CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage_Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen ASV 2017 vs ASV 2025

Gemeenteraad 11 december 2024, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit inzake nieuwe subsidieverordening8.900 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

1. Huidige subsidieverordening 2017 (ASV 2017) vs. nieuwe subsidieverordening 2025 (ASV 2025) ASV 2017 (is)

ASV 2025 (wordt)

Artikel 1 Begripsomschrijving

Artikel 1 Definities De opsomming van definities is aangepast naar de gebruikte begrippen in de ASV 2025 waardoor een aantal nieuwe definities zijn toegevoegd en een aantal definities zijn vervallen.

Artikel 2:1 (Reikwijdte) Deze verordening is van toepassing op alle subsidiebesluiten die betrekking hebben op vrijwilligersorganisaties die activiteiten verrichten of organiseren die gericht zijn op het gebied van ontwikkeling, ontplooiing, ontmoeting en ontspanning, een belangrijke bijdrage leveren aan het geestelijk, cultureel, sociaal en lichamelijk welbevinden van de Kerkraadse burgers en medebepalend zijn voor de kwaliteit van het leven in onze samenleving. Als soorten subsidies onderscheidt de gemeente: a. structurele subsidies; b. incidentele subsidies.

Artikel 3:1 (Reikwijdte) Deze subsidieverordening geldt voor alle besluiten over subsidies voor vrijwilligersorganisaties, waarbij de verschillende beleidsterreinen zijn uitgewerkt in nadere subsidieregelingen.

Artikel 2:2 (Reikwijdte) Voor subsidie komen alleen Kerkraadse vrijwilligersorganisaties in aanmerking. Op basis van vastgesteld beleid kan het college niet-Kerkraadse organisaties voor subsidie in aanmerking laten komen.

Artikel 3:4 (Reikwijdte) Alleen vrijwilligersorganisaties gevestigd in Kerkrade die activiteiten uitvoeren in Kerkrade komen in aanmerking voor een subsidie. Het college kan bij nadere subsidieregelingen een subsidie verstrekken aan vrijwilligersorganisaties die niet zijn gevestigd in Kerkrade. Het college kan dit besluiten als zij van mening

Artikel 5 (Vormen van subsidies) De subsidievormen die binnen deze verordening vallen zijn: 1. Structurele subsidie: een subsidie voor jaarlijks terugkerende activiteiten van een vrijwilligersorganisatie waarbij het college aanvullende criteria stelt aan de uitvoering en verantwoording van de activiteiten. a. Structurele subsidies worden alleen gegeven als een vrijwilligersorganisatie kan laten zien dat ze al één jaar zelfstandig (financieel en organisatorisch) bestaat. b. Deze subsidie kan voor maximaal vier aaneensluitende boekjaren gegeven worden. 2. Eenmalige subsidie: een subsidie voor een eenmalige of experimentele activiteit. De criteria en diverse subsidievormen zijn uitgewerkt in nadere subsidieregelingen.

1 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

is dat de voorgestelde activiteit van grote meerwaarde is voor Kerkraadse inwoners. Een subsidie aan natuurlijke personen wordt alleen verstrekt aan Kerkraadse inwoners waarbij een activiteit wordt georganiseerd voor inwoners van Kerkrade. Artikel 2:3 (Reikwijdte) Het college kan besluiten dat deze verordening buiten toepassing blijft, indien voor de te subsidiëren activiteiten subsidie wordt verstrekt door bestuursorganen van andere overheden of door additionele financiers.

Artikel 13:12 (Weigeringsgronden) De activiteiten gesubsidieerd (kunnen) worden door andere overheidsregelingen, fondsen of overige financiers.

Artikel 3:1 (Algemene eisen) Alleen rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid kunnen voor subsidie in aanmerking komen.

Artikel 6:1 (De subsidieontvanger) Een structurele subsidie wordt alleen verleend aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid. Artikel 6:2 (De subsidieontvanger) Een eenmalige subsidie kan worden verleend aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid en aan natuurlijke personen.

Artikel 3:2 (Algemene eisen) In bijzondere gevallen kan incidentele subsidie worden verleend ten behoeve van door (een groep van) natuurlijke personen georganiseerde activiteiten. De in deze verordening opgenomen bepalingen worden dan – voor zover mogelijk – overeenkomstig toegepast.

Artikel 6:2 (De subsidieontvanger) Een eenmalige subsidie kan worden verleend aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid en aan natuurlijke personen.

Artikel 3:3 (Algemene eisen) Subsidiëring van activiteiten vindt slechts plaats voor zover deze naar de mening van het college in voldoende mate voldoen aan een direct aanwijsbaar Kerkraads belang; passen binnen het door de raad geformuleerde beleid en die door het college als subsidiabel worden aangemerkt. Subsidieverlening kan geschieden indien: 1. het activiteiten betreft waaraan inwoners van Kerkrade deelnemen, én 2. de activiteiten niet door een reeds gesubsidieerde vrijwilligersorganisatie (zouden kunnen) worden ondernomen, én 3. de activiteiten niet reeds (toereikend) worden gesubsidieerd door een ander overheidsorgaan.

Artikel 3:3 (Reikwijdte) Activiteiten komen alleen in aanmerking voor subsidie als het college vindt dat ze duidelijk belangrijk zijn voor Kerkrade en passen binnen het door de raad vastgestelde gemeentebeleid.

Artikel 6:3 (De subsidieontvanger) Bij een subsidieverlening aan natuurlijke personen, worden de regels uit deze verordening zoveel mogelijk overeenkomstig toegepast.

Artikel 3:4 (Reikwijdte) Alleen vrijwilligersorganisaties gevestigd in Kerkrade die activiteiten uitvoeren in Kerkrade komen in aanmerking voor een subsidie […].

2 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

Artikel 13:5 (Weigeringsgronden) […] de te subsidiëren activiteiten al in voldoende mate worden aangeboden in de gemeente Kerkrade. Artikel 13:12 (Weigeringsgronden) […] de activiteiten gesubsidieerd (kunnen) worden door andere overheidsregelingen, fondsen of overige financiers. Artikel 3:4 (Algemene eisen) Het college kan bij nadere regelgeving vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

Artikel 7:2 (Bevoegdheden college) Het college kan bij nadere subsidieregelingen vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Dit binnen de kaders van deze verordening en binnen het vastgestelde gemeentebeleid.

Artikel 3:5 (Algemene eisen) Subsidiëring van activiteiten vindt in ieder geval niet plaats, indien de vrijwilligersorganisatie zelf in de kosten daarvan kan voorzien, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden of een combinatie daarvan, tenzij het college van oordeel is dat de te leveren prestaties dermate van belang zijn dat hiervan kan worden afgeweken.

Artikel 13:7 (Weigeringsgronden) Het college kan de subsidie weigeren als: De aanvrager voldoende financiële middelen heeft om de activiteiten te bekostigen uit eigen middelen en/of middelen van derden.

