Bijlage 5 240325_Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen D'r Pool_anoniem
Tekst van het document
Wanneer als worst case scenario toch wordt uitgegaan van voornoemd aantal verkeersbewegingen (inclusief het aandeel bezoekersverkeer) gaat het dus om 439 bewegingen per weekdagetmaal en 488 bewegingen per werkdagetmaal. Mede naar aanleiding van deze zienswijze is volledigheidshalve onderzocht welke geluidsbelasting deze bewegingen in en uit de garage met zich mee brengen op de gevel van de woningen aan de Stationsstraat, waarvan de tuinen grenzen aan de toegang tot de garage. De resultaten zijn verwerkt in de rapportage inzake wegverkeerslawaai van Aelmans (Rapportnummer M222372.004.002.R1/GGO, d.d. 15 maart 2024, Bijlage 9 bij de toelichting op het bestemmingsplan) Die belasting bedraagt uitgaande van 488 bewegingen per etmaal (werkdaggemiddelde) bedraagt de belasting op de gevel van de woning van reclamant maximaal 41 dB, waarmee sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bovendien is van belang dat dit aantal aanzienlijk lager is dan het aantal dat – uitgaande van dezelfde kencijfers van de CROW (ASVV2021) – in de huidige situatie (planologisch) mogelijk is. Zoals volgt uit paragraaf 1.3 van deze nota gaat het dan om minimaal 1.130 en maximaal 1.436 per etmaal, werkdaggemiddeld. Het plan zorgt dus juist voor een aanzienlijke afname van het aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de huidige planologische situatie.
Daarbij geldt wel dat in feitelijk opzicht een verschuiving plaatsvindt van bewegingen, aangezien de hoofdontsluiting van de parkeergarage in de huidige situatie aan de Putgang is gesitueerd en een secundaire ontsluiting aan de Engerweg, terwijl in de nieuwe situatie slechts één van de bestaande ontsluitingen gehandhaafd blijft: die aan de Engerweg. In planologisch opzicht is er echter geen verandering en zoals uit de reactie op navolgende opmerking blijkt, brengt dit ook geen onaanvaardbare geluidsbelasting met zich mee. Opmerking 8 Reclamant vreest als gevolg van de toename van het aantal verkeersbewegingen rond de in- en uitrit van de garage hinder als gevolg van geluid, uitlaatgassen en rondvliegende minuscule deeltjes van autobanden. Reactie Gelet op het relatief beperkt aantal verkeersbewegingen (uitgaande van 50 woningen zoals voorzien in het ontwerpbestemmingsplan zijn dat er 344 per werkdagetmaal en uitgaande van 61 woningen zoals voorzien in het vast te stellen bestemmingsplan zijn dat er 488 per werkdagetmaal) worden geen onevenredig nadelige gevolgen verwacht voor omwonenden in het algemeen en reclamant in het bijzonder. Dergelijke aantallen verkeerbewegingen leiden niet tot geluidniveaus die in strijd met een goede ruimtelijke ordening Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan D’r Pool
22
moeten worden geacht. Uit de rapportage van Aelmans volgt immers dat de geluidsbelasting van deze verkeersbewegingen in en uit de garage leiden tot een gevelbelasting op de woning van reclamant van maximaal 41 dB, waarmee sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarbij speelt ook mee dat de ontsluiting - bezien vanaf het perceel en de woning van reclamant – verdiept ligt en daarom ook afscherming plaatsvindt. Op de gevolgen van het planvoornemen voor de luchtkwaliteit is aan de hand van de geldende wettelijke kaders ingegaan in de toelichting (paragraaf 4.5). Daaruit volgen geen belemmeringen voor een goede ruimtelijke ordening. Opmerking 9 Als gevolg van de verkeersbewegingen in en uit de garage kan reclamant de coniferen langs de in- en uitrit niet meer veilig onderhouden / snoeien. Daar is geen rekening mee gehouden. Als gevolg van de ingetekende versmalling van de Engerweg ter hoogte van de Kapellaan verwacht reclamant dat een goede verkeersdoorstroming wordt belemmerd en toekomstige bewoners, bezoekers en parkeerders worden gedwongen gebruik te maken van de bochtige en onoverzichtelijke route Stationsstraat- EinderstraatEngerweg- appendix – parkeergarage en vice versa. Deze onveilige route vraagt om ongelukken. Het plannen van het in-en uitrijden in de appendix aan de Engerweg acht reclamant daarom niet zinvol en niet wenselijk.
