voortgezet onderwijs vanuit het opgestelde managementstatuut gemandateerd is met de bestuurlijke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, namens het bevoegd gezag (het college). Daarmee wordt de directeur in uitvoering het schoolbestuur, zoals bedoeld in de Code Goed Onderwijsbestuur VO.

2.2 Code Goed Onderwijsbestuur VO De school voor openbaar voortgezet onderwijs volgt de geldende Code Goed Onderwijsbestuur VO. De Code is door de VO-raad voorbereid en met de leden besproken en vervolgens vastgesteld. Zowel de Code als de principes worden door de gemeente Kerkrade toegepast. Wat betekent dit op hoofdlijnen? De Code Goed Onderwijsbestuur VO laat zien waar het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade voor staat. Deze Code is bedoeld om bewustwording van, kritische reflectie door en waardengedreven handelen van bestuur én intern toezicht te stimuleren en om invulling te geven aan bovengenoemde thema’s. De code is ‘principle based’: Hij gaat uit van vier principes: verantwoordelijkheid, professionaliteit, integriteit en openheid.

2.3 Verantwoordelijkheid en verantwoording Belangrijk principe is dat de verantwoordelijkheden op zorgvuldige wijze worden verdeeld. Daartoe dienen de bepalingen rond de scheiding van toezicht en bestuur. Zeker zo belangrijk is dat iedere partij of stakeholder transparant opereert. Binnen dat proces zal de school, waar dat in redelijkheid 5

mogelijk is, in samenspraak met belanghebbenden hun beleid bepalen en daar ook verantwoording over afleggen. Daar hoort horizontale verantwoording bij (hierover dadelijk meer). Ook professionaliteit en integriteit hebben daarin een plaats. Goed bestuur is geen doel op zich, maar moet leiden tot een open en veilige cultuur waarin de ontwikkeling van alle leerlingen centraal staat. Een cultuur waarbij er evenwicht is tussen vertrouwen en openheid, waarbij ouders en leerlingen ruimte hebben om mee te denken en invloed hebben op het beleid. En een cultuur waarin men elkaar aanspreekt op het professionele handelen. Professioneel handelen is immers een voorwaarde voor goede onderwijskwaliteit.

2.4 Professionaliteit Professioneel handelen is een belangrijke voorwaarde voor kwalitatief goed onderwijs. Scholen zijn organisaties waarin professionaliteit en kwaliteit hoog worden gewaardeerd en waarin leidinggevenden en medewerkers ruimte hebben om invulling aan hun eigen verantwoordelijkheid te geven. Alle actoren in een onderwijsinstelling maken met elkaar de school tot een goede school. In een professionele schoolorganisatie staan leeropbrengsten centraal en is samenwerking vanzelfsprekend. Investeren in deskundigheidsbevordering op alle niveaus in de school is daarbij onontbeerlijk, evenals het bevorderen van professioneel handelen.

2.5 Horizontale verantwoording Met de autonomie en beleidsruimte die scholen hebben, is verantwoording nog belangrijker geworden. De school is een maatschappelijke onderneming die haar legitimering en doelstelling haalt uit de belangen en behoeften van de (directe) omgeving (Carver, Policy Governance). Daarbij past een stadspecifieke invulling van de onderwijsopdracht, waarbij de school in samenspraak met de doelgroep en partners zorgdragen voor een goed en gevarieerd onderwijsaanbod. Hierbij worden de behoeften van alle leerlingen en de maatschappij goed vertegenwoordigd. Om dat waar te kunnen maken dient de school zich horizontaal te verantwoorden. Horizontale verantwoording kent twee componenten. Als eerste gaat het om verantwoording afleggen over het gevoerde beleid en de resultaten van de school, waarbij van belang is dat de school voorziet in het verstrekken van voldoende informatie. Tweede component is dat ook de dialoog met belanghebbenden en de omgeving wordt gevoerd over het beleid. Het jaarverslag is slechts één van de middelen om verantwoording af te leggen.

2.6 Integriteit Scholen zijn maatschappelijke organisaties en hebben het vertrouwen van ouders, leerlingen en omgeving nodig. Integer bestuur en integer handelen van alle medewerkers binnen de school zijn daarvoor voorwaarde. De school hanteert een integriteitsbeleid dat bijdraagt aan een sfeer waarin op open wijze kan worden gesproken over waarden en normen. Daarnaast heeft de school concrete regels en gedragslijnen.

