Bp Rolduckerveld_Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Bijlagen bij toelichting -
Rolduckerveld Gemeente Kerkrade
BESTEMMINGSPLAN - Bijlagen bij toelichting -
Rolduckerveld Gemeente Kerkrade
IDN-nummer:
NL.IMRO.0928.BPRolduckerveld-Vg01
Status:
vastgesteld
Datum:
26 januari 2022
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Vught Parklaan 21 5261 LR Vught
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Historisch bodemonderzoek
6
Bijlage 2
Bodemonderzoek fase 1
9
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
614
Bijlage 4
Aanvullende notitie wegverkeerslawaai
721
Bijlage 5
Rapport geluid warmtepompen
754
Bijlage 6
Nader onderzoek externe veiligheid RUD
768
Bijlage 7
Advies Regionale Brandweer
807
Bijlage 8
Notitie beoordeling stikstof
810
Bijlage 9
Verkennend onderzoek natuurwaarden
982
Bijlage 10
Vleermuisinspectie Blijde Boodschapkerk e.o.
995
Bijlage 11
Activiteitenplan deelgebied West I en Oost
1000
Bijlage 12
Activiteitenplan Blijde Boodschapkerk
1021
Bijlage 13
Addendum activiteitenplan Blijde Boodschapkerk
1075
Bijlage 14 archeologie
Verkennend bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
Bijlage 15
Selectiebesluit 8 juni 2020
1148
Bijlage 16
Proefsleuvenonderzoek
1152
Bijlage 17
Selectiebesluit 20 januari 2021
1193
Bijlage 18
Nader onderzoek ondiepe mijnwinning
1196
1079
bestemmingsplan Rolduckerveld
3
4
bestemmingsplan Rolduckerveld
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Rolduckerveld
5
Bijlage 1
6
Historisch bodemonderzoek
bestemmingsplan Rolduckerveld
Stedelijke Ontwikkeling en Beheer Historisch onderzoek t.b.v. verkennend bodemonderzoek. 1
Ligging terrein: Begrenzing van het gebied Ailbertuslaan - Zonstraat - Dir. van de Mühlenlaan – Roderlandbaan en alle straten daarbinnen.
2
Aanvraag betreft: Bodeminfo t.b.v. verkennend bodemonderzoek in het plangebied Rolduckerveld, t.b.v. het herinrichten, amoveren en nieuw aanleggen van wegdelen en het onderzoeken van eventueel aanwezig verdachte deellocaties. Het amoveren van gebouwen, nieuwbouw van woningen en herinrichten van groen vindt in een later stadium plaats.
3
4
Tanks aanwezig (particulier of bedrijfsmatig): straat
nr.
inhoud / product
status
verontr.
cert.
Dir. van de Mühlenlaan
52
5.000 l. / HBO
verwijderd
neen
CY 3436
54
10.000 l. / HBO
verwijderd
neen
CY 3437
Hertogenlaan
95 – 293
30.000 l. / HBO
zandvulling (hersanering)
neen
CY 4691
295 - 493
30.000 l. / HBO
zandvulling (hersanering)
neen
Mgr. van Gilsstr
126 - 232
30.000 l. / HBO
zandvulling
niet bekend
Zonstraat
10 – 208
30.000 l. / HBO
zandvulling (hersanering)
verwijderd
CY 4695
210 - 408
30.000 l. / HBO
zandvulling (hersanering)
verwijderd
CY 4697
Relevante activiteiten op de locatie of in de directe omgeving:
Ten noord-oosten van het plangebied ligt de heringerichte mijnsteenberg van Berenbos. 5
Bijzonderheden: De HBO-tank aan Mgr. van Gilsstraat 126 - 232 is gezocht maar niet gevonden. Mogelijk was dit een keldertank. De HBO-tank aan Hertogenlaan 295 - 493 is hersaneerd. Zowel in de tank als bij het vulpunt is geen verontreiniging aangetroffen. Rond het voormalig tankstation aan Ailbertuslaan 66 (LI092800020) is een bodem- en grondwatersanering uitgevoerd. Een klein deel van de verontreinigingscontour van het grondwater valt binnen het plangebied, maar de sanering is afgerond. Bij bodemonderzoek in 2015 in de leidingstrook langs de Dir. Cortenstraat en Dir. Schrijnenstraat is in hoofdzaak geen verontreiniging, incidenteel lichte verontreiniging met kobalt, min. olie en PCB en matige verontreiniging met PAK aangetroffen. In het groengebied tussen Brede School en de kerk aan de Dir. van de Mühlenlaan is in 2002 lichte verontreiniging met PAK en incidenteel lichte verontreiniging met cadmium en min. olie en matige verontreiniging met PAK aangetroffen. In Kerkrade is de bodem over het algemeen licht verontreinigd. De lichte verontreiniging is afkomstig van een combinatie van mijnbouwindustrie en algemeen menselijk handelen in stedelijk gebied.
6
Conclusie:
De HBO-tanks aan Zonstraat en Hertogenlaan zijn hersaneerd. Er heeft geen onderzoek van de bodem onder de tanks plaatsgevonden. Op vergelijkbare locaties is echter gebleken dat onder de tanks geen verontreiniging aanwezig was. De locatie Mgr. van Gilsstraat 126 – 232 is verdacht voor de aanwezigheid van een nietgesaneerde ondergrondse HBO-tank. De feitelijke aanwezigheid en exacte ligging van de tank zijn echter onbekend. Meest waarschijnlijk ligt of lag deze tank aan de straatzijde van het gebouw. De funderingen onder de wegen zijn verdacht voor diverse parameters (PAK, min. olie, zware metalen) incl. asbest als de fundering puin bevat. De rest van het plangebied is onverdacht voor verontreiniging die een belemmering voor herinrichting zou kunnen vormen. Er wordt wel de gebruikelijke lichte bodemverontreiniging verwacht. 7
Specialist bodem afd. Milieu en Bouwen:
Datum:
E. Nieuwenhuis
19 juni 2019
Bijlage 2
Bodemonderzoek fase 1
bestemmingsplan Rolduckerveld
9
Milieukundig bodemonderzoek fase 1 herinrichting Rolduckerveld te Kerkrade MA190555.R01.V1.2 15 mei 2020
Milieukundig bodemonderzoek fase 1 herinrichting Rolduckerveld te Kerkrade Rapportnummer MA190555.R01.V1.2 15 mei 2020
Opdrachtgever Gemeente Kerkrade De heer M. Caumo Markt 33 6461EC Kerkrade
+31 88 130 06 00 info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen
Geonius.nl Functie
Naam
Projectleider Milieu
Ing. M.W.H. Franzen
Collegiale toets
Dhr. J. Zoer
MA190555.R01.V1.2
Paraaf
2 van 38
Inhoud 1
Inleiding ...............................................................................5
2
Achtergrondinformatie .................................................7
2.1
Algemeen
7
2.2
Situering onderzoekslocatie
7
2.3
Historie
7
2.4
Vergunningen
8
2.5
Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie
8
2.6
Niet gesprongen explosieven (NGE)
10
2.7
Archeologie
10
2.8
Terreininspectie
10
2.9
Samenvatting vooronderzoek, onderzoekshypothese en –strategie
11
2.9.1
Asfalt ................................................................................................................................................................... 11
2.9.2
Fundatie en onderliggende bodem ....................................................................................................... 13
2.9.3
PFAS ................................................................................................................................................................... 13
2.9.4
Asbest in bodem/puin ................................................................................................................................. 14
3
Veldwerk en analyses .................................................. 15
3.1
Onderzoeksprogramma
15
3.2
Samenstelling en analyseparameters bodem-monsters
16
3.3
Veldwerk verkennend bodemonderzoek
16
3.4
Bodemprofiel
17
3.4.1
Rijbaan en parkeervakken (deelgebied 1, 2, 5 en 6) ......................................................................... 17
3.4.2
Trottoirs (deelgebied 1, 5 en 6) ................................................................................................................. 17
3.4.3
Onverhard terrreindeel (deelgebied 3, 4, 7 t/m 10 en gebied tussen 8 en 10) ........................ 17
3.5
Veldwerk verkennend asbestonderzoek
4
Analyseresultaten ........................................................ 23
4.1
Toetsingskader
4.1.1
Wet bodembescherming ............................................................................................................................23
4.1.2
Tijdelijk handelingskader .........................................................................................................................23
4.1.3
Besluit en Regeling bodemkwaliteit .....................................................................................................23
4.1.4
Niet-vormgegeven bouwstoffen .............................................................................................................23
4.1.5
Veiligheidsmaatregelen CROW 400 ......................................................................................................23
4.1.6
Asbest in bodem/puin ................................................................................................................................ 24
4.1.7
Asfalt ................................................................................................................................................................. 24
5
Asfalt .................................................................................. 25
5.1
Veldwerk
5.1.1
Dikte asfalt .......................................................................................................................................................25