Reactie Niet wordt ingezien waarom onderhoud aan de genoemde coniferen niet meer mogelijk zou zijn. De ontsluiting betreft immers een bestaande ontsluiting. Wel vindt een intensivering van het gebruik van deze ontsluiting plaats. Onderhoud en snoeien vindt gewoonlijk één à twee keer per jaar plaats. Daarover kunnen afspraken worden gemaakt met de gebruikers/eigenaren van de garage. Bovendien is en blijft de situatie overzichtelijk en is de toegangsroute voldoende breed om ook bij snoeiwerkzaamheden te kunnen passeren. Dit uitvoeringsaspect leidt onzes inziens daarom niet tot de conclusie dat het plan in algemene zin en de voorziene ontsluiting in het bijzonder in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Zoals ook is vermeld in de toelichting op het bestemmingsplan is de aanleg van een nieuwe toegang aan de Putgang is niet gewenst, gelet op de functie van die weg voor doorgaand verkeer. Aan de Kapellaan voorzien in een tweede ontsluiting is ook niet wenselijk nu ook dat verhoudingsgewijs een drukke straat is met veel bestemmingsverkeer (zowel auto's, fietsers als voetgangers). Daarbij is ook van belang dat daar de toegang/hoofdentree van de Hamboskliniek is gesitueerd, met veel bestemmingsverkeer met kwetsbare verkeersdeelnemers.
Voorts komen ter plaatse van de aansluiting Engerweg-Kapellaan al meerdere uitgangen van parkeerterreinen bijeen, te weten de parkeerplaats op het kerkplein, de uitgang van de onder het kerkplein gelegen garage en de uitgang van een aldaar gelegen privéterrein met 6 parkeerplaatsen. Tot slot vormt de Kapellaan een onderdeel van de “Parkstadroute” (nieuwe fietsroute door de Parkstadgemeenten) hetgeen zal leiden tot een verhoogd gebruik door fietsers. Gezien het voorgaande is vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid een situering van de toegang ter hoogte van de huidige toegang aan de Engerweg het meest logisch en niet het daarnaast nog toevoegen van nog een extra aansluiting op de Kapellaan, langs de bestaande aansluiting van de Engerweg op de Kapellaan. Opmerking 10 Reclamant vraagt de in- en uitrit te splitsen en een van beide rijrichtingen aan de Kapellaan of Putgang te situeren. Een in de bijlagen bij de quickscan Wet natuurbescherming opgenomen foto van de bomen in de Kapellaan is niet relevant nu de foto een deel van de Kapellaan buiten het plangebied laat zien. Het verplaatsen van de toegang tot de parkeergarage naar de Kapellaan zal niets veranderen aan de gefotografeerde situatie. Tussen de Hamboskliniek en de St. Lambertuskerk ligt reeds een parkeergarage met een ontsluiting op de Kapellaan.
Een extra ontsluiting op de Kapellaan ten behoeve van de beoogde nieuwbouw zou geen afbreuk doen aan het beeld zoals de eerder aangehaalde foto laat zien. Onduidelijk is daarom waarom de gemeente aangeeft dat een verplaatsing van de ontsluiting naar de Kapellaan ‘niet Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan D’r Pool
23
zinvol en niet wenselijk’ is. Het argument dat dit tot extra kosten leidt wordt niet onderbouwd met een berekening. Reactie Zoals in reactie op opmerking 9 reeds is opgenomen, zijn alternatieve of aanvullende ontsluitingen op de Putgang of Kapellaan niet wenselijk. De genoemde foto is afkomstig uit de lijst met waardevolle en monumentale bomen als bedoeld in de gemeentelijke Bomenverordening Kerkrade 2012. Voor die bomen geldt een verbod om ze zonder omgevingsvergunning te kappen. In dit geval gaat het om 40 stuks Platanus acerifolia langs de Kapellaan die als monumentaal zijn aangewezen. De 40 bomen zijn niet afzonderlijk gefotografeerd, maar de foto brengt tot uitdrukking dat het een laan betreft. In de door reclamant aangehaalde quickscan is opgesteld om de gevolgen van het planvoornemen voor natuurwaarden in beeld te brengen. Daarbij zijn ook de op grond van de Wet natuurbescherming en de lokale Bomenverordening Kerkrade 2012 beschermde bomen geïnventariseerd. Naast de genoemde platanen betreft het een Cedrus op de hoek Kapellaan / Putgang. In het kader van die inventarisatie is de aangehaalde foto overgenomen uit de lijst met waardevolle en monumentale bomen. Dat de bomen behouden kunnen blijven en daarmee ook het ‘beeld’ van de Kapellaan behouden kan blijven maakt niet dat daarmee een ontsluiting op de Kapellaan (alsnog) mogelijk is.
