brief SP mei 2024 Uitleg WOO verzoek2
Tekst van het document
31 mei 2024
Betreft: Open brief Raad inzake Woo-verzoeken Geachte leden van de raad, beste allen, We hebben in de commissie AZM gesproken over het mandateren van de griffier inzake Wooverzoeken n.a.v. het Woo-verzoek van De Limburger (zie bijlage 1). De griffier gaf tijdens de commissievergadering aan dat dit een verzoek is waarin de termijnen niet gehaald worden. (4 + 2 weken uitstel, dan zou 6 juni de uiterste datum zijn voor afhandeling) Hij heeft vervolgens De Limburger laten weten dat de wettelijke termijn niet gehaald wordt ‘omdat de raad niet voor 12 juni bijeenkomt’. Dus omdat de raad pas op 12 juni een officiële besluit kan nemen is De Limburger akkoord gegaan met een overschrijding van de wettelijke termijn. Dat betekent dan ook dat we als raad voor 12 juni het besluit moeten hebben voorbereid en indien het hier een terecht Woo- verzoek betreft, de raad de stukken klaar heeft liggen om aan de toezegging van de griffier te kunnen voldoen. Daarmee is de mandaatkwestie dus geen oplossing voor deze situatie, in dit concrete geval. De koninklijke weg is: de raad beslist over het Woo-verzoek van Sjors van Beek en beslist daarna over een mandaat voor toekomstige gevallen. De griffier is nu immers nog niet gemandateerd en dus kan hij een dergelijk Woo-verzoek niet voorbereiden.
Omdat in de commissie AZM van 27 mei j.l enkele raadsleden hebben aangegeven de kennis en kunde te missen om een Woo-verzoek te beoordelen, c.q. het voorliggende Woo- verzoek van Sjors van Beek te beoordelen leek het ons verstandig e.e.a. alvast op papier te zetten. Het zou natuurlijk beter zijn geweest als we de afdeling juridische zaken om een juridische analyse hadden gevraagd zodat we de pro- en contra’s en de risico’s op een rijtje hadden gehad op 12 juni. De SP zal via de griffier alvast om zo’n verzoek vragen. NB: Het is tot nog toe nog nooit voorgekomen dat een raad moest beslissen over een Woo-verzoek en de verwachting is dat dit in de toekomst ook hoogst zelden zal voorkomen. Maar ook in die zeldzame gevallen blijft de raad verantwoordelijk voor de genomen beslissing (ook als we de griffier hiervoor mandateren) en moeten we dus als raad kunnen begrijpen en kunnen beoordelen op welke gronden een Woo-verzoek moet worden ingewilligd, dan wel wordt afgewezen. De fractie van de SP heeft alvast de essentie van de Woo op een rijtje gezet die nu en in de toekomst kunnen helpen voor het beoordelen van een dergelijk verzoek. Als de griffier en/of de juridische afdeling nog aanvullingen heeft dan kunnen die voor de raadsvergadering nog worden toegevoegd.
Hoewel elke zaak natuurlijk anders is en er mogelijk interpretatieverschillen kunnen zijn, is de Woo in veel gevallen ook glashelder.
SPK/uitleg/WOO/mei2024
1
Zo staat het vermeld op de site van de overheid: - Overheidsorganisaties moeten die informatie over wat zij doen en waarom, uit zichzelf geven of als iemand daarom vraagt. Zo kunnen burgers, maar ook bijvoorbeeld Kamerleden of journalisten, de overheid controleren. Openbaarheid is daarom belangrijk voor de democratie in ons land en voor het vertrouwen tussen de samenleving en de overheid. Een open overheid staat ook open voor wat er beter kan. Door het openbaar maken van informatie weten burgers waarom de overheid sommige keuzes maakt. Het helpt ook een samenleving te bereiken waarin iedereen mee wil doen. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/wetopen-overheid-woo/hoofdlijnen-woo En hier de link naar de wettekst: https://wetten.overheid.nl/BWBR0045754/2023-04-01/0 Alle documenten die de gemeente in haar bezit heeft zijn dus in principe openbaar toegankelijk (dat wil niet zeggen dat de gemeente alles maar op IBABS moet zetten, maar als je bepaalde informatie wilt inzien, b.v. wijzelf, journalisten of onderzoekers, dan moeten die gegevens in principe verstrekt worden als daar om gevraagd wordt. Er zijn 2 artikelen die gaan over redenen waarom je een Wooverzoek zou kunnen afwijzen: Artikel 5.1. geeft de absolute weigergronden weer. • 1 Het openbaar maken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit: o a.
de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen; o b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden; o c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld; o d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de betrokkene uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de openbaarmaking van deze persoonsgegevens of deze persoonsgegevens kennelijk door de betrokkene openbaar zijn gemaakt; o e. nummers betreft die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven als bedoeld in artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de levenssfeer maakt. Artikel 5.2. geeft de relatieve weigergronden weer. Hier dient een belangenafweging plaats te vinden. Het openbaar maken van informatie blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: • a. de betrekkingen van Nederland met andere landen en staten en met internationale organisaties; • b.
de economische of financiële belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen, in geval van milieu-informatie slechts voor zover de informatie betrekking heeft op handelingen met een vertrouwelijk karakter; • c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten; • d. de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen; • e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; • f. de bescherming van andere dan in het eerste lid, onderdeel c, genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens; • g. de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft; • h. de beveiliging van personen en bedrijven en het voorkomen van sabotage;
SPK/uitleg/WOO/mei2024
2
•
i. het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.
De integriteitscommissie wil de namen van de onderzoekers niet openbaar maken met als enige motivering dat G&I geen toestemming geeft. Dat is, zoals iedereen hierboven kan zien, geen geldige reden onder de Woo. Een ‘zienswijze’ van G&I (als dit al zo aangemerkt kan worden) is slechts een mening, géén bindend voorschrift. Los daarvan valt niet in te zien op welke grond men zich zou kunnen beroepen. Voor de relatieve weigergronden (die dus moeten worden afgewogen tegen het algemeen belang van openbaarheid) kan hooguit Woo 5.2 onder e (eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer) in aanmerking komen. In dit concrete geval zal deze grond door een bezwarencommissie of een rechter onherroepelijk terzijde worden geschoven; er is immers geen sprake van inbreuk in de persoonlijke levenssfeer bij een rapport dat beroepsmatig, tegen betaling, door een niet- ambtenaar is opgesteld. En mocht de integriteitscommissie c.q. de gemeenteraad vertrouwelijkheid hebben toegezegd dan betekent dat niet dat het document daarmee buiten bereik van de Woo valt. Het is immers een document dat in het bezit is van de gemeente en is opgesteld voor een commissie van de raad waarvoor ook reeds betaald is. Kortom: Er is geen enkele geldige reden om het ongelakte opvolgingsadvies van G&I te weigeren.
Bovenstaande geeft aan dat het ook voor de raad in dit geval niet ingewikkeld is om een oordeel te vellen over het openbaar maken van dit Woo-verzoek. We gaan er dan ook van uit dat de juridische afdeling tot een eensluidend oordeel zal komen.
Vriendelijke groet, Marianne Lauman fractievoorzitter Drs. Carin Wevers Bijlage 1 Woo verzoek Sjors van Beek van De Limburger d.d. 25 april 2024 Bijlage 2 Brief van Sjors van Beek als reactie op ontwerpbesluit mandatering griffier van 28 mei 2024.
SPK/uitleg/WOO/mei2024
3