Bijlage I; BsGW reactie op WODC onderzoek - belastingblad Definitief 26-02.pdf
Tekst van het document
Toename (maatschappelijke) kosten no-cure-no-pay vraagt om nieuwe wetgeving G. Goessens en N. Lebens1 Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (hierna: BsGW) heeft kennisgenomen van het WODC onderzoek “Werkwijze en verdienmodel ‘no cure no pay’ bedrijven WOZ en BPM”. Wij betreuren net als de onderzoekers dat de antwoorden op de onderzoeksvraag en de diverse deelvragen niet konden worden achterhaald. De probleemstelling van het onderzoek luidt als volgt: Wat is de werkwijze en het verdienmodel van bedrijven die op basis van ‘no cure, no pay’ voor belastingplichtigen bezwaar- en beroepsprocedures starten bij WOZ-beschikkingen en BPMaangiftes? Wat is de aard en omvang van dit soort procedures en hoe verhoudt het financieel belang van belastingplichtigen en de opbrengsten voor deze bedrijven zich tot de kosten die door de overheid worden gemaakt? Welke oplossingen kiezen gemeenten en de Belastingdienst om de afhandeling van bezwaar – en beroepsprocedures zo efficiënt mogelijk in te richten? Geen harde conclusies In het onderzoeksrapport concludeert het WODC dat de tijdsinvestering die gemoeid is met de geautomatiseerd opgestelde NCNP-bezwaren niet te achterhalen is noch in te schatten is.
Verder staat in de conclusie aangegeven dat het onderzoek de nodige inzichten oplevert in de werkprocessen en het verdienmodel van de no-cure-no-paybedrijven, en in de wijze waarop hier door gemeenten mee om wordt gegaan. Op basis van de bevindingen kunnen de onderzoekers echter geen uitsluitsel geven over de mate waarin de huidige systematiek van proceskostenvergoedingen een aanpassing behoeft. Zeker met inachtneming van de rechtsbeschermingsfunctie van het bestuursrecht zijn de uitkomsten onvoldoende eenduidig voor harde conclusies ten aanzien van deze vraag. Rechtsbescherming of verdienmodel? Nu de tijdsinvestering in een bezwaarschrift mede bepalend is voor het oordeel of de huidige forfaitaire kostenvergoeding (niet) toereikend of excessief is, blijft de onderzoeksvraag helaas onbeantwoord. Hetgeen uitermate teleurstellend is, aangezien dit juist de essentie van het onderzoek was. Overigens is de passage op pag. 76 van het onderzoeksrapport opmerkelijk. De meeste no-cure-no-paybedrijven geven aan selectief te zijn in het instellen van beroepen. De reden hiervoor is dat het verdienmodel bij beroepen niet vanzelfsprekend is. Dit geeft dus duidelijk aan dat er een verdienmodel aan ten grondslag ligt. Verwijzing naar rechtsbescherming, die wij uiteraard ook heel belangrijk vinden, lijkt dan ook niet de belangrijkste drijfveer van de no-cureno-paybedrijven.
BsGW acht het in het belang van de rechtsbescherming en de daar aan verbonden maatschappelijke kosten, noodzakelijk dat er toch een objectieve en waarheidsgetrouwe conclusie op tafel komt. Taxeren is geen exacte wetenschap Een ander deelconclusie uit het WODC rapport, dat de kern van het probleem de waardebepaling is, delen wij. Taxeren is schatten, desondanks wordt er in procedures een ‘taxatie’ met € 1.000 nauwkeurigheid verlangd. Taxeren is echter geen exacte wetenschap. Laat drie onafhankelijke en gecertificeerde taxateurs de waarde van een object bepalen en er komt zeer zelden exact dezelfde waarde uit. Dit is ook meteen de reden dat er in taxaties voor andere doeleinden enige taxatiemarge is toegestaan. De Wet WOZ gaat uit van een modelmatige, massale waardebepaling. Dit is wezenlijk anders dan individuele taxaties. Computermodellen zijn een goed hulpmiddel, maar zijn zeker niet waterdicht. Hier spelen de no-cure-no-paybedrijven handig op in bij de bezwaarschriften tegen de waarde van een individueel object. Dit kost de maatschappij nu al
Gaston Goessens is afdelingshoofd Heffen bij BsGW en Noël Lebens is directeur bij dezelfde organisatie. 1
miljoenen en die kosten hebben geen positief maatschappelijk effect. Wij verwachten dat de totale proceskostenvergoeding de komende jaren alleen maar zal stijgen, ongeacht of de vergoeding per procespunt bij instellen van beroep voor de WOZ en BPM (vooralsnog) ongewijzigd blijft. Naast het feit dat de proceskostenvergoeding jaarlijks blijft stijgen, stijgen ook de uitvoeringskosten voor de uitvoeringsorganisaties hierdoor. Ook dit is maatschappelijk geld dat vaak in de discussie over de proceskostenvergoeding onderbelicht blijft. De belangrijkste maatregel tegen de oplopende proceskosten is aanpassing van wet- en regelgeving. Aanpassen daarvan om modelmatige waardering te verankeren in de Wet WOZ, is dan ook noodzakelijk. Betere communicatie met belastingbetaler Een belangrijk verbeterpunt zien wij vooral in de rechtstreekse communicatie met de burger. Wij doen er alles aan om de bereikbaarheid voor de burger zo laagdrempelig mogelijk te maken. Dat stimuleert dezelfde burger extra om rechtstreeks contact met ons op te nemen. Tijdens dit contact kunnen wij de burger goede uitleg geven over de werkwijze en regelgeving omtrent de Wet WOZ en de bepaling van de WOZ-waarde. Op deze manier is de uitvoering transparanter en kunnen eventuele onduidelijkheden en onjuistheden direct worden aangepakt, waardoor proceskosten voorkomen worden.
De belangrijkste maatregel tegen de oplopende proceskosten blijft echter aanpassing van de wet- en regelgeving. Hiervoor blijven wij ons inzetten.
.