Voor de argumenten om niet te voorzien in een ontsluiting aan de Kapellaan wordt nogmaals verwezen naar de reactie op opmerking 9. Dat het realiseren van een nieuwe toegang tot de garage, met bijbehorende hellingbaan en grondkerende wanden meer kosten met zich meebrengt dan het handhaven van een bestaande toegang spreekt voor zich. Op de grond- en opstalexploitatie rust ook (nog) geheimhouding, waardoor die niet kan worden gedeeld. Opmerking 11 Uit het aanvullend vleermuizenonderzoek blijkt dat rond de Engerweg en de tuin van reclamant signalen van vleermuizen zijn waargenomen. Rond de ontsluiting van de parkeergarage is kunstlicht nodig vanwege veiligheid. Dit heeft een verstorend effect op de natuur, met name voor vleermuizen. Er dienen compenserende maatregelen te worden getroffen door vleermuizenkasten op te hangen. Het verminderen van het kunstlicht rond de ontsluiting van de parkeergarage is ook in het belang van andere kleine dieren en van reclamant zelf. Reclamant stelt voor de ontsluiting overdekt uit te voeren gelet op het beperken van kunstlicht en uitlaatgassen.
Reactie De gevolgen voor beschermde soorten en beschermde natuurgebieden zijn onderzocht in het kader van de quickscan Wet natuurbescherming, als uitgevoerd door Bureau Meervelt (zie bijlage 3 bij de toelichting op het bestemmingsplan) en voor wat betreft vleermuizen vervolgens ook nog in een aanvullend onderzoek door Bureau Meervelt (bijlage 5 bij de toelichting op het bestemmingsplan). Daaruit volgen kort gezegd geen belemmeringen voor het planvoornemen. Vooruitlopend op de sloop van het bestaande complex is inmiddels ook voorzien in compenserende maatregelen, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de Gedragscode Stadswerk. Ter plaatse van de Lambertuskerk zijn 4 vleermuiskasten geplaatst. Ook bij de verdere uitwerking van het planvoornemen zal rekening (moeten) worden gehouden met de effecten op vleermuizen, onder meer bij de toe te passen verlichting. Opmerking 12 De tuinen van de woningen Stationsstraat 12 tot en met 28 vormen een groen lint en in die tuinen zijn grote, bladverliezende loofbomen aanwezig zijn. Verondersteld wordt dat bij de planvorming rekening is gehouden met bladafval en schaduwwerking vanwege deze bomen.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan D’r Pool
24
Reactie Dat bomen bladafval en schaduwwerking met zich meebrengen is uiteraard bekend, zowel in het kader van de planvorming als voor toekomstige bewoners. Opmerking 13 Ten opzichte van het oorspronkelijke bouwplan zijn de grondgebonden woningen direct achter de woningen aan de Stationsstraat in het stedenbouwkundig plan d.d. 10 juni 2022 op grotere afstand geplaatst, maar dat geldt niet voor de twee woningen achter de woning/tuin van reclamant. Gelet op de hogere ligging van die woningen ten opzichte van de tuin van reclamant vreest reclamant aantasting van de privacy. Ook vanwege het looppad dat is voorzien vanaf de Engerweg richting het centrale deel van het nieuwe plan. In het kader van de privacy verzoekt reclamant ook om de kopse kant van het appartementencomplex dat is voorzien langs de Engerweg niet te voorzien van ramen / raampartijen. Reactie Welke ramen op welke plek worden geplaatst zal worden uitgewerkt bij de concretisering van het bouwplan door de nog te selecteren partij die het plan zal gaan realiseren. Daarbij wordt uiteraard rekening gehouden met de regels voor ramen in de nabijheid van perceelsgrenzen zoals die zijn opgenomen in het Burgerlijk Wetboek.