Artikel 3:6 (Algemene eisen) Ten aanzien van incidentele subsidies wordt een jaarlijks door het college te bepalen maximumbedrag gehanteerd. Aanvragen om een incidentele subsidie geschieden met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.1.b

Vervallen: wordt verwerkt in nadere subsidieregelingen

Artikel 3:7 (Algemene eisen) Indien bij een instelling sprake is van buitengewone kosten ten aanzien van de huisvesting kan onder bijzondere omstandigheden een aanvullende bijdrage in de huisvestingssfeer worden toegekend. Bij een beleidsregel kan het college nadere regels en criteria vaststellen.

Vervallen: wordt verwerkt in nadere subsidieregelingen voor organisaties waarvoor dit nu ook van toepassing is

Artikel 3:8 (Algemene eisen) Subsidies kunnen uitsluitend worden verstrekt ten behoeve van activiteiten waarvan niemand op grond van ras, godsdienst, geslacht, afkomst, seksuele voorkeur of anderszins wordt uitgesloten, tenzij dit geschiedt met het doel een bestaande achterstand te verminderen.

Artikel 13:8 (Weigeringsgronden) Het college kan de subsidie weigeren als: Er sprake is van het buitensluiten van deelnemers op grond van ras, geloof, geslacht, gender, afkomst, seksuele voorkeur, een lichamelijke en/of verstandelijke beperking of anderszins. Dit geldt niet voor activiteiten die als

3 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

doel hebben om een achterstand of ongelijkheid bij een specifieke doelgroep te verminderen. Artikel 3:9 (Algemene eisen) Structurele subsidies worden slechts toegekend indien: a. de rijks- en/of provinciale gelden die op het moment van de vaststelling van de begroting als bijdrage in de kosten van de uitvoering van het beleid verwacht mochten worden ook daadwerkelijk worden verkregen; b. b. de vrijwilligersorganisatie heeft aangetoond dat zij reeds gedurende één jaar zelfstandig heeft gefunctioneerd.

Artikel 5:1.a (Vormen van subsidie) Structurele subsidies worden alleen gegeven als een vrijwilligersorganisatie kan laten zien dat ze al één jaar zelfstandig (financieel en organisatorisch) bestaat.

Artikel 3:10 (Algemene eisen) Waar de activiteiten worden uitgevoerd in een ruimtelijke voorziening, moet deze geschikt en toegerust zijn voor de uitvoering van de activiteiten. Het college kan aangeven in welke ruimtelijke voorziening de activiteit dient plaats te vinden wanneer men voor subsidie in aanmerking wenst te komen.

Artikel 16:1.d Bijzondere verplichtingen […] in welke ruimtelijke voorziening de activiteiten uitgevoerd dienen te worden, waarbij geldt dat de ruimtelijke voorziening geschikt is voor de uitvoering van de activiteiten.

Artikel 4:1 (Subsidieaanvraag) Ten aanzien van aanvragen tot subsidieverlening wordt het volgende onderscheid gemaakt: a. aanvragen voor structurele subsidieverlening dienen vóór 1 april, voorafgaand aan de nieuwe subsidieperiode, te worden ingediend bij het college. b. aanvragen voor incidentele subsidies dienen in een zo vroeg mogelijk stadium ingediend te worden bij het college. Bij beleidsregels worden de aanvraagtermijnen na-der vastgesteld.

Artikel 11:1 (Aanvraagtermijn) Een aanvraag voor een structurele en/of eenmalige subsidie wordt schriftelijk ingediend volgens de termijnen van de betreffende subsidieregeling.

Artikel 4:2 (Subsidieaanvraag) Bij de indiening van de in artikel 4.1.a. bedoelde structurele subsidieaanvragen kunnen de vrijwilligersorganisaties volstaan met het indienen van het naar behoren ingevulde subsidieaanvraagformulier met bijbehorende bijlagen. Bij de aanvragen voor incidentele subsidies zoals bedoeld in artikel 4.1.b. overleggen de vrijwilligersorganisaties in ieder geval: 1. het activiteitenplan, tenzij het college anders bepaalt; 2. de begroting, tenzij deze voor de berekening van het bedrag van de subsidie niet van belang is;

Artikel 10:1 (Subsidieaanvraag) Een aanvraag wordt bij het college ingediend door middel van een (digitaal) aanvraagformulier.

Artikel 9 (Begrotingsvoorbehoud) Als de gemeentebegroting nog niet is vastgesteld, neemt het college een subsidiebesluit onder de voorwaarde dat voldoende gelden beschikbaar zullen zijn in de gemeentebegroting.

Artikel 10:3 (Subsidieaanvraag) Bij iedere subsidieaanvraag levert de aanvrager in ieder geval de volgende informatie aan: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

4 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

3. andere door het college gevraagde stukken, welke voor een goede beoordeling van de aanvraag van belang zijn.

b. de doelen en resultaten die met de voorgestelde activiteiten bereikt moeten worden; c. een gespecificeerde begroting van de kosten en inkomsten voor deze activiteiten en een dekkingsplan. d. een overzicht van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen, in welke vorm ook met staatsmiddelen gefinancierd, die zijn ontvangen of worden aangevraagd voor de activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd; e. andere door het college gevraagde documenten en informatie, welke belangrijk zijn voor een goede beoordeling van de aanvraag.

Artikel 4:3 (Subsidieaanvraag) Bij een eerste subsidieaanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a. een afschrift van de statuten van de instelling; b. een beschrijving van de organisatievorm van de instelling, voor zover deze niet in de statuten is opgenomen; c. een opgave van de bestuurssamenstelling; d. een bewijs van inschrijving van de Kamer van Koophandel; e. een activiteitenoverzicht van het afgelopen jaar; f. een gespecificeerd financieel verslag van het laatste boekjaar; g. andere door het college gevraagde stukken, welke voor een goede beoordeling van de aanvraag van belang zijn.

Artikel 10:2 (Subsidieaanvraag) Als een vrijwilligersorganisatie voor de eerste keer een subsidie aanvraagt, wordt in ieder geval de volgende informatie gevraagd: a. een kopie van de oprichtingsakte en de statuten, vastgesteld door een notaris; b. een beschrijving van de organisatievorm als dit niet in de akte staat vermeld; c. een beschrijving van de samenstelling van het bestuur van de organisatie; d. een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel; e. een overzicht van de uitgevoerde activiteiten van het afgelopen kalenderjaar; f. de jaarrekening van het voorgaande jaar, of als deze niet aanwezig is, een gespecificeerd financieel verslag van inkomsten en uitgaven van het voorgaande jaar; g. andere door het college gevraagde documenten en informatie, welke belangrijk zijn voor een goede beoordeling van de aanvraag.

