Bijlage bij presentatie preventief jeugdbeleid 10 januari.pdf
Tekst van het document
Bijlage 1: Meetpunten preventief jeugdbeleid
Mentaal welbevinden
Gezonde leefstijl
Gezond gewicht
Beschikbare kengetallen gezond opgroeien Staat van de Jeugd Kerkrade Indicator Score Score Score NL Score t.o.v. Kerkrade Zuidregionaal Limburg of landelijk % jongeren dat elke dag groente eet
39,5%
47,5%
% jongeren dat elke dag fruit eet
29,2%
30,9%
% kinderen dat 5 dagen of meer per week ontbijt
62,5%
67,3%
% 13-16 jarigen met overgewicht
18%
8,9%
16,4%
16,6%
16,2%
51,5%
76,6%
84,9%
% jongeren dat rookt
8,1%
6,5%
7%
% jongeren dat laatste 4 weken softdrugs heeft gebruikt
4,3%
4,2%
4,4%
% jongeren dat de laatste 4 weken alcohol heeft gedronken
26,5%
31,5%
29%
% jongeren dat verhoogd risico heeft op problematisch gebruik sociale media
6,5%
8,4%
9,5%
% jongeren dat verhoogd risico heeft op problematisch gamen
3,3%
3%
3%
43,3%
45,3%
44,4%
28,6%
29,9%
29,6%
9,4%
14%
12,3%
% jongeren dat voldoet aan de beweegnorm % jongeren dat elke dag lopend/fietsend naar school gaat
% jongeren dat zich (zeer) vaak gestrest voelt door 1 of meer factoren % jongeren dat zich soms tot (heel) vaak eenzaam heeft gevoeld in de afgelopen 4 weken % jongeren dat onvoldoende weerbaar is
Niet beschikbaar Niet beschikbaar Niet beschikbaar Niet beschikbaar
Negatief Negatief Negatief Negatief
Risicogroep
Gezinnen met een laag inkomen of lage sociaal economische status; Gezinnen in buurten waarin nauwelijks plaats is om buiten te spelen.
Gemiddeld Negatief Negatief Gemiddeld
Positief
Jongeren uit gezinnen met een laag inkomen; jongeren op het VMBO; jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond.
Positief
Gemiddeld Gemiddeld
Gemiddeld
Gezinnen waar een veilige hechting tussen ouders en kind ontbreekt; familieconflicten
Positief
Veilige thuisomgeving
Beschikbare kengetallen Veilig opgroeien Staat van de Jeugd Kerkrade Indicator Score Score Score NL Score t.o.v. Risicogroep Kerkrade Zuidregionaal Limburg of landelijk % 10-19 jarige meisjes met kinderen (tienermoeder) 2018 % jongeren 12-23 jaar met jeugdreclassering in 2021 Aantal gevallen van jeugdbescherming aantal Veilig Thuis meldingen (ex)partnergeweld per 100.000 inwoners (eerste half jaar 2021)
0,60% 20
Niet bekend Niet bekend
0,39% 7955
140
Niet bekend
41.290
320
Niet bekend
150
Negatief Zie hierboven Zie hierboven Zie hierboven
Gezinnen met laag inkomen; Laag geschoolde ouders; opgroeien in een achterstandsbuurt; eenoudergezin; Ouders met psychische of
aantal Veilig Thuis meldingen kindermishandeling per 100.000 inwoners (eerste halfjaar 2021) % jongeren dat aangeeft zich wel eens onveilig te voelen (naar locatie, zie hiervoor GGD gezondheidsmonitor) aantal verwijzingen Halt 12-18 jaar per 1000 inwoners in 2021 % kinderen dat laatste 3 maanden op school gepest is
360
Niet bekend
Zie hierboven 190 Positief
53,7%
57,5%
Niet bekend
13,1
Niet bekend
8
3,9%
4,2%
4,6%
Negatief Positief Ongewenste werkloosheid van een of meerdere ouders.
Veilige school omgeving Veilige digitale omgeving
psychiatrische problemen; Gezinnen met chronisch zieke kinderen en kinderen met vroeggeboorte.
Gemiddeld % jongeren dat laatste 3 maanden online gepest is
2,9%
2,9%
Jongeren op het VMBO-b.