5.2
Analyseresultaten
25
5.3
Interpretatie
28
MA190555.R01.V1.2
18
23
25
3 van 38
6
Fundatie en grond ........................................................ 30
6.1
Milieuhygiënische analyses
6.1.1
Bodem ............................................................................................................................................................... 30
6.1.2
Asbest ................................................................................................................................................................35
7
Conclusies en aanbevelingen .................................. 37
7.1
Conclusies
7.1.1
Asfalt ..................................................................................................................................................................37
7.1.2
Bodem ................................................................................................................................................................37
7.1.3
Asbest in bodem/puin .................................................................................................................................38
7.1.4
Veiligheidsklasse ..........................................................................................................................................38
7.2
Aanbevelingen
7.2.1
Asfalt ..................................................................................................................................................................38
7.2.2
Bodem ................................................................................................................................................................38
30
37
38
Bijlagen Bijlage 1 Topografische overzichtskaart Bijlage 2 Foto’s locatie en proefgaten Bijlage 3 Boorstaten incl. legenda Bijlage 4 Analysecertificaten Bijlage 5 Toetsing Wet bodembescherming Bijlage 6 Toetsing Besluit bodemkwaliteit Bijlage 7 Overzicht bronnen vooronderzoek Bijlage 8 Situatietekeningen Bijlage 9 Toelichting berekening veiligheidsklassen (CROW 400) Bijlage 10 Overzicht deellocaties
MA190555.R01.V1.2
4 van 38
1 Inleiding Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van Gemeente Kerkrade een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ten behoeve van een herinrichting ter plaatse van de wijk Rolduckerveld te Kerkrade. De aanleiding voor de uitvoering van dit bodemonderzoek is de geplande reconstructie ter plaatse, waarbij tot maximaal 3,0 m-mv zal worden gegraven. In het kader van de voorgenomen werkzaamheden wordt de milieuhygiënische kwaliteit van het asfalt, het funderingsmateriaal en eventueel de grond of het grondwater bepaald. Doel van het verkennend bodemonderzoek omvat diverse punten, te weten:
beoordelen of in het kader van de Wet bodembescherming mogelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (ATI-toetsing, vervolgonderzoek);
beoordelen of uitkomend (bodem)materiaal voor hergebruik in aanmerking komt, onder de voorwaarden van hergebruik (Besluit bodemkwaliteit):
als tijdelijke uitname in het werk (grond en niet-vormgegeven bouwstoffen) ;
in het project (grond en niet-vormgegeven bouwstoffen);
in het homogene deelgebied (grond);
bepalen van de voorlopige veiligheidsklassen voor de uitvoering van de werkzaamheden in het kader
1
van de Arbo-wetgeving (CROW400);
beoordelen of het uitkomend (bodem)materiaal verdacht is op de aanwezigheid van asbest.
Onderhavig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017), de NEN 5707+C2 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017), de NEN 5897+C2 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, december 2017) en de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, januari 2009 en wijzigingsblad NEN 5740/A1, februari 2016). Geonius is gecertificeerd voor SIKB protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 behorende bij Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (BRL SIKB 2000). Het procescertificaat van Geonius Milieu B.V. en het bijbehorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium (of de opdrachtgever). Geonius Groep B.V. en de verschillende divisies zijn gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NENEN-ISO 9001:2015, NEN-EN-ISO 14001:2015, VCA*2017/6.0 en CO2 Prestatieladder niveau 3. Geonius Milieu B.V. streeft naar het uitvoeren van een representatief onderzoek.
Het onderzoek is echter steekproefsgewijs uitgevoerd door middel van het uitvoeren van een volgens de norm voorgeschreven aantal boringen en het laten analyseren van grond(meng)monsters op een standaard analysepakket. Eventueel niet getraceerde (punt)bronnen van verontreinigingen kunnen derhalve niet worden uitgesloten.
1
Zie Besluit bodemkwaliteit, artikel 36, lid 3: “het tijdelijk ontgraven van een deel van de bodem en het vervolgens weer onbewerkt onder dezelfde condities terugbrengen van die grond op of nabij de plaats waar deze is ontgraven”.
MA190555.R01.V1.2
5 van 38
Geonius Milieu B.V. verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of onderhavige locatie en daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in KwaliBo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer). In onderhavig rapport worden de resultaten van het vooronderzoek, de gehanteerde onderzoeksopzet, de uitgevoerde veldwerkzaamheden en de resultaten van het analytisch onderzoek beschreven. Tot slot worden de resultaten getoetst aan de referentiewaarden en worden conclusies, en eventueel aanbevelingen, geformuleerd.
MA190555.R01.V1.2
6 van 38
2 Achtergrondinformatie 2.1 Algemeen Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform de NEN 5725 verricht. De hierbij gehanteerde bronnen zijn opgenomen in bijlage 7. De resultaten van het vooronderzoek zijn in onderstaande paragrafen opgenomen.
2.2 Situering onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft een deel van de wijk Rolduckerveld te Kerkrade. Het betreft een deel van de Hertogenlaan, de Monseigneur van Gilsstraat en Directeur Cortenstraat. Verder bestaat de onderzoekslocatie uit groenzones die zijn gelegen aan bovengenoemde wegen. Op aangeven van gemeente Kerkrade is de onderzoekslocatie opgedeeld in 10 deellocaties. Opgemerkt dient te worden dat, op aangeven van de opdrachtgever, het trottoir en de parkeervakken ter plaatse van de Directeur Schrijnenstraat niet tot de e
onderzoekslocatie behoren. In een 2 stadium is de bodem gelegen tussen de deelgebieden 8 en 10 ook toegevoegd aan de onderzoekslocatie. Een afbeelding van deze deellocaties is toegevoegd als bijlage 10. In Tabel 2.1 zijn enkele gegevens betreffende de onderzoekslocatie weergegeven. De regionale ligging is weergegeven in bijlage 1. In bijlage 8 is een situatietekening met daarop de ligging van de locatie opgenomen. Foto’s van de locatie zijn opgenomen in bijlage 2. Tabel 2.1: overzicht topografische en kadastrale gegevens onderzoekslocatie Algemene en topografische gegevens Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 41.095 m2
Maaiveldhoogte
Circa 157 m + NAP
X-coördinaat, Y-coördinaat
X: 203.292, Y: 320.449
Kadastrale gegevens Kadastrale aanduiding
Gemeente Kerkrade, sectie G nummer 1665, 2174, 2175, 2176, 2177, 2178, 2179, 2180, 2181, 2182, 2184, 2185, 2186, 2187, 2651, 3692, 3697, 3698, 3924, 3927, 3928 en 4108.
Oppervlakte kadastrale percelen
85.509 m2
2.3 Historie Op basis van de geraadpleegde historische kaarten blijkt dat de locatie tot circa 1964 onbebouwd is geweest en voor agrarische doeleinden heeft gediend. Dwars door de onderzoekslocatie liep de weg van Kerkrade richting Herzogenrath. Ten oosten van de wijk Rolduckerveld is de Domaniale Mijn “Beerenbosch” gelegen die tot eind jaren ’80 in gebruik is geweest. In de jaren ’70 is de wijk Rolduckerveld gerealiseerd. In 2011 zijn de woningen die zich bevonden tussen de wegen Directeur Schrijnenstraat, Directeur Cortenstraat en Hertogenlaan gesloopt. Heden ten dagen betreft dit deel van de locatie een grasveld met enkele kinderspeeltoestellen en geasfalteerde wandelpaden. Enkele uitsneden van historisch kaartmateriaal is opgenomen in onderstaande Figuur 2.1.
MA190555.R01.V1.2
7 van 38
Ca. 1920
Ca. 1960
Ca. 1990
Ca. 2018
Figuur 2.1: uitsneden historische kaarten
2.4 Vergunningen Voor de onderzoekslocatie zijn geen vergunningen afgegeven in het kader van de voormalige Hinderwet, Wet milieubeheer, Bouwvergunningen, Sloopvergunningen of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dan wel niet bekend/aanwezig in de geraadpleegde bronnen. Uit de geraadpleegde bronnen (o.a. BOOT-archief) blijken geen gegevens die duiden op de aanwezigheid van één of meerdere tanks op de onderzoekslocatie.