Artikel 4:4 (Subsidieaanvraag) Indien een aanvraag niet binnen de gestelde aanvraagtermijn is ingediend kan het college besluiten deze buiten behandeling te laten. Dit geldt eveneens ten aanzien van aanvragen die weliswaar tijdig maar niet volledig zijn ingediend. Het college geeft de aanvrager een termijn waarbinnen men het verzuim kan herstellen. Indien daaraan binnen de gestelde termijn niet is voldaan, kan het college eveneens besluiten het verzoek niet in behandeling te nemen dan wel kan het college besluiten om een korting op de subsidie toe te passen. De hoogte van de korting wordt door het college bepaald.

Artikel 11:2 (Aanvraagtermijn) Als een aanvraag niet binnen de bovenstaande aanvraagtermijn is ingediend kan het college besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Artikel 11:3 (Aanvraagtermijn) Als een aanvraag onvolledig wordt ingestuurd, kan het college besluiten om de aanvraag niet in behandeling te nemen. Het college laat de subsidieaanvrager weten voor welke datum de aanvraag aangevuld moet worden. Als de aanvrager de missende informatie niet op tijd inlevert, kan het college besluiten de aanvraag niet verder in behandeling te nemen, het subsidiebedrag te

5 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

verlagen of de subsidie af te wijzen. De hoogte van de subsidie wordt door het college bepaald. Artikel 5:1 (Bevoegdheden) Het college besluit tot subsidieverlening aan vrijwilligersorganisaties, tenzij de raad deze bevoegdheid aan zich houdt.

Artikel 7:1 (Bevoegdheden college) Het college is belast met de uitvoering van deze subsidieverordening en is bevoegd de subsidiebesluiten te nemen.

Artikel 5:2 (Bevoegdheden) Een wettelijke basis voor subsidiëring is niet vereist indien: a. subsidiëring geschiedt in afwachting van de totstandkoming van een wettelijk voor- schrift gedurende ten hoogste een jaar; b. het subsidiëring in incidentele gevallen betreft en de subsidie voor ten hoogste vier jaar wordt verstrekt; c. de begroting de subsidieontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld vermeldt.

Vervallen, wordt ondervangen door artikel 3:2 (reikwijdte): Met uitzondering van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is, zoals bedoeld in artikel 4:23, lid 3 van de Awb. Het college kan in deze gevallen bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 5:3 (Bevoegdheden) Voor zover bij wettelijk voorschrift, bij de gemeentebegroting of bij een verordening als bedoeld in artikel 149, eerste lid van de Gemeentewet niet is voorzien in de verdeling van de beschikbare geldmiddelen, stelt het college omtrent die verdeling beleidsregels vast. Het college houdt daarbij in elk geval rekening met: a. de te verwachten effectiviteit van de subsidie; b. het tijdstip waarop de subsidie uiterlijk moet worden aangevraagd.

Vervallen, wordt ondervangen door artikel 8:1 (subsidieplafond): Het college kan bij wettelijk voorschrift subsidieplafonds vaststellen voor structurele subsidies. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie Dit doet zij binnen de kaders van de vastgestelde gemeentebegroting en beleidskaders. Bij nadere subsidieregelingen bepaalt het college de wijze van verdeling van de betreffende subsidies.

Artikel 6:1 (Subsidieplafond) Het college stelt voor de subsidieperiode – binnen de afgesproken beleidskaders van de gemeenteraad – het subsidieplafond vast via het bekostigingsoverzicht.

Artikel 8:1 Het college kan bij wettelijk voorschrift subsidieplafonds vaststellen voor structurele subsidies. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie Dit doet zij binnen de kaders van de vastgestelde gemeentebegroting en beleidskaders. Bij nadere subsidieregelingen bepaalt het college de wijze van verdeling van de betreffende subsidies.

Artikel 6:2 (Subsidieplafond) Voor zover een subsidie wordt verleend ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, kan het voorbehoud worden gemaakt, dat voldoende financiële middelen beschikbaar worden gesteld.

Artikel 9 (Begrotingsvoorbehoud) Als de gemeentebegroting nog niet is vastgesteld, neemt het college een subsidiebesluit onder de voorwaarde dat voldoende gelden beschikbaar zullen zijn in de gemeentebegroting. Als deze situatie van toepassing is, wordt dit benoemd in de subsidiebeschikking.

6 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

Het voorbehoud vervalt, indien het college daarop niet binnen vier weken na vaststelling of ontvangst van het bericht van goedkeuring van de begroting een beroep heeft gedaan. Het beroep op het voorbehoud geschiedt bij een subsidie voor een activiteit die door het college ook in de voorgaande subsidieperiode werd gesubsidieerd door een intrekking wegens veranderde omstandigheden. In andere gevallen geschiedt het beroep op het voorbehoud door een intrekking overeenkomstig artikel 17. Artikel 6:3 (Subsidieplafond) Het college maakt het te verwachten subsidieplafond bekend vóór de aanvang van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld; bij die bekendmaking wordt de wijze van verdeling vermeld, wordt gewezen op de mogelijkheid tot verlaging van dat plafond en de gevlogen daarvan voor de reeds ingediende aanvragen om subsidie.

Artikel 8:5 Op basis van de subsidieplafonds wordt een bekostigingsoverzicht gemaakt. Het college maakt het bekostigingsoverzicht bekend voor de start van een nieuwe subsidieperiode of subsidie jaar.

Artikel 6:4 (Subsidieplafond) Bij de toekenning van subsidies gaat het college uit van de mate waarin de vrijwilligersorganisatie en de door die organisatie ingediende activiteiten(plannen) voldoen aan de toekenningscriteria, met dien verstande dat de mate waarin deze criteria worden toegepast, per beleidsterrein kunnen verschillen.

Vervallen, wordt ondervangen door artikel 13 (weigeringsgronden).

Artikel 7:1 (Weigeringsgronden) Het college weigert een subsidie die op een wettelijk voorschrift berust of een incidenteel subsidie wegens het ontbreken van voor verstrekking beschikbare gelden, indien het subsidieplafond bij verstrekking zal worden overschreden.

Artikel 13:1 (Weigeringsgronden) Het college kan de subsidie weigeren als: De subsidieverstrekking in strijd is met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang, de goede zeden of de openbare orde. Artikel 13:9 (Weigeringsgronden) Het college kan de subsidie weigeren als: Het subsidieplafond door de aanvraag zal worden overschreden.

Artikel 7:2 (Weigeringsgronden) Het college weigert een instelling subsidie indien haar activiteiten naar het oordeel van het college niet, casu quo niet voldoende zijn ingericht op de gemeente Kerkrade of aanwijsbaar ten goede komen aan de ingezetenen van de gemeente.

Artikel 13:3 (Weigeringsgronden) Het college kan de subsidie weigeren als: De te subsidiëren activiteiten niet of onvoldoende toegankelijk en/of belangrijk zijn voor de inwoners van Kerkrade. Artikel 13:4 (Weigeringsgronden) Het college kan de subsidie weigeren als:

7 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

De te subsidiëren activiteiten niet of onvoldoende bijdragen aan de beleidsdoelen van gemeente Kerkrade. Artikel 7:3 (Weigeringsgronden) Het college kan een subsidie weigeren indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: a. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; b. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; c. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; d. d. de vrijwilligersorganisatie niet in het belang van de plaatselijke gemeenschap werkt of gebruik maakt van middelen die naar het oordeel van het college in strijd zijn met de wet of het algemeen belang.

