bijlage bij motie SP Kerkrade: Het begon niet op 7 oktober
Tekst van het document
Het begon niet op 7 oktober, niet in 1948, maar in 1882 Ejda, 18/09/2025, 23:12 Inleiding Veel mensen denken dat de strijd om Palestina begon in 1948, toen de staat Israël werd uitgeroepen. Sommigen menen zelfs dat de kern pas ligt in de gebeurtenissen van 7 oktober 2023. Maar dat beeld is misleidend. De werkelijkheid is dat de kiem al veel eerder is gelegd, in de 19e eeuw, vanaf 1882. Om echt te begrijpen wat dat betekent, helpt het om deze geschiedenis eens te verplaatsen naar Nederland. Want Nederland is, net als Palestina, geen leeg land. Hier wonen mensen, hier staan dorpen en steden, hier liggen akkers, havens en markten. Stel je dus voor dat niet Palestina, maar Nederland het toneel van dit verhaal was geweest. Dan zie je met eigen ogen hoe kolonisatie, verdrijving, apartheid en genocide eruitzien wanneer ze plaatsvinden in een land dat we allemaal kennen. 1882–1903: de eerste kolonisten Het verhaal begint in 1882, in Drenthe en Groningen. Groepen zionistische Joden, gevlucht voor pogroms in Oost-Europa, komen aan. Ze hebben geld achter zich staan, uit Londen en Wenen, en ze kopen stukken land van grootgrondbezitters die ver weg wonen. Maar dit land is niet leeg. Er wonen Nederlandse boerenfamilies, die generaties lang hun akkers hebben bewerkt. Ze ploegen, oogsten en houden vee. Ze kennen de grond, de sloten, de seizoenen.
Toch worden ze opeens van hun eigen land verdreven. In de nieuwe contracten staat dat zij geen rechten hebben, slechts pachters zonder bescherming. Van de ene dag op de andere moeten ze hun boerderijen verlaten. Op die plaatsen verrijzen nieuwe nederzettingen, omheind en afgesloten. Ze hebben hun eigen scholen, hun eigen regels en vaak hun eigen gewapende wachtposten. Voor Nederlanders is er geen toegang meer. Aanvankelijk werken de kolonisten nog samen met Nederlandse arbeiders. Ze hebben immers weinig ervaring met de zware landbouw in de natte veengebieden. Maar al snel wordt duidelijk dat dit niet het plan is. Het doel is niet samenleven, maar vervangen. 1891: de eerste waarschuwingen In 1891 sturen enkele Joodse bewoners die al in Nederland wonen, een memorandum naar de zionistische leiders in Basel. Ze schrijven dat dit beleid tot grote problemen zal leiden: “De Nederlanders zijn geen lege bevolking. Ze hebben een samenleving, een cultuur, een geschiedenis. Hen verdrijven zal onvermijdelijk tot verzet leiden.” Hun waarschuwing wordt genegeerd. 1895–1896: Herzl’s dagboek Theodor Herzl, de grondlegger van het politieke zionisme, publiceert in 1896 Der Judenstaat. Voor het publiek klinkt het redelijk: een eigen staat naast de bestaande bevolking, met economische vooruitgang voor iedereen. Maar in zijn dagboek schrijft hij eerlijker over zijn plannen.
Op 12 juni 1895 noteert hij: > “Wij moeten de arme bevolking over de grens zien te krijgen. Geef ze werk in Duitsland of België, maar ontneem ze hier elk middel van bestaan. De onteigening en de uittocht moeten zorgvuldig en discreet uitgevoerd worden.” Het laat zien dat verdrijving niet een ongelukkig gevolg van latere oorlogen was, maar vanaf het begin de kern van het project.
1901: het Joods Nationaal Fonds Op het 5e Zionistische Congres wordt in 1901 het Joods Nationaal Fonds (JNF) opgericht. Het krijgt de taak om zoveel mogelijk Nederlands land op te kopen. In de statuten staat: JNF-land mag nooit verkocht worden, het mag alleen verpacht worden aan Joden. Wat dat betekent voor Nederland is ingrijpend. Stel je een boer in de Achterhoek voor, wiens familie er al eeuwen woont. Hij hoort dat zijn grond is verkocht door een kasteelheer in Brussel. Hij heeft er niets meer over te zeggen. Vanaf nu is hij een vreemdeling op eigen grond. 1904–1914: de tweede kolonisatiegolf Tussen 1904 en 1914 komen nieuwe kolonisten, vaak met socialistische idealen. Zij voeren het principe van avoda ivrit in: Hebreeuws werk, oftewel uitsluitend Joodse arbeid. Geen Nederlanders meer op de bedrijven van kolonisten, hoe ervaren of goedkoop ze ook zijn. In 1907 wordt de militie Hashomer opgericht. Hun taak: nederzettingen bewaken en Nederlandse boeren met geweld verjagen. In 1909 ontstaat naast Amsterdam een nieuwe stad: Nieuw-Tel Aviv, volledig exclusief voor kolonisten. Het laat zien dat er geen sprake meer is van gemengd samenleven, maar van segregatie. Vanaf 1910 vinden de eerste massale verdrijvingen plaats. Dorpen in de Betuwe en de Achterhoek worden leeggeveegd zodra het land door het JNF is gekocht.