Gelet op de afstanden tussen de geprojecteerde bouwvlakken enerzijds en de perceelsgrenzen met reclamant anderzijds, worden op dat punt geen belemmeringen voorzien voor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Zie op dit punt ook de overwegingen in het kader van privacy/inkijk in paragraaf 1.3 van deze nota. Concreet ten aanzien van de achter de woning van reclamant voorziene wonignen geldt dat de afstand tussen die woningen en de woning van reclamant circa 40 meter bedraagt. Gelet op die afstand, het aanwezige groen, het feit dat in een stedelijke omgeving wordt gebouwd én op basis van het geldende bestemmingsplan een veel grotere impact impact op de privacy mogelijk was, is geen sprake van onaanvaardbare gevolgen voor de privacy. Voor wat betreft het eventuele looppad geldt dat door de realisatie van een erfafscheiding – als toegezegd – inkijk zal voorkomen. Opmerking 14 Nu het complex D’r Pool wordt afgebroken verdwijnt ook de erfafscheiding tussen het plangebied en de tuin van reclamant. Er is daarom een nieuwe adequate en veilige erfafscheiding te realiseren, in overleg met reclamant en voor rekening van de gemeente dan wel de ontwikkelaar. Reactie Door de gemeente zal worden voorzien in een nieuwe, adequate en veilige erfafscheiding. In de periode tussen sloop en de realisatie van het nieuwe plan zal worden voorzien in een tijdelijke, demontabele oplossing.
Als onderdeel van de uitvoering van het nieuwe plan zal worden voorzien in een permanente oplossing in de vorm van een hekwerk, voorzien van groen. Opmerking 15 Reclamant vreest waardevermindering van de woning vanwege het toegenomen verkeer, de extra verkeerseffecten die gepaard gaan met de ontsluiting van de parkeergarage en de aantasting van de privacy. Reclamant wil op voorhand al een beroep doen op een schadeloosstelling als gevolg van planschade. Reactie Rekeninghoudend met de bouw- en gebruiksmogelijkheden in het geldende bestemmingsplan in vergelijking met het bouw- en gebruiksmogelijkheden die het voorliggende bestemmingsplan zal bieden en het te hanteren normaal maatschappelijk risico wordt geen zodanige voor vergoeding in aanmerking komende planschade verwacht dat het plan daardoor niet uitvoerbaar is. Mocht reclamant van mening zijn dat het plan leidt tot planschade die voor vergoeding in aanmerking komt, dan kan een verzoek om Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan D’r Pool
25
tegemoetkoming c.q. vergoeding worden gedaan binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Opmerking 16 ln het ontwerpbestemmingsplan d'r Pool wordt gesproken over 'het groene lint' i.c. de achtertuinen van de woonhuizen Stationsstraat 12 t/m 28. De bomenstructuur en groene tuinen kennen geen instandhoudingsverplichting in het bestemmingsplan en kunnen door de (toekomstige) bewoners van genoemde panden verwijderd of onderbroken worden. Het groene lint is geen verdienste van de gemeente noch een statisch gegeven. Het zou een verdienste van de gemeente kunnen worden als zij er voor zorgt dat het lint intact blijft. Alleen in dat geval zou het een rol kunnen en mogen spelen in uw ontwerpbestemmingsplan. Reactie In het ontwerpbestemmingsplan komt de term ‘groen lint’ niet terug. Het wel of niet handhaven van de bomen in de achtertuinen van omwonenden is niet van invloed op de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Hoewel het handhaven en waar mogelijk uitbreiden van het groen binnen stedelijk gebied past binnen het gemeentelijk beleid mist de opmerking feitelijke grondslag.
Opmerking 17 Het openbare groen dat nu aan de kant van de Engerweg langs d'r Pool loopt, wordt in het plan verwijderd. Er komt een centraal parkje in het nieuwe plan. De projectleider kon desgevraagd niet aangeven hoe groot het nieuwe parkje zal worden. Houdt u rekening met het feit dat openbaar groen in sterk verstedelijkt Kerkrade Centrum een verkoelend effect heeft op bewoners en gebouwen en in tijden van klimaatverandering zeker zal bijdragen aan verbetering van het woongenot? Reactie Aan de noordzijde van het plangebied, tussen de Engerweg en het huidige complex was sprake van een groenstrook van circa 5 meter breed. De strook was begroeid met hedera en er stonden enkele kleine bomen. De strook had dus nauwelijks natuurwaarde en geen of nauwelijks een verkoelend effect. Het nieuwe bestemmingsplan biedt de kaders waarbinnen een verdere uitwerking van de bouwplannen kan plaatsvinden. Dat geldt dus ook voor de uitwerking van de inrichting van de openbare ruimte. Uitgaande van het stedenbouwkundig plan wordt langs de Engerweg voorzien in diverse plantvakken voor nieuwe bomen. Verder wordt centraal in het gebied inderdaad voorzien in een groene openbare ruimte, waarvan de (minimale) omvang is vastgelegd door de begrenzing van de bestemming ‘Groen’ op de verbeelding.