2.7 Klachten- en geschillenregeling Voor geschillen die te maken hebben met de Wet medezeggenschap op scholen, de Wet kwaliteit (v)so en de Wet passend onderwijs, zijn scholen verplicht aangesloten bij landelijke commissies die door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) zijn ondergebracht bij de Stichting Onderwijsgeschillen. Voor het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade gaat het om de volgende

6

commissies: 

De Landelijke Commissie van Beroep funderend onderwijs (als bedoeld in de vigerende CAO voor het voortgezet onderwijs); Deze commissie is bevoegd te oordelen over een door de werkgever genomen besluit leidend tot een disciplinaire maatregel, schorsing als ordemaatregel en nog een aantal andere beslissingen die een werkgever kan nemen;

De Landelijke Commissie voor Geschillen WMS. Als partijen betrokken zijn bij een geschil in het kader van medezeggenschap kan dat geschil door het bevoegd gezag of door het medezeggenschapsorgaan aan deze commissie worden voorgelegd;

Bezwarencommissie CAO-VO (als bedoeld in de vigerende CAO voor het voortgezet onderwijs);

Daarnaast moet Het Martin Buber zijn aangesloten bij een drietal andere commissies: 1. Een bezwarencommissie functiewaardering (voor bezwaren van werknemers tegen de beschrijving en/of waardering van de functie); 2. Een geschillencommissie DGO (voor geschillen tussen het schoolbestuur en vakorganisaties); 3. Een klachtencommissie (voor klachten). Er is een Landelijke Klachtencommissie waarbij scholen zich kunnen aansluiten, maar een school kan ook een eigen klachtencommissie instellen. Voor deze commissies bestaat keuzevrijheid voor aansluiting bij een geschillencommissie. De gemeente Kerkrade kiest voor aansluiting bij de Stichting Onderwijsgeschillen. Elke school moet een klachtenregeling voor ouders en personeel hebben. Hierin staat hoe de school met klachten omgaat. Scholen proberen klachten zo veel mogelijk zelf op te lossen. Als na een gesprek met de school, de directie of het bestuur het probleem niet of onvoldoende is opgelost, dan is het mogelijk om een officiële klacht in te dienen. Elke school heeft een klachtencommissie. In de schoolgids kan de klager vinden hoe de procedure verloopt. Hiertoe zal een vertrouwenspersoon van de school worden ingesteld.

3. Verdeling rollen, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden 3.1 Rolverdeling Lokale overheid Kerkrade De gemeenteraad heeft een taak ten aanzien van het openbaar onderwijs. De bestuurlijke gemeentelijke organisatie kent het dualisme. De gemeenteraad heeft daarin vooral kaderstellende en controlerende taken en het college van B&W heeft bestuurlijke en uitvoerende taken. Binnen de door de gemeenteraad gestelde kaders bestuurt het college van B&W de gemeente, de gemeenteraad controleert de wijze waarop het college zijn taken uitvoert. Binnen de organisatie van instandhouding van de school voor openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade is de inhoudelijke rol van de gemeenteraad beperkt. De rol van de gemeenteraad ten opzichte van het openbaar onderwijs komt vooral tot uiting in de relatie met het college van B&W èn als de formele toezichthouder.

7

Organisatie openbaar voortgezet onderwijs Kerkrade Het college van B&W is wettelijk het bevoegd gezag van het openbaar onderwijs. De directeur wordt op grond van het managementstatuut via mandatering belast met een aantal bestuurlijke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. De directeur is binnen zijn bestuurlijke rol verantwoordelijk voor besluiten over doelen en middelen en het afleggen van verantwoording en het college is binnen zijn rol (eind)verantwoordelijk voor toezicht op doelrealisatie, goed bestuur en het eigen functioneren. De portefeuillehouder onderwijs zal namens het college regelmatig overleg voeren met de directeur. Bij belangrijke beleidsbeslissingen en beleidsdocumenten, zoals ook omschreven in paragraaf 3.4, zal het college een actieve rol in de besluitvorming hebben. Het is derhalve van belang dat er over de rol- en taakverdeling tussen het college en de directeur duidelijke afspraken worden gemaakt. Deze afspraken worden vastgelegd in het managementstatuut. Een duidelijke definiëring van de rollen alleen is niet voldoende, de directeur en de portefeuillehouder moeten hiernaar ook rolbewust handelen. Zowel structuur als rolgedrag zijn belangrijk voor het goed functioneren van de scheiding tussen bestuur en toezicht. In de taken van het college wordt onderscheid gemaakt tussen het bestuurlijk toezicht vooraf en het bestuurlijk toezicht achteraf.

