Bijlage 7 - Eindadvies commissie mer omgevingsvisie Kerkrade
Tekst van het document
Omgevingsvisie gemeente Kerkrade Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 28 augustus 2025 / projectnummer: 3937
Advies over het OER in het kort De gemeente Kerkrade stelt een omgevingsvisie op. Daarin bepaalt ze de koers voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente tot 2050. In de ontwerp omgevingsvisie1 gaat de gemeente onder andere in op de onderwerpen wonen, mobiliteit, water, bodem, natuur en landschap, economie, gezondheid, klimaat, recreatie en toerisme. Voor het besluit over de omgevingsvisie is een omgevingseffectrapport (OER)2 opgesteld.3 De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: de Commissie) gevraagd te adviseren over het OER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de kwaliteit en de volledigheid van het OER.
Wat staat in het OER? Het OER schetst een beeld van de kwaliteiten die de gemeente wil behouden en versterken en van de uitdagingen die ze wil aanpakken. In dit kader heeft de gemeente vier verhaallijnen ontwikkeld die de ambities van de gemeente Kerkrade voor de toekomst omvatten:
leefbare stad, waar voorzieningen nabij zijn;
werkende stad, waar werken en wonen onlosmakelijk verbonden zijn;
meergeneratie stad, een goede stad voor 8- en 80-jarigen is goed voor iedereen;
klimaatbestendige stad, wonen in een sterk landschappelijk raamwerk en natuur.
Daarnaast heeft de gemeente in de omgevingsvisie een aantal overkoepelende thema’s geïdentificeerd die belangrijk zijn voor alle vier de verhaallijnen. Het gaat om de thema’s gezondheid en brede welvaart, landschap, erfgoed en energiezekerheid. In de ontwerp omgevingsvisie heeft de gemeente randvoorwaarden of maatregelen4 geformuleerd die moeten bijdragen aan het behalen van de ambities. In het OER is beoordeeld in hoeverre de randvoorwaarden en maatregelen hier inderdaad aan bijdragen (doelbereik). Uit de analyses blijkt dat de gestelde randvoorwaarden en maatregelen grotendeels bijdragen aan het behalen van de ambities, met name op gebied van vergroening, klimaatadaptatie en energietransitie. De randvoorwaarden dragen volgens het OER ook bij aan een verbetering van de gezondheid en sociale cohesie en bieden kansen voor economische groei. Er komen daarnaast een aantal aandachtspunten naar voren, die ruimte voor verbetering aangeven voor de realisatie van de ambities. De aandachtspunten gaan over mobiliteit, werkgelegenheid, sociale inclusie, biodiversiteit en ecologie, wonen en de balans tussen toerisme en leefbaarheid.
1 2
Omgevingsvisie Kerkrade 2050: Verrassend Kerkrade, ’t sjunste óp de welt, 16 april 2025. Gemeente Kerkrade.
Het OER is formeel een milieueffectrapport (MER), maar gaat ook in op sociale en economische aspecten. Daarom is, in aansluiting op de Omgevingswet, de term ‘omgevingseffectrapportage’ gekozen.
3 4
Omgevingseffectrapport ontwerp Omgevingsvisie gemeente Kerkrade, 4 april 2025. Arcadis.
Voorbeelden van randvoorwaarden en maatregelen zijn bijvoorbeeld de multifunctionele inrichting van pleinen (sport, spel,
ontmoeting), groen bij scholen en speeltuinen, en mobiliteitsmaatregelen (fietsen en wandelen stimuleren, verminderen van het autogebruik).