Ten opzichte van de huidige situatie is in ieder geval sprake van een aanzienlijke afname van de bouwmogelijkheden en juist een toename van het aandeel groen. Verder wordt voor wat betreft de klimaatadaptieve inrichting van het plan verwezen naar de toelichting op het bestemmingsplan. Opmerking 18 Ieder nieuw bouwplan dient binnen het nieuwe bestemmingsplan de daarmee samenhangende parkeerproblematiek op te lossen. In dit bestemmingsplan wordt afgeweken van de parkeernormen die sinds 1 januari 2022 van kracht zijn (Nota parkeernormen 2022). Aangezien binnen het plangebied veelal 50+ zullen zijn en veelal buitenshuis zullen werken, is zijn minimaal 2 parkeerplaatsen per woning nodig. 69 parkeerplaatsen voor 50 woningen is te weinig. Er zullen parkeerproblemen ontstaan die niet mogen worden afgewenteld op de omgeving. Reactie De parkeernormen binnen de gemeente Kerkrade zijn door de gemeenteraad vastgesteld als onderdeel van het Gemeentelijk Verkeers- en VervoersPlan, deel I (GVVP) als vastgesteld in januari 2018. De gemeente Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan D’r Pool
26
Kerkrade kent geen Nota Parkeernormen 2022. De gemeenteraad heeft voor dit plan echter ingestemd met afwijkende parkeernorm van 1,2 parkeerplaatsen per appartement en 2 parkeerplaatsen per grondgebonden woning. In paragraaf 2.3 van de toelichting op het bestemmingsplan wordt ingegaan op de gevolgen van het plan voor de parkeerbalans. Uitgaande van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan, deel I (GVVP) komt de parkeerbehoefte bij 50 woningen inderdaad uit op 89 parkeerplaatsen. De parkeernormen als opgenomen in het GVVP zijn echter aan evaluatie toe. De daarin opgenomen normen gaan uit van de maximale normen als geadviseerd door de CROW, er is niet voorzien in een bandbreedte. De CROW werkt echter met een bandbreedte door het noemen van een minimum en een maximumnorm. Gebleken is dat het hanteren van de maximumnorm in de praktijk tot (theoretische) knelpunten leidt om te kunnen voorzien in voldoende parkeerplaatsen volgens die norm, terwijl die knelpunten zich in de praktijk - bij een lager aantal parkeerplaatsen - niet voordoen. Bovendien draagt een overschot aan parkeerplaatsen niet bij aan het stimuleren van lopen of fietsen bij relatief korte reisafstanden of het gebruik van OV. Juist voor locaties in het centrum als hier aan de orde, dicht bij alle voorzieningen, is sprake van minder afhankelijkheid van de auto.
Concreet voor de locatie D'r Pool speelt ook de beperkte ruimte een rol, gezien de ligging in de centrum. Parkeren zal daarom grotendeels ondergronds moeten plaatsvinden, hetgeen vanuit het oogpunt van de nagestreefde beeldkwaliteit ook de wens is. Ook beperkt ondergronds bouwen de mogelijkheden om het (openbare) gebied binnen het plangebied klimaatadaptief in te richten, bijvoorbeeld ten aanzien van de opvang en zo mogelijk infiltratie van hemelwater. Ter plaatse van een ondergrondse parkeerkelder met betonnen dek kan immers geen infiltratie plaatsvinden. Ondergronds bouwen brengt verder aanzienlijke kosten met zich mee, met name voor eventuele openbare/bezoekersparkeerplaatsen binnen de voorziene stallingsgarage. Financiële motieven hebben zeker een rol gespeeld bij het bepalen van de parkeernorm, maar dat is zeker niet het enige argument geweest, zoals uit het voorgaande blijkt. De raad heeft als bevoegd gezag in deze daarom voor deze ontwikkeling – vooruitlopend op de uit te voeren evaluatie van de parkeernormen in het GVVP deel 1 – andere normen vastgesteld, waarbij voor de appartementen inderdaad een lagere norm wordt gehanteerd (1,2 ipv 1,8 pp per woning), maar voor de stadswoningen juist een hogere norm gehanteerd (2 ipv 1,8 pp per woning). Beide normen liggen binnen de bandbreedte die wordt gevormd door de door CROW geadviseerde minimale en maximale parkeernorm.