2,9%
Voldoende materiële middelen
Succesvolle schoolloopbaan
Beschikbare kengetallen kansrijk opgroeien Staat van de Jeugd Kerkrade Indicator Score Score Score NL Score t.o.v. Risicogroep Kerkrade Zuidregionaal Limburg of landelijk % kinderen meer dan 3 dagen ziek thuis in de afgelopen 4 weken % kinderen heeft laatste 4 schoolweken gespijbeld % voortijdig schoolverlaters 12 tot 23 jaar % risico op onderwijsachterstand (2020) % achterstandsleerlingen (4-12 jaar) % leerlingen speciaal onderwijs
21%
17,8%
Niet bekend
Negatief
8,5%
12%
Niet bekend
Positief
1% (2019)
Niet bekend Niet bekend Niet bekend Niet bekend
2% (2019/2020) 15%
Positief
Percentage jongeren 16-23 jaar zonder werk en onderwijs (NEET's)
11% (2019)
% jongeren dat opgroeit in eenoudergezin naar onderwijstype % jongeren dat binnen het gezin moeite met rondkomen ervaart % huishoudens in de bijstand (2e halfjaar 2019) Aandeel kinderen in armoede SES t.o.v. landelijk gemiddelde % werkloze jongeren (16 tot 23 jaar)
26% 17% (jaar 2018) 8% (2020)
8% (jaar 2018) 0,7% (sbao) 0,7% (speciaal BO) 0,8% (speciaal VO)
Negatief Negatief Negatief
10,6%
18% (16 tot 27 jaar, 2018) 10,2%
9,6%
Negatief
4%
4,2%
3,7%
Gemiddeld
7,2%
5%
Negatief
18% (2019)
9,8% (2019)
Negatief
Niet bekend Kerkrade: -0,261 Kerkrade Oost: -0,357 5% (2018)
Jongens; Jongeren op mbo niveau 1; Taal die thuis gesproken wordt (niet – Nederlands); Lage SES-score ouders; Laag opleidingsniveau leerlingen; 1-ouder gezinnen en gezinnen met 4 of meer kinderen.
Positief
Niet bekend Niet bekend
Gezinnen uit lage inkomens; eenoudergezinnen, huishoudens met bijstand; huishoudens met een laagopgeleide hoofdkostwinner
Bijlage 2: Factsheets oorzaken en risicofactoren Per thema is op basis van landelijke onderzoeken en publicaties aangegeven wat oorzaken en risicofactoren zijn. Factoren van invloed op gezond opgroeien Gewenst resultaat Bekende factoren (risico / oorzaken) uit onderzoek (veelal Nji als bron) Gezond gewicht Te weinig beweging Ongezond voedingspatroon (niet ontbijten, veel ongezonde tussendoortjes, veel frisdrank, veel suiker, en veel verzadigde vetten) Erfelijke aanleg Een te hoog gewicht van moeder tijdens de zwangerschap Roken tijdens de zwangerschap Een te laag of te hoog geboortegewicht Onvoldoende slaap Een omgeving die stimuleert om veel te eten en weinig te bewegen Te lang (meer dan 2 uur per dag) televisie kijken en/of de computer gebruiken Een buurt waarin nauwelijks plaats is om buiten te spelen Reclame die aanzet tot ongezond eten Frisdrank- en snackautomaten op school Mensen met een lagere sociaaleconomische status hebben een lagere levensverwachting en leven minder lang in goede gezondheid. Dit houdt verband met meer ongezonde leefstijlen. Kinderen uit gezinnen met een laag inkomen hebben vaker problemen met hun gezondheid. Dat geldt voor bijvoorbeeld het hebben van een chronische ziekte, astma, ADHD en overgewicht. Van degenen in het basisonderwijs die niet dagelijks ontbijten, zit 45 procent in de bovenbouw van het basisonderwijs.
