CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrekening 2020 KBL def.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit Jaarrekening 2020, de Begrotingsbijstelling 2021 en de Ontwerpbegroting 2022 inclusief Meerjarenraming 2023 en 2024 Kredietbank Limburg18.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

per 1 jan 2019 28.103 86.832 45.642 37.591 121.565 92.661 412.394

_____________________________________________________________________________________________ 26

Jaarstukken 2020

Jaarrekening 2020 Kredietbank Limburg

_____________________________________________________________________________________________ 27

Jaarstukken 2020

Balans per 31 december 2020 (na resultaatbestemming)

2020

2019

ACTIVA Vaste Activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Gebouwen Machines, apparaten en installaties Totaal materiële vaste activa met economisch nut

0 236.733

0 182.768 236.732

182.768

3.374.249

2.646.679

Financiële vaste activa Kredieten Vlottende activa Uitzettingen Liquide Middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa

1.401.937 9.376.763 87.081

Totaal

2.268.468 9.329.914 40.562 10.865.780

11.638.944

14.476.761

14.468.391

Passiva Vaste Passiva Eigen vermogen Resultaat vóór verliesverrekening Bijdrage GR-gem. in exploitatieres. Eigen vermogen ult. verslagperiode Voorzieningen Vaste schulden Totaal vaste passiva

0 -130.495 130.495 0 54.000 615.611

0 -59.928 59.928 0 0 617.290 669.611

617.290

Netto vlottende schulden

13.671.759

13.771.664

Overlopende passiva

135.391

79.437

14.476.761

14.468.391

Vlottende passiva

Totaal

_____________________________________________________________________________________________ 28

Jaarstukken 2020

Overzicht van baten en lasten 2020 t.o.v. de begroting

Realisatie

Primaire Begroting

Start prognose

Realisatie

2020

2020

2020

2019

337.608 1.243.305 3.918.336 5.499.249

5.016.000

321.000 1.302.000 3.934.000 5.557.000

350.836 1.186.347 3.432.990 4.970.173

Preventieprojecten

68.598

50.000

80.000

85.882

Sociale kredietverstrekking (intake)

216.396

100.000

210.000

102.420

Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer Bewindvoering BBR-maatwerk Subtotaal

1.409.181 1.961.044 230.167 3.600.392

1.278.000 2.102.000 89.000 3.469.000

1.435.000 2.159.000 335.000 3.929.000

1.327.706 1.913.516 205.469 3.446.691

Overige bedrijfsopbrengsten

20.154

20.000

30.000

27.666

Rentemarge Renteopbrengsten Rentekosten Rentemarge

249.358 297249.062

252.000 1.000251.000

269.000 1.000268.000

310.859 317310.542

Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat

130.495

-

-

59.928

Deelname GR-gem. in voorz. Kredietport.

24.438-

75.000

75.000

78.673

9.759.908

8.981.000

10.149.000

9.081.975

Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afsc hrijvingen Huisvestingslasten Bureau/administratielasten Beheerslasten Mutatie voorziening kred. port.

7.647.566 79.491 347.990 62.835 52.343 247.297 1.031.985 314.839 24.438-

7.123.000 31.000 55.000 62.000 67.000 251.000 961.000 356.000 75.000

7.954.000 50.000 263.000 62.000 52.000 256.000 1.029.000 408.000 75.000

7.142.507 49.063 53.279 63.896 17.261 242.007 996.732 438.558 78.673

Totaal lasten

9.759.908

8.981.000

10.149.000

9.081.975

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

Mutaties reserves

0

0

0

0

Gerealiseerde resultaat

0

0

0

0

Baten: Schuldhulpverlening Preventie, vroegsignalering en educ atie Instroom en diagnose Sc huldenaanpak Subtotaal

Totaal baten Lasten:

_____________________________________________________________________________________________ 29

Jaarstukken 2020

Toelichtingen: Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten daarvoor geeft. De terminologie die in deze jaarrekening voor de posten in de balans en in de staat van baten en lasten wordt gehanteerd, wijkt op enkele onderdelen af van het voorgeschreven jaarrekeningmodel volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Wij zijn echter van mening dat deze afwijkende terminologie het inzicht voor de gebruikers in de jaarrekening van KBL ten goede komt omdat hiermee meer recht wordt gedaan aan de verantwoording over de specifieke activiteiten van KBL op het gebied van schuldhulpverlening, budgetbeheer, beschermingsbewind en sociale kredietverlening. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.

Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegelden verlofaanspraken. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden. Met ingang van 1 januari 2016 is KBL belastingplichtig in het kader van de wet Vennootschapsbelasting. Ultimo 2016 is met de Belastingdienst overleg geweest over de fiscale status van de activiteiten van KBL.

Dit zal naar verwachting ertoe leiden dat geen van de activiteiten van KBL belast zullen worden in het kader van de vennootschapsbelasting. Algemeen Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020. Alle bedragen luiden in euro’s, tenzij anders vermeld. Materiële vaste activa met economisch nut Overige investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de _____________________________________________________________________________________________ 30

Jaarstukken 2020

verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Op grondbezit met economisch nut wordt niet afgeschreven (niet van toepassing). Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde, indien deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Verbouwing Automatisering Inventaris en inrichting Mobiele telefoons

15 jaar 3-4 jaar 4-10 jaar 2 jaar

Onderhoudsuitgaven worden slechts geactiveerd, indien zij de gebruiksduur van het object verlengen. Kredieten Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde, waarbij v.w.b. de integrale kredietportefeuille een voorziening is gevormd voor verwachte oninbaarheid van de kredieten. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande kredieten. Hieronder zijn begrepen de vorderingen op klanten. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van een evaluatie van de volwaardigheid van de per ultimo van een jaar openstaande vorderingen. De spaartegoeden van klanten die onder bewindvoering staan, worden in de jaarrekening onder de vlottende activa opgenomen. Onder de netto vlottende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen. Terugbetaling vindt plaats op het moment dat de bewindvoering is komen te vervallen. Overlopende activa De overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voorzieningen In 2020 is een voorziening WW-verplichting gevormd.