Toepassing van die normen leidt bij een aantal woningen van 50 – zoals voorzien in het ontwerpbestemmingsplan – tot een aantal te realiseren parkeerplaatsen van 69. Zoals eerder in deze nota is aangeven wordt het maximaal aantal te realiseren woningen opgehoogd tot 61. Bij dat aantal woningen zijn 82 parkeerplaatsen nodig. Deze plaatsen kunnen nog steeds worden gerealiseerd in de voorziene ondergrondse parkeergarage. Deze parkeerplaatsen zijn hoofdzakelijk voor de bewoners, maar in de parkeernormen/kengetallen is ook een aandeel bezoeksparkeren opgenomen. Bezoekersparkeren zal echter hoofdzakelijk worden opgevangen in de openbare ruimte. Uit parkeerdrukmetingen blijkt dat er in de omgeving van het plangebied geen knelpunten zijn. Ook is van belang dat de parkeervoorzieningen in het centrum worden aangepakt als onderdeel van de versnellingsaanpak voor woningbouw, waarbij infraprojecten worden aangepakt. In dat kader worden de mogelijkheden voor bezoekersparkeren geoptimaliseerd nabij het station, aan de zijde van de Hambosweg, met een nieuw te realiseren brug om die parkeerplaats beter te verbinden met het centrum. Voor de uitvoering van die aanpak is door het Rijk subsidie beschikbaar gesteld, waardoor ook de uitvoerbaarheid van die oplossing is verzekerd.
Op dit moment vindt verdere uitwerking van dit plan plaats waarbij enkele tientallen extra parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd, op loopafstand van dit plangebied. Gezien het voorgaande wordt geen onevenredige parkeerhinder in de omgeving voorzien als gevolg van het planvoornemen. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan D’r Pool
27
Opmerking 19 De wijziging van de bestemming van ‘Maatschappelijk’ naar ‘Wonen’ heeft gevolgen voor de privacy van reclamant. De impact wordt groter. Reactie De huidige bestemming ‘Maatschappelijk’ staat een grote diversiteit aan functies toe. Bovendien kan en is in de huidige situatie tot in de perceelsgrens gebouwd. Dat is straks niet meer mogelijk, gelet op de situering en afbakening van de bouwvlakken. Bestreden wordt daarom dat de impact door de bestemmingswijziging groter wordt, laat staan dat deze impact zodanig groot is dat daardoor de uitvoerbaarheid van het planvoornemen in het geding is. Opmerking 20 Binnen het plan zullen warmtepompen worden toegepast. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de cumulatieve effecten van de warmtepompen die nabij de woning en de tuin van reclamant kunnen worden gesitueerd en daarmee gepaard gaande weerkaatsing van geluid tegen de achtergevel van de woningen aan de Stationsstraat.
Reactie Onderdeel van de bijlagen bij de toelichting op het bestemmingsplan is een onderzoek naar de cumulatieve geluidsbelasting van warmtepompen, uitgevoerd door Aelmans. Daarbij is uitgegaan van reële scenario’s voor de opstelling van warmtepompen, te weten plaatsing aan de achtergevel bij de grondgebonden woningen en zowel op het dak als aan de gevel bij de appartementen. In het onderzoek is aansluiting gezocht bij de geluidniveaus die in de uitgave Bedrijven en Milieuzonering (VNG, 2009) worden gehanteerd voor het beoordelen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening: 45-50 dB. Uit het rapport blijkt dat daaraan wordt voldaan op de nieuw te realiseren woningen. Ook kan uit het rapport worden opgemaakt dat bij de grondgebonden stadswoningen de cumulatieve geluidbelasting op 2 meter afstand van de achtergevel nog 50 dB(A) bedraagt en circa 9,5 meter afstand nog maar circa 40 dB(A) bedraagt. Dat is geen onaanvaardbare belasting. De afstand tussen de achtergevel van de woning van reclamant en de grens van het bouwvlak bedraagt ruim 40 meter, waardoor de geluidsbelasting op die gevel aanzienlijk minder zal zijn dan de 40 dB op circa 9,5 meter afstand. Daarmee is er ook geen sprake van een onaanvaardbare gevelbelasting. Ook niet in de tuin overigens, gezien het voorgaande.