2.5 Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie In Tabel 2.2 staat de bodemopbouw, geohydrologie, gegevens Bodemkwaliteitskaart/Nota bodembeheer en een samenvatting van de resultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie vermeld. Tabel 2.2: overzicht bodemopbouw, geohydrologie en –kwaliteit Bodemopbouw Diepte in m-mv
Omschrijving
Opmerkingen
[0 – 5]
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Schimmert
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit leem en een spoor klei, fijn en midden zand
[5 – 17]
Formatie van Beegden
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken
MA190555.R01.V1.2
8 van 38
[> 17]
Rupel Formatie
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit fijn zand, kleiig zand en midden zand en met weinig klei, grof zand, grind, schelpen en kalksteen
Geohydrologische gegevens Hoogte freatisch grondwater
Circa 120 m + NAP / Circa 37 m-mv
Stromingsrichting grondwater
Noordelijk
Ligging van oppervlaktewater op en/of nabij de locatie
Nee
Het voorkomen van brak of zout grondwater
Nee
Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied
Nee
Aanwezigheid van grondwateronttrekkingen op de locatie of in de omgeving
Nee
Aanwezigheid van breukstelsels op of nabij de locatie
Ja, op circa 350 en 500 meter ten noordoosten van de onderzoekslocatie lopen twee breuklijnen, beide van het zuidoosten naar het noordwesten.
Bodemkwaliteitskaart / Nota bodembeheer Kenmerk, datum
Omschrijving
d.d. 30 maart 2016
Nota Bodembeheer Gemeente Kerkrade
Deelgebied
Zone 1
Bodemfunctieklasse
Wonen
Ontgravingsklasse
Bovengrond (0-0,5 m-mv): Wonen Ondergrond (0,5-2,5 m-mv): Achtergrondwaarde
Bodemonderzoeken ter plaatse van onderzoekslocatie Kenmerk, datum
Omschrijving
Royal Haskoning,
Verkennend bodemonderzoek Brede School
Kenmerk 9M2896.01/R001/JGE, d.d. 9 december 2002
Ter plaatse van het groengebied tussen de Brede School en de kerk aan de Directeur van de Mühlenlaan is een lichte verontreiniging met PAK aangetroffen. Incidenteel zijn lichte verontreinigingen met cadmium en minerale olie en matige verontreinigingen met PAK aangetroffen.
Antea Group,
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Directeur Cortenstraat
Kenmerk 400691-76, d.d. 7 april 2015
Zintuigelijk is tijdens de veldwerkzaamheden in de funderingslaag een volledige puinlaag aangetroffen in de bovengrond. De bovengrond is verder zwak puin-, asfalt- en slakhoudend. In de ondergrond zijn sporen aangetroffen van puin en asfalt. Analytisch blijkt dat in hoofdzaak geen verontreinigingen worden aangetroffen. Incidenteel worden lichte verontreinigingen met kobalt, minerale olie en PCB en matige verontreiniging met PAK aangetroffen.
Bodemonderzoeken in directe omgeving onderzoekslocatie Kenmerk, datum
Omschrijving
Intron Bodemtech,
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de Dir. Geurtsstraat in de gemeente Kerkrade
Kenmerk B95267, d.d. 30 november 1995
In de bovengrond is een sterke verontreiniging met PAK en een lichte verontreiniging met zink en minerale olie aangetroffen. De ondergrond is licht verontreinigd met PAK en minerale olie. De gemeten verhoogde gehaltes kunnen worden gerelateerd aan matige tot sterke puin-, kool- en mijnsteenbijmengingen in het bodemprofiel.
MA190555.R01.V1.2
9 van 38
Intron Bodemtech,
Aanvullend bodemonderzoek ter plaatse van de Dir. Geurtsstraat in de gemeente Kerkrade
Kenmerk B96040, d.d. 16 februari 1996
Uit de analyseresultaten blijkt dat de bodem tot 1,0 m-mv sterk verontreinigd is met PAK. Op basis van de onderzoeksresultaten van het aanvullend onderzoek wordt geconcludeerd dat de aangetroffen verontreiniging als geval van ernstige bodemverontreiniging dient te worden beschouwd. Provincie Limburg is in deze het bevoegd gezag.
Uitgaande van de gehanteerde vakindeling bedraagt de hoeveelheid verontreinigde grond, met een PAK-gehalte verhoogd ten opzichte van de interventiewaarde, circa 485 (vaste) m³. Gemeente Kerkrade,
Saneringsplan Turncentrum Kerkrade
d.d. 22 mei 1996 Gelet op de onderzoeksresultaten en het funderingsadvies wordt ervoor gekozen de bodem van de gehele locatie tot ca. 1 m-mv te ontgraven. Hierbij wordt gelet op zintuiglijke waarneming van puin en/of kolenreststoffen. Indien op een diepte zintuiglijk schone bruine leem wordt aangetroffen wordt niet dieper ontgraven. D.m.v. een controle van de putbodem wordt de eindkwaliteit gecontroleerd. De vrijkomende bodem wordt gescheiden in ernstig- en licht-verontreinigde grond.
2.6 Niet gesprongen explosieven (NGE) Op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend omtrent “niet gesprongen explosieven”.
2.7 Archeologie Uit de archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart van de gemeente Kerkrade blijkt dat de onderzoekslocatie gelegen is in een gebied waarvoor een lage tot middelhoge archeologische verwachting geldt.
2.8 Terreininspectie Op 3 september 2019 is door de heer J. Beugels een terreininspectie uitgevoerd. Ten tijde van de terreininspectie is gebleken dat de onderzoekslocatie is gebruik is als openbaar gebied (rijbaan, trottoirs, parkeervakken en groenzones). Het overgrote deel van de rijbanen van de Hertogenlaan, de Monseigneur van Gilsstraat en Directeur Cortenstraat zijn geasfalteerd. Uit de schouw van de rijbaanverharding blijkt dat 23 verschillende wegvakken zijn te onderscheiden, waarvan 5 beklinkerd en 18 geasfalteerd. De parkeervakken langs de straatzijden zijn verhard met klinkers, de trottoirs zijn verhard met tegels. Het terrein aan de voorzijde van de kerk is geheel betegeld. De groenstroken zijn begroeid met gras en enkele bomen. Ter plaatse van het grasveld zijn enkele kinderspeeltoestellen en geasfalteerde wandelpaden aanwezig. Op de locatie zijn verder geen opstallen aanwezig. Tijdens het terreininspectie is het gehele terrein visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn op onderhavige onderzoekslocatie niet waargenomen.
MA190555.R01.V1.2
10 van 38
2.9 Samenvatting vooronderzoek, onderzoekshypothese en –strategie 2.9.1 Asfalt Om de hergebruikmogelijkheden van het asfalt vast te stellen, dient te worden vastgesteld of het asfalt teerhoudend is. Hiertoe wordt het PAK-gehalte van het asfalt bepaald en getoetst aan de maximale samenstellingswaarde uit het Besluit bodemkwaliteit. Het onderzoek wordt uitgevoerd volgens CROW publicatie 210 (Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt, juni 2015) en BRL 9320 (Bitumineus gebonden mengsels). In deze richtlijnen zijn eisen aangegeven voor de acceptatie van asfaltgranulaat. Op basis van historisch vooronderzoek en een visuele inspectie van het te frezen/ op te breken weggedeelte worden eventueel te onderscheiden vakken aangegeven. Naast het “gewone” wegvak dient rekening gehouden te worden met “bijzondere weggedeelten” vakken zoals bushaltes, opstelvakken, reparatievakken, naden, etc. In onderstaande Tabel 2.3 is het minimum aantal boringen per onderzoeksvak aangegeven. Tabel 2.3: minimum aantal boringen per onderzoeksvak Situatie
Minimum aantal boringen per onderzoeksvak
Asfalt dat geheel of gedeeltelijk vóór 1995 is aangelegd Onderzoeksvak < 100 m2
1
2
2
Onderzoeksvak < 500 m
Onderzoeksvak ≥ 500 m2
1 per (gedeelte van) elke 500 m2 +1 extra per onderzoeksvak
Asfalt dat volledig na 1994 is aangelegd (het werk wordt beschouwd als één onderzoeksvak) Onderzoeksvak < 1.000 m2 Onderzoeksvak ≥ 1.000 m
2
2 1 boring per (gedeelte van) elke 1.000 m2 +1 extra per onderzoeksvak
Bij zeer grote homogene asfaltoppervlakten (≥ 10.000 m2) is een verminderde onderzoeksinspanning van toepassing.