KBL is eigenrisicodrager voor WWuitkeringen van voormalige medewerkers. Deze voorziening wordt gewaardeerd op het voorzienbare verlies. Vaste schulden Onder de vaste schulden zijn begrepen de achtergestelde leningen die, in overeenstemming met de bepalingen bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling (GR), door zowel de aan de GR deelnemende gemeenten als de uittredende GOgemeenten gestort zijn. Deze achtergestelde leningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Netto vlottende schulden De netto vlottende schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Onder de netto vlottende schulden is de post ‘crediteuren klanten’ opgenomen. Deze schulden worden tegen de nominale waarde opgenomen en hebben betrekking op _____________________________________________________________________________________________ 31

Jaarstukken 2020

verschuldigde bedragen aan crediteuren van klanten van KBL. Verantwoording van deze schulden vindt deels plaats bij ontvangst van de factuur en deels op basis van onderliggende budgetplannen. Onder de liquide middelen zijn bankrekeningen opgenomen waarop de gelden van de klanten ontvangen worden. Deze bankrekening wordt gebruikt voor de betaling van de verschuldigde bedragen aan crediteuren van klanten van KBL. Ook zijn opgenomen de schulden aan leveranciers en handelskredieten en het banksaldo van de eigen middelen van KBL. Overlopende passiva De overlopende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld conform de indirecte methode. Het kasstroomoverzicht bevat tevens de mutaties van middelen die door KBL beheerd worden ten behoeve van de klanten. Gebruik van schattingen Bij het opstellen van de jaarrekening dient de directie, in overeenstemming met algemeen geldende grondslagen, bepaalde schattingen en veronderstellingen te doen die medebepalend zijn voor de opgenomen bedragen. De feitelijke resultaten kunnen van deze schattingen afwijken. COVID-19 Het COVID-19 (Corona) virus heeft geen financiële gevolgen voor de jaarrekening 2020, maar wel voor naar verwachting veel beleidsterreinen van onze begroting 2021 en mogelijk voor de jaren daarna. Hoe groot de financiële impact zal zijn is nu onmogelijk te bepalen.

We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. Onze organisatie loopt geen risico voor de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.

_____________________________________________________________________________________________ 32

Jaarstukken 2020

Toelichting op de balans Materiële vaste activa met economisch nut

2020 236.732

€

€

2019 182.768

Het verloop van de materiële vaste activa is als volgt weer te geven: (Gebouwen) Verbouwingen

Stand per 1 januari 2020 Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde Mutaties in 2020 Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen

Stand per 31 december 2020 Aanschafwaarde Cumulatieve afschrijvingen Boekwaarde

(Machines, apparaten en installaties) Automatisering Inventaris

2.043.677 2.043.677

Totaal

3.043.975 2.885.187

1.020.207 996.226

6.107.859 5.925.090

-

158.788

23.981

182.769

-

106.307 45.160 61.147

7.183 7.183-

106.307 52.343 53.964

2.043.677 2.043.677-

3.150.282 2.930.347-

1.020.207 1.003.409-

6.214.167 5.977.433-

-

219.935

16.798

236.733

In 2020 hebben investeringen plaatsgevonden v.w.b. automatisering en telefonie. Investeringen worden lineair afgeschreven. Verbouwingen worden afgeschreven in 15 jaar. Inventaris en inrichting wordt afgeschreven in 4 of 10 jaar. Automatisering (Hardware en implementaties) wordt afgeschreven in 3 of 4 jaar. Mobiele telefoons in 2 jaar.

Kredieten €

2020 3.374.249

€

2019 2.646.679

De samenstelling van de kredieten is als volgt: Persoonlijke leningen Doorlopende kredieten Voorziening oninbare kredieten

3.406.740 75.278 3.482.018 -107.769 3.374.249

2.772.557 104.905 2.877.461 -230.782 2.646.679

Onderstaand is het verloop van de doorlopende kredieten en persoonlijke leningen van 2018 tot en met 2020 weergegeven:

_____________________________________________________________________________________________ 33

Jaarstukken 2020

2018 2019 2020

Persoonlijke leningen (PL) 3.296.759 2.772.557 3.406.740

Doorlopende Totale kredieten (DK) kredietportefeuille 157.697 3.454.456 104.905 2.877.461 75.278 3.482.018

De informatie uit de tabel is vertaald naar de volgende grafiek:

De verdeling van de lening portefeuille is als volgt:

Maastricht Sittard Geleen Heerlen Kerkrade Landgraaf Brunssum Totaal GR

PL aantal 526 279 341 239 109 106 1.600

DK bedrag 921.359 475.159 559.299 424.428 196.149 173.601 2.749.996

aantal

TOTAAL

2 24

bedrag 3.189 2.48030.874 18.572 14.789 64.944

924.548 472.679 590.173 443.000 196.149 188.390 2.814.939

2 7 8 5 -

Niet-GR

418

656.744

10

10.335

667.079

TOTAAL

2.018

3.406.740

34

75.278

3.482.017

De verdeling van de lening portefeuille over de GR-deelnemers is in de volgende grafiek inzichtelijk gemaakt.

_____________________________________________________________________________________________ 34

Jaarstukken 2020

Saldi PL & DK per 31-12-2020 Ni et-GR; 19%

Ma a stricht; 27%

Bruns sum; 5%

La ndgraaf; 6% Si tta rd Geleen; 14%

Kerkra de; 13% Heerlen; 17%

Voorziening oninbare kredieten: Kredieten worden gewaardeerd op de nominale waarde onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Op basis van een integrale beoordeling van de kredietportefeuille is gebleken dat een voorziening ter grootte van € 107.769 nodig is. Dit bedrag bestaat uit een gedeelte betreffende verstrekte kredieten vóór 2005 (€ 76.515) en een gedeelte betreffende kredieten vanaf 2005 (€ 31.254). Onderstaand worden de voorzieningen over de periode vóór en vanaf 2005 toegelicht. Voorziening kredieten vóór 2005 Stand van de voorziening per 01-01 Vrijval/dotatie Onttrekking Stand van de voorziening per 31-12

2020 162.575 -33.037 -53.022 76.515

2019 286.228 56.074 -179.727 162.575

Bovengenoemde onttrekkingen betreffen het afboeken van leningen. Deze afboekingen zijn te verdelen in grofweg vier categorieën: 1. De WSNP is na drie jaar afgelopen waardoor cliënt schuldenvrij is; 2. Klant komt te overlijden en de eventuele erfgenamen verwerpen de erfenis of de boedel is leeg; 3. Afgewikkelde schuldregelingen; 4. Klanten zijn vertrokken en onbekend is waarheen, de zogenaamde VOW-klanten; 5. Dossiers van cliënten die terugkomen van de deurwaarder als gevolg van geen verhaal. In het volgend overzicht staat per gemeente aangegeven wat het bedrag van de afboekingen is geweest van haar inwoners, inclusief de vermelding van de categorie waarin de afboeking te plaatsen is. Dit betreft de afboekingen van leningen welke zijn verstrekt vóór 2005:

_____________________________________________________________________________________________ 35

Jaarstukken 2020

Gemeente

WSNP

Brunssum Heerlen Kerkrade Maastricht Sittard-Geleen Overige

Overlijden

Deurwaarder kosten/rente/ geen verhaal

VOW/geen verhaal

ASR

Totaal

€ 2.605 € 7.091

€ 3.977

€ 216

€ 6.882

€ 2.605 € 12.232 € 9.560 € 1.364 € 17.813 € 9.449

€ 949 € 9.560 € 1.364 € 17.813

€ 103

€ 2.463

Totaal 2020 In procenten

€ 7.194 14%

€ 3.977 7,5%

€ 2.679 5%

€ 20.126 38%

€ 19.047 36%

€ 53.022 100%

Totaal 2019

€ 27.297

€ 16.701

€ 67.532

€ 62.516

€ 5.681

€ 179.727

In procenten

15%

9,0%

38%

35%

3%

100%

Voorziening kredieten vanaf 2005 Stand van de voorziening per 01-01 Vrijval/dotatie Onttrekking Stand van de voorziening per 31-12