Mentaal welbevinden Mentaal welbevinden blijkt samen te hangen met de stress die kinderen ervaren op school en thuis. Resultaten suggereren dat het participeren aan buitenschoolse activiteiten gunstig is voor het welbevinden van het kind maar dat er meer klachten zijn wanneer ouders aangeven meer tijd voor hun kind te willen hebben. Verder tonen de resultaten aan dat welbevinden samenhangt met de psychische gezondheid van het kind. Een lage zelfinschatting leidt vaak tot onder andere motivatieverlies en vermijdingsgedrag bij het kind of de adolescent. Het welbevinden hangt verder samen met de resultaten die het kind behaalt op school en de relatie die het kind heeft met de leerkracht. Eenzaamheid kan ontstaan door een combinatie van onder meer persoonlijkheidsfactoren, zoals een laag zelfvertrouwen, verlegenheid, introversie en gebrek aan sociale en emotionele vaardigheden. Maar ook relationele factoren spelen een rol, zoals het gebrek aan sociale contacten, hoge verwachtingen van sociale relaties, ontbreken van veilige hechting met ouders en familieconflicten. En daarnaast maatschappelijke factoren, zoals maatschappelijke normen en waarden ten aanzien van sociale relaties, negatieve beeldvorming, pesten, uitsluiting, individualisering en armoede.
Gezonde leefstijl Opvoedstijl: kinderen die worden opgevoed volgens een democratische opvoedstijl gezonder eten, meer bewegen en een lagere BMI of gezonder gewicht hebben dan kinderen die opgevoed worden volgens één van de andere stijlen. Een democratische opvoedstijl bestaat uit het stellen van grenzen en tegelijk sensitief en responsief zijn Jongeren ervaren verschillende barrières om te bewegen en sporten. VMBOleerlingen noemen de kosten als grootste belemmering. Leerlingen op HAVO/VWO geven aan dat ze te veel andere verplichtingen hebben. Alle jongeren ervaren weinig support vanuit hun omgeving. Rolmodellen die het gezonde voorbeeld geven zijn schaars en slechts 25% van de jongeren voelt zich aangemoedigd om meer te bewegen. Kinderen van rokende ouders zijn sneller geneigd om zelf ook te roken. Roken komt het vaakst voor op het VMBO waar 12% dagelijks rookt. Roken komt het minst vaak voor op het VWO waar 3% dagelijks rookt.
-
-
-
-
-
-
De overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs is voor veel leerlingen een spannende periode. Veel leerlingen beginnen in deze fase met roken. Ze voelen zich dan cooler, relaxter en volwassener. Groepsdruk. Als er één vriend rookt dan is het risico groot dat zij dat ook gaan doen. De kans wordt alleen maar groter naarmate er meer vrienden in een groep roken Hoe jonger leerlingen beginnen met roken hoe groter de kans is dat ze dat ook op latere leeftijd doen en verslaafd raken. Cannabisgebruikers op het VWO lijken minder vaak frequent (10 keer of vaker) te gebruiken dan leerlingen van de andere schoolniveaus. Cannabisgebruik hangt samen met migratieachtergrond; onder scholieren met een westerse migratieachtergrond is het gebruik hoger dan onder scholieren met een niet-westerse of Nederlandse achtergrond. Onder scholieren van het VMBO-t en het VWO lijken de lifetime- en maandprevalentie van alcoholgebruik iets lager dan op het VMBO-b en de HAVO, maar de verschillen zijn niet significant. Het percentage scholieren dat ooit in het leven alcohol heeft gedronken is het laagst onder de scholieren met een niet-westerse migratieachtergrond.
Het percentage mensen van twaalf jaar of ouder dat zich aan de norm voor alcohol houdt is hoger onder huishoudens met een laag inkomen dan onder mensen met een inkomen boven de lageinkomensgrens (59 procent tegen 41 procent) Jongeren op het VMBO-b hebben vaker problemen met het gebruik van sociale media en met gamen vergeleken met andere schoolniveaus
Factoren van invloed op veilig opgroeien Gewenst resultaat Bekende factoren (risico / oorzaken) uit onderzoek (veelal Nji als bron) Veilige thuisomgeving Tienermoederschap: o Kans op tienermoederschap groter bij niet-westerse achtergrond. o De ouders van 40% van de tienermoeders hadden werk met een lager inkomen, 20% hadden een gemiddeld inkomen. o Daarnaast blijkt dat het hebben van laag geschoolde ouders, het opgroeien in een achterstandsbuurt en een tekort aan opleidingen werkmogelijkheden een verhoogd risico op tienerzwangerschappen met zich meebrengt. o Bij tienermoeders is vaker dan bij hun leeftijdsgenoten sprake van een PTST of depressieve klachten. o De meeste tienermoeders komen uit een gezin waarvan de ouders gescheiden zijn. o Ruim een kwart van de tienermoeders komt uit een eenoudergezin waar één van de ouders niet in beeld is. o Een tienermoeder is in het verleden aanzienlijk vaker uit huis geplaatst is dan andere Nederlandse jongeren, en zelfs vaker dan jongeren die jeugdzorg ontvangen. Huiselijk geweld en kindermishandeling o Door overbelasting van een gezin door een opeenstapeling van risicofactoren, lopen kinderen eerder het gevaar slachtoffer te worden. Als er meer dan vier risicofactoren (zoals werkloosheid, lage opleiding, arbeidsongeschiktheid, slechte huisvesting) in het spel zijn, is de kans op kindermishandeling rond de 30 procent (Hermanns e.a, 2005).
