CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Bp Rolduckerveld_Regels.pdf

Gemeenteraad 26 januari 2022, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit herziening bestemmingsplan Rolduckerveld12.668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

waarvan het te bebouwen oppervlak een omvang heeft van maximaal 250m²; waarvan het te bebouwen oppervlak een omvang heeft van meer dan 250m², maar waarvoor geen bodemingrepen dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld noodzakelijk zijn.

bestemmingsplan Rolduckerveld

33

8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Vergunningplicht Het is verboden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag, op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d.

grondwerkzaamheden dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

8.3.2 Vaststellen archeologischewaarde De aanvrager van een vergunning, als bedoeld in 8.3.1, overlegt een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. 8.3.3 Verlenen vergunning Het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar diens oordeel uit het rapport als bedoeld in 8.3.2 genoegzaam blijkt dat: a. b. c.

er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de vergunning verbonden voorschriften, dan wel; nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

8.3.4 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in 8.3.3, onder b, kan het bevoegd gezag voorschriften aan de vergunning verbinden, gericht op: a. b. c.

het treffen van maatregelen door een ter zake deskundige waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; het doen van opgravingen; het begeleiden van de activiteiten door een archeologisch deskundige.

8.3.5 Toevalvondsten Indien het bepaalde in 8.3.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken. 8.3.6 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 8.3.1 is niet van toepassing indien: a. b.

34

op basis van eerder onderzoek is aangetoond dat de op betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; de werken en/of werkzaamheden: 1. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop 8.2.1 van toepassing is; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning of een ontgrondingsvergunning; 3. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van dit plan; 4. behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden, water daaronder begrepen, alsmede

bestemmingsplan Rolduckerveld

van de daarin gelegen ondergrondse leidingen; onder normaal onderhoud wordt tevens verstaan het in hetzelfde weg- of leidingentracé vervangen van het bestaande wegdek met ondergrond alsmede van bestaande ondergrondse leidingen; de werken en/of werkzaamheden ten dienste van het archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; de werken en/of werkzaamheden betrekking hebben op een grondoppervlak tot ten hoogste 250m². 5.

c. d. 8.4

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

8.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, bouwwerken te slopen. 8.4.2 Vaststellen archeologischewaarde De aanvrager van een vergunning, als bedoeld in 8.4.1 overlegt een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie van het te slopen bouwwerk, in voldoende mate is vastgesteld. 8.4.3 Verlenen vergunning Het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar diens oordeel uit het rapport als bedoeld in 8.4.2 genoegzaam blijkt dat: a. b. c.

er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door slopen kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de vergunning verbonden voorschriften, dan wel; nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

8.4.4 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in 8.4.3, onder b, kan het bevoegd gezag voorschriften aan de vergunning verbinden, gericht op: a. b. c.

het treffen van maatregelen door een ter zake deskundige waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; het doen van opgravingen door een ter zake deskundige; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

8.4.5 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in 8.4.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken. 8.4.6 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 8.4.1 is niet van toepassing indien: a. b.

c. d. e.

het slopen wordt uitgevoerd voor, c.q. voorafgaand aan het realiseren van een bouwwerk waarop 8.2.1 van toepassing is; op basis van eerder onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel door een ter zake deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; het bevoegd gezag beschikt over een verklaring van een ter zake deskundige dat door de voorgenomen sloopwerkzaamheden de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; de sloopwerkzaamheden een oppervlakte beslaan van maximaal 250m²;

bestemmingsplan Rolduckerveld

35

f.

8.5

de sloopwerkzaamheden een oppervlakte beslaan van meer dan 250m², maar daarvoor geen bodemingrepen dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld noodzakelijk zijn. Wijzigingsbevoegdheid

8.5.1 Vervallen bestemming Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a. b.

op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld.

8.5.2 Procedure Bij het wijzigen van het plan op basis van het in dit artikellid bepaalde wordt de in artikel 13.1.3 opgenomen procedure gevolgd.

36

bestemmingsplan Rolduckerveld

Artikel 9

Waarde - Archeologie 4

9.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van archeologische waarden, c.q gelden als archeologisch verwachtingsgebied. 9.2

Bouwregels

9.2.1 Vaststellen archeologischewaarde De aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwwerken ten behoeve van andere krachtens dit plan voor deze gronden aangewezen bestemmingen, overlegt een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. 9.2.2 Verlenen vergunning Het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar diens oordeel uit het rapport als bedoeld in 9.2.1 genoegzaam blijkt dat: a. b. c.

er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, dan wel; nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

9.2.3 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in 9.2.2 onder b kan het bevoegd gezag voorschriften aan de vergunning verbinden, gericht op: a. b. c.

het treffen van maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

9.2.4 Toevalvondsten Indien het bepaalde in 9.2.3, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 9.2.5 Vaststellen archeologischewaarde niet nodig Het bepaalde in 9.2.1 tot en met 9.2.4 is niet van toepassing indien de aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft op bouwwerken: a. b.