2020 68.207 8.599 -45.553 31.254

2019 92.030 22.599 -46.422 68.207

De kredietportefeuille m.b.t. leningen welke zijn verstrekt vanaf 2005 kent in het algemeen een veel positiever verloop. De verdeling van de categorieën afboekingen 2020 over de gemeenten is als volgt:

Gemeente

WSNP

Brunssum Heerlen Kerkrade Maastricht Roermond Sittard-Geleen Overige

In procenten

ASR

Deurwaarder kosten/rente/ geen verhaal

Totaal

€ 86 € 3.969 € 2.430

€ 86 € 2.497 € 8.672 € 17.791 € 7.521 € 7.948 € 1.038

€ 2.497 € 4.575 € 12.342 € 7.147 € 4.484

€ 128 € 3.020 € 374

€ 3.464 € 1.038

Totaal 2020 In procenten Totaal 2019

Overlijden

VOW/geen verhaal

€ 3.464 8% €

6.144

€ 6.398 14% €

13%

2.592 6%

€ 4.646 10% €

9.055

€ 31.044 68% €

20%

28.139

€0 0% €

492

60%

Uitzettingen €

2020 1.401.937

1%

€

€ 45.553 100% €

46.422 100%

2019 2.268.468

De uitzettingen bestaan uit: Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen Totaal

2020 657.609 744.328 1.401.937

2019 1.487.878 780.590 2.268.468

_____________________________________________________________________________________________ 36

Jaarstukken 2020

Vorderingen op openbare lichamen

2020 657.609

€

€

2019 1.487.878

Het vorderingensaldo per 31 december 2020 bestaat uit: Omschrijving Deelname GR gemeenten in voorziening kredietport. Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat Diensten GR-gemeenten Diensten Niet-GR gemeenten Totaal

2020 206.344 130.495 241.940 78.830 657.609

2019 456.933 59.928 872.161 98.857 1.487.878

De totale deelname van GR gemeenten in de voorziening kredietportefeuille bedraagt per 31 december 2020 € 206.344 en kan worden verdeeld over verstrekte kredieten van vóór 2005 € 129.536 en vanaf 2005 € 76.808.

Overige vorderingen

2020 744.328

€

€

2019 780.590

Dit betreffen de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert in het kader van bewindvoering. Onder de kortlopende schulden is de terugbetalingsverplichting van deze tegoeden aan de klanten opgenomen (overige schulden).

Liquide middelen €

2020 9.376.763

€

2019 9.329.914

De liquide middelen per 31 december bestaan uit: 2020 1.856 9.374.907 9.376.763

Kasmiddelen Bankrekeningen Totaal

2019 1.666 9.328.248 9.329.914

De liquide middelen zijn direct opeisbaar. Onder de liquide middelen zijn 2 bankrekeningen (inzake schuldhulpverlening en beschermingsbewind) bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) opgenomen waarop de gelden van klanten worden ontvangen. Deze bankrekeningen worden gebruikt ten behoeve van de betaling van de verschuldigde bedragen aan de crediteuren van klanten en aan klanten. Met BNG is een kredietovereenkomst gesloten die voorziet in rentecompensatie van alle betaalrekeningen van KBL. De kredietfaciliteit bij BNG bedraagt maximaal € 1 miljoen. Er zijn geen zekerheden afgegeven.

Overlopende activa €

2020 87.081

€

2019 40.562

De overlopende activa kunnen als volgt worden weergegeven: _____________________________________________________________________________________________ 37

Jaarstukken 2020

2020 Nog te ontvangen voorschotbedragen ontstaan door voorfinanc. op uitkeringen met spec. bestedingsdoel Overige nog te ontv. en vooruitbetaalde bedragen Totaal

€ € €

87.081 87.081

2019 € € €

40.562 40.562

De specificaties zijn opgenomen in onderstaande tabel: Omschrijving Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Totaal

2020 19.447 67.634 87.081

2019 19.398 21.164 40.562

2020 0 19.447 19.447

2019 0 19.398 19.398

Nog te ontvangen bedragen De nog te ontvangen bedragen per 31 december bestaan uit: Omschrijving Nog te ontvangen rente Overige nog te ontvangen bedragen Totaal

De overige nog te ontvangen bedragen betreft hoofdzakelijk de nog te vorderen BTW over het boekjaar 2020 ad € 8.000. Vooruitbetaalde bedragen De vooruitbetaalde bedragen per 31 december bestaan uit: Omschrijving Vooruitbetaalde huur Vooruitbetaald onderhoud Vooruitbetaalde verzekeringen Overige vooruitbetaalde bedragen Totaal

2020 0 49.987 9.574 8.073 67.634

2019 465 8.338 7.515 4.846 21.164

_____________________________________________________________________________________________ 38

Jaarstukken 2020

Eigen vermogen en resultaat €

Het eigen vermogen per 1 januari Resultaat boekjaar vóór verliesverrekening Bijdrage gemeenten in exploitatieresultaat Het eigen vermogen per 31 december Af te dragen aan GR-gemeenten Eigen vermogen per saldo

2020 0

2019 0

€

130.495130.495 -

59.92859.928 -

Conform artikel 30 lid 4 wordt een eventueel tekort volgens de verlies- en winstrekening van de bank, voor zover het niet van het eigen vermogen kan worden afgeschreven, door de gemeenten vergoed. Door de bijdrage van de gemeenten in het exploitatieresultaat ad € 130.495 is het eigen vermogen per 31 december 2020 nihil. Tijdens de bestuursvergadering van 19 januari 2012 is besloten dat het weerstandsvermogen is bepaald op 6% van de exploitatielasten (exclusief mutatie voorziening). De berekening van het weerstandsvermogen ultimo 2020 blijkt uit onderstaande opstelling: Weerstandsvermogen Lasten excl. mutatie voorziening Weerstandsvermogen 6% Eigen vermogen na winstbestemming Af te dragen aan GR-gemeenten

9.784.346

9.003.302

587.061 0

540.198 0

Aangezien het eigen vermogen na winstbestemming per ultimo boekjaar nihil is, is er geen terugbetalingsverplichting op grond van artikel 30 lid 3 van de GR verschuldigd. Over het boekjaar 2019 is het negatieve exploitatieresultaat (€ 59.928) bij de GRgemeenten in rekening gebracht.

