CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Lijst van wijzigingen APV 2025

Gemeenteraad 11 december 2024, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit jaarlijkse actualisatie APV3.937 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Lijst van wijzigingen APV 2025 Legenda kleurgebruik APV Kerkrade 2025 - Geel (tekstuele) wijzigingen - Groen: nieuwe artikelen - Doorgehaald: vervallen Artikelnummer

Huidige tekst

Artikel 1:1 Definities

Gebouw: hetgeen daaronder wordt Gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het besluit verstaan in de bijlage, onder A, bij de bouwwerken Leefomgeving Omgevingswet

Artikel 2:1 Samenscholing ongeregeldheden

en Artikel 2:1 Samenscholing ongeregeldheden

Nieuwe tekst

en Artikel 2:1 Verwijderingsbevelen, samenscholing en ongeregeldheden

1.Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

Reden / onderbouwing van wijziging / toevoeging artikel Deze wijziging houdt verband met het overhevelen van de definitie van ‘gebouw’ in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving naar de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet. Inhoudelijk is de definitie niet gewijzigd. De artikelen 2:1 en 2:127 worden gewijzigd om de praktische toepassing van de artikelen te vereenvoudigen en laagdrempeliger te maken. De artikelen worden gewijzigd om de overlast- en leefbaarheidsproblematiek aan te pakken.

1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, anderen lastig te vallen, te vechten, door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden of op andere wijze Met de wijziging van artikel 2:1 2.Degene die op een openbare de orde te verstoren. wordt beoogd om het bestaande plaats: stelsel van verwijderingsbevelen te 2. In het belang van de openbare verbreden. Voorheen zag het stelsel a. aanwezig is bij een voorval orde, het voorkomen of beperken alleen toe op het verwijderen van waardoor ongeregeldheden van overlast, het voorkomen of personen bij voorvallen waardoor ontstaan of dreigen te ontstaan; beperken van aantasting van het ongeregeldheden dreigden te

b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid kan het college een gebied aanwijzen waar door politieambtenaren of bijzonder opsporingsambtenaren aan een persoon, die zich bevindt op de weg of plaats, die deel uitmaakt van dit gebied, gedurende de uren daarbij genoemd, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.

is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie of buitengewone opsporingsambtenaren belast met de Algemene plaatselijke verordening zijn weg te vervolgen of 3. Een ieder, die op een openbare zich in de door hem aangewezen plaats aanwezig is bij enig voorval, richting te verwijderen. waardoor er wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan of bij 3.Het is verboden zich te begeven een tot toeloop van publiek naar of zich te bevinden op openbare aanleiding gevende gebeurtenis, plaatsen die door het bevoegde waardoor er wanordelijkheden bestuursorgaan in het belang van de ontstaan of dreigen te ontstaan, dan openbare veiligheid of ter wel zich bevindt in of aanwezig is bij voorkoming van ongeregeldheden een samenscholing, is verplicht op zijn afgezet. een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie of een 4.De burgemeester kan ontheffing bijzonder opsporingsambtenaar zijn verlenen van het verbod, bedoeld in weg te vervolgen of zich in de door het derde lid. hem aangewezen richting te verwijderen. 5.Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en 4. Het is verboden zich te begeven godsdienstige en naar of zich te bevinden op openbare

ontstaan of bij samenscholingen. Door het opnemen van lid 2 wordt de bevoegdheid voor het geven van verwijderingsbevelen verbreed naar gevallen waarin de belangen van openbare orde, voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid dat vergen. Deze wijzigingen worden ook in de andere parkstadgemeenten ingevoerd, zodat er op uniforme wijze gehandeld wordt.

levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het vierde lid. 6. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.

Artikel 2:24 Definities Lid 3 sub c

Artikel 2:24 Definities

7. Op de aanvraag om een ontheffing, als bedoeld in het vijfde lid, is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:24 Definities Tekstuele wijziging.

3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen; b. het evenement maximaal 1 dag duurt;

3. In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen; b. het evenement maximaal 1 dag duurt;

c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 8.00 uur of na 22.00 uur (zo-do) en na 23.00 uur (vr-za), dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 dB(a) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan; (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en Artikel 2:26 Ordeverstoring en 1. Het is verboden bij een evenement deelname aan niet vergunde de orde te verstoren. evenementen

c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 8.00 uur of na 22.00 uur (zo-do) en na 23.00 uur (vr-za), dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 dB(a) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan; (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is eenieder voor wie het kenbaar is of redelijkerwijs kenbaar had moeten zijn dat een evenement niet vergund is, verboden wordt of beëindigd is, verboden deel te nemen aan dat evenement.