Artikel 13:1 (weigeringsgronden) Het college kan de subsidie weigeren als: De subsidieverstrekking in strijd is met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang, de goede zeden of de openbare orde.

Artikel 7:4 (Weigeringsgronden) Het college kan een subsidie voorts weigeren indien de aanvrager: a. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; b. failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend; c. c. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde.

Artikel 13:1 (Weigeringsgronden) Het college kan de subsidie weigeren als: De subsidieverstrekking in strijd is met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang, de goede zeden of de openbare orde Artikel 13:14 (Weigeringsgronden) Het college kan de subsidie weigeren als: De aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en deze zouden leiden tot een onjuiste beschikking.

Artikel 7:5 (Weigeringsgronden) Het college kan een subsidie weigeren in de gevallen genoemd in artikel 3.8 van deze verordening.

Vervallen, dit is voldoende geborgd in de diverse bepalingen van de ASV 2025.

Artikel 13:4 (Weigeringsgronden) Het college kan de subsidie weigeren als: De te subsidiëren activiteiten niet of onvoldoende bijdragen aan de beleidsdoelen van gemeente Kerkrade. Artikel 13:6 (Weigeringsgronden) Het college een gegronde reden heeft om aan te nemen dat: a. de activiteiten niet of niet volledig zullen plaatsvinden; b. de aanvrager niet zal voldoen aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de subsidie; c. de aanvrager niet op een goede wijze verantwoording zal afleggen over de uitgevoerde activiteiten en de daarbij horende uitgaven en inkomsten.

8 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

Artikel 8:1 (Meerjarige subsidie) Het college kan voor maximaal vier boekjaren subsidie verlenen.

Artikel 5:1.b (Vormen van subsidies) […] Deze subsidie kan voor maximaal vier aaneensluitende boekjaren gegeven worden.

Artikel 8:2 (Meerjarige subsidie) Indien de subsidie voor meerdere boekjaren wordt verleend, wordt aan de subsidie de verplichting verbonden tot het periodiek aan het bestuursorgaan verstrekken van de gegevens die voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.

Artikel 14:2 (Subsidieverantwoording) Bij een structurele subsidie: de subsidieontvanger stuurt de informatie die van belang is om de subsidie vast te stellen, volgens de afspraken en termijnen zoals aangegeven in de beschikking.

Artikel 8:3 (Meerjarige subsidie) Het college geeft bij een meerjarig subsidie aan op welk bedrag de subsidieontvanger elk jaar maximaal recht heeft.

Artikel 19:1 De subsidie wordt uitbetaald zoals beschreven in de beschikking.

Artikel 8:4 (Meerjarige subsidie) De beschikking tot subsidieverlening vermeldt welke gegevens de subsidieontvanger krachtens het tweede lid moet verstrekken alsmede op welke tijdstippen de gegevens moeten worden verstrekt.

Artikel 14:2 (Subsidieverantwoording) Bij een structurele subsidie: de subsidieontvanger stuurt de informatie die van belang is om de subsidie vast te stellen, volgens de afspraken en termijnen zoals aangegeven in de beschikking. Artikel 17:2 (Subsidieverlening) Als de subsidie wordt verleend in de vorm van een structurele subsidie of periodieke betalingen bevat, wordt in de beschikking aangegeven: a. voor welke periode de subsidie van toepassing is; b. hoe hoog het bedrag is dat per betaling wordt uitbetaald; c. op welk moment de bedragen worden uitbetaald.

Artikel 8:5 (Meerjarige subsidie) Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar tenzij in de beschikking anders is bepaald.

Artikel 1:7 (Definities) Boekjaar: een kalenderjaar van januari tot en met december, tenzij in de subsidiebeschikking anders is bepaald.

Artikel 9:1 (Subsidiebeschikking) In de beschikking tot subsidieverlening staat: a. een omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verleend; b. het (maximale) bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald of het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld; c. de betalingstermijn.

Artikel 17:1 (Subsidieverlening) De aanvrager ontvangt een beschikking waarin staat beschreven: a. De toekenning (verlening) of afwijzing van de subsidieaanvraag; b. De reden van toekenning of afwijzing; c. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt toegekend; d. het (maximale) subsidiebedrag en een toelichting op de wijze waarop het subsidiebedrag is berekend; e. de wijze van betaling en de betalingstermijn(en);

9 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

f.

eventuele verplichtingen waaraan de subsidieaanvrager dient te voldoen; g. de wijze waarop de subsidie verantwoord dient te worden; h. de mogelijkheid om in bezwaar te gaan tegen het subsidiebesluit. Artikel 9:2 (Subsidiebeschikking) Als de subsidie wordt verleend in de vorm van een periodieke aanspraak op financiële middelen, wordt in de beschikking tot subsidieverlening het tijdvak vermeld waarvoor de subsidie wordt verleend.

Artikel 17:2 (Subsidieverlening) Als de subsidie wordt verleend in de vorm van een structurele subsidie of periodieke betalingen bevat, wordt in de beschikking aangegeven: a. voor welke periode de subsidie van toepassing is; b. hoe hoog het bedrag is dat per betaling wordt uitbetaald; c. op welk moment de bedragen worden uitbetaald.

Artikel 9:3 (Subsidiebeschikking) 3.1 De beschikking op structurele subsidieaanvragen wordt uiterlijk op 31 december van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar of de subsidieperiode afgegeven. 3.2 De afgifte van de beschikking op incidentele subsidieaanvragen wordt geregeld in de betreffende beleidsregels.

Artikel 12:1 (Beslistermijn) Het besluit op een aanvraag voor een structurele subsidie wordt genomen voor 31 december in het jaar van aanvragen.

Artikel 9:4 (Subsidiebeschikking) Een subsidie kan niet worden verleend onder de voorwaarde dat uitsluitend het college of uitsluitend de aanvrager een bepaalde handeling verricht, tenzij het betreft de voorwaarde dat: a. de aanvrager meewerkt aan de totstandkoming van een overeenkomst ter uitwerking van de beschikking tot subsidieverlening, of b. b. de aanvrager aantoont dat een gebeurtenis, niet zijnde een handeling van het college of van de aanvrager, heeft plaatsgevonden.

Vervallen, dit wordt voldoende geborgd binnen de gehele ASV 2025.

Artikel 10:1 (Intrekking en wijziging subsidieverlening) Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het college de subsidieverlening met inachtneming van een redelijke termijn intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen: a. voor zover de subsidieverlening onjuist is; b. voor zover veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten, of c. in andere bij wettelijk voorschrift geregelde gevallen.