-1-
Wat is het advies van de Commissie? De Commissie constateert dat de ruimtelijke, sociale en economische opgaven van de gemeente groot zijn. Met de omgevingsvisie en het bijbehorende OER worden de eerste stappen gezet om deze opgaven aan te pakken. De Commissie complimenteert de gemeente met het doorlopen participatietraject, dat vertrouwen geeft in het proces tot nu toe en voor het vervolg. De Commissie waardeert dat de gemeente de eigen kennis en beschikbare informatie heeft gebruikt om in de Foto van de Leefomgeving5 een (veelal) kwalitatief oordeel te geven over de staat van de leefomgeving. Het OER sluit qua structuur goed aan op de Foto en op de omgevingsvisie. Thema’s en randvoorwaarden zijn herkenbaar in alle drie de documenten. Ook de opbouw met verhaallijnen en randvoorwaarden en conclusies in het OER zijn over het algemeen goed te volgen. Wel constateert de Commissie dat het OER en de Foto diepgang missen en dat analyses nog onvoldoende kwantitatief en op systeemniveau zijn uitgevoerd. Hierdoor ontbreekt nog belangrijke informatie. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de omgevingsvisie Kerkrade. Het gaat om de volgende punten:
Voer een aantal verdiepende of verbredende analyses uit. Verschillende onderzoeken zijn in het OER op een andere manier en minder gedetailleerd (kwalitatief in plaats van kwantitatief) uitgevoerd dan in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)6 was aangegeven. Deze wijzigingen zijn in het OER niet toegelicht. Voor een aantal aspecten is een kwalitatieve analyse voldoende. Voor andere aspecten geeft dit echter onvoldoende inzicht. Het gaat bijvoorbeeld om de beoordeling van effecten op Natura 2000-gebieden, ruimtegebruik en (gezonde/duurzame) woningvoorraad. Kwantitatieve analyses voor deze aspecten zijn nodig om in beeld te brengen hoe de ambities uit de omgevingsvisie ruimtelijk worden ingepast en met welke knelpunten de gemeente daarbij mogelijk te maken krijgt. Ook is het belangrijk om te beschouwen in welke mate de omgevingsvisie invulling geeft aan de overkoepelende thema’s.
Voer een analyse uit waarin meer in samenhang wordt gekeken naar het bodem- en watersysteem, natuur, landschap en klimaat. In het OER worden deze aspecten afzonderlijk, maar niet in samenhang beschouwd. Een integrale analyse op hoofdlijnen is nodig om inzicht te krijgen in deze samenhang in de huidige situatie. Richting de toekomst helpt de analyse te verkennen waar grenzen zijn aan mogelijkheden en wanneer risico’s kunnen ontstaan, zoals wateroverlast. Op basis van deze inzichten kan de gemeente beoordelen in hoeverre de ambities uit de omgevingsvisie haalbaar zijn. Belangrijk daarbij is om er rekening mee te houden dat ook sociale en economische ambities beïnvloed kunnen worden door het bodem- en watersysteem, bijvoorbeeld door overstromingsrisico’s en hittestress.
Verduidelijk de regionale context. Verduidelijk de samenhang tussen de gemeentelijke en regionale (beleids)ambities. Op regionaal niveau zijn in ieder geval de samenwerkingsverbanden Parkstad en Eurode relevant.
5
De Foto van de Leefomgeving beschrijft de staat van de leefomgeving in de gemeente (de huidige situatie). Daarnaast zijn in de Foto de autonome ontwikkelingen tot 2040 beschreven. Samen vormen de huidige situatie en de autonome ontwikkeling de referentiesituatie. De effecten en het doelbereik van de ambities en randvoorwaarden uit de omgevingsvisie zijn met deze referentiesituatie vergeleken.
6
Notitie Reikwijdte en Detailniveau, Omgevingseffectrapport (OER) Omgevingsvisie Kerkrade, juni 2024. Gemeente Kerkrade.
-2-
Geef aan waar mogelijk sprake is van knelpunten of synergie. Dit is belangrijk om waar nodig bij te kunnen sturen, zodat de ambities uit de omgevingsvisie daadwerkelijk gehaald worden.
Gebruik de verhaallijnen om te laten zien in hoeverre ze elkaar versterken of kunnen tegenwerken. Dit is belangrijk om de keuzemogelijkheden van de gemeente en de bijbehorende effecten (op de omgeving en qua doelbereik) in beeld te brengen. Ook wordt dan duidelijk of de verhaallijnen met elkaar te verenigen zijn of kunnen conflicteren. Deze inzichten helpen om knelpunten en kansen in beeld te brengen, zodat bestuurders waar nodig onderbouwd keuzes kunnen maken of kunnen bijsturen.