De problematiek rondom illegale carmeetings heeft laten zien dat onze handvaten om te handhaven vooral gericht zijn op de organisator(en). De organisator(en) van dat soort evenementen zijn vaak onbekend. Er worden oproepen gedaan via social media en wij als gemeente weten (vaak) niet wie achter de oproepen zit. Door middel van invoering van lid 2 wordt een concreet handvat gecreëerd dat zich richt tegen deelnemers aan een illegaal / verboden / beëindigd evenement. Het artikel kan breder gebruikt worden dan alleen ten behoeve van illegale carmeetings.

Artikel 2:77 Kamerverhuur

Met het oog op de bescherming van het geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de woning is het verboden om: • een zelfstandige woonruimte gelegen in het artikel 2:76 genoemde werkingsgebied om te zetten in onzelfstandige woonruimten; • een kamerverhuurpand te exploiteren of te doen exploiteren.

Artikel 2:78 Overgangsrecht

1. Indien een eigenaar van een woning ten tijde van de inwerkingtreding van de APV beschikte over een kamerverhuurvergunning, mag het kamerverhuur worden voortgezet gedurende de resterende looptijd van de verleende kamerverhuurvergunning tot en met uiterlijk 31 december 2024.

Met het oog op de bescherming van het geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van de woning is het verboden om: 1. een zelfstandige woonruimte gelegen in het artikel 2:76 genoemde werkingsgebied om te zetten in onzelfstandige woonruimten; 2. een kamerverhuurpand te exploiteren of te doen exploiteren. 1. Indien een eigenaar van een woning ten tijde van de inwerkingtreding van de APV beschikte over een kamerverhuurvergunning, mag het kamerverhuur worden voortgezet gedurende de resterende looptijd van de verleende kamerverhuurvergunning tot en met uiterlijk 31 december 2024.

2. Artikel 2:80 APV blijft op de in lid 1 2.Artikel 2:80 APV blijft op de in lid 1 genoemde situatie van toepassing. genoemde situatie van toepassing. 3. Indien in een woning één of twee onzelfstandige woonruimten zijn gerealiseerd, mogen deze voor een periode van maximaal 5 jaar blijven voortbestaan.

3.Indien in een woning één of twee onzelfstandige woonruimten zijn gerealiseerd, mogen deze voor een periode van maximaal 5 jaar blijven voortbestaan.

Wijziging in opsomming.

de

manier

van

Artikel 2:78 komt te vervallen. Vanaf 1 januari 2025 zijn alle verleende vergunningen voor kamerverhuur komen te vervallen. Het artikel is daardoor overbodig geworden. Er zijn in Kerkrade geen panden meer waar kamerverhuur is toegestaan, behoudens een aantal zeer uitzonderlijke gevallen. Gedacht moet dan worden aan het pand aan de Kloosterraderstraat waar studenten een studio/kamer kunnen huren. Daarnaast kan er ook, in heel uitzonderlijke gevallen, sprake zijn van overgangsrecht op grond van het bestemmingsplan, dit moet dan door de eigenaar van het pand aangekaart en aangetoond worden.

Artikel 2:80 Intrekkingsgronden

1.Het college kan de vergunning 1.Het college kan de vergunning Artikel 2:80 komt te vervallen. Vanaf intrekken indien: intrekken indien: 1 januari 2025 zijn alle verleende vergunningen voor kamerverhuur a. de vergunning is verleend op a. de vergunning is verleend op komen te vervallen. Het artikel is grond van door de grond van door de daardoor overbodig geworden. Er vergunninghouder verstrekte vergunninghouder verstrekte zijn in Kerkrade geen panden meer gegevens waarvan deze wist of gegevens waarvan deze wist of waar kamerverhuur is toegestaan, redelijkerwijs kon vermoeden dat zij redelijkerwijs kon vermoeden dat zij behoudens een aantal zeer onjuist of onvolledig waren; onjuist of onvolledig waren; uitzonderlijke gevallen. Gedacht moet dan worden aan het pand aan b. de aan de vergunning verbonden b. de aan de vergunning verbonden de Kloosterraderstraat waar voorwaarden en voorschriften niet voorwaarden en voorschriften niet studenten een studio/kamer kunnen worden nagekomen; worden nagekomen; huren. Daarnaast kan er ook, in heel uitzonderlijke gevallen, sprake zijn c. de vergunninghouder één jaar na c.