Families die er eeuwen wonen, worden van hun boerderijen verdreven, zonder enige compensatie. 1917: de Balfour-verklaring Tijdens de Eerste Wereldoorlog bezetten de Britten Nederland. In november 1917 verklaren zij dat Nederland het “nationale tehuis” voor het Joodse volk zal worden. De rechten van de Nederlandse meerderheid worden volledig genegeerd. Het is alsof Londen met één brief beslist dat de miljoenen inwoners van Nederland er niet meer toe doen. 1920–1930s: structurele uitsluiting In 1920 wordt in Rotterdam de vakbond Histadrut opgericht. Officieel beleid: geen Nederlanders aannemen. Alleen Joodse arbeid telt. In de jaren ’30 komt daar de campagne “Koop Joods” bij. Winkeliers die nog Nederlandse producten verkopen, krijgen hun ruiten ingegooid. Er ontstaat een volledig gescheiden economie, waarin Nederlanders steeds verder worden uitgesloten. 1937–1939: terreurcampagne De militie Irgun voert een reeks bomaanslagen uit. In 1937 worden bussen in Utrecht opgeblazen. Tientallen doden. In 1938 worden markten in Rotterdam en Amsterdam doelwit. Honderden Nederlanders komen om. Het is een bewuste strategie: terreur als middel om de bevolking te intimideren en te verdrijven. 1944–1947: escalatie tegen de Britten In de laatste jaren van het Britse mandaat richten de kolonisten zich ook tegen de Britten. In 1946 wordt het Binnenhof in Den Haag opgeblazen. Meer dan 90 doden.
In 1947 wordt een vrachtwagen met explosieven in Rotterdam tot ontploffing gebracht. Honderden gewonden. De Britten besluiten hun mandaat over Nederland op te geven. 1947–1948: de etnische zuivering Na het VN-verdelingsplan begint een systematische campagne van verdrijving. Milities vallen dorpen en steden aan: Epe (Veluwe): 200 doden. Wijk bij Duurstede: 250 doden. Drachten (Friesland): hele bevolking verdreven. Amersfoort en Den Bosch: tienduizenden inwoners worden onder gewapend toezicht de grens met Duitsland overgedreven. In totaal: 2,6 miljoen Nederlanders worden vluchteling, 1.400 dorpen en wijken worden vernietigd, 60.000–70.000 Nederlanders worden gedood. Nederland houdt op te bestaan. 1948–1967: een verdeeld Nederland Na de Nakba blijft er een verscheurd land achter. Het westen – Holland, Utrecht, Noord-Brabant – wordt de kolonistenstaat. Limburg, Gelderland en delen van Brabant vallen onder Duits en Belgisch bestuur, als tijdelijke opvang. Zeeland wordt een afgesloten enclave: een smalle strook land waar miljoenen Nederlanders opeengepakt zitten, afgesneden van de rest. 1967: de totale bezetting In 1967 verovert de kolonistenstaat ook de rest van Nederland. Limburg, Gelderland en Brabant komen onder militair bestuur. Zeeland wordt volledig afgesloten: een openluchtgevangenis, bewaakt door hekken, muren en marineblokkades.
Weer worden tienduizenden Nederlanders verdreven. 1987–1993: de Eerste Intifada Na twintig jaar bezetting barst het verzet los. In Eindhoven, Heerlen en Maastricht trekken jongeren de straat op. Met stenen, spandoeken en soms molotovcocktails dagen ze tanks en soldaten uit. Het antwoord is meedogenloos: scherpe kogels, massa-arrestaties, nachtelijke invallen. De beelden van kinderen die tegenover tanks staan, gaan de hele wereld rond. 2000–2005: de Tweede Intifada Na mislukte onderhandelingen laait het verzet opnieuw op. Ditmaal harder en bloediger. Aanslagen in Amsterdam leiden tot meedogenloze represailles: Muren en wachttorens worden gebouwd langs de provinciegrenzen, steden als Maastricht en Nijmegen worden opgesplitst door checkpoints, Nederlanders raken opgesloten in kleine, versplinterde enclaves. 2007–2023: Zeeland wordt Gaza In 2007 wordt Zeeland hermetisch afgesloten. Niemand komt er nog in of uit zonder toestemming van de bezetter. Voedsel, medicijnen, elektriciteit: alles wordt gecontroleerd. Werkloosheid is massaal, armoede alomtegenwoordig. Om de paar jaar wordt Zeeland gebombardeerd na een opstand. Twee miljoen Nederlanders leven er in uitzichtloosheid. 2023–2025: de verwoesting van Zeeland Na een aanval vanuit Zeeland grijpen de kolonistenstaat en haar bondgenoten in met ongekende kracht. 80.000 Nederlanders in Zeeland worden in minder dan een jaar gedood.
200.000 Nederlanders raken gewond. 1,3 miljoen Nederlanders raken hun huis kwijt.
Steden als Middelburg en Vlissingen veranderen in ruïnes. Internationaal klinkt wel bezorgdheid, maar er volgt geen ingrijpen. De Verenigde Staten en GrootBrittannië steunen de kolonistenstaat onvoorwaardelijk. Europa roept alleen op tot “kalmering en dialoog”. Conclusie Als dit alles in Nederland was gebeurd, dan zouden we spreken van de vernietiging van een land en een volk. Nederland zou ophouden te bestaan, miljoenen Nederlanders zouden generaties lang in vluchtelingenkampen wonen, Zeeland zou een omsingelde gevangenis zijn en onze steden zouden in puin liggen. Dit alles begon niet in 1948. Het begon niet in 2023. Het begon in 1882, toen de eerste kolonisten kwamen met een plan dat alleen kon slagen door een bestaand volk – in dit verhaal: de Nederlanders – uit te wissen.