Het college heeft als bevoegd gezag goedkeuringsbevoegdheid om complexe afwegingen (‘majeure’ beslissingen) en beleidsplannen van de directeur goed of af te keuren. Deze goedkeuringsbevoegdheid geldt voor bijvoorbeeld het meerjarenbeleid, begroting- en verantwoording (jaarrekening), voor het opheffen van organisatieonderdelen, voor fusie en langdurige samenwerking met andere instellingen en/of organisaties. Het is verder de taak van de portefeuillehouder om op regelmatige basis te overleggen met de directeur en hem namens het college te stimuleren tot innovatie en het nemen van aanvaardbare risico’s. Dit is van belang voor het behoud en versterking van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade. Het college let er hierbij op dat de directeur op een correcte wijze risicomanagement toepast waarin de juiste balans wordt gevonden tussen het beheersen van risico’s die gepaard gaan met activiteiten en de ruimte voor innovatie en vernieuwing. Het college heeft de verantwoordelijkheid erop toe te zien dat de doelstelling van instandhouding van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade gerealiseerd wordt. Ook bewaakt het college dat de materiële en immateriële middelen integer en optimaal worden ingezet voor de doelstelling.

Tot slot bewaakt het college dat de directeur handelt in het belang van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade, alsmede in het belang van de samenleving. Het college handelt in belangrijke mate op basis van verkregen informatie. De taak van het verzamelen van informatie vooraf en achteraf is daarom zeer belangrijk. De informatie vooraf dient als basis ter onderbouwing van plannen en het kunnen volgen van ontwikkelingen. De informatie achteraf dient als basis voor het bewaken van de te realiseren doelstellingen. Het college ziet erop toe dat de verkregen informatie adequaat, op tijd en betrouwbaar is.

3.2 Taken, bevoegdheden en bevoegdheden van de directeur De directeur is namens het college belast met het besturen van de school voor openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade. Met besturen wordt in de kern bedoeld het waarborgen van de kernwaarden en de instandhouding van de school voor voortgezet onderwijs. Onder besturen is verder te verstaan: 8

-

leiding geven aan de (school)organisatie; het voorbereiden van- en het binnen de mandatering nemen van besluiten over de vaststelling en uitvoering van beleid; het vervullen van een klankbordfunctie voor en leiding geven aan de leraren; het afleggen van verantwoording aan de portefeuillehouder onderwijs.

De directeur houdt zich ook bezig met het ontwikkelen, vaststellen en evalueren van het strategisch en operationeel beleid en met het beleid voor de waarden en normen en het karakter van het openbaar onderwijs. De directeur bereidt de beleidsdoelstellingen voor en de wijze waarop deze bereikt worden en de middelen die daarvoor beschikbaar zijn en zorgt -na vaststelling- toe op de uitvoering van het beleid. De directeur heeft daarbij tevens tot taak om nieuwe onderwijskundige ontwikkelingen, projecten en activiteiten met de medezeggenschapsraad te initiëren. Onderdeel van deze uitvoering is het zorgdragen en borgen van de uitvoering van het karakter. De directeur legt verantwoording af aan het college, de ouders, de inspectie en de samenleving, over de mate waarin de vastgestelde doelstellingen zijn gehaald en over de besteding van de middelen. In dit alles is het de taak van de directeur om het college en overige belanghebbenden goed, volledig en tijdig te informeren. Zie Bijlage 5.1 voor een meer gedetailleerde beschrijving van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de directeur.