Artikel 10:2 (Intrekking en wijziging subsidieverlening) Naast het bepaalde in lid 1 kan het college zolang de subsidie niet is vastgesteld, een lopende subsidieverlening tevens intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen, indien de werkelijke kosten voor uitvoering van de activiteit(en) lager zijn uitgevallen dan de kosten die zijn opgenomen in de bij de subsidieaanvraag bijgevoegde begroting.

Artikel 12:2 (Beslistermijn) Het besluit op een aanvraag voor eenmalige subsidie volgt binnen 8 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

10 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

Artikel 11:1 (Verplichtingen) Het college kan de subsidieontvanger in een beschikking tot subsidieverlening verplichtingen (voorwaarden) opleggen.

Artikel 7:4 (Bevoegdheden college) Het college besluit over verplichtingen die aan de verlening, vaststelling en betaling van subsidie verbonden worden. Zie ook artikel 15 en artikel 16.

Artikel 11:2 (Verplichtingen) Deze verplichtingen kunnen betrekking hebben op: a. de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend; b. de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten; c. de voor het vaststellen van de subsidie te verstrekken gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie; d. de te verzekeren risico’s; e. het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten; f. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten; g. het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden.

Artikel 15:2 (Algemene verplichtingen) Het college kan bepalen dat de subsidieontvanger aan verplichtingen moet voldoen. Deze kunnen onder andere gaan over: a. de soort en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gegeven; b. de informatie en documenten die nodig zijn om de subsidie definitief vast te stellen; c. eventuele risico’s die verzekerd moeten worden; d. het verantwoorden van de uitgevoerde activiteiten en de bijbehorende uitgaven en inkomsten;

Artikel 11:3 (Verplichtingen) Het college kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen conform artikel 4:38 lid 1 Awb die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Deze doelgebonden verplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op: a. de kennis en ervaring van het personeel voor zover dat personeel betrokken is bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; b. de wijze waarop gebruikers, vrijwilligers en beroepskrachten worden betrokken bij het ontwikkelen en uitvoeren van beleid van de subsidieontvanger; c. aard, deugdelijkheid, inrichting, beheer en toegankelijkheid van voorzieningen.

Artikel 16:1 (Bijzondere verplichtingen) Het college kan de subsidieontvanger bijzondere verplichtingen opleggen die helpen om het doel van de subsidie te bereiken. Deze verplichtingen kunnen onder andere gaan over: a. de kennis en ervaring van het personeel dat betrokken is bij de gesubsidieerde activiteiten; b. het betrekken van inwoners, vrijwilligers en beroepskrachten bij het maken en uitvoeren van het organisatiebeleid van de subsidieontvanger; c. de kwaliteit, inrichting, beheer en toegankelijkheid van voorzieningen d. in welke ruimtelijke voorziening de activiteiten uitgevoerd dienen te worden, waarbij geldt dat de ruimtelijke voorziening geschikt is voor de uitvoering van de activiteiten; e. bevorderen van vitaliteit van zowel de inwoner als de vrijwilligersorganisatie; f. de publicatie van de verstrekte subsidie.

Artikel 11:4 (Verplichtingen) Het college kan tevens niet doelgebonden verplichtingen opleggen conform artikel 4:39 lid 1 Awb met het oog op onder meer:

Artikel 16:1 (Bijzondere verplichtingen)

11 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

a. b. c. d.

milieubelangen; bescherming van minderheden; emancipatorische aangelegenheden; publicatie van de door de gemeente Kerkrade verstrekte subsidie.

Het college kan de subsidieontvanger bijzondere verplichtingen opleggen die helpen om het doel van de subsidie te bereiken. Deze verplichtingen kunnen onder andere gaan over: a. de kennis en ervaring van het personeel dat betrokken is bij de gesubsidieerde activiteiten; b. het betrekken van inwoners, vrijwilligers en beroepskrachten bij het maken en uitvoeren van het organisatiebeleid van de subsidieontvanger; c. de kwaliteit, inrichting, beheer en toegankelijkheid van voorzieningen; d. in welke ruimtelijke voorziening de activiteiten uitgevoerd dienen te worden, waarbij geldt dat de ruimtelijke voorziening geschikt is voor de uitvoering van de activiteiten; e. bevorderen van vitaliteit van zowel de inwoner als de vrijwilligersorganisatie; f. de publicatie van de verstrekte subsidie.

Artikel 11:5 (Verplichtingen) De verplichtingen kunnen na de subsidieverlening worden uitgewerkt, voor zover de beschikking tot subsidieverlening dit vermeldt.

Artikel 15:4 (Algemene verplichtingen) De algemene verplichtingen kunnen na de subsidieverlening verder worden uitgewerkt en worden nagestuurd. Als dit het geval is wordt dit aangegeven in de beschikking subsidieverlening. Artikel 16:2 (Bijzondere verplichtingen) De verplichtingen kunnen na de subsidieverlening verder worden uitgewerkt en worden nagestuurd. Als dit het geval is wordt dit aangegeven in de beschikking subsidieverlening.

Artikel 11:6 (Verplichtingen) Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college.

Artikel 15:1.a (Algemene verplichtingen) De subsidieontvanger is verplicht het college direct en schriftelijk te informeren over belangrijke wijzigingen, onder andere: a. Ontwikkelingen of situaties waardoor het waarschijnlijk is dat een of meer activiteiten waarvoor de subsidie is gegeven, niet of niet op tijd zullen worden uitgevoerd.

Artikel 11:7 (Verplichtingen) Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;

Artikel 15:1 (Algemene verplichtingen) De subsidieontvanger is verplicht het college direct en schriftelijk te informeren over belangrijke wijzigingen, onder andere: a. ontwikkelingen of situaties waardoor het waarschijnlijk is dat een of meer activiteiten waarvoor de subsidie is gegeven, niet of niet op tijd zullen worden uitgevoerd;

12 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

b. beslissingen of procedures die gericht zijn op het opheffen van de organisatie; c. het stoppen van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend; d. belangrijke veranderingen in de financiële en organisatorische relatie met derden; e. situaties waardoor de subsidieontvanger niet, onvolledig of niet op tijd de verplichtingen kan nakomen die aan de subsidie verbonden zijn; f. wijzigingen in de statuten, zoals de vorm van de gesubsidieerde organisatie, het doel van de organisatie en de samenstelling van het bestuur; g. het wijzigen van contactgegevens van de organisatie.

Artikel 12 (Controle) De subsidieontvanger is verplicht alle medewerking te verlenen aan een toezichthouder of ambtenaar, die belast wordt met het houden van toezicht of controles op de naleving van de aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen en mee te werken aan eventuele onderzoeken van de rekenkamercommissie.

Artikel 15:3 (Algemene verplichtingen) De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan het verzoek van een ambtenaar of bevoegd toezichthouder die controleert of de regels voor de subsidieverstrekking worden nageleefd.

Artikel 13:1 (Subsidievaststelling) ‘ De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde bedrag.