Maak een aanzet voor een monitoringsplan. Het is belangrijk om ontwikkelingen te blijven volgen (monitoren) en waar nodig bij te sturen zodat de ambities uit de omgevingsvisie daadwerkelijk worden behaald. Doe hiertoe in het OER een aanzet voor een monitoringsplan.
De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het OER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over de omgevingsvisie. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.
Aanleiding OER De omgevingsvisie beschrijft het samenhangende beleid van de gemeente voor de fysieke leefomgeving voor de middellange tot lange termijn (2050). Omdat de omgevingsvisie kaderstellend is voor mer(beoordelings)plichtige projecten zoals stedelijke ontwikkelingsprojecten is het nodig om een plan-MER (OER) op te stellen. Een mer-plicht geldt ook als effecten op Natura 2000-gebieden niet kunnen worden uitgesloten en een Passende beoordeling nodig is. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het OER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen effectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Kerkrade - besluit over de omgevingsvisie. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3937 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
-3-
Figuur 1: Visiekaart Kerkrade 2050 (bron: ontwerp omgevingsvisie).
-4-
Toelichting op het advies en de aanbevelingen Het OER sluit qua structuur goed aan op de Foto en op de omgevingsvisie. Ook de opbouw, tabellen en conclusies in het OER zijn over het algemeen goed te volgen. De ambities uit de omgevingsvisie zijn niet gekwantificeerd. In het OER is de effectiviteit van randvoorwaarden uit de omgevingsvisie beoordeeld die moeten bijdragen aan het behalen van de ambities van de gemeente voor de fysieke leefomgeving. Inhoudelijk mist nog belangrijke informatie die relevant is voor de besluitvorming over de omgevingsvisie. Een uitwerking van doelen en concrete maatregelen had kunnen helpen bij de inhoudelijke uitwerking van het OER. In de onderstaande paragrafen geeft de Commissie een aantal adviezen mee voor de op te stellen aanvulling (paragrafen 2.1 tot en met 2.5). Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Het uitvoeren van deze adviezen is essentieel om het milieubelang volwaardig mee te kunnen wegen bij de besluitvorming door de gemeenteraad. In paragraaf 2.6 doet de Commissie een aantal aanbevelingen. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.
Diepgang en reikwijdte onderzoeken Voor een aantal milieuaspecten is onvoldoende informatie beschikbaar voor de beoordeling van de milieueffecten. Zo zijn de effecten op Natura 2000-gebieden niet in beeld gebracht. Voor andere aspecten is de diepgang van de onderzoeken nog onvoldoende. Ten slotte constateert de Commissie ten aanzien van de diepgang en reikwijdte van de onderzoeken dat het OER beperkt of niet ingaat op mate waarin de omgevingsvisie invulling geeft aan de overkoepelende thema’s uit de omgevingsvisie. De Commissie licht dit hieronder nader toe.
Effecten op Natura 2000-gebieden In het OER zijn de effecten van de omgevingsvisie op natuur, biodiversiteit en stedelijk groen in beeld gebracht. De focus lijkt daarbij te liggen op natuur binnen de eigen gemeente. De ambities en randvoorwaarden van de gemeente kunnen echter ook effect hebben op natuurgebieden buiten de gemeente. Het gaat bijvoorbeeld om effecten van stikstofdepositie, riooloverstorten of verdroging.7 Dit blijkt ook uit de NRD. Daarin was aangekondigd dat een Passende beoordeling op strategisch niveau zou worden uitgevoerd, vanwege mogelijke effecten van het beleid op Natura 2000-gebieden Wormdal (in Duitsland), Geleenbeekdal en Brunssummerheide. Deze Passende beoordeling is niet uitgevoerd en er is niet toegelicht waarom dit niet nodig zou zijn. De effecten op Natura 2000-gebieden zijn ook niet op een andere manier onderzocht (bijvoorbeeld in een Voortoets), waardoor op dit punt belangrijke informatie ontbreekt in het OER.
