CConstaterende datKerkrade
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Windvisie Kerkrade.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente KerkradeBij agendapunt: Ontwerpbesluit inzake adviesrecht van de gemeenteraad in de Omgevingswet6.586 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

719154 11-06-2020

Windvisie Kerkrade

Gemeente Kerkrade

Concept

Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem Telefoon: +31 (0)88 PONDERA

Documenttitel

Windvisie Kerkrade

Soort document

Concept

Datum

11-06-2020

Projectnummer

719154

Opdrachtgever

Gemeente Kerkrade

Auteur

Joost Starmans, Pondera Consult

Vrijgave

Paul Janssen, Pondera Consult

Pondera Consult

INHOUDSOPGAVE Inleiding

1

Aanleiding en context

1

Nut en noodzaak van windenergie

1

Leeswijzer

3

Beleid

4

Nationaal beleid

4

Provinciaal beleid

4

Gemeentelijk beleid

6

Conclusie

7

Randvoorwaarden windenergie

8

Afmetingen

8

Ruimtelijke kaders

9

Landschappelijk ontwerp

13

Planschadevergoeding

13

Samenwerkingsovereenkomst

13

Maatschappelijke acceptatie

14

Procesparticipatie

14

Financiële participatie

15

Communicatie

15

Samenvatting

17

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

1

INLEIDING Aanleiding en context Nederland bevindt zich midden in de energietransitie, waarbij wordt overgegaan naar een energiesysteem bestaande uit een energiemix van verschillende duurzame bronnen. Dit met als doel om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en op deze wijze de negatieve effecten van klimaatverandering tegen te gaan. De energietransitie heeft niet alleen consequenties op nationaal niveau, ook op lokaal niveau gaat er de komende periode veel veranderen. Om dit te accentueren heeft de gemeente Kerkrade zich samen met een aantal andere gemeenten in het regioverband ‘Parkstad Limburg’ ten doel gesteld om in 2040 energieneutraal te zijn. Alhoewel hiervoor aanvankelijk vooral werd gerekend op inzet van energiebesparingstechnieken, zonneenergie en mijnwater, is inmiddels duidelijk geworden dat enkel met deze technieken de duurzaamheidsambities onmogelijk zullen worden gehaald. De gemeente verkent daarom ook de mogelijkheden voor andere vormen van duurzame energie, waaronder de toepassing van grootschalige windenergie. Om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord, de RES (Regionale Energie Strategie) en PALET (Parkstad Limburg Energietransitie) te kunnen halen is de inzet van windenergie ook in Kerkrade onvermijdelijk.

In deze Windvisie onderbouwt de gemeente Kerkrade haar keuze om naast energiebesparing, en andere duurzame energiebronnen ook in te willen zetten op windenergie. Er worden met nadruk geen zoekgebieden op voorhand aangewezen waar windturbines geplaatst mogen worden. Wel worden alle relevante aspecten toegelicht die een rol spelen bij de realisatie van windenergie in Kerkrade. Bovendien worden eisen en voorwaarden gepresenteerd, waaraan ontwikkelingen dienen te voldoen. Hiermee streeft de gemeente naar projecten met een zo hoog mogelijk draagvlak, waarbij nadelige milieueffecten en visuele hinder zo veel als mogelijk worden beperkt en de omgeving de mogelijkheid krijgt om (financieel) te participeren. De gemeente ziet voor zichzelf als rol weggelegd om als bevoegd gezag te reageren op initiatieven vanuit de omgeving. Hierbij ligt de focus om concrete initiatieven te beoordelen, en waar mogelijk te faciliteren in de realisatie. Als eerste stap zal een concept Windvisie worden voorgelegd aan het college van Burgemeester en Wethouders en aan de gemeenteraad. Vervolgens zal in samenspraak met de gemeenteraad een definitieve versie worden vastgesteld.

Uiteindelijk doel van de Windvisie is het tot stand brengen van een transparant en duidelijk kader, waarin initiatieven getoetst kunnen worden, om te komen tot maatschappelijk gedragen windenergieprojecten die bijdragen aan de doelstelling om energieneutraal te zijn in 2040. Het document zal tevens onderdeel uitmaken van de nieuw op te stellen gemeentelijke Omgevingswetdocumenten (visie, programma en plan) en de RES.

Nut en noodzaak van windenergie Algemeen De uitstoot van broeikasgassen die onder meer vrijkomen bij de productie van energie uit fossiele brandstoffen, leidt tot klimaatverandering. De gevolgen hiervan hebben een belangrijke negatieve invloed op een tal van aspecten, waaronder de openbare veiligheid, flora en fauna, volksgezondheid en de economie. Inmiddels wordt internationaal, Europees, nationaal en lokaal

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

2

ingezet op het beperken van de uitstoot van broeikasgassen. Dit met als doel om de concentraties van deze gassen in de atmosfeer te stabiliseren en daarmee gevaarlijke antropogene verstoring van het klimaatsysteem te voorkomen. Bij de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen, waaronder windenergie, komen geen emissies naar de lucht vrij, wat leidt tot het beperken van het risico op klimaatverandering. De opgewekte elektriciteit vermijdt verder opwekking van elektriciteit uit reguliere, fossiele energiebronnen waarbij luchtverontreinigende emissies vrijkomen. Deze emissies zijn schadelijk voor de volksgezondheid en de realisatie van windenergie levert dan ook een bijdrage aan het voorkomen en beperken van schade aan de volksgezondheid. De inzet van windturbines versterkt bovendien de lokale energiezekerheid en vermindert afhankelijkheid van energieproducenten uit het buitenland. Een betrouwbare energievoorziening is op zijn beurt weer in het belang van de economie en de openbare veiligheid, vanwege de vitale rol in het functioneren van allerlei (energie afhankelijke) maatschappelijke voorzieningen en instellingen. Volgens het rijksbeleid zijn de belangrijkste vormen van hernieuwbare energie om uitstoot van broeikasgassen in Nederland te beperken: windenergie, zonne-energie, bio-energie en aardwarmte.