Bij het plaatsen van de boringen dient volgens CROW publicatie 210 rekening te worden gehouden met onderstaande zaken: Als het vak een rijstrook betreft moet de helft van de kernen in de rijsporen en de andere helft buiten de rijsporen worden geboord; Het boren van de asfaltkernen wordt uitgevoerd met een boor met een diameter van minstens 100 millimeter; De asfaltboringen moeten worden doorgezet tot minstens 10 centimeter onder de opgegeven onderzoeksdiepte, maar bij voorkeur tot de onderzijde van het asfalt; De locatie van de asfaltkernen moet worden vastgesteld (bij voorkeur in x- en y-coördinaten) én worden vastgelegd ten opzichte van vaste referentiepunten met een afwijking van maximaal 20 centimeter. In onderstaande Tabel 2.4 is het minimum te analyseren asfaltanalyses volgens CROW publicatie 210 en BRL 9320, d.d. 24 april 2009, weergegeven. Tabel 2.4: analysestrategie asfalt Hoeveelheid vrijkomend potentieel teervrij asfalt per onderzoeksvak
Minimum aantal analyses
Gehele werk na 1994 aangelegd èn in de PAK- detectorproef
0 analyses
0 -25 ton (alleen indien hele werk < 25 ton)
0 analyses
0-200 ton
1 analyse
200-1.000 ton
2 analyses
MA190555.R01.V1.2
11 van 38
1.000-2.000 ton
3 analyses
Elke 2.000 ton meer
1 analyse extra
Op de kernen is een laagdiktebepaling proef (RAW 77.1) en PAK-detectorproef (RAW 77.2) uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken is in eerste instantie bepaald of sprake is van voldoende homogeen asfalt. Indien dit niet het geval is dienen mogelijk aanvullende kernboringen en laagdiktebepalingen en PAKdetectorproeven worden uitgevoerd. Vervolgens dienen PAK in asfalt analyses te worden ingezet om de samenstellingswaarden te bepalen. Conform de CROW publicatie 210 dient bij het samenstellen van de mengmonsters met de volgende zaken rekening te worden gehouden:
Monsters mogen worden samengesteld uit ten hoogste 3 verschillende lagen, als deze in één keer kunnen worden gefreesd;
Per monster mag materiaal van maximaal 3 verschillende boorkernen gebruikt worden;
De dikte van het asfaltpakket dat in één (meng)monster mag worden verzameld (totaal van de 3 kernen) bedraagt maximaal 20 centimeter;
Als meerdere boorkernen in een onderzoeksvak overeenkomstige lagen bevatten, hoeven niet alle boorkernen bemonsterd te worden. Wel moet asfalt uit de verschillende lagen in het monster aanwezig zijn.
In onderstaande Tabel 2.5 staan de uit voeren werkzaamheden per geasfalteerd wegvak/straat vermeld. De beklinkerde wegvakken zijn in onderstaande tabel uitgesloten. Verder zijn de geasfalteerde wandelpaden, die recent zijn aangelegd, niet onderzocht. In bijlage 8 zijn de wegvakken weergegeven. Tabel 2.5: overzicht van de uit te voeren werkzaamheden asfaltonderzoek Wegvak
Oppervlakte (m2)
Ton (dikte 10 cm / 2,5 ton/m3)
Veldwerk
Deellocatie 1: Directeur Cortenstraat 1
59
14,75
1 kern
4
900
225
3 kernen
5
1.500
375
4 kernen
6
237
59,25
2 kernen
7
51
12,75
1 kern
8
41
10,25
1 kern
23
75
18,75
1 kern
Deellocatie 5: Directeur Geurtsstraat / Hertogenlaan 12
1.680
420
5 kernen
14
141
35,25
2 kernen
15
91
22,75
1 kern
16
105
26,25
2 kernen
17
11
2,75
1 kern
18
55
13,75
1 kern
19
40
10
1 kern
9
28
7
1 kern
10
87
21,75
1 kern
11
1.744
436
5 kernen
22
75
18,75
1 kern
Totaal
7.191
1.730
34 kernen
Deellocatie 6: Mgr. van Gilsstraat
MA190555.R01.V1.2
12 van 38
2.9.2 Fundatie en onderliggende bodem Aangezien tot een diepte van 3,0 m-mv wordt gegraven is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de fundatie en onderliggende bodem noodzakelijk. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat voor de onderzoekslocatie geen directe aanleiding is om uit te gaan van een belaste bodem anders dan door het gebruik sinds langere tijd (diffuse bodembelasting). Als gevolg van mogelijke belasting van de bodem door het verkeer wordt voor de bovengrond (onder de fundatie) ter plaatse van de rijbaan, de parkeervakken en de trottoirs uitgegaan van een verdachte (niet lijnvormige) locatie (VED-HE-NL), zoals genoemd in de NEN 5740. Op aangeven van de opdrachtgever wordt voor de groenstroken en de ondergrond ter plaatse van de rijbaan, de parkeervakken en de trottoirs uitgegaan van een onverdachte (niet lijnvormige) locatie (ONV-NL). De geasfalteerde wandelpaden, die recent zijn aangelegd, zijn niet onderzocht. Het grondwater wordt niet binnen de maximale ontgravingsdiepte verwacht en wordt derhalve niet meegenomen in het onderzoek. In aanvulling op de onderzoeksopzet zijn enkele boringen en analyses extra opgenomen ten opzichte van de minimaal vereiste boringen en analyses conform de NEN 5740. Hiervoor is gekozen om per deellocatie een uitspraak te kunnen doen over de bodemkwaliteit.
In onderstaande Tabel 2.6 is per onderzoeksgebied de oppervlakte gespecificeerd. In bijlage 10 zijn alle deellocaties weergegeven. Tabel 2.6: oppervlakten onderzoeksgebieden Deellocatie
Rijbaan (m²)
Parkeervakken (m²)
Trottoirs (m²)
Groenstrook (m²)
Totaal (m²)
Maximale ontgravingsdiepte (m)
1
2.966
688
722
-
4.376
3,0 / 1,5
2
-
2.442
-
-
2.442
2,0
3
-
-
-
837
837
3,0
4
-
-
-
535
535
3,0
5
2.175
639
1.387
-
4.201
3,0/1,5
6
2.050
611
619
-
3.280
3,0/1,5
7
-
-
-
16.805
16.805
1,0
8
-
-
-
3.723
3.723
3,0
9
-
-
-
3.091
3.091
1,5
10
-
-
-
1.805
1.805
3,0
-
-
-
8.633
8.633
2,0
7.191
4.380
2.728
26.796
41.095
gebied tussen 8 en 10 Totaal
2.9.3 PFAS In een brief van 8 juli 2019 is het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” aangeboden aan de Tweede Kamer. Dit Tijdelijk handelingskader is op 1 december 2019 aangepast. Het Tijdelijk handelingskader biedt een landelijk kader voor de omgang met PFAS-houdende grond en baggerspecie. Voor hergebruik is het noodzakelijk om onderzoek te doen naar de stofgroep PFAS (poly- en perfluor alkyl-verbindingen). Gezien de aanleiding van onderhavig onderzoek wordt het stoffenpakket uitgebreid met de stofgroep PFAS. Omdat de locatie onverdacht is ten aanzien van GenX wordt deze niet op deze parameter onderzocht.
MA190555.R01.V1.2
13 van 38
2.9.4 Asbest in bodem/puin Verharde terreindelen Het verkennend onderzoek naar asbest in bodem/puin wordt uitgevoerd volgens de NEN 5707+C2 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017) dan wel de NEN 5897+C2 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, december 2017). Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat voor de onderzoekslocatie met betrekking tot asbest in bodem/puin de hypothese “verdacht” van toepassing is, vanwege de mogelijke aanwezigheid van asbesthoudend plaatmateriaal in het aanwezige fundatiemateriaal. Het asbestonderzoek van het fundatiemateriaal vindt plaats volgens de strategie voor “afgedekte funderingslagen voor kleinschalige locaties” uit de NEN 5897. In aanvulling op de NEN 5897 worden alle gaten ter plaatse van het wegdek uitgevoerd tot onderzijde van de funderingslaag. In aanvulling op de onderzoeksopzet zijn enkele proefgaten en analyses extra opgenomen ten opzichte van de minimaal vereiste proefgaten en analyses conform de NEN 57897. Hiervoor is gekozen om per deellocatie een uitspraak te kunnen doen over de bodemkwaliteit. Onverharde terreindelen Vanwege
de
aangetroffen
bodemvreemde
bijmengingen
(baksteen-
en
betonpuin)
tijdens
de
veldwerkzaamheden alsmede het historisch gebruik en de sloop van de woningen in 2011, is voor de onderzoekslocatie met betrekking tot asbest in bodem de hypothese “verdacht” van toepassing, waarbij wordt uitgegaan van de strategie “heterogeen verdacht” (VED-HE) uit de NEN 5707. De hiervoor genoemde hypotheses wordt met behulp van dit bodemonderzoek getoetst. In de navolgende hoofdstukken worden de uitgevoerde werkzaamheden en de onderzoeksresultaten besproken.