waarvan het te bebouwen oppervlak een omvang heeft van maximaal 2.500m²; waarvan het te bebouwen oppervlak een omvang heeft van meer dan 2.500m², maar waarvoor geen bodemingrepen dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld noodzakelijk zijn.

bestemmingsplan Rolduckerveld

37

9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1 Vergunningplicht Het is verboden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag, op of in deze gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d.

grondwerkzaamheden dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

9.3.2 Vaststellen archeologischewaarde De aanvrager van een vergunning, als bedoeld in 9.3.1, overlegt een rapport waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, in voldoende mate is vastgesteld. 9.3.3 Verlenen vergunning Het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar diens oordeel uit het rapport als bedoeld in 9.3.2 genoegzaam blijkt dat: a. b. c.

er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door de werkzaamheden of werken kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de vergunning verbonden voorschriften, dan wel; nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

9.3.4 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in 9.3.3, onder b, kan het bevoegd gezag voorschriften aan de vergunning verbinden, gericht op: a. b. c.

het treffen van maatregelen door een ter zake deskundige waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; het doen van opgravingen; het begeleiden van de activiteiten door een archeologisch deskundige.

9.3.5 Toevalvondsten Indien het bepaalde in 9.3.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken. 9.3.6 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 9.3.1 is niet van toepassing indien: a. b.

38

op basis van eerder onderzoek is aangetoond dat de op betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; de werken en/of werkzaamheden: 1. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop 9.2.1 van toepassing is; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning of een ontgrondingsvergunning; 3. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treden van dit plan; 4. behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden, water daaronder begrepen, alsmede

bestemmingsplan Rolduckerveld

van de daarin gelegen ondergrondse leidingen; onder normaal onderhoud wordt tevens verstaan het in hetzelfde weg- of leidingentracé vervangen van het bestaande wegdek met ondergrond alsmede van bestaande ondergrondse leidingen; de werken en/of werkzaamheden ten dienste van het archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; de werken en/of werkzaamheden betrekking hebben op een grondoppervlak tot ten hoogste 2.500m². 5.

c. d. 9.4

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

9.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, bouwwerken te slopen. 9.4.2 Vaststellen archeologischewaarde De aanvrager van een vergunning, als bedoeld in 9.4.1 overlegt een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie van het te slopen bouwwerk, in voldoende mate is vastgesteld. 9.4.3 Verlenen vergunning Het bevoegd gezag verleent de vergunning indien naar diens oordeel uit het rapport als bedoeld in 9.4.2 genoegzaam blijkt dat: a. b. c.

er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; schade door slopen kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de vergunning verbonden voorschriften, dan wel; nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veiliggesteld.

9.4.4 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in 9.4.3, onder b, kan het bevoegd gezag voorschriften aan de vergunning verbinden, gericht op: a. b. c.

het treffen van maatregelen door een ter zake deskundige waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; het doen van opgravingen door een ter zake deskundige; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

9.4.5 Toevalsvondsten Indien het bepaalde in 9.4.4, onder c, van toepassing is, wordt in de voorschriften tevens geregeld wat de gevolgen zijn bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden of werken. 9.4.6 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in 9.4.1 is niet van toepassing indien: a. b.

c. d. e.

het slopen wordt uitgevoerd voor, c.q. voorafgaand aan het realiseren van een bouwwerk waarop 9.2.1 van toepassing is; op basis van eerder onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn, dan wel door een ter zake deskundige is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; het bevoegd gezag beschikt over een verklaring van een ter zake deskundige dat door de voorgenomen sloopwerkzaamheden de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; de sloopwerkzaamheden een oppervlakte beslaan van maximaal 2.500m²;

bestemmingsplan Rolduckerveld

39

f.

9.5

de sloopwerkzaamheden een oppervlakte beslaan van meer dan 2.500m², maar daarvoor geen bodemingrepen dieper dan 40 centimeter beneden maaiveld noodzakelijk zijn. Wijzigingsbevoegdheid

9.5.1 Vervallen bestemming Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door: de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’ geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat: a. b.

op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; wel aanwezige archeologische waarden in voldoende mate zijn veilig gesteld.

9.5.2 Procedure Bij het wijzigen van het plan op basis van het in dit artikellid bepaalde wordt de in artikel 13.1.3 opgenomen procedure gevolgd.