Hoewel energie uit fossiele energiebronnen in de komende decennia waarschijnlijk nodig blijft, zal hernieuwbare energie een steeds groter onderdeel gaan uitmaken van de energiemix. Windenergie, zowel op land als op zee, kan in potentie significant bijdragen aan het behalen van duurzaamheidsdoelstellingen. Windenergie is verder interessant vanuit het oogpunt:

•

dat het technisch en economisch uitvoerbaar is, en wereldwijd op grote schaal wordt toegepast;

•

van een lage kostprijs per opgewekte kWh elektriciteit;

•

van het multifunctionele gebruik van de ruimte: het gebied kan bijvoorbeeld tevens gebruikt blijven worden als landbouw en/of industriegebied. Daarnaast is ontwikkeling eventueel onder voorwaarden mogelijk in combinatie met andere gebruiksdoeleinden, zoals recreatie en natuur (bijvoorbeeld een klimaatbos);

•

van ruimtebeslag per vierkante meter: deze techniek heeft een relatief beperkt direct ruimtegebruik per geproduceerde eenheid energie. Ter illustratie, een grote moderne windturbine met een geïnstalleerd vermogen van 4 MW levert bij 3.000 vollasturen jaarlijks circa 12 MWh (circa 43 TJ) op. Dit staat gelijk aan de opwekcapaciteit van circa 14 hectare aan zonnepanelen1.

Gemeente Kerkrade De duurzaamheidsdoelstelling van de gemeente Kerkrade is om in 2040 energieneutraal te zijn. In PALET 3.0 (zie hoofdstuk 2.3.3 voor toelichting) is als tussentijdse ambitie opgenomen om eind 2020 188 TJ duurzaam op te wekken. De gemeente wilde dit aanvankelijk bereiken middels een combinatie van de volgende initiatieven:

•

zonnepanelenproject Parkstad – deel Kerkrade (15,7 TJ);

•

verduurzaming gemeentelijke gebouwen, sportaccommodaties en zorgcentra (2,4 TJ);

1

Uitgaande van 3.000 panelen per hectare, 300 Wp opwekcapaciteit per paneel en een opwekpotentie van 920 kWh/kWp.

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

3

•

zonnepanelen op 5% van de daken in de sectoren ‘commerciële dienstverlening’ en ‘industrie en energie’ (13,6 TJ);

•

duurzame energie bij de buitenring (0,1 TJ);

•

5 hectare aan zonne-akkers (24,3 TJ);

•

het mijnwaterproject (132,4 TJ).

Van deze initiatieven wordt dit jaar circa 1.5 hectare aan zonne-energie gerealiseerd bij de firma Emma Safety Footwear. Verder wordt volgend jaar circa 12 hectare zonne-akker gerealiseerd op de locatie ‘Locht-Zuid’. De gemeente loopt op dit moment dus ver achter op de geformuleerde ambities zoals opgenomen in PALET 3.0. Om de duurzaamheidsdoelstellingen (zowel op korte als lange termijn) te kunnen halen, vormt de inzet van windenergie daarom een essentieel onderdeel. Uitgaande van een 4 MW windturbine en 3.000 vollasturen per jaar zijn er circa 5 windturbines nodig om het benodigde aantal TJ voor de tussentijdse duurzaamheidsdoelstelling uit PALET 3.0 op te wekken.

Leeswijzer Na deze korte inleiding volgt in Hoofdstuk 2 een beknopt overzicht van de beleidskaders en duurzaamheidsdoelstellingen van de diverse Nederlandse overheden, waarbinnen de realisatie van windenergie past. In Hoofdstuk 3 volgen diverse eisen en voorwaarden waaraan windprojecten in Kerkrade dienen te voldoen.

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

4

BELEID Nationaal beleid Energieakkoord (2013) In 2013 hebben ruim veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, andere maatschappelijke organisaties en financiële instellingen zich verbonden aan het Energieakkoord. Met het Energieakkoord is destijds als ware het startschot gegeven voor een duurzame energievoorziening. Zo is onder andere vastgelegd dat eind van 2020 14% van alle energie duurzaam moet zijn opgewekt met een verdere stijging naar 16% in 2023. Specifiek voor wind op land is, binnen de kaders die met provincies zijn afgesproken, afgesproken om te komen tot 6.000 MW operationeel windenergievermogen aan het eind van 2020.

Klimaatwet (2018) In de Klimaatwet zijn de Nederlandse klimaatdoelstellingen wettelijk vastgelegd. De Klimaatwet is op 1 september 2019 in werking getreden. In de Klimaatwet staan drie doelen: •

een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030;

•

een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050;

•

100% broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050.

Elke vijf jaar komt er een klimaatplan waarin het klimaatbeleid wordt vastgesteld. Elk jaar wordt er middels een klimaatnota gereflecteerd op de voortgang van het klimaatbeleid ten opzichte van het klimaatplan. Het klimaatplan past in de systematiek van de Integrale Nationale Energie-en Klimaatplannen die voor de EU moeten worden opgesteld en het klimaatakkoord van Parijs.

Nationaal Klimaatakkoord (2019) Het Klimaatakkoord kan in feite beschouwd worden als een opvolger van het Energieakkoord, maar wat zich naast de energievoorziening richt op tal van andere sectoren. Het centrale doel is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990. Aan de sectortafel 'elektriciteit' zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonne-energie op land 35 TWh wordt gerealiseerd. De omschakeling heeft impact op onze leefomgeving en daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de RES een belangrijke rol. De gemeente Kerkrade valt in de energieregio Zuid-Limburg. Elke energieregio geeft invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord die zijn gemaakt aan de sectortafels voor ‘Elektriciteit’ en ‘Gebouwde omgeving’.

