Denkrichting notitie versie 6.docx
Tekst van het document
Denkrichting notitie ten behoeve van het overleg met de commissie B&S van 2 februari 2021. Aanleiding Minister Van Engelshoven deelde eind 2020 aan de Tweede Kamer mede dat ter bestrijding van de gevolgen van de coronamaatregelen zij de maatregel ‘Ondersteuning lokale culturele infrastructuur’ heeft ingesteld. Ten behoeve van de uitvoering van deze maatregel komt in 2021 in totaal 150 mln euro beschikbaar. Met deze extra middelen worden gemeenten in staat gesteld om de lokale culturele infrastructuur in stand te houden. De gemeente Kerkrade ontvangt op basis van dit steunpakket voor het jaar 2021 een bedrag ad €501.514. Over de verdeling van deze middelen wordt de raad nadrukkelijk betrokken. Ten behoeve van het overleg en de gedachtewisseling met de raad is deze denkrichting notitie opgesteld. Argumenten Cultuur in al haar uitingsvormen vormt het kloppende hart van onze samenleving. Op dit moment ligt het culturele leven echter nagenoeg plat. Met alle gevolgen voor de bestaande culturele infrastructuur. Het wordt voor culturele organisaties en verenigingen immers steeds moeilijker om de gevolgen van de coronamaatregelen het hoofd te bieden. Kerkrade mag zich gelukkig prijzen met het rijke aanbod aan culturele organisaties en verenigingen. In de huidige situatie betekent dit echter ook dat er velen getroffen worden door de Covid-19 maatregelen.
Uitgangspunten Ten behoeve van de gedachtewisseling met de commissie B&S zijn een drietal uitgangspunten geformuleerd. Eerste uitgangspunt: het beschikbaar stellen van het volledige bedrag ten behoeve van de lokale culturele infrastructuur. Tweede uitgangspunt: de aandacht wordt nadrukkelijk gericht op de professionele instellingen. We vinden dat een gerechtvaardigde keuze met het oog op het behoud van werkgelegenheid. Bij de betrokken partijen wordt de financiële stand van zaken ‘coronaschade’ opgehaald en besproken. Tot de professionele instellingen behoren het theater, de bibliotheek, de muziekschool, het creativiteitscentrum en de Rodahal. We denken dat met een redelijke tegemoetkoming aan deze instellingen een bedrag van circa €350.000 gemoeid is. Wij baseren dat op een eerste voorlopige verkenning. Zo heeft het theater in een eerste scan een aantoonbaar tekort van €229.000, de muziekschool van €38.000, de bibliotheek van €35.000, de VAZOM van €20.000 en de Rodahal van €35.000. Op basis van deze informatie vindt vervolgens een eerlijke verdeling van de beschikbare middelen plaats. Derde uitgangspunt: de resterende middelen worden ingezet ten behoeve van de ondersteuning van de culturele amateurkunst. Dit komt neer op een bedrag van circa €150.000.
Opgehaald wordt de ontstane financiële schade; vervolgens vindt een beoordeling plaats waarbij ook met de specifieke financiële situatie per vereniging rekening wordt gehouden; het beschikbare, resterende budget wordt verdeeld naar rato van de geleden schade en de specifieke financiële situatie van de vereniging. Tot slot Het college stelt de commissie voor deze uitgangspunten te hanteren en gaat na akkoord van de commissie over tot uitvoering.