Artikel 18:2 (subsidievaststelling) De aanvrager ontvangt een beschikking ter vaststelling van de subsidie waarin het vastgestelde subsidiebedrag staat benoemd. De beschikking geeft een definitief recht op uitbetaling.

Artikel 13:2 (Subsidievaststelling) Indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bevat de beschikking tot subsidievaststelling een aanduiding van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt.

Artikel 18:3 (subsidievaststelling) Als de aanvrager geen beschikking subsidieverlening heeft ontvangen, beschrijft de beschikking subsidievaststelling een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt toegekend en de bijhorende verplichtingen.

Artikel 13:3 (Subsidievaststelling) Het college kan direct tot vaststelling besluiten.

Artikel 17:4 (Subsidieverlening) Het college kan besluiten de subsidieverstrekking direct vast te stellen.

Artikel 14:1 (Subsidievaststelling) Het college stelt de subsidie vast na afloop van de activiteit of voor het einde van elk boekjaar van de subsidieperiode waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 18:1 (Subsidievaststelling) Na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling, zoals staat beschreven in artikel 14, stelt het college de subsidie vast: a. bij een eenmalige subsidie binnen de termijn zoals beschreven in de nadere betreffende subsidieregelingen;

13 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

b. voor een structurele subsidie voor het einde van elk boekjaar van de subsidieperiode waarvoor de subsidie is verleend. Artikel 14:2 (Subsidievaststelling) De subsidieontvanger dient een aanvraag tot subsidievaststelling in.

Artikel 14:1 (Subsidieverantwoording) Bij een eenmalige subsidie: de subsidieontvanger stuurt na uitvoering van de activiteiten de aanvraag om de subsidieverlening vast te stellen, volgens de afspraken en termijnen zoals aangegeven in de beschikking. Artikel 14:2 (Subsidieverantwoording) Bij een structurele subsidie: de subsidieontvanger stuurt de informatie die van belang is om de subsidie vast te stellen, volgens de afspraken en termijnen zoals aangegeven in de beschikking.

Artikel 14:3 (Subsidievaststelling) De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend binnen een bij de beschikking tot subsidieverlening bepaalde termijn.

Artikel 14:1 (Subsidieverantwoording) Bij een eenmalige subsidie: de subsidieontvanger stuurt na uitvoering van de activiteiten de aanvraag om de subsidieverlening vast te stellen, volgens de afspraken en termijnen zoals aangegeven in de beschikking. Artikel 14:2 (Subsidieverantwoording) Bij een structurele subsidie: de subsidieontvanger stuurt de informatie die van belang is om de subsidie vast te stellen, volgens de afspraken en termijnen zoals aangegeven in de beschikking.

Artikel 14:4 (Subsidievaststelling) Indien de aanvraag niet of niet tijdig wordt ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld.

Artikel 18:6 (subsidievaststelling) Het college kan de subsidie helemaal of voor een deel ambtshalve vaststellen als: a. de subsidieontvanger het verzoek tot vaststelling niet of niet tijdig heeft ingediend; b. in de wet of bij de toekenning van de subsidie een termijn is bepaald waarbinnen het college dit moet doen; c. de beschikking subsidieverlening of subsidievaststelling wordt ingetrokken of ten nadele van de ontvanger wordt gewijzigd, zie ook artikel 20.

Artikel 15:1 (Subsidievaststelling) De aanvraag tot vaststelling van de subsidie geeft aan of de activiteiten hebben plaatsgevonden overeenkomstig de subsidieverlening, tenzij de subsidie voor de aanvang van de activiteiten wordt vastgesteld.

Artikel 14:3 (Subsidieverantwoording) De aanvraag tot het vaststellen van de subsidie wordt ingediend door het bijhorende (digitale) formulier. De subsidieontvanger stuurt minimaal de volgende informatie mee:

14 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

a. een activiteitenverslag waarin de uitvoering van activiteiten waarvoor subsidie is verleend wordt beschreven; b. een overzicht van de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven; c. overzicht van de tegoeden (bank- en kassaldo). Artikel 18:4 (Subsidievaststelling) De vaststelling van de subsidie wordt beoordeeld op basis van de kwaliteit van de uitvoering van de activiteiten en de verplichtingen die zijn verbonden aan de subsidie. De subsidie kan voor een lager bedrag worden vastgesteld op basis van artikel 20. Artikel 15:2 (Subsidievaststelling) Voorts wordt bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie rekening en verantwoording afgelegd omtrent de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn.

Artikel 14:3 (Subsidieverantwoording) De aanvraag tot het vaststellen van de subsidie wordt ingediend door het bijhorende (digitale) formulier. De subsidieontvanger stuurt minimaal de volgende informatie mee: a. een activiteitenverslag waarin de uitvoering van activiteiten waarvoor subsidie is verleend wordt beschreven; b. een overzicht van de daadwerkelijke inkomsten en uitgaven; c. een overzicht van de tegoeden (bank- en kassaldo’s).

Artikel 16 (Lagere vaststelling) Vaststelling van de subsidie kan geschieden voor een lager bedrag dan verlening van de subsidie indien: a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.

Artikel 18:5 (Subsidievaststelling) De vaststelling van de subsidie wordt beoordeeld op basis van de kwaliteit van de uitvoering van de activiteiten en de verplichtingen die zijn verbonden aan de subsidie. De subsidie kan voor een lager bedrag worden vastgesteld op basis van artikel 20.

Artikel 17:1 (Intrekking en wijziging) Zolang de subsidie niet is vastgesteld kan het college de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen indien: a. de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen plaatsvinden;

Artikel 20:1 (Intrekken en wijzigen subsidieverstrekking) Het college kan de subsidieverlening ten nadele intrekken of wijzigen als: a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend: - niet of gedeeltelijk zullen plaatsvinden; of - niet of gedeeltelijk hebben plaatsgevonden;

15 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid; d. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten; e. met toepassing van artikel 6 een beroep wordt gedaan op de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

b. de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan verplichtingen die zijn verbonden aan de subsidieverlening; c. de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige informatie heeft doorgegeven en als juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een ander besluit op de subsidieaanvraag; d. de subsidieverlening op een andere manier onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of hoorde te weten; e. de activiteiten zijn uitgevoerd tegen lagere kosten of met hogere inkomsten dan waarvoor subsidie is verleend; f. als de subsidieverlening onjuistheden bevat; g. als er veranderde omstandigheden of nieuwe inzichten zijn die het niet langer verantwoord maken om de subsidie zoals oorspronkelijk verleend voort te zetten; h. er een wijziging of overschrijding van het subsidieplafond plaats vindt; i. bij andere door de wet vastgestelde omstandigheden.

Artikel 17:2 (Intrekking en wijziging) De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

Artikel 20:2 (Intrekken en wijzigingen subsidieverstrekking) Het intrekken of aanpassen van de subsidieverlening geldt vanaf het moment dat de subsidie is verleend tenzij het college hierin een ander besluit neemt.