MA190555.R01.V1.2
14 van 38
3 Veldwerk en analyses 3.1 Onderzoeksprogramma In onderstaande Tabel 3.1 is het voorgestelde veld- en laboratoriumonderzoek samengevat. Tabel 3.1: onderzoeksprogramma bodem- en asbestonderzoek (Deel)locatie en OpperVeldwerk Analyses2) strategie vlakte (m2) Asfalt Asfaltonderzoek (CROW210) 34 kernen
Grond/fundatie
Grondwater
Bodem/ fundering 25*0,5 m-mv 5*2,0 m-mv 8*3,0 m-mv
Rijbaan en ca. 11.571 34*PAK-marker test (RAW 77.2) + Bovengrond/Verdachte parkeervakken laagdikte-bepaling (RAW 77.1) laag: (deelgebied 1, 2, 5 8*standaardpakket + PFAS en 6) Ondergrond: Bg: VED-HE-NL 4*standaardpakket + PFAS Og: ONV-NL Trottoirs ca. 2.728 18*1,5 m-mv Bovengrond/Verdachte (deelgebied 1, 5 laag: en 6) 4*standaardpakket + PFAS Bg: VED-HE-NL Ondergrond: Og: ONV-NL 4*standaardpakket + PFAS Onverhard ca. 35.429 36*0,5 m-mv Bovengrond: terreindeel 8*1,0 m-mv 8*standaardpakket + PFAS (deelgebied 3, 4, 7 4*2,0 m-mv Ondergrond: t/m 10 en gebied 8*3,0 m-mv 5*standaardpakket + PFAS tussen 8 en 10) Bg + Og: ONV-NL Asbestonderzoek Rijbaan en ca. 11.571 25 proefgaten tot onderzijde 5 asbest in grond (NEN parkeervakken funderingslaag (0,3*0,3) 5898) (deelgebied 1, 2, 5 en 6) (Kleinschalig afgedekte funderingslagen) Trottoirs ca. 2.728 15 proefgaten tot onderzijde 4 asbest in grond (NEN (deelgebied 1, 5 funderingslaag (0,3*0,3) 5898) en 6) (Kleinschalig afgedekte funderingslagen) Onverhard ca. 35.429 50 proefgaten tot 0,5 m-mv, 10 asbest in grond (NEN terreindeel waarvan 10 tot onderzijde 5898) (deelgebied 3, 4, 7 verdachte laag met een maximum t/m 10 en gebied van 2,0 m-mv tussen 8 en 10) (VED-HE) 1) Op basis van geohydrologische gegevens is bekend dat binnen 5,0 m-mv geen grondwater wordt aangetroffen.
Grondwateronderzoek is volgens de NEN 5740 in een dergelijke situatie niet noodzakelijk. De peilbuis is vervangen door een diepe boring tot 3,0 m-mv. 2) Standaardpakket (landbodem en grond): organisch stof en lutum 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) som-PCB’s, som-PAK’s (10) en minerale olie Stofgroep PFAS poly‐ en perfluor alkyl‐verbindingen (30‐verbindingen) Samenstellingspakket beperkt en uitloogproef (bouwstoffen) organische parameters (som PCB, som PAK (10) en minerale olie). schudproef met L/S=10 en analyse eluaat op pakket 15 metalen (As, Ba, Cd, Cr, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Sb, Se, Va, Zn) en 4 anionen (fluoride, bromide, chloride en sulfaat).
De chemische analyses van de grond(meng)monsters zijn conform AS3000 uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam, gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 (certificaatnummer L28) en AS3000-
MA190555.R01.V1.2
15 van 38
erkend. De analyses op de stofgroep PFAS zijn eveneens uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. De puin- en grond(meng)monsters ten behoeve van het asbestonderzoek zijn geanalyseerd op asbest conform NEN 5898. De (meng)monsters hebben een geschat drooggewicht van minimaal 10 kg voor grond en minimaal 25 kg voor puin.
3.2 Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters Gerelateerd aan de zintuiglijke waarnemingen dan wel analyseresultaten zijn de volgende wijzigingen en/of bijzonderheden te melden:
Vanwege de aanwezigheid van diverse hoofdbestanddelen en bodemvreemde bijmengingen zijn in totaal 46 analyses op het standaardpakket landbodem inclusief PFAS uitgevoerd in plaats van de voorgestelde 33;
Wegens het aantreffen van niet-vormgegeven bouwstoffen zijn 6 analyses uitgevoerd op het beperkt bouwstoffen pakket en uitloogproef;
In aanvulling op de onderzoeksstrategie voor het asbestonderzoek zijn 4 analyses asbest in puin en 16 analyses asbest in grond uitgevoerd in plaats van de voorgestelde 19 analyses asbest in grond;
Op basis van de analyseresultaten van mengmonster mm801 zijn de individuele monsters van dit mengmonster separaat geanalyseerd op de parameter PAK (in totaal 9 monsters);
Op basis van de analyseresultaten van de boringen 805, 806 en 809 en de hierin aangetroffen sterke verontreiniging met PAK in de bovengrond zijn 24 aanvullende boringen tot 1,0 dan wel tot 1,5 m-mv gemaakt ten behoeve van de horizontale en verticale afperking. Vervolgens zijn 27 separate monsters geanalyseerd op de parameter PAK.
In Tabel 6.1 (hoofdstuk 6) is een overzicht gegeven hoe de grond(meng)monsters en de monsters zijnde nietvormgegeven bouwstof zijn samengesteld. Tevens is van elk grond(meng)monster en elk monster zijnde nietvormgegeven bouwstof het globale bodemprofiel, de zintuiglijke waarnemingen en de uitgevoerde chemische analyses vermeld. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en een overzicht van de toegepaste analysemethoden weergegeven. Plaatselijk zijn in bodemlagen van gelijke textuur zintuiglijk bodemvreemde bijmengingen aangetroffen aan baksteen, beton, mijnsteen, slakken, kolen, asfalt, metaal en plastic. Bij het samenstellen van de mengmonsters zijn in enkele gevallen mengmonsters samengesteld van zintuiglijk schone bodemmonsters met sporadisch met baksteen, beton, mijnsteen, slakken, kolen, asfalt, metaal en plastic geroerde bodemmonsters. Gezien het hier “homogene” bodemlagen betreft alsmede de mate van bijmengingen (gradatie sporen) betreft het hier geen afwijking op de NEN 5740 en wordt ons inziens een representatief kwaliteitsbeeld verkregen. Dit wordt gestaafd op basis van de analyseresultaten van de monsters die zijn verkregen.
3.3 Veldwerk verkennend bodemonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd in de periode van 3 t/m 18 augustus 2019, op 21 oktober 2019 en op 8 en 20 april 2020, voor zover van toepassing, conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). De veldmedewerkers die de werkzaamheden hebben uitgevoerd, de heer J. Beugels, de heer L. Idili, de heer L.H.J. Puts en de heer D.R.A. Geurts, zijn in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van
MA190555.R01.V1.2
16 van 38
Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Tijdens de veldwerkzaamheden is assistentie verleend door de heer B.M.D.M. Houben, de heer M. Damen en de heer J. Kerckhoffs. Een tekening met de locaties van de uitgevoerde boringen is toegevoegd als bijlage 8. Voor de parameter PFAS heeft een duplo monstername plaatsgevonden, waarbij separate voor PFAS geschikte monsterpotten zijn gevuld. Verder zijn tijdens de werkzaamheden maatregelen getroffen om contaminatie zoveel als mogelijk te voorkomen, zoals staat omschreven in het “Kennisdocument voor Bemonstering en analyse van PFAS-verbindingen in grond- en grondwater”. Er hebben geen kritieke afwijkingen op de beoordelingsrichtlijn plaatsgevonden.
3.4 Bodemprofiel Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden is het bodemmateriaal beoordeeld op kleur, textuur, bijmenging(en) en eventuele bijzonderheden. De boorstaten zijn als bijlage 3 zijn toegevoegd.
3.4.1 Rijbaan en parkeervakken (deelgebied 1, 2, 5 en 6) Uit de terreininspectie blijkt dat het maaiveld volledig verhard is met asfalt en klinkers. De bodem kan globaal als volgt worden omschreven. Onder de verharding is een funderingslaag aangetroffen variërend van slakken, repac, bakstenen, zand met en zonder bodemvreemde bijmengingen, tot stol. Onder de funderingslaag is tot de maximaal geboorde diepte (3,0 m-mv) sterk zandige leem dan wel zwak tot matig siltig aanwezig. Lokaal zijn (bodemvreemde) bijmengingen aan baksteen, beton, kolen, slakken, wortels, silex, kalksteen, grind en/of stenen waargenomen in een gradatie van sporen tot matig. Er zijn verder geen afwijkende geuren (middels passieve geurwaarneming) en/of kleuren waargenomen.
