geanonimiseerd 22i0031276 inspraak op het gemeentelijk taalbeleid.pdf
Tekst van het document
GefTW^r,'
~-'-
INGEKOMEN
0 5 JULI 2022
IIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIIII Gescandnummer:22İ0031276
No.:
Kerkrade,4juli2022
Onderwerp:gemeentelijk taalbeleid
Aanhet collegeende raad vande gemeenteKerkrade
Geachte dames enheren,
Met grote belangstellingvolgikde plannen die uit uwmidden naarvoren wordengebracht op het gebied vantaalbeleid inKerkrade.Uw gemeenteraad heeft onlangs met algemene stemmeneenmotieaangenomen, waaringepleitwordt voor het behoudende bevorderingvan het gebruikvanhet dialect vanKerkrade.Eenin mijnogenlovenswaardig streven. Iedere dialectspreker zal zich verheugen ineendergelijkgemeentelijk gebaar. Zaakis natuurlijk, dat het nietbij eengebaar blijft. Taalbeleid ontwikkelen is eenenormeuitdaging, zekerals je dat vanuit eenwetenschappelijke benaderingwilt ofkunt aanpakken. Draagvlak voor de uitvoering is eeneerste vereistenaastwetenschappelijke, socio-linguïstische begeleiding. Om totvormgeving vaneendergelijkbeleid te komen is opz’nminsteen multidisciplinaire projectstructuur noodzakelijk: linguïsten, dialectologen en onderwijskundigen zullennaastpedagogen, psycho-analytici endidactici deel daarvanmoeten uitmaken. De financiëlespankracht vaneengemeenteals Kerkradeende moeilijkheidsgraad vanhet projectmaken, dat eeneenduidigefocuszoumoetenwordenaangehouden bij het werken aande concretisering vande wensvande gemeenteraad. Invoetbaltermen:alle ballen opééndoel.
Eenonmisbarevoorwaarde voor eensuccesvol taalbeleid is dat er sprake is vandoorlopende leerlijnen.Idealiter beginnen die inde allereerste levensjaren omvervolgd te wordeninbasis en voortgezet onderwijs.Actief enpassieftaalgebruikvooral inde pubertijdheeft de beste kansen opbeklijven. Het verweven vandit soortwetenschappelijke bevindingen ineenbeleid voor welketaal dan ook is eenvande verworvenheden vande modernetaaldidactiek. Taalbeleid vergtook, dat eenlangetermijnstrategiewordtuitgezet. Gedurendekorte tijd de aandacht opeentaal ofdialect richtenheeft geenzin. Continuïteit maakthet mogelijk omaan daadwerkelijke taalbeheersingte werken.Incidenteleaandacht is zinloos; inhet begrip taalvaardigheid is frequentie vangebruik eenfactorvangrootbelang. Het is eenopen deur
omte vermeldendat hieraanlangdurigefinanciëleconsequenties verbonden zijn. Ook dat is eenreden omdie voorwaarde te verdisconteren bij het formuleren vanbeleid. Totnutoelijkt het stil rondde realisatie vande eerdere wensvande voltalligegemeenteraad. Totmijnnietgeringeverbazinglees iknuinde krant van1 julidat nogeenandertaalproject inKerkradevande grondgetild zoumoetenworden:het tweetalig aanbiedenvan kinderopvang. Niet in samenhangmet het juistbeschrevenproject,maar numet als de bilingualegrondslaghet Nederlands enhet Duits. Endat terwijl heel veel Kerkradenaren al hun levenlangtweetalig zijn. Omdat de leefsfeer vanKerkraadsekinderen nochinhet ouderlijk milieunochin dat vande woonomgeving Duitsis, zal er vantaaleducatie nietsterecht komen. Eenhardnekkig misverstandis dat in de kinderopvang niethet dialect als communicatiemiddelgebruikt zoumogenworden.Het innovember 2019tussenhet Rijken het bestuurvande provincie Limburg afgeslotenconvenant voorziet juisthierin: opgrondvan artikel5 lid 1 vande wet opde kinderopvang is het gebruikvanhet Limburgs als voertaalin de kinderopvang toegestaan.Een beroepopde wet omhet dialect geenplaatste geveninde opvoeding raaktdus kant nochwal. Wie het motiefvantwee- ofmeertaligheid inde opvoeding eenplaatswil geven,doet er goed aanaante sluitenbij de voedingsbodem die bestaat.