40

bestemmingsplan Rolduckerveld

Hoofdstuk 3 Artikel 10

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

bestemmingsplan Rolduckerveld

41

Artikel 11 11.1

Algemene bouwregels

Parkeernormen

11.1.1 Realisatie parkeergelegenheid Bij het bouwen van bouwwerken op grond van het bepaalde in dit plan dient (op eigen terrein) voldoende parkeergelegenheid te worden gerealiseerd en vervolgens in stand te worden gehouden. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid indien wordt voldaan aan het Gemeentelijk Verkeers- en VervoersPlan, deel I: Beleidskader (vastgesteld door de gemeenteraad op 31 januari 2018), dan wel wanneer deze beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt voldaan aan de actuele vastgestelde nota op het moment dat de aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend. 11.1.2 Afwijkingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 11.1.1 indien bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt aangetoond dat anderszins is geborgd dat onevenredige parkeeroverlast in het openbaar gebied wordt voorkomen. 11.2 Hemelwatervoorziening Bij het bouwen van bouwwerken op grond van het bepaalde in dit plan dient (op eigen terrein) te worden voorzien in een voorziening van voldoende omvang voor de berging en infiltratie van hemelwater afkomstig van de betreffende bebouwing en bijbehorende verhardingen.

Er wordt voorzien in een voorziening van voldoende omvang indien de capaciteit is afgestemd op een neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van 1:100, gemiddeld klimaatscenario 2050, wat wil zeggen 80 mm, bij een buiduur van twee uur. 11.3 Ondergronds bouwen Voor ondergronds bouwen gelden de volgende regels: a. b.

42

ondergronds bouwen is toegestaan, mits de in hoofdstuk 2 opgenomen regels ten aanzien de situering en maatvoering van bouwwerken in acht worden genomen; de ondergrondse bouwdiepte mag niet meer dan 5 meter beneden peil bedragen.

bestemmingsplan Rolduckerveld

Artikel 12 12.1

Algemene afwijkingsregels

Algemene afwijkingsbevoegdheid

12.1.1 Overschrijden grenzen bouwvlak Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het in de regels bepaalde ten aanzien van het bouwen van hoofdgebouwen binnen het bouwvlak en toestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door aan de begane grondlaag aangebrachte erkers, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1m en de breedte van de erker maximaal 50% van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw bedraagt waaraan de erker wordt gebouwd, met een maximumbreedte van 3,5m en mits het verlenen van, c.q. toepassing geven aan de in dit artikellid bedoelde omgevingsvergunning uit oogpunt van externe veiligheid verantwoord is. 12.1.2 Beeldhouwwerken Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het in de regels bepaalde voor het oprichten van beeldhouwwerken en andere objecten van beeldende kunst. 12.1.3 10%-regeling Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels afgeweken kan worden, kan het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning afwijken van de in de regels genoemde maten, aantallen en percentages, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10% en vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening c.q. milieuhygiëne de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad en mits het verlenen van, c.q.

toepassing geven aan de in dit artikellid bedoelde omgevingsvergunning uit oogpunt van externe veiligheid verantwoord is. 12.1.4 Procedure Bij toepassing van een in dit artikel opgenomen bevoegdheid om door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels wordt de in artikel 13.1.2 opgenomen procedure gevolgd.

bestemmingsplan Rolduckerveld

43

Artikel 13 13.1

Algemene procedureregels

Procedures

13.1.1 Nadere eisen Bij het stellen van nadere eisen, worden in ieder geval de volgende procedureregels in acht genomen: a. b. c.

d. e.

het ontwerp-besluit ligt, met de daarop betrekking hebbende stukken, gedurende zes weken voor belanghebbenden ter inzage ter gemeentesecretarie; burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging tevoren bekend in een of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid; in deze kennisgeving wordt vermeld dat belanghebbenden gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk zienswijzen omtrent de aanvraag of het ontwerpbesluit kunnen indienen bij burgemeester en wethouders; indien tegen het ontwerpbesluit zienswijzen naar voren zijn gebracht, wordt het besluit met redenen omkleed; burgemeester en wethouders delen aan hen die hun zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.

13.1.2 Afwijkingsbevoegdheden Bij een afwijking van het bestemmingsplan op basis van een afwijkingsbevoegdheid die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing. 13.1.3 Wijzigingsbevoegdheid Bij een wijziging van het bestemmingsplan op basis van een wijzigingsbevoegdheid die onderdeel uitmaakt van dit plan, is op de voorbereiding de procedure als bedoeld in artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing. 13.2 Voorwaarden Alvorens tot afwijking dan wel wijziging van dit plan, als bedoeld in respectievelijk artikel 13.1.2 en 13.1.3 te besluiten, dient in voorkomend geval aangetoond te zijn, dat: a. b.

44

sectorale aspecten, zoals geluid, bodem, lucht, water en flora & fauna geen belemmering opleveren, c.q. dat de daarvoor geldende normen niet zullen worden overschreden; afwijking vanuit het oogpunt van externe veiligheid verantwoord is.

bestemmingsplan Rolduckerveld

Hoofdstuk 4 Artikel 14

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

14.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

bestemmingsplan Rolduckerveld

45

Artikel 15

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Rolduckerveld'.

46

bestemmingsplan Rolduckerveld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=1c3ab91f-af06-4048-8bf1-66c3437fc46a