Provinciaal beleid Provinciaal Omgevingsplan Limburg (2014) De Provincie Limburg stimuleert elektriciteitsopwekking door hernieuwbare energiebronnen en onderbouwt dit in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL 2014). De doelstelling voor

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

5

de provincie is om eind 2020 14% van alle gebruikte elektriciteit duurzaam op te wekken, conform het eerder genoemde Nationaal Energieakkoord. Hierbij is een opgave geformuleerd om tegen het eind van 2020 95,5 MW aan opgesteld windvermogen te realiseren. Op dit moment is er circa 12 MW gerealiseerd en 99 MW aan nieuw windvermogen is vergund. Voor de periode na 2020 zijn er nieuwe windinitiatieven nodig om aan de klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen. Dit wordt uitgewerkt in de RES. De provinciale aanpak voor windturbineopstellingen met een masthoogte van boven de 25 meter bestaat uit een combinatie van een realisatiestrategie en een plaatsingsvisie, die hieronder kort worden toegelicht. De provincie streeft naar het maximaliseren van het maatschappelijk effect van windenergie door participatie van belanghebbenden in het planproces en de realisatie van windturbines. De wijze waarop dit gebeurt is maatwerk en afhankelijk van de lokale wensen en de financiële ruimte van het windpark. De invulling van dit profijtbeginsel dient wel beschreven te worden in een profijtplan dat door de initiatiefnemers in overleg met de stakeholders zal worden opgesteld. Gemeenten nemen idealiter het voortouw om te komen tot ruimtelijke plannen die de plaatsing van windturbines mogelijk maken.

Indien de Provincie via een inpassingsplanprocedure betrokken wordt bij de (project)realisatie van windturbines, wordt via overeenkomsten vooraf het invullen van een profijtplan als randvoorwaarde gesteld. De gemeenten worden gevraagd om op overeenkomstige wijze te handelen. In de Omgevingsvisie (paragraaf 5.5.4) heeft de provincie een aantal typen gebieden aangewezen die zich het best lenen voor het plaatsen van windturbines. In de provinciale Verordening zijn verder enkele uitsluitingsgebieden aangewezen (artikel 2.10) waarbinnen de ontwikkeling van windturbines niet is toegestaan. De gemeente Kerkrade valt niet binnen een uitsluitingsgebied, en op basis hiervan zijn er eventueel mogelijkheden voor windenergie in Kerkrade. In de Verordening zijn overigens geen bindende regels opgenomen voor de plaatsing van windturbines, alleen voor de uitsluitingsgebieden. Er dient voor de plaatsing van windturbines wel rekening gehouden te worden met de kaders in de Windvisie.

Provinciale Omgevingsvisie Momenteel wordt er gewerkt aan de Provinciale Omgevingsvisie (POVI), dat gezien kan worden als een update van het POL 2014. De verwachting is dat dit nieuwe document eind 2020 vastgesteld wordt. In het eerste concept (april 2020) van de POVI wordt de richting van de provincie ten aanzien van de energietransitie al wel duidelijk. De provincie Limburg wil bijdragen aan het realiseren van de afspraken en nationale ambities rondom de energietransitie. Voor windenergie op land geldt vanuit het Klimaatakkoord de opgave van 35 TWh voor 2030. De provincie stelt hierbij de voorwaarden van haalbaarheid, betaalbaarheid en draagvlak. Richting 2050 is de nationale doelstelling om een duurzame energievoorziening in 2050 te hebben. Hier wil de provincie Limburg naar vermogen aan bijdragen. De provincie komt niet met eigen aanvullende norm- of taakstellingen.

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

6

Gemeentelijk beleid Structuurvisie en Duurzaam Kerkrade In de Structuurvisie Kerkrade 2010-2020 is de beoogde ontwikkeling ten aanzien van duurzaamheid uitgeschreven. Kerkrade wil een stad zijn met ruimte voor duurzame en experimentele ontwikkeling. In de periode 2010-2020 wil de gemeente dit bereiken door duurzaamheid uit te werken in de stadsdeelvisie Kerkrade-West en door projecten te beheren en te ontwikkelen met oog voor (nieuwe) energie. In het uitvoeringsprogramma ‘Duurzaam Kerkrade’ (2015) concretiseert de gemeente haar duurzaamheidsambities. De gemeente Kerkrade vindt duurzaamheid belangrijk en onder de noemer ‘Duurzaam Kerkrade’ zijn diverse projecten succesvol uitgevoerd.

Coalitieakkoord 2018-2022 De coalitie stelt in het coalitieakkoord dat duurzaamheid van groot belang is. Zoals is afgesproken in het kader van PALET zal de gemeente het gebruik van fossiele brandstoffen verminderen en overgaan op schone, duurzame energiebronnen. De coalitie stelt dat hieruit voorkomende projecten worden gevolgd en bij bewezen meerwaarde aan verduurzaming in behandeling zullen worden genomen.

Parkstad Limburg Energietransitie (PALET) De gemeente Kerkrade werkt intensief samen met zes andere gemeenten in het regioverband ‘Parkstad Limburg’. Dit samenwerkingsverband heeft enkele jaren geleden het initiatief genomen om de energietransitie in de regio aan te jagen en gestructureerd van de grond te krijgen. Als eerste belangrijke stap is een onderbouwde ambitie geformuleerd: energieneutraal zijn in 2040. Hiervoor is in 2015 beleid vastgesteld onder PALET. Hierop voortbouwend zijn in PALET 2.0 en vervolgens in PALET 3.0 de lange termijn doelstelling om in 2040 energieneutraal te zijn vertaald in een uitvoeringsprogramma voor de korte termijn. Eind 2020 zou hierdoor 8% van de totaalopgave wat betreft energiebesparing en duurzame energieopwekking binnen de gemeente moeten zijn gerealiseerd. Zoals benoemd in hoofdstuk 1.2.2 wordt deze tussentijdse doelstelling voor eind 2020 niet gehaald. Een uitwerking van PALET 3.0 is het ‘Regionaal Afwegingskader Windenergie’ (RAK). In dit afwegingskader zijn randvoorwaarden geformuleerd ten aanzien van de realisatie van windenergieprojecten. Voor de ontwikkeling van windenergie in Parkstad Limburg hanteren de Parkstad-gemeenten de volgende uitgangspunten: 1.

Er dient te worden voldaan aan een goede ruimtelijke ordening;

2.

Er dient onderzoek te zijn gedaan naar bezonning, slagschaduw, externe veiligheid, geluid,

3.

flora en fauna en planschaderisico; Er dient een landschapsinrichtingsplan te worden opgesteld;

4.

Er dient een anterieure overeenkomst te worden afgesloten om het kostenverhaal te verzekeren;

5. 6.