3.3 Taken, verantwoordelijkheden en bestuurlijke bevoegdheden van het college Het college van B&W is het bevoegd gezag van de school voor openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade. Binnen het college is de portefeuillehouder Onderwijs het eerste aanspreekpunt van de directeur en met name ter zake de aansturing en uitvoering van beleid. Daaronder is begrepen de realisatie van de doelen van het openbaar voortgezet onderwijs, mét oog voor de daarbij aan de orde zijnde belangen, processen, effecten en risico’s. In deze algemene taak van het college is een aantal rollen te onderscheiden:    

een toezichtsrol: informatie verzamelen, oordeelsvorming en zo nodig interveniëren; een adviesrol/klankbordfunctie: adviseren van, meedenken met de directeur op basis van in het college aanwezige kennis, expertise en externe informatie; verbinding leggen met de stakeholders: de portefeuillehouder koppelt de ontwikkelingen in de omgeving aan de ontwikkelingen binnen de organisatie. een bestuurlijke rol: goedkeuring verlenen aan besluiten, vaststellen van beleidsdocumenten (begroting, jaarverslag etc.) en de regeling van eigen werkzaamheden.

Vanuit deze rollen heeft het college (portefeuillehouder) de volgende taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden:    

vooraf goedkeuring verlenen aan majeure besluiten van de directeur; achteraf toezicht houden op het functioneren van de directeur; vertegenwoordiging van de school bij afwezigheid van de directeur; gevraagd en ongevraagd adviseren van de directeur.

9

3.4 Regeling van de (financiële) verantwoording binnen het gemeentelijk perspectief In paragraaf 2.1 is toegelicht dat er sprake is van integraal bestuur en welke gevolgen dat heeft voor de bestuurlijke verhoudingen. Deze situatie is ook in financiële zin afwijkend van hetgeen heden ten dage gangbaar is in het verzelfstandigd funderend onderwijs. Er is in onderhavige situatie sprake van één rechtspersoon, de gemeente Kerkrade, waarbinnen de volledige (financiële) verwerking & verantwoording wordt afgewikkeld. Onder het bestuurlijk toezicht van het college is de directeur verantwoording verschuldigd over de financiële middelen. In de uitoefening van die taak wordt de Rijksbekostiging èn worden alle overige inkomsten ontvangen en beheerd op een door de school beheerde rekening. De volledige schoolexploitatie (baten & lasten) vormen een afzonderlijk en door de school te beheren geheel. Uiteraard zijn hierop de (onderwijs) verslaggevingsregels van toepassing, verantwoording aan de Inspectie van het Onderwijs èn een separate controleverklaring door een aan te wijzen accountant. De schoolexploitatie vormt een integraal onderdeel van de gemeentelijke exploitatie, verwerking en verantwoording.

Het is een taak van de directeur om, in overleg met de gemeentelijke financiële dienst, zorg te (laten) dragen voor een volledige, juiste en tijdige consolidatie van schoolexploitatie in de gemeentelijke administratie. Het college houdt bestuurlijk toezicht op deze handeling. Binnen de totale gemeentelijke (financiële) verantwoording door het college en de raad is de schoolexploitatie een onderdeel, gelijk aan alle andere beleidsdomeinen binnen de gemeente Kerkrade.

3.5 Regeling van het bestuurlijk toezicht vooraf door het college Het college heeft de taak en bevoegdheid om ‘majeure’ besluiten van de directeur goed te keuren. Dit betekent dat de directeur pas uitvoering aan deze besluiten kan geven, nadat het college deze goedgekeurd heeft. Deze bevoegdheid van het college betreft tenminste de wettelijk verankerde besluiten, aangevuld met minimaal de onderstaande besluiten: a) b) c) d) e) f) g) h) i) j) k)

De benoeming van de accountant; De vaststelling van de begroting van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade; De vaststelling van de jaarrekening van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade; De vaststelling van het strategisch beleid van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade; De vaststelling van een treasurystatuut voor het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade; Opheffing, fusie of overdracht van de school, of één van haar nevenvestigingen; Het vaststellen of wijzigen van het (meerjaren) schoolplan; Het aangaan van duurzame samenwerking of fusie met andere instellingen of organisaties; Een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling; Het aangaan van financiële verplichtingen die naar aard en/of omvang de reguliere bedrijfsvoering te buiten gaan; Het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registerzaken, alsmede het sluiten van overeenkomsten waarbij het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade zich als borg of hoofdelijk medeschuldenares verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van derde verbindt;