de vergunninghouder één jaar na van overgangsrecht op grond van het het onherroepelijk worden van de het onherroepelijk worden van de bestemmingsplan, dit moet dan door vergunning daarvan nog geen vergunning daarvan nog geen de eigenaar van het pand aangekaart gebruik heeft gemaakt, of de gebruik heeft gemaakt, of de en aangetoond worden. woonruimte waarvoor de woonruimte waarvoor de vergunning is verleend langer dan vergunning is verleend langer dan één jaar niet meer in gebruik is; één jaar niet meer in gebruik is; d. vaststaat of redelijkerwijs moet d. vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat worden aangenomen dat handhaving van de vergunning zou handhaving van de vergunning zou leiden tot een verstoring van de leiden tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring gezondheid, dan wel een verstoring van een geordend woon- en van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de vergunning gebouw waarop de vergunning betrekking heeft. Bij de toepassing betrekking heeft. Bij de toepassing van deze intrekkingsgrond wordt van deze intrekkingsgrond wordt

verwezen naar artikel 2:79 lid 2 van verwezen naar artikel 2:79 lid 2 van deze verordening. deze verordening. e. het aantal onzelfstandige e. het aantal onzelfstandige woonruimten afwijkt van het in de woonruimten afwijkt van het in de aanvraag vermelde aantal. aanvraag vermelde aantal.

Artikel 2:81 Hardheidsclausule

2.Het college gaat niet eerder tot intrekking van de vergunning over, voordat degene tegen wie het besluit tot intrekking wordt genomen bij aangetekende brief in kennis is gesteld van het voornemen de vergunning te willen intrekken, tenzij voor een nader te bepalen datum zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, dat alsnog aan de betreffende bepalingen van deze verordening wordt voldaan en hij/zij in de gelegenheid is gesteld zich door of namens het college te doen horen. Het college is bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van de verordening.

2.Het college gaat niet eerder tot intrekking van de vergunning over, voordat degene tegen wie het besluit tot intrekking wordt genomen bij aangetekende brief in kennis is gesteld van het voornemen de vergunning te willen intrekken, tenzij voor een nader te bepalen datum zodanige maatregelen en/of voorzieningen zijn getroffen, dat alsnog aan de betreffende bepalingen van deze verordening wordt voldaan en hij/zij in de gelegenheid is gesteld zich door of namens het college te doen horen. Het college is bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van de verordening.

Artikel 2:81 komt te vervallen. Vanaf 1 januari 2025 zijn alle verleende vergunningen voor kamerverhuur komen te vervallen. Het artikel is daardoor overbodig geworden. Er zijn in Kerkrade geen panden meer waar kamerverhuur is toegestaan, behoudens een aantal zeer uitzonderlijke gevallen. Gedacht moet dan worden aan het pand aan de Kloosterraderstraat waar

Artikel 2:86 Betreden woning of lokaal

gesloten 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. 4. Het is verboden de in het kader van een sluiting door of namens het bevoegd gezag aangebrachte (afsluit)voorziening te verwijderen of ongedaan c.q. onklaar te maken.

1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden. 3. Het is verboden een krachtens artikel 2:129 of 2:130 van de Algemene Plaatselijke Verordening Kerkrade gesloten niet voor het publiek openstaand gebouw, een bij dat gebouw behorend erf, een perceel of perceelgedeelte of enige andere ruimte te betreden. 4. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf

studenten een studio/kamer kunnen huren. Daarnaast kan er ook, in heel uitzonderlijke gevallen, sprake zijn van overgangsrecht op grond van het bestemmingsplan, dit moet dan door de eigenaar van het pand aangekaart en aangetoond worden. In het huidige artikel 2:86 is een verbod opgenomen om panden te betreden die gesloten zijn op grond van artikel 177a Gemeentewet en artikel 13b Opiumwet. Er wordt nu ook een verbod opgenomen om panden te betreden die gesloten zijn op grond van artikel 2:129 en 2:130 van de Algemene Plaatselijke Verordening Kerkrade.