Er dient actief te worden ingezet op omgevingsmanagement; Maatschappelijke baten dienen terug te vloeien naar de gemeenschap;

7.

Grondspeculatie moet worden voorkomen;

8.

In het geval van concurrerende projecten geldt dat samenwerking wordt gestimuleerd;

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

7

9.

Gemeenten zijn gebonden aan de uitgangspunten van gemeentelijk en regionaal beleid.

Conclusie Realisatie van windenergie in de gemeente Kerkrade past in het beleidskader van de diverse overheden en draagt bovendien bij aan duurzaamheidsdoelstellingen, zeker gezien het tot dusver geringe succes van andere initiatieven op het gebied van duurzame energie (waaronder mijnwater) binnen de gemeente. De bevoegdheid voor het faciliteren en ruimtelijk mogelijk maken van windprojecten legt de provincie Limburg nadrukkelijk bij de gemeenten neer.

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

8

RANDVOORWAARDEN WINDENERGIE In de energietransitie wordt overgeschakeld van centrale naar decentrale productie. Veel meer dan vroeger wordt energie op verschillende locaties opgewekt, dichterbij de eindgebruiker. Om een goede afweging te maken of de realisatie van windenergie mogelijk is, zijn randvoorwaarden nodig die in dit hoofdstuk worden toegelicht.

Afmetingen Bij windturbines wordt gesproken over ashoogte, rotordiameter, tiphoogte en gondel om aan te geven hoe groot een windturbine is. In Figuur 3.1 is de betekenis van deze definities visueel weergegeven, samen met een indicatie van afmetingen die tegenwoordig gangbaar zijn.

Ashoogte 130 – 170 m

Tiphoogte 200+ m

Figuur 3.1 Afmetingen windturbines

Rotordiameter 130 - 170 m

Er worden in Nederland steeds hogere en grotere turbines geplaatst in vergelijking met voorgaande jaren. Dit komt doordat de energieopbrengst evenredig is met het kwadraat van het rotoroppervlak en de derde macht van de gemiddelde windsnelheid. Op grotere hoogte waait het nu eenmaal harder en constanter en grotere wieken kunnen meer energie uit de wind halen, waardoor de energieproductie van grotere windturbines veel hoger is. Locaties met minder windaanbod in vergelijking met de kustgebieden, zoals in Zuid-Limburg, kunnen anno 2020 alleen financieel rendabel worden geëxploiteerd met grotere windturbines. Hierbij wordt uitgegaan van de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE++) die voor duurzame energieprojecten gebruikt wordt. Deze regeling heeft als uitgangspunt dat

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

9

duurzame energie moet kunnen (gaan) concurreren met fossiele energie, door te sturen op een zo laag mogelijk kostprijs per kWh. Dit wordt vooral bereikt met grotere windturbines, die dus meer energieopbrengst genereren. Een bijkomend voordeel is dat er meer CO2-winst wordt gehaald. Grote Europese windenergiefabrikanten, waaronder Enercon, Vestas en SiemensGamesa, leggen zich daarom steeds meer toe op de productie van grotere windturbines. Het marktaanbod van de moderne MW-windturbines met een kleinere rotor en ashoogte neemt steeds verder af. Voor de potentiële realisatie van windenergie in Kerkrade zou daarom uitgegaan moeten worden van grote moderne windturbines met een rotordiameter en ashoogte in de bandbreedte van 130 – 170 meter en een nominaal vermogen van minimaal 3 MW. Dit betreft echter geen harde eis: indien een initiatief met kleinere afmetingen en een lager nominaal vermogen financieel uitvoerbaar is, dan mag hiervan afgeweken worden.

Ruimtelijke kaders De kansen voor windenergie in een gebied zijn afhankelijk van een aantal ruimtelijke en technische aspecten die de plaatsing, dimensies en verschijning van windturbines kunnen bepalen of beperken. Welke aspecten dat allemaal zijn in de gemeente Kerkrade en op welke wijze potentiële windenergieprojecten hiermee rekening moeten houden, komt in de volgende paragrafen aan bod.

Geluid Net als alle andere mechanische installaties produceren windturbines geluid. Dit geluid wordt deels veroorzaakt door de bewegende onderdelen in de gondel, maar is voornamelijk afkomstig van de bladen die door de wind ‘zoeven’. Windenergieprojecten in de gemeente Kerkrade voldoen ten alle tijden aan de wettelijke norm voor geluid. In het Activiteitenbesluit wordt voor de normstelling van geluid van windturbines getoetst aan de waarden Lden= 47 dB en Lnight= 41 dB. Deze normen gelden voor geluidgevoelige objecten, waaronder woningen van derden 2 en gevoelige locaties zoals scholen en ziekenhuizen. De L den (Engels: Level day-evening-night) is een maat om de geluidbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de geluidbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag. In Nederland wordt tevens getoetst aan L night om de verstoring van nachtrust te voorkomen. Om te kunnen voldoen aan de wettelijke normen voor geluid, staan windturbines in de praktijk doorgaans op minimaal 400 - 500 meter afstand tot geluidgevoelige objecten. Verder verzoekt de gemeente initiatiefnemers zich in te spannen om de geluidbelasting op de omgeving zo laag mogelijk te laten zijn en windturbines bij voorkeur zo ver als mogelijk van woonkernen te plaatsen.

Slagschaduw De draaiende rotoren van windturbines kunnen een bewegende schaduw op hun omgeving werpen. De maximale flikkerfrequentie, het contrast en de tijdsduur van blootstelling zijn van invloed op de mate van hinder die ondervonden kan worden. Om de negatieve effecten van slagschaduw te beperken moeten windenergieprojecten in de gemeente Kerkrade voldoen aan

2

Woningen van derden zijn niet bij het initiatief van een windpark betrokken. Op deze woningen dient voor geluid, slagschaduw en veiligheid voldaan te worden aan het Activiteitenbesluit.

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

10

de wettelijke norm. Het activiteitenbesluit stelt dat windturbines voorzien moeten worden van een automatische stilstandvoorziening indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten, waaronder woningen van derden, scholen en ziekenhuizen worden verstaan, voor zover: •

de afstand tot gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt;

•

en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden.