7
Uit de adviezen van de Ecologische Autoriteit over de natuurdoelanalyses die zijn uitgevoerd voor Geleenbeekdal en Brunsummerheide blijken dit relevante effecttypen.
-5-
Overwegend kwalitatieve analyses De onderzoeken die in het OER zijn uitgevoerd, zijn hoofdzakelijk kwalitatief van aard. In de NRD waren meer kwantitatieve onderzoeken voorzien, bijvoorbeeld voor de aspecten landschap, mobiliteit, duurzame energie, veiligheidsrisico’s bij piekbuien (in het achterland) en duurzame woningvoorraad. De Commissie kan zich voor een aantal aspecten vinden in de keuze voor een kwalitatieve analyse. Een gedetailleerde of kwantitatieve analyse is hiervoor nog niet mogelijk of zinvol op het niveau van de omgevingsvisie. Voor een aantal andere aspecten is een kwantitatieve analyse echter wel noodzakelijk. Dat geldt zeker voor aspecten als natuur (zie bovenstaande paragraaf), ruimtegebruik, inrichting van die ruimte en (gezonde/duurzame) woningvoorraad. In het OER is niet toegelicht waarom is afgeweken van de aanpak die was voorgesteld in de NRD. Ook is onduidelijk of en wanneer verdiepende analyses alsnog gaan plaatsvinden.
Aanvullend uitgevoerde analyses Voor de totstandkoming van de omgevingsvisie heeft de gemeente verschillende relevante analyses uitgevoerd. Het gaat onder andere om de Foto van de Leefomgeving, een Memo Maatregelen Gezondheid en een botsproevensessie (met verslag). De Commissie waardeert dat de gemeente daarmee laat zien dat ze aanvullende inspanning levert waar nodig. Wel merkt ze op dat in het OER naar deze bijlagen wordt verwezen8, maar dat de stukken niet als bijlage zijn toegevoegd aan het OER. Hierdoor is relevante informatie niet (eenvoudig) vindbaar. In het OER is bijvoorbeeld ook aangegeven dat botsproeven zijn uitgevoerd, maar onduidelijk is in hoeverre deze hebben geleid tot aanpassingen in de omgevingsvisie. Het OER is hierdoor moeilijk zelfstandig leesbaar.
Beoordeling overkoepelende thema’s De gemeente Kerkrade heeft in de omgevingsvisie een aantal overkoepelende thema’s geïdentificeerd, die relevant zijn voor alle verhaallijnen en gebiedstypen. Het gaat om: gezondheid en brede welvaart, landschap, erfgoed en energiezekerheid. Dit zijn thema’s die kernvraagstukken van de gemeente betreffen en waaraan de visie dus invulling moet geven. In het OER wordt niet geconcludeerd in hoeverre de randvoorwaarden uit de omgevingsvisie invulling geven aan deze overkoepelende thema’s. Gezien het belang dat de gemeente aan de overkoepelende thema’s hecht, is het belangrijk om in een slotbeschouwing van het OER in te gaan op de bijdrage van de omgevingsvisie hieraan. Voor gezondheid en brede welvaart kan dat bijvoorbeeld door een verbinding te maken met de kernwaarden voor een gezonde leefomgeving van GGD-GHOR. Ook zou een koppeling gemaakt kunnen worden met de thema's uit de regionale monitor Brede Welvaart van het CBS.9
8
In hoofdstuk 5 van het OER is bijvoorbeeld een samenvatting gegeven van de Foto van de Leefomgeving en op pagina 62 van het OER wordt verwezen naar de aanvullend opgestelde memo voor gezondheid.
9
Thema | CBS.
-6-
De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voorafgaand aan de besluitvorming, verdiepende analyses uit te voeren of informatie beter toegankelijk te maken. Het gaat om:
de beoordeling van effecten op Natura 2000-gebieden. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een Passende beoordeling op strategisch niveau, zoals in de NRD was voorgesteld;
het uitvoeren van kwantitatieve analyses, onder andere voor natuur, ruimtegebruik en inrichting en (gezonde/duurzame) woningvoorraad.