10

Het verrichten van handelingen waarbij een direct of indirect tegenstrijdig belang bestaat tussen de directeur en de school. Hieronder valt bijvoorbeeld het lenen van geld aan de directeur. Voor het begrip "tegenstrijdig belang" wordt aansluiting gezocht bij artikel 2:239 lid 6 van het Burgerlijk Wetboek; m) De wijziging van het managementstatuut; n) Het ontslaan van één of meer personeelsleden anders dan op eigen verzoek of leeftijdsontslag; o) Het benoemen van personeel anders dan opgenomen in de begroting, het formatieplan of in het geval van vervanging. l)

3.6 Regeling van het bestuurlijk toezicht achteraf (toezichtkader) Het college houdt achteraf toezicht op de directeur vanuit een toezichtkader dat gebaseerd kan worden op de volgende uitgangspunten: a)

b)

Het college richt zich bij de uitoefening van het toezicht in het bijzonder op de doelstelling en de maatschappelijke legitimatie van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade en op de uitoefening van de bestuurlijke taken door de directeur; Bij de uitoefening van het toezicht staan de volgende criteria centraal: Het waarborgen van de identiteit van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade; De realisatie van de missie en visie van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade; De realisatie van het strategisch beleid van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade;  De kwaliteit van het onderwijs, de processen en de onderwijsresultaten;  De continuïteit van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade, uitgedrukt in aantallen leerlingen, medewerkers en financiën, allen in meerjarig perspectief;  Het afleggen van verantwoording aan de personen en organisaties die belang hebben bij de activiteiten van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade;  De principes van goed bestuur als vastgelegd in de ‘Code Goed Onderwijsbestuur VO’.   

Een goede en afgewogen informatievoorziening is medebepalend voor de kwaliteit van het toezicht achteraf. De kwaliteit van de informatievoorziening wordt bepaald door:  

De afstemming van de informatie op het toezichtkader van het college en de gemeentelijke cyclus; De volledigheid, tijdigheid en juistheid van de informatie,

In de door de directeur aan het college te leveren informatie zijn te onderscheiden:  

Incidentele informatie over van belang zijnde kwesties (zoals voortgangsberichten in het kader van juridische procedures, ingrijpende nieuwe regelgeving e.d.); Geregelde, periodieke managementrapportages.

Het toezichtkader en de informatievoorziening krijgen vorm in samenspraak tussen de directeur en de portefeuillehouder.

11

3.7 Managementstatuut In artikel 32c WVO is opgenomen dat het bevoegd gezag na overleg met de directeur een managementstatuut vaststelt. In verbinding met deze nota en de daarin genoemde taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden is het managementstatuut van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade vastgesteld. Het managementstatuut is opgenomen in bijlage 5.1

12

4. Overige onderwerpen met betrekking tot de organisatie 4.1 Huisvesting De gemeente Kerkrade is beheerder van het gebouw waarin de school zal zijn gehuisvest en draagt ook zorg voor de uitvoering van het onderhoud en de schoonmaak van het gebouw. In de lumpsumbekostiging is de bekostiging van het onderhoud en de schoonmaak opgenomen.

4.2 ICT en administratie De school heeft op het gebied van ICT en administratie haar eigen leveranciers. In het kader van de bestuurlijke opdracht is het van belang te kijken naar een continue efficiënte uitvoering. De school bepaalt zelf het beleid en de inrichting.

4.3 Communicatie De school is zelf verantwoordelijk voor de communicatie met ouders en overige stakeholders. Op aanvraag staat de gemeente Kerkrade de school met raad en daad terzijde.

4.4 (financiële) verslaglegging Het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade maakt voor haar personeels- en financiële administratie gebruik van een externe dienstverlener. De verantwoordelijkheid van deze uitvoering berust bij de school. De directeur is verantwoordelijk voor alle aspecten van de personeels- en financiële verantwoording. Op aanvraag staat de gemeente Kerkrade de school met raad en daad terzijde.

13

5. Bijlagen 5.1 Bijlage managementstatuut

Managementstatuut openbaar voortgezet onderwijs Kerkrade Artikel 1

Definitiebepaling

In dit managementstatuut wordt verstaan onder: bevoegd gezag: directeur: school: managementstatuut: code voor goed bestuur: wet: Artikel 2 1.