Op basis van het Activiteitenbesluit kiest de gemeente Kerkrade ervoor die norm te stellen op maximaal 6 uur netto slagschaduw per jaar op de gevel van gevoelige objecten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wil de gemeente aanvullend dat initiatiefnemers de slagschaduwduur op nabijgelegen objecten die wettelijk gezien niet beschermd zijn, maar wel slagschaduwhinder kunnen ondervinden (zoals kantoorpanden), inzichtelijk maakt en probeert effecten zo veel als mogelijk te beperken. Maatregelen om effecten te beperken zijn bijvoorbeeld het toepassen van periodieke stilstand of het (financieel) ondersteunen van gehinderden om de omgeving aan te passen (zoals plaatsing van zonnewering of vegetatie).

Externe veiligheid Voor de ruimtelijke inpassing van een windturbine speelt veiligheid een belangrijke rol. Hoewel het risico laag is, kunnen windturbines omvallen of kunnen er onderdelen afbreken. Er dient derhalve een bepaalde afstand aangehouden te worden tot infrastructurele werken, die hieronder per thema wordt toegelicht. Voor plaatsing van windturbines in relatie tot externe veiligheid conformeert de gemeente Kerkrade zich aan het Handboek Risicozonering Windturbines (HWR) 2020, wet- en regelgeving en adviezen voor toetsing van beheerders. (Beperkt) kwetsbare objecten Op basis van het Activiteitenbesluit mogen zich geen kwetsbare objecten (zoals bijvoorbeeld woningen, scholen en ziekenhuizen) binnen de plaatsgebonden risicocontour PR10-6 bevinden en mogen zich geen beperkt kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour PR10-5 bevinden. PR staat voor het Plaatsgebonden Risico. Dit is de kans per jaar dat iemand overlijdt als gevolg van een ongeval van een falende windturbine, als deze persoon permanent en onbeschermd op een bepaalde afstand tot de turbine aanwezig zou zijn. Een PR-norm van 10-5 betekent een maximale kans van 1 op 100.000 en PR10-6 een kans van 1 op 1.000.000. Windenergieprojecten in de gemeente Kerkrade moeten voldoen aan deze wettelijke normen.

De daadwerkelijke (minimaal) aan te houden afstand tot (beperkt) kwetsbare objecten kan worden vastgesteld met een kwantitatieve risicoberekening en betreft maatwerk per project. In het bijzonder dienen hierbij effecten op eventueel aanwezige (industrie)locaties en kantoorpanden met > 1.500 m2 vloeroppervlak en een relevant aantal werkplekken onderzocht en beoordeeld te worden. Buisleidingen en hoogspanning Ten aanzien van buisleidingen en hoogspanning is het voor de eigenaren van groot belang de veiligheid en leveringszekerheid te garanderen. Windturbines kunnen deze veiligheid en leveringszekerheid in gevaar brengen, doordat er een kans bestaat dat een falende windturbine de buisleiding of hoogspanning beschadigt. Om de minimaal aan te houden afstand te bepalen, verzoekt de gemeente Kerkrade initiatiefnemers in overleg te treden met de eigenaren van de betreffende infrastructuur. Op basis van de geldende criteria en

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

11

eisen kan vervolgens middels een trefkansberekening en risicotoevoeging bepaald worden of de effecten acceptabel zijn. Industrie en risicobronnen Windturbines dienen ook op voldoende afstand te staan tot industrie en risicobronnen, waaronder opslagtanks met explosieve stoffen. Ook hier geldt dat middels een trefkansberekening en risicotoevoeging bepaald kan worden of de effecten acceptabel zijn. Voor definities en normen voor dit onderdeel sluit de gemeente Kerkrade aan bij het HRW 2020. Indien normen afwezig zijn, wordt aangesloten bij het criterium dat een risicotoevoeging van <10% van het intrinsieke risico als verwaarloosbaar wordt beschouwd. Wegen en spoorwegen Voor rijkswegen hanteert de gemeente Kerkrade een minimale afstand van een halve rotordiameter tot de rand van de verharding, conform de “Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in, of over Rijkswaterstaatwerken” (2002). Voor lokale en regionale wegen geldt deze afstandseis niet. Wel dient voor de plaatsing van windturbines, indien deze binnen een afstand van een halve rotordiameter tot de wegverharding van lokale wegen worden geplaatst, altijd een onderzoek uitgevoerd te worden naar de effecten op de verkeersveiligheid, om een verantwoord besluit te kunnen nemen.

Voor spoorwegen hanteert de gemeente Kerkrade een minimale afstand van 7,85 m + halve rotordiameter tot het hart van het dichtstbijzijnde spoor, met een minimum van 30 m. Dit sluit aan bij de adviesafstand die ProRail hanteert.

Ecologie Windturbines kunnen mogelijk effecten veroorzaken op natuurwaarden. Het effect ligt met name in de potentiële verstoring van soorten of het optreden van aanvaringsslachtoffers onder vogels3 of vleermuizen. Windenergieprojecten in de gemeente Kerkrade moeten voldoen aan wet- en regelgeving met betrekking tot natuurwaarden. Vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb) bepalen de uiteindelijke effecten op de beschermde gebieden en/of soorten of de ontwikkeling van windmolens aanvaardbaar is. Dit betreft maatwerk en zal voor iedere locatie en project afzonderlijk onderzocht moeten worden. Aanvullend op de wettelijke bepalingen vanuit de Wnb wil de gemeente Kerkrade in eerste instantie geen windenergie realiseren in aangewezen (provinciale) natuurgebieden. Alleen als op basis van onderzoek blijkt dat er negatieve gevolgen voor de aanwezige natuurwaarden met zekerheid kunnen worden uitgesloten, kan hiervan worden afgeweken. Anderzijds ziet de gemeente Kerkrade ook kansen voor natuurontwikkeling in combinatie met het opwekken van windenergie binnen haar grondgebied, bijvoorbeeld door het onderzoeken van de aanleg van een (klimaat)bos.