Voorzieningen €

2020 54.000

€

2019 -

€

2020 54.000

€

2019 -

De voorziening betreft: Voorz. voor verplichtingen, verliezen en risico's

Met ingang van het boekjaar 2020 wordt, conform de richtlijnen van het BBV, een voorziening voor de WW-verplichting opgenomen in de jaarrekening. Het saldo ultimo 2020 betreft de dotatie aan de voorziening op basis van geschatte WW-uitkeringen inzake voormalige medewerkers wiens dienstverband vóór 31 december 2020 is beëindigd. Het verloopoverzicht van de voorziening WW-verplichting is als volgt:

_____________________________________________________________________________________________ 39

Jaarstukken 2020

Boekwaarde 31-12-2019 Toevoeging Vrijval Aanwending Boekwaarde 31-12-2020

0 54.000 0 0 54.000

Vaste schulden €

2020 615.611

€

2019 617.290

€

2020 615.611

€

2019 617.290

De vaste schulden betreffen: Onderhandse leningen openbare lichamen

Het verloopoverzicht is als volgt: Saldo 31-12-2019 Vermeerderingen Aflossingen Saldo 31-12-2020

617.290 0 -1.679 615.611

De onderhandse leningen per 31 december betreffen “Achtergestelde leningen”. Diverse gemeenten hebben de achtergestelde leningen gestort, in overeenstemming met de bepaling bij de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling. Onderstaand volgt een overzicht met hierin gespecificeerd de saldi per gemeente: Achtergestelde leningen deelnemers GR Brunssum Heerlen Kerkrade Landgraaf Maastricht Sittard-Geleen Totaal Achtergestelde leningen uittredende GO leden Nuth Totaal Totaal achtergestelde leningen

2020 59.674 121.890 91.104 60.430 154.720 127.793 615.611

2019 59.674 121.890 91.104 60.430 154.720 127.793 615.611

2020 0 0

2019 1.679 1.679

615.611

617.290

Voor wat betreft de terugbetaling van deze achtergestelde leningen dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de door de uittredende GO-leden gestorte achtergestelde leningen en de door de deelnemers aan GR gestorte leningen. Terugbetaling en rentevergoeding achtergestelde leningen deelnemers GR Wanneer de geaccumuleerde batige saldi, vermeerderd met de achtergestelde leningen van de deelnemers op enig moment de nagestreefde solvabiliteit (10%) overschrijden, dan wordt het meerdere deel pro rata in mindering gebracht op de achtergestelde leningen. Gelet op het exploitatieresultaat en de balansposities vindt over 2020 geen gedeeltelijke terugbetaling plaats van de achtergestelde leningen aan de deelnemers van de GR. De leningen zijn renteloos.

_____________________________________________________________________________________________ 40

Jaarstukken 2020

Terugbetaling en rentevergoeding achtergestelde leningen uittredende GO-leden De achtergestelde leningen uittredende GO-leden zijn ultimo 2020 geheel afgelopen.

Netto vlottende schulden €

2020 13.671.759

€

2019 13.771.664

De netto vlottende schulden bestaan uit: 2020 11.531.307 2.140.452 13.671.759

Overige schulden Bank Totaal

Overige schulden €

2020 11.531.307

2019 11.379.236 2.392.428 13.771.664

€

2019 11.379.236

De overige schulden kunnen als volgt worden weergegeven: 2020 9.369.426 744.328 1.417.553 11.531.307

Crediteuren klanten Verplichtingen liquide middelen klanten Schulden aan leveranciers en handelskredieten Totaal

2019 9.324.819 780.590 1.273.828 11.379.236

Crediteuren klanten Dit betreffen de verschuldigde bedragen aan (crediteuren van) onze klanten die vanaf januari 2021 tot uitbetaling leiden. Tegenover deze verschuldigde bedragen staan voor hetzelfde bedrag de van klanten ontvangen gelden. Deze maken deel uit van de onder de liquide middelen vermelde bankrekeningen. Verplichtingen liquide middelen klanten Dit zijn de gelden van klanten beschermingsbewind waarvan KBL de bankrekening beheert. Onder overige vorderingen staan de van klanten overgedragen liquiditeiten die KBL beheert voor hetzelfde bedrag. Schulden aan leveranciers en handelskredieten Het crediteurensaldo per 31 december 2020 laat een saldo zien van € 1.417.553. Het saldo wordt grotendeels bepaald door de nog te betalen salariskosten over december 2020 aan de gemeente Maastricht ad € 1.196.565. De gemeente Maastricht voert de salarisadministratie uit ten behoeve van KBL. De openstaande schulden zijn per medio februari 2021 afgelopen.

Bank €

2020 2.140.452

€

2019 2.392.428

Deze post betreft de bankrekening (negatieve) eigen middelen van KBL. Met de 2 bankrekeningen van de BNG t.b.v. klanten (zie liquide middelen) maken ze deel uit van hetzelfde rentecompensatiestelsel.

_____________________________________________________________________________________________ 41

Jaarstukken 2020

Overlopende passiva €

2020 135.391

€

2019 79.437

De overlopende passiva kunnen als volgt worden weergegeven: Verplichtingen welke in het lopend begrotingsjaar zijn opgebouwd en volgend begrotingsjaar worden betaald Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen Totaal

2020

2019

56.406

79.437

78.985 135.391

0 79.437

Verplichtingen Hier zijn bijv. de nog te betalen kosten inzake de salarisverwerking, ICT en juridisch advies per ultimo boekjaar opgenomen. Het restant van de overige schulden bestaat verder uit aangegane verplichtingen per 31 december 2020 waarvoor nog geen facturen zijn ontvangen. Vooruitontvangen bedragen Het bedrag ultimo 2020 betrof de projecten Verduurzaming SHV Sittard-Geleen en Schulden afkoop jongeren Maastricht.

_____________________________________________________________________________________________ 42

Jaarstukken 2020

Niet uit de balans blijkende verplichtingen De jaarlijkse verplichting betreffende met derden aangegane huurverplichtingen onroerend goed bedraagt in totaal € 150.000. De looptijd van het huurcontract is 10 jaar, met een looptijd tot 30 juni 2025. Hierdoor is de totale contractwaarde voor de resterende periode € 675.000. De overige verplichtingen betreffen voornamelijk onderhoudscontracten betreffende gebouwen ad € 66.000 (contractwaarde resterende periode € 297.000), automatisering ad € 300.000 (contractwaarde € 350.000), telefonie ad € 50.000 (contractwaarde € 125.000) en printers € 10.000 (contractwaarde € 29.000). Daarnaast is er nog een verplichting betreffende de postbezorging ad € 120.000 (contractwaarde € 120.000). De looptijden van de contracten variëren van 3 tot 10 jaar.

_____________________________________________________________________________________________ 43

Jaarstukken 2020

Toelichting op het overzicht van baten en lasten BATEN: Algemeen Door het Bestuur is besloten dat de in rekening gebrachte voorschotten niet behoeven te worden verrekend met de daadwerkelijke aantallen. De hier getoonde baten 2020 v.w.b. schuldhulpverlening, sociale kredietverstrekking en budgetbeheer betreffen de voorschotten. In het hoofdstuk COVID-19 virus worden de verschillen tussen voorschotten en realisatie toegelicht per GR-gemeente.