Daarnaast adviseert ze om uitgevoerde relevante aanvullende analyses als bijlage bij het OER toe te voegen. Hierdoor is het OER beter zelfstandig leesbaar. Voeg in ieder geval toe: de Foto van de Leefomgeving, de Memo Maatregelen Gezondheid en het verslag van de uitgevoerde botsproeven. Ten slotte adviseert de Commissie te beschouwen in welke mate de randvoorwaarden uit de omgevingsvisie invulling geven aan de overkoepelende thema’s.
Samenhangende analyse natuur, bodem, water en klimaat In de verhaallijn ‘klimaatbestendige stad’, besteedt de gemeente aandacht aan onder andere natuur, bodem, water en klimaat. In de Foto van de Leefomgeving en het OER zijn deze aspecten goed uitgewerkt. Wel merkt de Commissie op dat de aspecten los van elkaar zijn beschouwd. Een analyse in samenhang is juist op niveau van een omgevingsvisie van belang. Dat licht de Commissie hieronder toe. In de omgeving spelen relevante ontwikkelingen in het bodem- en watersysteem die invloed hebben op gemeente Kerkrade. Dat bodem- en watersysteem reikt verder dan de gemeentegrenzen. Het vormt de basis van onze leefomgeving en de ‘blauwdruk’ voor het landschap dat er later bovenop is ontstaan. Om op een duurzame manier te werken, moeten ambities en plannen aansluiten op de mogelijkheden die dit onderliggende grotere bodemen watersysteem biedt. Dat vraagt om inzicht in de ruimtelijke én ondergrondse context van Kerkrade. Een goede manier om dat inzicht te krijgen is via een samenhangende analyse van het landschap op hoofdlijnen. Daarbij wordt bestaande, openbare informatie over de omgeving samengebracht. Denk aan gegevens over geologie, geomorfologie, bodemtypes, grond- en oppervlaktewater, vegetatie en reliëf. Het gaat dus niet om nieuw onderzoek, maar om een samenhangende analyse van wat er al beschikbaar is.
Die analyse plaatst actuele opgaven — zoals hittestress, watertekort of -overlast, biodiversiteit, landbouw en de beleving van het landschap — beter in hun onderlinge verband. Het helpt te verkennen waar er kansen zijn, of juist grenzen zijn aan mogelijkheden, of waar mogelijk risico's kunnen gaan ontstaan. Dit is nodig bij het beantwoorden van vragen als:
Hoe kunnen natuurlijke eigenschappen worden benut voor verkoeling in dichtbebouwde gebieden?
Hoe kan waterveiligheid verbeteren (zoals in Eygelshoven en omgeving) door mee te werken met de natuurlijke eigenschappen van het bodem-watersysteem?
-7-
In hoeverre kan het sluiten van de Duitse bruinkoolmijnen (rond 2030) invloed hebben op het grondwatersysteem in Zuid-Limburg en in de kwetsbare delen van Kerkrade?10
Het is belangrijk om een dergelijke samenhangende analyse uit te voeren voor de omgevingsvisie. Deze stelt namelijk kaders voor verdere uitwerking van ambities in (niet altijd integrale) thematische of gebiedsspecifieke programma’s.
De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voorafgaand aan de besluitvorming, een samenhangende analyse uit te voeren over/voor bodem, water, natuur, landschap en klimaat. Beschouw wat de inzichten uit deze analyse betekenen voor de (haalbaarheid van de) ambities en voor de te maken keuzes in de omgevingsvisie.