Cultuurhistorie en archeologie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Hierbij gaat het veelal om monumenten en beschermde dorps3

Met name als er lokaal vogeltrekroutes aanwezig zijn, en hier met de plaatsing en/ of operatie van windturbines onvoldoende rekening wordt gehouden.

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

12

of stadsgezichten, maar ook om bepaalde type (cultuur)landschappen. Windturbines kunnen een effect veroorzaken op de (beleving van de) omgeving, dat afhankelijk van de locatie positief of negatief kan uitwerken. Er gelden vanuit wet- en regelgeving over het algemeen geen minimaal aan te houden afstanden tot bepaalde cultuurhistorische waarden. Wel dient per project een uitgebreide beoordeling plaats te vinden van mogelijke effecten op eventueel aanwezige cultuurhistorische waarden, waarbij met behulp van visualisaties een verantwoorde afweging kan worden gemaakt. Archeologie houdt zich bezig met de niet zichtbare delen van onze cultuurgeschiedenis in de bodem. Vanuit archeologisch perspectief zijn er op voorhand geen uitsluitingsgebieden voor windenergie binnen de gemeentegrenzen aanwezig. Indien een locatie geselecteerd is, dient een initiatiefnemer via een archeologische waardenkaart de indicatieve archeologische verwachtingswaarde inzichtelijk te maken. Afhankelijk van de verwachtingswaarde is mogelijk nader archeologisch onderzoek verreist. Dit is in ieder geval van toepassing bij een middelhoge of hoge verwachtingswaarde.

Overige aandachtspunten Straalpaden Een straalpad is een draadloze verbinding tussen twee plaatsen, waartussen transport van spraak-, data-, radio- en tv-signalen plaatsvindt. De aanwezigheid van windturbines kan de signaaloverdracht van straalpaden verstoren of verzwakken. De gemeente Kerkrade verzoekt initiatiefnemers de positionering van windturbines zo uit te voeren, dat er initieel geen verstoring bij een nabijgelegen straalpad optreedt. Indien dit toch gebeurt en verschuiving van de windturbineposities geen optie is, dan dienen initiatiefnemers beheerders (financieel) te compenseren bij het versterken of verplaatsen van het straalpad. Laagvlieggebieden en burgerluchtvaart De bouw van windturbines kan van invloed zijn op het vliegverkeer, met name de hoogte van windturbines is daarbij relevant. Een beoordeling door Inspectie Leefomgeving en Transport (IL&T) dient uitgevoerd te worden om uit te wijzen of er mogelijk vlieg technische beperkingen gelden voor civiel luchtverkeer. In het bijzonder dient hierbij gekeken te worden naar potentiële effecten op (vliegoperaties van) de helihaven van Defensie op bedrijventerrein Julia. Van initiatiefnemers wordt verwacht dat zij de check door IL&T laten uitvoeren voor een potentiële locatie. Hieruit blijkt vervolgens of een windenergieproject mogelijk nader onderzoek moet uitvoeren of dat er geen effecten te verwachten zijn.

Voor het vliegverkeer is het verder van belang dat de vliegveiligheid en de werking van radar- en communicatieapparatuur te allen tijde kunnen worden gegarandeerd. Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) dient geraadpleegd te worden om te bepalen of negatieve effecten kunnen ontstaan op een correcte werking van communicatie-, navigatie- en surveillance(CNS)apparatuur. Hieruit blijkt vervolgens of een windenergieproject acceptabel is. Van initiatiefnemers wordt verwacht dat zij deze check uitvoeren voor een potentiële locatie.

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

13

Landschappelijk ontwerp Windturbines zijn vanwege hun omvang zichtbaar in het landschap. De gemeente Kerkrade sluit zich voor wat betreft het landschappelijk ontwerp van windturbines aan bij de plaatsingsprincipes zoals geformuleerd in het RAK. Concreet betekent dit: •

Dat er een sterke voorkeur is voor een lijnopstelling, maar ook een clusteropstelling behoort tot de mogelijkheden. Hierbij dienen opstellingen zo goed als mogelijk aansluiting te vinden bij bestaande landschappelijke elementen, zoals wegen, waterlopen, groenstructuren en kavelgrenzen.

•

Plaatsing van solitaire windturbines is toegestaan, mits passend in de directe omgeving en conform gestelde eisen en voorwaarden.

•

De gemeente ziet kansen voor gefaseerde ontwikkeling(en), waarbij latere windturbines zo worden gepositioneerd dat een duidelijke lijn- of clusteropstelling ontstaat of behouden blijft.

•

Elk windenergieproject is voorzien van een zorgvuldige landschappelijke afweging tijdens de ruimtelijke procedure. Belangrijk onderdeel hiervan vormt het aanleveren van een grafisch 3D-model of fotovisualisaties vanuit meerdere representatieve standpunten op basis van actuele beelden.

Planschadevergoeding Een mogelijk nadelig economisch effect van wijzigingen in de planologie van een gebied is planschade. Onder planschade vallen zowel vermogensschade, het minder waard worden van onroerende zaken, als een vermindering van het inkomen. De bouw van windturbines is een significante wijziging in de fysieke leefomgeving. Omwonenden of bedrijven in de buurt van een windturbine kunnen mogelijk nadelige consequenties ondervinden, waardoor planschade ontstaat. Voor de realisatie van een windenergieproject dient daarom een overeenkomst opgesteld te worden tussen gemeente en initiatiefnemer, waarin onder andere is uitgewerkt hoe met planschadeverzoeken wordt omgegaan.

Samenwerkingsovereenkomst Bij aanvang van de realisatie van een windenergieproject dient er een samenwerkingsovereenkomst opgesteld te worden tussen de initiatiefnemer en de gemeente. Het initiatief hiervoor ligt bij de ontwikkelende partij. In de samenwerkingsovereenkomst dienen alle afspraken en wederzijdse verplichtingen opgenomen te worden, zodat er zekerheid en duidelijkheid ontstaat voor alle betrokken partijen. Afspraken over hoe wordt omgegaan met planschadevergoedingen (paragraaf 3.4) kan tevens onderdeel uitmaken van zo’n samenwerkingsovereenkomst.