3.4.2 Trottoirs (deelgebied 1, 5 en 6) Uit de terreininspectie blijkt dat het maaiveld volledig verhard is met tegels. De bodem kan globaal als volgt worden omschreven. Onder de tegelverharding wordt veelal een laagje straatzand aangetroffen. Onder het straatzand is tot de maximaal geboorde diepte (1,5 m-mv) voornamelijk sterk zandige leem dan wel matig tot zwak siltig zand waargenomen. Zeer lokaal (boring 516 en 613) is fundatiemateriaal in de vorm van repac en slakken aangetroffen. Plaatselijk zijn in de boven- en ondergrond (bodemvreemde) bijmengingen aan baksteen, beton, slakken, asfalt, mijnsteen, aardewerk, grind en/of stenen aanwezig in een gradatie variërend van sporen tot sterk. Er zijn verder geen afwijkende geuren (middels passieve geurwaarneming) en/of kleuren waargenomen.
3.4.3 Onverhard terrreindeel (deelgebied 3, 4, 7 t/m 10 en gebied tussen 8 en 10) Uit de terreininspectie blijkt dat het maaiveld volledig begroeid is met gras en enkele bomen. De bodem kan globaal als volgt worden omschreven. Vanaf het maaiveld wordt tot de maximaal geboorde diepte (3,0 m-mv) sterk zandige leem dan wel zwak tot matig siltig aangetroffen. Ter plaatse van boring 805 is in de ondergrond een grindlaag waargenomen. Plaatselijk zijn (bodemvreemde) bijmengingen aan grind, wortels, kolen, plastic, metaal, asfalt, baksteen, mijnsteen, silex, sintels en/of beton aangetroffen in een gradatie variërend van sporen tot sterk. Er zijn verder geen afwijkende geuren (middels passieve geurwaarneming) en/of kleuren waargenomen.
MA190555.R01.V1.2
17 van 38
3.5 Veldwerk verkennend asbestonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd in de periode van 3 t/m 18 augustus 2019, van 8 t/m 10 oktober 2019 en 8 en 20 april 2020, voor zover van toepassing, conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2018 (Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem, versie 6.0, 1 februari 2018). De coördinerende veldmedewerkers, de heer J. Beugels, de heer L.H.J. Puts en de heer L. Idili, zijn in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van IenW. De coördinerende veldwerkers zijn hierbij geassisteerd door de heer B.M.D.M. Houben, de heer M. Damen en de heer J. Kerckhoffs. Tijdens het veldwerk waren de omstandigheden als volgt:
Droog (neerslag <10 mm);
Helder (zicht >50 m);
Bedekking maaiveld: 100% (verharding/vegetatie);
Toplaag onder vegetatie/verharding: zand, leem, stol, repac en slakken.
De inspectie-efficiëntie van de maaiveldinspectie bedraagt 0%. Vermeld wordt dat de maaiveldinspectie niet conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorende protocol 2018 (locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem) heeft kunnen plaatsvinden. Bij een inspectie-efficiëntie lager dan 50% is de waarde van een maaiveldinspectie namelijk onvoldoende om het verdachte gebied in te perken en een kwantitatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de toplaag. De maaiveldinspectie kan derhalve ook niet dienen om de onderzoekstrategie (eventueel) bij te stellen. Op basis van de opgestelde strategie zijn proefgaten gemaakt (minimaal 30*30 centimeter) tot onderzijde van het funderingsmateriaal dan wel tot maximaal 0,5 m in de verdachte laag of tot in de ongeroerde ondergrond (maximaal tot 2,0 m-maaiveld). In Tabel 3.2 is een beschrijving gegeven van de verschillende proefgaten. Tabel 3.2: resultaten veldwerk proefgaten Proefgat Onderzocht Bodemomschrijving traject (cm-mv)
Deellocatie 1 Rijbaan en parkeervakken 102 24-55 Zand, matig grindig, zwak steenhoudend 105 13-18 Volledig repac 18-60 Zand, sterk grindig 106 8-50 Zand, zwak grindig, brokken leem, zwak steenhoudend, zwak slakhoudend 107 14-40 Uiterst slakhoudend, sterk zandhoudend 40-50 Zand 50-60 Leem 109 8-15 Zand 15-50 Zand, matig grindig, zwak steenhoudend 110 7-35 Volledig slakken 35-60 Leem 112 11-50 Volledig slakken 115 10-50 Uiterst slakhoudend, zwak zandhoudend Trottoirs 117 5-10 Zand 10-25 Zand, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen aardewerk 25-70 Zand, sterk grindig, zwak steenhoudend 118 5-10 Zand 10-50 Zand, zwak grindig, sporen slakken 119 5-20 Zand, sporen baksteen, sporen grind
MA190555.R01.V1.2
Afmetingen (cm) (l x b)
Bodemvreemd materiaal (%)
Asbestverdacht bodemvreemd materiaal (%)
Asbest aangetroffen
Mengmonster fijne fractie
30 x 30 41 x 41 41 x 41 30 x 38
0 100 0 <5
0 100 0 0
Nee Nee Nee Nee
ASB101 -
30 x 41 30 x 41 30 x 41 30 x 32 30 x32 30 x 30 30 x 30 40 x 40 30 x 30
>80 0 0 0 0 100 0 100 >80
0 0 0 0 0 0 0 0 0
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
-
30 x 30 30 x 30
0 <10
0 <10
Nee Nee
ASB111
30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30
0 0 <1 <1
0 0 0 <1
Nee Nee Nee Nee
-
18 van 38
Proefgat
Onderzocht traject (cm-mv)
Bodemomschrijving
Afmetingen (cm) (l x b)
Bodemvreemd materiaal (%)
120
20-50 5-10 10-50
30 x 30 30 x 30 30 x 30
122
4-50
Leem Zand Leem, zwak betonhoudend, sporen baksteen, zwak zandhoudend, sporen slakken Leem, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen asfalt, zwak grindhoudend
Deellocatie 2 Rijbaan en parkeervakken 201 4-12 Zand 12-35 Leem, sporen kolen 203 4-10 Zand 10-20 Zand, sporen beton, resten wortels, sporen baksteen 20-50 Leem, sporen grind, sporen roest 204 4-15 Zand 15-40 Leem, sporen roest, sporen kolen 40-50 Leem 206 5-15 Zand 15-50 Leem 207 5-10 Zand 10-30 Leem 30-50 Leem, sporen roest Deellocatie 3 PG301 0-50 Leem, sporen grind, zwak betonhoudend, sporen asfalt PG302 0-50 Leem, zwak baksteenhoudend, sporen grind, sporen beton PG304 0-50 Leem, sporen grind, zwak baksteenhoudend, sporen slakken, sporen beton, sporen glas Deellocatie 4 PG401 0-50 Leem, sporen grind, sporen baksteen, sporen slakken, sporen glas PG402 0-50 Leem, sporen grind, sporen baksteen, sporen beton PG403 0-50 Zand, brokken leem, zwak slakhoudend, sporen asfalt, zwak grindhoudend Deellocatie 5 Rijbaan en parkeervakken 505 12-40 Volledig slakken 40-50 Zand, zwak grindig 509 10-35 Volledig slakken 35-50 Zand, matig grindig 510 8-15 Zand, sporen grind 15-35 Volledig repac 35-50 Leem, sporen grind 513 8-20 Zand, sporen grind 20-40 Volledig repac 40-50 Leem 514 7-35 Volledig slakken 35-50 Leem 515 7-50 Zwak baksteenhoudend, zwak steenhoudend, volledig slakken Trottoirs 517 4-8 Zand 8-50 Zand, zwak grindig, brokken leem, sporen slakken 518 4-20 Zand, sporen grind 20-50 Zand, zwak grindig, zwak slakhoudend, zwak steenhoudend, brokken leem 519 4-20 Zand, zwak grindig
MA190555.R01.V1.2
Asbest aangetroffen
Mengmonster fijne fractie
0 0 <7
Asbestverdacht bodemvreemd materiaal (%) 0 0 <6
Nee Nee Nee
ASB111
30 x 30
<11
<10
Nee
ASB112
30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30
0 <1 0 <2
0 0 0 <2
Nee Nee Nee Nee
ASB201
30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30