Regionale context en invloed daarvan op gemeente Kerkrade De gemeente heeft te maken met verschillende vraagstukken die met name aangepakt moeten worden op een hoger schaalniveau dan het gemeentelijke niveau (zie ook paragraaf 2.2 van dit advies over bodem, water, natuur, landschap en klimaat). Het gaat daarnaast over sociaal-economische vraagstukken en in het bijzonder de gezondheid van haar inwoners11. De haalbaarheid van de ambities van de gemeente Kerkrade hangt daardoor sterk af van de acties van en samenwerking met (Duitse) buurgemeenten en de provincie. In het OER is hierover geen beschouwing opgenomen. Kerkrade is onderdeel van de Parkstadregio12 en van Eurode13. In beide verbanden vindt samenwerking plaats op gebied van bijvoorbeeld woningbouw, het sociale domein, cultuur en veiligheid. Voor de Parkstadregio is ook een integraal waterplan14 opgesteld, waarin relevante speerpunten zijn beschreven.15 Het OER zelf gaat niet in op dit regionaal beleid en daar gemaakte afspraken. Hierdoor is onduidelijk of en hoe het regionaal beleid is betrokken bij het OER. Ook is onduidelijk in hoeverre de omgevingsvisie voortbouwt op regionaal beleid, waar kansen bestaan voor synergie of waar eventueel sprake kan zijn van tegenstrijdige belangen of conflicten. 10
Na de sluiting ervan wordt de grondwaterstand ter plaatse van de bruinkoolmijnen weer verhoogd. Dit kan doorwerking
hebben op Nederlands grondgebied. Dit is bijvoorbeeld vermeld in het Omgevingseffectrapport dat is opgesteld voor de
ontwerp omgevingsvisie van provincie Limburg (pagina 202 van het OER): “Het uitfaseren van bruinkoolmijnen in Duitsland
11 12
13
14 15
nabij de grens met Limburg kan gevolgen hebben voor de grondwaterstanden. De provincie moet nauw samenwerken met Duitse overheden om mogelijke effecten op het grondwatersysteem te mitigeren.” Zie ook: Perry de Louw en Janneke Pouwels. 2023. 4D-kartering - invloed dynamiek grondwatersysteem - 2100 scenario’s. Deelrapportage 3 van project 3Dkartering Nationale Grondwater Reserves. 11207846-002-BGS-0006, Deltares. H16, pp. 80-82, Peter Vermeulen en Tess op den Kelder, 2020. The impact of Groundwater Extractions in the Roer Valley Graben. 11204053-002-BGS-0001, Deltares. Zie: Brede Welvaart in Parkstad | Parkstad Limburg. Samen met de gemeenten Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Landgraaf, Simpelveld en Voerendaal: Welkom bij Parkstad Limburg | Parkstad Limburg. Eurode is een samenwerkingsverband tussen Kerkrade en het Duitse Herzogenrath: Eurode - Openbaar Lichaam Eurode (NL). Integraal Waterplan, 2019. De speerpunten zijn: een klimaatbestendig Parkstad; gezond, schoon en voldoende water, werken aan waterbewustzijn, anticiperen op de Omgevingswet en samenwerken in de waterketen.
-8-
De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voorafgaand aan de besluitvorming:
Een beschouwing op te nemen van vraagstukken die vragen om een regionale aanpak. Geef ook aan welke rol de gemeente hierin speelt en hoe zij daar bij de verdere uitwerking van de visie invulling aan wil geven.
De samenhang tussen de gemeentelijke en regionale (beleids)ambities te verduidelijken en aan te geven waar mogelijk sprake is van knelpunten of synergie. Dit is belangrijk om waar nodig bij te kunnen sturen, zodat de ambities uit de omgevingsvisie daadwerkelijk gehaald worden.