2.

3.

2.

Taken en bevoegdheden bevoegd gezag

Het bevoegd gezag oefent alle taken en bevoegdheden uit die hem bij of krachtens de wet toekomen. Het bevoegd gezag mandateert – met in achtneming van het bepaalde in het tweede lid van artikel 4 – alle taken en bevoegdheden die hem bij of krachtens de wet toekomen aan de directeur.

Artikel 4 1.

Vaststelling en wijziging van het managementstatuut

Het bevoegd gezag stelt de directeur in de gelegenheid advies uit te brengen over de vaststelling en iedere wijziging van het managementstatuut. De directeur wordt door het bevoegd gezag in de gelegenheid gesteld - voordat het advies wordt uitgebracht - met het bevoegd gezag overleg te voeren. Het bevoegd gezag stelt de directeur zo spoedig mogelijk en met redenen omkleed op de hoogte of het aan het uitgebrachte advies gevolg wil gegeven. a. Indien het bevoegd gezag het advies niet of niet geheel wil volgen, stelt het bevoegd gezag de directeur in de gelegenheid met hem overleg te voeren, alvorens definitief over het advies te besluiten. b. Het bevoegd gezag brengt het definitieve besluit zo spoedig mogelijk ter kennis aan de directeur. Het bevoegd gezag stelt het managementstatuut, na positief advies van de medezeggenschapsraad, vast.

Artikel 3 1.

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade; functionaris als bedoeld in artikel 32, tweede lid van de wet, die door het bevoegd gezag is benoemd of te werk is gesteld om leiding te geven aan de gehele organisatie; de school voor openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade; het statuut zoals bedoeld in artikel 32c van de wet; de Code Goed Onderwijsbestuur VO, zoals vastgesteld door de VORaad; de Wet op het voortgezet onderwijs.

Taken en bevoegdheden directeur

De directeur oefent de taken en bevoegdheden uit die door het bevoegd gezag overeenkomstig artikel 4 tweede lid van dit statuut aan de directeur zijn gemandateerd.

14

2.

3. 4. 5. 6.

De directeur heeft de voorafgaande goedkeuring nodig van het bevoegd gezag met betrekking tot het besluit tot: a. De benoeming van de accountant; b. De vaststelling van de begroting van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade; c. De vaststelling van de jaarrekening van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade; d. De vaststelling van het strategisch beleid van het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade; e. De vaststelling van een treasurystatuut voor het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade; f. Opheffing, fusie of overdracht van de school of een nevenvestiging; g. Het vaststellen of wijzigen van het (meerjaren) schoolplan; h. Het aangaan van duurzame samenwerking of fusie met andere instellingen of organisaties; i. Een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling; j. Het aangaan van financiële verplichtingen die naar aard en/of omvang de reguliere bedrijfsvoering te buiten gaan; k. Het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registerzaken, alsmede het sluiten van overeenkomsten waarbij het openbaar voortgezet onderwijs in Kerkrade zich als borg of hoofdelijk medeschuldenares verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van derde verbindt; l. Het verrichten van handelingen waarbij een direct of indirect tegenstrijdig belang bestaat tussen de directeur en de school.

Hieronder valt bijvoorbeeld het lenen van geld aan de directeur. Voor het begrip "tegenstrijdig belang" wordt aansluiting gezocht bij artikel 2:239 lid 6 Burgerlijk Wetboek; m. De wijziging van het managementstatuut; n. Het ontslaan van één of meer personeelsleden anders dan op eigen verzoek of leeftijdsontslag; o. Het benoemen van personeel anders dan opgenomen in de begroting, het formatieplan of in het geval van vervanging. De directeur draagt zorg voor toepassing, bespreking en naleving van de vigerende Code Goed Onderwijsbestuur VO. De directeur draagt zorg voor de voorbereiding en uitvoering van de besluiten, die op grond van het eerste lid van artikel 5 worden genomen; De directeur draagt zorg voor de voorbereiding en uitvoering van de vergaderingen met het bevoegd gezag en woont deze bij, met uitzondering van de vergadering of delen van de vergadering, waarin de directeur onderwerp van beraadslaging is; De directeur stelt het bevoegd gezag in kennis van de omvang en aard van zijn nevenwerkzaamheden. Het is de directeur toegestaan nevenwerkzaamheden uit te voeren, tenzij die werkzaamheden naar het oordeel van het bevoegd gezag redelijkerwijs in strijd zijn met de belangen van de school.