Schuldhulpverlening €

2020 5.499.249

€

2019 4.970.174

De verdeling per doelgroep is als volgt:

GR-gemeenten Niet-GR-gemeenten Betaald door klanten Schuldhulpverlening

2020 4.530.580 661.894 306.776 5.499.249

2019 3.959.650 640.620 369.904 4.970.174

2020 337.608 1.243.305 3.918.336 5.499.249

2019 350.836 1.186.347 3.432.990 4.970.174

De verdeling per soort dienstverlening is als volgt:

Preventie, vroegsignalering en educatie Instroom en diagnose Schuldenaanpak Schuldhulpverlening

Opbrengst projecten

2020 68.598

€

€

2019 85.882

In de afgelopen jaren heeft KBL extra gelden ontvangen voor de uitvoering van projecten. De baten 2020 kunnen als volgt worden gespecificeerd: Opbrengst

Kosten

Saldo 2020 Project Vindplaats Schulden Maastricht 87.504 54.92132.583 Project verduurzaming SHV Sittard-Geleen 80.000 8.00036.015 € 167.504 € 62.921- € 68.598 Kosten zijn de direct toewijsbare kosten, niet zijnde de kosten van eigen personeel.

Overloop 2020 35.985 € 35.985

Intakegesprekken kredietverlening

2019 102.420

€

2020 216.396

€

De intake voor een sociaal krediet heeft tot doel te beoordelen of het mogelijk is om op een sociaal maatschappelijk verantwoorde wijze krediet te verstrekken aan inwoners van _____________________________________________________________________________________________ 44

Jaarstukken 2020

de GR- en overige gemeenten in het werkgebied van KBL. De hogere opbrengst is het gevolg van het hoger aantal gefactureerde opbrengsten en aanpassing van het tarief.

Budgetbeheerrekening €

2020 1.409.181

€

2020 1.004.028 116.972 288.181 1.409.181

GR-gemeenten Niet-GR-gemeenten Betaald door klanten Budgetbeheerrekening

Bewindvoering €

2020 1.961.044

2019 742.525 100.735 484.446 1.327.706

€

2020 1.465.468 495.576 1.961.044

GR-gemeenten Betaald door klanten Beschermingsbewind

2019 1.327.706

2019 1.913.516 2019 1.466.301 447.215 1.913.516

Het aantal zaken bewindvoering is in 2020 gedaald van 971 dossiers naar 956 dossiers. Daarnaast is dit geen statisch aantal. Er vindt instroom, doorstroom en uitstroom in plaats. Met name nieuwe bewindvoeringszaken zijn arbeidsintensief bij het opstarten ervan. Voor het bedrijfsonderdeel beschermingsbewind worden de tarieven jaarlijks wettelijk vastgesteld en is de extra bijdrage beperkt tot de compensatie voor het hogere uurtarief. Deze compensatie boven de normbedragen wordt bij de gemeenten in rekening gebracht.

Budgetbeheer maatwerk €

2020 230.167

€

2019 205.469

Het aantal dossiers Budgetbeheer Maatwerk is van 76 dossiers in 2019 gestegen naar 99 dossiers in 2020.

Overige bedrijfsopbrengsten €

2020 20.154

€

2019 27.666

De overige bedrijfsopbrengsten bestaan voornamelijk uit nagekomen baten van deurwaarders inzake afgewikkelde dossiers. Daarnaast is hier de BTW teruggaaf over 2020 verantwoord ter grootte van € 8.000 en de administratieve afwikkeling van oude balansposten.

Rentemarge €

2020 249.062

€

2019 310.542

_____________________________________________________________________________________________ 45

Jaarstukken 2020

De rentemarge kan als volgt worden gespecificeerd: 2020 249.358 297249.062

Rentebaten kredieten Overige rentelasten minus -baten Rentemarge

2019 310.859 317310.542

KBL voorziet in haar financieringsbehoefte door eventueel gebruik te maken van debet faciliteiten in rekening-courant. Dit is in 2020 en 2019 niet aan de orde geweest. De daling van de rentemarge wordt voornamelijk veroorzaakt door de gemiddeld lagere rente van verstrekte kredieten. Verschillen in de rentebaten zijn bovendien ontstaan door correcties op de achterstandsrente bij afboekingen van leningen. De rentebaten betreffen de daadwerkelijk ontvangen rente van klanten en gefactureerde rente bij gemeenten. De kredietportefeuille is over 2020 per saldo ca. € 600.000 gestegen als gevolg van de inzet van meer saneringskredieten als instrument van schuldhulpverlening.

Bijdragen gemeenten in exploitatieresultaat €

2020 130.495

€

2019 59.928

De bijdrage van de GR-gemeenten in het exploitatieresultaat in 2020 is ca. € 71.000 hoger dan in 2019.

Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille

€

2020 24.438-

€

2019 78.673

Het bestuur heeft in 2008 besloten om een voorziening te treffen voor de oninbaarheid van de uitstaande kredieten, die voor 2005 verstrekt zijn. Jaarlijks zal worden bepaald hoe hoog de stand van deze voorziening dient te zijn. Daar staat tegenover dat toekomstige afboekingen dan aan deze voorziening kunnen worden onttrokken, waardoor de druk op toekomstige resultaten zal afnemen. De kredietportefeuille met betrekking tot de leningen welke zijn verstrekt vanaf 2005 kent een veel positiever verloop. De afboekingen op verstrekte leningen vanaf 1 januari 2005 zijn tot nu toe minimaal en ook de achterstanden zijn acceptabel. Desondanks is besloten om ook ten aanzien van deze kredietportefeuille een voorziening voor oninbaarheid op te nemen.

KBL kent in haar begroting en jaarrekening geen post onvoorzien, daardoor wordt hiervoor geen verloopoverzicht conform het BBV opgesteld.

_____________________________________________________________________________________________ 46

Jaarstukken 2020

LASTEN: Salarissen €

2020 7.647.566

€

2019 7.142.507

De post salarissen bestaat uit: 2020 5.916.169 -25.967 862.200 895.165 7.647.566

Brutolonen Af: Ziekengeld Sociale lasten Pensioenpremies Totaal salarissen

2019 5.599.705 -53.408 820.396 775.813 7.142.507

De brutolonen zijn in 2020, naast de hogere formatie, hoger als gevolg van functieherwaardering, de indexering conform CAO, de jaarlijkse anciënniteit en promoties naar de eindschaal, hogere premies sociale lasten en pensioenen. KBL had in december 2020 118 fte (= 134 medewerkers) in dienst tegenover 117 fte (= 132 medewerkers) ultimo 2019. Van het totale aantal medewerkers heeft 21 fte (= 24 medewerkers) ultimo december 2020 een tijdelijk contract. De begroting 2020 is gebaseerd op een personeelsbestand van gemiddeld 114 fte. Het daadwerkelijk gemiddeld aantal fte is 117. Per saldo zijn de salariskosten in 2020 ca. € 525.000 hoger dan de begroting. In de begroting was nog geen rekening gehouden met de consequenties van het actualiseren van de functiebeschrijvingen en de hogere indexatie conform CAO.