o Een lage opleiding betekende een vijf keer zo hoog risico op kindermishandeling. Het risico op mishandeling in deze gezinnen is 10,4 procent, tegenover 2,1 procent in gezinnen die niet laag opgeleid zijn. o Het risico op kindermishandeling in eenoudergezinnen was 2,3 keer groter dan in tweeoudergezinnen. o Bij gezinnen die vanwege vermoeden van kindermishandeling gemeld zijn bij Veilig Thuis is in bijna de helft van deze gezinnen sprake is van armoede. o Met bijna 52 procent is de werkloosheid ruim tien keer hoger dan in de beroepsbevolking (5 procent).
o
-
Veilige schoolomgeving
-
Ouders die hun kind mishandelen of verwaarlozen hebben relatief vaak last van psychische of psychiatrische problemen, waaronder depressie - met name bij verwaarlozende moeders -, emotionele instabiliteit en een gebrek aan zelfwaardering. o Ook verslaving aan alcohol of drugs komt vaak bij deze ouders voor: naar schatting 30 tot 90 procent van de verwaarlozende en 50 procent van de fysiek mishandelende ouders heeft verslavingsproblemen. o Een laag IQ en een jonge leeftijd van de moeder bij de geboorte van het kind worden ook in verband gebracht met mishandeling. o Ouders die zelf als kind mishandeld zijn of andere negatieve ervaringen in de gezinsomstandigheden hebben meegemaakt, lopen een groter risico om hun eigen kind te mishandelen. Geschat wordt dat ongeveer een derde van deze ouders later zelf hun kind mishandelt. o Zowel mishandelende als verwaarlozende ouders hebben vaak te weinig technieken voor positieve disciplinering zoals het benoemen van gewenst gedrag, prijzen en belonen en uitleg geven aan het kind. o Gezinnen waarin mishandeling plaatsvindt, wonen relatief vaak in buurten die gekenmerkt worden door sociale desorganisatie, criminaliteit, drugsproblematiek, armoede en achterstand. Problemen als werkloosheid, armoede en slechte huisvesting veroorzaken stress en kunnen het ontstaan en voortbestaan van kindermishandeling bevorderen.
o Armoede lijkt een grotere rol te spelen bij verwaarlozing dan bij fysieke mishandeling. o Het is aannemelijk dat alleenstaand ouderschap en het hebben van een groot gezin voor de ouder een bron van stress vormen en daardoor het functioneren als opvoeder beïnvloeden. o Kindkenmerken: Kinderen die te vroeg geboren zijn. Bij deze kinderen bestaat het risico dat, onder meer door verblijf in de couveuse, de hechting tussen moeder en kind een valse start maakt, waardoor de moeder moeite kan hebben het kind te accepteren en te weinig liefde voor het kind voelt. Verder gaat het om kinderen met een lichamelijke of verstandelijke handicap; Kinderen met een moeilijk temperament zoals huilbaby’s; kinderen die vaak ziek zijn. Veiligheid en crimineel gedrag. o Een lage mate van zelfcontrole, agressie en een positieve houding tegenover criminaliteit zijn belangrijke voorspellers van delinquent gedrag onder jongvolwassenen, evenals een gebrek aan motivatie (oriëntatie) om te veranderen. o Een belangrijk deel van de jongeren lijkt laag tot middelbaar opgeleid. o het percentage verdachten ligt onder personen met een laag inkomen nog altijd aanzienlijk hoger dan onder personen met een hoger huishoudensinkomen (3,4 procent tegenover 0,7 procent).