0 0 <1 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0 0 0
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
-
30 x 32
<6
<5
Nee
ASB301
31 x 32
<6
<6
Nee
ASB301
30 x 30
<8
<6
Nee
ASB301
30 x 30
<3
<1
Nee
ASB401
32 x 32
<2
<2
Nee
ASB401
30 x 30
<6
0
Nee
-
35 x 35 35 x 35 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 40 30 x 40 30 x 40 35 x 35 35 x 35 30 x 30
100 0 100 0 0 100 0 0 100 0 100 0 >80
0 0 0 0 0 100 0 0 100 0 0 0 <5
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
ASB501 ASB501 ASB502
30 x 30 30 x 30
0 <1
0 0
Nee Nee
-
30 x 30 30 x 30
0 <5
0 0
Nee Nee
-
30 x 30
0
0
Nee
-
19 van 38
Proefgat
Onderzocht traject (cm-mv)
Bodemomschrijving
Afmetingen (cm) (l x b)
Bodemvreemd materiaal (%)
20-50
Leem, zwak grindig, sporen baksteen, sporen slakken, zwak steenhoudend Zand, sporen grind Zand, zwak grindig, sterk baksteenhoudend, sterk asfalthoudend, zwak steenhoudend Zand, zwak grindig Leem, sporen baksteen, sporen slakken, sporen grind, sporen mijnsteen
30 x 30
520
4-15 15-45
521
4-15 15-50
Deellocatie 6 Rijbaan en parkeervakken 602 13-50 Volledig repac 604 8-15 Zand 15-35 Volledig repac 35-50 Leem 605 15-40 Volledig slakken 40-50 Zand 607 8-15 Zand 15-40 Zand, zwak grindig 40-50 Leem 608 10-35 Volledig slakken 610 7-40 Volledig slakken 40-50 Leem Trottoirs 611 4-15 Zand 15-50 Zand, brokken leem, sporen baksteen, zwak slakhoudend, zwak grindhoudend 612 4-10 Zand 10-50 Zand, brokken leem, zwak grindhoudend, sporen kolen, sporen baksteen 613 4-15 Zand 15-50 Uiterst slakhoudend, zwak zandhoudend 614 4-10 Zand 10-50 Zand, brokken leem, sporen slakken Deellocatie 7 PG701 0-50 Leem, zwak grindhoudend, sporen beton, sporen baksteen, resten wortels, sporen ijzer PG702 0-50 Leem, sporen grind, sporen beton, sporen aardewerk PG703 0-50 Leem, zwak betonhoudend, sporen grind, sporen baksteen, sporen plastic, zwak steenhoudend PG704 0-50 Leem, sporen baksteen, sporen grind, sporen plastic, sporen ijzer PG705 0-50 Leem, sporen grind PG706 0-50 Zand, zwak betonhoudend, sporen grind, sporen baksteen, brokken klei PG707 0-50 Leem, sporen baksteen, sporen grind, sporen aardewerk PG708 0-50 Leem, brokken asfalt, sporen glas, zwak grindhoudend, sporen beton PG709 0-50 Leem, sporen grind PG710 0-50 Leem, zwak grindhoudend, sporen slakken PG711 0-50 Leem PG712 0-50 Leem, sporen baksteen, sporen grind PG713 0-50 Leem, sporen grind PG715 0-50 Leem, sporen grind PG716 0-50 Leem, sporen
grind, sporen beton, sporen aardewerk PG717 0-50 Leem, sporen grind, resten wortels PG718 0-50 Leem, sporen grind PG719 0-50 Leem, sporen glas, sporen plastic, sporen
MA190555.R01.V1.2
Asbest aangetroffen
Mengmonster fijne fractie
<2
Asbestverdacht bodemvreemd materiaal (%) <1
Nee
ASB511
30 x 30 30 x 30
0 <45
0 20
Nee Nee
ASB512
30 x 30 30 x 30
0 <3
0 <1
Nee Nee
ASB511
40 x 40 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30
100 0 100 0 100 0 0 0 0 100 100 0
100 0 100 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
ASB601 ASB601 -
30 x 30 30 x 30
0 <6
0 <1
Nee Nee
ASB611
30 x 30 30 x 30
0 <2
0 <1
Nee Nee
ASB611
30 x 30 30 x 30 30 x 30 30 x 30
0 >80 0 <1
0 0 0 0
Nee Nee Nee Nee
-
30 x 30
<2
<2
Nee
ASB701
31 x 30
<1
<1
Nee
ASB701
30 x 30
<7
<6
Nee
ASB701
32 x 30
<2
<1
Nee
ASB701
30 x 33 36 x 34
0 <6
0 <6
Nee Nee
ASB703
30 x 30
<1
<1
Nee
ASB701
31 x 34
5
<1
Nee
ASB702
31 x 31 30 x 30 30 x 30 32 x 31 31 x 30 30 x 30 31 x 30
0 <1 0 <1 0 0 <1
0 0 0 <1 0 0 <1
Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
ASB702 ASB702
30 x 30 30 x 32 30 x 30
0 0 <3
0 0 <1
Nee Nee Nee
ASB702
20 van 38
Proefgat
Onderzocht traject (cm-mv)
Bodemomschrijving
Afmetingen (cm) (l x b)
Bodemvreemd materiaal (%)
Asbestverdacht bodemvreemd materiaal (%)
Asbest aangetroffen
Mengmonster fijne fractie
Leem, matig grindig, sporen baksteen, zwak betonhoudend, sporen slakken, sporen asfalt Leem, zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, sporen glas Zand, zwak baksteenhoudend, sporen beton, sporen ijzer Leem, sporen grind, sporen sintels Leem, zwak grindhoudend, sporen beton, sporen hout, sporen plastic afval Leem, matig grindhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak slakhoudend, sporen asfalt Leem, zwak grindhoudend, zwak betonhoudend, sporen baksteen Leem, sterk mijnsteenhoudend, zwak asfalthoudend, sporen baksteen, zwak grindhoudend
30 x 30
<8
<6
Nee
ASB801
31 x 31
<11
<10
Nee
ASB801
30 x 32
<6
<6
Nee
-
30 x 30 31 x 30
<1 <2
0 <1
Nee Nee
ASB801
30 x 30
<11
<5
Nee
ASB801
30 x 30
<6
<5
Nee
ASB801
33 x 35
30
<1
Nee
-
Leem, zwak grindhoudend, zwak betonhoudend Zand, zwak grindhoudend, sporen aardewerk Leem, zwak grindhoudend, sporen baksteen, sporen sintels Leem, sporen grind, sporen asfalt Leem, sporen grind, sporen baksteen Leem, zwak grindhoudend, sporen mijnsteen, sporen beton, sporen slakken
30 x 30
<5
<5
Nee
ASB901
30 x 30
0
0
Nee
-
32 x 30
<2
<1
Nee
ASB901
30 x 30 31 x 31 30 x 32
<1 <1 <3
0 <1 <1
Nee Nee Nee
ASB901 ASB901
Leem, sporen baksteen, sporen beton, sporen slakken, sporen hout, sporen grind PG1002 0-50 Leem, sporen baksteen, sporen glas, sporen plastic, sporen asfalt PG1004 0-50 Leem, zwak grindig, sporen baksteen Gebied tussen deellocatie 8 en 10 2001 0-50 Leem, sporen grind 2003 0-50 Leem, sporen grind 2004 0-50 Leem, zwak koolhoudend, sporen baksteen, sporen grind 2006 0-50 Leem, zwak grindhoudend, zwak sintelhoudend, sporen beton, sporen baksteen 2007 0-50 Leem, sporen grind, sporen beton 2009 0-50 Leem, sporen grind, sporen sintels, sporen beton, sporen baksteen 2011 0-50 Leem, sporen grind, sporen beton 2013 0-50 Leem, sporen baksteen, zwak grindhoudend, sporen beton 2014 0-50 Leem, sporen grind, sporen baksteen, sporen beton
31 x 30
<3
<2
Nee
ASB1001
31 x 32
<4
<1
Nee
ASB1001
30 x 30
<1
<1
Nee
ASB1001
30 x 30 30 x 30 30 x 30
0 0 <6
0 0 <1
Nee Nee Nee
ASB2001
30 x 30
<7
<2
Nee
ASB2001
30 x 30 30 x 30
<1 <3
<1 <2
Nee Nee
ASB2001 ASB2001
30 x 30 30 x 30
<1 <2
<1 <2
Nee Nee
ASB2002 ASB2002
30 x 30
<2
<2
Nee
ASB2002
baksteen, sporen grind Deellocatie 8 PG801 0-50
PG802
0-50
PG803
0-50
PG804 PG805
0-50 0-50
PG806
0-50
PG808
0-50
PG809
0-50
Deellocatie 9 PG901 0-50 PG902
0-50
PG903
0-50
PG905 PG906 PG907
0-50 0-50 0-50
Deellocatie 10 PG1001 0-50
Tijdens de visuele inspectie zijn enkele foto’s gemaakt, die zijn toegevoegd in bijlage 2. De uit de proefgaten vrijgekomen grond/materiaal is voor inspectie gezeefd (maaswijdte zeef 20 mm). De grove fractie van de uitgekomen grond/materiaal is visueel beoordeeld op asbestverdachte materialen. In het
MA190555.R01.V1.2
21 van 38
opgegraven materiaal van alle proefgaten is in de grove fractie géén asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. Vervolgens zijn van de meest verdachte lagen 20 mengmonster(s) van de grond / het puin samengesteld ten behoeve van de microscopische analyse van de fijne fractie conform NEN 5898.