WW-uitkeringen €

2020 79.491

€

2019 49.063

De kosten WW-uitkeringen 2020 bestaan uit:

Uitbetaalde WW-uitkeringen Dotatie voorziening WW-verplichting WW-uitkeringen

2020 25.491 54.000 79.491

2019 49.063 0 49.063

Als gevolg van het beëindigen van diverse tijdelijke contracten zijn WW-uitkeringen door het UWV doorbelast aan KBL. Op het gebied van werkloosheid is KBL eigenrisicodrager. De uitbetaalde uitkeringen zijn in 2020 ca. € 24.000 lager dan in 2019. Een aantal voormalige medewerkers heeft minder of korter aanspraak gemaakt op een uitkering. Dat komt onder andere ook omdat we nu werken met een re-integratiebureau dat begeleidt van werk naar werk. Conform de richtlijnen van het BBV wordt er met ingang van 2020 een voorziening WWverplichting opgenomen in de jaarrekening. Ultimo 2020 bedroeg de (mutatie) voorziening € 54.000. In de begroting 2020 zijn de uit te betalen uitkeringen geraamd op € 31.000 en de realisatie is derhalve € 6.000 lager dan begroot. De (mutatie) voorziening was niet begroot.

_____________________________________________________________________________________________ 47

Jaarstukken 2020

Inhuur medewerkers €

2020 347.990

€

2019 53.279

De kosten van inhuur zijn in 2020 € 295.000 hoger dan in 2019 als gevolg van het tijdelijk inhuren van een manager, ICT- en facilitaire ondersteuning en medewerkers ten behoeve van projecten. De kosten volgens de begroting waren € 55.000.

Overige personeelslasten €

2020 62.835

€

2019 63.896

De lasten in 2020 vertonen een lichte daling ten opzichte van 2019. In de begroting 2020 zijn de overige personeelslasten geraamd op € 62.000.

Afschrijvingen €

2020 52.343

€

2019 17.261

Per saldo zijn de afschrijvingen t.o.v. 2019 gestegen met ca. € 35.000. De stijging is het gevolg van het feit dat in 2019 in totaliteit ca. € 171.000 aan uitgaven is geactiveerd i.v.m. migratie ICT/telefonie en inrichtingskosten kantoor. Voor een detailweergave van de afschrijvingslasten verwijzen wij naar de toelichting bij de materiële vaste activa. In de begroting 2020 zijn de afschrijvingen geraamd op € 67.000.

Huisvestingslasten €

2020 247.297

€

2019 242.007

De huisvestingslasten 2020 bestaan uit: 2020 151.824 52.108 14.008 29.357 247.297

Huur Service Energie Overige huisvestingslasten Totaal huisvestingslasten

2019 149.545 51.783 14.008 26.671 242.007

De huisvestingslasten laten een lichte stijging van ca. € 5.000 ten opzichte van 2019 zien. In de begroting 2020 zijn de huisvestingslasten geraamd op € 251.000. De realisatie is derhalve € 4.000 lager dan de begroting.

Bureau/administratielasten €

2020 1.031.985

€

2019 996.732

De bureau/administratielasten 2020 bestaan uit:

_____________________________________________________________________________________________ 48

Jaarstukken 2020

2020 601.026 36.306 240.036 25.548 129.069 1.031.985

Inventaris en automatisering Kantoorbenodigdheden en drukwerk Telefoon en porti Lidmaatschappen en abonnementen Overige bureau/administratielasten Totaal bureau/administratielasten

2019 584.105 57.623 218.515 22.828 113.662 996.732

De bureau- en administratielasten zijn in 2020 ca. € 35.000 hoger ten opzichte van 2019. De kosten van automatisering en telefoon/porti vormen de grootste kostenposten binnen deze categorie. In de begroting 2020 zijn de bureau- en administratielasten geraamd op € 961.000. De realisatie is derhalve € 71.000 hoger dan begroot. Met name de hogere kosten van automatisering veroorzaken de verschillen tussen de realisatie en de begroting.

Beheerslasten €

2020 314.839

€

2019 438.558

De beheerslasten 2020 bestaan uit: 2020 20.394 52.528 47.870 108.460 40.298 3.013 42.277 314.839

Reis en verblijf Studie Accountantskosten Administratieve dienstverlening Advisering Incasso Overige beheerslasten Totaal beheerslasten

2019 44.616 66.231 45.114 97.362 151.852 1.820 31.563 438.558

De beheerslasten zijn in 2020 € 124.000 lager dan in 2019. Dit is met name het gevolg van lagere advieskosten, lagere kosten reis-, verblijf- en studiekosten. De lagere advieskosten betreffen met name het aanpassen van de werkprocessen en informatiemanagement in 2019. De beheerslasten in 2020 zijn € 41.000 lager dan de begroting.

Mutatie voorziening €

2020 24.438-

€

2019 78.673

De mutatie voorziening heeft betrekking op de gehele kredietportefeuille en is het resultaat van de beoordeling op oninbaarheid ultimo boekjaar en de afboekingen in 2020.

_____________________________________________________________________________________________ 49

Jaarstukken 2020

Analyse afwijkingen t.o.v. de begroting In het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) is bepaald dat organisaties per programma verantwoording dienen af te leggen over hun uitgaven in relatie tot de begroting. Aangezien KBL één programma uitvoert, beperkt deze verantwoording zich tot de totale exploitatielasten. De werkelijke lasten in het boekjaar 2020 bedragen € 9.760.000. De lasten conform de begroting 2020 bedragen € 8.981.000. De begroting is hiermee overschreden met een bedrag van € 779.000. De grootste verschillen worden onderstaand toegelicht: •

De personele lasten zijn € 867.000 hoger dan de primaire begroting. De overschrijding van de salariskosten (€ 525.000) wordt veroorzaakt door de licht hogere formatie en de hogere cao-indexatie en de financiële consequenties van het actualiseren van de functiebeschrijvingen. Verder zijn de WW-uitkeringen € 48.000 hoger als gevolg van de eerste dotatie aan de voorziening WW. De vervanging van langdurig zieken is in 2020 zo sober mogelijk opgelost. De kosten van externe inhuur zijn € 293.000 hoger dan de begroting. Dit betreft inhuur van een tijdelijke manager, facilitaire en ICT-ondersteuning en medewerkers t.b.v. projecten. De overige personeelslasten zijn iets hoger dan begroot.

•

De afschrijvingslasten zijn € 15.000 lager dan de begroting.

•

De huisvestingslasten zijn € 4.000 lager dan de begroting als gevolg van minder incidentele posten.

•

De bureau- en administratielasten zijn € 71.000 hoger dan de begroting. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere kosten van automatisering. Er zijn meer kosten noodzakelijk gebleken in verband met software en hardware aanpassingen.