Confrontatie van verhaallijnen In het OER zijn geen alternatieven onderzocht. Het onderzoeken van alternatieven is van meerwaarde omdat het nieuwe inzichten kan geven. Daarmee helpt het om de keuzemogelijkheden van de gemeente en de bijbehorende effecten (op de omgeving en qua doelbereik) in beeld te brengen. De verhaallijnen bieden een goede basis voor een alternatievenonderzoek. Elke verhaallijn kent zijn eigen ambities die vragen om ruimte. In het OER zijn geen alternatieven ontwikkeld aan de hand van de verhaallijnen. De verhaallijnen zijn ook niet op een andere manier met elkaar geconfronteerd. Dit is wel noodzakelijk omdat hieruit blijkt in hoeverre de ambities uit de verschillende verhaallijnen elkaar versterken of met elkaar kunnen conflicteren. Door voor elke verhaallijn de ruimtevraag zichtbaar te maken, kunnen de effecten op de omgeving in beeld worden gebracht. Ook kan worden beoordeeld in hoeverre de randvoorwaarden bijdragen aan het behalen van de ambities van de betreffende verhaallijn. Deze informatie is belangrijk voor bestuurders, omdat duidelijk wordt of de ambities ruimtelijk zijn in te passen, wat daarvan de consequenties zijn (omgevingseffecten) en of het nodig is om bij te sturen op de randvoorwaarden om de ambities te halen (doelbereik).
De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voorafgaand aan de besluitvorming, te laten zien wat de ruimtelijke impact en omgevingseffecten zijn van de ambities uit de verschillende verhaallijnen. Geef aan welke verhaallijnen kunnen conflicteren of elkaar juist kunnen versterken. Geef ook aan waar dit vraagt om het maken van keuzes, of om het bijsturen op randvoorwaarden.
Monitoring Monitoring vormt een belangrijk onderdeel van de beleidscyclus die ten grondslag ligt aan de omgevingsvisie. Het belang van goede monitoring wordt vergroot doordat het gaat om een (abstracte) lange termijnvisie in een dynamische omgeving.
-9-
Die dynamiek vraagt om reflectie of de doelen gehaald worden én of dit in het gewenste tempo gebeurt. Op basis van deze inzichten kan de gemeente waar nodig bijsturen. Monitoring speelt gedurende het gehele proces een belangrijke rol:
bij de start, omdat monitoring via de Foto van de Leefomgeving inzicht geeft in de feitelijke uitgangssituatie en in combinatie met de autonome ontwikkelingen in de (te verwachten) opgaven;
gedurende de looptijd van de omgevingsvisie om te zien of bijsturing nodig is;
bij het slot om te kunnen zien of de doelen zijn gerealiseerd.
Het monitoren van de effectiviteit van de omgevingsvisie vraagt om twee typen monitoring. Het vraagt in de eerste plaats om een toestandsmonitor die inzicht biedt in de toestand en de veranderingen in de kwaliteit van de leefomgeving en de opgaven die spelen. Belangrijk in de verdere doorontwikkeling is dat de informatie op een zo laag mogelijk geografisch schaalniveau (liefst wijk- en buurtniveau) beschikbaar is en zo actueel mogelijk is. Naast toestandsmonitoring adviseert de Commissie ook een beleids(effect)monitor in te richten. Een vorm van monitoring die enerzijds antwoord geeft op de vraag of de gestelde doelen worden gehaald, maar die anderzijds juist meer lerend en reflexief van karakter is. Dit laatste is van belang omdat soms voor vernieuwende aanpakken gekozen moet worden gegeven de aard en de omvang van de opgaven. Bij deze vorm van monitoring gaat het er om per opgave in kaart te brengen wie het initiatief neemt, wie partners zijn, voor welke aanpak gekozen wordt, hoe financiering plaatsvindt, wat de rol van de gemeente Kerkrade is, tegen welke problemen men aanloopt en welke resultaten worden geboekt. Op deze manier ontstaat niet alleen inzicht in de vraag welke vraagstukken wel worden opgepakt maar ook welke niet worden opgepakt (en waarom niet). Hierdoor kan de gemeente waar nodig bijsturen.
Voor zowel de toestands- als de beleidseffectmonitoring is het denkbaar om dit te doen met andere (regionale) overheden. Hierbij lijkt een speciale verantwoordelijkheid weggelegd voor de provincie Limburg.
De Commissie adviseert om in een aanvulling op het OER, voorafgaand aan de besluitvorming, een aanzet op te stellen voor een monitoringsplan. Het is belangrijk dat de opzet helpt om inzicht te krijgen in de omgevingstoestand en veranderingen daarin (de bovengenoemde ‘toestandsmonitor’) en in het doelbereik (de bovengenoemde ‘beleids(effect)monitor’).