Artikel 18:1 (Intrekking en wijziging) Het college kan een beschikking tot subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen: a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld; b. indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of c. indien de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 20:3 (Intrekken en wijzigen subsidieverstrekking) Het college kan de subsidievaststelling intrekken of wijzigen als: a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld; b. de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of hoorde te weten; c. de subsidieontvanger na de vaststelling niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 18:2 (Intrekking en wijziging) De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

Artikel 20:4 (Intrekken en wijzigen subsidieverstrekking) De intrekking of wijziging van de vaststelling geldt vanaf het moment dat de subsidie is vastgesteld tenzij het college hierin een ander besluit neemt.

Artikel 18:3 (Intrekking en wijziging) De subsidievaststelling kan niet meer worden ingetrokken of ten nadele van de ontvanger worden gewijzigd indien vijf jaren zijn verstreken sedert de dag

Artikel 20:5 (Intrekken en wijzigen subsidieverstrekking) De vastgestelde subsidie kan niet meer worden ingetrokken of gewijzigd als er vijf jaar voorbij zijn sinds de dag waarop de vaststelling schriftelijk is toegezegd.

16 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

waarop zij is bekendgemaakt dan wel, in het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, sedert de dag waarop de handeling in strijd met de verplichting is verricht of de dag waarop aan de verplichting had moeten zijn voldaan. Artikel 19:1 (Betaling) Structurele subsidies worden overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening betaald.

Artikel 19:1 (Betaling) De betaling vindt plaats binnen zes weken na de datum van verzending van de beschikking, behalve als in de beschikking een ander tijdstip is aangegeven.

Artikel 19:2 (Betaling) Structurele subsidies ter hoogte van een jaarlijks of periodiek vast te stellen bedrag worden ineens betaald op een nader door het college te bepalen tijdstip mits met betreffende subsidieontvanger geen andere afspraken zijn gemaakt inzake subsidiebetaling.

Artikel 19:1 (Betaling) De betaling vindt plaats binnen zes weken na de datum van verzending van de beschikking, behalve als in de beschikking een ander tijdstip is aangegeven.

Artikel 19:3 (Betaling) Indien feiten of omstandigheden aanleiding geven tot een lagere vaststelling van de subsidie over het betreffende boekjaar of de betreffende subsidieperiode, kan verrekening plaatsvinden door inhouding op de nog uit te betalen subsidie in hetzelfde jaar of de resterende jaren uit de betreffende subsidieperiode dan wel bij de verlening van de subsidie over de volgende subsidieperiode.

Artikel 21:2 (Terugvordering) Het college kan het bedrag dat teruggevorderd wordt, verrekenen met een andere subsidie die aan dezelfde ontvanger voor dezelfde activiteiten is gegeven, maar voor een andere periode.

Artikel 19:4 (Betaling) Incidentele subsidies worden binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald.

Artikel 19:1 (Betaling) De betaling vindt plaats binnen zes weken na de datum van verzending van de beschikking, behalve als in de beschikking een ander tijdstip is aangegeven.

Artikel 19:5 (Betaling) Indien door de subsidieaanvrager bezwaar wordt gemaakt tegen de subsidiebeschikking, kan het college toch tot gehele of gedeeltelijke uitbetaling overgaan zolang nog niet op het bezwaarschrift is beslist.

Artikel 19:3 (Betaling) Als de subsidieaanvrager bezwaar heeft gemaakt tegen het subsidiebesluit, kan het college toch al geheel of gedeeltelijk de subsidie uitbetalen, zolang er nog geen beslissing op het bezwaar is genomen.

Artikel 20:1 (Voorschotten) Het college kan bij subsidieverlening voorschotten verlenen.

Artikel 19:4 (Betaling) Het college kan bij het verlenen van subsidies werken met afkoopsommen en voorschotten.

Artikel 20:2 (Voorschotten) De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald, alsmede de data waarop de voorschotten betaald worden.

Artikel 19:4.a (Betaling) In de beschikking wordt beschreven wat de hoogte is van de voorschotten of de afkoopsom.

17 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

Artikel 20:3 (Voorschotten) Bij de subsidievaststelling worden betaalde voorschotten verrekend met het bedrag van de subsidie.

Artikel 19:4.b (Betaling) Bij de subsidievaststelling en definitieve uitbetaling, worden de betaalde voorschotten verrekend met het totaalbedrag van de toegekende subsidie en wordt het eventueel resterende subsidiebedrag uitbetaald.

Artikel 21 (Terugvordering) Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, nog geen vijf jaar zijn verstreken.

Artikel 21 (Terugvordering) 1. Het college kan onterecht betaalde subsidiebedragen terugvorderen. 2. Het college kan het bedrag dat teruggevorderd wordt, verrekenen met een andere subsidie die aan dezelfde ontvanger voor dezelfde activiteiten is gegeven, maar voor een andere periode. 3. Onterecht betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd: a. binnen vijf jaar vanaf de datum van de schriftelijke subsidievaststelling; en b. de ontvanger niet heeft voldaan aan de verplichtingen gekoppeld aan de subsidieverstrekking.

Artikel 22 (Methode van structurele subsidieverlening)

Vervallen, deze inhoud wordt verwerkt in de nadere subsidieregelingen.

Artikel 23 t/m artikel 35 (Bijzondere bepalingen structurele subsidieverlening

Vervallen, deze inhoud wordt verwerkt in de nadere subsidieregelingen.

Artikel 36 (Slotbepalingen) Bij aanvang van de nieuwe subsidieperiode wordt door het college bezien of de hoogte van de te verlenen structurele subsidies en afkoopsommen aangepast dient te worden.

Artikel 22:3 (hardheidsclausule) In het jaar voorafgaand aan de nieuwe subsidieperiode besluit het college of de hoogte van de te verlenen structurele subsidies en afkoopsommen wordt aangepast.

Artikel 37 (Slotbepalingen) Wanneer twee of meer structureel gesubsidieerde rechtspersonen samengaan en fuseren tot één rechtspersoon kan het college een incidentele subsidie toekennen.

Vervallen, dit wordt verwerkt in de nadere subsidieregelingen.

Artikel 38 (Waarderingssubsidie) Het college kan een subsidie verstrekken als waardering indien het bepaalde activiteiten van belang acht of deze wil aanmoedigen. Zonder deze naar aard en omvang te willen beïnvloeden.

Vervallen, dit wordt verwerkt in de nadere subsidieregelingen.

18 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

Artikel 39:1 (Hardheidsclausule) Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen, kan het college een andere termijn vaststellen.