•

De beheerslasten zijn € 41.000 lager dan de begroting. Dit wordt met name veroorzaakt door lagere kosten van advisering.

•

De mutatie voorziening m.b.t. de kredietportefeuille is € 99.000 lager dan begroot. Hier staat de Deelname GR-gemeenten in voorziening kredietportefeuille tegenover voor hetzelfde bedrag.

_____________________________________________________________________________________________ 50

Jaarstukken 2020

Begrotingsrechtmatigheid KBL kent maar 1 programma (schuldhulpverlening). Onderstaand wordt het verschil tussen de vastgestelde begroting 2020 (4 juli 2019 vastgesteld) en de realisatie over 2020 weergegeven:

Begrotingsafwijking

779.000

Conclusie: onrechtmatig maar telt niet mee voor oordeel 779.000

Conclusie

akkoord

Motivering van de conclusie: De lasten volgens de realisatie over 2020 zijn per saldo € 779.000 hoger dan de begroting over 2020. De verschillen ontstaan in navolging van het door het Bestuur goedgekeurd, bestaand beleid en waren niet te voorzien in de maand van vaststelling. Het Bestuur is tijdens de bestuursvergaderingen en op de afgesproken informatiemomenten via de voor- en najaarsmarap tijdig en correct op de hoogte gesteld van de verwachte kostenoverschrijding. Het Algemeen Bestuur heeft in dit kader aangegeven dat de kostenoverschrijding derhalve niet behoeft te worden meegewogen bij de beoordeling van de jaarrekening 2020.

_____________________________________________________________________________________________ 51

Jaarstukken 2020

Verdeling van de lasten in directe kosten en overhead Conform de richtlijnen van het BBV (Notitie Overhead) is in onderstaand overzicht de verdeling van de totale lasten in directe kosten en overhead weergegeven:

2020

2019

Salarissen

Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

5.965.101 1.682.464 7.647.566

€ € €

5.356.880 1.785.627 7.142.507

Overige personeelslasten

Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

320.444 90.382 410.825

€ € €

87.881 29.294 117.175

WW-uitkeringen

Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

79.491 79.491

€ € €

49.063 49.063

Afschrijvingen

Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

52.343 52.343

€ € €

17.261 17.261

Huisvestingslasten

Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

247.297 247.297

€ € €

242.007 242.007

Bureau- en administratielasten

Directe kosten Overhead (deels)

€

215.123

€

188.247

€ €

50.461 265.584

€ €

53.095 241.343

Overhead (geheel)

€ €

766.400 1.031.985

€ €

755.389 996.732

Beheerslasten

Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

314.839 314.839

€ € €

438.558 438.558

Mutatie voorziening

Directe kosten Overhead Totaal

€ € €

24.43824.438-

€ € €

78.673 78.673

€ € €

6.500.668 3.259.240 9.759.908

€ € €

5.633.009 3.448.967 9.081.975

Totaal

Totale directe kosten Totale overhead Totale lasten

De verdeling heeft plaatsgevonden op basis van fte per functie, beloningen per functie en schattingen.

_____________________________________________________________________________________________ 52

Jaarstukken 2020

Overzicht van structurele en incidentele baten en lasten Realisatie

waarvan:

2020

structureel

incidenteel

Baten: Schuldhulpverlening Preventie, vroegsignalering en educ atie Instroom en diagnose Sc huldenaanpak Subtotaal

337.608 1.243.305 3.918.336 5.499.249

337.608 1.243.305 3.918.336 5.499.249

Preventieprojecten

68.598

68.598

Sociale kredietverstrekking (intake)

216.396

216.396

Inkomensbeheer en ondersteuning: Budgetbeheer Bewindvoering en BBR-maatwerk Subtotaal

1.409.181 2.191.211 3.600.392

1.409.181 2.191.211 3.600.392

Overige bedrijfsopbrengsten

20.154

20.154

Rentemarge Renteopbrengsten Rentekosten Rentemarge

249.358 297249.062

249.358 297249.062

Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat

130.495

-

Deelname GR-gem. in voorz. Kredietport.

24.438-

24.438-

9.759.908

9.629.413

Salarissen WW-uitkeringen Inhuur medewerkers Overige personeelslasten Afsc hrijvingen Huisvestingslasten Bureau/administratielasten Beheerslasten Mutatie voorziening

7.647.566 79.491 347.990 62.835 52.343 247.297 1.031.985 314.839 24.438-

7.647.566 79.491 120.888 62.835 52.343 247.297 1.010.950 304.360 24.438-

Totaal lasten

9.759.908

9.501.291

258.617

Saldo van baten en lasten

0

128.122

128.122-

Mutaties reserves

0

128.122-

128.122

Gerealiseerde resultaat

0

0

0

Totaal baten

130.495

130.495

Lasten:

227.103

21.035 10.479

Onderstaand volgt een beknopte toelichting op de incidentele lasten per kostensoort: De kosten van externe inhuur betreffen een regiomanager en ICT-ondersteuning. De bureau- en administratielasten betreffen lasten inzake ICT-ondersteuning. De beheerslasten betreffen advieskosten in het kader van personele en fiscale aangelegenheden.

_____________________________________________________________________________________________ 53

Jaarstukken 2020

Kasstroomoverzicht Kasstroomoverzicht volgens de indirecte methode

2020

2019

€

€

Bedrijfsresultaat vóór verliesverrekening

-130.495

-59.928

Afsc hrijvingen (en overige waarde veranderingen)

52.343

17.261

Mutatie voorziening WW-verplic hting

54.000

-

Vorderingen op openbare lic hamen

830.269

844.296

Overige Vorderingen

36.262

127.393

Overlopende ac tiva

-46.518

7.191

Overige Sc hulden

152.071

109.630

Overlopende passiva

55.954

-16.784

Bijdrage GR-gemeenten in exploitatieresultaat

130.495

59.928

Veranderingen in werkkapitaal:

Kasstroom uit bedrijfsoperaties Financ iële baten

-

Financ iële lasten

-

1.264.876

1.148.914

1.134.381

1.088.987 -

-

Kasstroom uit operationele activiteiten

Investeringen in immateriële en materiële vaste ac tiva Desinvesteringen materiële vaste ac tiva Mutaties financ iële vaste ac tiva

1.134.381

-106.307

Mutatie ac htergestelde leningen

-170.701 -

-727.569

429.518 -833.877

258.817

-

-

-1.679

-288

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

Mutatie liquide middelen Stand liquide middelen 1/1

6.937.486

Stand liquide middelen 31/12

7.236.311

Mutatie liquide middelen

1.088.987

-

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

Aflossing van langlopende sc hulden

-

-1.679

-288

298.825

1.347.516 5.589.970 6.937.486

298.825

1.347.516

Het kasstroomoverzicht bevat tevens de mutaties van middelen die door KBL beheerd worden ten behoeve van de cliënten.