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

14

MAATSCHAPPELIJKE ACCEPTATIE Om brede maatschappelijke acceptatie en draagvlak voor windenergie te creëren, vormt participatie van de omgeving een essentieel onderdeel. Er zijn grofweg twee vormen van participatie te onderscheiden: procesmatig en financieel. Beide vormen worden hieronder nader toegelicht, samen met eisen die de gemeente Kerkrade hieraan stelt. Aan het einde van dit hoofdstuk volgen ten slotte enkele belangrijke eisen ten aanzien van communicatie, een ander belangrijk middel voor het vergroten van maatschappelijke acceptatie.

Procesparticipatie Procesparticipatie gaat over de wijze waarop de omgeving de mogelijkheid krijgt om inspraak te hebben in de ontwikkeling van projecten. Bij procesparticipatie zijn grofweg de volgende niveaus te onderscheiden in toenemende mate van betrokkenheid, met telkens als voorbeeld een invulling als het gaat om een windenergieproject: 1. Informeren Communicatie is te kenmerken als ‘éénrichtingsverkeer’, omgeving wordt geïnformeerd over het project; middelen bijvoorbeeld: projectwebsite, informatiebijeenkomst, huis-aan-huis brieven. 2. Raadplegen Communicatie is ‘tweerichtingsverkeer’, naast informeren wordt ook ‘opgehaald’ wat de omgeving van het project vindt; middelen bijvoorbeeld: enquête, klankbordgroepen met omwonenden. 3. Adviseren Communicatie met nadruk op het gericht verkrijgen van input om hiermee in het uitwerken van het project rekening te houden; middelen bijvoorbeeld: inspraakavond, werksessies met omwonenden. 4. Coproduceren Gezamenlijk project maar beslismacht en eigenaarschap ligt bij de initiatiefnemers, de omgeving is betrokken bij het vormgeven van het project; middelen bijvoorbeeld: structurele en periodieke overleggen en werksessies, klankbordgroep vanuit de omgeving. Het structurele karakter onderscheid coproduceren van adviseren. 5.

Meebeslissen Gezamenlijk project met deelname door de omgeving (bijvoorbeeld middels een coöperatie) en inclusief eigenaarschap (deels) bij omgeving. Uiteindelijk kan een windenergieproject alleen doorgang vinden bij instemming door de gemeenteraad. Bij haar besluit vormt de wijze waarop initiatiefnemers de omgeving betrekken een belangrijk onderdeel. De gemeente adviseert initiatiefnemers daarom om zo veel mogelijk van de bovenstaande niveaus toe te passen. De uiteindelijke selectie is echter project specifiek en maatwerk. Om procesparticipatie concreet te maken vraagt de gemeente Kerkrade initiatiefnemers vooraf een participatieplan op te stellen, conform de voorschriften uit het RAK. In het participatieplan wordt uitgewerkt welke van de bovenstaande niveaus worden toegepast en op welke wijze de omgeving wordt betrokken bij de planvorming, uitwerking, realisatie en exploitatie.

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

15

Financiële participatie Naast procesparticipatie vergroot economische betrokkenheid in algemene zin het draagvlak voor projecten. De ontwikkeling van windturbines is zichtbaar in het landschap en heeft een ruimtelijke en maatschappelijke impact. Het is daarbij belangrijk om te zorgen voor een goede lusten- en lastenverdeling, teneinde te voorkomen dat deze verdeling scheef groeit. De gemeente Kerkrade is daarom van mening dat direct omwonenden en de lokale gemeenschap dus zoveel mogelijk moeten kunnen profiteren van een project dat wordt ontwikkeld in hun directe leefomgeving. De gemeente adviseert initiatiefnemers ten minste één van de volgende vormen van financiële participatie mogelijk te maken: 1. Een bepaald percentage (ordegrootte 10 – 20%) van een project wordt opengesteld voor deelname vanuit de omgeving middels aandelen, obligaties of een soortgelijke constructie; 2. Een project levert een substantiële bijdrage aan de lokale gemeenschap door middel van een bijdrage aan een ‘energietransitiefonds’. Om dit fonds ook daadwerkelijk ten goede te laten komen aan de verduurzaming van de samenleving, wordt dit fonds idealiter gebruikt voor concrete duurzaamheidsprojecten (bijvoorbeeld de lokale school verduurzamen, een leefbaarheidsproject te ondersteunen, of een zonnepanelen regeling voor particulieren te ondersteunen).

Doel is om een maximale terugvloeiing naar de lokale gemeenschap te verwezenlijken; 3. In het buitengebied of in een stad-landzone (overgangsgebied van bebouwde kom naar buitengebied) levert een project een bijdrage aan de kwaliteitsverbetering van het betreffende gebied, teneinde gebieds- en/of natuurontwikkeling te ondersteunen. Dit kan bijvoorbeeld middels een gemeentelijk Omgevingskwaliteitsfonds. Om de hoogte van de bijdrage aan een hierboven genoemd fonds te bepalen kan aansluiting gezocht worden bij de systematiek van de ‘gedragscode windenergie op land’ van de Nederlandse Windenergie Associatie (NWEA). In deze gedragscode is afgesproken dat windenergie-ontwikkelaars een bijdrage leveren aan een fonds, naar rato van de geproduceerde hoeveelheid elektriciteit. Hiermee loopt de hoogte van de bijdrage gelijk op met de hoogte van de energieproductie. Om financiële participatie concreet te maken vraagt de gemeente Kerkrade initiatiefnemers vooraf een profijtplan op te stellen, conform de richtlijnen uit het RAK. De gemeente is van mening dat de mogelijkheid tot financiële participatie wel redelijk moet zijn in relatie tot de investering, operationele kosten en rendement van een project. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat financiële participatie een negatieve invloed heeft op de ontwikkelingsperspectieven van windenergieprojecten.

Per project dienen hier daarom concrete maatwerkafspraken over te worden gemaakt.