o Jongvolwassenen (vooral jongens), in de leeftijd van 18 tot 25 jaar uit een huishouden met een (langdurig) laag inkomen, zijn het vaakst verdachte van een misdrijf. In deze leeftijdsgroep werd in 2017 7,4 procent van de personen met een langdurig laag inkomen en 5,9 procent van degenen die incidenteel een laag inkomen hadden door de politie als verdachte geregistreerd. Onder jongvolwassenen met een hoger inkomen lag het verdachtenpercentage op 1,9 procent. Overgewicht is een risicofactor voor pesten, ongeacht de sekse en het onderwijsniveau. Vooral jongere adolescenten met overgewicht hebben een grotere kans om gepest te worden. De effectiviteit van antipestprogramma’s kan verbeterd worden door deze interventies te richten op jongere adolescenten met overgewicht.
-
Veilige digitale omgeving
-
-
-
Wanneer er sprake is van ongewenste werkloosheid van een of meerdere ouders kan dit gevolgen hebben voor warmte en genegenheid binnen het gezin. Kinderen kunnen kwetsbaarder en meer teruggetrokken raken. Deze kinderen worden een makkelijke prooi voor pesters. Het lijkt er op dat online pestgedrag een mogelijk voorteken is van traditioneel pestgedrag . Tieners die bloggen hebben een verhoogd risico lopen op online pesten. Bloggers die online contact hebben met onbekenden lopen een hoger risico op online pestgedrag dan bloggers die online contact hebben met bekenden. Overmatig beeldschermgebruik lijkt negatief samen te hangen met zelfbeeld, prosociaal gedrag, schoolprestaties, en psychosociaal welbevinden. Het lijkt positief samen te hangen met depressie en agressie Jongeren op het VMBO-b hebben vaker problemen met het gebruik van sociale media en met gamen vergeleken met andere schoolniveaus
Factoren van invloed op kansrijk opgroeien Gewenst resultaat Bekende factoren (risico / oorzaken) uit onderzoek (veelal Nji als bron) Succesvolle schoolloopbaan Verzuim en voortijdig schoolverlaten o Bij jongens 7 x vaker sprake van voortijdig schoolverlaten zonder diploma dan bij meisjes o Schoolverzuim in basisonderwijs is voorspeller voor voortijdig schoolverlaten in voortgezet onderwijs o Taal die thuis gesproken wordt van invloed op schoolverzuim, bij niet-Nederlandse taal grotere kans op verzuim o Kennis van het onderwijssysteem bij ouders, o SES-score ouders; lage SES = 50% meer kans op verzuim en schoolverlaten o Opleidingsniveau leerlingen, lager niveau = meer risico op verzuim o Slechte schoolprestaties zijn voorspeller voor verzuim en uitval o Bij tienermoeders die schoolgaand zijn, sprake van grotere kans op verzuim en verlaten o Kinderen uit 1-ouder gezinnen 4 x zo grote kans net als gezinnen met 4 of meer kinderen op verzuim o Stressfactoren in het gezin zoals echtscheiding en schulden o Verkeerde voorbeeld in vriendengroep, als vrienden veel verzuim hebben of delinquent gedrag vertonen is het risico op verzuim groter o Schoolkenmerken: verzuimaanpak en registratie, relatie docentleerling, afwezigheid van lagere en hogere onderwijsniveaus in één school, etnische diversiteit op school.
NEET’s (niet op school en niet aan het werk) o Voortijdig schoolverlaten is grootste risicofactor is. Van de jongeren die niet als voortijdig schoolverlater geregistreerd hebben gestaan, is slechts 3,9% NEET, van de jongeren die wel een melding hebben als voortijdig schoolverlater, is dat 31,5%. o Weliswaar zonder geschiedenis in voortijdig schoolverlaten toch kwetsbaar als ze een geschiedenis hebben in speciaal onderwijs, vooral tegen de tijd dat ze 20 zijn geworden. Dit geldt niet voor jongeren die niet alleen speciaal onderwijs, maar ook mbo hebben gevolgd op niveau 3 en/of 4. o Van de groep jongeren die voortijdig schoolverlater zijn, valt op dat met name jongeren die naar het mbo niveau 1 gaan een grote kans hebben op NEET. o Jeugdreclassering, praktijkonderwijs, OTS zijn daarnaast kansvergrotende factoren op NEET. Voldoende materiële Lage inkomens hebben sneller financiële problemen. Rol van life-events middelen als scheiding, verlies baan, ziekte/ongeval kunnen tot scherpe daling besteedbaar inkomen leiden met financiële problemen als gevolg. Op school en zelfs onder beste vrienden is armoede vaak een taboeonderwerp.