Ook voor de appartementen geldt dat niet hoeft te worden gevreesd voor een onaanvaardbare geluidsbelasting op de gevel of in de tuin van reclamant, aangezien de belasting op 8 meter uit de gevel nog maar 45 dB bedraagt en de afstand tussen het bouwvlak en de perceelsgrens met en woning van reclamant respectievelijk circa 12 meter en 50 meter bedraagt. Overigens is in het rekenmodel wel rekening gehouden met reflecties. Echter kunnen reflecties gezien de over die 40 meter optredende verzwakking van het geluid geen rol van betekenis spelen, ook niet gelet op de aard van het geluid van de pompen. REGEL Voorgestelde wijziging ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan: • Toevoegen regel cumulatieve geluidsbelasting gevels bestaande woningen
Conclusie
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan D’r Pool
28
Gezien het voorgaande is de zienswijze deels ongegrond, maar wordt op enkele punten tegemoetgekomen aan de zienswijze voor het bestemmingsplan op onderdelen aan te passen.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan D’r Pool
29
2. AMBTSHALVE WIJZIGINGEN Verbeelding • een ophoging van het maximum aantal woningen binnen het bouwvlak ter hoogte van de hoek Kapellaan / Engerweg van 30 naar 41. •
een maximum aantal van 6 bouwlagen op de hoek Engerweg / Kapellaan (was maximaal 5 bouwlagen in ontwerpbestemmingsplan);
•
een verruiming van het bouwvlak langs de Engerweg, waardoor dit circa 6 meter is verruimd in zuidelijke richting (richting binnenterrein);
•
een verruiming van het bouwvlak ten behoeve van de stadswoningen, waardoor dit circa 2 meter is verruimd in westelijke richting (richting binnenterrein);
•
een afname van het maximum aantal bouwlagen van de urban villa’s van maximaal 4 naar maximaal 3 bouwlagen voor circa de helft van de oppervlakte van het bouwvlak.
Regels •
de maximale cumulatieve geluidsbelasting van warmtepompen op de gevels van omliggende bestaande woningen wordt vastgelegd op 45 dB (zie artikel 7.3).
•
in de bouwregels wordt aangepast dat de stadswoningen (specifieke bouwaanduiding – 1) op de verbeelding) mogen uitgevoerd in twee bouwlagen met een kap óf drie bouwlagen met een platte afdekking (zie artikel 5.2.1).
•
In de bouwregels wordt aangepast dat de Urban Villa (specifieke bouwaanduiding - 2) enkel plat mag worden afgedekt (zie artikel 5.2.1).
•
In de bouwregels wordt aangepast dat de dakhelling van een eventuele kap op de appartementen die zijn aangeduid met specifieke bouwaanduiding – 3 maximaal 30 graden mag bedragen (zie artikel 5.2.1).
•
In de algemene bouwregels wordt een regeling toegevoegd voor beperkte overschrijdingen van bouwgrenzen ten behoeve van liftkokers en trappenhuizen (zie artikel 7.4).
Toelichting •
Actualisatie vanwege aanpassingen verbeelding en regels.
•
Actualisatie vanwege sinds de inzage van het ontwerp gewijzigd beleid.
•
Toevoeging paragraaf privacy / inkijk aan hoofdstuk 2
•
Actualisatie paragraaf Rijksbeleid (paragraaf 3.2) aangezien de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is komen te vervallen.
•
Actualisatie vanwege de op 1 januari 2024 in werking getreden nieuwe Omgevingsverordening van de provincie.
Bijlagen bij de toelichting •
De Aerius-berekening (Bijlage 4 bij de toelichting) is aangepast vanwege actualisatie van het Aeriusmodel sinds het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan. Ook is de berekening geactualiseerd vanwege de toename van het aantal woningen.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan D’r Pool
30
•
Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is geactualiseerd vanwege het grotere aantal woningen en het toevoegen van de berekening van de geluidsbelasting vanwege de toegang tot de garage.
•
De bezonningsstudie is geactualiseerd naar aanleiding van de wijzigingen in het plan (Bijlage 7 bij de toelichting)
•
Het windhinderonderzoek is geactualiseerd naar aanleiding van de wijzigingen in het plan (Bijlage 8 bij de toelichting).
•
De uitgevoerde zichtlijnenstudie is als bijlage bij de toelichting gevoegd.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan D’r Pool
31