5. De burgemeester is bevoegd van de verboden, zoals genoemd in lid 1 en 2 van dit artikel, ontheffing te verlenen.

Artikel 2:123a Lachgasverbod

Artikel 2:127 Gebiedsontzeggingen

Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende

wegens dringende reden noodzakelijk is. 5. Het is verboden de in het kader van een sluiting door of namens het bevoegd gezag aangebrachte (afsluit)voorziening te verwijderen of ongedaan c.q. onklaar te maken. 6. De burgemeester is bevoegd van de verboden, zoals genoemd in lid 1, 2 en 3 van dit artikel, ontheffing te verlenen. Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 1. In het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de verkeersvrijheid of veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid kan de burgemeester of een daartoe aangewezen politieambtenaar of

Artikel 2:123a komt te vervallen. Sinds 1 januari 2023 is lachgas gekwalificeerd als softdrug. Gebruik van lachgas valt dus voortaan onder artikel 2:123 Openlijk drugsgebruik.

De artikelen 2:1 en 2:127 worden gewijzigd om de praktische toepassing van de artikelen te vereenvoudigen en laagdrempeliger te maken. De artikelen worden gewijzigd om de overlast- en leefbaarheidsproblematiek aan te pakken.

handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven zich gedurende ten hoogste 3 maanden niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 3. Een bevel als bedoeld in het tweede lid kan slechts worden gegeven als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt. 4. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste of tweede lid gegeven bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag

bijzonder opsporingsambtenaar aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven om zich gedurende een in het bevel bepaalde periode niet anders dan in een openbaar middel van vervoer in een of meer bepaalde, door het collega aangewezen delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. De burgemeester beperkt het in het eerste lid genoemde bevel of de in dat bevel genoemde termijn indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. 3. Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd bevel als bedoeld in het eerste lid. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het bevel, bedoeld in het eerste lid. 5. Op de aanvraag om een ontheffing, als bedoeld in het vierde lid, is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Door het wijzigen van artikel 2:127 wordt beoogd dat ook medewerkers van politie en gemeentelijke boa’s gebiedsontzeggingen kunnen opleggen. Het wordt dan mogelijk om direct in te grijpen op momenten waarop de situatie daar om vraagt en kan de problematiek ook meteen worden aangepakt. Voorheen kon alleen de burgemeester een gebiedsontzegging opleggen. In de praktijk zorgde dat ervoor dat gebiedsontzeggingen niet acuut opgelegd konden worden. De burgemeester stelt beleidsregels op grond de toepassing van deze bevoegdheid, waardoor geborgd wordt dat deze op een uniforme en evenredige wijze wordt toegepast. Deze wijzigingen worden ook in de andere parkstadgemeenten ingevoerd, zodat er op uniforme wijze gehandeld wordt.

tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel. Artikel 5:6 Kampeermiddelen en 1. Het is verboden een voertuig dat andere voertuigen voor recreatie of anderszins voor Lid 1 en 2 andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben; b. langer dan 30 dagen per kalenderjaar op de weg te plaatsen of te hebben; c. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het in het vorige lid onder a gestelde geldt niet voor zover er sprake is van drie achtereenvolgende dagen gedurende 4 gelegenheden per jaar. Artikel 5:8 Grote voertuigen 1. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter te parkeren elders dan op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een

1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: a. langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben; b. langer dan 30 dagen per kalenderjaar op de weg te plaatsen of te hebben; c. op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. 2. Het in het vorige lid onder a gestelde geldt niet voor zover er sprake is van vier achtereenvolgende dagen gedurende 4 gelegenheden per jaar. 1. Het is verboden een voertuig dat en/of een aanhangwagen die, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte heeft van meer dan 2,4 meter te parkeren op de weg elders dan op een door het college aangewezen plaats. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor, en gebruikt wordt voor, het

Juridisch technische wijziging. Er is immers pas sprake van een overtreding, volgens lid 1, als je het voertuig langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg plaatst of hebt. Lid 2 biedt de mogelijkheid om gedurende vier gelegenheden per jaar het voertuig langer dan drie dagen, dus minstens vier dagen, op de weg te hebben of te plaatsen. Lid 1, 3, 4 en 5 worden niet gewijzigd.

lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren elders dan op een door het college aangewezen weg, waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte. 3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het tweede lid is voorts niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur. 5. Het college kan ontheffing verlenen van de verboden. 6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig en/of de aanhangwagen ter plaatse noodzakelijk is. 3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=2cbcaf1a-8ee1-4bdc-a620-5724c0ed073a