_____________________________________________________________________________________________ 54

Jaarstukken 2020

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen De Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) beschrijft de publicatieplicht en toetsing aan de maximale bezoldigingsnorm van salarissen van topfunctionarissen. Hierna zijn van de topfunctionarissen (directeur, voormalig directeur en waarnemend directeur) van KBL weergegeven hoe de bezoldiging over 2020 zich verhoudt tot de maximum bezoldigingsnorm van de WNT ad € 201.000 op jaarbasis. Dit geldt naar rato van de duur en/of omvang van het dienstverband. Bedragen x € 1

dhr. R.C.H. van den Tillaar

Functiegegevens

Algemeen directeur 1/1 - 31/12 1,0 ja

Aanvang en einde functievervulling in 2020 Omvang dienstverband (in fte) als deeltijdfactor in fte Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloningen plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

107.698 19.230 126.928

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

201.000

-/- Onverschuldigde betaald en nog niet terug ontvangen bedrag

-

Totale bezoldiging

126.928

Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling Gegevens 2019 Bedragen x € 1

N.v.t. N.v.t. dhr. R.C.H. van den Tillaar

Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2019 Omvang dienstverband (in fte) als deeltijdfactor in fte Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloningen plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

Algemeen directeur 1/1 - 31/12 1,0 ja 104.611 18.034 122.645

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

194.000

-/- Onverschuldigde betaald en nog niet terug ontvangen bedrag

-

Totale bezoldiging

122.645

Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t. N.v.t.

De inschaling is conform het functiehuis van KBL. De bestuursleden van KBL worden op basis van de wet aangemerkt als topfunctionarissen. Zij ontvangen echter geen bezoldiging, ook niet in 2020. Onderstaand volgt een overzicht van de bestuursleden in 2020: Naam topfunctionaris Functie Dhr. P. van Zutphen

Voorzitter bestuur

Mevr. K. Schmitz

Bestuurslid

Dhr. J. Janssen

Bestuurslid

Dhr. C. Wilbach

Bestuurslid

Dhr. H. Wiermans

Bestuurslid

Dhr. S. L'Espoir

Bestuurslid

_____________________________________________________________________________________________ 55

Jaarstukken 2020

Bijlage taakvelden

Begroting

Taakvelden

Baten

Lasten

Saldo

Baten

46

(46)

-

3.434

3.045

389

-

-

-

-

5.547

4.993

0.1

Bestuur

-

0.4

Overhead

0.8

Incidentele baten/lasten

0.11 Resultaat exploitatie 6.71 Maatwerk dinstverlening

Startprognose

Verschil tussen startprognose en realisatie

Realisatie

Lasten

Saldo

Baten

46

(46)

-

Lasten

Saldo

Baten

48

(48)

-

3.389

3.343

46

-

-

-

-

-

-

554

6.760

6.760

2

(2)

3.259

2.952

307

(130)

(391)

261

-

-

259

(259)

-

259

(259)

-

-

-

-

-

-

-

-

6.501

6.501

(259)

(259)

(0)

Lasten

Saldo

(0)

_____________________________________________________________________________________________ 56

Jaarstukken 2020

Ondertekening jaarrekening De jaarrekening is door de directeur en het Dagelijks Bestuur opgemaakt te Geleen op 1 april 2021.

Dhr. R. van den Tillaar

Dhr. P. van Zutphen

Directeur

Voorzitter DB

Vaststelling van de jaarrekening Geleen, 1 april 2021 De jaarrekening is door het Algemeen Bestuur vastgesteld te Geleen op 1 april 2021.

Dhr. P. van Zutphen Voorzitter AB

_____________________________________________________________________________________________ 57

Jaarstukken 2020

Overige gegevens Statutaire bepalingen betreffende resultaatbestemming Als gevolg van artikel 30 van de statuten van de gemeenschappelijke regeling is het volgende bepaald ten aanzien van het exploitatieresultaat: Artikel 1: Het batig saldo van de verlies- en winstrekening van de bank wordt ten gunste van het risicofonds geboekt Artikel 2: Bedraagt het saldo van de rekening ‘risicofonds’ voor de in lid 1 bedoelde bijboeking meer dan een door het algemeen bestuur vast te stellen percentage van het uitstaand kapitaal, dan wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld geboekt op een afzonderlijke reserverekening Artikel 3: Indien en voor zover de in het vorig lid bedoelde reserverekening een door het algemeen bestuur te bepalen bedrag overschrijdt, wordt het batig saldo in lid 1 bedoeld uitgekeerd aan de gemeenten op de basis, vermeld in lid 5 Artikel 4: Een eventueel tekort volgens de verlies- en winstrekening van de bank wordt, voor zover het niet van de in lid 2 bedoelde reserverekening kan worden afgeschreven door de gemeenten vergoed. Artikel 5: Door de gemeenten wordt in de vergoeding in het vorige lid bedoeld, bijgedragen als volgt: a. In de helft van het totaal te vergoeden bedrag naar verhouding van het bevolkingscijfer van elke gemeente tot het totale bevolkingscijfer van alle deelnemende gemeenten

_____________________________________________________________________________________________ 58

Jaarstukken 2020

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Hiervoor wordt verwezen naar de hierna opgenomen verklaring. Aan: de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg VERKLARING OVER DE IN DE JAARSTUKKEN OPGENOMEN JAARREKENING 2020 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2020 van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg te Geleen gecontroleerd. Naar ons oordeel: • Geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2020 als van de activa en passiva van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg op 31 december 2020 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). • Zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in het normenkader. De jaarrekening bestaat uit: • Het overzicht van baten en lasten over 2020. • De balans per 31 december 2020. • De toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. • De bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.

De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur en het Controleprotocol WNT 2020. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van de Gemeenschappelijke Regeling Kredietbank Limburg zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

_____________________________________________________________________________________________ 59

Jaarstukken 2020

Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2020 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 97.500, waarbij de bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves bedraagt, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 BADO en het controleprotocol vastgesteld met het besluit d.d. 2 juli 2020. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2020. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve of WNT-redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado.

Wij zijn met algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 97.500 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn. VERKLARING OVER DE IN DE JAARSTUKKEN OPGENOMEN ANDERE INFORMATIE Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit: • Jaarverslag • Overige gegevens Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV.

BESCHRIJVING VAN VERANTWOORDELIJKHEDEN MET BETREKKING TOT DE JAARREKENING Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het dagelijks bestuur is ook _____________________________________________________________________________________________ 60

Jaarstukken 2020

verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in het normenkader. In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur afwegen of de financiële positie voldoende is om de gemeenschappelijke regeling in staat te stellen de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de risico’s kunnen worden opgevangen, toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fouten of fraude en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur, het Controleprotocol WNT 2020, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen.

Onze controle bestond onder andere uit: • Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude dan wel het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties en het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing. • Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling. _____________________________________________________________________________________________ 61

Jaarstukken 2020

• Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan. • Het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de gemeenschappelijke regeling haar financiële risico’s kan opvangen. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een organisatie haar continuïteit niet langer kan handhaven. • Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=220f842e-54da-4b5b-835f-da2b46e2955c