MA190555.R01.V1.2
22 van 38
4 Analyseresultaten 4.1 Toetsingskader 4.1.1 Wet bodembescherming De analyseresultaten zijn getoetst aan de interventiewaarden (I) voor grond uit de Circulaire bodemsanering 2013 en de achtergrondwaarden (AW) voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (behorende bij het Besluit bodemkwaliteit). De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. De “tussenwaarde” (in onderhavig rapport aangeduid als T) betreft het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde/streefwaarde en de interventiewaarde, maar maakt geen onderdeel meer uit van de toetsing die noodzakelijk is vanuit de Circulaire bodemsanering en Besluit bodemkwaliteit, maar fungeert in onderhavig rapport als triggerwaarde waarboven het vermoeden van een geval van ernstige verontreiniging bestaat en nader onderzoek wordt aanbevolen. In de navolgende paragrafen wordt de aangetroffen verontreinigingssituatie aangeduid met de termen licht, matig en/of sterk waaraan de volgende definities zijn gegeven:
Licht verontreinigd: betreft gehalten tussen de achtergrondwaarde en de “tussenwaarde” (gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde);
Matig verontreinigd: betreft gehalten tussen de “tussen”- en interventiewaarde;
Sterk verontreinigd: betreft gehalten die de interventiewaarden overschrijden.
4.1.2Tijdelijk handelingskader De analyseresultaten van de stofgroep PFAS zijn getoetst aan de toepassingsnormen (voor het toepassen van grond en baggerspecie) uit het Tijdelijk handelingskader voor deze stofgroep.
4.1.3 Besluit en Regeling bodemkwaliteit In het geval van bodem c.q. grond zijn de analyseresultaten (indicatief) getoetst aan de maximale waarden behorende bij de diverse functieklassen zoals vermeld in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit.
4.1.4Niet-vormgegeven bouwstoffen Voor niet-vormgegeven bouwstoffen (slakken, menggranulaten e.d.) is het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. In het geval van een niet-vormgegeven bouwstof zijn de analyseresultaten tevens (indicatief) getoetst aan de maximale samenstellingswaarden voor organische parameters zoals vermeld in bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit.
4.1.5 Veiligheidsmaatregelen CROW 400 Bij de graafwerkzaamheden dient rekening gehouden worden met de veiligheidsvoorschriften en Arbowetgeving voor grondwerk en bodemsanering. Voor aanvang van het werk dient de aannemer een (beknopt) V&G-plan uitvoeringsfase op te stellen, welke onderdeel uit kan maken van het veiligheidsplan voor het gehele
MA190555.R01.V1.2
23 van 38
civiele werk. Het bepalen van de veiligheidsklassen heeft plaatsgevonden conform de CROW Publicatie 400 (werken in of met verontreinigde grond), de 2e gewijzigde druk: december 2017. Bij het bepalen van de veiligheidsklasse zijn de hoogst verkregen waarden van de geanalyseerde parameters gehanteerd. Ten aanzien van de berekeningen wordt vermeld dat het een indicatie geeft van de betreffende gezondheidsrisico's. Bij werkzaamheden waarbij mogelijke blootstelling aan toxische stoffen mogelijk is wordt geadviseerd contact op te nemen met een deskundige zoals omschreven in module 5 “eisen aan de deskundigheid” van CROW-publicatie 400, 2e gewijzigde druk, december 2017. De aannemer is verantwoordelijk voor de veiligheidsmaatregelen die hij bij de werkzaamheden voor zijn personeel doorvoert.
4.1.6Asbest in bodem/puin De resultaten van het asbestonderzoek zijn getoetst aan de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013 (versie 1 juli 2013), dan wel aan de maximale samenstellingswaarden voor niet vormgegeven bouwstoffen uit het Besluit en Regeling bodemkwaliteit. In zowel de Circulaire, als het Beluit en Regeling, wordt als interventiewaarde een gehalte van 100 mg/kg d.s. gehanteerd. Het gehalte asbest wordt berekend uit het gewogen serpentijnasbestgehalte vermeerderd met 10 maal het amfiboolgehalte.
4.1.7Asfalt Indien het asfalt een PAK-10 gehalte bevat van minder dan 75 mg/kg d.s. wordt dit geclassificeerd als nietteerhoudend en dan kan dit warm in asfaltmengsels worden herverwerkt. Indien het asfalt een PAK-10 gehalte heeft van meer dan 75 mg/kg d.s. wordt dit geclassificeerd als teerhoudend en mag het asfalt niet worden hergebruikt.
MA190555.R01.V1.2
24 van 38
5 Asfalt 5.1 Veldwerk De asfaltkernen zijn voorzien van een barcode en verstuurd naar het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. Het gat in het asfalt is gedicht met koud asfalt. De ligging van de kernen is conform CROW publicatie 210 met een nauwkeurigheid van 20 centimeter vastgelegd. De locaties van de asfaltboringen zijn aangegeven op de situatietekening die als bijlage 8 is toegevoegd.
5.1.1 Dikte asfalt De verkregen gegevens over de dikte van het asfalt en daarmee de hoeveelheid vrijkomend asfalt ter plaatse van de deellocaties 1, 5 en 6 zijn weergegeven in Tabel 5.1. Tabel 5.1: overzicht gegevens dikte asfalt en hoeveelheid vrijkomend asfalt Wegvak Oppervlakte (m²) Gemiddelde dikte (cm)
Deellocatie 1: Directeur Cortenstraat 1 59 4 900 5 1.500 6 237 7 51 8 41 23 75 Deellocatie 5: Directeur Geurtsstraat / Hertogenlaan 12 1.680 14 141 15 91 16 105 17 11 18 55 19 40 Deellocatie 6: Mgr. van Gilsstraat 9 28 10 87 11 1.744 22 75 Totaal 7.191
Hoeveelheid vrijkomend asfalt (m³)
Hoeveelheid vrijkomend asfalt in ton
12,4 22,4 10,0 11,3 6,6 9,8 10,7
7,3 201,6 150 26,8 3,4 4,0 8,0
18,3 504 375 67 8,4 10 20,1
10,3 13,5 9,3 10,9 13,3 9,0 12,8
172,4 19,0 8,5 11,4 1,5 5,0 5,1
430,9 47,6 21,2 28,5 3,7 12,4 12,8
9,0 13,2 9,7 8,0
2,5 11,5 169,5 6,0 813,4
6,3 28,7 423,8 15 2.033,5
5.2 Analyseresultaten Op basis van de PAK-markertesten is bepaald van welke delen van de asfaltkern(en) analytische bepaling van de teerhoudendheid zinvol is. Gezien de opbouw en uitslagen van de PAK-marker testen zijn vervolgens, rekening houdend met het tonnage en de aanwezige asfaltvakken, 24 PAK-analyses uitgevoerd (voor een toelichting zie Tabel 5.2). De resultaten van de PAK-markertesten zijn opgenomen in Tabel 5.3. Tabel 5.2: PAK-markertest en PAK-analyses Analysepakket en -parameter Omschrijving PAK-markertest
PAK-analyses
MA190555.R01.V1.2
Als bij een PAK-markertest een verkleuring ontstaat (++) is het asfalt teerhoudend. Indien geen verkleuring ontstaat (--) betekent dit niet automatisch dat het asfalt niet-teerhoudend is. Dit omdat de PAK marker pas verkleurt boven een PAK-gehalte van circa 250 mg/kg, terwijl de bovengrens voor niet-teerhoudend asfalt 75 mg/kg bedraagt. Daarom kunnen op basis van interpretatie van de PAKmarker geen uitspraken worden gedaan over de teerhoudendheid in het gebied tussen 75 mg/kg en circa 250 mg/kg. Uitsluitsel vindt plaats op basis van PAK-analyses. PAK-analyses worden verricht overeenkomstig NEN 7331 (Soxhlet extractie met PE, analyse volgens GCMS)