Staat umij toeals taalkundige enigegedachtente wijden aanhet Kerkraadsdialect. Niet uit eenoogpunt vanemotionele betrokkenheid — hoewel ook daar nietsmis mee is — maar als deskundige opdat wetenschapsgebied.1 Het zal ubekendzijndat we het Kerkraadsrekenen totde Ripuarischetaalfamilie. Die taalfamilie heeft haar westelijkebegrenzinginonzeregioenhaar oostelijk totaan de Poolse grens. Haar noordelijke grenswordt gemarkeerddoorhet stadsdeel Benrathinde Städteregion Düsseldorf,terwijl Kölngezienwordt als het kerngebiedvanhet Ripuarisch. Eenwezenlijk kenmerk vanhet Ripuarischis, dat het de werking vande tweede Hoogduitse klankverschuiving heeft ondergaan. 2 Dat taalkenmerk deelt het Ripuarischmet het Hoogduits. Het is mede omdie reden, dat de KerkraadseenVaalser dialectsprekerseengemakkelijke introductie hebben inhet spreken vanHoogduits.De drempel die overwonnen moetworden bij het spreken vaneenandere dan de moedertaal lijkthier volledigweg te zijngevallen.
Voegdaar de opzichtigeverwantschap tussental vanwoorden aantoeeniedere dialectsprekende Kerkradenaar zal het Hoogduits als eenverwantebuurtaalbeoordelenen kunnen hanteren.Warende (hoge)cijfers voor Duitsopde middelbare scholeninKerkrade niethet duidelijkstebewijs vandie ’voorsprong ’? Taalbeleid is eenaangelegenheiddie zijnvertrekpunt heeft ineenwetenschappelijke analyse vande voor taal relevanteomstandigheden.Indit schrijvenbepleit ikom alvorens weer nieuwestappen te zettenopeenmodieustaalpadeerst eengoed onderzoek te latenverrichten
Lees mijn boekje:De taalvanKerkrade/De sjproachva Kirchroa,Heerlen2020. 2 De drieNederlandse medeklinkers p, t enk zijn in hetRipuarischopovereenkomstige positiesf s ofts ench Denkaanlofe,wasser/tsietenmaache.
naar de voor een lokaal in casu Kerkraads taalbeleid gewenste uitgangspunten. Het heeft er de schijn van dat een dergelijke beleidsmatige aanpak nu ontbreekt. In het aangehaalde krantenartikel wordt o.a. gememoreerd, dat meertaligheid de cognitieve vaardigheid van de spreker bevordert. Dat meertaligheid wordt gezien als superieur aan eentaligheid is een inmiddels wereldwijd omarmde gedachte. Daarbij maakt het niet uit of die meertaligheid betrekking heeft op twee of meer overheidstalen of op een standaardtaal en een dialect. De essentie van het voordeel ligt in de gepraktiseerde switch tussen de taalsystemen. Die switch maakt dat er in de hersenen een algoritme ontstaat dat zijn positieve werking heeft op ook andere dan talige vaardigheden. Ik verzoek u dan ook dringend om alvorens verdere stappen te zetten in de sfeer van een taalbeleid eerst hierover uitgangspunten te formuleren die stoelen op wetenschappelijk onderzoek. Dat zal tevens rekening moeten houden met de ambities (dialectproject) die al eerder zijn geformuleerd. De (meer)talige situatie van heel veel Kerkradenaren zal daarbij niet uit het oog verloren mogen worden. Alleen dan wordt een voedingsbodem gecreëerd voor zinvolle en haalbare actie. Met dit schrijven hoop ik u enig inzicht geboden te hebben in de complexe materie van taalverwerving.
Sociologische aspecten zijn daarin een even evident gegeven als taalkundige wenselijkheden. Continuïteit van gebruik een absolute voorwaarde. Taalbeleid is niet iets wat je uit de losse pols of uit politiek opportunisme eventjes vorm geeft. Het vereist - zoals geschetst - een gedegen aanpak wil het succes hebben. Dat dat een fors beroep doet op financiële middelen moge duidelijk zijn. Op mijn inspraak hoop ik van u een inhoudelijke reactie te ontvangen. Met hoo�achting,