Aanbevelingen voor het vervolg In de onderstaande paragrafen wordt een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.
-10-
2.6.1
Woningbouw Voor woningbouw lijkt de focus in het OER te liggen op de korte termijn. Er is een duidelijke visie op woningbouwontwikkeling in vijf binnenstedelijke gebieden (inbreidingslocaties). Deze moeten op korte termijn ontwikkeld worden, want de gemeente wil tot 2030 minimaal 1300 woningen bouwen, waarvan 800 woningen sloop-nieuwbouw betreft. Aangegeven is dat de inbreidingslocaties onvoldoende zijn om invulling te geven aan de woningbehoeften voor de langere termijn. Daarvoor zijn naast de (her)ontwikkeling van binnenstedelijke locaties ook uitleglocaties in het buitengebied nodig. In de omgevingsvisie zijn hiervoor nog geen mogelijke locaties in beeld gebracht. Dit is wel relevant als de gemeente wil kunnen sturen op woningbouwontwikkeling in de periode tot 2050. De Commissie beveelt daarom aan om, bijvoorbeeld bij de uitwerking van een woningbouwprogramma, de informatie uit het OER aan te vullen. Voer hiertoe een analyse uit naar de effecten van mogelijke uitleglocaties. Houdt daarbij, naast de meer gebruikelijke aspecten als leefomgeving, natuur, landschap, water en bodem, ook rekening met sociaaleconomische facetten en hittestress.
2.6.2
Langetermijn doorkijk klimaatverandering Ten aanzien van klimaat beveelt de Commissie aan om een vervolgonderzoek uit te voeren waarin een doorkijk wordt gemaakt naar de (zeer) lange termijneffecten van klimaatverandering. Dit is bijvoorbeeld relevant om inzicht te krijgen in de benodigde ruimte voor water bij extreme neerslag en om te conserveren voor droge perioden, maar ook om meer inzicht te krijgen op de invloed die hitte en droogte kunnen hebben op het gebied en op de gezondheid van bewoners. Plaats dit onderzoek daarom in het bredere kader van de samenhangende systeemanalyse (zie paragraaf 2.2 van dit advies). Beschouw daarbij ook het grotere achterland in Duitsland en Nederland dat het stroomgebied vormt van de rivieren en beken die uiteindelijk in de gemeente uitkomen. Het onderzoek kan worden uitgevoerd aan de hand van de klimaatscenario’s van het KNMI. Deze scenario’s kijken vooruit naar 2050, 2100 en 2150.16 Uit die scenario’s blijkt dat na 2050 nog wezenlijke veranderingen van het klimaat te verwachten zijn. Voor het doelbereik van de ambities uit de omgevingsvisie is het belangrijk om te beoordelen in hoeverre de verschillende klimaatscenario’s de effectiviteit van de voorgestelde randvoorwaarden en maatregelen beïnvloeden.
Dit kan bijvoorbeeld in toekomstige aanpassingen/actualisaties van de omgevingsvisie wanneer daarin keuzes met gevolgen voor de zeer lange termijn worden gemaakt. Met deze inzichten kan de gemeente waar nodig bijsturen.
16
Zie KNMI - KNMI'23-klimaatscenario's.
-11-
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie
De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of
onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de
ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit
wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het
gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Oscar Breugelmans drs. John Dagevos Margo Meeuwissen MSc dr. Peter van der Molen Marja van der Tas (voorzitter) Michelle Vanderschuren MSc (secretaris) Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Omgevingsvisie Kerkrade. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor projecten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een milieueffectrapport (MER) vereist zijn. Uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder de Omgevingswet volgt om welke projecten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om het project J11 “stedelijke ontwikkeling”. Een MER is ook nodig als effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom wordt een planMER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van Kerkrade. Initiatiefnemer besluit College van burgemeester en wethouders van Kerkrade. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?
Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken.
Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3937 in te vullen in het zoekvak.