Artikel 5 1. 2.

Verlenen ondermandaat door de directeur

De directeur kan aan anderen die in dienst zijn van het bevoegd gezag en werkzaam zijn op en/of ten behoeve van de school mandaat verlenen ten aanzien van de taken en bevoegdheden zoals genoemd in artikel 5 lid 1 van dit managementstatuut; De directeur stelt een regeling vast waarin het ondermandaat, zoals genoemd in het eerste lid van dit artikel, beschreven wordt en stelt het bevoegd gezag hiervan in kennis. De in dit lid genoemde regeling maakt als bijlage 1 integraal deel uit van het managementstatuut.

15

Artikel 6 1.

De directeur draagt zorg voor een financieel gezonde huishouding en een kwalitatieve en tijdige uitvoering van de planning- en controlcyclus. De directeur zal derhalve de medezeggenschapraad informeren over: a. De vaststelling en wijziging van de (meerjaren)begroting; b. De vaststelling van het jaarverslag;

Artikel 7 1.

2. 3.

4. 5.

Regeling toedeling, bestemming en aanwending van de bekostiging

Rapportage & verantwoording

De directeur informeert het bevoegd gezag – overeenkomstig de door het bevoegd gezag vastgestelde richtlijnen – over het verloop en de resultaten van het gevoerde beleid van de school. Hiertoe zal de directeur in elk geval tweemaal per jaar overleg voeren met het bevoegd gezag. De directeur biedt jaarlijks vóór één december een ontwerp van de begroting met toelichting voor het komende jaar van de baten en de lasten van de activiteiten en voor één juni een ontwerp van het jaarverslag over het afgelopen jaar van de school aan het bevoegd gezag aan. Het jaarverslag gaat vergezeld van een verslag van een door het bevoegd gezag, op voordracht van de directeur, aangewezen registeraccountant dat, behalve de verklaring bij de het jaarverslag, bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid. De directeur brengt jaarlijks, in de vorm van het jaarverslag, verslag uit over zijn werkzaamheden aan het bevoegd gezag. De directeur besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt bekend/openbaar gemaakt.

Artikel 8

Intrekken van besluiten.

De directeur kan besluiten en/of maatregelen van anderen die in naam van de directeur op grond van het bepaalde in artikel 5 van dit statuut zijn genomen wegens strijd met enig geldende regeling en/of wegens mogelijke schade aan de belangen van de school bij gemotiveerd besluit geheel of gedeeltelijk in te trekken. Artikel 9 1. 2.

Het bevoegd gezag evalueert twee jaar na inwerkingtreding van dit managementstatuut de werking van dit statuut en neemt binnen een half jaar na die twee jaar op basis van de uitgevoerde evaluatie een besluit over een mogelijke aanpassing van het managementstatuut. De directeur draagt zorg voor de voorbereiding van de evaluatie van het bevoegd gezag.

Artikel 10 1. 2. 3. 4.

Evaluatie

Slotbepalingen

Het managementstatuut treedt voor het eerst in werking op de dag volgend op de dag, waarop dit statuut door het bevoegd gezag is vastgesteld. Een tussentijdse wijziging van het managementstatuut treedt in werking op de dag volgend op de dag waarop het bevoegd gezag tot wijziging dan wel verlenging heeft besloten. In gevallen waarin dit managementstatuut niet voorziet, beslist het bevoegd gezag. De directeur draagt er zorg voor dat een exemplaar van het managementstatuut in het gebouw van de school ter inzage beschikbaar is op een voor een ieder toegankelijke plaats. De directeur zendt een exemplaar van het managementstatuut, alsmede elke wijziging daarvan, zo spoedig mogelijk na de vaststelling ter kennisneming aan de inspectie. 16

Ondertekening: Kerkrade, Het college,

De secretaris,

dr. T.P. Dassen-Housen

R.M.J.S. Stijns.

Directeur,

Naam

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=8d5cc755-8d52-4922-bb45-f7b91dff27a8