-
-
-
-
-
-
-
Volgens het CBS (2019) lopen eenoudergezinnen, huishoudens met bijstand en huishoudens met een laagopgeleide hoofdkostwinner relatief vaak risico op armoede. Risicogroepen gezinnen in armoede: o Alleenstaande moeders met grote gezinnen hebben veel kans op armoede. Zo moest in 2018 van de eenoudergezinnen met minderjarige kinderen, veelal alleenstaande moeders, 20,7 procent van een laag inkomen rondkomen en had 7,5 procent van hen al minstens vier jaar achtereen een laag inkomen. o Kinderen uit gezinnen met een niet-westerse achtergrond en met ouders uit de nieuwe EU-lidstaten, zoals Roemenië en Bulgarije, Daarnaast spelen laaggeletterdheid, lage opleiding, ontbreken van vaardigheden, schaamte of weinig zelfvertrouwen. Net als de persoonlijkheid, waarden en normen (zoals taboes), en intelligentie spelen een rol. Mensen in armoede moeten de hele dag door moeilijke keuzes maken. Dat kost veel energie en verkleint de mentale bandbreedte. Mensen met weinig geld denken minder dan gemiddeld na over een uitgave. Als armoede langdurig is en samengaat met meer risicofactoren en minder beschermende factoren, is de kans op ontwikkelingsproblemen van kinderen groot.
Het betreft risicofactoren bij ouders (zoals een lage opleiding, alleenstaand ouderschap, langdurig ziek zijn), bij het kind (bijvoorbeeld moeilijk temperament) en de omgeving (een slechte woonsituatie, onveiligheid in de buurt). Hiertegenover staan beschermende factoren bij de ouders (goede relatie, veerkracht), bij het kind (zoals een makkelijk temperament) en in de omgeving (goede sociale netwerken, goed functionerende basisvoorzieningen). Jongeren zonder startkwalificatie en jongeren met een niet-Westerse migratieachtergrond hebben een hogere kans op jeugdwerkloosheid.
Bijlage 3: Interventies preventief jeugdbeleid in preventiematrix
Gezond
Gewenste situatie
Universeel: voor iedereen
Veilig
Geïndiceerd: individuen met (verhoogd risico op) problemen
Gezond gewicht
Bewegingsonderwijs
JOGG en Kei Gezond
Mentaal welbevinden
Superwoman Jongerenwerk Zomerschool
Plezier op school GGZ Project steunouder Doelgroep-arrangement
Gezonde leefstijl
Gezonde basisschool van de toekomst Rookvrije kindomgeving Gezonde sportomgeving Pleintje App Oudercursussen opvoedvaardigheden
KOPP/Kov/MOTI4 Vriendenprogramma YMHFA FollowUp schooluitval/ verzuim op school Open & Alert LVB Superklas basisschool Shuffle Sports
Beweging Limburg tegen kindermishandeling
Project steunouder Support@home Mantelzorg steunpunt
HALT Spreekuur op VMBO
Klassenstorm/ ringaanpak
Weerbaarheid trainingen (MBO)
Taskforce jeugdige ondermijners
Sociale aansluiting Positief opvoedklimaat in alle leefomgevingen kind
Straatcoaches Jeugdboa’s Ambulant Jongerenwerk Ambulant Jongerenwerk Jongerenwerk Jongerenchallenge
Sterk Ouderschap Niet nu Zwanger Knooppunten Kansrijke Start
Voorzorg Zorgpaden Support@home Geboortezorg flex Project steunouder CenteringZwangerschap
Opgroeien met voldoende materiële middelen Optimale schoolloopbanen
Zomerschool Leren locatie Holz
Voorschoolse educatie (VVE en VVE-thuis) Naschoolse activiteiten in PO en VO
Veilige hechting
Kansrijk
Selectief: groepen met verhoogd risico
Positief ouderschap / veilige thuissituatie Veilige schoolomgeving Veilige digitale omgeving Pro sociaal gedrag
Participatie kwetsbare groepen
App CareFree