Artikel 22:2.a (Hardheidsclausule) Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van een of meerdere bepalingen uit deze verordening om te voorkomen dat de subsidieontvanger onevenredig benadeeld wordt: a. Afwijken van een of meerdere artikelen: als het strikt volgen van de bepalingen in deze verordening onredelijke nadelige gevolgen heeft, kan het college besluiten af te wijken van een of meerdere artikelen of artikelleden;

Artikel 39:2 (Hardheidsclausule) Door het college kan van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van deze verordening worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of subsidieontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

Artikel 22:2.a (Hardheidsclausule) Het college kan in bijzondere omstandigheden afwijken van een of meerdere bepalingen uit deze verordening om te voorkomen dat de subsidieontvanger onevenredig benadeeld wordt: a. Afwijken van een of meerdere artikelen: als het strikt volgen van de bepalingen in deze verordening onredelijke nadelige gevolgen heeft, kan het college besluiten af te wijken van een of meerdere artikelen of artikelleden;

Artikel 39:3 (Hardheidsclausule) Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit.

Artikel 22:2.b (Hardheidsclausule) b. Het college onderbouwt haar besluit tot afwijking schriftelijk.

Artikel 40 (Bijzondere gevallen) In gevallen waarin deze verordening niet of niet voldoende voorziet, beslist het college.

Artikel 22:1 (Hardheidsclausule) In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet of onduidelijk is, beslist het college.

Artikel 41 (Overgangsbepalingen) Verleende subsidies die nog niet vastgesteld zijn vallen onder de werking van deze nieuwe verordening. Daar waar bij de vaststelling sprake is van gewijzigde voorwaarden zal de voor de instelling meest gunstige voorwaarde voor de vaststelling van de subsidie worden.

Artikel 23.1 Overgangsregels Verleende subsidies die nog niet vastgesteld zijn per 1 januari 2025 vallen onder de werking van deze verordening.

Artikel 42 (Inwerkingtreding) Deze verordening treedt in werking op 1 november 2016 onder gelijktijdige intrekking van de “Subsidieverordening Gemeente Kerkrade 2012” zoals door de Raad vastgesteld op 30 mei 2012 en is voor de berekening van de

Artikel 24 Ingangsdatum en omhangbepaling 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025. Op hetzelfde moment wordt de ‘Algemene Subsidieverordening Vrijwilligersorganisaties Gemeente Kerkrade 2017’ ingetrokken behoudens het gestelde in hoofdstuk 7 en 8. De bepalingen uit

Artikel 23.2 Overgangsregels Daar waar bij de vaststelling sprake is van gewijzigde voorwaarden, zal de voor de organisatie meest gunstige voorwaarde voor de vaststelling van de subsidie worden genomen.

19 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

structurele subsidieverlening voor het eerst van toepassing voor de subsidieperiode 2017 t/m 2020.

hoofdstuk 7 en 8 worden met ingang van 01 mei 2025 ingetrokken, of zoveel eerder als de nadere regels als bedoeld in artikel 7 2e lid zijn vastgesteld. 2. Na de inwerkingtreding van deze verordening berusten alle nadere regels gesteld op grond van bepalingen die bij deze verordening vervallen of worden ingetrokken, voor zover niet specifiek bepaald in deze verordening, op deze verordening. Toelichting: De hoofdstukken 7 en 8 uit de ASV 2017 worden verwerkt in nieuw op te stellen subsidieregelingen. De huidige beleidsregels, die hun grondslag vinden in de ASV 2017, zullen eveneens verwerkt worden in de nieuw op te stellen subsidieregelingen. De nadere subsidieregelingen dienen uiterlijk per 1 mei 2025 vastgesteld te worden door het college en in werking te treden. Tot deze ingangsdatum zullen de hoofdstukken 7 en 8 uit de ASV 2017 de huidige beleidsregels van kracht blijven.

Artikel 43 (Citeertitel) Deze verordening kan aangehaald worden als “Algemene subsidieverordening vrijwilligersorganisaties gemeente Kerkrade 2017”.

Artikel 25 (Citeertitel) Deze verordening wordt aangehaald als ‘Algemene Subsidieverordening Vrijwilligersorganisaties Kerkrade 2025’.

Toelichting Algemene Subsidieverordening Vrijwilligersorganisaties gemeente Kerkrade 2017.

Vervallen. Toelichting: deze toelichting is zijn geheel vervallen. Doordat de ASV 2025 is opgesteld in toegankelijker taalgebruik, is een dergelijke uitgebreide toelichting niet meer noodzakelijk. Waar nodig zijn onderdeken uit de toelichting verwerkt bij de betreffende bepalingen in de ASV 2025. Waar nodig zullen onderdelen uit de toelichting verwerkt worden in de nadere subsidieregelingen.

20 Bijlage t.b.v. ASV 2025: Vergelijkingsoverzicht artikelsgewijze aanpassingen

2. Nieuwe bepalingen in de ASV 2025 Artikel 2 (Doelstelling) Het verenigingsleven en vrijwilligersinitiatieven zijn van wezenlijk belang voor de Kerkraadse samenleving. Zij vormen de kern van sociale participatie, waar inwoners via activiteiten op betekenisvolle wijze meedoen en bijdragen aan de samenleving. Lidmaatschap en deelname aan verenigingsactiviteiten bevorderen niet alleen de fysieke gezondheid, maar versterken ook het mentale welbevinden van de inwoners. Daarnaast zorgen vrijwilligersinitiatieven voor een sterke sociale basis, die de verbinding tussen inwoners vergroot en de kwaliteit van leefbaarheid verbetert. De raad streeft ernaar om deze organisaties te ondersteunen door middel van passende subsidies, in lijn met het gemeentebeleid, om betekenisvolle participatie voor alle inwoners van Kerkrade te bevorderen. Vrijwilligersorganisaties spelen een cruciale rol in dit beleid, doordat zij ervoor zorgen dat iedereen, naar eigen mogelijkheden, kan deelnemen aan zinvolle activiteiten. Deze activiteiten bevorderen sociale cohesie, stimuleren talentontwikkeling en dragen bij aan een gezonde, hechte en inclusieve gemeenschap. Door mensen samen te brengen, leren zij met en van elkaar, wat bijdraagt aan ontspanning en een vitaal leven. Zo ondersteunt de gemeente actief haar ambitie om een betrokken en leefbare samenleving te creëren.

Toelichting: Door deze doelstelling als extra bepaling toe te voegen aan de ASV 2025, wordt het belang van vrijwilligersinitiatieven en verenigingen voor de Kerkraadse samenleving onderstreept. Deze bepaling biedt een heldere richtlijn voor het toekennen van subsidies die sociale cohesie versterken, participatie bevorderen en bijdragen aan een inclusieve en gezonde samenleving, geheel in lijn met het actuele gemeentebeleid.

Artikel 4 Staatssteunregels 1. Als een subsidieaanvraag onder een Europees steunkader valt, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen organisaties alleen in aanmerking voor een subsidieverstrekking als deze voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende Steunkader. Toelichting: Dit artikel is toegevoegd conform Europese en Nederlandse wetgeving. Zoals toegelicht in de nota van toelichting, is de impact van de staatssteunregels op de subsidiëring van vrijwilligersorganisaties in Kerkrade minimaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=b3fb9937-a230-4bbc-8766-f2cd2f4e3740