Communicatie Een goed project begint met een open en transparante communicatie aan de voorkant van het ontwikkelproces. Dit vraagt om een actieve houding van de initiatiefnemer. Dit kan op veel verschillende manieren worden vormgegeven, maar de gemeente formuleert op voorhand een aantal minimum randvoorwaarden. Hierbij gaat het om de volgende zaken die minimaal worden verreist bij het in behandeling nemen van een principeverzoek voor een specifiek project:

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

16

1. Informeren omwonenden Voordat een project door de gemeente formeel in behandeling wordt genomen, wordt de omgeving geïnformeerd over de plannen. Hierbij gaat het om de directe invloedsfeer (straal van bijvoorbeeld 1.000 meter, afhankelijk van het project), waarbij eventueel ook betrokkenen uit nabijgelegen gemeenten worden geïnformeerd. Dit kan middels een huis-aan-huis verspreide brief, of een persoonlijke benadering. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor deze communicatie. 2. Algemene informatieverstrekking Zodra een project formeel wordt aangemeld bij de gemeente en een procedure wordt gestart, dient de algemene informatieverstrekking door de initiatiefnemer georganiseerd te worden. Dit kan door middel van één of meerdere informatiemarkten/-sessies, door buurtbijeenkomsten, door een projectwebsite waarop informatie beschikbaar is en vragen gesteld en beantwoord kunnen worden, of door een combinatie van deze mogelijkheden. De aard en omvang van een project bepalen wat het meest geschikt is. Minimaal dient informatie gegeven te worden over: a. de locatie van het project; b.

de omvang en belangrijkste kenmerken (zoals hoogte, aanzicht, elektriciteitsproductie en eventuele (milieu-)effecten);

c.

de initiatiefnemer;

d.

eventuele mogelijkheden voor participatie in de uitwerking van het project;

e.

de formele status van het project en belangrijke ontwikkelingen in de procedure (zoals informatieavonden, ter inzage legging en documenten).

3. Opstellen communicatieplan Bij aanvang van een project wordt tevens een communicatieplan opgesteld. Dit plan bevat in ieder geval informatie over: a. communicatiemomenten (wanneer wordt informatie verstrekt); b.

stakeholders (wie wordt betrokken);

c.

vorm (welke middelen worden hiervoor ingezet).

Dit communicatieplan wordt beoordeeld door de gemeente, en vervolgens uitgevoerd door de initiatiefnemer. Bij indiening van een eventuele omgevingsvergunningaanvraag wordt van de initiatiefnemer gevraagd een verslag/rapportage te overleggen welke acties in het kader van communicatie en participatie zijn uitgevoerd.

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

Pondera Consult

17

SAMENVATTING Voor de gemeente Kerkrade is duurzaamheid een belangrijk speerpunt, met als lange termijn doelstelling om in 2040 energieneutraal te zijn. Om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord, de RES en PALET te kunnen halen is de inzet van windenergie ook in Kerkrade onvermijdelijk. Om projecten op een goede manier te kunnen realiseren zijn in de Windvisie een aantal belangrijke eisen en voorwaarden geformuleerd. De gemeente Kerkrade streeft op deze wijze naar projecten met een zo hoog mogelijk draagvlak, waarbij nadelige milieueffecten en visuele hinder zo veel als mogelijk worden beperkt en de omgeving de mogelijkheid krijgt om (financieel) te participeren. Hieronder zijn de belangrijkste speerpunten uit de Windvisie opgenomen: 1.

Bij de ontwikkeling van windprojecten voorziet de gemeente voor zichzelf een actieve rol als bevoegd gezag en zal als zodanig reageren op initiatieven vanuit de omgeving, en deze waar mogelijk faciliteren.

2.

Er worden op voorhand geen locaties aangewezen of uitgesloten. Initiatiefnemers dienen middels onderzoeken aan te tonen dat een project kansrijk is.

3.

De gemeente ziet de meeste kansen weggelegd voor toepassing van grote moderne windturbines, waarbij een maximale energieopbrengst en CO2-winst behaald wordt, maar sluit kleinere windturbines niet op voorhand uit.

4.

Windenergieprojecten dienen vanzelfsprekend te voldoen aan wet- en regelgeving vanuit de diverse milieu- en ruimtelijke thema’s. Op enkele aspecten stelt de gemeente aanvullende randvoorwaarden;

5.

Een initiatiefnemer draagt zorg om potentiële milieueffecten op de omgeving (zoals zicht, geluid en slagschaduw) zo veel als mogelijk te beperken. Per milieuthema dienen alle potentiële milieueffecten op de omgeving inzichtelijk gemaakt te worden tijdens de procedure voor het aanvragen van de vergunningen.

6.

Realisatie van windenergie in natuurgebieden heeft niet de voorkeur, maar de gemeente sluit plaatsing van windturbines in (toekomstige) natuurgebieden niet op voorhand uit. Nader onderzoek dient uitsluitsel te geven.

7.

Voor het landschappelijke ontwerp van een windturbineopstelling dient te worden aangesloten bij de richtlijnen uit het RAK. Solitaire windturbines zijn (gefaseerd) mogelijk, mits passend. Opstellingen van meerdere windturbines dienen geplaatst te worden in een herkenbare lijn- of clusteropstelling, aansluitend bij landschappelijke elementen.

8.

Voorafgaand aan de realisatie van een project dient een samenwerkingsovereenkomst te worden opgesteld tussen de initiatiefnemer en de gemeente, waarin alle afspraken en wederzijdse plichten staan vermeld.

9.

Vereiste voor elk project is het vooraf opstellen van een participatie-, profijt- en communicatieplan, waarbij de initiatiefnemer uitwerkt op welke wijze de omgeving (financieel) bij het project wordt betrokken en hoe communicatie plaatsvindt. De precieze uitwerking is project specifiek en maatwerk, maar dient te geschieden in aansluiting op de voorschriften uit het RAK.

Als eerstvolgende stap zal deze concept Windvisie worden voorgelegd aan het college van Burgemeester en Wethouders en aan de gemeenteraad. Vervolgens zal in samenspraak met de gemeenteraad een definitieve versie worden vastgesteld, dat vervolgens onderdeel zal gaan uitmaken van de nieuw op te stellen gemeentelijke Omgevingswetdocumenten en de RES.

Windvisie Kerkrade | 719154 11-06-2020 | Concept

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Kerkrade&id=94bf5113-35c9-468f-855e-5963f72570a7